1 GRSociaal - begroting 2024.pdf
Tekst van het document
Stijgende kostprijzen Naast het effect als gevolg van volumeontwikkeling, hebben we ook te maken met stijgende kostprijzen. De indexpercentages voor 2023 waren uitzonderlijk hoog, voor 2024 zijn deze percentages nog onzeker. Echter, de grote stijging in 2023 zal een vervolgeffect in 2024 hebben doordat de stijgingspercentages voor 2024 over een hoger bedrag berekend zullen worden. Voor de hulpmiddelen en aanpassingen zien we dat de stijgende grondstofprijzen een kostenopdrijvend effect hebben. Voor de dienstverlenende ondersteuning (huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, dagbesteding) hebben de cao-ontwikkelingen het sterkste effect. Landelijke ontwikkelingen Zoals genoemd heeft het abonnementstarief eigen bijdrage geleid tot een stijging in de kosten. Het kabinet heeft een wetsvoorstel aangekondigd, waarin de eigen bijdrage voor huishoudelijke ondersteuning vanaf 2025 weer inkomensafhankelijk wordt. In dit wetsvoorstel is het uitgangspunt dat de lage en middeninkomens worden ontzien. We verwachten dat het dempende effect op de vraag naar ondersteuning beperkt zal zijn, omdat de inkomensgrenzen voor de inkomensafhankelijkheid behoorlijk hoog zijn (voorstel is 185% van het Wettelijk sociaal minimum). Voor veel inwoners zal de huishoudelijk ondersteuning via de Wmo nog steeds veel goedkoper blijven dan een particulier alternatief.
Voorziening
Standcijfer # cliënten # cliënten 31-12-2021 31-12-2022 8555 8980
Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding 2677 2770 Dagbesteding 1031 1081 Rolstoelen 2370 2338 Vervoer - Scootmobielen 2359 2509 Vervoer - Drechthopper 10503 10892 Woonvoorzieningen 484 483 1 Ramingsuitgangspunten primaire begroting 2024-2027
Prognose1 # cliënten # cliënten 2023 2024 9609 10089 2839 1135 2338 2559 11437 1446
2910 1192 2338 2662 12008 1518
1 Ramingsuitgangspunten primaire begroting 2024-2027
20
Wat willen we bereiken? We zorgen voor kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners We zorgen voor mensgerichte ondersteuning We zoeken naar innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking en hebben hierin een aanjagende rol In de Regionale visie sociaal domein Drechtsteden hebben we bovenstaande ambities geformuleerd. Medio 2023 wordt het herijkingstraject voor het Wmo-beleid afgerond. In co-creatie met gemeenten is één nieuwe verordening opgesteld voor zowel de algemene voorzieningen als de maatwerkvoorzieningen Wmo. Deze wordt in de zomer voor besluitvorming aangeboden aan de zeven gemeenteraden. De nieuwe beleidskaders zijn gestoeld op drie pijlers, namelijk • Normaliseren van ondersteuning In het onderzoeken van de ondersteuningsvraag wordt aan de voorkant vastgesteld "wanneer is goed, goed genoeg". Als de ondersteuningsvraag kan worden opgelost door activiteiten die de inwoner zelf kan ondernemen, of met ondersteuning vanuit het sociale netwerk, wordt geen voorziening ingezet. • Wmo naar de voorkant Dat betekent dat voor cliënten waarvoor de eigen kracht en het sociaal netwerk onvoldoende oplossing biedt, de ingezette ondersteuning zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig moet zijn. • Focus op zelfredzaamheid en participatie Alle ingezette ondersteuning moet uiteindelijk bijdragen aan deze twee doelstellingen.
De ondersteuningsdoelen die een aanbieder formuleert, moeten hierop terug te voeren zijn. Waar mogelijk worden de raakvlakken met de andere opgaven in het sociaal domein opgezocht, zoals participatieplekken of vrijwilligerswerk. Naast de samenhang in beleidskaders wordt de samenwerking met de gemeenten verder geïntensiveerd. Hierbij willen we zorgen voor een betere afstemming aan de voorkant van het proces waarin we de ondersteuning zoveel mogelijk normaliseren. Met deze ambities en de aansluiting van de dagelijkse praktijk leveren we een bijdrage aan een zelfstandig en volwaardig bestaan voor de inwoners in de Drechtsteden.
Wat gaan we daarvoor doen? Kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners De ondersteuning in de Drechtsteden is gericht op zelfredzaamheid en participatie. Daarbij willen we zorgen voor perspectief en stabilisatie en houden we rekening met de inwoners en hun omgeving. We bevorderen de kwaliteit van de ondersteuning door kwaliteitseisen af te spreken met aanbieders en deze continu te monitoren. Dat doen we ook voor onze eigen uitvoering. Deze ambitie voeren we uit in de context van de krappe arbeidsmarkt, toenemende vraag, stijgende kosten en onder druk staande rijksbudgetten. Een van de pijlers onder kwalitatief goede ondersteuning is de uitvoering van de wettelijke taak van Wmo-toezicht. In lijn met de landelijke ontwikkelingen en de verwachte wetgeving en beleidsafspraken tussen gemeenten en het Rijk willen we de inzet van het toezicht verder intensiveren. Het landelijke beeld is dat gemeenten toezicht steviger moeten positioneren. Door het toezicht uit te breiden met een extra toezichthouder geven we hier het komend jaar invulling aan. Mensgerichte ondersteuning We bieden ondersteuning op maat door de best passende oplossing voor de klant te zoeken, eventueel buiten de gangbare voorzieningen om. Vanuit de opgave "Zorgen voor Ondersteuning" zoeken we verbinding met de andere opgaven, zowel binnen als buiten de sociale dienst.
Dit is vooral belangrijk voor inwoners met een gecombineerde hulpvraag. Dit zijn bijvoorbeeld jongeren die vanuit de Jeugdhulp doorstromen naar de volwassenenondersteuning of inwoners die niet alleen een vraag hebben over hun ondersteuning maar ook over hun bestaanszekerheid. Of inwoners waarvoor de ondersteuning van de mantelzorgers heel belangrijk is. We werken hierin samen met de Serviceorganisatie Jeugd, de jeugdprofessionals en de gemeentelijke wijkteams. Hiervoor willen we
21
de bestaande samenwerkingsstructuren versterken, maar daarnaast ook zoeken naar innovaties in het aanbod van de ondersteuning. Een belangrijke basis onder de mensgerichte ondersteuning is de werkwijze van het resultaatgerichte beschikken. Dat betekent dat in de inkoop en indicatiestelling wordt gestuurd op de resultaten van de ondersteuning en niet op het aantal uren. Zoals eerder gerapporteerd staat dit al een aantal jaren onder druk als gevolg van enkele rechterlijke uitspraken. De achterliggende jaren is veel geïnvesteerd in het tot stand brengen van een wetswijziging om deze systematiek mogelijk te maken en wettelijk te verankeren. In februari 2023 heeft de staatssecretaris laten weten dit traject niet verder door te zetten. Dat betekent dat de contracten voor huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding de komende jaren mogelijk moeten worden herzien, waarbij rekening moet worden gehouden met een mogelijke kostenstijging. Innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking In 2023 werken we aan ontwikkelingen om de ondersteuning toekomstbestendig te houden en te maken in het licht van de toenemende vraag en de krappere arbeidsmarkt. Dit vraagt een innovatieve aanpak, samen met gemeenten en de arbeidsmarktregio. Vanuit innovatie kan zowel gekeken worden naar de aanbodkant als de vraagkant van de ondersteuning.
Beide zijn nodig om het hardnekkige en complexe vraagstuk op te lossen. Naast de samenwerking met de arbeidsmarktregio om een impuls te geven aan de aanbodkant van huishoudelijke ondersteuning zoeken we in de vraagkant naar innovaties om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te houden. Daarvoor sluiten we aan bij de woonzorgvisies die in elke gemeente ontwikkeld worden, maar verkennen we ook mogelijke interventies zoals reablement en powerful aging. Met deze interventies worden inwoners waarvoor dit mogelijk is, getraind om zo lang mogelijk zelfstandig te functioneren in hun dagelijks leven. Op die manier dragen de interventies ook bij aan de ambitie van mensgerichte gerichte ondersteuning. De aanpak richt zich in eerste instantie vooral op de huishoudelijke ondersteuning. Daarnaast ontwikkelen we een plan samen met Stroomlijn BV en gemeenten om ook in de toekomst betrouwbaar doelgroepenvervoer in de regio te kunnen bieden. De opgedane ervaringen met deze ontwikkeltrajecten kunnen in de toekomst mogelijk ook worden gebruikt voor de andere vormen van Wmo-ondersteuning. Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote lasten en baten opgenomen. Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begeleiding en kortdurend verblijf
29.736
29.155
33.370
34.291
34.518
34.024
Huishoudelijke ondersteuning
24.836
28.420
26.990
27.773
27.995
27.631
Hulpmiddelen
5.259
5.390
6.330
6.514
6.566
6.480
Vervoer
8.489
8.339
10.813
11.294
11.563
11.594
Totaal lasten
68.321
71.304
77.503
79.872
80.642
79.729
Begeleiding en kortdurend verblijf
29.736
29.155
33.370
34.291
34.518
34.024
Huishoudelijke ondersteuning
24.836
28.420
26.990
27.773
27.995
27.631
Hulpmiddelen
5.259
5.390
6.330
6.514
6.566
6.480
Vervoer
8.489
8.339
10.813
11.294
11.563
11.594
Totaal baten
68.321
71.304
77.503
79.872
80.642
79.729
0
0
0
0
0
Zorgen voor ondersteuning Lasten
Baten
Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000
22
Ten opzichte van de jaarschijf 2024 van de begroting 2023 zijn de verschillen: Opgave / product
Begroting 2024
Begroting 2023 (jaarschijf 2024)
Verschil
Zorgen voor ondersteuning
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Hulpmiddelen
6.330
6.330
5.442
5.442
888
888
Vervoer
10.813
10.813
8.363
8.363
2.450
2.450
Huishoudelijke ondersteuning
26.990
26.990
29.245
29.245
-2.255
-2.255
Begeleiding en kortdurend verblijf
33.370
33.370
29.859
29.859
3.511
3.511
Totaal
77.503
77.503
72.909
72.909
4.594
4.594
Bij het opstellen van de begroting Zorgen voor Ondersteuning 2024 is gekeken naar de ontwikkeling van de reguliere trends in cliëntenaantallen en de bijbehorende kosten. De uitkomsten hiervan zijn vastgelegd in de uitgangspuntennotitie begroting 2024. Belangrijkste conclusie daarin is dat door de vergrijzing, de extramuralisering van de zorg en de beweging naar langer zelfstandig thuis wonen het beroep op de Wmo komende jaren verder zal toenemen. Ook hebben we in ieder geval tot 2025 nog te maken met een aanzuigende werking door de relatief lage eigen bijdrage als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. Naast de stijging van de vraag naar voorzieningen moet ook rekening worden gehouden met hogere tarieven van de aanbieders. Vooral in 2023 zien we een explosieve stijging van de prijs als gevolg van cao-ontwikkelingen en hogere prijzen voor materialen, grondstoffen en energiekosten. Ondanks de verwachting dat in 2024 de ontwikkeling van tarieven normaliseert, werkt de groeiontwikkeling in 2023 door in de begroting 2024. De combinatie van deze vraag- en prijsontwikkeling zorgt ervoor dat in 2024 naar verwachting € 4,6 mln. meer wordt uitgegeven ten opzichte van de stand 2024 (meerjarenbegroting) bij de primaire begroting 2023.
Wat ook opvalt is dat we bij de voorziening huishoudelijke ondersteuning te maken hebben met een overschot en bij de andere programmaonderdelen een tekort. Reden hiervan is dat bij de primaire begroting 2023 is besloten om een pas op de plaats te maken en de begroting vooralsnog gelijk te houden aan het niveau van 2022. Daarbij is rekening gehouden met de aanwezige ruimte in de begroting omdat niet alle indicaties verzilverd kunnen worden als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Op sommige voorzieningen verwachtten we een plus en andere een min, per saldo leken de verschillen in financiële zin elkaar uit te middelen. Aangegeven is dat bij de 1 ste Bestuursrapportage 2023 (lees: Voorjaarsbrief 2023) de begroting wordt aangepast door te schuiven tussen de verschillende programmaonderdelen. De nu voorliggende begroting is hierop aangepast en geactualiseerd, en geeft daarmee een reëel beeld van de te verwachten kosten in 2024. Hulpmiddelen Bij de hulpmiddelen vallen de lasten hoger uit als gevolg van een sterke stijging van de tarieven van de voorzieningen in 2023. De stijging van de lonen en de prijzen van materialen, grondstoffen en de energiekosten, werken via de contractueel overgekomen jaarlijkse prijsindexatie door in de tarieven van de aanbieders. Zoals hiervoor aangegeven is de verwachting dat de ontwikkeling van de tarieven in 2024 weer normaliseert.
Vervoer Het Wmo vervoer valt uiteen in collectief vervoer via de Drechthopper en Wijkhopper en in individuele vervoersvoorzieningen (o.a. scootmobielen, aangepaste fiets, etc.). Voor het collectieve vervoer geldt dat de uitkomsten zoals vastgelegd in de uitgangspuntennotitie zijn toegepast op de door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) van Stroomlijn vastgestelde begroting 2023. Stroomlijn houdt in deze begroting rekening met een verwachte kostenstijging door de (voorlopige) NEA-prijsindexatie van 10%. Door de landelijke krapte op de arbeidsmarkt is het voor Stroomlijn moeilijk om chauffeurs en regiepersoneel te behouden of nieuw personeel binnen te halen. Daarom heeft Stroomlijn haar personeel ook eenmalig 5% extra loonsverhoging geboden. De individuele vervoersvoorzieningen hebben net als de hulpmiddelen te maken met een sterke stijging van de tarieven van de aanbieders door hogere lonen en gestegen prijzen van materialen,
23
grondstoffen en de energiekosten. Dit zien we terug in de jaarlijkse indexatie van de tarieven van de aanbieders. Huishoudelijke ondersteuning In overeenstemming met de uitgangspuntennotitie 2024 houden we voor 2023 rekening met 7% groei van het klantenbestand. De groeiverwachting voor 2024 is iets lager en bedraagt 5%. Door de herinvoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 2025 zullen klanten minder snel een beroep doen op de voorziening huishoudelijke ondersteuning. Vooruitlopend op de invoering van het nieuwe eigen bijdrage regime verwachten we al in 2024 de eerste effecten te zien. Naast de groeiontwikkeling van het aantal klanten zijn de tarieven van de aanbieders volgens de cao-verhoging van de HBH-loonschalen in 2023 met 2,9% verhoogd. In de begroting is reeds rekening gehouden met eventuele onderuitnutting van nieuwe indicaties als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Begeleiding De afwijking op het programmaonderdeel Begeleiding is het grootst. Dit komt omdat de primaire begroting 2023 gelijk is gehouden aan het niveau van 2022 en nog niet is geactualiseerd naar een reële stand van de te verwachten kosten. Dit werkt door in de begroting 2024. De verwachting voor 2024 is niet dat het aantal nieuwe klanten sneller toeneemt dan voorgaande jaren of dat de tarieven van de aanbieders harder stijgen gebruikelijk.
Rekening houdend met de voorgenomen begrotingswijziging 2023 bij de Voorjaarsbrief 2023 is de werkelijke groeiverwachting en de ontwikkeling van de uitgaven volgens de uitgangspuntennotitie 2024 verwerkt in de begroting.
24
2.4 Bedrijfsvoering Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de begrote lasten en baten opgenomen. De begrote baten en lasten voor bedrijfsvoering van Drechtwerk zijn opgenomen onder dat product (Opgave Ontwikkelen naar werk). Vanaf boekjaar 2023 presenteren we de apparaatskosten in zijn geheel onder de opgave Bedrijfsvoering, waar de kosten voorheen werden gepresenteerd onder de verschillende opgaven. Dit vergroot de transparantie in de totale omvang van de apparaatskosten en sluit beter aan op de sturing en verantwoording. In de verplichte bijlagen blijven we uiteraard voldoen aan het BBV en de bijdrageverordening, zoals de indeling naar Taakvelden. Bedrijfsvoering
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
53.960
53.713
61.586
60.852
60.498
60.416
215
215
215
215
Lasten Apparaatskosten Treasury Totaal lasten
108 54.068
53.713
61.801
61.067
60.713
60.631
44.345
45.612
58.156
57.956
57.650
57.644
215
215
215
215
Baten Apparaatskosten Treasury
108
Totaal baten
44.453
45.612
58.371
58.171
57.865
57.859
Saldo van lasten en baten
-9.615
-8.101
-3.430
-2.896
-2.848
-2.772
Bedragen x € 1.000
Ten opzichte van de jaarschijf 2024 van de begroting 2023 zijn de verschillen: Opgave / product
Begroting 2024
Begroting 2023 (jaarschijf 2024)
Bedrijfsvoering
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Apparaatskosten
61.586
58.156
53.713
45.612
7.873
12.544
Treasury
215
215
215
215
Totaal
61.801
58.371
8.088
12.759
53.713
45.612
Verschil
De bedrijfsvoeringskosten stijgen in de begroting 2024 met circa € 7,8 mln. Deze stijging wordt voor een groot deel veroorzaakt door onvermijdelijke kosten, die in eerdere bestuursrapportages zijn aangekondigd en/of in de uitgangspuntennotitie voor de begroting 2024 en de actualisatie 2023 zijn vastgesteld. De belangrijkste ontwikkelingen worden onderstaand toegelicht.
Loon- en prijsindex Prijsindex 2023 (aanvulling 3,0%) Prijsindex begroting 2024 (2,5%) Loonindex boekjaar 2023 principeakkoord Loonindex begroting 2024 (3,9%) Totaal loon- en prijsindex
B2024 380.000 364.000 2.149.440 1.661.789 4.555.229
B2025 380.000 364.000 2.134.440 1.661.789 4.540.229
B2026 380.000 364.000 2.131.440 1.661.789 4.537.229
B2027 380.000 364.000 2.125.440 1.661.789 4.531.229
De totale loon- en prijsindex is berekend op € 4,5 mln.
25
In de uitgangspuntennotitie zijn afspraken gemaakt voor de loon- en prijsindex. Voor de prijsindex is een stijging van 2,5% opgenomen en voor de loonindex was een stijgingspercentage van 3,9% opgenomen op basis van de septembercirculaire 2022. Daarbij zou een actualisatie worden doorgevoerd voor het jaar 2023. Tijdens het opstellen van de begroting 2024 is het principeakkoord voor de cao van 2023 bekend geworden. Op verzoek van het regionaal controllers overleg is het principeakkoord 2023 verwerkt in de begroting 2024 en de voorjaarsbrief 2023. Dit past in het principe van het opstellen van een reële begroting.
Ontwikkeling onvermijdelijke kosten Energiekosten Huisvestingskosten Overige ontwikkelingen contracten Totaal onvermijdelijke kosten
B2024 200.000 250.000 99.000 549.000
B2025 200.000 150.000 99.000 449.000
B2026 0 0 99.000 99.000
B2027 0 0 99.000 99.000
In de uitgangspuntennotitie 2024 en de voorjaarsbrief 2023 was een stijging van de energiekosten en de huisvestingskosten aangekondigd. Daarnaast hebben enkele aanbestedingen geleid tot een hogere stijging van de kosten dan via de prijsindex was berekend. Het betreft o.a. contracten voor arbo, verzekeringen, portokosten en accountantskosten. Voor de ontwikkeling van de apparaatskosten is een bedrag van € 1,7 mln vanaf 2024 opgenomen. Dit bedrag is berekend aan de hand van de ontwikkelingen per opgave, zoals in de uitgangspuntennotitie 2024 is vastgesteld. Voor de overhead is een koppeling gemaakt naar de ontwikkeling binnen de opgaven, waarbij diverse kosten zijn uitgesloten, zoals huisvestingen, automatisering etc. Tot slot in het kort nog enkele andere ontwikkelingen. • Op 13 oktober 2022 heeft het AB ingestemd met het voorstel voor afbouw van de impuls statushouders naar reguliere dienstverlening. Met dit besluit groeit de reguliere formatie komende jaren door afbouw van het budget impuls statushouders. • Een deel van de participatiemiddelen wordt ingezet voor de apparaatskosten. Vanaf 2024 is een bedrag van circa € 500K overgeheveld van Ontwikkelen naar werk naar de apparaatskosten. Daarmee loopt de financiering in het vervolg ook via de opgave bedrijfsvoering.
• Als gevolg van de herijking van het minimabeleid is een bedrag van € 180K toegevoegd aan de opgave bedrijfsvoering voor de toekomstige uitvoering. De baten stijgen met € 12,5 mln. Enerzijds heeft de stijging betrekking op de hierboven benoemde kostenstijgingen van € 7,8 mln. Anderzijds betreft het een verplaatsing van de financiering van apparaatskosten vanuit participatie naar bedrijfsvoering. Vanaf 2024 wordt een bedrag van € 4,8 mln via de apparaatskosten in rekening gebracht bij gemeenten, waar dit voorheen via de opgave Ontwikkelen naar werk gebeurde. Dat betekent een budgetneutrale verschuiving binnen de begroting van de SDD. Treasury Binnen dit product zijn opgenomen de rentelasten op korte financiering ad € 215.000, de rentebaten op verstrekte leningen aan Stroomlijn BV en Baanbrekend Detacheren BV (samen € 15.000) en het nadelig renteresultaat van € 200.000 dat ten laste van de gemeenten komt. De rentelasten van de 3 langlopende leningen die zijn aangegaan ter financiering van de vaste activa van Drechtwerk zijn onder dat product opgenomen. Overhead De bedrijfsvoeringskosten bevatten lasten van overhead zoals bedoeld in het BBV. Dit zijn kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. In de Opgave Bedrijfsvoering en onder het product Drechtwerk is € 36.151.000 lasten en € 1.097.000 baten overhead opgenomen.
In de bijlage "Overzicht van lasten en baten naar Taakvelden" is dit zichtbaar als Taakveld 0.4.
26
2.5 Algemene dekkingsmiddelen In de begroting is het gebruikelijk om een bedrag voor onvoorzien op te nemen. Dit bedrag is bestemd voor lasten, die nog niet in de begroting van de opgaven zijn opgenomen. De wens van de deelnemende gemeenten is dat de GR Sociaal terughoudend is in het vormen van reserves. Dat betekent dat geen bedrag voor onvoorzien is opgenomen.
2.6 Vennootschapsbelasting De GR Sociaal neemt voor de meeste gevallen met haar activiteiten niet deel aan het economisch verkeer, waarbij sprake is van winst(streven). De activiteiten betreffen veelal overheidstaken of worden maximaal kostendekkend uitgevoerd. Voor de jaren 2024-2027 verwachten wij voor de activiteiten die wel onder de Vennootschapsbelasting vallen geen afdracht te moeten doen.
27
3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicomanagement Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als het vermogen om financiële risico’s op te vangen en omvat de weerstandscapaciteit minus de risico's. Weerstandscapaciteit bestaat uit het aanwezige eigen vermogen in de vorm van algemene reserve, het vrije besteedbare deel van bestemmingsreserves en het bedrag voor onvoorzien. In de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen is opgenomen dat binnen de GR Sociaal in principe geen reserves worden gevormd en aangehouden. Het vormen van weerstandsvermogen vindt dan ook volledig plaats bij de gemeenten zelf. Dat betekent dat de weerstandscapaciteit van de GR Sociaal (nagenoeg) nihil is. Algemene reserve De stand van de algemene reserve is vanaf 2024 nihil. Risicomanagement Risicomanagement verschaft de mogelijkheid om optimaal om te gaan met onzekerheden. Met het weerstandsvermogen wordt de relatie weergegeven tussen middelen (weerstandscapaciteit) en risico’s. Tot de risico's behoren alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (zoals verzekering) en die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie. In de volgende tabel zijn deze opgenomen. Openstaande risico's Omschrijving
Kans
Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)
Uitstaande geldlening aan Assembly Partner B.V.
Matig (25%)
1.132.000
Gemiddeld (50%)
1.500.000
Kinderopvangtoeslagaffaire Gemiddeld (50%)
600.000
DW Rijkssubsidie SW (vanaf 1-1-2008 gemeentelijke subsidie SW)
Gemiddeld (50%)
278.000
Ontwikkeling macrobudget
Gemiddeld -1.500.000 (50%)
Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning
283.000 Op 1 januari 2022 staat er een lening uit van € 1.132.000. Bij een faillissement is het risico dat deze lening niet volledig geïnd kan worden lening reëel. De afgegeven borgstelling zal dit risico beperken. 750.000 Het aantal klanten eind 2022 bedraagt 6.219. De prognose o.b.v. het CPB is dat eind 2023 het aantal bijstandsgerechtigden maximaal 6.050 zal zijn. Blijkt dat door een tegenvallende (plaatselijke) conjunctuur 2024 begint met 100 bijstandsgerechtigden meer, is er een risico van € 1.500.000. 300.000 Het is nog onduidelijk op welke wijze de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslagaffaire Drechtsteden in 2024 wordt voortgezet. De gemeente krijgen via een specifieke uitkering (SPUK) compensatie voor de kosten die gemeenten in het kader van de hersteloperatie maken. De gemeenten lopen het risico dat dit budget, wat de gemeenten krijgen voor de hersteloperatie, niet voldoende is. De Drechtstedengemeenten hebben gekozen voor normbedragen voor de declaratie van de kosten bij het Rijk. Dat betekent dat hoe langer de hersteloperatie duurt, des te krapper het budget wordt. 139.000 De subsidie SW is de belangrijkste inkomstenbron van Drechtwerk. Wijziging in de bekostigingssystematiek kan gevolgen hebben voor de omvang van de subsidie SW, d.w.z. dat het ministerie de hoogte van de subsidie per SE bepaalt.
Elke euro verandering in de subsidie veroorzaakt een gelijke mutatie in het tekort zowel positief als negatief. (in deze begroting zijn de meest recente budgetten verwerkt, septembercirculaire 2022 als wel een verwachte LPO Rijkscompensatie). -750.000 De Rijksbudgetten zijn bepaald aan de hand van een geprognosticeerd macro-budget op basis van de ontwikkeling van de klantaantallen volgens het CPB, Rijksbeleid, conjunctuur en de prijsbijstelling. De verwachting is een stijging van de klantaantallen. Door deze stijging zal ook het macrobudget toenemen. Een stijging van
28
Wmo begeleiding
Gemiddeld (50%)
500.000
Bedrijfsvoering
Gemiddeld (50%)
200.000
Huisvesting
Gemiddeld (50%)
300.000
Rijkstoezegging vergoeding terugvorderingen Tozo
Groot (75%)
-600.000
Leefgeld Oekraïense vluchtelingen
Groot (75%)
2.000.000
Huisvesting
Groot (75%)
300.000
Wetsvoorstel resultaatgericht indiceren
p.m.
100 klanten aan het begin van het jaar is een kans van € 1.500.000. 250.000 De GR Sociaal heeft een aantal maatregelen genomen om de groei van de uitgaven voor Wmo Begeleiding en kortdurend verblijf te beperken. Op dit moment lijkt het dat deze maatregelen nog steeds toereikend zijn om op dit programmaonderdeel binnen het beschikbare budget te blijven. Onduidelijk is nog of op langere termijn deze maatregelen stand zullen houden. Door de vergrijzing van de bevolking is de verwachting dat in de toekomst het beroep op de Wmo alleen maar verder zal toenemen. 100.000 De bedrijfsvoering moet aan steeds meer regels voldoen. Bijvoorbeeld de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en informatiebeveiliging, maar ook de steeds meer opkomende landelijke standaardisering. Daarnaast moet de informatisering aan steeds grotere eisen voldoen. We zien dat we als overheid minder snel van deze ontwikkelingen gebruik maken. De mogelijkheden die door de markt worden aangeboden en dat wat door onze inwoners wordt gebruikt, wijkt in toenemende mate van elkaar af. Systemen en hun onderlinge relatie/ uitwisseling worden complexer en dat vraagt om heroverweging. Ook de sterke afhankelijkheid van de IT-systemen en daarmee onze kwetsbaarheid blijft een risico. 150.000 Het pand 'De Hellingen' wordt gehuurd tot en met het eerste kwartaal 2025.
Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand. Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. -450.000 Door het Rijk is een vergoeding toegezegd van terugvorderingen Tozo. Dit geldt voor Tozo-voorschotten die zijn verstrekt voor 22 april 2020 (voor bekendmaking AMvB) en waarop moest worden teruggevorderd. Hiervan wordt 30% door het Rijk vergoed. Dit bedrag wordt gebaseerd op de verantwoording via de SiSa. Het bedrag verantwoord in de SiSa 2020 betekent een vergoeding van € 0,6 mln. 1.500.000 Voor alsnog zijn er geen Lasten Leefgeld opgenomen in de begroting. Reden hiervan is dat er moeilijk een inschatting te maken is hoeveel Oekraïners er nog aanspraak kunnen maken op Leefgeld in 2024 en men geen onnodig budget op voorhand in de begroting wil opnemen maar dit in de risicoparagraaf wordt opgenomen. Er vanuit gaande dat er Leefgeld verstrekt gaat worden in 2024 is er een risico van € 2.000.000 gebaseerd op de Lasten 2022 en dat er meer Oekraïners werk hebben kunnen vinden.
225.000 De plannen van de gemeente Dordrecht voor de ontwikkeling van de Spuiboulevard hebben tot gevolg dat de Sociale Dienst Drechtsteden het huidige pand moet verlaten. De kosten van nieuwe huisvesting zullen in ieder geval hoger zijn dan het huidige huurcontract, dat loopt tot en met het eerste kwartaal 2025. Er is in die kosten niet voorzien. Met de projectorganisatie van gemeente Dordrecht vindt overleg plaats welke extra kosten er gemaakt moeten worden m.b.t. de voorbereiding op de huisvesting na het eerste kwartaal 2025 en waar deze kosten zullen landen. In 2023 zal er naar verwachting extra inzet moeten worden gepleegd in en aan het project van het Huis van stad en regio. p.m. De Centrale Raad van Beroep heeft verschillende uitspraken gedaan over resultaatgerichte indicaties, en de strijdigheid met het rechtszekerheidsbeginsel. Dat betekent dat de inkoopsystematiek van de Drechtsteden onder druk is komen te staan. Het Rijk was voor de val van het kabinet in 2021 voornemens om de resultaatgerichte indicatiestelling door een wetswijziging mogelijk te maken. Op dit moment is onzeker of deze wetswijziging onder het nieuwe kabinet weer opgepakt gaat worden. Mocht deze wetswijziging uiteindelijk geen doorgang vinden dan moet de zorg voortaan weer in uren worden geïndiceerd in plaats van het beoogde resultaat zoals we nu doen.
De daarmee samenhangende afrekensystematiek (PxQ) met de
29
Arbeidsontwikkeling
p.m.
DW Kamerlingh Onnesweg 1
p.m.
Totaal
zorgaanbieders zorgt ervoor dat de kosten aanzienlijk zullen stijgen. Dit brengt dus een onzekerheid met zich mee in de kostenontwikkeling voor de Wmo in de toekomst. p.m. De werkloosheid daalt en er staat momenteel een recordaantal aan vacatures open. Door krapte op de arbeidsmarkt is het lastig om (goed opgeleid en ervaren) personeel te werven. Ook bij de GR Sociaal staan vacatures lang open. De schaarste op de arbeidsmarkt zal op korte termijn niet direct een knelpunt zijn bij de kwaliteit van dienstverlening aan de klanten van de GR Sociaal. Op langere termijn kan dat echter wel het geval zijn. De GR Sociaal doet allerlei inspanningen om goed personeel te werven en te behouden. p.m. Onvoorziene benodigde maatregelen om te voldoen aan wet- en regelgeving kunnen impact hebben op het exploitatieresultaat. 2.497.000
Financiële kengetallen 2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
5%
5%
4%
4%
6%
5%
5%
5%
Solvabiliteitsratio
0%
0%
0%
0%
Structurele exploitatieruimte
0%
0%
0%
0%
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de omvang van de lasten en baten. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate aan waarmee het bezit gefinancierd is met eigen vermogen. Het eigen vermogen van GR Sociaal is nihil, conform het beleidskader risicomanagement en weerstandsvermogen en daarom is deze ratio 0%. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. GR Sociaal heeft geen structurele exploitatieruimte. De geprognosticeerde balans en de raming van het EMU-saldo zijn opgenomen in de financiële begroting.
30
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Door het samengaan met Drechtwerk is er voor de GR Sociaal een nieuwe Nota Activabeleid opgesteld en op 26 januari 2023 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De GR Sociaal heeft een aantal kapitaalgoederen. Onder kapitaalgoederen wordt verstaan: de in eigendom verkregen terreinen, gebouwen en installaties en onderhoud e.d. voor gehuurde/gepachte objecten. Hieronder vallen de volgende locaties: • Het gehuurde onderkomen Bakestein in Zwijndrecht. • Het onderkomen de Lockhorst in Sliedrecht. • De hoofdlocatie van Drechtwerk aan de Kamerlingh Onnesweg 1 te Dordrecht. • Het gehuurde pand aan de Hellingen in Dordrecht. De locaties zijn in goede conditie, worden regelmatig geïnspecteerd door externe organisaties (branden bedrijfsschadeverzekeraar) en/of door ingehuurde installatiebedrijven. Voor het groot onderhoud aan de locatie van Drechtwerk aan de K. Onnesweg is sinds 2016 een meerjaren onderhoudsvoorziening gevormd. De meerjaren onderhoudsbegroting wordt jaarlijks geactualiseerd in de meerjarenplanning. Er vindt een jaarlijkse dotatie plaats aan deze voorziening, deze is opgenomen als jaarlijkse last in de exploitatie van het lopend jaar. De GR Sociaal heeft in een meerjarig beheerplan voor haar gebouwen en deze wordt jaarlijks bijgesteld waar nodig. De hoofdlocatie van Drechtwerk is gebouwd op in erfpacht uitgegeven gronden.
De erfpachtovereenkomst loopt in 2039 af. De looptijd van het beheersplan raakt op sommige onderdelen de einddatum van het erfpachtcontract. Om te voorkomen dat Drechtwerk investeringen in haar opstallen doet die een langere afschrijftermijn hebben dan de looptijd van het erfpachtcontract, zal het bestuur lopende het jaar 2023 een standpunt worden gevraagd over het al dan niet wenselijk zijn van het verlengen van de erfpachtafspraken.
31
3.3 Financiering Financieringsstatuut Op 23 januari 2023 is een nieuw Financieringsstatuut door het Algemeen bestuur vastgesteld, geldend vanaf 2023. In het statuut zijn alle aspecten van de financiering van de GR Sociaal opgenomen. Het heeft als doel om de beleidskaders aan te geven voor de uitvoering van de treasuryfunctie. De uitvoering is opgedragen aan de gemeente Dordrecht. De GR Sociaal is en blijft daarbij autonoom in het vaststellen van het treasurybeleid. Het treasurybeleid dient, als onderdeel van het financieel beleid, de uitvoering van de taken van de GR Sociaal te ondersteunen en waarborgen te bieden voor de financiële continuïteit van de organisatie op korte en lange termijn. Om invulling te geven aan de financiële functie zijn in het statuut de volgende doelstellingen benoemd: • • • • • •
Het opereren binnen de kaders zoals die gesteld zijn in de Wet Fido en door het Algemeen Bestuur. Het zorgdragen voor een effectief en efficiënt kas- en saldobeheer. Het zorgdragen voor een goed relatiebeheer. Het minimaliseren van financieringskosten. Het voeren van een prudent beleid rond uitzettingen en derivaten. Het realiseren van gedegen informatiestromen.
Risico's Financiële risico’s Renterisico’s hebben betrekking op de vlottende schuld en de vaste schuld. De Wet Fido stelt een norm voor het maximumbedrag waarvoor kortlopende financieringsmiddelen, met een looptijd korter dan één jaar, kunnen worden aangetrokken. Deze kasgeldlimiet bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming. Voor 2024 bedraagt dit € 26 miljoen, zijnde 8,2% van circa € 323 miljoen. De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal aan lasten. Het begrotingstotaal van de GR Sociaal bedraagt voor 2024 circa € 323 miljoen waardoor de norm voor de GR Sociaal gelijk is aan € 64 miljoen. Op dit moment heeft de GR Sociaal drie langlopende leningen via de uitvoeringsorganisatie Drechtwerk. Verwacht wordt dat in 2024 geen langlopende leningen worden afgesloten. De leningenportefeuille 2024 laat het volgende beeld zien: (* € 1000,-)
Lening Lening Lening
Verstrekker
Soort lening
Nominaal bedrag
BNG 40.0097704 BNG 40.109859 BNG 40.109860
Lineair Annuitair Fixed
€ € €
3.000 23.600 3.000
€
29.600
Totaal leningenportefeuille
Laatste aflossing 2028 2039
Stand per 1-1-2024
Afloss.
Stand per 31-12-2024
€ € €
540 € 16.732 € 3.000 €
120 € 923 € €
420 15.809 3.000
€
20.272 €
1.043 €
19.229
Kredietrisico’s Een kredietrisico is het risico van een niet-terugbetaling. Deze doen voor bij uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of bij borgstellingen. Deze risico’s worden door de Wet Fido ingeperkt door middel van te stellen voorwaarden aan marktpartijen en financiële producten. Het is de verwachting dat de GR Sociaal in 2024 geen overtollige liquide middelen zal uitzetten en/of leningen zal verstrekken.
32
Kas- en saldobeheer De treasuryfunctie zorgt voor de inrichting van het betalingsverkeer en regelt de kredietlijnen. Op basis van een korte liquiditeitsplanning worden de liquiditeiten beheerd, waarbij met kasgeld en deposito’s het saldo naar nul wordt gestuurd. Relatiebeheer Het relatiebeheer heeft betrekking op het onderhouden van marktrelaties met banken en financiële instellingen, en is van belang om ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt te monitoren. Financieringskosten Er wordt gezorgd voor een optimale financiering van de GR Sociaal. De activiteiten zijn er op gericht om de kosten voor aangetrokken financieringsmiddelen (zowel kort als lang) zoveel mogelijk te beperken. Beheersing van de liquiditeitenstromen vanuit gemeenten (in 2024 € 305 miljoen) is het belangrijkste speerpunt. Beleid rond uitzettingen en derivaten Ten aanzien van het uitzetten van (tijdelijk) overtollige geldmiddelen geldt dat deze in principe in ’s Rijks Schatkist worden aangehouden. Als hiervan wordt afgeweken wordt de Wet Fido, strikt gevolgd. Financiering De financieringspositie luidt als volgt (x € 1.000): Financiering
Ultimo 2023
Ultimo 2024
Ultimo 2025
Ultimo 2026
Ultimo 2027
Materiële vaste activa
20.025
18.974
18.070
17.167
16.261
Financiële vaste activa
4.148
3.848
3.348
3.348
3.348
Totaal te financieren
24.173
22.822
21.419
20.515
19.609
-90
0
0
0
0
Voorzieningen
3.333
918
965
1.044
1.128
Leningen
20.272
19.229
18.171
17.097
16.008
Totaal financieringsmiddelen
23.516
20.147
19.136
18.141
17.136
-657
-2.676
-2.282
-2.374
-2.472
Te financieren
Financieringsmiddelen Reserves
Financieringstekort
Rentelasten en toegerekende rente Aan investeringen wordt de rente met behulp van het rente-omslagpercentage toegerekend. Het gehanteerde renteomslagpercentage voor 2024 is 1,5%. Over de eigen financieringsmiddelen mag maximaal het gemiddeld rentepercentage op aangetrokken geldleningen (kort- en lang vreemd vermogen) worden berekend, in de berekening is 0% aangehouden. Renteschema
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
Rentelasten langlopende leningen
346
346
326
326
Rentelasten kortlopende financiering Rentebaten verstrekte leningen
215 -49
215 -49
215 -49
215 -49
Rente eigen financieringsmiddelen
0
0
0
0
Totaal rente
512
512
492
492
Toegerekende rente (met omslagrente)
312
312
292
292
Renteresultaat op Treasury (nadelig)
200
200
200
200
Bedragen x € 1.000
33
Omslagrente Totaal van de activa per 1 januari (x € 1.000)
20.142
18.974
18.070
17.167
Berekend omslag% (Totaal rente/activa)
2,3%
2,6%
2,6%
2,7%
Gehanteerd omslagpercentage
1,5%
1,5%
1,5%
1,5%
De rentebaten van verstrekte leningen zijn opgenomen in het product Treasury (€ 15.000) en Drechtwerk (€ 34.000), de rentelasten van de langlopende leningen zijn eveneens verantwoord in het product Drechtwerk. Het nadelige renteresultaat wordt veroorzaakt door de rente op korte financiering die nodig is om de dagelijkse liquiditeitsbehoefte te dekken. De geldstromen vanuit de gemeenten vormen het grootste onderdeel daarin (€ 305 miljoen liquiditeit). Nu de rentekosten op korte financiering stijgen van licht negatief tot het jaar 2022 naar enkele procenten positief is dat een aandachtspunt.
34
3.4 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling GR Sociaal: Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk Begin 2023 zijn de GR Drechtwerk en de GR Sociaal samen verder gegaan in de aangepaste GR Sociaal. Daarbij zijn 2 organisatieonderdelen ontstaan: Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk. Vanaf 1-1-2023 geldt er 1 gezamenlijk bestuur en 1 gezamenlijke leiding. 2023 en 2024 staan in het teken om met elkaar op de inhoud de verbinding tussen de 2 onderdelen te gaan leggen, zodat er meer mogelijkheden voor de inwoners in de Drechtsteden ontstaan. Meer informatie hierover is terug te vinden bij de opgave Ontwikkelen naar Werk. Naast de inhoudelijke uitdaging zijn in deze begroting (2024) voor het eerst beide organisatieonderdelen verwerkt. In de begroting wordt waar dat kan een geconsolideerd beeld weergegeven en waar dit afwijkt wordt dit expliciet gemaakt. Ten alle tijde blijft zichtbaar welk aandeel het organisatieonderdeel Drechtwerk heeft in de GR Sociaal, conform de bestuurlijke wens om dit zichtbaar te houden. Het grootste verschil zit gelegen in het feit dat de Sociale Dienst Drechtsteden voor 7 gemeenten werkt en Drechtwerk voor 6. De uitgangspuntennotitie voor 2024, die samen met gemeenten tot stand is gekomen en door het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal op 26 januari 2023 is vastgesteld, is op beide organisatieonderdelen van toepassing, tenzij expliciet anders vermeld.
In het algemeen geldt dat beide organisaties hun eigen bedrijfsvoering hebben en integreren geen doel op zich was en is. Waar dit echter kan, en logischerwijs passend is, wordt hierover wel het gesprek gevoerd tussen beide onderdelen. Een voorbeeld daarvan is de Functionaris Gegevensbescherming (FG). Sinds 1 januari 2023 is er reeds 1 FG voor beide organisatieonderdelen. Ook in 2024 en verder blijven we gezamenlijk scherp op mogelijkheden en kansen die voordelen opleveren voor de bedrijfsvoering van de GR Sociaal. Structuur Sociale Dienst Drechtsteden Daarnaast wordt in 2023 de organisatiestructuur heringericht op 5 opgaven, de 3 inhoudelijke opgaven zoals deze in deze begroting zijn opgenomen en de opgaven "Dienstverlening" en "Bedrijfsvoering". Binnen de opgave dienstverlening staat onze dienstverlening in brede zin centraal en werken we met elkaar aan een passende toegang voor alle inwoners (integraal, centraal, en in verbinding met onze partners). We zoeken daarbij naar nieuwe manieren (fysiek en digitaal) om continu op dit punt te innoveren en te verbinden. De samenwerking met de wijkteams krijgt positie binnen deze opgave én het continu leren en verbeteren van alle signalen van onze inwoners en partners wordt in deze opgave verder doorontwikkeld. Bedrijfsvoering is als laatste opgave toegevoegd.
In deze opgave staan alle bedrijfsvoeringsaspecten (geld, mensen, middelen) centraal om te zorgen dat de GR Sociaal en alle medewerkers effectief en efficiënt aan de slag kunnen zijn en optimaal de inwoner kunnen ondersteunen. Binnen deze opgave valt ook de informatievoorziening. We werken in 2024 toe naar een steeds betere informatievoorziening op al deze opgaven en richten onze doelen en KPI's zodanig in dat deze volledig aansluiten op alle opgaven. Omdat dit veel vraagt van professionals zetten we ook in 2024 in op het ontwikkelen, op peil houden en uitwisselen van de nodige kennis en vaardigheden via ons centrale opleidingsprogramma "Samen Wijzer". Informatisering & automatisering In 2023 is de overgang naar het Rekencentrum bij KPN en de overgang naar de Digitale WerkRuimte voor alle medewerkers van het organisatieonderdeel Sociale Dienst Drechtsteden voorzien. Als de planning gehaald wordt, betekent dit dat het bulkwerk hiervan in 2023 wordt afgerond. Verbeteringen, verder aanpassingen en mogelijke uitloop kunnen het jaar 2024 echter ook nog raken. E.e.a. is afhankelijk van de planning van de servicegemeente en mogelijk onvoorziene punten die van invloed kunnen zijn.
Het regionale programma ICT beweegt vraagt in elk geval de nodige inspanningen van de GR Sociaal, omdat het alle medewerkers raakt, het een complex landschap betreft en in sommige gevallen verouderde systemen worden gebruikt.
35
We zetten vol in, in 2024, op standaardisatie en vereenvoudiging van ons applicatie-landschap, waarbij we gebruik maken van de nieuwste technologieën. Naar verwachting zullen in 2024 de laatste grote maatwerkapplicaties vervangen gaan worden door applicaties van de markt, althans dit wordt als zodanig gepland. E.e.a. hangt mede af van de voortgang van het regionale project en de daadwerkelijke overgang naar een nieuw rekencentrum. Door de herinrichting van de organisatie naar de 5 opgaven, gaan alle werkprocessen tegen het licht gehouden en herontworpen worden. Daarmee zal in 2024 de focus binnen de GR Sociaal voor ICT verlegd worden naar de doorontwikkeling van het kernsysteem Suite en de herinrichting en vertaling van de werkprocessen in dit systeem. Dubbelingen, voor zover deze er zijn, gaan eruit en de processen worden meer integraal ingericht. Met de softwareleverancier zijn we in gesprek hoe onze inrichting verder te vereenvoudigen en te versimpelen, door middel van standaardisatie. Naar verwachting zullen in 2024 ook de voorbereidingen starten voor de overgaan naar de SaaSapplicatie van het kernsysteem Suite (van Centric). Dit alles vraagt de nodige inzet van bedrijfsvoering en de ICT collega's.
Informatievoorziening Om alle ontwikkelingen binnen ICT in goede banen te leiden, terwijl de reguliere bedrijfsvoering uiteraard door moet blijven lopen, gaat de GR Sociaal werken met een hernieuwd informatieplan, waarbij per jaar de prioriteiten gesteld zullen gaan worden én een releasekalender gekoppeld wordt, zodat er meer inzicht en grip op ICT ontwikkelingen komt en hoe deze de reguliere bedrijfsvoering raken. De GR Sociaal kent inmiddels al een gemeentedashboard waarop diverse informatie te vinden is op gemeenteniveau over uitkeringen, bijzondere bijstand, Wmo en schuldhulpverlening. Hoewel dit dashboard continu in ontwikkeling is zodat dit steeds beter aansluit op de diverse behoeften van de gemeenten gaan we in 2023 en 2024 extra inzetten op de doorontwikkeling van onze informatievoorziening voor de regio. Deze doorontwikkeling ziet er grofweg als volgt uit: 1. Plan van aanpak opleveren (2023) inclusief ronde langs de gemeenten (inclusief raden) om input op te halen met betrekking tot wensen, prioritering van deze wensen en het gaan werken met een releasekalender 2. Ontwikkelen kwartaalnieuwsbrief voor gemeenten over GR Sociaal, ontwikkelingen, data etc. (zowel voor ambtenaren als voor het bestuur zijnde college en raden) 3.
Per kwartaal de organisatie van databijeenkomsten voor gemeenten waarin dieper ingegaan wordt op vooraf opgehaalde vragen/behoeften In 2022 is de Wet Open Overheid van kracht geworden. Digitalisering en transparantie gaan daarbij hand in hand. Daarnaast is met de nieuwe archiefwet een traject gestart om tot digitalisering en ontsluiting te komen van archieven. Ook in 2024 zullen beide wetswijzigingen leiden tot aanpassingen in digitale gegevensstromen. Huis van Stad en Regio (werktitel) In verband met de ontwikkeling van de Spuiboulevard in Dordrecht worden een aantal panden gesloopt om plaats te maken voor woningbouw. Zo ook het stadskantoor en het gebouw waarin de SDD is gehuisvest. Het toenmalige DSB van de GRD heeft op basis van de Bestuurlijke Samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Dordrecht de intentie uitgesproken dat de Sociale Dienst mee verhuist, naar het, nog te bouwen, Huis van Stad en Regio. Oplevering van het nieuwe HvSR is voorzien halverwege 2025. Het huidige huurcontract met de gemeente Dordrecht is gekoppeld aan die oplevering. Als Sociale dienst participeren we in de diverse werkgroepen van het project om zo samen met de andere toekomstige partners van het Huis op te trekken. Voor 2024 en 2025 zijn aanvullende middelen nodig voor deze participatie (€ 250.000 voor 2024, € 150.000 voor 2025).
Daarnaast zullen er vanaf het moment van huisvesting in het nieuwe pand extra middelen nodig zijn als gevolg van een toename van de huurlasten vanaf 2025. Deze structurele toename zal in de begroting 2024 nog niet worden meegenomen gezien het onzekere karakter van de kostenontwikkeling. Wel liggen er afspraken waarbij de huurprijs marktconform is. Overigens is elke nieuwe locatie duurder dan het huidige.
36
Rechtmatigheidsverantwoording Met ingang van (boekjaar) 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording ingevoerd. In 2022 en 2023 is bestuur op diverse manieren meegenomen in de gevolgen hiervan. De rechtmatigheidsverantwoording houdt in dat in de jaarrekening 2023 het Dagelijks Bestuur van de GRS verantwoording aflegt over de financiële rechtmatigheid van de organisatie. Tot en met 2022 gaf de (externe) accountant hierover een oordeel af. Vanaf 2023 is dit vervallen. Daarvoor in de plaats komt de rechtmatigheidsverantwoording, waarin het Dagelijks Bestuur een oordeel geeft over het rechtmatig handelen van de organisatie. Het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal zal uiteindelijk met het Dagelijks Bestuur spreken over de bevindingen uit de verantwoording. Dienstverleningsovereenkomsten De GR Sociaal heeft twee soorten dienstverleningsovereenkomsten. Enerzijds dienstverlening aan de GRS en anderzijds dienstverlening vanuit de GRS aan de regiogemeenten. In de eerste categorie valt de dienstverlening van de Servicegemeente Dordrecht aan de GR Sociaal. Deze dvo loopt tot eind 2025. Eind 2023 zal de GR Sociaal een keuze maken met betrekking tot het al dan niet verlengen van deze overeenkomst na 2025. Dit vindt in nauw overleg met de Servicegemeente plaats.
In het andere geval gaat het onder andere om de dienstverleningsovereenkomsten voor Beschermd wonen & Opvang (met de centrumgemeente Dordrecht), uitvoering wet Inburgering en het verstrekken van leefgeld aan Oekraïense vluchtelingen. Alle DVO's worden periodiek geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Als GR Sociaal staan we op het standpunt dat structureel, regulier werk, dat wij uitvoeren voor alle 7 gemeenten feitelijk in de Regeling zelf thuis hoort en niet in een DVO. Voor de bestaande DVO Inburgering betekent dit in elk geval dat we na looptijd van de DVO met gemeenten zullen beoordelen of deze taak opgenomen kan worden in de Regeling, in plaats van in een DVO.
37
3.5 Verbonden Partijen De GR Sociaal participeert in andere partijen om haar doelen te realiseren of processen tot uitvoer te brengen. Bij een deel van die organisaties is de GR Sociaal zowel bestuurlijk als financieel betrokken. In dat geval is sprake van een 'verbonden partij'. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot oprichting van en deelneming in andere partijen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. De werkzaamheden van de verbonden partijen moeten een publiek belang dienen. Het BBV specificeert de begrippen bestuurlijk en financieel belang als volgt: • •
bestuurlijk belang: zeggenschap door vertegenwoordiging in het bestuur (directie, Algemeen, Dagelijks Bestuur of Algemene Vergadering van Aandeelhouders) of uit hoofde van stemrecht; financieel belang: wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is wanneer de partij failliet gaat, of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat en de verbonden partij vervolgens niet aan haar verplichtingen kan voldoen. Veelal gaat dit om gestort aandelenkapitaal, (fonds)bijdragen, verstrekte leningen of verleende garanties.
De GR Sociaal heeft in 2024 de volgende verbonden partijen waarmee de organisatie een bestuurlijke relatie heeft én waarin zij een financieel belang heeft. Dit zijn: • Stroomlijn BV • Baanbrekend Detacheren BV • Drechtwerk BV • WerXaam BV.
Soort verbonden partij:
Vennootschappen en coöperaties
Naam verbonden partij
Stroomlijn BV
Vestigingsplaats
Dordrecht
Openbaar belang
Het op elkaar afstemmen van het doelgroepenvervoer en kleinschalige mobiliteitsoplossingen, en het op efficiënte wijze uitvoering geven daaraan. Omvang van financieel belang Het belang van de GR Sociaal bedraagt 100% van de aandelen (gestort en opgevraagd kapitaal Stroomlijn BV bedraagt € 1).In 2020 is er een overeenkomst van geldlening getekend voor een lening u/g aan Stroomlijn BV van maximaal € 500.000 (DR 14 januari 2020). Hiervan is € 255.000 in 2020 uitbetaald. In 2022 is de lening aan Stroomlijn BV met € 245.000 verhoogd tot een bedrag van € 500.000.Ter verbetering van de vermogenspositie van Stroomlijn BV heeft per 21 januari 2020 een agiostorting plaatsgevonden ter grootte van € 450.000. Ten slot financiert de SDD deels de regiekosten en draagt daarmee mede bij aan de exploitatiekosten van Stroomlijn BV. Bestuurlijk belang De Algemene Vergadering van Aandeelhouders bestaat uit twee bestuurders die namens het Dagelijks Bestuur de rol van eigenaar van Stroomlijn vervullen. Er is een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen de rol van het Dagelijks Bestuur als eigenaar en die van de opdrachtgevers (o.a. SDD). Deelnemende partijen De GR Sociaal is volledig aandeelhouder van Stroomlijn BV en als onderdeel hiervan de Sociale Dienst Drechtsteden de grootste opdrachtgever. Stroomlijn kent naast de GR Sociaal ook andere opdrachtgevers.
Zo wordt in 2022 aansturing gegeven aan, het Jeugdwet vervoer (SOJ), het vervoer van Baanbrekend Drechtsteden, het leerlingenvervoer, gymvervoer, vervoer vanuit de wet langdurige zorg, beschermd wonen en regisseur OV in DMG concessie voor de ketenmobiliteit.
38
Beleidsinformatie Verbonden doelstelling
Actuele opgaven van verbonden partij
Vanuit de Wmo hebben de Drechtsteden een compensatieplicht richting inwoners die een beperking ondervinden in hun mobiliteit. In voorkomende gevallen kan die beperking inhouden dat er (taxi)vervoer aangeboden wordt aan de betreffende inwoner. Dit wordt doelgroepenvervoer genoemd. Stroomlijn regisseert dit doelgroepenvervoer. Door het doelgroepenvervoer publiek aan te sturen kunnen gebruikers van het vervoer optimaal worden gecompenseerd in hun mobiliteitsbeperking. De eigen kracht wordt benut en maatwerk wordt mogelijk. Regie en beheer voeren op alle vervoersopdrachten. Door ontwikkelen tot ontwikkelbedrijf om mensen op te leiden tot een kwalitatief goede chauffeur. Stroomlijn richt zich daarnaast in opdracht van de aandeelhouders op de betaalbaarheid van de systemen, de opgave 'De Bereikbare Stad en Regio' en het verduurzamen van het vervoer via het zero emissie convenant doelgroepenvervoer.
Ontwikkelingen Financieel belang Aandelenkapitaal GR Het belang van de GR Sociaal bedraagt 100% van de aandelen (gestort Sociaal en opgevraagd kapitaal Stroomlijn BV bedraagt € 1). Eigen vermogen aan het € 450.001 Eigen vermogen aan het einde € 450.001 begin van het begrotingsjaar van het begrotingsjaar Vreemd vermogen aan het € 2.026.855 begin van het begrotingsjaar
Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar
n.n.b.
Jaarlijkse bijdrage Toelichting financieel belang Aandelenkapitaal (vertegenwoordiging in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders). Vaststelling begroting en De jaarrekening 2021 is op 31 maart 2022 vastgesteld door de algemene jaarrekening vergadering van aandeelhouders. Financieel resultaat
Stroomlijn BV heeft in 2021 een resultaat van € 0 behaald.
Risico's
Het risico dat bij faillissement van de VP het ingebrachte kapitaal en de verstrekte lening niet wordt terugbetaald.
Naam verbonden partij
Baanbrekend Detacheren BV
Vestigingsplaats
Dordrecht
Openbaar belang
De vennootschap heeft ten doel het detacheren van inwoners, van de Drechtstedengemeenten, met afstand tot de arbeidsmarkt als bedoeld in de Participatiewet.
39
Omvang van financieel belang
Medio oktober 2018 is Baanbrekend Detacheren BV ontstaan, uit de Statutenwijziging van Drechtwerk Diversiteit B.V. Daarbij heeft de GRD 50% van de aandelen verworven van Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtwerk, tot dan toe enig aandeelhouder van deze vennootschap. Vanaf 1 januari 2019 worden de exploitatielasten van de vennootschap, bestaande uit personeelskosten van gedetacheerden en apparaatslasten, gefinancierd uit de volgende inkomstenstromen: (a) Inkomsten uit detacheringen, (b) ontvangsten uit Loonkostensubsidie en (c) inkomsten uit de dienstverleningsovereenkomst met de GR Sociaal. De GR Sociaal bezit 50 aandelen B, elk nominaal groot € 1. De overige aandelen zijn in handen van Drechtwerk. Eind 2022 heeft de GR Sociaal het belang van Drechtwerk tegen nominale waarde overgenomen, waardoor zij nu enig aandeelhouder is. In 2019 is er een lening verstrekt ter grootte van € 500.000, met een looptijd van 5 jaar. In 2022 is hierop € 200.000 afgelost, waardoor de restschuld per eind 2022 € 300.000 bedraagt.
Bestuurlijk belang
De Drechtraad heeft op 6 februari 2018 besloten om deel te nemen aan een BV die ten doel heeft het detacheren van inwoners met grote afstand tot de arbeidsmarkt (doelgroep van de Participatiewet en Wet Sociale Werkvoorzieningen) en waarvan het Openbaar Lichaam Drechtsteden en GR Sociale Werkvoorziening Drechtsteden 'Drechtwerk' enige aandeelhouders waren. Eind 2022 heeft de GR Sociaal het belang van Drechtwerk tegen nominale waarde overgenomen, waardoor zij nu enig aandeelhouder is. Aandeelhouders: na de aandelenoverdracht van eind 2022 is de GR Sociaal enig aandeelhouder. Gedetacheerden: inwoners uit de Drechtsteden met een afstand tot de arbeidsmarkt vanuit de P-wet. Klanten: het klantenbestand bestaat met name uit organisaties die al gebruik maakten van de detacheringsconstructie van de GR Sociaal.
Deelnemende partijen
Beleidsinformatie Verbonden doelstelling
Actuele opgaven van verbonden partij
Een toekomstbestendige, professionele uitvoeringsorganisatie voor het detacheren van inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt met het oog op stabiliteit en participatie van deze doelgroep en het stimuleren van duurzame uitstroom uit de uitkering. • Rechtmatige en doelmatige organisatie van detachering van de doelgroep P-wet en Wajong;• Begeleiding en ontwikkeling van de medewerker;• Stimuleren van duurzame uitstroom naar regulier werk bij een reguliere werkgever.
40
Ontwikkelingen
Met ingang van 1 juli 2021 is de cao Aan de Slag ingegaan voor alle medewerkers die met behulp van loonkostensubsidie in dienst zijn bij een publieke organisatie die belast is met de uitvoering van de Participatiewet of detachering van deze medewerkers. De cao is bedoeld om mensen te laten groeien in hun persoonlijke ontwikkeling en loopbaan door vanuit het sociaal ontwikkelbedrijf opleiding, begeleiding en stimulering te bieden. Met de komst van deze nieuwe cao komt de focus voor Baanbrekend Detacheren nog nadrukkelijker te liggen op doorstroom, ontwikkeling en opleiding van ons medewerkers. Onze detacheringspraktijk is daar het afgelopen jaar op aangepast en zal ook het komende jaar verder worden ontwikkeld om aan deze opgave invulling te geven. Ondanks het feit dat COVID-19 nog altijd het nieuws beheerst en zorgt voor beperking van economische activiteiten, hebben wij in de detachering van onze medewerkers daar relatief weinig last van gehad. Net als in 2020 gold ook afgelopen jaar de afspraak met onze klanten dat uitval van activiteiten niet leidt tot doorbetalingsplicht. Daarvan is maar zeer beperkt gebruik gemaakt. Sterker nog, bij een deel van onze inleners zorgt deze crisis zelfs voor extra bedrijvigheid en is men continue op zoek naar uitbreiding van het personeelsbestand.
Een en ander betekent dat wij ook dit jaar geen beroep hebben hoeven te doen op steunmaatregelen van de overheid. De nieuwe cao is zowel op medewerkers uit de P-wet als op jongeren met een Wajong uitkering van toepassing. BBDeta heeft met het UWV de mogelijkheden onderzocht om ook deze doelgroep detacheringsactiviteiten te gaan ontwikkelen. Dit zal in 2022 zijn beslag gaan krijgen.
Financieel belang Aandelenkapitaal GR Sociaal 100% van het aandelenkapitaal, nominale waarde € 100. Eigen vermogen aan het begin van het begrotingsjaar
€ 112.842
Eigen vermogen aan het einde Nog niet bekend van het begrotingsjaar
Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar
€ 1.245.471
Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar
Jaarlijkse bijdrage
€ 0,7 miljoen
Nog niet bekend
41
Toelichting financieel belang Het resultaat over 2021 voor belastingen bedraagt ruim € 49.000. Daarin is de lagere DVO bijdrage van de SDD (€ 61.800, zie hierboven bij financieel belang) verrekend.De ontwikkeling van de winstgevendheid van BBDeta is structureel positief. Dit wordt veroorzaakt door ene mix van hoge productiviteit van onze medewerkers en een rendabele prijsstelling, waarin wij in de tarieven rekening houden met de bepalingen uit de Wet Markt en Overheid.Beleidsmatige resultaten: In 2021 had BBDeta gemiddeld 96 medewerkers in dienst. De in- en uitstroom was, vanwege de Corona crisis en de krapte op de arbeidsmarkt, een stuk lager dan voorgaande jaren (instroom 49 medewerkers, uitstroom 45 medewerkers). Los van de directe besparingen die een dienstverband bij BBDeta oplevert (de medewerker is immers uit de uitkering), is de doelstelling van het instrument detacheren het stimuleren van duurzame uitstroom. In totaal zijn sinds de start inmiddels 193 medewerkers uitgestroomd, waarvan 72 medewerkers naar een vaste baan bij een reguliere werkgever. Daarmee is 37% van onze uitstroom te betitelen als duurzaam. Voor de uitvoering van de detacheringsactiviteiten ontvangt Baanbrekend Detacheren BV een vergoeding van de SDD. Vaststelling begroting en jaarrekening