11. Vooronderzoek Conventionele Explosieven Tussen de sporen 't Oog H-G .pdf
Tekst van het document
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
KENMERK:
BB18-140-01 (DEFINITIEF)
BETREFT:
VOORONDERZOEK CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
PROJECT:
TUSSEN DE SPOREN/’T OOG HARDINXVELD-GIESSENDAM 1
OPDRACHTGEVER:
GEMEENTE HARDINXVELD-GIESSENDAM
BB18-140-01
Documentcode: Aantal pagina’s: Datum: Status:
Vooronderzoek CE
BB18-140-01 72 15-07-2019 Definitief
BeoBOM Bezoekadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam Postadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam T: E:
+31 (0)10-8202920 info@beobom.nl
KVK: 61002046 BTW: NL 08541.59.587.B01
Afbeelding voorzijde: Enkele bevrijders met een jeep voor de ingang van het gemeentehuis van Hardinxveld-Giessendam, thans kantoor van BeoBOM. Bron afbeelding: Ruiter, F. de en K. de Ruiter, Hardinxveld en Giessendam tijdens de hongerwinter (Gorinchem 1985), p.44.
2
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Inhoud Managementsamenvatting ................................................................................................................... 5 Inleiding .................................................................................................................................................. 6 1. Algemeen............................................................................................................................................. 7 Aanleiding ........................................................................................................................................... 7 Begrenzing projectgebied ................................................................................................................. 8 Doel ..................................................................................................................................................... 9 Terminologie....................................................................................................................................... 9 Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) ............................. 11 2. Inventarisatie bronnenmateriaal .....................................................................................................
12 Algemeen .......................................................................................................................................... 12 Literatuur .......................................................................................................................................... 12 Gemeentelijk en provinciaal archief ................................................................................................ 13 Nationaal Archief Den Haag (NA) .................................................................................................... 15 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) ............................................................. 17 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 .................................................... 18 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden .......................................... 18 Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD ....................................................... 18 Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives ................................................................................................. 18 Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) ......................................................
23 Eerder uitgevoerde vooronderzoeken ........................................................................................... 23 National Archives, Kew, Surrey ....................................................................................................... 26 Overige bronnen .............................................................................................................................. 27 3. Bronnenanalyse ................................................................................................................................ 28 Algemeen .......................................................................................................................................... 28 Resultaten archief- en literatuuronderzoek ................................................................................... 28 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 .................................................... 48 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden .......................................... 48 Collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten EODD ........................................................... 50 4. Luchtfotoanalyse..............................................................................................................................
50 Algemeen .......................................................................................................................................... 50 Resultaat luchtfotoanalyse .............................................................................................................. 51 5. Landschapsanalyse ........................................................................................................................... 56 Algemeen .......................................................................................................................................... 56 Naoorlogse bodemroerende werkzaamheden .............................................................................. 56 Resultaat vergelijking ....................................................................................................................... 59 Hoogteverschillen ............................................................................................................................ 59 3
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
6. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal .................................................................................. 61 Algemeen .......................................................................................................................................... 61 Indicaties ........................................................................................................................................... 61 Contra-indicaties............................................................................................................................... 61 Leemten in de kennis ....................................................................................................................... 62 Mogelijk aan te treffen (sub)soorten CE......................................................................................... 62 Horizontale afbakening verdacht gebied ....................................................................................... 63 Verticale afbakening verdacht gebied ............................................................................................ 66 Conclusie en aanbevelingen ................................................................................................................ 70 Bijlage 1. BB18-140-OT-01 INVENTARISATIEKAART .............................................................................
71 Bijlage 2. BB18-140-OT-02 BODEMBELASTINGKAART ........................................................................ 72
4
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Managementsamenvatting In het kader van het project bedrijventerrein Tussen de Sporen ’t Oog te Hardinxveld staan verschillende werkzaamheden gepland. Om deze te kunnen realiseren, zullen bodemroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (hierna: CE) te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (hierna: WSCS-OCE). Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Hardinxveld-Giessendam, zoals getoond in dit vooronderzoek. Verdacht gebied afwerpmunitie, 1.000 en 500 lb, Brits Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal is gebleken dat als gevolg van een tweetal door geallieerde jachtbommenwerpers uitgevoerde bombardementen (29 januari en 6 februari 1945) mogelijk CE in het projectgebied zijn achtergebleven.
Het gaat hierbij om afwerpmunitie in de vorm van maximaal 1.000 lb (Brits) welke kunnen worden verwacht tot een diepte van maximaal 13,66m-MV, oftewel 14,50m-NAP; Verdacht gebied afwerpmunitie, 1.000 lb, Brits Tevens is sprake van een verdacht gebied waarbinnen alléén afwerpmunitie van 1.000 lb kan zijn achtergebleven. Op deze locatie is, voor zover aantoonbaar, sprake van het achterblijven van slechts één blindganger van dit gewicht, die mogelijk kan worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 13,66m-MV, oftewel 14,50m-NAP. Advies Daar waar binnen verdacht gebied bodemroerende werkzaamheden plaatsvinden, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek kan bijvoorbeeld bestaan uit een opsporingsproces. De mate waarin het verdachte gebied invloed heeft op de voorgenomen werkzaamheden kan op basis van de beschikbare informatie niet met zekerheid worden vastgesteld, met als reden dat de voorgenomen werkzaamheden nog niet exact bekend zijn. BeoBOM adviseert, zodra meer informatie over de precieze werkzaamheden bekend is, te inventariseren welke vervolgmaatregelen benodigd zijn. N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd.
Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.
5
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Inleiding Projectnaam:
Vooronderzoek Conventionele Explosieven Hardinxveld-Giessendam
Project:
Tussen de sporen/’t Oog Hardinxveld-Giessendam
Opdrachtgever:
Gemeente Hardinxveld-Giessendam
Projectadres:
Hardinxveld-Giessendam
Besteknr./opdrachtnr.
BB18-140
Werkomschrijving:
Uitvoering vooronderzoek Conventionele Explosieven en samenstellen CE bodembelastingkaart conform het WSCS-OCE
Doelstelling:
Uitvoering vooronderzoek CE
Uitvoerder
BeoBOM
Autorisatie rapportage en bodembelastingkaart: Dhr. F.G.J. Barink, adviseur, senior OCE-deskundige
Auteurs:
CE-bodembelastingkaart:
drs. dhr. J. Rotteveel Historicus
drs. dhr. J. Rotteveel
drs. dhr. M. Zantingh Historicus
6
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
1. Algemeen Aanleiding In het kader van het project bedrijventerrein Tussen de Sporen ’t Oog te Hardinxveld staan verschillende werkzaamheden gepland. Om deze te kunnen realiseren, zullen bodemroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven CE te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het WSCS-OCE. Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Hardinxveld-Giessendam, zoals getoond in dit vooronderzoek.
7
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Begrenzing projectgebied Het projectgebied is begrensd op basis van de door opdrachtgever verstrekte gegevens en de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN). Onderstaande figuren tonen het projectgebied op drie verschillende zoom-niveaus. Alle afbeeldingen waarop het projectgebied te zien zijn, zijn noord-zuid georiënteerd. Aan enkele afbeeldingen in voorliggend rapport is een schaallat toegevoegd. Dit is gedaan om ook bij uitsneden de afstanden goed te kunnen inschatten. Tevens is een noordpijl toegevoegd aan de afbeeldingen waarbij dit als wenselijk wordt gezien.
Figuur 1. De begrenzing van het projectgebied (groen) te Hardinxveld-GIessendam in drie overzichtsniveaus. Bron satellietbeeld: World Imagery/Google.
8
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Figuur 2. De ligging van het projectgebied ten opzichte van de voormalige gemeenten Hardinxveld (blauw) en Giessendam (rood) van 1817 tot 1 januari 1957. Op deze datum werden Hardinxveld en Giessendam samengevoegd als Hardinxveld-Giessendam. Bron: gemeentegeschiedenis.nl
Vanwege de ligging van het projectgebied is het noodzakelijk gebleken behalve het archief van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (vanaf 1957) de afzonderlijke archieven van de gemeenten Hardinxveld en Giessendam te raadplegen. Zie het onderdeel: Inventarisatie bronnenmateriaal. Doel Het doel van het vooronderzoek CE is om: vast te stellen of er indicaties dan wel contra-indicaties bestaan voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied; indien er indicaties bestaan voor de aanwezigheid van CE, vast te stellen welke (sub)soorten er kunnen worden aangetroffen; op basis van luchtfoto-interpretatie de mogelijke locaties van achtergebleven CE zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen; het verdachte gebied in de horizontale en in verticale dimensie af te bakenen; een rapportage en bijbehorende CE bodembelastingkaart samen te stellen.
Terminologie Voor het opstellen van vooronderzoeken wordt voor alle CE-gerelateerde werkvlakken een vijftal gebieden onderscheiden. Voor de verduidelijking wordt dit onderscheid in onderstaande diagram weergegeven:
9
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Projectgebied – gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied dat tijdens het vooronderzoek onderzocht is. Het WSCS-OCE schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen, om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien. Ten behoeve van ieder vooronderzoek wordt onderzocht op geografische relevante na(a)m(en), dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijv. straat-, buurtschap-, plaats-, gemeente- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen. De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en derhalve mogelijk relevant zijn, worden vervolgens gerapporteerd in het vooronderzoek. Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op (de directe) omgeving van het projectgebied.
Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie als Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied – gebied waarin mogelijk CE aangetroffen kunnen worden. De totstandkoming wordt bepaald in hoofdstuk 6 (indien van toepassing). Opsporingsgebied – gebied waar het verdachte gebied en het projectgebied elkaar overlappen. Indien er sprake is van een opsporingsgebied, dienen aanvullende maatregelen genomen te worden. Deze aanvullende maatregelen kunnen bestaan uit een opsporingsproces, maar ook uit aanvullend bureau-onderzoek of overige beheersmaatregelen. Onverdacht gebied - de op de CE bodembelastingkaart niet als ‘verdacht gebied’ aangeduide locaties kunnen worden beschouwd als onverdacht gebied. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van CE.
10
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Figuur 3. Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.
Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) In de praktijk wordt vaak de term NGE (Niet Gesprongen Explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang met CE (conventionele explosieven). NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. Voorliggend document heeft slechts betrekking op CE, ofwel (fabrieksmatig geproduceerde) explosieven, niet zijnde geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch, die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en waarop de richtlijnen van het WSCSOCE van toepassing zijn. Binnen deze definitie vallen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; wapens of onderdelen daarvan.
11
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
2. Inventarisatie bronnenmateriaal Algemeen Voor dit vooronderzoek CE is een inventarisatie opgesteld van de bronnen die door BeoBOM worden geraadpleegd. Onderstaande tabel toont de geraadpleegde bronnen. Bron Literatuur Gemeentelijk of provinciaal archief Nationaal Archief Den Haag Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie (NIOD) Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Nederlands Instituut voor militaire historie (NIMH) Luchtfotocollectie Bibliotheek Universiteit Wageningen Luchtfotocollectie Topografische Dienst/Kadaster Zwolle (TOPOD) Luchtfotocollectie Aerial Reconnaissance Archives (TARA) The National Archives (TNA) Londen Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) Getuigenverslagen
Verplicht (WSCS-OCE) √ √
Aanvullend
Geraadpleegd
√ √
√ √ √ √
√
√ √
√
√
√
√
√ √
√
√ √ √
√ √ √
√
Literatuur Onderstaande literatuur is geraadpleegd ten behoeve van voorliggend vooronderzoek. Hierbij dient vermeld te worden dat er zowel titels op macro- als op microniveau zijn geraadpleegd. De titels op macroniveau behandelen de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in een breder perspectief, terwijl de werken op microniveau zich toespitsen op een specifieke streek of plaats. Het dient vermeld te worden dat het werk van dhr. Eversteijn met de nodige terughoudendheid wordt gebruikt tijdens het opstellen van het overzicht met oorlogshandelingen. Reeds meerdere malen is gebleken dat dit werk gebeurtenissen foutief heeft genoteerd, waarbij vergissingen in jaartallen, plaatsen en afgeworpen bommenlasten en dergelijke geen uitzonderingen zijn. Dat wil niet zeggen dat het werk per definitie onbetrouwbaar is als bron, echter dient er ten allen tijde een tweede bron gevonden te worden bij gebeurtenissen aangehaald in dit werk. In veel gevallen blijkt het werk van dhr. Eversteijn wel degelijk correct. Het niet gebruiken van dit werk dient derhalve als een gemis te worden beschouwd. Het belang van een tweede bron geldt overigens ook voor de andere
12
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
werken: er wordt gestreefd naar minimaal één aanvullende bron per genoteerde gebeurtenis. Afwezigheid van een tweede bron en inschatting van de betrouwbaarheid van de gebruikte bronnen wordt in dit rapport tevens weergegeven. Amersfoort, H. en Kamphuis, P., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s-Gravenhage 2012). Büro Immekus, Militärische Anlagen in historischen Luftbildern. Ein Leitfaden für die Luftbildauswertung. Kriegsschäden, Bomben-trichter, Blindgänger und Sonstiges (2011). Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011). EXPLOAD, Informatiebundel IB-14021-1. Aanvallen met jachtbommenwerpers, tactieken en nauwkeurigheid/spreiding van inslagen (2014). Huurman, C., Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939 - 1945 (Eindhoven 2001). Klep, Christ en Ben Schoenmaker (red.), Bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (’s Gravenhage 1995). Koppel, A. De Waard in oorlogstijd. De Alblasserwaard tussen ’40 en ’40 (3 dln. Alblasserdam 1983). Korthals-Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940 – 1945 (Wormer 1984). Mahnro, J. en Ron Pütz, Bodenplatte. The Luftwaffe’s Last Hope (Mechanicsburg, PA 2004). Meijers, A., Offset vliegtuigbommen versie 9. Middlebrook, M. en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries.
An operational reference book 1939-1945 (Surrey 2011). Ruiter, F. de en K. de Ruiter, Hardinxveld en Giessendam tijdens de hongerwinter: de geschiedenis van onze dorpen in de jaren 1944 en 1945 (Gorinchem 1985). Verdonk, J.C. Herinneringen aan Oorlogstijd (Hardinxveld-Giessendam 1990). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.). Gemeentelijk en provinciaal archief Ten behoeve van dit vooronderzoek is een aantal archiefstukken geïnventariseerd en geanalyseerd. In het Regionaal Archief Dordrecht zijn diverse stukken met betrekking tot de gemeenten Hardinxveld en Giessendam geïnventariseerd en geraadpleegd. Tevens zijn, zoals verderop in deze rapportage is omschreven, de stukken uit het provinciaal archief, ondergebracht in het Nationaal
13
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Archief te Den Haag, geraadpleegd. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. Indien er staat aangegeven dat een dossier als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contra-indicaties1 kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving die verder niets zeggen over de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. In dat geval staat de precieze reden vermeld. Indien relevant, is de gevonden informatie weergegeven in de tabel met oorlogshandelingen, verderop in deze rapportage. Regionaal Historisch Centrum Dordrecht 647 Gemeente Giessendam Toeg.nr 647
Inv.nr 988
Omschrijving Schaderapporten gemeentelijk bezit
990
Rapporten van schade aan wegen/bruggen
992
Wederopbouwplan
1042
Stukken luchtbeschermingsdienst
1048
Dossiers rapportages van bombardementen
1407
Afschrift van de brief van de wachtmeester van de Marechaussee Gewest Rotterdam, groep Harxinveld Processen-verbaal, opgemaakt door de Marechaussee Gewest Rotterdam, groep Hardinxveld
1408
Relevant Nee, geen betrekking op CE of het projectgebied Nee, geen betrekking op CE of het projectgebied Nee, geen betrekking op CE of het projectgebied Nee, geen betrekking op CE of het projectgebied Nee, geen betrekking op CE of het projectgebied Nee, geen betrekking op het projectgebied. Nee, geen betrekking op het projectgebied.
648 Gemeente Hardinxveld Toeg.nr 648
Inv.nr 1136
1588
Omschrijving Rapporten, opgemaakt door de burgemeester, van de organisatie van de Rijkspolitie en het functioneren in de gemeente (1941-1953) Brandrapporten
1597
Berichten aan de burgemeester van bominslagen; afschriften
1598
Documentatie van de commandant Luchtbeschermingsdienst Dossier aanwezige munitie en de opruiming daarvan
1602
Relevant Nee, geen betrekking op CE of het projectgebied Nee, geen betrekking op CE of het projectgebied Nee, geen betrekking op het projectgebied. Nee, geen betrekking op het projectgebied. Nee, geen betrekking op het projectgebied.
1 Onder indicatie wordt verstaan: gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het onderzoeksgebied, of een gedeelte daarvan, verdacht is op de aanwezigheid van CE. Een contra-indicatie betreft een gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het verdacht gebied, of een gedeelte daarvan, als onverdacht kan worden aangemerkt.
14
BB18-140-01 Toeg.nr
Vooronderzoek CE Inv.nr 27062707
Omschrijving Ingekomen brieven bij- en minuten van uitgegane brieven van de burgemeester betreffende oorlogsaangelegenheden
Relevant Nee, geen betrekking op CE of het projectgebied
Nationaal Archief Den Haag (NA) In het Nationaal Archief Den Haag zijn de stukken met betrekking tot de provincie Zuid-Holland, alsmede enkele aanvullende stukken geraadpleegd. Het gaat hierbij om onderstaande stukken. Indien relevant, zijn deze verwerkt in het overzicht met oorlogshandelingen in deze rapportage. 2.04.53.15 Inspectie bescherming bevolking tegen luchtaanvallen Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.04.53.15
39
Meldingen en processen-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactviteiten 1940-1941, Zuid-Holland Meldingen en processen-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactviteiten 1940-1941, Zuid-Holland
Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied.
76
Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied.
2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst 1945-1974 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.04.110
20
Registers met krantenknipsels inzake explosieven (z.d.)
21
Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1945-1947)
22
Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1957-1959)
27
Registers met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig
Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie. Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie. Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie
2.13.25 Militair Gezag 1943-1946 Toeg.nr 2.13.25
Inv.nr 1540
Omschrijving Stukken met rubricering geheim of GA (Geheim Archief)
Relevant Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr 2.13.71
Inv.nr 368 577
Omschrijving Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland (1944-1945). Stukken betreffende luchtaanvallen en inundaties
Relevant Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
15
BB18-140-01 Toeg.nr
Vooronderzoek CE Inv.nr 1787 1958
Omschrijving Stukken betreffende bombardementen en beschietingen. Provincie Zuid-Holland
Relevant Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
2.13.210 Commissie van Proefneming Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.13.210
23
Staten onontplofte projectielen (1940)
24
Stukken ruimen landmijnen
25
Ingekomen stukken ruimen mijnen (1940)
26
Ingekomen stukken ruimen mijnen (1941)
28
Onschadelijk maken NGE en vliegtuigbommen (19411942)
Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
2.13.151 Verbaalarchief Ministerie van Defensie Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.13.151
5914
Overzicht bombardementen
Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
3.09.34 Militair Gezag Zuid-Holland Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
3.09.34
43
Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, munitie en andere explosieven Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, munitie en andere explosieven Stukken betreffende het onderzoek naar verongelukte geallieerde vliegtuigen en hun bemanningen en de berging van vliegtuigwrakken, 1945 Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, munitie en andere explosieven Stukken betreffende het in kaart brengen van mijnenvelden en het opruimen van explosieven Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, munitie en andere explosieven Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, bommen, springstof en andere explosieven Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, munitie en andere explosieven Stukken betreffende de opsporing en opruiming van mijnen, munitie en andere explosieven
Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
146 147
231 282 361 465 529 575
Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
16
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) In het NIOD is onderzoek gedaan in enkele dossiers. In onderstaande archiefstukken is gezocht naar mogelijke indicaties en contra-indicaties met betrekking tot het projectgebied. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. NIOD 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West) Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
077
1328
Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 1940-1943 Ingekomen en minuten van uitgegane stukken, 19401945
Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
1332
1715
1716
Ingekomen telegrammen, 1942-1944
1766
Technische Nothilfe-instanties
1801
Register van de Technische Nothilfe Befehlsstelle met vermelding van de verrichte werkzaamheden, 1944
Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
Nee, stukken m.b.t. personeel, materieel, correspondentie over verschillende onderwerpen. Niet CE-gerelateerd Nee, organisatorisch van aard, niet CE-gerelateerd Nee, correspondentie over uiteenlopende onderwerpen. Niet CE-gerelateerd Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
216k Departement van Justitie Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
216k
178
Dagboek van de Inspectie Luchtbescherming, 10 augustus 1942 – 12 april 1945
179
Hoofdinspectie Luchtbeschermingsdienst: ingekomen en minuten van uitgegane stukken, 16 december 1942 – 21 november 1944 Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 - 28 april 1944 Echt-Zwolle
Nee, betrof geen indicaties voor de aanwezigheid van CE (enkel informatie m.b.t. notities van besprekingen, vergaderingen etc.) Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
180
185 637
Register van ingekomen en uitgaande telefonische berichten, 28 oktober - 8 december 1944
Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
17
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 In het Semi-Statisch archief van Defensie te Rijswijk is nagegaan of binnen, of in de directe nabijheid van, het projectgebied door de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) in de periode 1945-1970 ruimingen van CE zijn uitgevoerd. Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden Sinds 1971 worden meldingen en ruimingen (MORA’s) van CE centraal geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst (EODD). In het archief, eveneens ondergebracht in het Semi-Statisch Archief te Rijswijk is nagegaan of hierin meldingen en/of ruimingen zijn opgenomen die plaats hebben gehad in de directe nabijheid van het projectgebied sinds 2010. De ruimingen die plaatsvonden vóór 2010, zijn tevens opgevraagd. Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD De collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD is geraadpleegd om na te gaan of er ten tijde van de oorlog binnen het projectgebied mogelijk mijnenvelden zijn aangelegd. Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives Op basis van luchtfotoanalyse kan in veel gevallen een nauwkeuriger beeld ontstaan van de oorlogshandelingen die op een bepaalde locatie hebben plaatsgevonden en de sporen die deze mogelijk hebben achtergelaten.
Sporen die zichtbaar kunnen zijn op luchtfoto’s van goede kwaliteit zijn bijvoorbeeld kraters door artillerie- of bominslagen, aangelegde stellingen, versperringen of beschadigde of vernielde bebouwing. Als deze sporen (correct) worden geïnterpreteerd kunnen bijvoorbeeld inslaglocaties nauwkeuriger worden vastgesteld dan op basis van literatuur- of archiefonderzoek mogelijk zou zijn. Interpretatie van luchtfotomateriaal is niet altijd eenvoudig: door weersomstandigheden, (te) grote hoogte en andere factoren kan de beeldkwaliteit onvoldoende zijn. Het blijven bovendien momentopnamen. Een bominslag kan bijvoorbeeld na enkele dagen door herstelwerkzaamheden al niet meer zichtbaar zijn. Om deze reden wordt te allen tijde getracht diverse luchtfoto’s van variërende data en van goede kwaliteit aan te schaffen. Hoeveel luchtfoto’s beschikbaar zijn, verschilt per locatie. Uit de collectie van de Bibliotheek Universiteit Wageningen (DOTKAdata), de Luftbilddatenbank (LUFT), de National Collection of Aerial Photography (NCAP) de Topografische Dienst Zwolle (TOPOD), en BeoBOM is het beschikbare luchtfotomateriaal voor deze locatie geïnventariseerd en beoordeeld op kwaliteit. De vervolgens geraadpleegde luchtfoto’s dateren van 20 juni 1944, 29 november 1944, 24 december 1944, 3 februari 1945, 21 februari 1945, 14 maart 1945, 19 maart 1945 en 17 april 1945.
In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s) Sortie
Datum
Schaal
Kwaliteit
Dekking
Bron
4063, 4064
US 7GR/1991
20 juni 1944
1/29.000
Redelijk
100%
DOTKA
4164, 4166, 4167
4/1345
29 november 1944
1/7.600
Goed
90%
DOTKA
4172, 4174
4/1477
24 december 1944
1/10.800
Goed
50%
DOTKA
4092, 4093
4/1696
3 februari 1945
1/10.800
Goed
100%
DOTKA
4105, 4106, 4107
4/1797
21 februari 1945
1/9.400
Goed
100%
DOTKA
18
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Luchtfotonummer(s) Sortie
Datum
Schaal
Kwaliteit
Dekking
Bron
3004, 3005
4/1949
14 maart 1945
1/11.800
Goed
100%
DOTKA
3006, 3007
4/2026
19 maart 1945
1/9.000
Matig
100%
DOTKA
4061, 4063, 4064
4/2332
17 april 1945
1/7.800
Redelijk
98%
DOTKA
Dekking luchtfoto’s
Figuur 4. De dekking van het projectgebied op 20 juni 1944. Luchtfotonummers 4063, 4064. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 5. De dekking van het projectgebied op 29 november 1944. Luchtfotonummers 4164, 4166, 4167. Bron satellietbeeld: World Imagery.
19
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Figuur 6. De dekking van het projectgebied op 24 december 1944. Luchtfotonummers 4172, 4174. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 7. De dekking van het projectgebied op 3 februari 1945. Luchtfotonummers 4092 en 4093. Bron satellietbeeld: World Imagery.
20
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Figuur 8. De dekking van het projectgebied op 21 februari 1945. Luchtfotonummers 4104, 4105, 4106, 4107. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 9. De dekking van het projectgebied op 14 maart 1945. Luchtfotonummers 3004, 3005. Bron satellietbeeld: World Imagery.
21
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Figuur 10. De dekking van het projectgebied op 19 maart 1945. Luchtfotonummers 3006, 3007. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 11. De dekking van het projectgebied op 17 april 1945. Luchtfotonummer 4061, 4063, 4064. Bron satellietbeeld: World Imagery.
22
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Indien uit de raadpleging van de (verplichte) bronnen blijkt dat er sprake is van indicaties voor de aanwezigheid van Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, dan wordt de collectie Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940-1945) met collectienummer 575 van het NIMH geraadpleegd. Indien uit de raadpleging van de (verplichte) bronnen blijkt dat er sprake is van indicaties voor het plaatshebben van grondgevechten in de periode mei 1940, dan wordt de collectie Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940 met collectienummer 409 geraadpleegd. Er zijn voor dit vooronderzoek geen aanwijzingen aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van stellingen en verdedigingswerken binnen het projectgebied. In de collectie 575 ‘Duitse verdedigingswerken en inundaties van Nederlands grondgebied in de oorlog/rapporten van militaire aard vanuit bezet Nederland aan bureau inlichtingen Londen’, zijn echter wel verschillende verslagen van (resultaten) van luchtaanvallen aanwezig gebleken. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er binnen het projectgebied gevechtshandelingen plaatsvonden tijdens de meidagen van 1940. Om deze reden was het niet noodzakelijk de collectie 409 ‘Gevechtsverslagen en -rapporten mei 1940’ in te zien.
575 Duitse verdedigingswerken Toeg.nr 575
Inv.nr 463
Omschrijving E/1596/45; Omschrijving: Bericht betreffende veerboot Hardinxveld - Werkendam, bijgevoegd situatieschets
478
GB/7998/44; Omschrijving: Rapport betreffende de troepensterkte en verdedigingswerken in de Betuwe en de Alblasserwaard in de plaatsen Herwijnen, Geldermalsen, Gorinchem, Hardinxveld, Helsdingen, Schoonhoven, Papendrecht, Lakerveld, Vreeswijk, Vianen, Zaltbommel, Culemborg, Tricht, Vuren, Buurmalsen, Jutphaas, Enspijk, Beusichem en Deil GB/8056/44; Omschrijving: Plattegrond van Hardinxveld (Groep Albrecht)
480
503
E/164/45; Omschrijving: Bericht betreffende luchtaanvallen op Den Haag, Rijswijk en Hardinxveld en V-2 lanceringsposities (met tekening), van het Bureau inlichtingen der Nederlandsche regering
Relevant Nee, geen directe betrekking op het projectgebied. Nee, geen directe betrekking op het projectgebied.
Nee, geen directe betrekking op het projectgebied. Nee, geen directe betrekking op het projectgebied.
Eerder uitgevoerde vooronderzoeken Bij BeoBOM zijn enige eerder uitgevoerde (voor)onderzoeken voor de omgeving van het projectgebied bekend. Drie van de onderstaande onderzoeken werden op verzoek aangeleverd door de gemeente, het onderzoek van T&A Survey met kenmerk GPR5457.7 werd verkregen via ProRail. Geel: T&A Survey, Historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven ter plaatse van Spoortracé Dordrecht-Leerdam (kenmerk: RRZ-80, d.d. 26 januari 2011). In 2011 heeft de firma T&A Survey een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het spoortracé Dordrecht-Leerdam. Dit onderzoek werd uitgevoerd onder de sinds 2012 door het WSCS-OCE opgevolgde Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE). Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal werden door T&A Survey verschillende verdachte (deel)gebieden vastgesteld. De firma concludeerde: 23
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
‘Er is feitelijk materiaal aangetroffen, waaruit blijkt dat er mogelijk verschillende typen explosieven in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven tijdens WOII. Hierdoor geldt dat het onderzoeksgebied (deels) verdacht is op de aanwezigheid van explosieven’. Eén van de door T&A Survey vastgestelde verdachte overlapt ten dele met het huidige projectgebied Tussen de Sporen/’t Oog. De alhier gehanteerde risicostraal betreft ‘144 meter’ waarbinnen mogelijk CE in de vorm van geallieerde afwerpmunitie kan worden aangetroffen.2 Donkerblauw: KWS Bijzondere Opdrachten, Proces-verbaal van oplevering OCE station Giessendam West (kenmerk: 7100020, d.d. 4 april 2011). In 2011 heeft KWS Bijzondere Opdrachten een detectieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van station Giessendam West (het huidige station Blauwe Zoom). De aanleiding vormde een bombardement dat op 6 november 1944 zou hebben plaatsgevonden en waarbij afwerpmunitie van 250 en 500 lb zou zijn achtergebleven. Bij het detectieonderzoek werd een terreingedeelte vrijgegeven tot 11 meter-NAP middels dieptedetectie. Een ander deel werd middels oppervlaktedetectie vrijgegeven tot 4 meterMV (maaiveld gelegen op 0,37m-NAP). Tevens werden diverse paallocaties vrijgegeven tot 11 m-NAP voor het trillingsvrij aanbrengen van boorpalen. Er werden geen explosieven aangetroffen.
AVG Explosieven Opsporing Nederland, Vooronderzoek Giessenzoom-Hardinxveld-Giessendam (kenmerk: 1762155-VO-01, d.d. 6 december 2017). In opdracht van het Waterschap Rivierenland heeft AVG Explosieven Opsporing Nederland in 2016/2017 een onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Giessenzoom, het nabijgelegen bedrijventerrein en polderland. De conclusie van dit onderzoek luidt: ‘Op basis van de beoordeelde feiten […] is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE’. Dit is het gevolg van het ‘neerkomen van afwerpmunitie’, waardoor de aanwezigheid van ‘[a]fwerpmunitie (1000 lb.) kan worden verwacht. ‘Als gevolg van deze gevechtshandeling is het onderzoek gedeeltelijk verdacht op CE’. Het afgebakende verdachte gebied is gelegen tussen km 78.4 en 78.5, nabij het ‘Oude Station’, het voormalig station aan de Giessenzoom.3 Rood: T&A Survey, Vooronderzoek Conventionele Explosieven PGO Dordrecht-Spoortracé Dordrecht-Gorinchem (kenmerk: GPR5457.7, d.d. 20 september 2017). In opdracht van ProRail voerde de firma T&A Survey in 2017 een vooronderzoek uit voor het spoortracé Dordrecht-Gorinchem. In dit vooronderzoek werden binnen het onderzoeksgebied diverse verdachte gebieden vastgesteld. Van deze deelgebieden overlappen er twee (nrs 4 en 5) met het huidige projectgebied. Deelgebied 3 is als volgt omschreven:
2 T&A Survey, Historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven ter plaatse van Spoortracé
Dordrecht-Leerdam (kenmerk: RRZ-80, d.d. 26 januari 2011). 3 AVG Explosieven Opsporing Nederland, Vooronderzoek Giessenzoom-Hardinxveld-Giessendam (kenmerk: 1762155-VO-01, d.d. 6 december
2017).
24
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
‘Gebied binnen 91 meter vanuit het hart van het spoor ter hoogte van de bomkraters en schade langs het spoor bij Hardinxveld-Giessendam. Binnen dit gebied kunnen CE in de vorm van afwerpmunitie, ‘1.000 lbs (GP en MC)’ worden aangetroffen. Bij gebrek aan geschikte sondeergegevens kan de exacte diepte waarop dergelijke CE kunnen worden aangetroffen niet nader worden gespecificeerd. Deelgebied 4: ‘Gebied binnen 75 meter vanuit de krater langs het spoor ten westen van Hardinxveld-Giessendam’. Binnen dit gebied kunnen, aldus T&A, de volgende (sub)soorten CE worden aangetroffen: ‘Afwerpmunitie 1.000 lbs (GP en MC); geallieerd.’ De diepte tot waar dergelijke CE kunnen worden aangetroffen kon, bij gebrek aan geschikte sondeergegevens, niet worden vastgesteld.4 Bovengenoemd verdacht gebied overlapt voor een deel met de zuidoostelijke hoek van het huidige projectgebied.
Figuur 12. De diverse eerder uitgevoerde onderzoeken ten opzichte van het projectgebied. In geel het vooronderzoek van T&A Survey uit 2011 (RRZ-080) in rood dat van 2017 (GPR5457.7). Het hierboven eveneens genoemde onderzoek van AVG is hier, vanwege de afstand tot het huidige projectgebied, niet weergegeven. Bron satellietbeeld: World Imagery.
4 T&A Survey, Vooronderzoek Conventionele Explosieven PGO Dordrecht-Spoortracé Dordrecht-Gorinchem (kenmerk: GPR5457.7, d.d. 20 september 2017), p. 46.
25
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
Figuur 13. Deelgebieden 3 en 4, als weergegeven op de meest recente (in 2017) door T&A Survey samengestelde bodembelastingkaart. Bron: T&A Survey, rapport vooronderzoek met kenmerk: GPR5457.7, d.d. 20 september 2017.
National Archives, Kew, Surrey In The National Archives zijn diverse stukken van de Royal Air Force (RAF) geraadpleegd. Waar relevant, is de aangetroffen informatie toegevoegd aan het overzicht met oorlogshandelingen. AIR 27: Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons Toeg.nr 27
Inv.nr 1169 1528 1548 1678 1709 2111
Omschrijving Operations Record Book No 197 Squadron Operations Record Book No 257 Squadron Operations Record Book No 263 Squadron Operations Record Book No 308 Squadron Operations Record Book No 317 Squadron Operations Record Book No 611 Squadron
Relevant Nee, geen directe betrekking op het projectgebied. Ja Nee, geen directe betrekking op het projectgebied. Nee, geen directe betrekking op het projectgebied. Nee, geen directe betrekking op het projectgebied. Nee, geen directe betrekking op het projectgebied.
AIR 37: Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports Toeg.nr 37
Inv.nr 715 716
Omschrijving Second Tactical Airforce Daily Log (september – oktober 1944) Second Tactical Airforce Daily Log (November – december 1944)
Relevant Nee, geen directe betrekking op het projectgebied Nee, geen directe betrekking op het projectgebied
26
BB18-140-01 Toeg.nr
Vooronderzoek CE Inv.nr 717 718 994
Omschrijving Second Tactical Air Force Daily Log (januari-februari 1945) Second Tactical Air Force Daily Log (maart-mei 1945) No. 84 Group; 146 Wing; Operational History
Relevant Ja Nee, geen directe betrekking op het projectgebied Nee, geen directe betrekking op het projectgebied
Overige bronnen Ter aanvulling van de als verplicht gestelde bronnen als beschreven in het WSCS-OCE zijn tevens enkele relevante persberichten, websites, landkaarten en andere bronnen geraadpleegd. Via de database www.delpher.nl zijn diverse krantenartikelen uit de periode 1940-1945 geraadpleegd. ahn.nl; beeldbankwo2.nl; gahetna.nl; geschiedenisalblasserwaard.wordpress.com; google earth; historyofwar.org; hv-hardinxveld-giessendam.nl; kadaster.nl; maps.google.com; pdok.nl; tracesofwar.com; vergeltungswaffen.nl; verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl.
27
BB18-140-01
Vooronderzoek CE
3. Bronnenanalyse Algemeen Ten behoeve van het vooronderzoek, heeft BeoBOM een aantal bronnen geraadpleegd. In dit hoofdstuk is het resultaat opgenomen van de beoordeling en evaluatie van het in het vorige hoofdstuk geïnventariseerde bronnenmateriaal. Resultaten archief- en literatuuronderzoek Op basis van het verrichte archief- en literatuuronderzoek, is hieronder een overzicht gegeven van de verschillende oorlogshandelingen die plaats hebben gehad in (de omgeving van) het projectgebied. In de kolom ‘relevantie’ wordt door BeoBOM nader toegelicht in hoeverre deze gebeurtenis relevant is voor/van invloed is op het huidige projectgebied en of er sprake is van een tweede, bevestigende bron. Het WSCS-OCE zegt hierover dat bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal de volgende uitgangspunten [worden] gehanteerd: De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijk verifieerbare bronnen. Indien slechts één bron is aangetroffen, wordt dat duidelijk aangegeven in de rapportage. In de rapportage wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat. In de kolom relevantie zal derhalve tevens worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de bronnen. Datum 1940 10-14 mei 1940
Gebeurtenis
Relevantie
Tijdens de Duitse inval in mei 1940 vinden in HardinxveldGiessendam en de directe omgeving geen grondgevechten of bombardementen plaats.
Relevant. In principe een contra-indicatie voor het achterblijven van CE.
In dit jaar vonden binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats.
Relevant. In principe een contra-indicatie voor het achterblijven van CE.
In dit jaar vonden binnen de gemeente Hardinxveld-Giessendam geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats.
Relevant. In principe een contra-indicatie voor het achterblijven van CE.
Op deze datum maakt de politie melding van een incident dat plaatsvindt tijdens een luchtgevecht boven de gemeente Hardinxveld.
Niet relevant. Deze gebeurtenis vond plaats buiten het projectgebied. Bovendien kan de exacte invloed van deze beschieting niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze gebeurtenis geeft geen
1941
1942
1943 22 juni 1943
‘Tijdens een op Dinsdag, 22 Juni 1943, omstreeks 10 uur, boven deze gemeente plaats gehad hebbend luchtgevecht, werd een man, genaamd L. Vogel, wonende Rivierdijk A 362, door een mitrailleurkogel getroffen in de linkerbovenarm.’5
5 RAD, toeg.nr. inv.nr. 648/inv.nr. 1136.
28
BB18-140-01 Datum
Vooronderzoek CE Gebeurtenis
Relevantie
De betreffende persoon wordt op zijn zolder aangetroffen en krijgt vrij snel medische hulp.
aanleiding voor de afbakening van een verdacht gebied.
‘Hedenmorgen 22 Juni 1943, omstreeks 10 uur, waren er vele vliegtuigen in een luchtgevecht verwikkeld boven het dorp. Ik was zeer benieuwd naar de afloop hiervan en begaf mij naar boven waar ik op het plat van de daken ging staan. Plotseling voelde ik iets tegen mijn linkerbovenarm en viel mij linkerarm slap langs mijn lichaam.’6 Pas op dat moment realiseerde de heer Vogel dat hij gewond was geraakt. 1944 5 september 1944
Om 17:00 uur wordt een trein, rijdende tussen GiessendamNeder-Hardinxveld en Gorinchem beschoten door een geallieerd toestel. Eén Duitse militair wordt hierdoor gedood, vier anderen raken gewond.7
Deze gebeurtenis wordt door slechts één primaire bron genoemd. Echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor deze melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie en invloed van deze beschieting kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze gebeurtenis wordt in slechts één bron genoemd. Het is niet bekend of, en zo ja, waar deze precies heeft plaatsgevonden.
11 september 1944
Op deze datum wordt de scheepswerf de Merwede getroffen door een luchtaanval waarbij geallieerde jachtbommenwerpers het bijna voltooide schip Prins Willem V beschieten met raketten en boordgeschut. Het schip wordt daarbij niet getroffen, de werf wel. Verschillende aldaar aanwezige burgers worden gedood of raken gewond.8 In verschillende in het Nationaal Archief aanwezige ‘censuurrapporten’ van het Militair Gezag staan hierover vermeldingen, o.a.:
Niet relevant. Deze gebeurtenis vond plaats op circa 2,5 kilometer ten zuidoosten van het projectgebied. Deze informatie wordt door meerdere bronnen onderschreven en derhalve als betrouwbaar ingeschat.
‘[In] HARDINXVELD is gisteren een werf gebombardeerd 6 dooden en 2 gewonden. De gods ganselijke dag zwerme hier maar vliegtuigen’.9 In een ander rapport is opgenomen: ‘Gisterenmiddag hebben we hier een bombardement gehad…Het gebeurde ’s middags om 4.15 uur. Eerst schoten ze en vielen er vier bommen. Twee naast het groote zeeschip [de Prins Willem V], dat voor de werf ligt, (daar waren de
6 RAD, toeg.nr. inv.nr. 648/inv.nr. 1136. 7 Huurman, Spoorwegbedrijf in oorlogstijd, p. 470. 8 Ruiter, F. en K. de, Hardinxveld en Giessendam tijdens de hongerwinter. De geschiedenis van onze dorpen in de jaren 1944 en 1945 (Gorin-
chem 1985), p. 26. 9 NA, toeg.nr. 2.13.25/inv.nr. 1540.
29
BB18-140-01 Datum
Vooronderzoek CE Gebeurtenis
Relevantie
bommen op gemikt) en twee andere vielen midden op de bankwerkery, waar ongeveer 60 mensen werken’.10 Volgens nog een andere briefschrijver ging het om plusminus 16 ‘bommetjes’.11 16 september 1944
Om 16:00 uur stort een Supermarine Spitfire (MH363) van No 611 Squadron, gevlogen door Flight Lieutenant L.V. King neer aan de Sluisweg te Hardinxveld.12 Tijdens een gewapende verkenning schiet hij een vrachtwagen in brand. Door de daarop volgende explosie raakt King in de problemen. In het Operations Record Book van No 611 Squadron staat hierover:
Niet relevant. De Sluisweg is gelegen op circa 1 kilometer ten oosten van het projectgebied. Deze gebeurtenis geeft geen aanleiding tot de afbakening van een verdacht gebied. Deze informatie wordt door meerdere bronnen onderschreven en derhalve als betrouwbaar ingeschat.
‘In one attack on a lorry, F/L King set it on fire, and his aircraft was seen to go through the flames and crash in a nearby wood. From W/O Lambert’s description, there is only a faint hope he got out.’13 5/6 oktober 1944
In de nacht van 5 op 6 oktober 1944 voeren De Havilland Mosquito’s een beschieting uit op negen schuiten in kaartvakken E.0362 [Boven-Hardinxveld] tot E.0163 [Giessen]. Zij nemen daarbij enkele treffers waar.14
Niet relevant. Deze gebeurtenis vond plaats op schuiten, vermoedelijk op het kanaal van Steenenhoek, op enkele kilometers buiten het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door slechts één primaire bron genoemd. Echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor deze melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
14/15 oktober 1944
In de nacht van 14 op 15 oktober 1944 wordt een licht, mogelijk een baken, binnen kaartvak E.0163 onder vuur genomen door een De Havilland Mosquito van 140 Wing.15
Niet aantoonbaar relevant. De exacte invloed en locatie van deze gebeurtenis kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze gebeurtenis wordt door slechts één primaire bron genoemd. Echter betreft het hier een officieel rapport,
10 NA, toeg.nr. 2.13.25/inv.nr. 1540. 11 NA, toeg.nr. 2.13.25/inv.nr. 1540. 12 SGLO, crash database, crashnummer T4032. 13 TNA, AIR27/2111. 14 TNA, AIR37/715. 15 TNA, AIR37/715
30
BB18-140-01 Datum
Vooronderzoek CE Gebeurtenis
Relevantie waardoor deze melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
15 oktober 1944
Rond 15:00 uur vindt een bominslag plaats in de nabijheid van de Buldersteeg [tegenwoordig Neerpolderseweg] ‘Op 15 Oct. 1944, des v.m. om pl.m. 3 uur, is op een terrein gelegen ten noorden van de spoorweg Gorinchem-Dordrecht en ongeveer ten westen aan het einde van de Buldersteeg, op ongeveer honderd meter afstand van de weg, een bom gevallen op een perceel weiland, waarin een gat werd geslagen. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor, de schade bleef beperkt tot het vernielen van meerdere glasruiten aan een vijftal woningen, welke inmiddels weder werden vernieuwd. Elders, in de omgeving van de Parallelweg, wordt vindt daarnaast nog een beschieting plaats: ‘Voorts heeft een beschieting uit een vliegtuig plaatsgevonden, waarbij aan de woningen pl. gem. Parallelweg 94 en 93 enige schade van kleine omvang werd toegebracht. Persoonlijke ongelukken kwamen ook hier niet voor’.16
Niet relevant. De Buldersteeg (tegenwoordig Neerpolderseweg) is gelegen op ruim 2,5 kilometer ten oosten van het projectgebied. De beide percelen aan de Parallelweg die hier eveneens worden genoemd liggen op ca. 1,5 kilometen daarvan. De invloed van de beschieting ter plaatse van de Parallelweg kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze gebeurtenissen geven geen aanleiding tot de afbakening van een verdacht gebied. Deze informatie wordt door meerdere bronnen onderschreven en derhalve als betrouwbaar ingeschat.
In het ORB van het voor de aanval verantwoordelijke No 308 Squadron is over deze aanval het volgende opgenomen: (06:40-07:50 uur) ‘At railway station Giesendan [sic] (D.9663) a train of about 18 trucks, all well camouflaged, was attacked – 6 trucks being destroyed and left in flames.’17 Volgens het ORB van 2nd Tactical Air Force wordt ook het station getroffen: ‘Rly station at Gressendam [sic] straffed and damaged’.18 De Buldersteeg (ook wel Bildersteeg) is het laatste deel van de huidige Neerpolderseweg in Giessenburg. Bij de herindeling van 1957 werd dit deel van de polder Hardinxveld bij Giessenburg gevoegd. ‘Vanaf die tijd kreeg de weg
16 RAD, toeg.nr. 648/inv. nr. 1597. 17 TNA, AIR27/1678. 18 TNA, AIR37/716.
31
BB18-140-01 Datum
Vooronderzoek CE Gebeurtenis
Relevantie
tot aan de spoorlijn (tevens gemeentegrens HardinxveldGiessendam) een nieuwe naam: Neerpolderseweg’.19 17 oktober 1944
Op deze dag vindt een beschieting plaats van Duitse vrachtwagen ter hoogte van de Rijksweg No. 15. ‘Op den zeventienden October 1944 omstreeks 14.40 uur, werd door Engelsche Jachtvliegtuigen, een vierwielige vrachtauto, beladen met druiven, bestemd voor de Duitsche Weermacht in Gorinchem, op den Rijksweg No 15 onder het viaduct, onder de gemeente Giessendam, beschoten. Een meeliftende burger raakt gewond, twee Duitse militairen komen om het leven. De auto wordt in brand geschoten.’20
Niet relevant. De exacte locatie en invloed van deze beschieting kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Het meest dichtbijzijnde viaduct in de Rijksweg 15 was gelegen op een afstand van circa 750 meter ten zuiden van het projectgebied. Deze gebeurtenis geeft geen aanleiding tot de afbakening van een verdacht gebied. Deze gebeurtenis wordt door slechts één primaire bron genoemd. Echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor deze melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
30 oktober 1944
Deze dag voeren twee secties van ieder vier toestellen (Supermarine Spitfires) van No 308 Squadron tussen 09:30 en 10:50 aanvallen uit in het gebied Dordrecht-Gorinchem. Zij voeren aanvallen uit binnen kaartvakken D.8854 en D.9863. Binnen het laatstgenoemde kaartvierkant werpen de toestellen naar verluidt drie bommen van 500 lb af (een vierde is ‘hung up’ en kan niet worden afgeworpen). De piloten nemen geen resultaten waar, maar melden de vernietiging van één MET te D.9863 [Sliedrecht, t.h.v. de Zwijnskade/Spoorweg].21
Niet aantoonbaar relevant. Hoewel de aanval zou zijn uitgevoerd binnen kaartvak D.9863, overlappende met de westelijke helft van het projectgebied, zijn hiervan op het luchtfotomateriaal van 29 november 1944 en 24 december 1944 geen sporen zichtbaar. Deze gebeurtenis wordt door slechts één primaire bron genoemd. Echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor deze melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
6 november 1944
Melding van de luchtbeschermingsdienst: ‘Hedenmorgen omstreeks negen uur, werd door vliegtuigen een bomaanval gedaan op de spoorlijn tussen Gorinchem en Dordrecht, op enige afstand ten oosten en ten westen van de spoorwegovergang van de Buldersteeg. De spoorrails
Niet relevant. De Buldersteeg is gelegen op circa 2,5 kilometer ten oosten van het projectgebied. Deze gebeurtenis geeft
19 geschiedenisalblasserwaard.wordpress.com 20 RAD, toeg.nr. 647/inv.nr. 407. 21 TNA, AIR27/1678.
32
BB18-140-01 Datum
Vooronderzoek CE Gebeurtenis
Relevantie
werden op beide plaatsen ontzet en de aarden baan is verzakt. Aan een 13-tal woningen gelegen aan de Buldersteeg en aan de Parallelweg werd vrijwel uitsluitend glasschade aangericht […] Het aantal bommen dat werd geworpen bedraagt vermoedelijk ongeveer tien stuks.’22
geen aanleiding tot de afbakening van een verdacht gebied. Deze informatie wordt door meerdere bronnen onderschreven en derhalve als betrouwbaar ingeschat.
Maandagavond, 6 November, omstreeks half elf, is op een perceel weiland gelegen ten zuiden van de Buldersteeg, kad. bekend sectie no. 4518, op ongeveer 20 meter afstand no. 183, een bom ingeslagen. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor. De schade bleef beperkt, tot het vernielen van een gedeelte van het weiland.’ 23 7 november 1944
In een nagekomen bericht wordt het bombardement van de vorige dag als volgt omschreven: ‘Gistermiddag, omstreeks half één, zijn naast de Rijksweg, gelegen naast de Parallelweg onder Schelluinen, alsmede naast en ten noorden van de Riv. Dijk A. te Boven-Hardinxveld, nabij het punt waar het kanaal van Steenenhoek parallel met de Riv. Dijk A begint te lopen, tussen dijkpaal 3 en 4, enige bommen gevallen. De noordelijke kanaaldijk is hierdoor ter plaatse aanmerkelijk verzakt en de Riv. Dijk A over een groot gedeelte in de lengterichting middendoorgescheurd, en ook aanzienlijk gezakt. Deze zakking is nog niet tot rust gekomen.’24
21 november 1944
Op deze datum bericht de ondergrondse het volgende over de situatie in en rond Hardinxveld en Werkendam: ‘There are two landing stages of the ferry HardinxveldWerkendam at Hardinxveld […] At Werkendam only one landingstage is used. To protect the ferry there are 12 a.a. guns of 3,7 cm. divided into four dets. The crew consists of 140 tps. of the socalled Luftgaukommando Brussel […]Every night from 5 p.m. till 8 a.m. the following morning 3 ferries cross to and fro to fetch troops from the Land of Altena.’25 Vrij vertaald: ‘Er zijn te Hardinxveld twee aanlegsteigers van het veer Hardinxveld-Werkendam […] Te Werkendam wordt slechts één aanlegsteiger gebruikt. Om het veer te beschermen zijn er 12 stukken luchtdoelgeschut van 3,7 cm, verdeeld in vier detachementen. De bemanning bestaat uit