CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

106 Beantwoording schriftelijke vragen CU nav Jaarrapportage 2025.pdf

Gemeenteraad GHG 23 april 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Lijst ingekomen stukken 23 april 20264.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVRAGEN

Onderwerp:

Schriftelijke politieke vragen n.a.v. Jaarrapportage 2025

Naam steller: Partij:

Wim IJzerman ChristenUnie

Categorie:

Schriftelijke vragen over niet geagendeerde stukken

Vraag 1: -blz. 6 Beleidsplan voor een natuurvriendelijke oevers. De uitwerking hiervan is verplaatst naar 2026 vanwege extra aandacht voor het ophogen van de begraafplaats aan de Spindermolen. Kan het College aangeven waarom dit het uitwerken van een Beleidsplan in de weg staat? De ophoging bevindt zich immers al in de uitvoerende fase? Reactie college Allereerst ter verduidelijking: er wordt geen beleidsplan natuurvriendelijke oevers opgesteld. De opgave betreft het maken van een nadere uitwerking van het groenbeleidsplan. Een van de onderdelen is het maken voor en voorstel om op geschikte locaties natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Veelal zijn deze oevers nu voorzien van een beschoeiing. Inhoudelijk is er geen relatie tussen deze uitwerking en de werkzaamheden op de begraafplaats. Het gaat hier vooral om een capaciteitsvraagstuk, waarbij de prioriteit is gelegd bij de in- en uitbreiding van de begraafplaats Spindermolen en de communicatie rondom de aanpassingen van begraven op deze begraafplaats. Vraag 2: -blz. 8 Schone Lucht Akkoord. Dit is geborgd in de Omgevingsvisie, zo staat er. Echter, in de Omgevingsvisie staat alleen dat hieraan gewerkt wordt. Dat is niet erg concreet. Kunt u aangeven wat we kunnen verwachten en wanneer? Reactie college Het Schone Lucht Akkoord wordt in Hardinxveld-Giessendam stapsgewijs uitgewerkt.

De uitvoering is belegd binnen de organisatie en jaarlijks worden de maatregelen in beeld gebracht. Deze maatregelen variëren van communicatie rondom houtstook tot het faciliteren en stimuleren van walstroom in de gemeentehaven. De ingediende maatregelenlijst is als bijlage bij deze beantwoording toegevoegd. Daarbij is sprake van een groeimodel: op onderdelen is al invulling gegeven, terwijl andere onderdelen nog in ontwikkeling zijn of vooral via bestaand lokaal, regionaal en landelijk beleid worden uitgevoerd. Vraag 3: -blz. 10 Het fietsenbeleidsplan heeft vertraging opgelopen door een wisseling in model voor de laadinfrastructuur. Is dit inmiddels opgelost? Wanneer kunnen we dit plan verwachten? Reactie college De overgang naar het concessiemodel voor de laadinfrastructuur is inmiddels afgerond. Wel loopt er nog een bezwaarprocedure tegen de concessie, maar dat ligt bij de concessieverlenende gemeente. Door andere prioritering, zoals de grootschalige gebiedsontwikkeling, de raadsopdracht voor de tunnel onder het spoor door en de raadsopdracht om te komen tot parkeerbeleid, is het fietsbeleid voorlopig niet ingepland.

Vraag 4: -blz. 11 Aanpassing Spoorwegovergang Binnendams. In de samenleving leven veel vragen over deze spoorwegovergang. Gezien de plannen voor de verdere inrichting en de mogelijke tunnel snappen we het dilemma waarvoor het College staat. Welke concrete maatregelen ziet het college en wanneer kan de aanpassing dan daadwerkelijk worden doorgevoerd? Reactie college Graag verwijzen wij u naar de eerder uitgebrachte memo in 2025 hierover. Daarin is aangegeven dat één van de opties is dat de spoorwegovergang niet aangepast zal worden, omdat we geen instemming van ProRail krijgen voor beide maatregelen: een tunnel en aanpassingen aan de overweg. Ondertussen wordt nader onderzoek gedaan naar de verkeerssituatie op de overweg. In dat onderzoek worden maatregelen doorgerekend die ertoe kunnen leiden dat het verkeersaanbod op de overweg kleiner wordt en acceptabel is voor een veilige verkeersafwikkeling met de komst van de 170 woningen in ‘t Oog. Over de uitkomst hiervan zal de raad worden geïnformeerd. Vraag 5: -blz 12. Kruising Rivierdijk-Nieuweweg. Wanneer verwacht het College daarover overeenstemming te bereiken met de nutsbedrijven? En hoe lang duurt het dan nog voordat gestart kan worden met de herinrichting? Reactie college Het college verwacht zeker tot overeenstemming te komen met de nutsbedrijven.

De uiteindelijke planning is echter afhankelijk van de uitkomst van het overleg met de nutsbedrijven. Er is nu dus nog geen duidelijkheid over de start van herinrichting te geven. Vraag 6: Kunt u in de volgende Jaarrapportage concreter aangeven: a. wat de oorzaken zijn waarom bepaalde zaken niet gedaan zijn, b. wanneer dit wel het geval zal zijn en c. welke actie is ondernomen. Reactie college We zijn zeker bereid om deze onderdelen in een volgende jaarrapportage mee te nemen.

-2-

Code M.2B.D

Titel Emissie-eisen in vergunningen

Omschrijving van de maatregel Gemeenten en provincies nemen, waar mogelijk, gezondheidsdoelen, in de vorm van emissie-eisen op in vergunningen voor bedrijven en relevante activiteiten. Ambitie daarbij is om zo snel mogelijk de inzet van oudere dieselvoertuigen te beëindigen en schone alternatieven te stimuleren. De mogelijkheden hiervoor worden door partijen in het SLA verkend.

Fase Omschrijving van de voortgang 3 De gemeente monitort via het CIMLK of aan de omgevingswaarden wordt voldaan, zoals verplicht in het Bkl. Als uit deze monitoring blijkt dat maatregelen nodig zijn, moet de gemeente handelen. Hoewel nu nog geen specifieke maatregelen zijn uitgewerkt rond voertuigemissie, volgt de gemeente de nationale ontwikkelingen (roetfiltertest, Adblue‑maatregelen, vrachtwagenheffing) en verkent zij hoe in de toekomst, indien nodig, vergunningen kunnen worden ingezet om aan de Bkl‑verplichtingen te voldoen.

M.2A.D

Emissie-eisen in aanbestedingen

Gemeenten, provincies en het Rijk nemen vanaf 2021 3 luchtkwaliteits en gezondheidsdoelen standaard op in aanbestedingen van voertuigen en transportdiensten. De aanbestedingscriteria komen minimaal overeen met de emissie-eisen van de MVI criteria zoals gepubliceerd op de PIANOo website. Partijen maken afspraken over de periodieke aanscherping van de eisen richting 2030. Indien gewenst kunnen gemeenten en provincies kiezen voor een verdergaande ambitie, Bijvoorbeeld voor hoogblootgestelde of nabij kwetsbare bestemmingen gebieden. Ambitie is, om de inzet van (oudere) dieselvoertuigen te beëindigen en schone alternatieven te stimuleren.

Bij aanbestedingen voor voertuigen en transportdiensten nemen we – in lijn met de afspraken uit het Schone Lucht Akkoord – luchtkwaliteits- en gezondheidseisen expliciet op in de aanbestedingsstukken en contractafspraken. De Algemene Inkoopvoorwaarden Drechtsteden 2020 (AIVD 2020) borgen daarbij dat leveranciers moeten voldoen aan toepasselijke weten regelgeving en algemeen geldende normen, waaronder voorschriften op het gebied van milieu. Waar relevant sluiten we bij de formulering van emissie-eisen aan op de (periodiek aangescherpte) MVI-criteria zoals gepubliceerd via PIANOo, met ruimte om in specifieke situaties (bijvoorbeeld nabij kwetsbare bestemmingen) zwaardere eisen te stellen.

M.3.D

Regionale mobiliteitsprogramma’s

Gemeenten en provincies nemen de gezondheidsdoelen uit 3 het SLA akkoord (Artikel 1) mee in de uitwerking, uitvoering en toekomstige herijkingen van alle Regionale Mobiliteitsprogramma’s.

De gemeente neemt via de regionale samenwerking (RMPregio Drechtsteden) deel aan de doorlopende uitwerking en actualisatie van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. IIn regionaal verband is aandacht gevraagd voor het expliciet meewegen van de SLA-gezondheidsdoelen bij de selectie/actualisatie van maatregelen (o.a. stimulering van schone en actieve mobiliteit, en het versnellen van de verschoning van voertuigen en logistiek). Bij eerstvolgende actualisatie van het regionale maatregelenpakket wordt vastgelegd hoe gezondheid/luchtkwaliteit structureel wordt meegenomen (bijv. als toets/afwegingscriterium en via periodieke herijking).

M.1.D

Gezondheidsdoelen in verkeers- en vervoersplannen

Gemeenten, provincies en Rijk, streven ernaar om vanaf 2021 4 gezondheidsdoelen (zoals geschreven in artikel 1 uit het Schone Lucht Akkoord) voor schonere lucht op te nemen in alle relevante nieuwe verkeers- en vervoersplannen en bestaande plannen periodiek te herijken. Dit is een continu proces.

M.4.D

Effectstudies luchtemissies

Gemeenten, provincies en Rijk brengen de negatieve 5 gezondheidseffecten van luchtemissies in kaart bij effectstudies voor projecten waarvan een mogelijk substantieel effect wordt verwacht. In de themagroep mobiliteit verkent de rijksoverheid, in samenwerking met gemeenten en provincies de mogelijkheden hiervoor. Voor kleine projecten kan gebruik gemaakt worden van de Niet In Betekenende Mate (NIBM) tool. Voor grote projecten kan men de milieueffectrapportage procedure gebruiken. Meer informatie hierover is te vinden op iplo.nl. Gemeenten en provincies streven ernaar om emissie-eisen in 0 omgevingsvergunningen en milieuzones toe te passen ten behoeve van stedelijke en in het bijzonder hoogblootgestelde gebieden voor mobiele werktuigen die worden ingezet onder andere voor de logistiek, evenementen, groenbeheer, infraen bouwwerken. Partijen verkennen in de themagroep en pilot mobiele werktuigen, in overleg met marktpartijen de mogelijkheden hiervoor.

NRMM.5. Emissie-eisen in vergunningen D

In 2023 is het Mobiliteitsplan Hardinxveld-Giessendam bestuurlijk vastgesteld en in werking getreden (vervanging GVVP 2012). Daarmee is een actueel beleidskader beschikbaar om de SLA-gezondheidsdoelen structureel te borgen in de verdere uitwerking en uitvoering van maatregelen en projecten. In de uitvoeringsfase wordt bij relevante mobiliteitskeuzes (maatregelen, projecten en prioritering) expliciet getoetst hoe deze bijdragen aan schonere lucht en gezondheid (o.a. stimuleren van schone en actieve mobiliteit en het versnellen van de verschoning van voertuig- en transportbewegingen). Bij de eerstvolgende evaluatie/herijking van het mobiliteitsbeleid worden de SLAgezondheidsdoelen als vast onderdeel van de herijkingssystematiek opgenomen. Alle (grote) ruimtelijke plannen worden beoordeeld op hun effect op luchtkwaliteit. De WHO-advieswaarden worden in onze planbeoordeling betrokken.

De gemeente herkent de landelijke ambitie om emissie‑eisen te stellen aan mobiele werktuigen, maar omdat wij geen stedelijk gebied zijn en geen hoogblootgestelde locaties hebben, is de directe toepassing hiervan beperkt. Wel geldt dat bij bouwprojecten nabij Natura 2000‑gebieden vaak al schoon en emissiearm materieel nodig is om aan natuur- en stikstofregels te voldoen. De gemeente sluit hier bij vergunningverlening op aan. De gemeente volgt de landelijke pilots en de themagroep mobiele werktuigen, maar heeft zelf nog geen aanvullende emissie‑eisen uitgewerkt. Op basis van de landelijke ontwikkelingen wordt bepaald of dit in de toekomst nodig is.

NRMM.4. Emissie-eisen in aanbestedingen D

Gemeenten en provincies nemen vanaf 2021 emissie-eisen en 5 criteria op die gericht zijn op het terugdringen van luchtvervuilende emissies in de aanbesteding van (bouw)projecten en andere aanbestedingen waaronder mobiele werktuigen. De aanbestedingscriteria komen minimaal overeen met de emissie-eisen van de MVI criteria zoals gepubliceerd op de PIANOo website. Partijen maken nadere afspraken over de periodieke aanscherping van de eisen richting 2030 (Routekaart schoon en 0-emissie bouwmaterieel). Indien gewenst kunnen gemeenten en provincies kiezen voor een verdergaande ambitie, bijvoorbeeld voor hoogblootgestelde of nabij kwetsbare bestemmingen gebieden.

Bij aanbestedingen voor (bouw)projecten en andere opdrachten waarbij mobiele werktuigen worden ingezet (o.a. GWW en groen) nemen we emissie-eisen en criteria gericht op het terugdringen van luchtvervuilende emissies expliciet op in de aanbestedingsstukken en contractafspraken. De Algemene Inkoopvoorwaarden Drechtsteden 2020 (AIVD 2020) vormen daarbij het algemene kader: opdrachtnemers leveren conform de overeenkomst en voldoen aan toepasselijke wet- en regelgeving en algemeen geldende normen, waaronder milieuvoorschriften. Waar relevant sluiten de gevraagde eisen minimaal aan bij de MVI-criteria (PIANOo) en houden we bij actualisaties van onze uitvraag rekening met landelijke aanscherpingen richting 2030 (Routekaart schoon en 0-emissie bouwmaterieel). Indien de locatie of situatie daartoe aanleiding geeft (bijv. nabij kwetsbare bestemmingen) kunnen in de aanbesteding zwaardere eisen worden opgenomen.

I.2.D

Aanscherpen vergunningen

Provincies en gemeenten zetten zich in om scherp te 5 vergunnen, hun vergunningenbestand tijdig te actualiseren en waar nodig toezicht te optimaliseren. Dit dient geborgen geworden in lokaal beleid, opdrachtverlening naar omgevingsdiensten en wordt gecontroleerd door middel van actieve monitoring.

De maatregel wordt uitgevoerd via afspraken met OZHZ. In lijn met de gemeentelijke nota VTH actualiseert OZHZ het vergunningenbestand, onder andere door het bijwerken van BBT‑documenten en het aanpassen van verouderde vergunningen. Op verleende omgevingsvergunningen milieu, voert OZHZ een oplevercontrole uit.

I.3.D

Versterken toezicht en handhaving

Gemeenten en provincies nemen maatregelen om, waar nodig 5 en mogelijk, het toezicht en handhaving te versterken. Dit wordt geborgd in lokale plannen voor toezicht en handhaving. De themagroep Industrie doen voorstellen hoe daar uitvoering aan kan worden gegeven.

OZHZ voert toezicht uit conform de gemeentelijke en provinciale nota VTH. Ten behoeve van de versterking van handhaving en toezicht zijn op initiatief van Provincie Zuid-Holland, trainingen gegeven over emissie-eisen voor de industrie. De trainingen hebben in 2022 en 2023 plaatsgevonden. Deze maatregel hangt verder samen met maatregel I.4.D, acties n.a.v. pilots.

I.1.D

Emissie-eisen in vergunningen

In nieuwe of geactualiseerde vergunningen die vanaf 2021 worden afgegeven staan emissie-eisen die zo dicht mogelijk aan de onderkant van de BREF-range liggen. Dit uitgangspunt wordt verankerd in lokaal beleid (zoals de nota VTH en/of in de opdrachtverlening aan Omgevingsdiensten).

5

De maatregel wordt geïmplementeerd via afspraken met Omgevingsdienst Zuid‑Holland Zuid (OZHZ). OZHZ voert de vergunningverlening uit conform de gemeentelijke en provinciale nota VTH 2025–2028, waarin het principe van scherp vergunnen is verankerd middels een vaste, uniforme werkwijze in het werkprotocol 'Beleidskader scherp vergunnen'. Bij nieuwe of geactualiseerde vergunningen wordt gekeken in hoeverre er sprake is van emissie-eisen zo dicht mogelijk aan de onderkant van de BREF-range. Hiermee is het uitgangspunt van scherp vergunnen structureel geborgd in het lokale beleid. Er is door OZHZ een voorverkenning uitgevoerd naar hoe met toezicht en handhaving emissiereductie kan worden bereikt. Uit de interviewresultaten is een aantal quickwins afgeleid. Dit zijn acties of maatregelen die direct toe te passen zijn zonder ‘grote’ investeringen in tijd of geld. Deze hebben betrekking op het uitvoeren van metingen, het (beter) gebruiken van beschikbare data en het versterken van kennisopbouw en borging. Met deze bevindingen is en wordt rekening gehouden in toezicht en handhaving. OZHZ was al en blijft bezig met de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen zoals de deelname aan het Interbestuurlijk programma versterking VTHstelsel (IBP), waaronder de landelijke afstemming over de risicoanalyse voor toezicht en handhaving.

I.4.D

Acties n.a.v. pilot

De pilot industrie houdt het faciliteren en/of ondersteunen 5 van scherp vergunnen in. Wanneer een deelnemer uitvoering geeft aan de andere drie vaste industrie maatregelen, past de deelnemer automatisch de resultaten van de pilot industrie toe. Deze maatregel kan dan worden aangemerkt als ‘afgerond’.

H.10.D

Acteren o.b.v. Stookwijzer

Deelnemende gemeenten nemen binnengekomen klachten 5 van de stookwijzer in ontvangst. Indien er sprake is van (herhaalde) overlast op een bepaalde locatie, acteren gemeenten daar waar mogelijk op. Bijvoorbeeld door middel van voorlichting, aanbieden van bemidelling of handhaven door gebruik te maken van de toolkit Overlast van houtstook.

Als er klachten binnenkomen worden deze onderzocht op oorzaak, relevantie en ernst. We verstrekken informatie, bekijken of er grond is om op te treden en/of bieden (buurt)bemiddeling aan.

H.1.D

Voorlichting houtstook

Gemeenten en provincies zetten actief in op de inzet van 5 voorlichting over houtstook via hun eigen communicatiekanalen op basis van het landelijk ontwikkelde materiaal, onder andere door op hun website en social media aandacht te geven aan de gezondheidsimpact van houtstook. Partijen kunnen hierbij gebruik maken van materiaal wat beschikbaar wordt gesteld door het Rijk

Voorlichting- en communicatie campagne (m.b.v. landelijk materiaal) is uitgevoerd in 2025 en wordt minimaal jaarlijks herhaald. Dit is een doorlopend proces.

H.2.D

Communicatie gezondheidseffecten

Partijen besteden in de communicatie aan bewoners en partijen rondom de energietransitie en gasloze wijken aandacht aan de gezondheidseffecten van houtrook.

5

In de omgevingsvisie wordt aandacht besteed aan de communicatie rondom gezondheidseffecten van houtstook.

H.12.D

Acties n.a.v. pilot

De uitkomst van de pilot houtstook worden gevolgd. Mogelijkheden om elementen hieruit toe te passen, worden verkend.

H.8.D

Communicatie stookalert

Bij positieve uitkomsten van de pilot houtrook verkennen 3 gemeenten de mogelijkheden om elementen hieruit toe te passen. Deze pilot is inmiddels afgerond, er is door adviesbureau KokxDeVoogd een rapport opgeleverd “sturen op houtstook in het Omgevingsplan” met de bijbehorende presentatie waarin onder andere hierop wordt ingegaan. Deze zijn terug te vinden onder het kopje “pilot houtstookarme/houtstookvrije wijk" op de houtstook themapagina op de SLA website. Het stookalert is gepauzeerd naar aanleiding van de 5 vernieuwde stookwijzer. Gebruik en promoot in plaats van het stookalert de vernieuwde stookwijzer.

H.7.D

Toepassen meetmethode

H.6.D

Toepassen Toolkit

Bij een succesvol ontwikkelde meetmethode door de 3 Rijksoverheid voor het vaststellen van de lokale gezondheidsimpact van houtrook, kunnen gemeenten deze meetmethode toepassen bij de handhaving van overlast als gevolg van (onjuiste) toepassing van houtstook. De Rijksoverheid actualiseert in samenwerking met 5 geïnteresseerde gemeenten de toolkit Overlast van houtstook. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre een onderbouwde gezondheidsschade kan worden meegenomen. Bij een positief resultaat kunnen gemeenten deze methode toepassen bij de handhaving bij overlast als gevolg van (onjuiste) toepassing van houtstook.

Bij sprake van een negatief stookadvies wordt dit actief via eigen kanalen van de gemeente aangegeven. Dit is verwerkt in de communicatiecampagne van de gemeente waarin ook een verwijzing wordt gedaan naar https://www.atlasleefomgeving.nl/stookwijzer Het ministerie kijkt naar de juridische handhaafbaarheid van de te ontwikkelen methodiek voor het meten van overlast van houtstook. Wij volgen de ontwikkelingen.

De gemeente gebruikt de routewijzer bij het handhaven bij overlast.

S.5.D

S.3.D

Aanbestedingscriteria diensten en pleziervaart

Aanbestedingscriteria infrastructurele werkzaamheden

Gemeenten, provincies spreken af luchtemissies als belangrijk 3 criterium te hanteren bij de aanbesteding van veerdiensten en vergunningen voor watertaxi’s en nemen waar mogelijk eisen op voor pleziervaart in gebieden met hoge blootstelling

Gemeenten, provincies en Rijk spreken af luchtemissies als 3 belangrijk criterium te hanteren bij de aanbesteding van infrastructurele werkzaamheden (baggeren en onderhoud vaarwegen en havenbekkens), zodat aannemers die dergelijke projecten met lagere emissies realiseren een preferente positie kunnen krijgen.

Voor personenvervoer over water is verduurzaming van veerdiensten in uitvoering. Provincie Zuid-Holland stuurt op (stapsgewijs) emissieloos personenvervoer over water binnen de Waterbus/PoW-contractering. Voor de lokale veerverbindingen (Riveer) is elektrificatie van de vloot onderwerp van besluitvorming en uitvoering. In landelijke SLA-context zijn gunningscriteria ontwikkeld (pilot ‘schone havens’) en vastgelegd in een handreiking om luchtemissies mee te wegen bij veerdiensten en watertaxivergunningverlening. In openbaar beschikbare lokale regelingen van Hardinxveld-Giessendam (haven/vaarwegenregels en ligplaatsbeleid) zijn echter nog geen expliciete emissie-criteria voor watertaxi’s of aanvullende eisen voor pleziervaart in hoogblootstelling teruggevonden. Dit wordt opgepakt als aandachtspunt voor regionale afstemming (provincie/vaartwegbeheerder en betrokken gemeenten) en voor vertaling naar lokale vergunning/regelpraktijk waar passend. Hardinxveld-Giessendam sluit aan bij de regionale en provinciale beweging om luchtemissies zwaarder te laten meewegen bij infrastructurele werkzaamheden op het water. In de regio Drechtsteden is een grootschalige pilot ‘emissieloos baggeren’ uitgevoerd, met de bedoeling om deze ervaringen te vertalen naar opschaling en inkoop/contractcriteria zodat aannemers met lagere emissies een preferente positie kunnen krijgen.

Tegelijkertijd contracteert de provincie Zuid-Holland baggerwerkzaamheden aan vaarwegtrajecten, waardoor emissiearme uitvoering via provinciale aanbestedingen kan worden versneld. Voor gemeentelijke opdrachten geldt dat wij – waar wij opdrachtgever zijn – deze lijn gaan borgen door luchtemissies expliciet als (sub)gunningscriterium op te nemen in relevante uitvragen, aansluitend op de PIANOo-handvatten voor ‘schoon en emissieloos baggeren’ (incl. aanscherping in de tijd bij meerjarige contracten).

S.2B.D

Stimuleren walstroom

In de SLA pilot Schone Havens wordt onderzoek gedaan naar 3 de beste inzet van gedifferentieerde tarieven/kortingen op het binnenhavengeld ter verduurzaming van de binnenvaart en streven naar uniformering in de systematiek die wordt gebruikt. Resultaten van dit onderzoek wordt gedeeld met SLA deelnemers en geldt als input voor deze maatregel. Partijen streven ernaar om de resultaten van dit onderzoek te ondersteunen en te implementeren waar mogelijk.

Hardinxveld-Giessendam faciliteert het gebruik van walstroom in de haven via het haven- en kadegeldkader (o.a. door tarieven voor elektriciteitsafname). Provincie Zuid-Holland werkt langs provinciale vaarwegen aan de uitrol en het beheer van walstroompunten en stimuleert eenvoudig gebruik via het Connect4Shore-systeem. Binnen de Drechtsteden is walstroom op meerdere locaties beschikbaar en wordt het gebruik daarnaast ondersteund met lokale regels (zoals beperkingen op dieselgeneratoren op aangewezen ligplaatsen). Voor het onderdeel ‘gedifferentieerde tarieven/kortingen op binnenhavengeld’ (SLA-pilot Schone Havens) is in Hardinxveld-Giessendam nog geen publiek vastgelegde systematiek (zoals Green Award-korting of emissielabel-differentiatie) aangetoond; hierbij ligt een logische vervolgstap om aan te sluiten bij bestaande regionale praktijk (zoals Green Award-korting op binnenhavengeld in het Port of Rotterdam-tariefsysteem) en bij de SLAkennisdocumenten/handreikingen over uniformering.

S.7.D

Routekaart zero emissie binnenhaven

Gemeenten en provincies met binnenhavens stellen plannen 3 op met het streven naar een duurzame binnenhaven. Daarin wordt onder meer toegewerkt naar een zero-emissie binnenhaven in 2035. Partijen werken daarin onder meer aan walstroomvoorzieningen bij ligplaatsen voor binnenvaart, personenvervoer over water, waar mogelijk pleziervaart en naar zero emissie mobiele werktuigen. De Rijksoverheid heeft een routekaart opgesteld ter ondersteuning van de uitvoering van deze maatregel, die is te vinden op de themapagina van Binnenvaart & Havens op de SLA website.

Hardinxveld-Giessendam bevindt zich in de fase in voorbereiding voor een integrale routekaart richting zeroemissie binnenhaven(gebieden) in 2035, met al elementen in uitvoering (o.a. faciliteren van elektriciteitsafname/walstroom in het haven- en kadegeldkader). De scope betreft primair het havengebied Boven-Hardinxveld (Langs de Merwede) en de watergebonden bedrijventerreinen Boven-Hardinxveld en Langeveer, en secundair de jachthavens (De Snap/Het Balkengat en Huibjesbrug) waar passend. De gemeente sluit aan op de regionale beweging: provincie Zuid-Holland bouwt walstroom langs provinciale vaarwegen uit en in de Drechtsteden worden bouwstenen ontwikkeld (o.a. verduurzaming haven/vaart-infra). Volgende stap kan zijn: het opstellen van een gemeentelijke routekaart (afbakening, nulmeting, maatregelpakket en planning) en afstemming met provincie/regio over walstroomdekking, netcapaciteit en emissieloze uitvoering.

S.2A.D

Verplichten gebruik walstroom

Waar walstroomvoorzieningen beschikbaar zijn, verplichten 3 partijen binnen de grenzen van hun wettelijke mogelijkheden de scheepvaart hiervan gebruik te maken en verbieden zij het gebruik van generatoren/aggregaten. Partijen delen actief de ervaringen en best practices bij de toepassing hiervan.

L.7B.D

Inzet meetsensoren

L.3.D

Sector afspraken reductie fijnstof

Gemeenten en provincies zoeken actief naar locaties die 3 geschikt zijn voor het inzetten van meetsensoren voor het meten van emissies op de locatie van de veehouderij en ondersteunt de verankering van inzet van meetsensoren in wet- en regelgeving i.s.m. de Rijksoverheid. De sector wil met een eigen plan komen voor reductie van fijn 3 stof. Dat plan wordt (medio 2021) getoetst. Wanneer met dit plan de doelstelling niet gehaald kan worden, treden op basis van regelgeving emissie eisen in werking. Gemeenten en provincies ondersteunen de realisatie van deze afspraken en passen de afspraken toe binnen hun eigen bevoegdheden.

L.2.D

Integrale brongerichte reductie

Gemeenten en provincies ondersteunen de realisatie van 3 afspraken welke het Rijk sluit met verschillende landbouwsectoren over integrale brongerichte reductie van emissies tbv beleid (aansluitend bij hotspotbenadering/ gebiedsaanpak van de commissies). Een nadere uitwerking van acties voor decentrale overheden moet nog nadere uitwerking krijgen, afhankelijk van de afgesproken sectormaatregelen.

Op basis van publiek beschikbare gemeentelijke regelgeving is voor Hardinxveld-Giessendam nog geen expliciete walstroomplicht en geen expliciet verbod op generatoren/aggregaten op aangewezen ligplaatsen aangetoond. Wel zijn er randvoorwaarden aanwezig die het doel ondersteunen (o.a. regels tegen onnodig draaien van motoren bij afmeren en het faciliteren van elektriciteitsafname waar beschikbaar). Vervolgstap kan zijn om – waar walstroomvoorzieningen aanwezig zijn – ligplaatsen formeel aan te wijzen en via een nadere regel/aanwijzingsbesluit het gebruik van walstroom te verplichten en generatorgebruik te verbieden, binnen de wettelijke mogelijkheden, en ervaringen/best practices regionaal te delen. HG maakt geen gebruik van het CHW-experiment en kent op dit moment geen locaties waar extra ingrijpen nodig is. Bij vergunningverlening wordt wel aandacht besteed aan scherp vergunnen, zie maatregelen onder Industrie, scherp vergunnen. Indien van toepassing zullen maatregelen in de vergunning en/of omgevingsplan worden vastgelegd. Zie ook scherp vergunnen.

De maatregel is in samenhang met maatregelen over industrie over scherp vergunnen.

L.5.D

Informeren toezichthouders

Gemeenten en provincies maken regionaal en lokaal mogelijk 3 dat toezichthouders/handhavers de kennis m.b.t. effectiviteit van eisen aan emissiearme stallen tot zich kunnen nemen. Gemeenten en provincies maken daartoe afspraken met toezichthouders/handhavers over deelname aan en/ of organiseren (expert)bijeenkomsten of e-learnings over de effectiviteit van eisen aan emissiearme stallen. Gemeenten en provincies nemen waar mogelijk, regionaal en lokaal maatregelen om handhaving te versterken.

De ontwikkelingen worden gevolgd en binnen HG is aandacht hiervoor. Deze maatregel hangt samen met de onderwerpen over klimaat, biodiversiteit en stikstof. Bij vergunningverlening wordt iig rekening gehouden bij de beoordeling van een aanvraag. De maatregel is daarom ook in samenhang met maatregelen Industrie over scherp vergunnen.

L.1.D

Warme sanering varkenshouderijen

n.v.t. Er is geen sprake van substantiële emissies.

L.7A.D

Vernieuwing emissie-eisen

L.6B.D

Uitvoeren CHW-experiment

Gemeenten borgen de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord Warme Sanering Varkenshouderijgen o.a. door middel van wijzigingen van bestemmingsplannen. Gemeenten en provincies passen de toekomstige wijziging van rijksregels over generieke emissie-eisen voor biologisch gehouden dieren op een juiste manier toe bij vergunningverlening en toezicht en handhaving. De provincies Gelderland, Limburg en Noord-Brabant en de daarin gelegen gemeenten maken gebruik van het verlengde Chw-experiment 7af (Stcrt. 2024, 38625) en geven hier uitvoering aan en borgen dit via hun eigen bevoegdheden.

P.2.D

Citizen science

A.4-2.D

Aanpak hoog gevoelige groepen

Rijk, gemeenten en provincies informeren inwoners en 3 bedrijven actief over luchtkwaliteit en gezondheidseffecten, de maatregelen die zij nemen om gezondheidswinst te realiseren en de mogelijkheden voor citizens science. De Rijksoverheid werkt samen met Partijen een aanpak uit om 3 de negatieve gezondheidseffecten bij hooggevoelige groepen te beperken. Deze richt zich onder andere op gevoelige bestemmingenbeleid. Partijen nemen naar aanleiding hiervan initiatieven tot aanvullend beleid, binnen hun eigen taken en bevoegdheden en werken indien nodig samen als de inspanningen en de bronnen daarom vragen. SLA-partijen kunnen gebruik maken van het 'Advies bescherming hooggevoelige groepen'. deze is de vinden op de themapagina Hoogst blootgestelde gebieden en gevoelige groepen op de SLA website.

Participatiebeleid is vastgesteld. Maatregel is deels in samenhang met maatregelen woningen en houtstook over voorlichting. CS-projecten zijn nog niet aan de orde. Voor onze gemeente, die geen stedelijk gebied en geen hoogblootgestelde locaties kent, is de directe toepassing van aanvullende maatregelen beperkt. Wel heeft het Advies bescherming hooggevoelige groepen onze aandacht. We letten bij ruimtelijke ontwikkelingen op de situering van gevoelige functies, zoals scholen en zorglocaties, en volgen de landelijke aanpak via het SLA. Waar relevant, zoals bij projecten in de nabijheid van Natura 2000‑gebieden, wordt al gebruikgemaakt van schoon materieel en sluiten we aan bij de geldende regelgeving. Verdere uitwerking van beleid wordt pas overwogen als de lokale situatie daar aanleiding toe geeft.

Indien van toepassing wordt aangesloten bij het BAL. Voorlopig geen grote biologisch gehouden pluimvee en varkens. HG maakt geen gebruik van het CHW-experiment

A.8-1.D

Draagvlag SLA

Rijk, gemeenten en provincies betrekken inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven bij de uitwerking van de voor hen relevante maatregelen van het Schone Lucht Akkoord.

5

A.3-5.D

Uitvoering SLA

A.6-1.D

Implementatie SLA

A.4-1.D

Aanpak blootgestelde locaties

Partijen stemmen de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord, waaronder de pilots, nauw af met, en brengen deze waar mogelijk en wenselijk onder bij bestaande uitvoeringsstructuren, zoals bijvoorbeeld de regionale energiestrategieën, regionale mobiliteitsagenda’s en programma Kringlooplandbouw. Partijen implementeren de doelen en ambities zoals benoemd 3 in artikel 1 uit het Schone Lucht Akkoord, binnen de eigen taken- en bevoegdheden, zo snel mogelijk in hun omgevingsvisies, -plannen en/of -programma’s en voor zover mogelijk in andere beleidsinstrumenten. Gebiedsgerichte aanpak hoog blootgestelde locaties: De Rijksoverheid faciliteert de uitwerking van een gebiedsgerichte aanpak voor hoog blootgestelde locaties. De Rijksoverheid faciliteert onder andere het opstellen van een gebiedsanalyse gericht op definiëring van hoog blootgestelde locaties, mogelijke aanpak en wijze waarop samenwerking tussen Rijk en/of provincie en gemeente mogelijk is om gezondheidswinst te bereiken. Partijen nemen naar aanleiding hiervan initiatieven tot aanvullend beleid, binnen hun eigen taken en bevoegdheden en werken indien nodig samen als de inspanningen en de bronnen daarom vragen. De Rijksoverheid heeft in samenwerking met SLA-deelnemers een stappenplan “‘Gemeentelijke maatregelen hoogblootgestelde gebieden” opgesteld. Dat is te vinden op de website van het Schone Lucht Akkoord.

Van SLA-deelnemers wordt verwacht dat ze dit stappenplan gebruiken bij de keuze van lokale luchtkwaliteitsmaatregelen, zodat de SLA-deelnemer 1. in beeld heeft waar relatief hoogblootgestelde gebieden liggen en 2. luchtkwaliteitsmaatregelen neemt die bijdragen aan het verlagen van concentraties op deze plekken. Dit kunnen algemene of gebiedsgerichte maatregelen zijn.

Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken bij de voor hun relevante maateregelen van het SLA. Grote participatietrajecten zijn voor onze situatie niet nodig; wij volgen de landelijke aanpak en passen deze toe waar dat voor onze lokale context relevant is.

Doelen worden uitgewerkt in de omgevingsplannen.

Voor zover bekend heeft HG geen hoogblootgestelde locaties.

INT.1.D

Ambitieus internationaal luchtbeleid

INT.2.D

Effectief gebruik internationale regelingen

Gemeenten, provincies én het Rijk streven, binnen hun mogelijkheden en in hun eigen netwerken naar ambitieus internationaal luchtbeleid gericht op aanscherping van de Richtlijn luchtkwaliteit en met name die van PM2.5. Gemeenten, provincies én het Rijk verkennen de mogelijkheden om effectiever gebruik te maken van internationale regelingen en innovatiefondsen voor het versneld terugdringen van de emissies en ter ondersteuning van effectief luchtbeleid.

3

De gemeente HG is op de hoogte van het jaarlijkse schone lucht dialoog en volgt de ontwikkelingen.

3

De gemeente HG verkent de mogelijkheden om internationaal samen te werken. De gemeente werkt voor zover nodig mee aan de consultatie voor EU-luchtkwaliteitsrichtlijnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1195/documents/35208