CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Stationsstraat 23 t_m 27, Hardinxveld-Giessendam_Toelichting.pdf

Gemeenteraad (De Ontmoeting) GHG 18 november 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan "Stationsstraat 23-27"19.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam Gemeente Hardinxveld-Giessendam

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam Gemeente Hardinxveld-Giessendam

IDN-nummer:

NL.IMRO.0523.BP2021STATIONSSTR-DO01

Status:

ontwerp

Datum:

20 juni 2021

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 5 6 6 7

Aanleiding en doelstelling Plangebied Aanpak Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Plangebied

9

2.1 2.2

Ruimtelijke structuur Huidige situatie

9 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

11

3.1 3.2 3.3 3.4

11 13 14 17

Ontwikkeling woonzorggebouw Ontwikkeling appartementengebouw Stedenbouwkundige opzet Afwijking geldend bestemmingsplan

Hoofdstuk 4 Beleidskader

19

4.1 4.2 4.3 4.4

19 21 23 24

Nationaal beleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten

27

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16

27 28 30 32 35 36 38 38 38 41 42 43 44 47 48 49

Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Geur Luchtkwaliteit Hoogspanningslijn Trillingshinder Verkeer en parkeren Natuur Archeologie Cultuurhistorie Waardevolle bomen Leidingen Laagvliegroute Niet-gesprongen explosieven

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

3

5.17 5.18

Waterhuishouding Vormvrije m.e.r.-beoordeling

50 53

Hoofdstuk 6 Juridische toelichting

55

6.1 6.2 6.3

55 55 55

Algemeen Opbouw van de regels Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

57

Hoofdstuk 8 Overleg, inspraak en procedure

59

8.1 8.2

59 59

Voorontwerpbestemmingsplan Ontwerpbestemmingsplan

Toelichting

4

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding voor het opstellen van het voorliggend bestemmingsplan is het voornemen van initiatiefnemers om op de locatie Stationsstraat 23 t/m 27 een woonzorggebouw met 24 woonzorgeenheden voor ouderen met dementie en een appartementengebouw met 15 reguliere appartementen op te richten. De locatie Stationsstraat 23 t/m 27 bestaat uit de voormalige Giessenschoollocatie (Stationsstraat 27) en de naastgelegen huisartsenpraktijk met woning (Stationsstraat 23, 23A en 25). Nadat de school in 2007 werd gesloopt, is door de voormalige eigenaar een initiatief ontwikkeld voor de realisatie van een maatschappelijke functie op deze inbreidingslocatie. In 2012 heeft de gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam een bestemmningsplan vastgesteld voor de oprichting van een gezondheidscentrum een een woonzorgvoorziening met 26 zorgwoningen. Deze plannen bestaan onder andere uit het oprichten van een huisartsenpraktijk, fysiotherapeutisch centrum, een psychologenpraktijk en een apotheek. Inmiddels is het gezondheidscentrum elders in de gemeente gerealiseerd en is gekozen voor een gewijzigde stedenbouwkundige opzet. Het voorliggend plan wijkt zodanig af van de eerder opgestelde plannen, dat een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Het voorliggend document is de toelichting van het bestemmingsplan, dat is opgesteld om de planaanpassingen te kunnen realiseren.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in de kern van Hardinxveld-Giessendam en is kadastraal bekend als gemeente Hardinxveld, sectie F, nummers 2194, 2394 en 2395.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

5

Globale ligging planlocatie

1.3

Aanpak

De voorgenomen locatieontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met een herziening van het bestemmingsplan. De voorliggende toelichting maakt onderdeel uit van het postzegelbestemmingsplan 'Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam' en vormt de onderbouwing van het particulier initiatief.

1.4

Geldend bestemmingsplan

De planologische situatie is vastgelegd in het geldend bestemmingsplan 'Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied' (vastgesteld, 30 maart 2017). Het plangebied is bestemd als 'Maatschappelijk' met een bouwvlak, met een differentiatie aan bouwhoogten, variërend van 4,5 tot 14 m hoogte. Voor de hoofdmassa van het gebouw is een maatvoering voor maximum bouwhoogte van 11 tot 14 m opgenomen en is de functieaanduiding 'zorgwoning' toegekend. Voor het gehele plangebied geldt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – laagvliegroute'. Langs de plangrens ligt een gebiedsaanduiding 'wetgevingszone – afwijkingsgebied erfafscheidingen', waarbinnen, na het volgen van een afwijkingsprocedure (binnenplans), het oprichten van hogere erfafscheidingen mogelijk is. In tegenstelling tot de directe omgeving van het plangebied, is voor de locatie géén archeologische dubbelbestemming opgenomen. Het plangebied is eerder met een selectiebesluit vrijgegeven voor wat betreft archeologische waarden op basis van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied' met ligging planlocatie

6

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

1.5

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting vormt de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief en is als volgt opgebouwd: in Hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie in het plangebied beschreven; in Hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan beschreven; in Hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in Hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; in Hoofdstuk 6 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; in Hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; in Hoofdstuk 8 worden tenslotte de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

7

8

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Hoofdstuk 2 2.1

Plangebied

Ruimtelijke structuur

De herontwikkelingslocatie van de voormalige Giessenschool ligt op de kruising van de Stationsstraat met de Molenstraat, aan de doorgaande route richting het centrum. Aan de noordzijde van de Stationsstraat ligt de spoorlijn Dordrecht - Geldermalsen op een verhoogd dijklichaam, met het station aan de noordoostzijde. Het spoorlichaam vormt richting het westen de grens tussen het open slagenlandschap aan de noordzijde en het aaneengesloten, bebouwd gebied van de kern aan de zuidzijde daarvan. Aan de overzijde van het spoor bevindt zich ook de bestaande wijk Over 't Spoor en de toekomstige uitbreidingslocatie 't Oog. De Stationsstraat ligt haaks op de noord-zuid richting van de stedenbouwkundige structuur. Ter plekke van de planlocatie ligt een as-verschuiving van de Stationsstraat. Met name de as-verschuiving van de straat maakt dat het perceel in de zichtlijn van de Stationsstraat vanuit het westen prominent zichtbaar is. Daarnaast komt vanuit het westen het station in beeld, ongeveer vanaf de kruising met de Molenstraat. Ten zuiden van de locatie gaat het overwegend noord-zuid gerichte patroon van het onderliggende landschap over in de oude lintstructuur zoals die aan het verhoogde Buitendams en de Damstraat herkenbaar is. Beide patronen bepalen het stedenbouwkundig weefsel van bouwblokken.

De entrees van de bebouwing (formele kanten) zijn georiënteerd op de straten, terwijl de tuinen (informele kanten) naar binnen gericht in de bouwblokken liggen.

2.2

Huidige situatie

In de huidige situatie bestaat de locatie uit twee deelgebieden met een totale oppervlakte van 3.305 m2 . 2.2.1 Stationsstraat 27 - Voormalige schoollocatie De voormalige schoollocatie bestaat uit het perceel F 2395 met een oppervlakte van 2.354 m2 . Het oude schoolgebouw is gesloopt en het terrein is vrijgemaakt. De planlocatie bestaat uit een braakliggend terrein, omheind met een laag hekwerk. Verspreid op het terrein staan nog een aantal bomen, die voorheen onderdeel waren van de buitenruimte bij de school. 2.2.2 Stationsstraat 23-25 - Praktijklocatie De percelen Hardinxveld, sectie F, nummers 2194 en 2394 hebben een gezamenlijke oppervlakte van 951 m2 . Op de percelen staat circa 400 m2 aan bebouwing. Deze bebouwing is ooit gebouwd als huisartsenpraktijk met woning. Sinds de vaststelling van het bestemmingsplan voor het gezondheidscentrum in 2012 is deze bebouwing aanwezig onder het overgangsrecht. De percelen zijn grotendeels verhard, onder andere als parkeervoorziening voor bezoekers.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

9

Luchtfoto van het plangebied

10

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In het voorliggend bestemmingsplan worden twee ruimtelijke initiatieven mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan bestaat uit de ontwikkeling van een woonzorggebouw in het westelijk gedeelte van de planlocatie (paragraaf 3.1) en de ontwikkeling van een appartementengebouw in het oostelijk gedeelte van de planlocatie (paragraaf 3.2). De twee deelontwikkelingen vormen één stedenbouwkundig geheel. In paragraaf 3.3 is de stedenbouwkundige opzet van de totaalontwikkeling behandeld.

3.1

Ontwikkeling woonzorggebouw

3.1.1 Zorgappartementen voor ouderen met dementie Het planvoornemen voor het westelijk plangedeelte bestaat uit het oprichten van een woonzorggebouw, voor de realisatie van 24 woonzorgeenheden met gemeenschappelijke voorzieningen. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen en wordt specifiek opgericht voor 24-uurszorg voor ouderen met dementie vanuit het concept 'Wonen bij September'. Wonen bij September is een zorgorganisatie die in kleinschalige woonhuizen voor 20 tot 24 bewoners een beschermde omgeving biedt waar mensen met geheugenproblemen (dementie) met elkaar samenwonen. September maakt kleinschalig wonen met particuliere zorg mogelijk voor een bredere doelgroep. Wonen bij September volgt de wensen en behoeften van de bewoners, waardoor de bewoners zich niet hoeven te voegen naar de (on)mogelijkheden van de organisatie van wie zij zorg ontvangen. Een huis van September kenmerkt zich door de huiselijkheid. De kwaliteit van wonen wordt bepaald door de juiste locatie in een woonomgeving, een gebouw met een huiselijke uitstraling, zowel exterieur als interieur, ruime woonkamers met een grote woonkeuken waar het dagelijks leven zich afspeelt. De bewoners hebben een eigen appartement met badkamer, maar hebben geen keuken. Het appartement wordt meer gezien als de slaapkamer, waar de bewoner zijn of haar eigen spullen kwijt kan om aan het thuisgevoel bij te dragen.

In de huizen van September wonen mensen die over het algemeen de laatste 10 jaar van hun leven, voor de verhuizing naar het woonhuis van September, in dezelfde gemeente hebben gewoond. Daarnaast woont er een tweede groep, waarbij de kinderen in de gemeente wonen waar het huis van September is gevestigd en zij hun hulpbehoevende vader of moeder weer dichterbij willen laten wonen. Een enkeling komt van verder; deze mensen zijn bewust op zoek naar de kwaliteit van zorg, zoals deze door Wonen bij September wordt geboden, en stellen het belang van deze kwaliteit boven de geografische locatie. De bewoners bij September ontvangen integrale zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze wet regelt zorg voor onder andere de meest kwetsbare ouderen in Nederland die zoals omschreven in de wet '24-uurs toezicht en zorg in de nabijheid nodig hebben'. In de huizen van September wordt die woonomgeving en bijbehorende ondersteuning en zorg geboden, gericht op de bewoners met geheugenproblematiek. Om in aanmerking te komen voor dementiezorg is een CIZ-indicatie noodzakelijk. Om de planlocatie Stationsstraat 27 geschikt te maken voor het zorgconcept van 'Wonen bij September' wordt een gebouw opgericht met 24 woonzorgeenheden met een gemiddeld oppervlak van ca. 32 m2 per eenheid. Daarnaast wordt op de begane grond voorzien in gemeenschappelijke voorzieningen.

Vanuit de woonkamer en tuinkamer is de verbinding met de tuin belangrijk. De tuin biedt ruimte aan onder andere een terras, bankjes en bloementuinen, waarbij de beleving van de tuin voor de bewoners centraal staat. Voor bezoekers en medewerkers wordt een parkeerplaats voor 12 auto's en een fietsenberging gerealiseerd, met een ontsluiting naar de Molenstraat. Mocht dat in de toekomst nodig zijn, kunnen twee extra parkeerplaatsen worden aangelegd (zie ook paragraaf 5.9.2 Parkeren). Concreet bestaat het woonzorggebouw met 24 woonzorgeenheden en bijbehorende voorzieningen uit:

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

11

Begane grond: woonkeuken, eetkamer, tuinkamer, bibliotheek, werkruimtes en vier woonzorgeenheden; Eerste verdieping: elf woonzorgeenheden; Tweede verdieping: negen woonzorgeenheden en één logeerkamer.

Bouwplan woonzorggebouw (begane grond) 3.1.2 Groene inrichting Als onderdeel van het woonzorgconcept wordt de buitenruimte bij het woonzorggebouw voorzien van een groene tuininrichting. Bij de inrichting van de tuin staat de beleving van de bewoners centraal. De tuin is zodanig ingericht, dat er voor ouderen meerdere korte looproutes ontstaan met mogelijkheden om te rusten op bankjes in de tuin. Een rondgang is daarbij essentieel voor de bewoners. Vanuit de gemeenschappelijke tuinkamer hebben de bewoners van het woonzorggebouw uitzicht over de tuin. Het tuininrichtingsplan is weergegeven in de navolgende afbeelding en toegevoegd als Bijlage 1 bij de toelichting. Een gedeelte van de groene tuininrichting vormt de compensatie voor de bestaande waardevolle boom, die momenteel op het perceel aanwezig is (zie daarvoor ook paragraaf 5.13 Waardevolle bomen). Deze compensatie is vastgelegd in Bijlage 1 bij de regels.

12

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Groene inrichting woonzorggebouw

3.2

Ontwikkeling appartementengebouw

Het planvoornemen voor het oostelijk plangedeelte bestaat uit het oprichten van een appartementengebouw, voor de realisatie van vijftien reguliere appartementen (koopappartementen). Het gebouw wordt opgericht met drie bouwlagen. Op elke verdieping worden vijf tweekamerappartementen gerealiseerd, waarvan twee midden/dure appartementen aan de voorzijde van het gebouw en drie goedkopere, betaalbare appartementen aan de achterzijde van het gebouw. In totaal worden daarmee 6 duurdere en 9 goedkopere appartementen gerealiseerd. Voor de ontwikkeling van het appartementengebouw zal de huidige huisartsenpraktijk en bijbehorende woning worden gesloopt. Omdat op eigen terrein niet voldoende ruimte is voor het realiseren van de parkeerbehoefte, wordt voor het realiseren van voldoende parkeervoorzieningen aan de overzijde van de Stationsstraat een uitbreiding gerealiseerd van de bestaande parkeerplaats. De bestaande parkeerplaats van het station wordt uitgebreid met 20 parkeerplaatsen in westelijke richting. Daarvoor wordt het perceel Hardinxveld, sectie I, nummer 487 aangewend (zie ook paragraaf 5.9.2 Parkeren en Bijlage 2).

Concreet bestaat het appartementengebouw uit 15 tweekamerappartementen: Per bouwlaag twee grotere appartementen aan de voorzijde en drie kleinere appartementen aan de achterzijde; 15 bergingen aan de achterzijde van het gebouw; 9 parkeerplaatsen op eigen terrein; 20 parkeerplaatsen aan de overzijde van de weg, als uitbreiding van de parkeerplaats van het station.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

13

Bouwplan appartementengebouw

3.3

Stedenbouwkundige opzet

Het woonzorggebouw en het appartementengebouw vormen één stedenbouwkundig geheel. Aangezien sprake is van een samenhangende locatieontwikkeling is in de voorbereiding door beide ontwikkelaars aansluiting gezocht in de bouwmassa en de positionering op het perceel. Daarnaast wordt in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen afgestemd over het eenduidig materiaal- en kleurgebruik. De stedenbouwkundige opzet is tot stand gekomen na afstemming tussen beide initiatiefnemers en de gemeente Hardinxveld-Giessendam. De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft de voorgestelde stedenbouwkundige opzet beoordeeld en heeft hiervoor een positief advies afgegeven. Het advies is toegevoegd als Bijlage 3 bij de toelichting (SpaceValue, d.d. 23 februari 2021). 3.3.1 Bouwmassa's Momenteel is het mogelijk om een gezondheidscentrum met een maximale bouwhoogte van 14 m te realiseren op het terrein. Met het voorliggend initiatief is een eindsituatie gecreëerd met een minder grote impact op de omgeving dan realisatie van bebouwing, zoals dat in het geldend bestemmingsplan mogelijk is. Ten opzichte van het geldend bestemmingsplan is gekozen voor een bouwmassa met een lagere bouwhoogte en een geringer volume. Ten opzichte van het geldend plan is gekozen om het perceel op te delen in twee deelontwikkelingen, waarbij wel gezocht is naar een samenhangend stedenbouwkundig geheel.

Er is sprake van een gewijzigde stedenbouwkundige opzet, met een minder grote impact op de omgeving. Om een samenhangend stedenbouwkundig geheel te kunnen verkrijgen, is gekozen voor het oprichten van twee kloeke bouwmassa's, die goed bij elkaar aansluiten in goot- en bouwhoogte. Beide gebouwen bestaan uit drie bouwlagen, waarvan de derde bouwlaag is uitgevoerd in de vorm van een iets terugliggende kap met dakkappelen. Beide gebouwen worden opgericht met een eenduidige hoofdmassa, met een maximale bouwhoogte van 10 m en een goothoogte van 7,0 m.

14

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

De bovenste bouwlaag bestaat uit een iets terugliggende kap. Om op de bovenste verdieping wel volwaardige appartementen en woonzorgeenheden te kunnen realiseren is gekozen om veelvuldig gebruik te maken van dakkapellen. Daarnaast is voor het appartementengebouw aan beide zijden van het gebouw een uitbouw voorzien, om zo te kunnen voorzien in een (geluidluwe) buitenruimte. De regels van het bestemmingsplan zijn toegespitst op het gebruik van dakkapellen en uitbouwen op de bovenste bouwlaag. 3.3.2 Positionering op het perceel Daarnaast is samenhang gezocht in de afstand van de voorgevel tot de Stationsstraat. Het gebouw op het oostelijk plangedeelte ligt circa 1 m dichter naar de weg dan het gebouw op het westelijk plangedeelte. De gebouwen worden op relatief vergelijkbare afstand van de Stationsstraat opgericht, waardoor om zo voor een rustig straatbeeld te zorgen. Door de vorm en positie van de volumes blijft er voldoende ruimte aan de zuidzijde van de percelen om een passende overgang naar bestaande percelen aan de achterzijde te kunnen realiseren. Gezien de grotere afstand en de lagere bouwhoogte van het woonzorggebouw en het appartementengebouw, wordt met standaard perceelafscheiding voldoende geacht.

In het geldend bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om langs de zuidelijke perceelsgrens een hogere afscheiding te plaatsen door middel van een binnenplanse procedure. Het plaatsen van een dergelijk hoge afscheiding wordt met de voorgestelde positionering niet noodzakelijk en niet wenselijk geacht. Daarom is de afwijkingsmogelijkheid in het voorliggend bestemmingsplan niet overgenomen. 3.3.3 Materiaal- en kleurgebruik In het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen stemmen beide initiatiefnemers nader af over het materiaal en kleurgebruik, en het gebruik van ondergeschikte bouwdelen zoals dakkapellen, zodat een eenduidig straatbeeld ontstaat. 3.3.4 Impressies Op de impressies in de voorgaande paragrafen en op de onderstaande vooraanzichten is dit visueel inzichtelijk gemaakt.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

15

Impressie woonzorggebouw

Impressie appartementengebouw

Voorgevel woonzorggebouw (aanzicht Stationsstraat)

16

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Voorgevel appartementengebouw (aanzicht Stationsstraat)

Impressie aanzicht vanuit de Stationsstraat vanaf het westen (middenvoor kruising met de Molenstraat)

3.4

Afwijking geldend bestemmingsplan

In het vigerend bestemmingsplan 'Hardinxveld-Giessendam, bebouwd gebied' is de locatie bestemd als 'Maatschappelijk', waarbinnen een bouwvlak is aangewezen voor een specifiek bouwplan voor het gezondheidscentrum. Binnen het geldend bestemmingsplan is de oprichting van een woonzorggebouw met 24 woonzorgeenheden en

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

17

het appartementengebouw met vijftien reguliere appartementen in de voorgestelde vorm niet mogelijk. De geldende maatschappelijke bestemming is niet toereikend voor het realiseren van reguliere appartementen en de gewenste stedenbouwkundige opzet wijkt af van het geldend bouwvlak met specifieke maatvoeringseisen. Om de gewenste locatieontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De uitbreiding van de parkeerplaats aan de overzijde van de weg past binnen de geldende bestemming 'Verkeer'. Daarvoor is geen herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

18

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Nationaal beleid

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.

Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het Rijk een ander nationaal belang heeft aangewezen. Derhalve heeft het Barro geen consequenties voor voorliggend plan. 4.1.3 Bro; motivering duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' (voormalige ladder) opgenomen. Dit stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken.

De motivering duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

19

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Uit de gemeentelijke structuurvisie blijkt dat de locatie een binnenstedelijke herstructureringslocatie betreft. De voormalige schoollocatie en de naastgelegen huisartsenpraktijk met woning wordt herontwikkeld tot een locatie met woonzorgeenheden en reguliere appartementen. Met de locatieontwikkeling wordt leegstand binnen bestaand stedelijk gebied voorkomen. Bovendien wordt gebruik gemaakt van een locatie waar op basis van het geldend bestemmingsplan mogelijkheden zijn voor het oprichten van een gezondheidscentrum met 26 zorgwoningen. Woonzorggebouw: Uit de beleidsmatige onderbouwing is gebleken dat de ontwikkeling binnen zowel regionaal als lokaal beleid past en dat dus behoefte is aan een dergelijke maatschappelijke voorziening. Er is een concrete zorgpartij die zorg gaat aanbieden conform het concept 'Wonen bij September'. De woonzorgeenheden worden ontwikkeld voor ouderen met dementie.

Er is momenteel een aanzienlijke behoefte aan kwalitatieve zorg voor ouderen met dementie en de doelgroep voor deze zorg is groeiende. Appartementengebouw: Op de locatie van het appartementengebouw wordt één bestaande woning onttrokken aan de woningvoorraad en worden vijftien appartementen toegevoegd. Per saldo is sprake van een toevoeging van veertien woningen aan de woningvoorraad. Er is sprake van een grote behoefte aan (betaalbare) nieuwbouwwoningen in de gemeente Hardinxveld-Giessendam en de regio Drechtsteden. De ontwikkeling van appartementen sluit aan bij deze behoefte. Conclusie: Uit het bovenstaande kan worden opgemaakt dat sprake is van een duurzame verstedelijking. Een nadere motivering duurzame verstedelijking is niet noodzakelijk. 4.1.4 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is in oktober 2020 naar de Tweede Kamer verzonden. Het Rijk bereidt momenteel de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) voor, waarin nationale belangen en opgaven inzake onze leefomgeving zijn vertaald in strategische keuzes. In de basis hebben deze een nationaal karakter, maar de NOVI voorziet aanvullend in gebiedsgericht maatwerk. Hoewel de NOVI formeel nog geen status heeft en daarmee geen formele zeggingskracht over dit planvoornemen, is het wel zinvol om dit beleidskader in dit verband te schetsen, met een focus op de beoogde ontwikkeling van het landelijk gebied.

Samengevat zijn binnen de NOVI de opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk vertaald in vier integrale prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied Het planvoornemen valt niet binnen de invloedsfeer van één van de vier integrale prioriteiten van de NOVI. Om deze reden kan het planvoornemen als toekomstbestendig worden gezien met betrekking tot de toekomstige vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie.

20

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Het beleid is eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn er uit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om één Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken.

De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit onze provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau, met een dalende bodem en mede daardoor met een uniek gevarieerd kust-, veen- en rivierenlandschap. In dit gebied hebben inwoners het landschap gevormd en bewoonbaar gemaakt door inpoldering. Ook hebben onze inwoners het gebied verbonden met de rest van de wereld.

In de loop der eeuwen heeft zich in Zuid-Holland een meerkernig stedelijk netwerk ontwikkeld. Een centrum van handel, cultuur en wetenschap, met als kenmerk en kracht de diversiteit aan mensen, landschap en economie. Een dynamische delta die altijd dreigingen heeft weten om te zetten in kansen. Zuid-Holland is kwetsbaar voor veranderingen, zoals globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie. In ons laaggelegen deltagebied heeft de klimaatverandering grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zuid-Holland is als open economie gevoelig voor de gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. Onze energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. Daarnaast zorgt de trek naar de stad voor een toenemende druk op onze schaarse ruimte. Tegelijkertijd herbergt deze regio een groot reservoir van talent, creativiteit en ondernemerskracht. De Provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. Naar een klimaatbestendige delta;

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

21

Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Het voorliggend plan voldoet als nieuwbouwplan aan de meest recente bouwvereisten waaronder de voorwaarden voor bijna energieneutrale gebouwen (Beng), die per 1 januari 2021 gelden. De (zorg)woningen zullen conform de vereisten gasloos en klimaatbestendig worden gebouwd. Daarnaast is in het Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten aangetoond dat sprake is van een gezond leefmilieu. Daarmee kan worden gesteld dat het voornemen past binnen de ambities van de provincie Zuid-Holland. 4.2.2 Omgevingsvisie Zuid-Holland Het omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving, en bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Met deze nieuwe instrumenten en het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving hierin sorteert de provincie voor op de de nieuwe Omgevingswet. Met het omgevingsbeleid streeft de provincie tevens naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van bestaand stads- en dorpsgebied.

Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie.

Uitsnede Omgevingsverordening Zuid-Holland kaart 17 'bestaand stads- en dorpsgebied 2018' met ligging van

22

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

de planlocatie Op de voorgaande afbeelding is te zien dat het planvoornemen binnen de bestaande bebouwingscontour van Hardinxveld-Giessendam ligt. Daarmee voorziet het plan in herontwikkeling en verdichting van het bebouwd gebied. Het voornemen voor de bouw van woonzorgeenheden en reguliere appartementen binnen het bestaand stedelijk gebied past binnen de Omgevingsvisie Zuid-Holland. 4.2.3 Omgevingsverordening Zuid-Holland Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om één Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is per 1 april 2019 in werking getreden. In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is aangegeven dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de voorwaarde dat de ruimtelijke ontwikkeling binnen de bestaande gebiedsidentiteit past, de ontwikkeling geen wijziging op structuurniveau is, de ontwikkeling past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Op basis van het geldend bestemmingsplan kan een gezondheidscentrum met 26 zorgwoningen worden opgericht. Hierdoor is de ruimtelijke impact van het planvoornemen op de omgeving gering.

Gelet op de geldende maatschappelijke bestemming voorziet het huidige plan ook niet in een wijziging op structuurniveau. Het plan past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten zoals opgesteld in de kwaliteitskaart. Uitgaande van zorgvuldige ruimtelijke inpassing kan uit het bovenstaande kan worden opgemaakt dat het voornemen past binnen de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Groeiagenda Drechtsteden 2030 Voor krachtige, economische groei in de Drechtsteden blijft de regio stevig inzetten op een goede bereikbaarheid, goed wonen en werken. Daarom is door de colleges en het Drechtstedenbestuur de ‘Groeiagenda 2030’: Goed leven in de Drechtsteden opgesteld. In totaal willen de Drechtsteden doorgroeien naar een gebied van meer dan 300.000 inwoners, met 30.000 nieuwe banen en 25.000 nieuwe woningen. Hiermee wil de regio zorgen voor een goed leven in de Drechtsteden en een bijdrage leveren aan een sterker Nederland. In de groeiagenda zijn een aantal concrete thema’s benoemd waar de komende jaren kansen en mogelijkheden voor economische groei. Een daarvan is het creëren van ‘goed wonen’: de regio wil doorgroeien naar meer dan 300.000 inwoners met een evenwichtige verdeling in woonsegmenten, duurzame, gezonde woongebieden, benutting van unieke gebiedskwaliteiten, de transformatie van kwetsbare wijken, interactiemilieus in de binnenstad en een compleet voorzieningenaanbod. De groeiagenda spreekt de ambitie uit om meer woningen toe te voegen dan voor de eigen migratiesaldo. Met het voorliggend plan worden op een binnenstedelijke locatie (per saldo) veertien reguliere woningen toegevoegd. Met de beoogde ontwikkeling wordt ruimte geboden aan de regionale groeiopgave op een transformatielocatie.

Er wordt een bijdrage geleverd aan het bereiken van de ambitie om 25.000 nieuwe woningen toe te voegen. Ook de ontwikkeling van het woonzorggebouw draagt bij aan een kwalitatieve leefomgeving en voorziet in een concrete behoefte. Hiermee wordt bijgedragen aan het vergroten van het kwalitatief woningaanbod in de Drechtsteden.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

23

4.3.2 Woonvisie Drechtsteden 2017-2031 Met de Drechtstedelijke Groeiagenda 2030 wil de regio naar een integrale aanpak van wonen, werken, recreëren, onderwijs en bereikbaarheid. De ‘Woonvisie 2017 – 2031’ beoogt hieraan een inspirerende en uitnodigende bijdrage te leveren. De woonvisie beschrijft dat de de gunstige ligging, goede bereikbaarheid, de hoge concentratie MKB en de aanwezigheid van een aantal internationale spelers in de maritieme sector, de Drechtsteden tot een interessant werkgebied makenmet een goede uitgangspositie voor toekomstige economische ontwikkeling. Ondanks deze hoge potentie worden deze kwaliteiten nog niet altijd voldoende benut. De WOZ-waarde van bestaande woningen is laag. Kwalitatief hoogwaardige woningbouwlocaties langs het water of nabij stedelijke voorzieningen komen nog onvoldoende tot ontwikkeling. Huishoudens met een hoger inkomen, die wel in de Drechtsteden zouden willen wonen, kiezen hierdoor eerder voor andere regio’s. Sociaaleconomisch blijven de Drechtsteden achter. De agglomeratiekracht wordt onvoldoende benut. De eerder genoemde goede bereikbaarheid staat onder druk als gevolg van de toename van het verkeer met name op de A15, de A16 en de N3. In de woonvisie zijn 20 kernpunten opgenomen.

Hiermee willen de Drechtsteden zich positioneren als 'de Drechtsteden voor Rotterdam', en een kwalitatief hoog woningaanbod realiseren voor een doelgroep die in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht, een traditioneel Hollandse stad, wil wonen. De kernpunten richten zich onder andere op een groei van het aantal huishoudens en woningen en het zoeken naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen. Met de voorliggende ontwikkeling wordt ingespeeld op het toenemend aantal eenpersoonshuishoudens (appartementengebouw) en de toenemende groep ouderen (woonzorggebouw). Dankzij de ligging in de bestaande kern van Hardinxveld-Giessendam, worden de woningen opgericht nabij het bestaande voorzieningenaanbod. Met de kwalitatieve woningbouwontwikkeling wordt ingespeeld op de regionale groeiopgave.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam2030 De gemeentelijke structuurvisie, die op 19 februari 2015 is vastgesteld, is een ruimtelijke ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter die integrale keuzes bevat voor de hoofdlijnen van beleid voor de komende periode. De structuurvisie bouwt voort op de Visie Hardinxveld-Giessendam, die op 22 maart 2012 na een zeer interactief traject met de bevolking is vastgesteld. De structuurvisie vertaalt deze visie naar de ruimtelijke ontwikkeling van Hardinxveld-Giessendam. De structuurvisie, die vooruitkijkt tot 2030, is eveneens een integraal document en heeft als doel om de verschillende belangen, bijvoorbeeld tussen landschap, woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en werkgelegenheid zorgvuldig af te wegen. De structuurvisie biedt een kader waarin aanspraken op de ruimte kunnen worden afgestemd en gecombineerd. Deze structuurvisie is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke en sociale kwaliteiten. Daarnaast is de structuurvisie gericht op het versterken en behouden van de leefbaarheid. In de structuurvisie wordt gestuurd op ruimtelijke structuren: waar gebeurt wat, op welke manier, op welk moment en waarom? De structuurvisie is bedoeld om voor de langere termijn ruimtelijke samenhang tot stand te brengen en bezit daarom een zekere mate van globaliteit en abstractie.

Het vormt de basis voor het toekomstig beleid; ter uitwerking van de structuurvisie kunnen gebiedsvisies, masterplannen en bestemmingsplannen worden opgesteld en concrete (plan)ontwikkelingen in gang worden gezet. Op de woningmarkt van Hardinxveld-Giessendam is sprake van een beperkte doorstroming. Op 27 juni 2019 heeft de raad de Lokale paragraaf Wonen vastgesteld. Eén van de belangrijke speerpunten hierin is het

24

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

behouden van jongeren. Dit is van belang voor de leefbaarheid in de kernen, voor de kenmerkende sociale cohesie van Hardinxveld-Giessendam en voor het behoud van werkgelegenheid. Om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen, zet de gemeente verder waar mogelijk en gewenst in op herstructurering van bestaande wijken. Het gaat om een duurzaam ruimtelijk beleid waarin water, natuur, landbouw en stedelijke ontwikkeling samengaan en duurzame voorwaarden bieden voor de bewoners van de gemeente. Een belangrijke opgave is de herstructurering en vernieuwing van het bestaande stedelijk gebied. Het saneren van hinderlijke bedrijvigheid in de woonomgeving, de verbetering van de beeldkwaliteit, de typologische vernieuwing van woningen en het oplossen van problemen in het stedelijk watersysteem geven hiertoe aanleiding. Verder worden technisch slechte woningen vervangen door nieuwbouw, op deze wijze is eveneens een grote slag te maken in typologische vernieuwing van woningen.

Uitsnede Structuurvisiekaart Hardinxveld-Giessendam met ligging planlocatie Het voorliggend plan voor het bouwen van reguliere appartementen betreft een herstructureringsopgave, waarmee kan worden bijdragen aan het aanvullen van de woningvoorraad voor jongeren. De ontwikkeling kan daarnaast zorgen voor doorstroming vanuit bestaande wijken, waardoor er ook binnen de kern meer ruimte ontstaat. Er is daarnaast zorgvuldig gekeken naar de verbetering van de beeldkwaliteit en het zorgvuldig verwerken van hemelwater in en om het plangebied. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen herstructurering past binnen de Structuurvisie 2030 van de gemeente Hardinxveld-Giessendam.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

25

4.4.2 Bomenbeleidsplan 2012-2021 Het Bomenbeleidsplan (en de daarbij behorende Groene Kaart) vormt een uitwerking van het Groenbeleidsplan en geeft invulling aan de wens om de bomenverordening te vereenvoudigen. Op de Groene Kaart zijn de bomen die zich binnen de belangrijkste boomstructuren van de gemeente bevinden en bomen met een bijzondere status opgenomen. In het bomenbeleidsplan is de grote plataan op het perceel Hardinxveld, F 2394 aangemerkt als waardevolle boom. In paragraaf 5.13 Waardevolle bomen is in het kader van deze waardevolle boom een zorgvuldige afweging gemaakt. De waardevolle boom wordt met het voornemen niet behouden, maar wordt gecompenseerd op hetzelfde kadastrale perceel door nieuwe bomen aan te planten. In de afweging is het Bomenbeleidsplan van de gemeente Hardinxveld-Giessendam gevolgd.

26

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient er voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Voorgaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Hiervoor worden de afstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' als maatgevend beschouwd'. Het plan voorziet in de gedeeltelijke planologische functiewijziging van een maatschappelijke functie naar een woonfunctie (voor het oostelijk gedeelte). Het westelijk plangedeelte behoudt de maatschappelijke bestemming voor het oprichten van woonzorgeenheden. 5.1.1 'Rustige woonwijk' of 'gemengd gebied' In de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' zijn twee gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen ook andere functies voor, zoals winkels, horeca, scholen en kleine bedrijven. Gebieden langs drukke verkeersaders behoren eveneens tot gemengd gebied.

Hier kan bijvoorbeeld de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Het plangebied ligt in een gemengd gebied, dat wordt gekenmerkt door maatschappelijke doeleinden, centrumfuncties en kantoren. Zo wordt de zuidzijde gekenmerkt door kleinschalige bebouwing met afwisselend wonen en kleinschalige bedrijven/kantoren. Aangrenzend ten zuidoosten zijn een tankstation en autobedrijf gevestigd. Aan de westkant zit een elektronicawinkel. Door deze functiemenging en het feit dat het plangebied is gelegen direct langs de relatief drukke Stationsstraat en tegenover de Merwede-Lingelijn en het station Hardinxveld-Giessendam, is het plangebied aan te merken als omgevingstype 'gemengd gebied'. Het bijbehorende woon- en leefklimaat kan omschreven worden als 'levendig' en er is reuring. De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen daarom in deze situatie, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd. 5.1.2 Hinderveroorzakende functies binnen het plangebied Met het oprichten van een woonzorggebouw en vijftien reguliere appartementen is geen sprake van het toevoegen van hinderveroorzakende objecten. Daarom hoeven gevoelige functies in de omgeving niet te worden beschouwd. De VNG-publicatie hanteert richtafstanden voor verschillende zorgfuncties, waaronder verpleegtehuizen.

De 24 woonzorgeenheden zijn weliswaar onderdeel van een woonzorgvoorziening, maar kunnen feitelijk worden aangeduid als ‘normale’ woonvoorzieningen. Het gebruik van de gronden is gericht op wonen, samen met gemeenschappelijke maatschappelijke voorzieningen voor de zorg op de begane grond van het gebouw. Het waarborgen van een (richt)afstand tussen woningen onderling is niet noodzakelijk. (Milieu)hinder van het woonzorggebouw wordt niet verwacht.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

27

5.1.3 Hindergevoelige functies binnen het plangebied Het woonzorggebouw en het appartementengebouw worden beiden gekenmerkt als hindergevoelige objecten. Er dient sprake te zijn van voldoende functiescheiding in relatie tot bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden in de omgeving. Om een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen zijn de functies in de omgeving beoordeeld. Op locatie Stationsstraat 21 is een tankstation zonder LPG aanwezig. Op locatie Damstraat 30 is een autobedrijf gevestigd. In de onderstaande tabel is zichtelijk gemaakt weke hinderveroorzakende functies in de omgeving aanwezig zijn. Vanwege de ligging binnen een gemengd gebied zijn de richtafstanden in de tabel met één afstandsstap verlaagd. Locatie

Functie

Richtafstand

Stationsstraat 21 Tankstation zonder LPG Damstraat 30 Autogaragebedrijf Tabel met afstand tot omliggende functies

10 m 10 m

Afstand tot plangebied 0m 0m

Afstand tot bouwvlak 10 m 10 m

Ten oosten van het plangebied zijn in de huidige situatie een tankstation zonder LPG (Stationsstraat 21) en een autogaragebedrijf (Damstraat 30) aanwezig. De afstand tussen deze bedrijven en het plangebied bedraagt 0 m. De huidige activiteiten als benzineservicestation zonder LPG en autogaragebedrijf vallen binnen milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 m voor geur en geluid. Vanwege de ligging binnen een gemengd gebied mag de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd naar 10 m. De uitbreidingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfsactiviteiten binnen de bedrijfsbestemming worden reeds beperkt door de aanwezigheid van enkele omliggende woningen. Aan de zijde van de planlocatie Stationsstraat 23 ligt echter binnen de richtafstand van 10 meter geen gevoelig object. In het voorliggend plan is voor het nieuwe appartementengebouw een bouwvlak toegekend op 10 m uit de erfgrens. Daardoor blijft de ontwikkeling buiten de richtafstand van het tankstation en het autogaragebedrijf. Het toevoegen van nieuwe hindergevoelige objecten leidt daarmee niet tot een belemmering voor de huidige bedrijfsvoering van deze bedrijven. Bovendien kan daarmee worden gesteld dat sprake is van een goed woonen leefklimaat ter plekke van de nieuwe appartementen. 5.1.4 Conclusie Het plan leidt niet tot beperkingen voor omliggende functies. Ook vormen omliggende functies geen belemmering voor het plan.

Gelet op vorenstaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor het planvoornemen.

5.2

Bodem

Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden onderzocht of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Het plan voorziet in een planologische functieverandering naar 'Wonen' en 'Maatschappelijk'. Binnen beide bestemmingen zal in de nieuwe situatie permanent worden gewoond, waardoor voor het gehele plangebied sprake moet zijn van een bodemkwaliteit die aansluit bij de woonfunctie. 5.2.1 Verrichte en lopende bodemonderzoeken Om inzicht te krijgen in milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse is door BOOT Ingenieursbureau een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd als Bijlage 4 bij de toelichting. De conclusies luiden als volgt: Op de onderzoekslocatie Stationsstraat 23, 25 en 27 is een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd en

28

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

een nader onderzoek naar minerale olie en lood; Over het algemeen zijn licht verhoogde concentraties PAK, PCB, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink aangetroffen. In het grondwater is een matig verhoogde concentratie barium aangetroffen en licht verhoogde concentratie naftaleen. Ook is MTBE en ETBE aangetoond; In de bovengrond van Stationsstraat 27 (perceel 2395) overschrijden de concentraties PFOA de toetsingswaarde voor de Wonen/Industrie. De indicatieve interventiewaarde (INEV) wordt niet overschreden. De aangetoonde concentraties in de bodem vormen in milieuhygiënische zin geen belemmering voor de toekomstig functie (nieuwbouw) en geven geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek in kader van de Wbb. Hergebruik buiten de locatie is op grond van de concentraties beperkt, binnen de werklocatie is hergebruik echter wel mogelijk; Op en in de bodem is geen asbest aangetoond. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk; Uit de resultaten blijkt verder dat er verschillende verontreinigingen met zware metalen in de grond aanwezig zijn, die de interventiewaarden overschrijden. De verontreinigingen zijn in voldoende mate onderzocht om een uitspraak te kunnen doen over de ernst van het geval. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. De gevallen worden als aparte gevallen beschouwd en als zodanig beoordeeld. In de onderzoeksrapportage is een overzicht opgenomen.

Daarnaast is tijdens het huidige onderzoek zintuiglijk minerale olie waargenomen in de bodem. De concentraties minerale olie zijn maximaal licht verhoogd. Vanuit milieuhygiënisch opzicht is er geen noodzaak voor vervolgonderzoek of sanering ervan. Overwogen kan worden of de aanwezigheid ervan wenselijk is; In het grondwater aan de oostzijde van de onderzoekslocatie zijn naftaleen, MTBE en ETBE aangetoond. Deze verhoogde concentraties zijn te relateren aan de oostelijk gelegen tankstation en maken onderdeel uit van het daar aanwezige verontreinigingsgeval. De concentraties zijn slechts licht verhoogd zodat er in milieuhygiënisch opzicht geen belemmering is voor de toekomstige functie op de locatie. Sanering ervan is op milieuhygiënische gronden niet noodzakelijk. Resumé: De aangetoonde sterk verhoogde concentraties zware metalen in de bodem vormen in milieuhygiënische zin een belemmering voor de toekomstige gebruik en functie. Herinrichting en grondverzet is niet zonder meer mogelijk omdat de interventiewaarde wordt overschreden. Op grond van het geheel aan resultaten wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging inzake de Wbb. Sanering van de verontreinigingen kan derhalve via een Plan van Aanpak via de gemeente Hardinxveld.

5.2.2 Vervolg en aanpak bestemmingsplan In het kader van het bestemmingsplan is de bodemkwaliteit voldoende in beeld gebracht. Op basis van het uitgevoerde onderzoek is de ernst en omvang van de aangetroffen verontreinigingen voldoende aangetoond. Het planvoornemen is financieel uitvoerbaar. De initiatiefnemers houden rekening met bijkomende kosten van sanering die nodig is in het kader van de herinrichting (zie ook de aanbevelingen in paragraaf 7.2 van het onderzoek) en hebben deze kosten meegewogen in de totale kostenexploitatie (zie ook Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid). Gelet op de schaal van de bodemverontreiniging en de financiële lasten die kunnen worden gedragen door initiatiefnemers, kan worden gesteld dat sprake is van een uitvoerbaar planvoornemen. Na uitvoering van de genoemde saneringen vormt het aspect bodem geen verdere belemmering voor het uitvoeren van het plan en het beoogd functiegebruik.

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

29

5.3

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden.

5.3.1 Quickscanexterne veiligheid Om een beeld te krijgen van de effecten van de verschillende aanwezige risicobronnen is door Windmill Milieu Management en Advies een Quickscan Externe Veiligheid uitgevoerd (rapportnr. POU001-0001-EV-v1, d.d. 16 april 2018). Deze quickscan is toegevoegd als Bijlage 5 toegevoegd bij de toelichting. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk. Uit deze quickscan blijkt het volgende: Transport over het water: Op circa 950 meter van het plangebied is de Beneden Merwede gelegen. Over dit water vindt transport van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer plaats. Op grond van de stoffen die over het water getransporteerd worden, ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van dit water (toxisch scenario). De risico's als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over water dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Transport over de weg: Op circa 800 meter van het plangebied is de rijksweg A15 gelegen. Over deze weg vindt transport van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer plaats. De A15 is opgenomen in het Basisnet.

Op grond van de ruimtelijke scheiding is het plangebied niet gelegen binnen een PR 10-6 contour of plasbrandaandachtsgebied. Op grond van de stoffen die over deze A15 getransporteerd worden, ligt het plangebied wel binnen het invloedsgebied van deze weg. De risico's als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over de weg (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Transport over het spoor: Op circa 800 meter is de spoorlijn Kijfhoek – Betuweroute Meteren gelegen. Gezien de ruimtelijke scheiding is het plangebied niet gelegen binnen een PR 10-6-risicocontour of een plasbrandaandachtsgebied van het nabijgelegen spoor waarover structureel gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Op grond van de stoffen die over deze spoorlijn worden vervoerd, ligt het plangebied wel binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn. De risico's als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Buisleidingen: Het plangebied ligt binnen de 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding. De hoogte van het groepsrisico als gevolg van deze buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen dient kwantitatief inzichtelijk gemaakt te worden middels een Carola-berekening.

De risico's als gevolg van transporten van gevaarlijke stoffen door buisleidingen dienen meegenomen te worden in een verantwoordingsplicht. Inrichtingen: Het plangebied bevindt zich niet binnen een PR 10-6-risicocontour of invloedsgebied van een

30

bestemmingsplan Stationsstraat 23 t/m 27, Hardinxveld-Giessendam

nabijgelegen risicovolle inrichting. De risico's als gevolg van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen vormen geen aandachtspunt uit het oogpunt van externe veiligheid voor de planontwikkeling. Conclusie: Een Carola-berekening en een verantwoording van het groepsrisico zijn noodzakelijk om aan te tonen dat sprake is van een aanvaardbare situatie met betrekking tot externe veiligheid. 5.3.2 CAROLA-berekening buisleidingen Uit de quickscan externe veiligheid is gebleken dat het plangebied binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding ligt. Onderzocht is of de buisleiding een belemmering vormt voor het planvoornemen. Tevens is bepaald welke effecten het plan heeft op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleiding. Hiervoor is door Windmill Milieu Management en Advies een CAROLA-berekening uitgevoerd (rapportnr. 20200909-POU018-RAP-CAR 1.0 d.d. 9 september 2020). Deze berekening is toegevoegd als Bijlage 6 bij de toelichting. Zowel de huidige als de toekomstige situatie is berekend. Uit de berekening volgt dat ter plaatse van het plangebied geen plaatsgebonden risicocontour van buisleiding W-528-01-deel-1 wordt berekend. Het plangebied ligt binnen de 1% letaliteitsafstand voor externe veiligheid van deze buisleiding, zodat de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleiding is bepaald.

Uit de berekening van de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie blijkt dat de planrealisatie niet leidt tot een toename van de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleiding, ter hoogte van het plangebied. Voor de buisleiding geldt dat de oriëntatiewaarde en de 0,1 x oriëntatiewaarde van de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie niet wordt overschreden. Het transport van gevaarlijke stoffen door de buisleiding vormt derhalve geen belemmering voor de planrealisatie. In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht. Voor een verantwoording van het groepsrisico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de regionale brandweer/Veiligheidsregio. 5.3.3 Verantwoording groepsrisico Vanwege de aanwezigheid van meerdere risicobronnen is het noodzakelijk dat een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico plaatsvindt. Bij de onderhavige ontwikkeling is sprake van een verhoogd groepsrisico. Door Windmill Milieu Management en Advies is een notitie opgesteld ter verantwoording van het groepsrisico (rapportnr. 20200910-POU018-NOT-VGR 0.1 , d.d. 10 september 2020).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/627/documents/20064