0 bijlage RV Overzicht jaarrekeningen en begrotingen VPs.pdf
Tekst van het document
Bijlage bij verzamelvoorstel jaarrekeningen 2022 en begrotingen 2024 van diverse gemeenschappelijke regelingen Inleiding Een belangrijk sturingsinstrument voor de raad is de begroting van een verbonden partij. In onze Nota Verbonden Partijen is opgenomen dat het college de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om zienswijzen op begrotingen in te dienen. In april hebben de gemeenschappelijke regelingen hun concept begroting 2024 en concept jaarstukken 2022 aan ons toegestuurd. Via het raadsvoorstel worden deze stukken in één keer, met één raadsvoorstel aan u voorgelegd, voor zover van toepassing vergezeld van een concept zienswijze. Om het raadsvoorstel overzichtelijker te maken, hebben wij de algemene opmerkingen over de verbonden partijen en de toelichting per verbonden partij in deze bijlage opgenomen. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de verschillende verbonden partijen en wordt aangegeven of een zienswijze is bijgevoegd. In de verdere bijlagen zijn de complete jaarrekeningen en begrotingen van deze verbonden partijen opgenomen. Het al dan niet opstellen van een zienswijze is naast actuele ontwikkelingen getoetst aan de nota verbonden partijen en de risicoclassificatie. De risicoclassificatie hieronder is opgevolgd zoals opgenomen in de begroting 2023.
Overzicht jaarrekeningen en begrotingen diverse verbonden partijen 1) GR Sociaal – zienswijze 2) Dienst Gezondheid & Jeugd – zienswijze 1
3) Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid – zienswijze 4) Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid – zienswijze 5) Gevudo/HVC 6) Reinigingsdienst Waardlanden 7) GR Openbare Verlichting 8) SVHW 1) GR Sociaal – zienswijze Jaarrekening GR Sociaal 2022 Ten opzichte van de laatst vastgestelde stand van de begroting 2022 (de 2e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal) bedraagt het jaarresultaat over 2022 in totaal € 1.861.000 (positief). De afrekening van de jaarrekening is in lijn met onze lokale begroting 2022. We willen graag de volgende opmerking plaatsen bij de jaarrekening. De GR Sociaal legt verantwoording af aan de regio in het geheel, maar niet per gemeente. Terwijl voor een groot gedeelte de bekostiging in 2022 op nut was. Er worden geen doelen per pijler op gemeenteniveau opgesteld. De raad krijg hiermee onvoldoende sturingsinformatie in handen om sturing te geven. We vragen de GR Sociaal om in de stukken uit de P&C cyclus meer onderscheid te maken tussen gemeenten. Resultaatbestemming Per saldo bedraagt het resultaat, ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2022, afgerond € 1,9 mln. (positief). Van dit positieve resultaat wordt voorgesteld om afgerond € 1,3 mln. terug te betalen aan gemeenten. U stelt voor om € 145.000 toe te voegen aan een bestemmingsreserve ter dekking van opleidingskosten die in 2023 gemaakt worden in plaats van in het jaar 2022.
De gemeente Hardinxveld-Giessendam kan hiermee akkoord gaan. Voorjaarsbrief 2023 We zijn blij met het moment dat voorjaarsbrief aan ons aangeboden wordt samen met de andere P&C producten. U schrijft dat de volgende voorjaarsbrief meer inhoudelijke duiding van de gepresenteerde ontwikkelingen zal bevatten. In eerdere zienswijze hebben wij de wens uitgesproken naar een meer lokale rapportage. Wat ons betreft zou de inhoudelijke duiding dan ook lokaal per gemeente moeten zijn. Dit geeft ons meer handvatten om te sturen. We danken de GR Sociaal voor de voorbereiding van de wijziging van de ingroeiperiode voor de kostenverdeelprincipes en dat deze reeds verwerkt is. We kunnen dan ook instemmen met de noodzakelijke aanpassingen in de financiële verordening en de controleverordening. De flexibiliteit die de GR Sociaal biedt in het bieden van maatwerk op de uitvoering van verschillende regelingen, zoals de energietoeslag, stellen wij op prijs. Er wordt in de voorjaarsbrief een begrotingswijziging voorgesteld van € 20 mln. U noemt in uw brief een aantal voorbeelden van uitgaven die niet beïnvloedbaar zijn en waarvoor de gemeente naar verwachting gecompenseerd wordt vanuit het rijk. We willen opmerken dat de vergoeding vanuit het gemeentefonds de gestegen kosten niet altijd volledig dekken.
Als gemeente moeten we daarom met enige voorzichtigheid omgaan met het aannemen dat kosten volledig gedekt zullen worden. Ook blijft de het een lokale keuze waar middelen vanuit het gemeentefonds voor te bestemmen. Begroting GR Sociaal 2024 Op basis van het 'Financieel Kader' is voorafgaand aan het uitwerken van deze begroting samen met gemeenten een uitgangspuntennotitie en een beleidsagenda opgesteld. Die twee stukken zijn vastgesteld in het Algemeen Bestuur begin 2023. Het is goed om te horen dat de begroting is gebaseerd op deze vastgestelde uitgangspunten en er geen beleidswijzigingen worden voorgesteld. Eerder hebben wij de oproep gedaan om nieuw beleid voor oud beleid in de plaats te laten komen.
2
Beschikbaarheid van zorg Ook in de begroting lezen we de toenemende groei in relatie tot de krapte op de arbeidsmarkt. De schaarste van zorg is een actueel thema. De vergrijzing speelt hier ook een belangrijke rol in. Wij verzoeken de GR Sociaal om een strategie op te leveren hoe te anticiperen op de toenemende schaarste in de zorg. We vragen u om hierover het gesprek aan te gaan en daar met ons keuzes in te maken. Het sociaal domein is de optelsom van de dienstverlening via de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en de lokale voorzieningen. In de herijking Wmo (Zorgen voor Ondersteuning) geven we expliciet aandacht aan betere aansluiting tussen regionale en lokale voorzieningen. We zien er naar uit om deze beweging verder door te zetten op alle pijlers van de GR Sociaal. De co-creatie van gemeenten en SDD. Stijging in kosten Terecht constateert u in uw begroting dat we te maken hebben met onzekerheden. We hebben in de afgelopen jaren gezien dat ontwikkelingen niet altijd te voorspellen zijn. We zien door de inflatie, stijgende kostprijzen en cao-lonen. Deze ontwikkelingen hebben impact op het besteedbaar inkomen, met name bij minima. Tegelijkertijd neemt de financiële druk op de gemeentelijke begrotingen door de financiële ontwikkelingen bij de verschillende verbonden partijen toe. De daling van de BUIG uitkering heeft voor onze gemeente grote gevolgen.
Vele kosten worden toegewijd aan stijgende loonkosten, toename huisvesting en energiekosten. Autonome kostenstijgingen waar wij als gemeente weinig invloed op kunnen uitoefenen. Vanuit de nieuwe kostenverdeelsystematiek rekenen we de kosten volledig af op nut. De GR Sociaal heeft invloed op de toegang tot zorg en zo ook op het budget. In onze zienswijze 2022 schreven we: 'We vinden het belangrijk dat inwoners naar eigen vermogen mee kunnen doen in onze maatschappij, maar hoe kunnen we dit realiseren binnen het beschikbare budget? Door de steeds stijgende zorgkosten zijn we genoodzaakt om onze indicaties opnieuw onder de loep te nemen en kritisch te zijn op de toegang tot voorzieningen'. Gezien de schaarste in de zorg die voor een nijpend tekort zal zorgen geven we de SDD de opdracht om scherp te zijn op de indicatiestelling en vooral samen te werken met lokale voorzieningen. Voor WMO vervoer is de vraag of de stijging zich, door de personeelstekorten, ook voordoet qua volume. Als het aanbod achterblijft, compenseert dat de stijging door hogere prijzen. Deze ontwikkeling zou ook als risico opgenomen kunnen worden in de risicoparagraaf. We kijken met een tevreden gevoel terug op de aanpak vanuit Stroomlijn over het vervoersprobleem en vragen de SDD om op eenzelfde manier met onze gemeente op te trekken.
Informatievoorziening U schrijft dat met het verder ontwikkelen van de informatievoorziening u gemeenten steeds beter kunt faciliteren in de behoefte aan realtime informatie. Daarnaast werkt u aan de wijze waarop het bestuur en de gemeenten periodiek te informeren over de stand van zaken. Eerder in de onze brief spreekt de gemeenteraad de wens uit om voornamelijk lokale cijfers te ontvangen. Deze vraag is eerder door onze gemeente en door regiogemeenten gesteld. Gezien de afrekening op nut, is deze informatie van essentieel belang om als raad te kunnen sturen en de passende keuzes te maken voor de inwoners van Hardinxveld-Giessendam. We dringen aan op het spoedig aanleveren van hebben van de bovenstaande ontwikkelingen. 2) Dienst Gezondheid & Jeugd, inclusief Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) – zienswijze Jaarrekening DG&J 2022 DG&J De jaarrekening laat op de reguliere exploitatie een bijna neutraal financieel resultaat zien, terwijl nagenoeg alle prestaties conform afspraak zijn geleverd. Wij willen onze waardering uitspreken voor de wijze waarop de Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) zich heeft ingezet in 2022 en zijn tevreden met het behaalde resultaat. 3
Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) In de afgelopen jaren was steeds sprake van groei van de jeugdhulpuitgaven. Bij de 2de bestuursrapportage 2022 werd een stabilisatie gerapporteerd. Deze heeft zich verder doorgezet in nu een lichte daling. Het jaarresultaat 2022 hebben we positief af kunnen sluiten door binnen onze begroting te blijven. Verschillende lokale- en regionale maatregelen hebben hier een bijdrage aan geleverd. Vanaf 1 januari 2022 werken we met nieuwe inkoopafspraken tussen de SOJ en zorgaanbieders. Het normenkader is ingesteld en de kwaliteitseisen zijn aangescherpt. Tegelijk zetten we in op een kritische toegang in het doorverwijzen van jeugdigen. Ook de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel heeft voor Hardinxveld-Giessendam gunstig uitgepakt. Naast deze positieve ontwikkelingen willen we opnieuw onze zorg rond de totstandkoming van de prognoses met u delen. Hiervoor nemen we u puntsgewijs mee in de verschillende financiële ijkpunten voor het jaar 2022: -
De door u voorgestelde begroting op basis van de prognoses voor 2022 bedroeg €6.052.000. Onze eigen begroting hebben we beargumenteerd bijgesteld naar €5.328.000. De tweede burap 2022 ging nog uit van een bedrag van € 5.855.000. De 'forecast' gaf in november 2022 een bedrag aan van € 5.536.000. De voorlopige jaarrekening bedraagt € 5.161.000.
Met deze sterk wisselende en achteraf onjuiste sturingsinformatie, is de raad een onjuiste prognose tool geboden. Hierdoor werd het sturen op basis van de financiële informatie onmogelijk gemaakt. Dit is niet in het belang van onze inwoners. Naar aanleiding van deze aanhoudende twijfel bij de juistheid van deze prognoses door met name de forecasttool verzoeken we u daarom met klem een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de juistheid van deze forecasttool. Herziene begroting 2023 Dienst Gezondheid & Jeugd Sinds het opstellen van de begroting 2023 hebben zich exogene ontwikkelingen (oorlog Oekraïne) voorgedaan. De inflatie en de daaruit voortvloeiende CAO wijzigingen hebben geleid tot een bijstelling van de lonen. In de herziene begroting 2023 wordt als gevolg van de hoge indexeringscijfers een aanvullende inwonerbijdrage gevraagd. Voor Hardinxveld-Giessendam betekent dit een bedrag van € 80.099. Wij voelen ons genoodzaakt om hier op dit moment mee in te stemmen. Onze gemeenteraad heeft in eerdere zienswijzen de oproep gedaan om alleen nieuw beleid in te voeren als we ook stoppen met oud beleid. Gezien alle maatschappelijke ontwikkelingen lijkt ons dit ook het moment om te kijken naar een versobering van het huidige beleid. We vragen de DGJ om ons keuzemogelijkheden voor te leggen.
Serviceorganisatie Jeugd Daarnaast wordt voor Hardinxveld-Giessendam, eveneens vanwege de hoge indexeringscijfers, een bijstelling van de begroting voor de jeugdhulpuitgaven voorgesteld van € 272.061. Dit past binnen onze lokale ramingen dat bestemd is voor de SOJ en zal daardoor geen effect hebben op onze lokale begroting. Wij stemmen gezien de logische situatie rond de inflatie en de daar bijbehorende indexatie in met deze extra bijdragen. Wel roepen we u op om een gezamenlijke lobby te organiseren, waarbij we de landelijke overheid oproepen tot extra compensatie voor de hoge indexatie vanuit de Rijksmiddelen. Als gemeenten doen wij hard ons best om de nodige ondersteuning binnen de beschikbare budgetten uit te voeren, maar door de hoge indexering staat de betaalbaarheid enorm onder druk. Dit geldt overigens ook voor de begroting 2024 en verder. 4
Begroting DG&J 2024 U vraagt wegens de genoemde ontwikkelingen en de verwachte toename voor 2024 een ophoging van de inwonerbijdrage voor de indexatie voor het organisatiedeel DG&J. Wij roepen juist op om keuzes te maken in het uitvoeringsbeleid. Zoals u terecht schrijft hebben we naast de inflatie te maken met de krapte op de arbeidsmarkt met als consequentie dat beschikbaarheid van de zorg in het geding is. Door nu bewuste keuzes te maken doen we recht aan de druk op het personeel. Een goede ervaring hebben wij met de bijeenkomst van Stroomlijn, de organisatie die voor onze regio het zorg- en leerlingenvervoer verzorgd. Er werd een maatschappelijk debat georganiseerd, waarin de haalbaarheid van de dienstverlening centraal stond en waar we ons realiseerde dat er moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. Veilig Thuis In 2024 (structureel) wordt, net als in 2023 (incidenteel), een extra inwonerbijdrage gevraagd voor de uitvoering van de taken van Veilig Thuis. De autonome groei als reden vinden we zonder verdere onderbouwing onvoldoende. Deze signalen zijn niet eerder met ons gedeeld en we sturen graag aan op een inhoudelijke gesprek over de onderliggende oorzaken, zoals: waar komen deze meldingen vandaan, de aard van de meldingen, de tendens van de afgelopen jaren en de differentiatie per gemeente. De inzet van preventie zou juist het aantal meldingen moeten beperken.
Het feit dat de meldingen oplopen, vertelt ons dat preventie niet heeft gewerkt. Wat ons betreft kijken we naar alternatieve oplossingsrichtingen in plaats van een structurele extra bijdrage. We stemmen om deze redenen niet in met de voorgestelde extra inwonerbijdrage voor Veilig Thuis. Meldpunt Zorg & Overlast Het Algemeen Bestuur heeft voor 2023 en 2024 een extra inwonerbijdrage voor het Meldpunt Zorg & Overlast vastgesteld. Wij verwachten Q3 een concreet plan van aanpak voor de afbouw van de extra middelen. Publieke gezondheid Wij zijn verheugd met het voornemen van uw organisatie om bij te dragen aan de lokale opgave rondom de onderwerpen in het GALA-akkoord en een domein overstijgende aanpak daarvoor. Een meerwaarde zien wij hierbij in het organiseren van een integrale monitoring op de GALAonderwerpen, zowel op lokaal als regionaal niveau. Dit geldt eveneens voor een evaluatie van deze onderwerpen, ook op lokaal als regionaal niveau. Wij kijken uit naar uw voorstel voor een domein overstijgende aanpak. De specifieke uitkering voor de uitvoering van het GALA-akkoord (de Brede SPUK) is inmiddels aangevraagd door onze gemeente. Een voorwaarde voor het ontvangen van de Brede SPUK is het leveren van een bijdrage aan kennisdeling op regionaal en landelijk niveau. Wij zien een duidelijke rol voor de DJG in de kennisdeling op regionaal en landelijke schaal.
Wij vragen u om dit als voorstel mee te nemen. Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) In de begroting 2024 is er door u voor gekozen, vanwege evenwichtig begrotingsbeleid, zowel geen besparingen als geen groei te verwerken. We gaan akkoord om het voorgestelde bedrag voor 2024 op de te nemen in de begroting van de DGJ. U schrijft dat gemeente de mogelijkheid hebben om af te wijken van de voorgestelde begroting. Echter verzoeken wij u om in een eerder stadium de voorlopige begroting met ons te delen. Alleen zo hebben wij de mogelijkheid om tijdig en beargumenteerd af te wijken van de voorgestelde begroting. 5
De aansturing van onze lokale voorzieningen (incl. de toegang voor jeugdhulp) ligt bij ons als gemeente en de solidariteit is volledig afgebouwd. Door het organiseren van meer lokale sturing en de ruimte die we als gemeente gekregen hebben om jeugdhulp naar de voorkant vorm te geven, zien we positieve effecten op de ontwikkelingen binnen de jeugdhulp. U benoemt in de stukken dat de doorontwikkeling van de sturing op jeugdhulp vraagt om een gezamenlijk optrekken van gemeenten, SOJ en zorgaanbieders en lokale teams. We willen we ervoor waken dat we de lokale sturingsmogelijkheden die we gecreëerd hebben behouden en niet alles wat we lokaal georganiseerd hebben weer gaan uniformeren. Tot slot vragen we uw aandacht voor de situatie rondom de afbouw van de JeugdzorgPlus. Vanuit het rijk is aangestuurd op een versnelde afbouw van jeugdhulpplus. Daar zien we inmiddels de positieve effecten van. Steeds minder jeugdigen maken gebruik van deze zware voorzieningen. We vinden het een kwalijke zaak dat, door de effecten van de afbouw, onze gemeente moet bijdragen in het overeind houden van organisaties. Zorggeld moet naar de zorg gaan en niet naar organisaties. Onze regio heeft als enige in het land twee JeugdzorgPlus voorzieningen. We roepen u op om druk te zetten om zo snel mogelijk naar één JeugdzorgPlus voorziening te bewegen.
Daarnaast vragen we u in te zetten voor een lobby voor compensatie vanuit het Rijk. 3) Veiligheidsregio Zuid- Holland Zuid - zienswijze Jaarrekening 2022 In de begroting 2022 en 2023 werd een financieel perspectief opgesteld waarbij een negatief resultaat werd voorspeld van € -2.161.000. Uit de jaarrekening van 2022 blijkt dat dit begrootte negatieve resultaat is teruggebracht tot €-1.480.000. Dit werd ook gevraagd middels besloten kaders voor de Veiligheidsregio welke zijn vastgesteld in het algemeen bestuur van april en juni 2022. Begroting 2024 In het beleidsplan 2022-2025 zijn voor de komende periode zes sporen benoemd, zijnde: 1) Passend acteren op ons risicobeeld 2) Deskundig adviseren in risicobeheersing en verbinden regisseren in crisisbeheersing 3) Leveren van krachtige bandweerzorg op maat door beroeps en vrijwilligers 4) Informatie gestuurd werken 5) Omgevingsgericht werken aan zelfredzaamheid 6) Wendbaar en duurzaam organiseren Er wordt specifiek opgemerkt dat bij het begroten voor de Veiligheidsregio ZHZ oog is voor het onverwachte. Met andere woorden, er wordt gepland op de voorziene zaken, maar uit het verleden blijkt dat de onvoorziene zaken de meeste impact kunnen hebben. Zo had de oorlog in Oekraïne en de opvang van vluchtelingen in onze regio een groot, onvoorzien, effect op de hele regio.
Voor 2024 wordt er een extra gemeentelijke bijdrage gerekend van €50.196 wat neerkomt op een totale bijdrage van €1.351.157 voor Hardinxveld-Giessendam. De mutatie is in lijn met de verdeling volgens de vastgestelde kostenverdeelsystematiek (AB2018/060). De opdrachten voor de Veiligheidsregio blijven onverminderd groot en de gemeente beseft dat ieder daar zijn verantwoordelijkheid in moet dragen. In het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 van Hardinxveld-Giessendam (nu nog in concept) wordt ook ingegaan op het belang van de Veiligheidsregio voor de fysieke veiligheid van de gemeente met 6
inachtneming van de rol die gemeente zelf heeft als onderdeel van het samenwerkingsverband. Wij blijven hierbij erop vertrouwen dat de Veiligheidsregio zich in blijft zetten voor een kosteneffectieve maar kwalitatief hoogstaande inzet. Afspraken over weerstandsvermogen In uw aanbiedingsbrief bijlage 1 refereert u aan de bestaande afspraken ten aanzien van het weerstandsvermogen. Conform de regionale afspraken houdt VRZHZ een minimale weerstandscapaciteit van € 500.000. De overige financiële risico’s dienen gedekt te worden door de deelnemende gemeenten. Deze afspraken zijn in goed onderling overleg tussen de gemeenschappelijke regelingen Zuid-Holland zuid (hierna GR-en) en de gemeenten tot stand gekomen en hier is door het Algemeen Bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten mee ingestemd. U geeft aan ongemak te ervaren omdat u beperkte mogelijkheden heeft om exogene ontwikkelingen op te vangen en steeds een beroep moet doen op de gemeenten voor verhoging van de bijdrage. Daardoor stelt u voor in 2023 de systematiek opnieuw tegen het licht te houden. Wij maken van de gelegenheid gebruik onze visie op deze systematiek te geven. Belangrijke afweging vanuit gemeenten bij het maken van de genoemde afspraken was het beklemmen van geld bij de GR-en.
Op het moment dat alle risico’s van GR volledig zijn afgedekt in het weerstandsvermogen van de GR - vermogen dat is opgebouwd uit bijgedragen van gemeenten – kan een gemeente daar niet over beschikken. Als gemeenten zorgdragen voor het afdekken van (een deel van de) risico’s van GR-en in hun weerstandsvermogen geeft dat gemeenten meer bewegingsvrijheid op het moment dat een risico – of dat nu een risico bij de GR is of bij de gemeente zelf - zich voordoet. Het komt nooit voor dat alle risico’s waarvoor een buffer is opgenomen in het weerstandsvermogen zich tegelijkertijd voordoen. Daarnaast geldt – zoals u zelf ook aangeeft – dat op grond van de wet GR-en gemeenten te allen tijde gehouden zijn bij te dragen in tekorten van GR-en. Dat biedt GR-en 100% garantie dat gemeenten zullen bijdragen. Wij staan nog volledig achter de afgesproken systematiek. De argumenten om deze afspraken te maken zijn wat ons betreft ongewijzigd. We snappen het ongemak dat u ervaart, maar willen u er ook op wijzen dat een weerstandsvermogen bedoeld is voor incidentele ontwikkelingen en risico’s en geen structurele exogene ontwikkelingen zoals de CAO ontwikkelingen zoals u als voorbeeld noemt. 4) Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid - zienswijze Jaarrekening 2022 Allereerst willen we onze waardering uitspreken voor de werkzaamheden die door de dienst in 2022 zijn uitgevoerd.
Ook het feit dat het jaar met een positief resultaat afgesloten kon worden stemt ons tevreden. Het rekeningresultaat over 2022 is €117.000. Uw voorstel is om, vanwege het verwachte tekort over 2023, dit bedrag aan het weerstandsvermogen toe te voegen. De basisafspraak is dat positieve resultaten terugvloeien richting de eigenaren. Wij zien echter ook de risico's van de loon- en prijsontwikkelingen, en waarderen de inzet om hier proactief op in te spelen. Daarnaast is de terugvloeiing van het resultaat richting onze gemeente op basis van de omzetverhoudingen dusdanig beperkt dat deze baten nauwelijks dekking kunnen bieden voor stijgende gemeentelijke lasten, bijvoorbeeld als gevolg van de overdracht van bodemtaken. Wij steunen daarom uw voorstel om het resultaat 2022 toe te voegen aan het weerstandsvermogen.
7
Met betrekking tot het verwachte tekort in 2023 merken wij het volgende op. De volgorde, eerst het weerstandsvermogen aanspreken waarna deze door de eigenaren weer op het benodigde peil worden gebracht, ondersteunen we. In de jaarstukken wordt gesproken over het aanvullen van het weerstandsvermogen tot het niveau van €962.000. Dit bedrag is gebaseerd op de stand van zaken in 2022. Wellicht ten overvloede, maar mocht het risicoprofiel en bijbehorend weerstandsvermogen wijzigen, dan worden wij hier graag tijdig van op de hoogte gebracht. Begroting 2024 We spreken eveneens waardering uit voor de gedegen begroting die meerjarig in evenwicht is. Ten aanzien van deze begroting hebben we wel enkele opmerkingen. Allereerst wat betreft de voorgestelde indexering. Deze vinden wij aan de hoge kant. Tegelijkertijd beseffen we dat ook de omgevingsdienst voor de nodige financiële uitdagingen staat. Daarbij waarderen we het dat de dienst de gemeente tijdig hier tijdig over heeft geïnformeerd. Ten tweede wat betreft de financiering van de bodemtaken. Aanvankelijk zouden de bodemtaken per 1 januari 2023 en later per 1 juli 2023 overgedragen worden. Nu de Omgevingswet per 1-1-2024 ingevoerd wordt, zal dit ook de datum van overdracht van de bodemtaken worden. Onze zienswijze op de financiering die we destijds hebben aangedragen geldt nog steeds.
Wij zijn het niet eens met de overdracht van taken zonder passende financiële middelen hiervoor vanuit het Rijk. We beseffen dat de taken reeds uitgevoerd worden door OZHZ, waarbij de provincie momenteel nog bevoegd gezag is en ook eigen middelen bij moet leggen om deze taken te financieren. Er zijn in de achterliggende jaren op allerlei beleidsterreinen echter steeds meer taken bij de gemeente neergelegd zonder dat het Rijk voorziet in passende dekking. Deze ontwikkeling zorgt voor druk op de gemeentelijke begroting. De gehanteerde verhouding in de ontwerpbegroting tussen structurele (€500.000) en incidentele (€300.000) middelen voor de gehele regio, exclusief Dordrecht, geven weer dat er een nog een relatief grote onzekerheidsmarge zit in de daadwerkelijke kosten van implementatie en uitvoering van de bodemtaken. Om die reden hebben wij alleen de structurele middelen opgenomen in de gemeentelijke begroting. Incidentele kosten die samenhangen met de overdracht beschouwen wij als een financieel risico. In de derde plaats willen we de opdracht van het Dagelijks Bestuur (DB), om te onderzoeken welke maatregelen er binnen de dienst genomen kunnen worden ter verkleining van het verwachte exploitatietekort, ondersteunen. Wij gaan er overigens vanuit dat de frictiebepaling niet van toepassing is, mocht dit daadwerkelijk leiden tot bezuinigingen.
Tot slot willen wij ten aanzien van de Energie-agenda het volgende meegeven. In 2021 is deze collectieve aanpak gestart. Inmiddels zijn er op dit gebied de nodige ontwikkelingen, inclusief uitbreiding van het basistakenpakket. Dit is voor de omgevingsdienst reden om de aanpak te herijken en uit te breiden. Wij doen de oproep om bij deze herijking en uitbreiding oog te hebben voor een goede aansluiting op de lokale behoeftes en financiële kaders van de duurzaamheidsopgave. 5) Gevudo/HVC Jaarrekening 2022 Het jaar is afgesloten met een resultaat van nihil. Vanwege belangverwatering en lagere schuld onder garantie is de ontvangen provisie €219.000 lager uit gevallen dan begroot. De accountant heeft de jaarstukken gecontroleerd en voorzien van een goed gekeurde controle verklaring. Begroting 2024 De begroting Gevudo 2024 is cijfermatig nagenoeg identiek aan de begroting 2023. De gemeente 8
Hardinxveld-Giesendam ontvangt voor garantstelling lening HVC in 2024 een provisie circa €35.000,00 E wordt uitgegaan van een constant prijspeil voor de meerjarenperiode na 2024. In beginsel moet omstreeks 2027 de HVC zelfstandig financierbaar zijn; hetgeen zou betekenen dat de inkomsten (provisie garantstelling lening) meerjarig wel een sterk dalende lijn moet gaan vertonen. Conclusie: De begroting en de jaarstukken geven geen aanleiding voor het indienen van een zienswijze. 6) Reinigingsdienst Waardlanden Begroting 2024 De aangeboden begroting 2024 is gebaseerd op de invoering van diftar in 2024. Daarnaast is rekening gehouden met alle actuele effecten, waaronder de recent afgesloten CAO. Desondanks zal de begroting in 2024 nog gewijzigd moeten worden als gevolg door grote schommelingen in de prijsstijgingen van de afvalverwerkers, inflatie op ingekochte goederen en mogelijke loonstijgingen. De tarieven laten ten opzichte van de begroting 2023 onderstaande ontwikkeling zien. Hierbij moet worden aangetekend dat in de huidige begroting 2023 nog geen rekening is gehouden met de huidige CAO en de hoge inflatie, hierdoor ontstaat er een vertekend beeld. In de loop van 2023 wordt nog een aangepaste begroting 2023 aangeboden. ▪ ▪ ▪
Het voorgestelde tarief voor de afvalinzameling stijgt van € 202,94 in 2023 naar € 225,74 voor het jaar 2024, een verhoging van € 22,80. Het tarief van de afvalverwerking stijgt van € 62,72 in 2023 naar € 63,59 voor 202 Het samengestelde tarief voor 2024 wordt € 289,33.
Door Waardlanden wordt aangegeven dat de stijgingen van de tarieven voor afvalverwerking veel hoger zouden zijn indien er geen sprake zou zijn van het afsluiten van de ondergrondse containers en de invoering van bewonerspassen. Bij de vaststelling van de gemeentelijke tarieven voor 2024 in de gemeenteraad van december 2023 zullen bovenstaande bedragen worden meegenomen. De huidige gemeentelijke tarieven van 2023 zijn gebaseerd op de begroting 2023 van Waardlanden, zoals hierboven gepresenteerd. De tarieven van Waardlanden voor 2024 zullen daarom naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een verhoging van de gemeentelijke tarieven voor 2024. Een verder uitstel van de uitvoering van de Strategienota is niet acceptabel Mede gelet op de stijging van het tarief voor de afvalinzameling is een strakke sturing op de kosten nodig. De tussentijdse informatieverstrekking is hier zeer belangrijk in. Jaarstukken 2022 De voorliggende jaarrekening 2022 is vooral financieel ingestoken. In het nog volgende jaarmagazine komen de beleidsresultaten en organisatieontwikkelingen aan bod. Hierdoor is er een sterkere relatie tussen de resultaten en de financiële gevolgen. In het jaar 2022 is gestart met de uitvoering van de Strategienota. De vertraagde uitvoering van de nota heeft ook zijn weerslag op het financiële resultaat over 2022.
Van de verwachte kosten voor de nota is € 1.143.000 niet uitgeven in 2022. Mede hierdoor wordt 2022 afgesloten met een positief resultaat van € 646.592. Zonder het voordeel van de lagere kosten voor de uitvoering van de Strategienota, zou er sprake zijn geweest van een nadelig jaarrekeningresultaat. 9
Doordat de in 2022 niet bestede middelen voor de uitvoering van de Strategienota benodigd zijn in 2023, wordt voorgesteld om de niet bestede middelen € 1.143.000 toe te voegen aan een bestemmingsreserve Diftar. Tevens wordt voorgesteld om € 140.142 toe te voegen aan de reserve grondwaardering. Deze toevoegingen bedragen in totaal € 1.283.142 dit is meer dan het positieve resultaat van € 646.592. Voorgesteld wordt om het verschil € 636.550 ten laste van de algemene reserve ten brengen. Tot slot wordt voorgesteld om € 25.376, zijnde het restant van de reserve nieuw beleid toe te voegen aan de algemene reserve. Per saldo is het voorstel om € 611.174. De algemene reserve bedraagt per 31.12.2022 € 243.707. De voorgesteld onttrekkingen zorgen voor een negatieve algemene reserve van € 367.467. Waardlanden komt op een later tijdstip in 2023 met een voorstel om de algemene reserve aan te vullen. Het resultaat op de verwerkingskosten levert voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam een voordeel op van € 185.874. Dit voordeel wordt terug ontvangen. Deze teruggave is al in de jaarstukken van Waardlanden verwerkt en maakt daardoor geen onderdeel uit van het jaarrekeningresultaat 2022. De accountant heeft vanwege een overschrijding krediet realisatie Ecopark Groot-Ammers een afkeuring van rechtmatigheid afgegeven.
De jaarrekening zelf, met hierin de baten en lasten en de balans, hebben van de controlerend accountant een goedkeurende verklaring gekregen. Het bestuur van Waardlanden heeft opdracht gegeven om een onderzoek te laten uitvoeren door een externe partij naar de oorzaak van de omissie in de te volgen procedure omtrent de overschrijding van het krediet. Dit onderzoek wordt momenteel uitgevoerd. Conclusie: De begroting en de jaarstukken geven geen aanleiding voor het indienen van een zienswijze. 7) GR Openbare Verlichting Jaarrekening 2022 In 2022 is door BOVL veel gerealiseerd. Zo is na het doorlopen van een aanbestedingsprocedure op 1 april 2022 gestart met een nieuwe onderhoudsaannemer CityTec waarmee een meerjarig onderhoudscontract is afgesloten. Verder zijn de dienstverleningsovereenkomsten met de deelnemende gemeenten uit 2011 aangepast aan de huidige maatstaven, heeft een professionalisering van het interne personeelsbeleid plaats gevonden, is een begonnen met regelen van de installatieverantwoordelijkheid en is er koppeling gerealiseerd tussen het beheerpakket BOVL met Fixi waardoor meldingen beter en sneller opgepakt en afgehandeld kunnen worden. Financieel is over 2022 een voordelig resultaat gerealiseerd van €37.441,00 Voorgesteld wordt om dit resultaat toe te voegen aan de algemene reserve.
Het actuele weerstandsvermogen bedraagt €100.000,00 en zal na toevoeging van het resultaat €137.441,00 bedragen. Het gewenste weerstandsvermogen volgens de financiële verordening bedraagt €187.000,00. Herziene begroting 2023 Het bestuur van BOVL heeft separaat met de conceptbegroting 2024 een begrotingswijziging ingediend op de lopende begroting 2023. De begrotingswijziging is nodig vanwege een aantal zaken. Stijging personeelslasten met 5,7 % Het personeel van BOVL valt onder de CAO gemeenteambtenaren. De recent vastgestelde nieuwe CAO gaat met terugwerkende kracht in per 1 januari 2023. Verder zijn extra middelen nodig om de Installatieverantwoordelijkheid te kunnen beheren voor de deelnemende gemeenten (extra taak voor BOVL), het uitvoeren van een goed personeelsbeleid en om te voldoen aan de nieuwe regelgeving op gebied van financiën en accountancy zijn extra middelen nodig. 10
De extra kosten van €52.267,28 die hieruit voortvloeien worden gedekt door de bijdrage per lichtmast in 2023 te verhogen met €1,04 (bijdrage huidige begroting 2023 per lichtmast bedraagt €11,06). De bijdrage per lichtmast zal dan in 2023 €12,10 worden, de kostenverhoging voor onze gemeentebegroting bedraagt totaal €3.559,92 . Begroting 2024 In deze begroting zijn alle wijzingen uit de voorgestelde begrotingswijziging 2023 meegenomen. In deze begroting wordt voorgesteld de bijdrage van de gemeente voor 2024 vast te stellen op €12,10 per lichtmast. Dit is gelijk aan het bedrag wat wordt gevraagd in 2023 (na begrotingswijziging 2023). De lasten voor onze gemeentebegroting zullen met €3.559,92 stijgen. Conclusie: De begroting en de jaarstukken geven geen aanleiding voor het indienen van een zienswijze. 8) SVHW Jaarrekening 2022 Bij de jaarstukken is sprake van een positief resultaat van € 122.000. Het Algemeen Bestuur van SVHW heeft voorgesteld om het voordelige resultaat van € 122.000 als volgt te bestemmen: • een bedrag van € 83.000 te doteren aan een bestemmingsreserve PBB; • € 82.300 euro als resultaatuitkering aan de deelnemers uit te keren pro-rato verdeeld op basis van de daadwerkelijke deelnemersbijdrage over 2022. Voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam komt dit neer op ca € 1.000.
Begroting 2024 In de begroting 2024 van de SVHW is rekening gehouden met de volgende indexeringen (€ 484.000): • de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde Nationale consumentenprijsindex volgens de septembercirculaire toegepast wordt voor indexering van de materiële kosten; • de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde Loonvoet sector Overheid volgens de septembercirculaire toegepast wordt voor indexering van de personele kosten; • en, indien de werkelijke inflatie respectievelijk loonontwikkeling beduidend afwijkt van de vooraf geraamde indexering wordt het oude jaar via een begrotingswijziging achteraf gecorrigeerd en daarmee op het juiste prijsniveau gebracht. Er is geen nieuw beleid in de begroting 2024 opgenomen. De kosten vanwege de indexering bedragen € 484.000. De salariskosten 2023 bleken bij het opstellen van de gewijzigde begroting hoger dan in de kadernota was verwacht. Hiervoor is in 2024 € 63.000 geraamd. De incidentele post voor kosten organisatieontwikkeling in 2022 van € 30.000 wordt in mindering gebracht, waardoor er sprake is van een kostentoename van € 517.000. De opbrengsten zijn toegenomen met € 5.000 doordat rentebaten zijn geraamd. De deelnemersbijdragen nemen in totaal toe met € 512.00, hetgeen een toename is van 3,96% ten opzichte van de gewijzigde begroting 2023.
De stijging van de deelnemers valt volledig toe te rekenen aan indexering.
11
Voornoemde leidt voor onze gemeente tot een toename van de bijdrage van € 31.500. Deze stijging is ook al voorzien in de bijgestelde begroting 2023 en wordt verwerkt in de perspectiefnota 20242027. In de tabel hieronder is een samenvatting van de effecten op totaalniveau te zien:
Conclusie: De begroting en de jaarstukken geven geen aanleiding voor het indienen van een zienswijze. Overige deelnemingen (laag risico) Vanuit de overige verbonden partijen leest u hieronder meer actuele informatie. Deze deelnemingen zijn door de gemeenteraad ingedeeld in het laagste risico ('groen'). OASEN NV De jaarrekening 2022 is nog niet beschikbaar. Er vinden geen dividenduitkeringen plaats. NV Bank Nederlandse Gemeenten De nettowinst van BNG Bank over 2022 bedraagt € 300 miljoen (2020: € 236 miljoen). De aandeelhouders hebben tijdens de Algemene Vergadering op 20 april 2023 ingestemd met het voorstel om 50% (2021: 60%) van de beschikbare winst na belasting en na aftrek van de compensatie voor de verschaffers van hybride kapitaal uit te keren. Dit komt neer op een dividendbedrag van € 139 miljoen (2021: € 127 miljoen). Het dividend bedraagt € 2,50 per aandeel van nominaal € 2,50 (2021: € 2,28). Voor onze gemeente betekent dit een dividend van€ 78.390 (2022 € 71.492). In de primaire begroting 2023 is rekening gehouden met € 39.718. Via de perspectiefnota 2023-2027 (voorjaarsnota) wordt dit bijgesteld naar € 71.218 Stedin Holding NV In het jaarverslag 2022 van Stedin is opgenomen dat aan de algemene vergadering van aandeelhouders wordt voorgesteld te besluiten tot een dividenduitkering van € 0,5 miljoen.
Daarbij is ook de volgende tekst opgenomen: De raad van bestuur is voornemens om, met goedkeuring van de raad van commissarissen, het preferente dividend ter grootte van € 6 miljoen uit te keren aan de preferente aandeelhouders. Dit betekent over 2022 een uitkering van € 14,42 per preferent aandeel. Daarnaast is de raad van bestuur voornemens om, met goedkeuring van de raad van commissarissen, een gedeelte ter grootte van 50% van de voor uitkering beschikbare winst over het financiële jaar 2022, zijnde een bedrag van € 15,6 miljoen, toe te voegen aan de reserves. 12
De preferente aandelen vloeien voort uit de aandeelhouders die via inschrijving hebben aangegeven deel te willen nemen in de kapitaalbehoefte voor toekomstige investeringen. De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft hiervan afgezien, waarmee ook het risico op verwatering van het dividend aanwezig was. Voornoemde betekent over 2022 een uitkering van € 3,20 per aandeel (2021: € 0,11 per aandeel). Voor onze gemeente betekent dit dat ca € 72.000 (2022 ca € 2.500) dividend wordt ontvangen. De raming bedraagt € 0 waarmee de raming via de P&C-cyclus met € 72.000 naar boven zal worden bijgesteld. In meerjarenperspectief hebben wij overigens het dividend Stedin voorzichtigheidshalve op nihil geraamd in verband met de benodigde uitbreiding van het kapitaal en daarmee verwatering van het dividend. Zie hiervoor ook de toelichting in de programmabegroting 2023-2026 (pagina 122).
13