119 Mail Onderzoekjournalist - Strafrechtelijke aangifte OM.pdf
Tekst van het document
Van: @post.com < @pos .com> Verzonden: donderdag 21 augustus 2025 20:05 Aan: < @mail.com> CC: @politie.nl; @politie.nl; @politie.nl; @politie.nl;
@politie.nl; @politie.nl;
@om.nl; @politie.nl;
@om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; privacywjsgLP@om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; @om.nl; privacy@politie.nl; @om.nl; @hogeraad.nl; @minjenv.nl; @minjenv.nl; @minjenv.nl; @minjenv.nl; @minjenv.nl; @minjenv.nl; @politieacademie.nl; @politie.nl; @nationaleombudsman.nl; @mensenrechten.nl; @cansteinadvocatuur.nl; @tweedekamer.nl; @tweedekamer.nl; @tweedekamer.nl; @tweedekamer.nl; @tweedekamer.nl; @tweedekamer.nl; @tweedekamer.nl; @tweedekamer.nl; cg@maec.gov.ma; @consulaatmarokkoamsterdam.nl; @minbuza.nl; @maec.gov.ma; @consulatmaroc.nl; @maec.gov.ma; @ho mail.com; @maec.gov.ma; @hotmail.com ; @xs4all.nl; @gmail.com; @ weedekamer.nl; i . @tweedekamer.n @tweedekamer. l; @ri ksrecherche.n @staatscomm ssietegendiscriminatieenracisme.nl; @discriminatie.nl; @discriminatie.nl; @d scriminatie.nl; @d scriminatie.nl; @discriminatie.nl; @vizieroost.nl; @controlealtdelete.nl; @wodc.nl; < @cansteinadvocatuur.nl>; < @dordrecht.nl>; griffie < @sliedrecht.nl>; < @zwijndrecht.nl>; griffie < @alblasserdam.nl>; griffie < @papendrecht.nl >; griffie Hardinxveld-Giessendam < @hardinxveld-giessendam.nl>; < @h-i-ambacht.nl> Onderwerp: Strafrechtelijke aangifte OM (Laptop & strafbare feiten vanuit Politie in uitvoering van de Korpchef danwel de ministerie van justitie) Urgentie: Hoog Gevoeligheid: Vertrouwelijk
E:
@mail.com
T:
Aan CC : Staat der Nederlanden
Politie / Openbaar Ministerie
Betreft: Strafrechtelijke aangifte OM (Laptop & strafbare feiten vanuit Politie in uitvoering van de Korpchef danwel de ministerie van justitie
Datum: 21 augustus 2025
Geachte S aat der Nederlanden & overige,
AANGIFTE
1. Gegevens aangever
Ondergetekende, (geboren op te Dordrecht, nationaliteit Marokkaans, BSN: ), in zijn hoedanigheid van studentenvertegenwoordiger (gekozen lid van de studentenraad) en klassenvertegenwoordiger, doet hierbij aangifte van een reeks ernstige strafbare feiten gepleegd door politiefunctionar ssen. Deze feiten hebben zich voorgedaan op 20 en 21 augustus 2025 bij het politiebureau te Dordrecht (Overkampweg). Het betreft ambtsmisdrijven en andere misdrijven gepleegd door personen belast met een publieke taak, hetgeen des te zorgwekkender is gezien
hun voorbeeldfunctie in de rechtsstaat. Hieronder volgt een overzicht van de feiten, de juridische kwalificaties en mijn verzoek tot vervolging.
1. Gegevens aangever
Naam: , geboren op te Dordrecht, nationaliteit Marokkaans, BSN: . Huidige functie: Onderzoeksjournalist / studentenvertegenwoordiger. 2. Feitenrelaas
Hieronder schets ik chronologisch de gebeurtenissen van 20 uur tot 21 augustus 08:45 uur, waarbij telkens wordt aangegeven welk onrechtmatig handelen heeft plaatsgevonden en door welke politiefunctionar ssen.
2.1 Weigering opname van aangifte en klacht
Op 20 augustus 2025 omstreeks 15:00 uur begaf ik me naar politiebureau Dordrecht
(Overkampweg) met het doel om (a) mijn in beslag genomen laptop terug te krijgen, (b) aangifte te doen van eerdere onregelmatigheden, en (c) mondeling een klacht in te dienen over het eerdere politieoptreden. Bij aankomst weigerden de aanwezige politieambtenaren echter stelselmatig om mijn aangifte op te nemen. Zowel mijn schriftelijke aangifte als mijn mondelinge klacht werden resoluut geweigerd. Deze weigering is een directe schending van mijn recht om aangifte te doen. De politie is op grond van de wet verplicht om een aangifte of klacht in ontvangst te nemen - zie artikel 163 lid 6 en artikel 165 lid 1 Wetboek van Strafvordering, waarin expliciet staat dat opsporingsambtenaren verplicht zijn aangiften te ontvangen en niet zelf de keuzevrijheid hebben welke aangifte wel en welke niet op te nemen. Door mijn aangifte te weigeren hebben de betrokken agenten doelbewust mijn recht op toegang tot het rechtssysteem gefrustreerd. Dit gedrag is onrechtmatig en uitermate laakbaar. Het weigeren van het opnemen van een aangifte zonder wettelijke grond vormt bovendien een ambtsmisdrijf, nu het een bewuste misbruik van functie betreft om mij mijn recht te ontzeggen. 2.2 Vermissing en onrechtmatige afgifte van mijn laptop Vervolgens deelde men mij mee dat mijn laptop, die eerder in beslag was genomen,
reeds aan een derde zou zijn afgegeven. Dit bericht kwam als een totale verrassing: ik was door het Openbaar Ministerie juist nadrukkelijk geïnstrueerd dat ik op vertoon van mijn identiteitsbewijs mijn eigendom kon ophalen (zie bijlage, advocatenbrief) in zekere zin, dat de strafzaak tegen mij was en niet tegen een derde, dus het is strafbaar om info te delen met een derde dat over een strafzaak gaat noch een bewijslast delen met derde waarbij ook nog is gevoelige informatie erop te vinden is. Desondanks beweerden de agenten dat de laptop niet meer in hun bezit was, en meende van onderzoekteam dan wel de recherche dat hij bevoegd was mijn spullen zonder mijn volmacht aan derde vrij te geven. Ik ben nog steeds in schok, dat zelfs een recherche
met zo'n krommen uitleg komt en hierbij zichzelf vrij wil pleiten. Dat ik nu zelfs twijfels trekt gelang het onderzoek dat is uitgevoerd, of dat wel feitelijk is en op feiten rust. Deze strafzaak dat ingediend is door een bestuursorgaan stonk al maar nu begint het
van alle kant te stinken, waarbij zware bewijslast nu vermist wordt in mijn zaak zodanig dat ik mijn zelf goed kan verweren ofwel de vraag blijft hangen of er wel sprake is van een eerlijke process. De vraag blijft, heeft deze persoon wel mijn laptop? Of heeft de politie mijn laptop met
cruciale bewijslast zelf vernietigd of kwijtgeraakt. En gebruiken ze dit strafbare argument, waarbij mijn eigen laptop met gevoelige info aan derde is vrijgegeven. In beide gevallen is strafbaar geacht in zijn handelingen, dus links of rechtsom meneer is strafbaar. Op mijn verzoek om bewijs hiervan kon men aanvankelijk geen enkel document of formulier van afgifte tonen. Pas veel later bleek er wél een akte van afgifte te bestaan,
die de politie aanvankelijk opzettelijk had achtergehouden en geweigerd vrij te geven dan wel zelf. Deze akte toonde aan dat ik zelf mijn laptop nooit in ontvangst heb genomen, waardoor onduidelijk is aan wie (en op welke grond) mijn laptop is afgestaan. Het achterhouden van deze akte en het onrechtmatig afgeven van mijn eigendom aan een derde partij is uiterst verdacht. Dit handelen komt neer op verduistering/diefstal door een ambtenaar, strafbaar gesteld in art. 359 Wetboek van Strafrecht (ambtelijke verduistering) jo. art. 322 Sr. Het wegnemen of achterhouden van een goed dat men uit hoofde van het ambt onder zich heeft, valt hier rechtstreeks onder. Daarnaast is sprake van het mogelijk vernietigen dan wel achterhouden van bewijsmateriaal, nu de administratieve verantwoording over de afgifte aanvankelijk verdonkeremaand werd. Het opzettelijk achterhouden of vernietigen van stukken die als bewijs dienen is op zichzelf strafbaar (zie art. 361 Sr voor ambtenaren art. 189 Sr voor algemene begunstiging). Deze handelingen duiden erop dat de betrokken politieambtenaar (in het bijzonder de rechercheur die mijn zaak beheerde, bij voornaam bekend als ) zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim en strafbare vermogensdelicten in dienstbetrekking.
2.3 Weigering identificatie door dienstdoende agenten Toen ik de aanwezige agenten aansprak op hun gedrag en hen verzocht om hun namen en dienstnummers, weigerden meerdere agenten zich te identificeren. Ik heb herhaaldelijk expliciet om hun legitimatie gevraagd. Deze weigering staat zelfs op
beeldmateriaal (er waren ~ 300 getuigen via een live TikTok-stream die meekeken). Het niet willen geven van naam of dienstnummer is regelrecht in strijd met de geldende voorschriften. Artikel 2 van de Ambtsinstructie voor de politie schrijft voor dat een politieambtenaar zich met het dienstlegitimatiebewijs moet identificeren - bij optreden in uniform op verzoek van de burger. Ondanks deze duidelijke plicht weigerden de betrokken agenten iedere vorm van legitimatie of identificatie te verstrekken. Dit vormt
een overtreding van de ambtsinstructie en is een vorm van ambtsmisbruik. Door zich achter hun anonimiteit te verschuilen onttrokken zij zich aan controle en verantwoording voor hun handelen. Van politieagenten mag verwacht worden dat zij aanspreekbaar en identificeerbaar zijn; de opstelling van deze agenten was het tegenovergestelde en ondermijnt de transparantie die van een overheidsdienaar geëist mag worden. Het moedwillig weigeren te voldoen aan de identificatieplicht kan worden gekwalificeerd als plichtsverzuim en draagt bij aan de strafbare feitenreeks (het maakt onderdeel uit van het patroon van machtsmisbruik, zie ook art. 365 Sr).
2.4 Bedreiging met onrechtmatige aanhouding Nadat ik bleef volharden in mijn verzoeken - zowel om aangifte te doen als om mijn laptop of bewijs van afgifte te verkrijgen - is mij door een of meerdere agenten gedreigd met aanhouding. Deze dreiging geschiedde zonder dat ik mij schuldig had gemaakt aan enig strafbaar feit of ordeverstoring. Met andere woorden: men poogde mij te intimideren door te dreigen mij zonder rechtsgrond op te sluiten, enkel omdat ik mijn rechten kwam uitoefenen. Deze dreigementen zijn onacceptabel. Ze vormen in feite strafbare dwang (artikel 284 Sr), aangezien gepoogd werd mij iets te laten dulden (namelijk het afstand doen van mijn recht op aangifte en teruggave van mijn eigendom) door middel van geweld of een andere feitelijkheid (dreigen met arrestatie). Bovendien is hier sprake van misbruik van gezag: politieambtenaren hebben hun gezagspositie aangewend om mij ongegrond angst aan te jagen en tot bepaald gedrag te dwingen. Dergelijk handelen door ambtsdragers valt onder art. 365 Sr Sr, dat expliciet ziet op dwang door misbruik van gezag. Het is uiterst ernstig dat een ambtenaar van politie zijn bevoegdheid aanwendt om een burger te intimideren in plaats van te beschermen. 2.5 Fysiek geweld en willekeurige verwijdering Na urenlange wachttijd in het bureau (ik werd telkens afgepoeierd en genegeerd) escaleerde de situatie verder.
Op een gegeven moment is besloten mij fysiek uit het politiebureau te verwijderen zonder enige geldige grond. Ik werd door zes agenten tegelijk vastgepakt, opgetild en naar buiten gedragen/gezet. Deze actie was geen rechtmatige aanhouding (er was immers geen verdenking tegen mij en men deelde ook niet mee dat ik was aangehouden), doch louter een brute methode om mij het gebouw uit te werken en het indienen van mijn aangifte/klacht te verhinderen. Ik heb dit als zeer intimiderend en pijnlijk ervaren; er is hier feitelijk sprake van mishandeling (artikel 300 Sr) aangezien men opzettelijk ongewild fysiek geweld tegen mij heeft gebruikt. Daarnaast is het een duidelijk geval van ambtsmisbruik en onrechtmatige vrijheidsbeneming: de politie heeft geen enkel recht om een burger, die rechtmatig aangifte komt doen, met geweld de toegang tot het politiebureau te ontzeggen. Dit geweldsoptreden was buitensporig en absoluut niet proportioneel. Het druist in tegen de kerntaak van de politie (dienstbaarheid aan de burger en de wet) en tast het vertrouwen in de politie ernstig aan.
2.6 Traineren van de zaak en misbruik van positie Na de hierboven genoemde incidenten bleef ik - uit noodzaak - die avond en nacht in de buurt van het bureau aanwezig, in afwachting van oplossing. Uiteindelijk kreeg ik te
maken met rechercheur , die verantwoordelijk scheen te zijn voor de teruggave van mijn laptop of de bijbehorende stukken. Deze rechercheur gedroeg zich uiterst onprofessioneel en laakte elk respect voor mijn tijd en rechten. Hij verliet onverschillig het bureau terwijl mijn kwestie niet was opgelost, waardoor ik
opnieuw bleef wachten (ongeveer 30 minuten) zonder enige duidelijkheid. Bovendien weigerde hij willens en wetens bepaalde stukken aan mij te overhandigen waar ik recht op had - dit betrof onder meer de eerder genoemde akte van afgifte. Pas nadat ik volhardde en uiteindelijk telefonisch hogerop (zijn leidinggevende) heb laten interveniëren, gaf deze rechercheur met zichtbare tegenzin de stukken vrij die hij tot dan toe achterhield.
Hieruit blijkt dat hij er aanvankelijk bewust voor koos mij informatie en eigendommen te onthouden. Er was zelfs een afspraak gemaakt dat ik de volgende ochtend (21 augustus) om 07:00 uur de resterende zaken kon afhandelen/ophalen. Ik heb die afspraak nagekomen en was stipt aanwezig, maar opnieuw werd ik aan het lijntje gehouden: de betreffende personen verschenen niet op de afgesproken tijd. Pas om 08:45 uur, na in totaal ruim 16 uur van mijn kant gespendeerd te hebben, heb ik onverrichter zake het bureau moeten verlaten (ik moest dringend naar een elders geplande zitting in Den Haag). Het opzettelijk traineren van de afhandeling en het achterhouden van stukken door rechercheur is ronduit kwalijk. Dit gedrag vormt wederom een ambtsmisdrijf - het is immers een bewuste schending van zijn plicht als opsporingsambtenaar om zorgvuldig, eerlijk en voortvarend met burgerverzoeken en -eigendommen om te gaan. In feite kan dit gekwalificeerd worden als verduistering in dienstbetrekking (art. 359 Sr) voor zover hij mijn eigendom niet wilde teruggeven, en als dienstweigering/machtsmisbruik voor zover hij zijn positie gebruikte om mij te dwarsbomen. Dergelijk handelen valt niet te rijmen met zijn verantwoordelijkheid als politiefunctionaris.
2.7 Structurele weigering van toegang en dienstverlening Gedurende het gehele tijdsbestek van circa 16 uur ben ik stelselmatig aan het lijntje gehouden en praktisch buitengesloten. Telkens als ik (ook 's nachts) opnieuw bij de
deur van het politiebureau klopte of mij meldde, werd er niet gereageerd. Ik werd als het ware gedwongen in de kou te blijven staan terwijl andere burgers wel toegang werd verschaft, zonder enige vorm van opvang of antwoord, terwijl men allang in het bezit was van de akte en eigendom die voor mij bestemd waren. Ik moest een lange afstand afleggen om bij de locatie te wezen, en ik moest namelijk locatie verlaten
zonder iets mee te hebben gekregen wat dus buiten gewoon krankzinnig is. Bovendien heeft deze gang van zaken mij genoodzaakt tweemaal een reis te maken (vanuit mijn woonplaats opnieuw naar het bureau) met extra kosten en moeite, omdat men weigerde alles in één keer op te lossen. Dit alles duidt op een opzettelijke belemmering van mijn recht op een behoorlijke behandeling. Als burger heb ik het recht op toegang tot overheidsinstanties en op teruggave van mijn eigendom binnen redelijke termijn. Door mij zo lang te laten wachten en mij feitelijk de toegang te ontzeggen tot een correcte klacht-/aangifteafhandeling, heeft de politie mijn rechten ernstig geschonden. Ik voelde mij van het kastje naar de muur gestuurd en uiteindelijk gedwongen te vertrekken zonder dat mijn zaken volledig waren afgehandeld.
Erkenning van patroon: Uit het bovenstaande feitenrelaas komt een duidelijk patroon van machtsmisbruik en obstructie naar voren. In plaats van mij als burger netjes te helpen conform hun plicht, hebben meerdere ambtenaren gecoördineerd of althans achtereenvolgens mijn aangifte gefrustreerd, mijn eigendom achtergehouden/verduisterd, mij geïntimideerd en mishandeld, en het proces zo lang mogelijk gerekt. Dit is een uitzonderlijk ernstige gang van zaken die niet in een rechtsstaat thuishoort - zeker niet binnen het korps dat de wet zou moeten handhaven. 3. Strafbare feiten en wettelijke kwalificaties Gelet op het bovenstaande relaas, stel ik dat de volgende strafbare feiten zijn gepleegd door de betreffende politiefunctionarissen, ieder in hun eigen rol en aandeel:
•
Verduistering/diefstal door ambtenaar (ambtelijke verduistering) - Strafbaar gesteld in art. 359 Wetboek van Strafrecht (jo. art. 322 Sr). Dit heeft plaatsgevonden bij het onrechtmatig achterhouden/afgeven van mijn laptop aan derden, terwijl dit een goed is dat onder beheer van de politie stond. Ook het bewust achterhouden van de akte van afgifte valt hieronder als onderdeel van het wederrechtelijk onttrekken van mijn eigendom aan mij.
•
Ambtsmisdrijven algemeen (misbruik van functie, machtsmisbruik) - Titel XXVIII Sr, met name art. 365 Sr (misbruik van gezag door een ambtenaar om iemand iets te doen of laten). De politieambtenaren hebben hun gezag misbruikt door mij te dwingen af te zien van mijn rechten (dreiging met arrestatie, fysiek verwijderen, weigeren aangifte op te nemen). Eveneens is er mogelijk sprake van schending van art. 368 Sr (onrechtmatige vrijheidsberoving door een ambtenaar) gezien het feit dat ik zonder grond fysiek werd vastgegrepen en buitengezet.
•
Belemmering van de rechtsgang / weigering dienstverlening - Het stelselmatig weigeren om mijn aangifte te ontvangen en mijn klacht te behandelen vormt
een belemmering van de rechtsgang. Formeel kan dit gekwalificeerd worden als overtreding van art. 184 Sr (niet voldoen aan een bevel of vordering van het bevoegd gezag) maar hier juist toegepast op de ambtenaar: zij hebben niet voldaan aan hun wettelijke plicht om een aangifte op te nemen. Daarnaast is door het handelen van de agenten mijn recht om een strafvervolging in gang te laten zetten gefrustreerd.
•
Vernietigen/achterhouden van bewijsmateriaal - Het opzettelijk achterhouden en verbergen van de akte van afgifte (of mogelijk vernietigen van registraties omtrent de inbeslagname en teruggave) is strafbaar onder art. 189 Sr (begunstiging, verhullen van sporen van een misdrijf) dan wel art. 361 Sr (voor ambtenaren: verduistering van bewijsstukken bestemd voor de rechterlijke macht). Dit betreft het handelen van die politiemedewerkers die mijn laptop onrechtmatig hebben afgestaan en de administratieve vastlegging daarvan hebben verzwegen.
•
Mishandeling - Art. 300 Sr. De zes agenten die mij fysiek hebben beetgepakt en uit het bureau hebben gedragen, hebben geweld tegen mijn lichaam gebruikt zonder rechtvaardiging. Dat is een vorm van mishandeling (ook al heeft het wellicht geen ernstig letsel achtergelaten, is elke vorm van ongewild en onrechtmatig lichamelijk geweld strafbaar).
•
Bedreiging en dwang - Art. 285 Sr (bedreiging) en art. 284 Sr (dwang). De uitlatingen waarin gedreigd werd met mijn aanhouding zonder aanleiding kwalificeren als bedreiging c.q. wederrechtelijke dwang. Ik werd immers door dreigementen gedwongen iets te dulden of na te laten (namelijk: vertrekken en mijn recht op aangifte opgeven). Dit is op audio vastgelegd.
•
Onrechtmatige vrijheidsbeperking - Naast de mishandeling kan het fysiek verwijderen en tegenhouden bij de politiebalie opgevat worden als wederrechtelijke vrijheidsberoving of -beperking. Hoewel van een formele arrestatie geen sprake was, werd mij wel met geweld de toegang ontzegd tot een openbare overheidsvoorziening en kon ik gedurende die tijd mijn rechten niet vrij uitoefenen. Dit druist in tegen art. 282 Sr (wederrechtelijke vrijheidsberoving) of in elk geval als verzwarende omstandigheid bij het ambtsmisbruik.
Elke genoemde gedraging is op zichzelf al strafbaar; in samenhang en gepleegd door opsporingsambtenaren maken ze het des te ernstiger. Politieambtenaren dienen de wet te handhaven, niet zelf te overtreden. Hier is echter sprake van een scala aan misdrijven gepleegd door degenen in functie, wat kwalificeert als ambtscriminaliteit van de hoogste orde.
4. Schending van fundamentele rechten (EVRM) Naast de schending van nationale wetgeving hebben de beschreven handelingen ook geleid tot inbreuken op mijn grondrechten zoals beschermd door het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) en aanverwante protocollen:
•
Artikel 6 EVRM - Recht op een eerlijk proces en toegang tot de rechter: Door mij stelselmatig te beletten aangifte te doen en mijn zaak bij een onafhankelijke instantie (ultimately de rechter) te brengen, is mijn recht op toegang tot een effectieve rechtsgang aangetast. Artikel 6 EVRM garandeert eenieder het recht om zijn zaak door een rechter te laten horen; de politie heeft in feite verhinderd dat mijn zaak überhaupt op gang kon komen, hetgeen een schending van dit recht inhoudt.
•
Artikel 8 EVRM - Recht op eerbiediging van privéleven: Mijn laptop bevat (naast dat het mijn eigendom is) vertrouwelijke en persoonlijke gegevens. Door deze zonder mijn toestemming of medeweten aan derden af te geven (c.q. kwijt te maken) en mij langdurig in onzekerheid te laten verkeren hierover, is mijn recht op privacy en bescherming van mijn persoonlijke levenssfeer geschonden. De staat heeft de positieve verplichting om mijn persoonsgegevens en privacy te bewaken; hier heeft een overheidsorgaan juist zelf voor aantasting daarvan gezorgd.
•
Artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM - Recht op ongestoord genot van eigendom: Een laptop valt onder mijn eigendom dat door het EVRM wordt beschermd. Het feit dat de politie mijn eigendom niet retourneert maar aan een ander afgeeft, dan wel zodanig handelt dat ik het gebruik ervan langdurig kwijt ben, vormt een inbreuk op mijn eigendomsrecht. Dit had alleen gekund “behoudens het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien bij de wet”, waarvan in dit geval geen sprake is - integendeel, de afgifte was onrechtmatig. Mijn recht op ongestoord genot van mijn bezit is hiermee geschonden.
Juridische inkadering 1. Medeplegen door nalaten (art. 47 Sr jo. 355/365 Sr)
•
Agenten die jou herhaaldelijk zagen staan voor het bureau, in de wetenschap dat jij toegang vroeg tot je eigendom en recht op aangifte, maar niets deden, zijn mede verantwoordelijk.
•
Hun nalaten was niet neutraal, maar gebeurde in functie en in het bewustzijn dat jij rechten werden onthouden.
2. Schuldig nalaten door ambtenaar (art. 355 Sr)
•
Een ambtenaar die bewust nalaat te handelen waar dat zijn plicht is (bijv. hulp verlenen, melding maken, recht op aangifte waarborgen) pleegt een ambtsmisdrijf.
•
Hier was sprake van een duidelijke meldings- en handelingsplicht: agenten zagen jou staan, surveillancewagens passeerden, cameratoezicht registreerde jouw aanwezigheid.
3. Collectieve verantwoordelijkheid / politiecultuur
•
Dat niemand ingreep wijst op een gedoogcultuur binnen het korps.
•
Juridisch valt dit onder systematisch plichtsverzuim, waarvoor niet alleen de individuele agenten, maar ook de leiding (teamchef, korpschef) verantwoordelijk is.
Verantwoordelijken Daarnaast is relevant dat gedurende de ruim 16 uur dat ik voor het politiebureau verbleef, meerdere politievoertuigen passeerden en agenten mij meermaals zagen staan. Tevens staat op camerabeelden vast dat ik voortdurend aanwezig was. Geen van deze ambtenaren heeft echter ingegrepen, navraag gedaan of mij geholpen, ondanks hun wettelijke plicht daartoe. Dit structurele nalaten toont aan dat er sprake is van een breed gedragen cultuur binnen dit bureau/korps waarin het recht van de burger stelselmatig wordt genegeerd. Dit maakt niet alleen de direct betrokken rechercheur en teamleider strafbaar, maar ook alle agenten die mij zagen en desondanks nalieten te handelen of melding te maken. Juridisch kwalificeert dit als medeplegen door nalaten (art. 47 Sr) en als ambtsmisdrijf wegens schuldig nalaten (art. 355 Sr). Het feit dat camera's en surveillerende collega's mijn aanwezigheid registreerden zonder enige reactie, versterkt de conclusie dat dit geen incident maar een geïnstitutionaliseerd patroon van misbruik en plichtsverzuim betreft.
1. Schending art. 6 EVRM - Recht op een eerlijk proces
•
Mijn laptop bevatte cruciale bestanden en bewijsstukken die jij nodig hebt voor mijn strafzaak en verdediging.
•
Door deze laptop kwijt te maken of onrechtmatig af te geven aan derden, heeft de politie jou bewust belemmerd in de mogelijkheid om mijn zaak goed te verdedigen.
•
Dit is een directe schending van art. 6 lid 1 EVRM (recht op een eerlijk proces, equality of arms).
2. Vernietiging / ontnemen van ontlastend bewijs
•
Het wegnemen, achterhouden of vernietigen van bewijs dat ontlastend kan zijn voor een verdachte, kan juridisch gezien worden als schending van het verdedigingsbelang.
•
Nationaal: dit is strafbaar onder art. 189 Sr (verbergen of onbruikbaar maken van bewijs).
•
Internationaal: dit kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM of schuldigverklaring van de Staat door het EHRM, omdat de verdediging is benadeeld.
3. Misbruik van machtspositie
•
Omdat dit door politie/OM zelf is gebeurd, gaat het niet om een private fout, maar om machtsmisbruik door het gezag dat juist jouw rechten moet waarborgen.
•
Dit maakt de schending nog ernstiger en structureel, en roept vragen op over de betrouwbaarheid van de strafrechtspleging in jouw zaak.
Formulering voor in mijn aangifte (aanvulling §3 en §4) Voorts wijs ik erop dat de vermiste laptop direct bewijs bevat dat noodzakelijk is voor mijn verdediging in een lopende strafzaak. Door het handelen van de politie ben ik dit bewijsmateriaal verloren en is mijn mogelijkheid tot een eerlijk proces ernstig geschaad. Dit is een flagrante schending van artikel 6 EVRM (recht op een eerlijk proces, equality of arms) en vormt bovendien het strafbare achterhouden/vernietigen van bewijsmateriaal (art. 189 Sr). De politie heeft daarmee niet enkel mijn eigendomsrechten, maar ook mijn procesrechten ondermijnd.
Deze mensenrechtenschendingen onderstrepen de ernst van de kwestie. Waar de Nederlandse overheid (waaronder politie en justitie) juist de taak heeft de rechten van burgers te beschermen, hebben de betrokken ambtenaren in mijn geval actief mijn basisrechten met voeten getreden. Dit is niet alleen nationaal onrechtmatig, maar vormt ook een schending van internationale verplichtingen van de Staat der Nederlanden.
5. Verantwoordelijken / Verdachten Uit mijn relaas blijken de volgende personen (voor zover bij mij bekend) direct betrokken te zijn geweest bij de genoemde strafbare handelingen en misdragingen:
•
Rechercheur ? ? - De rechercheur (voornaam , achternaam onbekend) die belast was met de teruggave van mijn laptop. Hij heeft cruciale stukken (zoals de akte van afgifte) bewust achtergehouden, heeft mij aan het lijntje gehouden en pas na inmenging van een meerdere de stukken overhandigd. Mogelijk heeft hij ook de laptop onrechtmatig aan een derde verstrekt of dit in ieder geval toegelaten. Zijn handelen valt onder ambtelijke verduistering, achterhouden van bewijsstukken en ambtsmisbruik.
•
Dienstdoende teamleider / hulpofficier van justitie - De politiefunctionaris die op dat moment leiding gaf in het bureau en die op de hoogte was (of had moeten zijn) van mijn verzoek om aangifte/klacht. Deze persoon heeft nagelaten in te grijpen en heeft kennelijk toegestaan dat zijn ondergeschikten mijn aangifte weigerden en mij verwijderden. Dit duidt op medeverantwoordelijkheid en mogelijk het geven van de instructie daartoe. Als meerdere in functie rustte op hem/haar de plicht toe te zien op correcte gang van zaken, wat hier is gefaald.
•
Zes onbekende politieagenten (uniformed) - De zes agenten die mij fysiek
hebben opgepakt en uit het bureau verwijderd. Zij zijn direct schuldig aan (medeplegen van) mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsbeperking. Daarnaast hebben sommigen van hen geweigerd zich te identificeren en mij bedreigd met aanhouding, wat bijdraagt aan hun individuele strafbaarheid (dwang, ambtsmisbruik).
•
Eindverantwoordelijke Korpschef - Als hoogste leidinggevende van het politiecorps in deze eenheid is de korpschef uiteindelijk verantwoordelijk voor het beleid en de cultuur die zulke incidenten mogelijk hebben gemaakt. Wellicht was de korpschef niet direct aanwezig, maar gezien de ernst van de ambtsmisdrijven verzoek ik expliciet ook zijn rol te laten onderzoeken door de Rijksrecherche. Bij structurele misstanden kan de schuld namelijk (deels) liggen bij gebrekkig toezicht of aansturing vanuit de top.
Bovengenoemde personen zijn allen (mede-)verantwoordelijk voor (onderdelen van) de ten laste gelegde feiten. Voor zover hun identiteiten niet volledig bij naam bekend zijn bij mij, zouden zij gemakkelijk achterhaald moeten kunnen worden via dienstroosters, camerabeelden en logboeken van het politiebureau Dordrecht op 20/21 augustus 2025. 6. Verzoek aan het Openbaar Ministerie Gelet op al het bovenstaande verzoek ik u dringend om passende jur dische stappen te
ondernemen. Concreet verzoek ik: 1. Opname en registratie van deze aangifte: Ik verzoek dat deze schriftelijke aangifte formeel wordt geregistreerd in de systemen van politie/OM en dat ik
een proces-verbaalnummer of aangiftenummer ontvang als bevestiging van de
ontvangst.
2. Onafhankelijk onderzoek (Rijksrecherche): Gezien het feit dat de verdachten in deze kwestie zelf politieambtenaren zijn, verzoek ik dat de Rijksrecherche wordt
belast met het onderzoek. Dit om objectiviteit en onafhankelijkheid te waarborgen. Het onderzoek dient zich te richten op de genoemde rechercheur ? ?, de dienstdoende teamleider/hulpoffic er, de zes betrokken agenten, én de rol van de korpschef in deze kwestie. 3. Strafrechtelijke vervolging: Ik verzoek dat tegen alle betrokken verdachten vervolging wordt ingesteld voor de door hen gepleegde strafbare feiten,
waaronder maar niet beperkt tot de artikelen genoemd onder punt 3 (ambtsmisdrijven, mishandeling, verduistering, etc.). Het ernstig karakter van de feiten en het geschokte vertrouwen in de rechtsorde rechtvaardigen een strenge strafrechtelijke aanpak. 4. Terugbezorgen eigendom en herstel: Ik verzoek tevens zo spoedig mogelijk teruggave van mijn laptop (indien deze nog binnen de invloedssfeer van
politie/OM is te achterhalen) of anderszins compensatie voor het verlies daarvan. Eveneens wens ik afschrift te ontvangen van alle relevante stukken (bijv. de akte van afgifte, logboekgegevens van inbeslagname/afgifte) voor mijn eigen administratie en eventueel civiele stappen. En indien een kopie is gemaakt van mijn opslag, graag deze met spoed te doen ontvangen 5. Informeren over voortgang: Tot slot verzoek ik u mij conform de wettelijke
termijnen op de hoogte te houden van de voortgang. Hieronder valt ten minste een bevestiging van ontvangst van deze aangifte, en informatie over eventuele besluiten om (niet) tot vervolging over te gaan. In het geval van een sepot of niet-vervolgen wens ik hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld zodat ik zo nodig gebruik kan maken van mijn rechten (zoals het indienen van een artikel 12 Sv-klacht bij het Gerechtshof).
1. Politiewet 2012 - driehoeksoverleg o
Art. 13 Politiewet 2012 verplicht tot samenwerking in de zogeheten driehoek: burgemeester, hoofdofficier van justitie en politiechef.
o
Zij zijn samen verantwoordelijk voor het handhaven van de rechtsorde,
het gezag over de politie en de naleving van grondrechten. 2. Zorgplicht en preventieplicht o
Het is niet genoeg dat het OM en de Rijksrecherche achteraf onderzoek doen: de driehoek moet ook vooraf maatregelen treffen om herhaling te voorkomen.
o
Denk aan training, toezicht, disciplinair optreden en transparantie.
3. Vertrouwen in de rechtsstaat o
Omdat hier sprake is van systematisch optreden (16 uur weigering, meerdere agenten betrokken, nalatigheid van surveillerende politie en cameratoezicht), kan dit niet als incident worden weggezet.
o
De driehoek moet waarborgen geven dat de politie haar wettelijke taken correct uitvoert en burgers niet nogmaals zo worden behandeld.
Tot slot wijs ik op de verantwoordelijkheid van de veiligheidsdriehoek (burgemeester, hoofdofficier van justitie en politiechef). Deze driehoek is wettelijk belast met het toezicht op het functioneren van de politie. Ik verzoek hen dan ook om niet alleen onderzoek en vervolging te initiëren, maar ook om structurele waarborgen te treffen die garanderen dat burgers nooit meer geconfronteerd worden met:
•
het weigeren van aangiftes,
•
het onrechtmatig onthouden van eigendommen,
•
intimidatie en mishandeling door politie,
•
en een cultuur van nalaten en wegkijken.
De Staat heeft een positieve verplichting (EVRM, Politiewet 2012) om mijn rechten te beschermen en herhaling van dit soort misdrijven te voorkomen. Ik verwacht daarom dat de driehoek passende maatregelen treft - zowel disciplinair als beleidsmatig - en mij daarvan schriftelijk in kennis stelt.
Conclusie:
De hierboven geschetste gebeurtenissen zijn voor mij als burger én als studentenvertegenwoordiger uiterst schokkend. In plaats van mij als slachtoffer/benadeelde te helpen, hebben de betrokken politieambtenaren hun macht misbruikt om mij tegen te werken, te intimideren en mijn eigendommen te onthouden. Dit is volstrekt onacceptabel. Dergelijk gedrag van wetsdienaren ondermijnt de fundamenten van onze rechtsstaat en het vertrouwen dat burgers in de autoriteiten moeten kunnen hebben. Ik verwacht dan ook niets minder dan dat deze aangifte serieus wordt opgepakt en dat er gepaste actie wordt ondernomen tegen de verantwoordelijken. Ik stel mij beschikbaar voor het verstrekken van nadere informatie of toelichting, en ik kan desgewenst bewijsmateriaal overleggen (audio-opnames van de dreigementen, video van de fysieke verwijdering, alsmede getuigenverklaringen van derden die via
livestream hebben meegekeken). U kunt contact met mij opnemen via de bij u bekende contactgegevens voor het maken van een afspraak of het stellen van nadere vragen. Bij voorbaat dank voor de behandeling van mijn zaak. Graag zie ik uw bevestiging van
ontvangst en verdere berichtgeving tegemoet.
Bijlagen / Bewijsstukken bij aangifte 1. Videobewijs (Tiktok: Dakloosmaarnietkansloos)
•
TikTok livestream (±300 getuigen) - Beelden waarop te zien is dat meerdere agenten weigeren hun dienstnummer te geven, en dat ik stelselmatig voor de deur van het politiebureau sta zonder geholpen te worden.
•
Videobeelden fysieke verwijdering - Opname waarop duidelijk zichtbaar is hoe ik door zes agenten word vastgepakt, opgetild en uit het bureau gezet.
2. Audiobewijs (Tiktok: Dakloosmaarnietkansloos)
•
Audio-opname bedreiging met aanhouding - Opname waarin de leidinggevende hoorbaar zegt dat ik zal worden aangehouden, zonder geldige reden.
•
Audio-opname weigering aangifte - Gesprek waarin ik duidelijk aangeef aangifte te willen doen en dit wordt geweigerd door de politie.
3. Schriftelijke stukken
•
Akte van afgifte laptop - Document dat pas later is verstrekt, waaruit blijkt dat mijn laptop niet door mij persoonlijk in ontvangst is genomen.
•
Instructie van het Openbaar Ministerie Advocaat (brief/bericht) - Waarin duidelijk staat dat ik mijn goederen zelf mocht ophalen op vertoon van mijn identiteitsbewijs.
•
Eigen aantekeningen / tijdlijn - Gedetailleerde notities van de gebeurtenissen
tussen 20
uur en 21 augustus 08:45 uur.
4. Digitale en externe bronnen
•
Cameratoezicht politiebureau - Beelden waarop te zien is dat ik langdurig voor de deur heb gestaan (officieel op te vragen door OM/Rijksrecherche).
•
AD-artikel (21 augustus 2025) - Waarin wordt vermeld dat de akte uiteindelijk wel bestond en aan mij is verstrekt.
•
Social media reacties - Screenshots van reacties van de ±300 online getuigen die het live meekeken.
Hoogachtend,
- Onderzoekjournalist