CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 GRSociaal - jaarstukken 2022.pdf

Gemeenteraad GHG 22 juni 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Verzamelvoorstel verbonden partijen: jaarrekeningen 2022 en begrotingen 2024 incl. zienswijzen - Raadsvoorstel29.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

20

bestaanszekerheid hadden daarbij, zeker gezien de koopkrachtontwikkelingen, prioriteit. Aanvullend op de brede intake wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van aanvullend onderzoek om de complexe situatie van de klant zo optimaal mogelijk in kaart te brengen en de richting op de arbeidsmarkt en de uiteindelijke plaatsing zo duurzaam mogelijk te maken. Globaal zien wij binnen de instroom de volgende ontwikkelingen: • Een opvallende (relatief) hoge instroom van jongeren; •

Een toenemende instroom van (inburgeringsplichtige) statushouders.

Hoewel de doelgroep jongeren onder de huidige economische omstandigheden vaak juist daalt, zien wij nu juist een stijging. De oorzaak hiervan is vooral een toename van psychosociale problematiek in combinatie met een zwakke financiële situatie. De huidige tijdsgeest versterkt door gevoelens van eenzaamheid en sociale onthechting tijdens de Coronaperiode hebben deze problematiek verder versterkt. Met inzet van extra crisismiddelen is de aanpak op jongeren geïntensiveerd. Voor de komende periode wordt deze lijn doorgetrokken met inzet van alternatieve financiering (ESF). Voor de doelgroep statushouders wordt gewerkt aan een verdere versterking van hun arbeidsmarktmogelijkheden in het kader van de afbouw van de Impulsregeling. Het grootste deel van de instroom bestaat uit de nieuwe doelgroep van de Wet inburgering. Vrijwel al deze mensen ontvangen een inburgeringsprogramma (van max. 3 jaar) om op termijn een duurzame en zelfstandige rol in de samenleving te kunnen vervullen. Daardoor stroomt deze nieuwe aanwas niet direct door naar fulltime betaald werk. Nadere inzet op parttime werk wordt daarbij geïntensiveerd. Uitstroom De ontwikkeling in de uitstroom is in onderstaande tabellen inzichtelijk gemaakt: Totale uitstroom 2020 Aantal dossiers

Aantal dossiers

1.355

Totale uitstroom 2021 1.473

Totale uitstroom t/m 30-09-2022

Totale uitstroom 2022

767

1.165

Totale uitstroom door werk 2020

Totale uitstroom door werk 2021

Totale uitstroom door werk 2022

572

721

537

Bij deze cijfers zien we een duidelijke relatie tussen de daling van de instroom en de daling van de uitstroom. Wanneer de instroom lager is, volgt ook een lagere uitstroom. Deze relatie wordt duidelijk wanneer wij de instroom en uitstroom samenbrengen in een grafiek:

21

Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt zien we daarbij dat de lagere uitstroom gedurende 2022 verder doorzet en naar het einde van het jaar verder verscherpt. Als we kijken naar de doelgroep die uitgestroomd is in 2022 valt op dat zij allemaal relatief lang een uitkering ontvingen, namelijk gemiddeld 38 maanden. Ook dit zegt iets over de intensievere dienstverlening die nodig is om inwoners te activeren en te ontwikkelen naar werk. De toegenomen onrust rond de energie- en koopkrachtontwikkelingen heeft tot meer instabiliteit en stress bij de klanten geleid. Deze verzwaring van de problematiek heeft zowel gevolgen voor de klant als de inzet vanuit de dienstverlening. Door deze ontwikkelingen is het aantal gevallen waarbij er sprake is van multiproblematiek toegenomen evenals die intensiteit van aandacht en ondersteuning vanuit de dienstverlening. Deze omstandigheden hebben een verdere aanpassing van de dienstverlening op het vlak van ontwikkelen naar werk in gang gezet. De huidige dienstverlening en daarmee de programma's zijn er onder andere op gericht dat klanten een reëel beeld krijgen van wat ze aankunnen en wat hun talenten zijn in combinatie met de beschikbare banen op de arbeidsmarkt. Hierbij wordt ook meer geïnvesteerd in een verdere versterking van de benodigde randvoorwaarden om de werkfitheid bij de klanten te bevorderen.

Naast aspecten als zelfredzaamheid en duurzaamheid van de uiteindelijke plaatsing speelt in toenemende mate de inzet op gedragsverandering een rol. Dit heeft in 2022 zijn beslag gekregen in onze dienstverlening. We kijken onder andere naar de inzet van nieuwe of andere instrumenten (waaronder de mogelijkheid voor deelname aan een mogelijke pilot voor een bredere inzet van de no risk-polis) en een verdere intensivering van de samenwerking met Drechtwerk die in 2023 verder vorm gaart krijgen. Ook lokale sociale ontwikkelingsbedrijven zijn een optie voor de vraagstukken die we tegenkomen. De krapte op de arbeidsmarkt heeft niet alleen invloed op het bijstandsbestand maar ook voor de benodigde personele inzet voor de dienstverlening. Dit geldt niet alleen voor de eigen organisatie maar ook voor de externe samenwerkingspartners. Dit begint zich in toenemende mate te manifesteren in de kinderopvang, onderwijs- en zorgorganisaties, wat tot knelpunten kan leiden ook in de dienstverlening binnen ontwikkelen naar werk. Stappen op de participatieladder De doorstroom naar voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling en arbeidsbemiddeling stagneerde in het afgelopen jaar. Een belangrijke oorzaak is de beperking van instroom. Er is afgelopen jaar gezocht naar manieren om de doorstroom vanuit het zittend bestand te vergroten.

Voor de dienstverlening aan de doelgroep, die niet op korte termijn, door een stapeling van problematieken, ontwikkelbaar is naar werk, is samenwerking met ketenpartners cruciaal. We werken daarbij met gemeentegerichte teams en focusteams (jongeren, statushouders en dak- en thuislozen). In veel gevallen spreken consulenten de klanten lokaal en werken ze samen aan het vergroten van het netwerk, zodat klanten beter worden ondersteund. Het doel is om de klanten via motiverende gespreksvoering in beweging te krijgen zodat een gedragsverandering ontstaat en de klant kan ontwikkelen naar het voor hem/haar hoogst haalbare trede op de participatieladder, waarbij uitstroom naar (reguliere) werk het ultieme doel is. In 2021 en 2022 is in beeld gebracht wat de kenmerken zijn van het zittende bestand. Enerzijds om in beeld te brengen hoe groot de afstand tot de arbeidsmarkt is van de doelgroep, maar ook om op langere termijn de stappen op de participatieladder te kunnen vastleggen. Daarnaast is in beeld gebracht welke beperkingen de klant heeft waardoor een hogere stap op de participatieladder een uitdaging is. In onderstaande grafiek valt op dat het grootste deel van de klanten zich nog bevinden in de onderste treden van de ladder. Op basis van de tot op heden gemaakte analyses bestaat wel een reëel perspectief op nadere stappen

22

Met diverse gemeenten zijn we in 2022 het gesprek aangegaan over het vergroten van de mogelijkheden tot meedoen in de samenleving. Waar voor de ene persoon meedoen het maximaal haalbare is, is dat voor andere personen een eerste stap op weg naar betaald werk. De participatieplekken zijn onderdeel van deze oplossing, maar ook activeringsactiviteiten dragen hieraan bij. In 2023 hopen we daarmee een groei op de participatieladder te kunnen vastleggen. Het grootste deel van de bestaande doelgroep noemt een lichamelijke of mentale aandoening als belangrijkste beperking. Daarnaast zien we ook een toename van problematiek bij specifieke doelgroep in het bestand als jongeren en statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013. Op deze groepen is in 2022 gestart met nadere analyses. Deze analyses richten zich onder meer op: 1. Een analyse van de doelgroep met lichamelijke en/of mentale klachten door een extern bureau en de mogelijkheden; 2. Een uitgebreide nadere analyse van de doelgroep van het Jongerenteam; 3. Een gefaseerde analyse van de doelgroep statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013. Ad 1. De GR Sociaal bemiddelt, sinds de invoering van de Participatiewet, bovengemiddeld veel inwoners met een arbeidsbeperking naar werk. Het blijft een ambitie om zoveel mogelijk inwoners met een arbeidsbeperking te plaatsen op arbeidsmarkt.

Dit is de reden dat we een extern adviesbureau opdracht hebben gegeven nader onderzoek te doen naar de afstand tot de arbeidsmarkt van deze doelgroep. De uitkomsten verwachten we in 2023. Het belangrijkste instrument bij de bemiddeling van werk voor deze doelgroep bestaat uit de toepassing van loonkostensubsidie. Als ambitie voor 2022 is daarbij de realisatie van 750 – 800 plaatsingen beoogd. In totaal zijn over 2022 862 plaatsingen gerealiseerd. Ad 2 en 3. Beide doelgroepen kennen binnen de GR Sociaal een specifieke aanpak. Om ook voor deze groepen een beter inzicht te krijgen en te toetsen op mogelijk arbeidspotentieel is een specifieke onderzoeksvraag ontwikkeld en wordt ook hier momenteel een nadere analyse op uitgevoerd. Handhaving In 2021 lag het aantal inwoners dat specifiek uitstroomde als gevolg van handhaving op 214. In 2022 liep dit aantal verder af naar 201.

Aantal dossiers

Totale uitstroom door handhaving 2020 232

Totale uitstroom door handhaving 2021

Totale uitstroom door handhaving tm 30-09-2022

Totale uitstroom door handhaving 2022

214

114

201

Het karakter van handhaving is de afgelopen jaren geleidelijk veranderd van streng naar meer zorgzaam en gericht op publieke waarde. Ook de integrale handhaving helpt om problematiek vroeger te onderkennen en aan te pakken. De handhaving krijgt hiermee een meer preventief gericht karakter. Met deze preventieve inzet zijn via Handhaving aan De Poort 247 aanvragen in behandeling genomen waarvan er 77 preventief zijn afgewezen. Mede door deze ontwikkelingen is de uitstroom door handhaving dan ook lager dan in de voorgaande periode. Wet Inburgering Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2021 is er een nieuwe taak toegevoegd aan de dienstverlening. Waar wij ten aanzien van. deze doelgroep eerst alleen verantwoordelijk waren voor de uitvoering van de Participatiewet heeft de inzet zich verbreed met een groot deel van de uitvoering van het inburgeringsproces. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren wordt nauw samengewerkt De prioriteit bij de aanpak van deze doelgroep richt zich vooral op het vinden van aansluiting op het reguliere (beroeps)onderwijs. Op basis van de leerbaarheid en het competentieniveau staan daarvoor verschillende inburgeringstrajecten met aanvullende modules ter beschikking. De inzet van werk dient daarbij zoveel mogelijk ondersteunend te zijn aan de inburgeringsproces.

Met het instrumentarium van de nieuwe Wet inburgering is de verwachting dat op termijn meer statushouders blijvend duurzaam uitstromen naar werk. Daartegenover staat dat het aantal statushouders de afgelopen periode gestegen is en naar verwachting ook de komende jaren verder zal toenemen.

23

De uitvoering van de nieuwe wetgeving gaat gepaard met diverse (landelijke) kinderziektes (o.a. systeem-problematiek DUO, lastig toe te passeren regels rondom financieel ontzorgen etc.). Bovendien hebben we de toestroom van inburgeraars zien toenemen door een verdere verhoging van de taakstelling voor het tweede half jaar en een verhoogde toestroom doordat het COA ook reeds anticipeert op een verdere toename van de taakstelling (circa 500 in 2023). Dit heeft er in 2022 mede voor gezorgd dat er een grotere werkdruk was dan vooraf was begroot. In 2022 gaat het om in totaal 445 koppelingen van inburgeringsplichtige statushouders aan gemeenten, waarvan er 226 zijn ingestroomd. De overige 219 verlbijven momenteel nog in een AZC in afwachting van huisvesting.. Binnen het inburgeringsproces zijn 180 personen in traject genomen, waarvan 30 onder de WI 2013, 87 onder de WI 2021 en 63 gezinsmigranten. We zien dat statushouders onder het regime van de wet Inburgering feitelijk pas vanaf mei 2022 zijn ingestroomd. De bijbehorende inburgeringstrajecten zijn daarbij pas vanaf september van start gegaan. Hierdoor zijn er in 2022 nog weinig feitelijke kosten gemaakt. De hiervoor beschikbare middelen zijn hierdoor grotendeels overgeheveld naar 2023. Wat heeft het gekost? Opgave Ontwikkelen naar werk

Jaarrekening

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Apparaat Ontwikkelen naar werk

10.477

7.287

-3.190

8.660

5.469

-3.190

-1.818

-1.818

0

Inburgering

1.291

1.291

0

94

94

0

-1.197

-1.197

0

Participatie

5.355

14.835

9.480

4.212

13.692

9.480

-1.143

-1.143

0

406

686

280

406

686

280

0

0

0

WSW

28.132

28.132

0

28.132

28.132

0

0

0

0

Totaal

45.660

52.230

6.570

41.502

48.072

6.570

-4.158

-4.158

0

Statushouders

Bedragen x € 1.000

Bijdragen gemeenten exclusief DVO's Opgave Ontwikkelen naar werk Apparaat Ontwikkelen naar werk

Geactualiseerde begroting

Jaarrekening

Verschil

5.114

4.226

-889

Inburgering

1.291

1.291

0

Participatie

14.202

13.516

-686

686

686

0

WSW

28.132

28.132

0

Totaal

49.425

47.850

-1.575

Statushouders

Bedragen x € 1.000

Toelichting: Inburgering Bij de 1e bestuursrapportage 2022 is € 1,29 mln. opgehaald ten behoeve van de inzet van inburgeringsvoorzieningen. Hiervan is € 0,1 mln. uitgegeven. De reden voor deze onderbenutting is dat in het eerste jaar het grootste deel van het budget door het Rijk wordt uitgekeerd maar de duur van het inburgeringstraject is (max) 3 jaar waardoor de kosten vooral in latere jaren gemaakt worden. De Wet inburgering 2021 kent een reserveringsregeling. We maken hiervan gebruik door het budget (het restantbedrag) als vooruitontvangen bedragen over te hevelen naar 2023 (Algemeen Bestuur 1 december 2022: 2e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal). De trajecten van de inburgeringsplichtigen die gestart zijn in 2022 kunnen hiervan betaald worden.

24

De afrekening van de gerealiseerd lasten is op basis van solidariteit. Het aandeel van een gemeente is bepaald aan de hand van het aantal gestarte leerroutes. Participatie In onderstaande tabel wordt het onderdeel Participatie nader toegelicht.

Participatie/ steunmaatregelen crisis De baten Participatie zijn in lijn met de begroting. De middelen zijn uitgegeven aan instrumentarium voor re-integratie. Per saldo een positief resultaat van € 0,57 mln. Dit bedrag wordt afgerekend met de gemeenten. Bij de 2e burap 2022 is reeds € 1 miljoen teruggeven aan gemeenten. Inzet apparaat Vanuit het budget Participatie wordt € 9,8 mln. aan apparaat Ontwikkelen naar Werk gefinancierd. Hiervan worden taken gefinancierd, die in eigen beheer worden uitgevoerd. Ook hierop is een overschot als gevolg van het niet kunnen opvullen van vacatures. Dit overschot is verwerkt op het onderdeel apparaat. Versterking Arbeidsmarktregio werkgeversdienstverlening In samenwerking met centrumgemeente Dordrecht is het budget van € 0,15 mln. ingezet. Er resteert nog een bedrag van € 0,25 mln. en is conform afspraak met centrumgemeente Dordrecht overgeheveld naar 2023. Voor het jaar 2023 is inmiddels een begroting opgesteld. Regiodeal Er is bij Centrumgemeente Dordrecht subsidie Regiodeal aangevraagd van jaarlijks € 0,45 mln. ten behoeve van het (door)ontwikkelen van programma's en leerlijnen. Het project is ook in 2022 gerealiseerd. Voor het jaar 2023 is binnen de Regiodeal nogmaals ruim € 0,4 beschikbaar. De inhoudelijke rapportage loopt via centrumgemeente Dordrecht.

Project Kinderopvang gemeente Dordrecht en Zwijndrecht Dit project is gerealiseerd en hiermee afgerond. Het overschot wordt terugbetaald aan de deelnemende gemeenten. Project verlengde ondersteuning regionale samenwerking GGZ, centrumgemeente Dordrecht Het project is niet gerealiseerd vanwege de beperkte mogelijkheden. Het bedrag van € 30k wordt terugbetaald aan de gemeente Dordrecht. Wsw, Drechtwerk Conform de septembercirculaire 2022 is er een totaalbedrag van € 28,13 mln. aan Sw-gelden opgehaald en vervolgens één-op-één doorgestort naar Drechtwerk op basis van de financieringsafspraken (zie ook 2e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal). Impuls statushouders De realisatie van de financiën is in lijn met de begroting. Conform afspraak zijn de meerkosten Impuls Statushouders gefinancierd uit het Participatiebudget. Het betreft een bedrag van € 0,58 mln. Dat is € 0,04 mln. meer dan gepland.

25

2.3 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING Wat hebben wij bereikt? Kwalitatief, doelmatig en effectief ondersteunen met keuzevrijheid voor de inwoners Mensgericht ondersteunen Innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking aanjagen Het afgelopen jaar hebben we de samenwerking met gemeenten en zorgaanbieders verder geïntensiveerd. Samen met gemeenten werken we aan een herijking van het Wmo beleid, hierbij hebben we extra aandacht voor de verbinding van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Concreet zien we dit terug in de aanwezigheid van Wmo-consulenten in de sociale wijkteams. Samen met zorgaanbieders en sociale wijkteams zorgen we voor ondersteuning van onze inwoners. Daarnaast werken we met zorgaanbieders verder aan het verbeteren van de kwaliteit en onderliggende processen. Contractmanagement zorgt voor monitoring van de ondersteuning op kwaliteit, doelmatigheid en effectiviteit. Hierin werken zij samen met Wmoconsulenten en toezichthouders Wmo. Met de ondersteuning brengen we de Regionale visie in de praktijk: Iedereen een zelfstandig en volwaardig bestaan. Wat hebben wij daarvoor gedaan? Algemeen In 2022 hebben we ruim 11.500 nieuwe meldingen afgehandeld van inwoners die een beroep deden op Wmo-ondersteuning en bijna 6.500 heronderzoeken uitgevoerd.

Net als in 2021 zorgt dit aantal voor een (structureel) hoge werkdruk, waardoor termijnen van onderzoek soms onder druk staan. Uiteindelijk waren er in 2022 ruim 22.000 inwoners die gebruik maakten van een Wmo-voorziening. Hierbij ging het om bijna 44.000 indicaties. Nadat een inwoner een melding doet volgt er een gesprek met een Wmo-consulent. Tijdens dit gesprek onderzoekt de consulent wat passende ondersteuning is voor de inwoner. Ontwikkelingen per voorziening In 2022 hebben we diverse ontwikkelingen gezien op de Wmo-voorzieningen. In de ontwikkeling van de klantaantallen en de kosten op de Wmo zien we dat de groei in aantallen niet overal gelijk loopt met de ontwikkeling van de kosten. Dit kan verschillende oorzaken hebben, deze zullen we hieronder per voorziening bespreken. Dagbesteding Bij dagbesteding zien we in 2022 een stijging ten opzichte van 2021 en is weer terug op het niveau van 2019. Het aantal inwoners met dagbesteding lijkt weer gestabiliseerd na onrustige jaren door de Corona pandemie. In de voorliggende jaren waren inwoners terughoudend met het aanvragen van dagbesteding. Individuele begeleiding De groei op individuele begeleiding zet ook door in 2022. Ten opzichte van 2021 zijn er 3,5% meer inwoners met een indicatie individuele begeleiding. Samen met zorgaanbieders en gemeenten werken we aan (innovatieve) oplossingen om de groei te dempen.

Denk hierbij aan een pilot blended care (combinatie van fysieke ondersteuning en beeldzorg). Daarnaast werken we samen met gemeenten aan het afschalen van lichte vormen van begeleiding naar het lokale voorveld. Huishoudelijke ondersteuning Ten opzichte van 2021 is het aantal inwoners met huishoudelijke ondersteuning gegroeid met 5% in 2022. Dit is in lijn met de trend die is ingezet sinds de invoering van het abonnementstarief (eigen bijdrage) in 2019. Door krapte op de arbeidsmarkt zijn er wachttijden bij de huishoudelijke ondersteuning. In gevallen van spoed kan nog steeds de spoedprocedure worden ingezet. Daarnaast zijn we gestart met het afschalen van het onderdeel wassen en strijken van de huishoudelijke ondersteuning naar een algemene voorziening. Met een aantal gemeenten is een algemene (pilot)voorziening ingericht die op 1 oktober is geopend. Aan het eind van december maakten 80 mensen gebruik van deze algemene voorziening. In de toekomst verwachten we, na contractherziening, dat dit kan bijdragen aan het dempen van de kosten van de maatwerkvoorziening.

26

Daarnaast zijn er verkennende gesprekken gevoerd om extra aanbieders huishoudelijke ondersteuning te contracteren. Dit heeft vooralsnog niets opgeleverd. Deze aanbieders konden niet direct leveren en zouden personeel gaan werven in de regio. De ervaring in andere delen van het land leert dat personeel wisselt van werkgever. Het leveringsvolume wordt zo niet uitgebreid, maar leidt juist tot meer versnippering van het aanbod. Daarom is ervoor gekozen om deze aanbieders niet te contracteren. Collectief vervoer Ook in 2022 zet de stijging van het gebruik van het collectief vervoer door. Tegelijkertijd staat de continuïteit van het vervoer onder druk. Door aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, een toenemende vraag naar vervoer, een afname van het aanbod, meer files en een hoog ziekteverzuim onder personeel zijn de problemen afgelopen jaar toegenomen. Er zijn enkele kortetermijnoplossingen ingezet, waardoor het op-tijd-rijd-percentage moet stijgen. Een van deze oplossingen is dat de minimale reserveringstijd is verschoven naar tenminste 24 uur voorafgaand aan de rit (met uitzondering van spoedritten en medisch noodzakelijke ritten). Ook worden in de spitsuren geen ritten meer buiten de regio gereden, zodat bussen minder in de file staan. Daarnaast wordt aan klanten gevraagd als zij een afspraak maken voor een reis in de spits of het ook mogelijk is om buiten de spits te reizen.

Inmiddels is het eerste effect van deze oplossingen zichtbaar. De op-tijd-rijd-percentages zijn bij de afsluiting van het jaar boven de afgesproken doelstelling 92%. Rolstoelen In 2022 is het aantal klanten met een rolstoel verder gedaald. De daling is wel minder sterk dan in 2021. De verwachting is dat door de vergrijzing dit uiteindelijk gaat ombuigen. Maar deze verwachte ombuiging vertaalt zich nog niet in de cijfers. Krapte arbeidsmarkt Aan het begin van het jaar waren de coronamaatregelen nog een dreigende factor in de dienstverlening en het leveren van ondersteuning. Maar de laatste maanden zorgt de krappe arbeidsmarkt voornamelijk voor problemen. Zo ontstaan wachttijden voor cliënten voor dienstverlenende ondersteuning en voorzieningen. De langere levertijd bij voorzieningen geldt ook voor onderdelen en reparaties. We proberen samen met zorgaanbieders en leveranciers er alles aan te doen om de wachttijden te beperken. Cijfers per voorziening

Voorziening Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding

Standcijfer # klanten 31-12-2021

Prognose 20221 # klanten Groei 31-12-2022 %

Realisatie 2022 # klanten Groei % 31-12-2022

8555

9133

7,4%

8980

5%

2677

2810

5%

2770

3,5%

Dagbesteding

1031

1118

2%

1081

4,8%

Rolstoelen

2370

2394

1%

2338

-1,4%

2359

2476

5%

2509

6,4%

10503

10936

5%

10892

3,7%

484

520

5%

483

-0,4%

Vervoer Scootmobielen Vervoer Drechthopper Woonvoorzieningen 1 Uitgangspuntennotitie 2022

Wat heeft het gekost?

1 Uitgangspuntennotitie primaire begroting 2022

27

Opgave Zorgen voor ondersteuning

Jaarrekening

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Apparaat Zorgen voor ondersteuning

7.451

6.686

-765

7.353

6.588

-765

-98

-98

0

Begeleiding en kortdurend verblijf

29.155

29.155

0

29.736

29.736

0

581

581

0

Huishoudelijke ondersteuning

25.454

25.454

0

24.836

24.836

0

-618

-618

0

Hulpmiddelen

5.380

5.380

0

5.259

5.259

0

-121

-121

0

Vervoer

8.570

8.570

0

8.489

8.489

0

-81

-81

0

Totaal

76.010

75.245

-765

75.675

74.910

-765

-336

-336

0

Bedragen x € 1.000

Bijdragen gemeenten Opgave Zorgen voor ondersteuning

Geactualiseerde begroting

Jaarrekening

Verschil

Apparaat Zorgen voor ondersteuning

5.546

5.462

-83

Begeleiding en kortdurend verblijf

28.603

29.195

592

Huishoudelijke ondersteuning

24.239

23.595

-644

Hulpmiddelen

5.184

5.071

-113

Vervoer

7.812

7.753

-59

Totaal

71.384

71.076

-308

Bedragen x € 1.000

Toelichting: Het effect voor gemeenten op de Wmo (exclusief apparaatskosten) bedraagt ruim € 0,2 mln. positief. Als gevolg van lokaal meer-minder gebruik kan het individuele resultaat per gemeente onderling verschillen. In het resultaat is een bedrag van € 0,8 mln. opgenomen aan betaalde meerkosten Corona over 2021 en 2022, waarvoor gemeenten bij de verschillende circulaires aanvullende middelen van het Rijk hebben ontvangen. Vanuit de verwachting dat de kosten binnen de begroting konden worden opgevangen, zijn deze aanvullende middelen niet door de SDD opgehaald. Huishoudelijke ondersteuning Op het onderdeel huishoudelijke ondersteuning is sprake van een overschot van € 0,6 mln. Het financieel voordeel hangt deels samen met de huidige wachtlijst voor deze voorziening waardoor niet alle geïndiceerde zorg ook meteen kan worden verzilverd als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Samen met zorgaanbieders wordt gezocht naar mogelijkheden om de wachtlijst terug te dringen maar het is nog ongewis in welke mate dit lukt en hoe zich dit zal verhouden tot een naar verwachting blijvend stijgende vraag. In 2022 is € 0,4 miljoen uitgegeven aan meerkosten Corona huishoudelijke ondersteuning. Dit betreft niet alleen kosten die zijn gemaakt in 2022, maar ook nagekomen declaraties over 2021.

Hulpmiddelen en vervoer De hulpmiddelen en het vervoer sluiten het jaar positie af met een cumulatief overschot van bijna € 0,2 mln. Komend jaar moet wel rekening worden gehouden met hogere lasten als gevolg van een sterke stijging van de tarieven van de voorzieningen. De stijging van de lonen en de prijzen van materialen, grondstoffen en de energiekosten, werken via de contractueel overeengekomen jaarlijkse prijsindexatie door in de tarieven van de aanbieders. Begeleiding en kortdurend verblijf Tegenover het overschot op de huishoudelijke ondersteuning, hulpmiddelen en het vervoer staat een tekort op de voorziening begeleiding en kortdurend verblijf van bijna € 0,6 mln. Afgelopen jaar zijn de

28

kosten van individuele begeleiding verder toegenomen, maar bleef de uitnutting van de pgb-budgetten iets achter. Ook hebben we meer dan gemiddeld te maken gehad met nagekomen declaraties van zorgaanbieders. Dit komt doordat er aanpassingen zijn doorgevoerd in het zogenaamde berichtenverkeer die bij een aantal zorgaanbieders tot storing in hun systemen hebben geleid, waardoor uitval op declaraties ontstond en declaraties in een later stadium opnieuw moesten worden ingediend. Procesmatig is deze vertraging niet te voorkomen. Net als bij de huishoudelijke ondersteuning hebben we in 2022 ook circa € 0,4 miljoen uitgegeven aan meerkosten Corona begeleiding en kortdurend verblijf.

29

2.4 BEDRIJFSVOERING Wat hebben wij bereikt? Op de reguliere bedrijfsvoering speelden in 2022 drie belangrijke ontwikkelingen: 1. Organisatieontwikkeling 2. De gevolgen van het regionale programma "ICT Beweegt" 3. Huisvesting Organisatieontwikkeling De ontwikkeling van de GR Sociaal als geheel heeft grotendeels in het teken gestaan van het daadwerkelijk starten met werken in de hernieuwde structuur van de GR Sociaal, waarbij ook een nieuw bestuurlijk proces met een nieuw bestuur verder vorm heeft gekregen. Ook het herijken van het beleid in een nieuw beleidsproces (in co-creatie met gemeenten) heeft in 2022 de eerste resultaten opgeleverd en bleek een intensief proces te zijn zowel voor de GR Sociaal als de gemeenten. Tevens zijn in 2022 alle voorbereidingen van de integratie met de GR Drechtwerk gestart en is gezorgd dat alle gemeenteraden hiertoe tijdig een besluit konden nemen. Per 1 januari 2023 heeft Drechtwerk zich daadwerkelijk bij de GR Sociaal gevoegd en daarmee zijn beide GR’en tot één aangepaste GR sociaal omgevormd met daarin twee organisatieonderdelen, te weten Drechtwerk en Sociale Dienst Drechtsteden. Vanaf 1 januari 2023 geldt er één gezamenlijk bestuur en één gezamenlijke leiding. In de tweede bestuursrapportage werd nog melding gemaakt van het risico op kosten in 2022 in verband met deze integratie.

Inmiddels is duidelijk dat de integratie in 2022 niet tot extra kosten heeft geleid voor de GR'en en deelnemende gemeenten. Naast deze integratie heeft de GR Sociaal in 2022 intensief ingezet op het actualiseren van de kennis van alle medewerkers van de GR Sociaal, vanuit de gedachte dat we steeds integraler in het sociaal domein samen aan de slag zijn. Intern is daartoe het opleidingsprogramma Samen Wijzer gelanceerd. In 2022 is in dat kader iedereen binnen de GR Sociaal integraal getraind op kennis van de 3 inhoudelijke opgaven (bestaanszekerheid versterken, zorgen voor ondersteuning en ontwikkelen naar werk). Door alle medewerkers dezelfde basistrainingen te geven, ontstaat er ook meer begrip en verbinding in hoe de inhoud zich tot elkaar verhoudt in het belang van de inwoner. Het programma wordt voor 2023 herijkt en krijgt een vervolg. Het vinden van personeel is ook voor de GR Sociaal een grote uitdaging gebleken, mede gelet op de extra inzet voor onder andere Tozo, toeslagenaffaire en Energietoeslag. Inmiddels zien we ook op reguliere vacatures steeds grotere uitdagingen ontstaan. Dit zal voor 2023 naar verwachting niet anders zijn. Daarnaast is in 2022 meer en meer verbinding gezocht met de behoeften van de gemeenten.

De behoefte van de gemeenten aan data en sturingsinformatie is groot en heeft verschillende doelen: zicht op eigen inwoners, zicht op 'lokaal gebruik' in aantallen en kosten voor de P&C cyclus, het verrijken van data met gegevens van andere domeinen en het meten van het effect van interventies. SDD faciliteert de gemeenten in deze behoefte met het 'gemeente dashboard' waarin informatie van informatie over uitkeringsgerechtigden, schuldhulpverlening en WMO samenkomt. Sinds januari hebben in totaal 35 beleidsmedewerkers vanuit de gemeenten toegang tot de dashboards en recent ook de 7 wethouders. Tot slot heeft de herijking van het minimabeleid in 2022 tot noodzakelijke aanpassingen geleid in systemen en dashboards (o.a. vanwege verschillen per gemeenten). De wijzigingen hebben kostenneutraal kunnen plaatsvinden. In 2023 volgen we de effecten van de herijking op bedrijfsvoering periodiek en rapporteren hierover via de reguliere P&C cyclus. ICT: gevolgen regionale programma "ICT Beweegt" 2022 stond voor bedrijfsvoering grotendeels in het teken van de voorbereidingen voor het regionale programma "ICT Beweegt". In 2022 is de GR Sociaal overgestapt op Microsoft 365 en heeft de herimplementatie van Teams plaatsgevonden. Ook zijn de voorbereidingen voor de implementatie van een nieuwe IT werkplek ('Digitale werkruimte') gestart.

Verreweg de meeste tijd voor de GR Sociaal in 2022 is de voorbereiding en de overgang van het Drechtsteden rekencentrum naar een rekencentrum van leverancier KPN. In 2022 zijn grote stappen gezet om afscheid te nemen van allerlei ontwikkeld

30

maatwerk, door gestandaardiseerde oplossingen te gaan gebruiken. De inspanningen van de GR Sociaal hebben ondertussen geleid tot het afscheid nemen van meer dan 35 maatwerkapplicaties/lijstwerk en het in gebruik nemen van meer dan 70 gestandaardiseerde Cognosrapportages. Zowel in 2022 als 2023 bleef en blijft de uitdaging groot om voldoende capaciteit vrij te maken voor alle acties die nodig zijn voor het regionale programma. Het programma zorgt voor grote en ingrijpende wijzigingen voor het organisatieonderdeel Sociale Dienst Drechtsteden: • Vrijwel alle systemen worden 'geraakt' door deze veranderingen, ook de systemen die essentieel zijn voor de dienstverlening aan de inwoners en de bedrijfsvoering; • Alle medewerkers krijgen te maken met deze veranderingen; • Het programma vraagt een grote, deels nog onbekende, inzet van medewerkers van de GR Sociaal; • Het programma legt een groot beslag op de capaciteit van de servicegemeente. Dat maakt dat ook de druk op de ICT afdeling van de Sociale Dienst Drechtsteden zelf groter is. We zagen in 2022 een risico in onverwachte kosten voor ICT en zien deze risico's ook voor 2023. Denk daarbij aan: kosten voor bemensing van het programma, doorlopen van werkzaamheden Servicegemeente Dordrecht voor het rekencentrum, kosten voor projectmanagement, kosten om laptops te vervanging in verband met invoering Digitale Werkruimte.

Huisvesting Het gebouw 'De Hellingen' wordt gehuurd van de gemeente Dordrecht, waarbij de onderhoudskosten volledig voor rekening van de GRS komen. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Verder wordt kritisch gekeken naar onderhoudsverplichtingen. De plannen van de gemeente Dordrecht voor de ontwikkeling van de Spuiboulevard hebben tot gevolg dat de Sociale Dienst Drechtsteden het huidige pand moet verlaten. De kosten van de nieuwe huisvesting zullen in ieder geval hoger zijn dan het huidige huurcontract, dat loopt tot en met het eerste kwartaal 2025. Er is in de kosten niet voorzien. Met de projectorganisatie van gemeente Dordrecht vindt overleg plaats over welke extra kosten er gemaakt moeten worden met betrekking tot de voorbereiding op de huisvesting na het eerste kwartaal 2025 en waar deze kosten zullen landen. Daarnaast participeert de GR Sociaal in de ontwikkeling van het Huis van Stad en Regio. Ook hiervoor worden kosten gemaakt. De afspraken daarover liggen bestuurlijk vast in een Samenwerking Overeenkomst (SOK) samen met de andere bewoners van het Huis zoals Dordrecht Marketing en de Bibliotheek. In de buraps zijn de risico's rondom de toekomstige huisvesting van de GRS in het Huis van Stad en Regio reeds gemeld.

Als voorbereiding op de definitieve huisvesting in 2025 in dit Huis is de komende jaren extra inzet nodig. Deze extra inzet kostte in 2022 € 250.000.

Wat heeft het gekost? Opgave Overhead

Apparaat Overhead

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

22.336

771

-21.565

24.034

2.614

-21.420

1.698

1.843

145

0

108

108

0

108

108

0

-21.565

24.142

2.722

-21.420

1.806

1.951

145

Treasury Totaal

Jaarrekening

Geactualiseerde begroting

22.336

771

Bedragen x € 1.000

31

Bijdragen gemeenten Opgave Overhead Apparaat Overhead

Geactualiseerde begroting 699

Treasury Totaal

699

Jaarrekening

Verschil

2.087

1.388

-88

-88

2.000

1.301

Bedragen x € 1.000

Toelichting: Voor de apparaatskosten over alle opgaven wordt boekjaar 2022 afgesloten met een voordelig resultaat van € 642.000. Bij de 2e bestuursrapportage 2022 was reeds de verwachting dat de apparaatskosten binnen de begroting zouden blijven. Het resultaat op treasury (€ 88.000) betreft het saldo van de werkelijke rentelasten en de gerealiseerde rentebaten.

32

3 PARAGRAFEN 3.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de risico’s waar geen maatregelen voor zijn getroffen en de capaciteit die de GR Sociaal heeft om deze niet-begrote kosten te kunnen dekken. Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om materiële tegenvallers op te kunnen vangen binnen de eigen begroting zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. De weerstandscapaciteit dient dus de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Reguliere risico’s maken geen deel uit van de risico’s die zijn opgenomen in deze paragraaf. Dit omdat hiervoor verzekeringen kunnen worden afgesloten dan wel door middel van het treffen van een voorziening ondervangen kunnen worden. Uitgangspunt is echter dat het weerstandsvermogen voor de risico's bij de GR Sociaal wordt georganiseerd bij de deelnemende gemeenten. De GR Sociaal beschikt daarbij zelf niet over weerstandsvermogen in de vorm van reserves. De drie belangrijkste redenen hiervoor zijn: 1. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de financiering van de gemeentelijke taken, ook voor de taken die aan de GR Sociaal zijn overgedragen. Gemeenten zijn dan ook beter in staat het benodigde weerstandsvermogen integraal en efficiënt te bepalen en daarbij in te passen in het lokale beleid daarvoor.

Hierbij wordt tevens onnodige reservevorming en daarmee onnodig beslag van financiële middelen voorkomen; 2. De keuze weerstandsvermogen op één plaats, bij de gemeenten, te organiseren geeft duidelijkheid. Indien bij de GR Sociaal ook reserves worden aangehouden blijft onzeker of die reserves wel nodig zijn, of ze groot genoeg zijn en/of wanneer gemeenten toch aangesproken gaan worden wanneer risico's zich voordoen; 3. Besluitvorming is eenvoudiger. Door de keuze bij de GR Sociaal geen reserves aan te houden voor het organiseren van weerstandsvermogen, zullen bij positieve exploitatieresultaten de overblijvende middelen terugvloeien naar de gemeenten. Bij negatieve exploitatieresultaten volgt een aanvullende gemeentelijke bijdrage. In bijzondere situaties blijft de mogelijkheid van reservevorming bestaan, maar dan niet als onderdeel van het organiseren van weerstandsvermogen. Voorbeelden hiervan zijn fondsvorming, budgetoverheveling, tijdelijke negatieve reserves. Het Algemeen bestuur van de GR Sociaal beslist op individuele basis over het vormen van zo'n bestemmingsreserve en over de omvang, opbouw en aanwending. (bedragen x € 1.000) 2018

2019

2020

2021

2022

Algemene reserve

-294

-269

-223

-90

-90

Bestemmingsreserves

964

587

1.156

1.765

-

Reserve Groeiagenda

400

200

-

-

-

Innovatiereserve SDD

209

209

209

-

-

Innovatiereserve Leertuinen SDD

208

178

178

-

-

Frictiereserve SCD

147

-

769

1.765

-

Totaal reserves

670

318

933

1.675

-90

In de navolgende tabel zijn de risico's opgenomen die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. In de tweede kolom is de kans waarop een risico zich kan voordoen weergegeven. Indien de kans groot is, dan is de kans dat een risico zich voordoet 75%, 50% bij een gemiddelde kans en 25% bij een kleine kans. De impact is Kans x Omvang.

33

Omschrijving

Kans

Herijking minimabeleid

p.m.

Totale omvang

Ontwikkeling kosten Wmo

Zeer groot 2.100.000 (90%)

Energielasten huisvesting

Gemiddeld (50%)

Arbeidsontwikkeling

p.m.

200.000

Impact Toelichting In 2022 vond er een herijking minimabeleid plaats. De herijking minimabeleid zal o.b.v. van de gemeentelijke beleidswensen leiden tot aanpassingen in beleid en zal tevens eenfinancieel effect hebben op de begroting 2023. Onderdeel van de herijking minimabeleid is o.a. ook de aanpassing van de website van GR Sociaal. De financiële vertaling van de herijking minimabeleid zal in de 1e bestuursrapportage 2023 worden verwerkt. 1.890.000 Bij de vaststelling van de primaire begroting 2023 is besloten om een pas op de plaats te maken en de begroting vooralsnog gelijk te houden aan het niveau van 2022. Daarbij is rekening gehouden met ruimte in de begroting omdat niet alle indicaties verzilverd kunnen worden als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Op sommige voorzieningen verwachtten we een plus en andere een min, per saldo leken de verschillen in financiële zin elkaar uit te middelen. Wat we op dat moment niet voorzagen was dat de prijzen voor de lonen, materialen en grondstoffen enorm hard zouden stijgen. Deze ontwikkeling zien we terug in de prijsindexaties 2023 voor de Wmo voorzieningen, die uitzonderlijk hoog zijn ten opzichte van voorgaande jaren. 100.000 De energieprijzen voor 2022 zijn fors gestegen sinds het opstellen van de begroting 2022 en 2023. GR Sociaal had een contract voor gas met energieleverancier Gazprom.

Vanwege de economische sancties tegen Rusland is dit contract tussentijds beëindigd. Wij dienden het resterende gasverbruik voor 2022 in te kopen tegen actuele marktprijzen, wat naar verwachting leidde tot hogere energielasten. Door de relatief zachte winter in 2022 is de stijging van energielasten (gas) tot nu toe enigszins beperkt gebleven. Het verbruik in 2023, mede afhankelijk van weersinvloeden, heeft invloed op de uiteindelijke financiële effecten 2023. Het risico bestaat dat de energielasten in 2023 het beschikbare budget significant overschrijden. Door krapte op de arbeidsmarkt is het lastig om (goed opgeleid en ervaren) personeel te werven. Ook bij de SDD staan vacatures lang open. De schaarste

34

op de arbeidsmarkt zal op korte termijnniet direct een knelpunt zijn bij de kwaliteit van dienstverlening aan de klanten van de SDD. Op langere termijn kan dat echter wel het geval zijn. De SDD doet allerlei inspanningen om goed personeel te werven en te behouden. Totaal

1.990.000

Afgewikkelde risico's In de volgende tabel zijn de afgewikkelde risico's vermeld. Omschrijving

Kans

Totale omvang

Impact Toelichting

Energietoeslag

Gemiddeld (50%)

870.000

Energietoeslag

p.m.

435.000 Voor de Energietoeslag is er landelijk € 1,4 miljard beschikbaar gesteld. Voor de Drechtsteden is er in totaal circa € 21,3 budget beschikbaar gesteld. Aangezien de Drechtsteden bij de toekenning van de energietoeslag voor een ruimere doelgroep hebben gekozen dan waarvoor het Rijk middelen beschikbaar heeft gesteld en het bereik hoger ligt dan verwacht, zullen de uitgaven energietoeslag naar verwachting € 24,5 miljoen bedragen. Deze uitgaven zijn gebaseerd op een prognose waarbij een inschatting is gemaakt van de nog te ontvangen en af te handelen aanvragen. De overschrijding ten opzichte van het beschikbaar gestelde budget bedraagt € 3,1 miljoen. Bij de verwachte aantal aanvragen is niet uitgegaan van 100% bereik. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de uitgaven bij een bereik van 100% is het vermelde risico. Het tekort t.o.v. de Rijksbudgetten bij de jaarrekening 2022 bedraagt € 4,0 mln. Gepaard aan de eenmalige energietoeslag treedt nog een risico op: in de wetswijziging die de eenmalige energietoeslag mogelijk maakt, is tevens de wettelijke ruimte geschapen voor tegemoetkomingen voor energiekosten op basis van de individuele bijzondere bijstand. De kans is zeer reëel dat voor een (aanzienlijk) deel van de doelgroep de eenmalige energietoeslag niet toereikend zal zijn.

Dit zal vooral inwoners treffen wier energiecontract recentelijk is, of binnenkort wordt, gewijzigd. Zonder aanvullende landelijke maatregelen zullen zij mogelijk een beroep doen op de individuele bijzondere bijstand. Een fors beroep impliceert niet alleen hoge apparaatskosten (want de afhandeling

35

Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning

Matig (25%)

Bandbreedte in begroting voor onzekerheid

Matig (25%) 8.200.000

Interbestuurlijk Programma

Bedrijfsvoering

-200.000

p.m.

Gemiddeld (50%)

200.000

vergt individuele toetsing van recht en noodzaak, gebaseerd op werkelijke uitgaven), maar ook hoge programmakosten. Bij de septembercirculaire is € 35 miljoen aan incidentele middelen beschikbaar gesteld om zowel via vroegsignalering als via de bijzondere bijstand gerichte hulp aan te bieden aan burgers. Voor Drechtsteden betekent dit een totaalbedrag van € 0,5 miljoen. Het is op voorhand niet duidelijk of deze compensatie afdoende is. Vooralsnog is dit risico van als p.m. opgenomen. -50.000 De prognose is dat eind 2022 het aantal bijstandsgerechtigden maximaal 6.200 zal zijn. Dit wijkt af van de prognose van het CPB (6.100). Blijkt dat door een meevallende (plaatselijke) conjunctuur op het eind van het jaar er 50 bijstandsgerechtigden minder te zijn is er een kans van € 200.000. Dit positieve risico/ deze kans heeft zich niet voortgedaan, het aantal bijstandsgerechtigden ultimo 2022 was 6.219. 2.050.000 De begroting en meerjarenraming van de sociale dienst kent een bandbreedte, gezien de grote onzekerheden. De onderkant van de bandbreedte is in de begroting toegepast voor de budgetten en gemeentelijke bijdragen. Er is daarmee een risico dat budgetten en gemeentelijke bijdragen hoger worden. Ten opzichte van de bovenkant van de bandbreedte is het maximale risico € 8,2 miljoen. Hiervan is 25% in de risicoparagraaf opgenomen. In 2021 zijn er verkiezingen geweest.

Na de verkiezingen wordt een nieuw Interbestuurlijk Programma (IBP) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Rijk afgesproken. O.a. ambities op het gebied van milieu, economie, woningbouw. In het vorige IBP bleek dat er voor veel ambities geen budget beschikbaar was. Ook nu lijkt dit het geval. Voor de reeds afgesproken ambities van het Rijk (o.a. woningbouw en milieu) is onvoldoende budget gemeenten gereserveerd. Vooralsnog is dit risico van als p.m. opgenomen. 100.000 De bedrijfsvoering moet aan steeds meer regels voldoen. Bijvoorbeeld de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en informatiebeveiliging, maar ook de steeds meer opkomende landelijke standaardisering. Daarnaast moet de

36

Ontwikkeling macrobudget n.a.v. aflopen Bbz-light

Gemiddeld (50%)

-400.000

Huisvesting

Gemiddeld (50%)

300.000

Integratie Drechtwerk

Matig (25%)

200.000

Totaal

informatisering aan steeds grotere eisen voldoen. We zien dat we als overheid minder snel van deze ontwikkelingen gebruik maken. De mogelijkheden die door de markt worden aangeboden en dat wat door onze inwoners wordt gebruikt, wijkt in toenemende mate van elkaar af. Systemen en hun onderlinge relatie/uitwisseling worden complexer en dat vraagt om heroverweging. Ook de sterke afhankelijkheid van de ITsystemen en daarmee onze kwetsbaarheid blijft een risico. De grote(re) incidenten die we hebben afgelopen jaar hebben ervaren onderstrepen dit. -200.000 De uitgaven Bbz zijn in het eerste kwartaal fors hoger door de ondersteunende maatregel Bbz-light (i.v.m wegvallen Tozo). Deze maatregel is per 1 april komen te vervallen. In hoeverre dit nog na-ijlt is lastig aan te geven. Daarnaast is het moeilijk te voorspellen wat voor een effect de te verwachten faillissementen hebben op eventuele aanvragen Bbz. Zijn er verder geen nakomende kosten Bbz-light en blijken de faillissementen mee te vallen is er een kans van € 400.000. Dit positieve risico/ deze kans heeft zich niet voortgedaan. 150.000 Het pand 'De Hellingen' wordt gehuurd tot en met het eerste kwartaal 2025. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het striktnoodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand.

Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. Dit risico heeft zich in 2022 niet voortgedaan. In de primaire begroting 2023 is dit risico opgenomen. 50.000 Voor de integratie tussen GR Drechtwerk en GR Sociaal is eerder een bedrag van € 400.000 genoemd voor mogelijke kosten. Ingeschat wordt dat er nog maximaal € 50.000 nodig is. Het kan zijn dat door onvoorziene omstandigheden toch een hoger bedrag nodig is. Dit risico heeft zich niet voortgedaan. 2.535.000

37

Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Het betreft schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Aangezien de GR Sociaal geen grondexploitatie heeft en geen gemeentelijke belastingen heft, zijn deze kengetallen niet opgenomen. Naast de door de BBV voorgeschreven kengetallen, is tevens de weerstandsratio toegevoegd. Realisatie 2021 Begroting 2022 Realisatie 2022 Netto schuldquote

1%

3%

0%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

1%

3%

0%

Solvabiliteitsratio

9%

0%

2%

Structurele exploitatieruimte

-0,3%

0%

0%

Ratio weerstandsvermogen

6,43

Niet bekend

p.m.

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de GR Sociaal ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een percentage tussen de 0% en 100% is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een grote investering te doen. De GR Sociaal heeft een netto schuldquote van 0%. Dit geeft aan dat de GR Sociaal in staat is om met haar eigen middelen aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. Met correctie voor leningen bedraagt de netto schuldquote van de GR Sociaal 0%. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de GR Sociaal in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsrisico wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Normaal bevindt het solvabiliteitsratio zich tussen de 30% en 80%. De GR Sociaal heeft een ratio van 2% wat zou aangeven dat het bezit van de GR Sociaal relatief zwaar belast is met schuld.

Kijkende naar de wijze waarop de GR Sociaal is gefinancierd, is een lage solvabiliteitsratio conform de verwachtingen. Immers, conform het beleidskader risicomanagement en weerstandsvermogen mag de GR Sociaal een beperkte structurele weerstandscapaciteit in de vorm van reserves aanhouden. Hierdoor heeft de GR Sociaal een beperkt eigen vermogen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Er is geen VNG norm voor het niveau van dit kengetal. Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR Sociaal. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, post onvoorzien en de stille reserves. De GR Sociaal heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves, ofwel € xxx.000. Het totaal van de risico's bedraagt afgerond € xxx.000. Hiermee is de weerstandsratio gelijk aan x,xx. De ratio is onvoldoende. Uitgangspunt is dat het weerstandsvermogen voor de risico's bij de GR Sociaal wordt georganiseerd bij de deelnemende gemeenten.

In de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van de GR Sociaal is vastgelegd dat de weerstandscapaciteit van de GR Sociaal een incidenteel karakter heeft en op zeer beperkte basis structurele capaciteit (in de vorm van reserves) wordt georganiseerd. In bijzondere situaties blijft de mogelijkheid van reservevorming bestaan, maar dan niet als onderdeel van het organiseren van weerstandsvermogen. Gevolg hiervan is dat gemeenten direct aangesproken worden indien financiële tegenvallers van enig omvang zich voordoen.

38

3.2 BEDRIJFSVOERING Dienstverlening Onze inzet is erop gericht de dienstverlening continu te optimaliseren. Dit doen we door aan te sluiten bij de leefwereld van de inhoud en maatwerk te leveren als dat nodig is. In onze bejegening zijn we beleefd betrokken, betrouwbaar, behulpzaam en begrijpelijk (de 5 B's). Ook zetten we in op uitbreiding en verbetering van de digitale dienstverlening om aan te sluiten bij de behoefte aan snelle en efficiënte toegang tot voorzieningen. Om te weten of we dit alles goed doen, meten we continu de klanttevredenheid. Naast deze metingen leveren klachten en bezwaarschriften belangrijke input op voor verbetermogelijkheden in de dienstverlening. In de dienstverlening investeren we ook in integrale dienstverlening door betere samenwerking met gemeenten en ketenpartners. Voor inwoners met multi problematiek is dit een belangrijke aanvulling op de reguliere dienstverlening. In 2022 zien we dat de uitvoering van crisisregelingen een uitdaging was voor de dienstverlening. De Wet eenmalige energietoeslag lage inkomens (Energietoeslag) heeft geleid tot veel extra telefoontjes, meer bezwaarschriften en extra klachten. Het effect hiervan was langere wachttijden aan de telefoon en herstelwerk in de bezwaarfase.

In het totaalbeeld valt op dat ondanks de extra druk op de uitvoering de klanttevredenheid met een 7,8 op een goed niveau blijft en de dalende trend in het aantal klachten zet voort. De stijging van het aantal bezwaarschriften is toe te schrijven aan de Energietoeslag en het staartje van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). In dit onderdeel van de jaarrekening wordt de informatie uit de klantsignalen in beeld gebracht, waarbij ook de meer jaren trend inzichtelijk wordt gemaakt. Daarnaast gaan we kort in op de uitwerking in 2022 van de integrale dienstverlening en de Wet Open Overheid. Tot slot volgt informatie rondom de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Klanttevredenheid In 2022 is de klanttevredenheid gemiddeld iets lager dan in 2021, maar het meerjarenbeeld is stabiel goed en boven de norm van een 7,5 (zie grafiek 1). Dit klanttevredenheidcijfer is het gewogen gemiddelde van alle gemeten onderdelen, in tabel 2 zijn de resultaten per onderdeel weergegeven. Grafiek 1

Tabel 1 KTV cijfer Instroom bijstand Participatiegesprek WMO Digitale aanvraag Telefonie Email Info en Advies

2021 7,9 8,3 8,2 8 8 7,1 8,6

2022 7,6 8,2 8 8 7,9 7 8,6

39

Over de hele linie bezien zijn klanten het meest tevreden over vriendelijkheid, deskundigheid, betrokkenheid en goed luisteren. Dit is gebaseerd op ruim vijf duizend ingevulde enquête formulieren in 2022. Het minst tevreden is men over de email dienstverlening. Dit als gevolg van het niet in één keer krijgen van het (juiste) antwoord. Eind 2022 is hier een verbeteractie op gezet die direct effect heeft; op het moment van dit schrijven krijgt email dienstverlening een ruime 8. De telefonie scoort voor het eerst in twee jaar onder de 8 wat direct samenhangt met de opgelopen wachttijden in 2022. Wie alleen kijkt naar afgehandelde klachten (zie hierna) zou makkelijk de conclusie kunnen trekken dat bejegening een aandachtspunt is. De klanttevredenheidsmeting echter laat zien dat dit veel genuanceerder ligt. De tevredenheid over het aanvragen van bijstand is in 2022 lager dan in 2021. Ondanks deze daling zijn de scores goed op de aspecten die voor klanten belangrijk zijn: duidelijke en vriendelijke communicatie en het voldoen aan verwachtingen (drivers). Opvallend is dat 40 respondenten (35%) een 10 geeft voor het aanvragen van bijstand. De klanten die minder tevreden zijn (17%) noemen daarvoor als reden de duur van het aanvraag proces en de betaling van de uitkering.

Instroom klachten en bezwaren De instroom van klachten is dit jaar verder gedaald naar 114 ontvangen klachten (zie grafiek 2). In 2022 werden er 641 bezwaren ingediend. Na een jarenlange dalende trend zien we nu voor het eerst sinds het jaar 2018 een stijging van het aantal bezwaarschriften (zie grafiek 3). Grafiek 2

Grafiek 3

Deze stijging van het aantal binnengekomen bezwaarschriften heeft te maken met de Covidcrisis en de Energiecrisis. In het kader van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) zijn in totaal 55 bezwaarschriften ontvangen in 2022 en in het kader van de Wet eenmalige energietoeslag lage inkomens (Energietoeslag) zijn in totaal 182 bezwaarschriften ontvangen in 2022. Overigens is het aantal bezwaarschriften afgezet tegen het aantal primaire besluiten ruim minder dan 1% (0,6%). Afgehandelde klachten en bezwaren In 2022 zijn 111 klachten afgehandeld, waarvan het grootste deel betrekking heeft op de dienstverlening in de opgave bestaanszekerheid versterken. Het aantal afgehandelde bezwaarschriften in 2022 bedroeg 662. Ook het overgrote deel van de afgehandelde bezwaarschriften heeft betrekking op deze opgave (348). Dat is begrijpelijk omdat binnen deze opgave klanten direct geraakt worden in hun financiële situatie. Het gaat daarbij om klachten en bezwaren over de toekenning van (bijzondere) bijstand, handhaving, terugvordering, inhoudingen en schuldhulpverlening. De afgehandelde klachten en bezwaren over de energietoeslag zijn in grafiek 4 en 5 apart in beeld gebracht. Grafiek 4

Grafiek 5

40

Een kwart van de afgehandelde klachten (28) heeft betrekking op ervaren bejegening. Voor zover hier een rode draad te trekken is zien we dat handhavingsonderzoeken door de klant als intimiderend of vernederend kunnen worden ervaren (11 bejegeningsklachten). 17% van de afgehandelde klachten (19) betrof het niet nakomen van afspraken. Meestal gaat het hier om het niet of niet tijdig reageren op een terugbelverzoek. Dit heeft de aandacht. Opvallend in 2022 is het hoge aantal klachten over Wmo zorgaanbieders. In totaal ontvingen we 41 klachten over zorgaanbieders, waarvan 21 over de Drechthopper. Over de problemen bij de Drechthopper zijn alle stakeholders en de klanten in het najaar geïnformeerd door Stroomlijn. Vanaf dat moment zijn er nog maar 4 klachten over de Drechthopper binnen gekomen. Over zorgaanbieder Medipoint zijn 11 klachten ingediend in 2022, waarvan 9 in de 2e helft van het jaar. Personeelsgebrek en de langere levertijd van onderdelen spelen hier een rol. Alle klachten over zorgaanbieders worden apart geregistreerd en door de zorgaanbieders afgehandeld. Vanuit de Wmo wordt vinger aan de pols gehouden bij de afhandeling. Ook contractbeheer volgt de situatie nauwgezet en is periodiek in gesprek met de zorgaanbieders en leveranciers. Van de in totaal 662 afgehandelde bezwaarschriften in 2022 waren er 215 (deels) gegrond.

Dit percentage (32%) stijgt sinds 2021 (zie grafiek 6). Deze stijging is het gevolg van een wijziging in de manier van afhandelen van de bezwaarschriften die veel meer is gericht op het leveren van maatwerk. Enerzijds gebaseerd op de regionale visie van de Drechtsteden en anderzijds omdat de rechtbanken en de Centrale Raad van Beroep na de toeslagaffaire het roer volledig hebben omgegooid en in bijna elke zaak wordt eerst en vooral kijken naar de mogelijkheden van een schikking. Als een klant zich onheus bejegend voelt past uiterste zorgvuldigheid. Daar waar we het beter hadden kunnen doen in de dienstverlening zijn we niet zuinig in het erkennen daarvan. Dat verklaart het 'hoge' percentage gegronde klachten. Van de 111 afgehandelde klachten in 2022 was 55% gegrond, wat niet afwijkt van de meer jaren trend (zie grafiek 7). Grafiek 6

Grafiek 7

Afhandeltermijnen De wettelijke termijn voor klachtafhandeling is 6 weken. Het streven is echter om dit veel sneller te doen en zo snel mogelijk contact te leggen met de klager. In 2022 is 90% van de klachten binnen de wettelijke termijn afgehandeld, waarvan 59% binnen 3 weken, zie tabel 2. Ondanks het lager aantal klachten is het dus iets minder goed gelukt om de servicetermijn te realiseren. Daar is geen eenduidige verklaring voor.

41

Tabel 2

Het streven is om 75% van de bezwaarschriften binnen 12 weken af te handelen. Dit jaar is deze doelstelling niet gehaald met 62%. Daarbij speelt een rol dat in de bezwaarfase extra focus ligt op maatwerk en meer wordt geïnvesteerd in het 'er samen uitkomen' met de bezwaarmaker. Dit vraagt extra tijd van zowel de behandelaar als de bezwaarmaker. Toch is 62% afgehandeld binnen 12 weken een verbetering ten opzichte van 2021 (toen 51%). Bij de afhandeltermijn zien we twee uitschieters. In de afhandeling van de Tozo bezwaarschriften wordt slechts 27% binnen 12 weken afgehandeld. Maar als het gaat om de Energietoeslag wordt 94% binnen 12 weken afgehandeld. Hoger beroep In 2022 is er 52 maal beroep bij de rechtbank ingesteld. Dit is minder dan in 2021. De stijgende lijn in bezwaar zet zich dus niet voort in beroep, zie grafiek 8. Dit is vooral te danken aan het feit dat er in de bezwaarfase steeds vaker een oplossing voor het probleem van de burger wordt bereikt. Het aantal hoger beroepsprocedures is met 27 iets gestegen t.o.v. 2021 . De Centrale Raad van Beroep is ook een nieuwe manier van werken ingeslagen (na de Toeslagenaffaire) waardoor advocaten nu eerder geneigd zijn om uitspraken van de rechtbank opnieuw te laten toetsen in hoger beroep.

Daarnaast is het ook voor onszelf belangrijk om uitspraken van de Rechtbank die afwijken van de vaste jurisprudentie te laten toetsen door de Centrale Raad van Beroep. Hierdoor kan zo nodig onze eigen vaste werkwijze en beoordeling aangepast worden als de Centrale Raad van Beroep de jurisprudentie aanpast. Grafiek 8

Integrale dienstverlening In de jaren voorafgaand aan 2022 is op verschillende vlakken geïnvesteerd in een nauwere en meer integrale samenwerking met gemeentelijke organisaties en ketenpartners in de regio. Initiatieven die hiertoe behoren zijn het beschikbaar stellen van medewerkers van de vak afdelingen en de klantenservice in gemeenten (o.a. gemeentehuis en wijkteams) met als doel om lokale toegang te bevorderen en integraal zorgaanbod aan te bieden daar waar nodig en mogelijk.

42

Het jaar 2022 stond in het teken van het verder uitbouwen van deze relaties in gemeenten daar waar deze diensten nog niet beschikbaar waren en de samenwerking verder vorm te geven. Nieuw is dat er na de zomer een pilot is gestart met een integraal consulent vanuit de Sociale Dienst in de gemeenten Zwijndrecht, Henrik-Ido-Ambacht, Alblasserdam en Hardinxveld-Giessendam. Deze integraal consulent heeft als doel om samen met ketenpartners op locaties in de wijken integrale dienstverlening te organiseren voor inwoners met multi problematiek waarbij een beperkte mate van zelfregie aanwezig is. Hoewel de ontwikkeling van dit type dienstverlening nog in volle gang is zijn de eerste ervaringen voor inwoners positief en zijn ook de betrokken partners en medewerkers erg enthousiast over de mogelijkheden. Er wordt volop gebouwd aan een beter begrip van elkaars dienstverlening en hoe deze in aanvulling op elkaar kunnen worden ingezet of waarbij juist stapeling kan worden voorkomen. Er zijn voorbeelden van vastgelopen casussen waarbij een doorbraak is gerealiseerd, voorbeelden waarbij er kosten-effectiever is omgegaan met de geboden zorg en klanten ervaren het als prettig dat zij nu een duidelijke aanpak ervaren waarbij er één centraal aanspreekpunt is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/795/documents/25711