CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzging Gemeenschappelijke Regeling VNOG.pdf

Raadsvergadering 1 juni 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Wijziging Gemeenschappelijke Regeling VNOG16.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota voor

:

vergadering algemeen bestuur

Datum

:

30 maart 2023

Onderwerp

:

Wijziging Gemeenschappelijke regeling VNOG

Agendapunt

:

18

Kenmerk

:

AB/2315

Portefeuillehouder:

A.J.M. Heerts

Bijlage:

1. Aanbiedingsbrief 2. Ontwerp gemeenschappelijke regeling 3. Was-wordt lijst

Inleiding De Wet gemeenschappelijke regelingen is in juli 2022 aangepast. Volgens de wet moet onze gemeenschappelijke regeling binnen twee jaar hierop worden bijgewerkt. Uiterlijk 1 juli 2024 moet de aangepaste Gemeenschappelijke regeling VNOG vastgesteld zijn. Om deze deadline te halen en de vaststellingsprocedure goed te doorlopen, moet deze nu worden gestart. Advies-besluit 1. De ontwerp Gemeenschappelijke regeling VNOG 2024 aan de colleges aan te bieden via bijgevoegde brief. 2. In de ontwerp Gemeenschappelijke regeling VNOG 2024 op te nemen dat de verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2025 wordt vastgesteld op basis van het cluster openbare orde en veiligheid, subcluster crisisbeheersing van het gemeentefonds, gecorrigeerd voor het aantal fictieve wooneenheden. Beoogd effect Tijdig een aangepaste Gemeenschappelijke regeling VNOG die voldoet aan de nieuwe wet. Argumenten 1.1. Bij de ontwerp regeling is gebruik gemaakt van een landelijk model. Het netwerk van juristen van de veiligheidsregio’s heeft een model opgesteld voor de ontwerp regeling en dit is gebruikt bij het maken van bijgevoegd ontwerp. 1.2. De ontwerp regeling is tot stand gekomen met input vanuit een aantal gemeentelijke juristen. Zij hebben meegekeken en meegeholpen bij het formuleren van de artikelen. 1.3. De ontwerp regeling is afgestemd met de GGD NOG.

Ook de GGD moet haar gemeenschappelijke regeling gaan aanpassen. Getracht is om zoveel mogelijk gelijke werkwijzen op te nemen, omdat de GGD NOG dezelfde gemeenten bedient als VNOG. Bovendien is de samenwerking tussen GGD NOG en VNOG de afgelopen tijd versterkt en gaat komende jaren nog meer versterkt worden.

Pagina 1 van 9

1.4. De ontwerp regeling bouwt voort op de bestaande regeling en sluit ook aan op de nieuwe onderdelen uit de aangepaste wet. De huidige bevoegdheden van de raden worden voortgezet in het ontwerp: − Daar waar bevoegdheden in de wet staan, komen ze uiteraard in de regeling terug, zoals het recht van zienswijze op de concept begroting, het ter kennisname ontvangen van de vastgestelde kadernota, het ter kennisname ontvangen van de voorlopige jaarstukken en het recht van zienswijze op begrotingswijzigingen waardoor de gemeentelijke bijdrage tussentijds wijzigt. We volgen daarbij de vereisten uit de wet; − Bepaalde specifiek in VNOG toegepaste bevoegdheden, worden voortgezet, namelijk het recht van zienswijze bij putting uit de Algemene Reserve. Bij bepaalde huidige bevoegdheden wordt een pragmatische kleine bijstelling toegepast ten opzichte van de oude regeling, om zaken werkbaar te houden: − De deelname van VNOG aan andere rechtspersonen: anders dan in de huidige regeling leidt een voornemen tot een nieuwe deelname niet tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling zelf (dat is nu namelijk een zeer arbeidsintensieve procedure voor zowel VNOG als gemeenten met een doorlooptijd van 12 tot 15 maanden geworden).

De inspraak van de raden op een voornemen tot deelname is wel in het artikel in de ontwerp regeling geborgd, met dezelfde zwaarte als zou het een aanpassing van de regeling zijn. Dat betekent dat de raden om een zienswijze wordt gevraagd en in het AB een tweederde meerderheid voor deelname moet beslissen. Met de gemeentelijke juristen is gesproken over de volgens de wet nieuw toe te voegen artikelen over o.a. burgerparticipatie, de mogelijkheid voor het instellen van een raadscommissie1, etc. Hiervoor zijn artikelen in de ontwerp regeling toegevoegd. Het DB is voorstander van een dergelijke raadscommissie om zo de banden met de raden verder aan te halen, mits deze een brede inhoudelijke scope gaat krijgen. In de aanbiedingsbrief is dit vermeld. 1.5. Dan halen we de diverse stappen in de wettelijke vaststellingsprocedure. De vaststellingsprocedure kent vijf stappen: 1. Ontwerp regeling Het DB stuurt een ontwerp regeling naar de colleges toe. Deze stap zetten we nu, na deze ABbehandeling. 2. Zienswijze op ontwerp De colleges leggen de ontwerp regeling aan hun raden voor. De raden geven een zienswijze op het ontwerp aan hun college. Hier staat 8 weken voor. Op verzoek van de gemeentelijk juristen wordt voor de eerste zienswijzeperiode 10 weken aangehouden. 3. Verwerking zienswijzen De colleges geven de zienswijzen aan VNOG door.

VNOG verwerkt zaken en stuurt na behandeling in DB en AB een bijgewerkte regeling daarna naar de colleges. 4. Goedkeuring raden De colleges leggen de regeling ter goedkeuring aan de raden voor. De raden hebben hiervoor 13 weken (waarbij er de mogelijkheid is om de termijn met nog eens 13 weken te verlengen).

1 Het initiatief hiertoe ligt bij de raden zelf (conform de wet), zie betreffende artikel in de ontwerp regeling. Het is nu zo in de

ontwerp regeling opgenomen dat we later, als de raden dat aangeven, een commissie kunnen instellen of wijzigen, zonder dat daarvoor weer de hele gemeenschappelijke regeling moet worden aangepast (waarvan de procedure nu 12 tot 15 maanden duurt).

Pagina 2 van 9

5. Vaststelling regeling In het AB wordt geconstateerd of voldoende colleges de regeling zijn aangegaan (dat is als de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten (15 van de 22 gemeenten), die samen tenminste tweederde van het aantal stemmen in het AB vertegenwoordigen (34 van de 50 stemmen) de regeling zijn aangegaan). De regeling wordt formeel gepubliceerd. 2.1. Dit sluit aan bij het besluit dat het AB in 2016 heeft genomen over het financiële verdeelmodel. De verdeelsleutel wordt sinds 2017 bepaald op basis van de verhoudingen in het Gemeentefonds, cluster openbare orde en veiligheid (OOV), en het subcluster brandweer en rampenbestrijding. Argumenten die hieraan ten grondslag lagen waren een objectieve maatstaf, niet beïnvloedbaar door gemeenten, een gezaghebbende bron en een invulling van het begrip solidariteit tussen gemeenten. Het genoemde subcluster zit met ingang van 2023 niet meer in het Gemeentefonds. Het cluster OOV nog wel, zij het in aangepaste vorm. Het aantal maatstaven is teruggebracht van 15 naar 8. In het cluster OOV bestaat nu een subcluster crisisbeheersing en brandweer. Het ligt niet voor de hand om de uitgangspunten voor een financiële verdeelsystematiek opnieuw vast te gaan stellen. De verdeling van de gemeentelijke bijdragen op basis van de actueel toegepaste maatstaven in het subcluster is daarom de meest voor de hand liggende keuze. 2.2.

Dit sluit aan bij de bestaande systematiek. Bij het vaststellen van het financiële verdeelmodel is afgesproken dat deze elke vier jaren wordt herijkt. De eerstvolgende reguliere herijking staat voor 2024 gepland, op dat moment was de herziening van het subcluster hoe dan ook aan de orde gekomen. De gemeentelijke bijdrage voor de begroting 2025 wordt dan volgens deze nieuwe herijking verdeeld. Dit valt samen met de inwerkingtreding van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling, het is dus een logisch moment om dit nu mee te nemen. Een herijking brengt altijd herverdeeleffecten met zich mee, omdat elke gemeente zich op een andere wijze binnen de bestaande maatstaven ontwikkelt. Bijvoorbeeld in het aantal wooneenheden. Het herverdeeleffect is nu groter vanwege een aangepast aantal maatstaven dat wordt toegepast voor de herijking. 2.3. Dit is op basis van een landelijk gehanteerd model. VNOG maakt geen eigen afweging in de maatstaven die gehanteerd worden, maar volgt de keuzes die de gemeentefondsbeheerder (het ministerie van BZK) hierin maakt. De gemeentefondsbeheerder geeft aan dat de herziene invulling van het subcluster is ingegeven door de significante ontwikkelingen in het stelsel van crisisbeheersing en brandweerzorg, met name de regionalisering van de gemeentelijke basistaken op dit gebied.

Informatie over de invulling van de subclusters is niet zonder meer uit de gemeentefondsbijdrage van het Rijk beschikbaar. Dat was bij het vaststellen van de verdeelsleutel in 2016 en 2020 ook het geval. Desgevraagd geeft BZK VNOG inzicht in de benodigde gegevens om tot een betrouwbare vaststelling van de verdeelsleutel te komen. 2.4. Met de herijking heeft het Rijk ook de bijdrage in het cluster OOV vergroot. Het totaalbedrag dat de 22 gemeenten met ingang van 2023 ontvangen in het cluster OOV is in de herijking van het gemeentefonds gestegen van 79 miljoen naar 89 miljoen. Voor alle gemeenten geldt dat de bijdrage groeit. Voor de gemeenten die volgens de nieuwe verdeelsleutel een groter aandeel in de VNOG-bijdrage tot hun rekening moeten nemen geldt dat de toename van hun gemeentefondsbijdrage groter is dan de toename in de VNOG-bijdrage. 2.5. Correctie voor het aantal fictieve wooneenheden is nog altijd actueel. Pagina 3 van 9

In de oude/huidige gemeenschappelijke regeling was opgenomen dat er bij de bepaling c.q. periodieke vierjaarlijkse herijking van de verdeelsleutel rekening wordt gehouden met de fictieve wooneenheden uit de septembercirculaire 2015. Deze wooneenheden worden in mindering gebracht bij het bepalen van de omvang van de woonruimten. Omdat het een verwijzing naar een (relatief) oude circulaire betreft deed zich de vraag voor of dit nog actueel is. Dat blijkt het geval. Op deze manier wordt (structureel) recht gedaan aan de extra compensatie die vanaf de septembercirculaire 2015 is opgenomen in het gemeentefonds en daar nog altijd onderdeel van uitmaakt. Er is geen aanleiding om deze afspraak te wijzigen. De correctie geldt met ingang van de herijkte verdeelsleutel van 2020 voor alle gemeenten. Kanttekeningen 2.1. De toepassing van andere maatstaven om tot de verdeelsleutel te komen leidt tot herverdeeleffecten. De gemeenten met het grootste nadeel moeten volgens de verdeelsleutel op basis van het nieuwe subcluster respectievelijk ca. 12%, 10% en 8% meer gaan betalen. De gemeenten met het grootste voordeel respectievelijk ca 8%, 7% en 6,5% minder. Met name voor de ‘nadeelgemeenten’ betekent dit een behoorlijke aanpassing in de begroting.

Te overwegen valt daarom om een ingroeipad af te spreken, waarin bijvoorbeeld in 2025 voor 50% de nieuwe verdeelsleutel wordt toegepast en vanaf 2026 voor 100%. 2.2. Er staat een nieuwe herijking van het gemeentefonds in de planning die in 2026 moet zijn afgerond. Het zou kunnen zijn dat de ophanden zijnde herijking van het gemeentefonds ook een volgende herziening van het subcluster crisisbeheersing en brandweer tot gevolg heeft. Om meerdere redenen ligt een nieuwe grote herziening van het subcluster echter niet voor de hand. Ten eerste is de inrichting van het cluster recent actueel gemaakt na de grote regionaliserings- en professionaliseringsslag van de afgelopen 15 jaar, zie ook argument 2.3. Hoewel de invulling van de taken van veiligheidsregio’s voortdurend in ontwikkeling is, is een stelselwijziging van dergelijke omvang niet waarschijnlijk. Ten tweede geeft de gemeentefondsbeheerder aan dat een heroverweging van het subcluster niet aan de orde is voordat er een vervolg is gegeven aan de aanbevelingen uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Eerst moet de nieuwe wet Crisisbeheersing en Brandweerzorg dus inwerkingtreden. Aangezien deze nog in de ontwerpfase verkeert en het Rijk prioriteit lijkt te geven aan andere dossiers is het maar zeer de vraag of dit voor 2026 lukt.

Er kan gekozen worden om de verdeelsleutel, die naar de oude maatstaven op basis van de gegevens van 2020 tot stand is gekomen, te blijven toepassen tot een eventuele nieuwe inrichting bekend is. Met het vasthouden aan de huidige verdeelsleutel zou de verdeling van de gemeentelijke bijdrage gebaseerd zijn op verouderde gegevens en maatstaven, ontwikkelingen in (de verdeling van) risico’s sinds 2020 worden dan niet weerspiegeld in de financiële verdeling. Ook dat heeft een impliciet herverdeeleffect gelet op de gewijzigde verdeling van de gelden binnen het subcluster over de gemeenten. Uitvoering/ communicatie/ inwerkingtreding Het tijdpad is als volgt: − Stap 1: 30 maart 2023 verzending naar colleges; 10 weken termijn start. − Stap 2: uiterlijk 8 juni 2023 zijn de zienswijzen van de raden op de ontwerp regeling bij VNOG. − Stap 3: de bijgewerkte regeling komt dan op 24 augustus 2023 in het DB en op 7 september 2023 in het AB. Op 7 september 2023 sturen we de regeling ter goedkeuring naar de raden. Pagina 4 van 9

− −

Stap 4: uiterlijk 7 december 2023 hebben de raden hun goedkeuring gegeven. Colleges geven dit door aan VNOG. Stap 5: in het DB van februari/maart 2024 wordt de stand opgemaakt. In het eerste AB van 2024 (eind maart) wordt geconstateerd of de regeling is aangegaan. Publicatie volgt daarna in april 2024.

Mocht er vertraging ontstaan (of wordt er met 13 weken verlengd), dan is er nog het AB van eind juni 2024 als uitwijkmogelijkheid. Dit is nog voor de wettelijke deadline van 1 juli 2024 dat de nieuwe regeling moet zijn vastgesteld. Rapportage/ evaluatie De wijze van evaluatie is opgenomen in de ontwerp regeling. Personele consequenties De aangepaste regeling heeft geen personele consequenties; de vaststellingsprocedure is wel een arbeidsintensief traject dat van velen binnen de gemeenten en VNOG aandacht en energie zal vragen.

Pagina 5 van 9

Financiële consequenties In onderstaande tabel is de verdeelsleutel op basis van het subcluster crisisbeheersing en brandweer genomen en toegepast op de gemeentelijke bijdrage van 2023.

Pagina 6 van 9

Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland; Bijeen in de vergadering d.d. 30 maart 2023; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. 28 maart 2023;

Besluit: 1. De ontwerp Gemeenschappelijke regeling VNOG 2024 aan de colleges aan te bieden via bijgevoegde brief. 2. In de ontwerp Gemeenschappelijke regeling VNOG 2024 op te nemen dat de verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2025 wordt vastgesteld op basis van het cluster openbare orde en veiligheid, subcluster crisisbeheersing van het gemeentefonds, gecorrigeerd voor het aantal fictieve wooneenheden.

De secretaris

De voorzitter

drs. D.G.L. Kransen

A.J.M. Heerts

Apeldoorn, 30 maart 2023

Pagina 7 van 9

Aanbiedingsbrief Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland Onderwerp: Gemeenschappelijke regeling VNOG Bijlagen 1. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling 2. Toelichting 3. AB-besluit Geacht college, Hierbij bieden wij u een ontwerp aan voor de aangepaste Gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Wij verzoeken u het ontwerp ter zienswijze door te geleiden aan uw gemeenteraad. VNOG ontvangt de zienswijze graag uiterlijk 8 juni 2023. Aanleiding De Wet gemeenschappelijke regelingen is in juli 2022 aangepast. Volgens de wet moet de gemeenschappelijke regeling VNOG binnen twee jaar hierop worden bijgewerkt en vastgesteld (dus uiterlijk 1 juli 2024). Om deze deadline te halen en de wettelijke vaststellingsprocedure goed te doorlopen, is het traject nu gestart. De vaststellingsprocedure kent diverse stappen waarbij de raden een hoofdrol spelen. De stappen in de vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure kent vijf stappen: 1. Ontwerp regeling Het DB stuurt een ontwerp regeling naar de colleges toe, om aan de raden aan te bieden. Deze stap is nu gezet. 2. Zienswijze op ontwerp De colleges leggen de ontwerp regeling aan hun raden voor. De raden geven een zienswijze op het ontwerp aan hun college.

Hier staat 8 weken voor, we rekenen op verzoek van de gemeenten met 10 weken (t/m 8 juni 2023). 3. Verwerking zienswijzen De colleges geven de zienswijzen aan VNOG door. VNOG verwerkt zaken. De bijgewerkte regeling komt in het AB (7 september) en gaat daarna ter goedkeuring naar de raden toe (13 weken termijn). 4. Goedkeuring raden De colleges leggen de regeling ter goedkeuring aan de raden voor. De raden geven aan het college goedkeuring om de regeling aan te gaan. De raden hebben hiervoor 13 weken (t/m 7 december 2023). 5. Vaststelling regeling In het DB van februari of maart 2024 wordt de balans opgemaakt. In het eerste AB daarna (en het eerste AB van het jaar, maart 2024) wordt geconstateerd of voldoende colleges de regeling zijn aangegaan. De regeling wordt vervolgens formeel gepubliceerd (april 2024). Aandachtspunten voor het ontwerp − Voor de ontwerp regeling is gebruikt gemaakt van informatie van het landelijke netwerk juristen veiligheidsregio’s. − De ontwerp regeling is tot stand gekomen met input vanuit een aantal gemeentelijke juristen. Pagina 8 van 9

− − −

De ontwerp regeling is afgestemd met de GGD NOG. Getracht is om zoveel mogelijk gelijke werkwijzen op te nemen. De huidige bevoegdheden van de raden worden één-op-één voortgezet in het ontwerp, of procedureel licht aangepast in het kader van de werkbaarheid. Het ontwerp voldoet aan de aangepaste wet.

Verbinding met raden VNOG hecht veel waarden aan een goede band met de raden en zet daar verschillende instrumenten voor in, zoals het periodieke raadsmagazine, speciale raadsevents (zoals bijv. georganiseerd in 2022 samen met de GGD in diverse sessies verspreid over de regio), toelichtingen in raadsbijeenkomsten, etc. We merken dat deze initiatieven worden gewaardeerd. Elkaar ontmoeten leidt tot het beter leren kennen van elkaar, het leren kennen van elkaars taken en uitdagingen en daarmee ook meer begrip voor elkaars dilemma’s. Wij hebben de overtuiging dat dit ons allemaal verder brengt en dat dit effectiever is dan een relatie gebaseerd op formaliteiten en het elkaar alleen maar toezenden van officiële brieven. De basis van onze relatie staat dan wel in de gemeenschappelijke regeling en de wet, maar de invulling daarvan verloopt ook via vele andere kanalen. Wij willen de bestaande initiatieven voor meer verbinding met de raden voortzetten en verder uitbreiden, aansluitend op de behoeften van de raden. Daarover gaan wij graag verder in gesprek. De aangepaste wet biedt de mogelijkheid tot het instellen van een raadscommissie, mits alle 22 raden hier voor zijn. In de ontwerp regeling is deze mogelijkheid dan ook opgenomen. Wij zijn van harte voorstander van een dergelijke commissie met een brede inhoudelijke invulling en horen graag hoe uw raad hier in staat.

Tenslotte Wij zien de zienswijze van uw raad op de ontwerp regeling met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,

drs. D.G.L. Kransen secretaris

A.J.M. Heerts voorzitter

Pagina 9 van 9

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2024 Burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn maken overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bekend dat het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland in zijn vergadering van xxx heeft vastgesteld dat de colleges van burgemeester en wethouders van … van de 22 deelnemende gemeenten (Aalten, Apeldoorn, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Lochem, Montferland, Nunspeet, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst, Winterswijk en Zutphen) tot de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland 2010 hebben besloten. Hiermee is conform artikel 44, derde lid, van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010 deze vierde wijziging tot stand gekomen. De wijziging treedt op … in werking. De gemeenschappelijke regeling inclusief wijzigingen luidt als volgt:

Hoofdstuk I Algemene Bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1.

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a.

de veiligheidsregio: het openbaar lichaam Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland b. gemeente: gemeenten als bedoeld in bijlage 1 van de Wvr, die behoren tot de regio Noorden Oost-Gelderland; c. college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente; d. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. GHOR: de GHOR, bedoeld in artikel 1 van de Wvr; f. personeel: de werknemers in dienst van de veiligheidsregio op grond van een publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; g. regionaal commandant: de commandant, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Wvr; h. directeur publieke gezondheid: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wvr; i. coördinerend functionaris: de coördinerend functionaris, bedoeld in artikel 36 van de Wvr; j. Wvr: Wet veiligheidsregio’s.

2. Waar artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de

1

burgemeester onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2 Openbaar lichaam en bestuursorganen 1. Er is een openbaar lichaam Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd in de gemeente Apeldoorn. 3. De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Hoofdstuk II Belang, taken, bevoegdheden Artikel 3 Belangen De veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten op de volgende terreinen: a. brandweerzorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b van de Wvr; b. geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing als bedoeld in artikel 1 van de Wvr; c. rampenbestrijding en crisisbeheersing als bedoeld in artikel 1 van de Wvr. en draagt bij de behartiging van deze belangen zorg voor afstemming met de taken van de gemeenten in het kader van de bevolkingszorg, bedoeld in artikel 18, eerste lid sub c. van de Wvr.

Artikel 4 Taken 1.

Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen is de veiligheidsregio belast met de taken en bevoegdheden, als bedoeld in artikel 10 van de Wvr en de overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens wet- en regelgeving aan de veiligheidsregio worden opgedragen.

2.

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen, afzonderlijk of tezamen andere taken of bevoegdheden opdragen aan het bestuur van de veiligheidsregio voor zover deze taken binnen het belang van de regeling vallen, als omschreven in artikel 3. De wijze van uitvoering van deze taken wordt in een overeenkomst tussen de veiligheidsregio en de betreffende gemeenten vastgelegd.

Hoofdstuk III Het algemeen bestuur Artikel 5 Bevoegdheden 1.

Het algemeen bestuur kan besluiten tot oprichting van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het algemeen bestuur kan slechts daartoe besluiten indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

2.

Het voorstel tot deelneming is aangenomen wanneer het algemeen bestuur met meerderheid van ten minste twee derde van de leden van het algemeen bestuur die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen daartoe besluit.

3.

De veiligheidsregio houdt een openbaar register van deelnemingen bij.

2

4.

Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet De bevoegdheden, als bedoeld in artikel 33a, tweede lid, van de wet kunnen in ieder geval niet worden overgedragen.

Artikel 6 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten. 2. Bij verhindering of ontstentenis kan een burgemeester zich laten vervangen overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet.

Artikel 7 Werkwijze en ondertekening stukken 1.

Het algemeen bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel indien tenminste één vijfde deel van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat dit schriftelijk, met opgave van redenen, verzoekt.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 12, eerste en tweede lid, en artikel 13 van de Wvr worden in ieder geval de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd bij de vergaderingen aanwezig te zijn. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van te behandelen onderwerpen. Zij kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, maar hebben geen stemrecht.

3.

De stukken die uitgaan van het algemeen bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

Artikel 8 Besluitvorming 1.

Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

2.

Er is sprake van een gewogen stemverhouding. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats volgende de volgende stemverdeling:

3.

a.

gemeenten beneden 20.000 inwoners: 1 stem;

b.

gemeenten met 20.000 tot 40.000 inwoners : 2 stemmen;

c.

gemeenten met 40.000 tot 60.000 inwoners: 3 stemmen;

d.

gemeenten met 60.000 tot 80.000 inwoners: 4 stemmen;

e.

gemeenten met 80.000 tot 100.000 inwoners: 5 stemmen;

f.

gemeenten met 100.000 of meer inwoners: 6 stemmen.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt het aantal inwoners van een gemeente vastgesteld op de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte definitieve bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het nieuwe vergaderjaar.

Artikel 9 Reglement van orde Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

Artikel 10 Zienswijzen

3

1. Voorafgaand aan het te nemen van een besluit van het algemeen bestuur worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het een van de volgende besluiten betreft: a. het Regionaal beleidsplan; b. het vaststellen van een evaluatierapport als bedoeld in artikel 34; c. een wijziging van de vastgestelde begroting voor zover het wijzigingen betreft die voor de gemeenten niet budgettair neutraal zijn, zowel voor wat betreft de exploitatie-uitgaven als de investeringen; d. een putting uit de Algemene Reserve van de veiligheidsregio. 2. Het dagelijks bestuur biedt de raden de termijn van minimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze. Als het een wijziging van de vastgestelde begroting betreft, zoals in het eerste lid onder c., dan geldt een gelijke termijn als voor het vaststellen van de begroting zoals genoemd in de wet. 3. Tegelijkertijd met de toezending van het definitieve bestuursvoorstel stelt het dagelijks bestuur de raden van de gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Artikel 11 Participatie Aan artikel 10, zevende lid, van de Wet betreffende de mogelijkheid om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid wordt in ieder geval toepassing gegeven op de volgende wijzen: a. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het dagelijks bestuur; b. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn; c. het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten ter inzage, in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd.

Hoofdstuk IV Het dagelijks bestuur Artikel 12 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, en vijf leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur met uitzondering van de voorzitter, worden door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen waarbij rekening wordt gehouden met zowel een evenwichtige geografische afvaardiging vanuit de deelnemende gemeenten als de inhoudelijke betrokkenheid bij een toe te wijzen portefeuille. 3. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af op de dag dat hij ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. Artikel 13 Werkwijze en ondertekening stukken 1.

Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tien keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt.

2.

In de vergadering van het dagelijks bestuur heeft elk lid één stem.

4

3.

De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 58 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

4. .

De leden van het dagelijks bestuur bepalen gezamenlijk de onderlinge taakverdeling en werkwijze.

5.

In ieder geval worden de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van de te behandelen onderwerpen. Zij kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, maar hebben geen stemrecht

6.

De stukken die uitgaan van het dagelijks bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

Artikel 14 Bevoegdheden 1.

Het dagelijks bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit als bedoeld in artikel 33b van de wet.

2.

Voorts is het dagelijks bestuur belast met: a.

het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio en de gemeenten bij andere o verheden en andere instellingen, diensten of personen waarmee contact voor de v eiligheidsregio van belang is;

b.

de coördinatie van de werkzaamheden van de territoriale afstemmingsoverleggen, bedoeld in de artikelen 14, en van de adviescommissies, bedoeld in artikel 24 van de wet;

c.

het regelen van de vervanging van de algemeen directeur;

d.

het vaststellen van een instructie voor de secretaris;

e.

het vaststellen van een reglement van orde voor de eigen vergaderingen;

f.

het vaststellen van de rechtspositieregelingen voor het personeel;

g.

de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de veiligheidsregio;

h.

de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

i.

het houden van toezicht op alles wat de veiligheidsregio aangaat;

j.

de zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen.

Hoofdstuk V De voorzitter Artikel 15 De voorzitter 1.

De voorzitter van het bestuur wordt bij Koninklijk Besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen.

2.

Het algemeen bestuur wijst een of meer van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

3.

De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd.

5

Hoofdstuk VI Commissies Artikel 16 Commissies van advies 1.

Het algemeen bestuur kan vaste commissie van advies instellen overeenkomstig artikel 24, eerste en tweede lid, van de wet.

2.

Het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen andere commissies van advies instellen overeenkomstig artikel 24, derde lid, van de wet.

Artikel 17 Gemeenschappelijke adviescommissie Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in, overeenkomstig artikel 24a van de wet. Deze commissie kan het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling voorbereiden of de raden van advies kan voorzien.

Hoofdstuk VII Inlichtingen en verantwoording Artikel 18 Algemeen bestuur, dagelijks bestuur, voorzitter – colleges en raden gemeenten 1.

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.

2.

Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten minste door: a. b.

het beschikbaar stellen aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid.

3.

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.

4.

Een lid van het algemeen bestuur geeft het college en de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die organen gevraagde inlichtingen. De inlichtingen kunnen schriftelijk of mondeling worden gegeven.

5.

Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad en het college van zijn gemeente over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

6.

Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

Artikel 19 Inlichtingen aan Minister en Provincie 1.

Het dagelijks bestuur dient Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad.

2.

Het dagelijks bestuur doet mededeling van het verzoek en de inhoud daarvan aan de gemeenten.

6

Hoofdstuk VIII Vergoedingen Artikel 20 Tegemoetkoming in de kosten Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de wet, nadere regels vaststellen betreffende het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten, die de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur maken in de uitoefening van hun functie.

Hoofdstuk IX De algemeen directeur Artikel 21 Algemeen directeur 1.

De algemeen directeur staat als secretaris het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de uitoefening van hun taken.

2.

De bepalingen van de Gemeentewet betreffende de secretaris zijn zo veel mogelijk van toepassing op de algemeen directeur.

3.

De algemeen directeur vervult tevens de functie van commandant brandweer.

Hoofdstuk X Archiefbepalingen Artikel 22 Archief 1.

Het dagelijks bestuur is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.

2.

Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen, overeenkomstig een door het algemeen bestuur vastgestelde verordening. Deze verordening bevat in elk geval voorschriften voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de veiligheidsregio die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Deze verordening wordt door het algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten medegedeeld.

3.

De secretaris van het dagelijks bestuur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid overeenkomstig de vastgestelde verordening.

4.

Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 en 13 Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan.

5.

De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de verordening als bedoeld in het tweede lid toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen, voor zover de archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

6.

De archivaris brengt tweejaarlijks verslag uit aan het dagelijks bestuur over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

7.

Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hem opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.

7

8.

Bij opheffing van de veiligheidsregio of organisatieonderdelen daarvan worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.

Hoofdstuk XI Financiële bepalingen Artikel 23 Administratie en controle Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle op het financiële beheer, met inachtneming van de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet, voor zover daarvan bij of krachtens de wet niet is afgeweken.

Artikel 24 Begroting 1.

De begroting geeft inzicht in de door elke gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage.

2.

De gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks voor de 16e van elke maand één twaalfde (1/12) van de verschuldigde bijdrage.

3.

Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage geldt de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/subcluster crisisbeheersing en brandweer.

4.

De verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/subcluster crisisbeheersing en brandweer wordt één maal per vier jaar vastgesteld op basis van de laatste septembercirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geldt als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen in de volgende vier jaren. Bij de herijking wordt de toename van de fictieve wooneenheden uit de septembercirculaire 2015 in mindering gebracht bij het bepalen van de omvang van de woonruimten.

5.

Als de verhouding per gemeente, zoals vastgesteld op grond van het vierde lid van dit artikel, in enig jaar als gevolg van wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde en veiligheid/subcluster crisisbeheersing en brandweer in het gemeentefonds meer dan 5% afwijkt, dan zal de verhouding opnieuw worden vastgesteld; de nieuwe verhouding zal gelden met ingang van het jaar dat de wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde van kracht zijn.

6.

De verdeelsleutel geldt niet voor de gemeentelijke bijdragen voor de kosten van onderwerpen waarvoor dit door het algemeen bestuur is vastgesteld. Deze kosten worden per betreffende gemeente berekend en per betreffende gemeente in rekening gebracht.

Artikel 25 Financiële middelen 1.

De gemeenten zullen er steeds voor zorgdragen dat de veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om tijdig aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen

2.

Indien het algemeen bestuur constateert dat de raad van een gemeente weigert de uitgaven voor de veiligheidsregio op de gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van het bepaalde in de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

8

Hoofdstuk XII Gebruik eigendommen en verplichtingen Artikel 26 Gebruik roerende en onroerende zaken in eigendom bij gemeenten 1.

De veiligheidsregio maakt bij de uitoefening van de taken gebruik van de roerende en onroerende zaken, die in eigendom toebehoren aan ieder van de gemeenten en klaarblijkelijk zijn bestemd voor de uitoefening van de taken van de veiligheidsregio.

2.

De gemeenten dragen zorg voor instandhouding van de roerende en onroerende zaken als bedoeld in eerste lid, zodanig dat de veiligheidsregio hiervan ten behoeve van haar taken gebruik kan maken. De veiligheidsregio zal zich redelijkerwijze als een verantwoord gebruiker gedragen.

3.

Over de toepassing van het eerste en tweede lid worden nadere afspraken gemaakt tussen de gemeenten en de veiligheidsregio.

Artikel 27 Verplichtingen van de colleges De colleges stellen, met inachtneming van de gemaakte afspraken bedoeld in artikel 26, voor de uitvoering van de brandweerzorg kosteloos de volgende faciliteiten en informatie ter beschikking aan de veiligheidsregio: a.

bereikbare en bruikbare blusvoorzieningen;

b.

toegang tot geografische en bouwkundige informatie;

c.

informatie over wegomleggingen en afsluitingen en dergelijke;

d.

informatie over relevante vergunningen en ontheffingen;

e.

voor de veiligheidsregio relevante informatie voortvloeiende uit handhaving en toezicht door de gemeenten;

f.

alle overige informatie, die redelijkerwijs nodig is om de opgedragen taken te kunnen vervullen.

Hoofdstuk XIII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 28 Toetreding 1.

Toetreding tot en uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wvr.

2.

De toetreding door colleges van andere gemeenten kan plaatsvinden wanneer in de vergadering van het algemeen bestuur blijkt, dat ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, daarmee instemmen.

3.

Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding. Aan de toetreding kunnen voorwaarden worden verbonden.

4.

De toetreding gaat in op dezelfde dag als die waarop de voor de toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden.

Artikel 29 Uittreding

9

1.

Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges.

2.

Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de VNOG. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de VNOG. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: a.

de uittredende gemeente draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en de overige gemeenten ondervinden geen financieel nadeel van de uittreding;

b.

de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden;

c.

in het voorstel voor de gevolgen van de voorgenomen uittreding worden de volgende kostensoorten onderscheiden: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • aandeel in de reserves en voorzieningen.

3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar 4. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. Voor het tot stand komen van een besluit hierover is de meerderheid vereist van ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.

Artikel 30 Wijziging 1.

Zowel het dagelijks bestuur als een college kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

2.

Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges.

3.

Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, tot deze wijziging hebben besloten.

4.

In aansluiting op het bepaalde in het derde lid bepaalt het algemeen bestuur de datum van inwerkingtreding van de wijziging.

5.

Het dagelijks bestuur stelt de colleges en de raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.

Artikel 31 Opheffing 1.

De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven indien dit door een wijziging van artikel 8 jo. artikel 9 Wvr mogelijk wordt. Indien de Wvr niet tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling verplicht maar opheffing wel mogelijk maakt en opheffing wenselijk is, wordt een besluit tot opheffing van

10

deze gemeenschappelijke regeling niet genomen voordat de colleges van tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, daarmee hebben ingestemd. 2.

Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

3.

Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.

4.

Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.

5.

Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio.

6.

Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.

Artikel 32 Geschillenregeling Bij geschillen zal de geschillenregeling in artikel 28 van de wet gevolgd worden.

Hoofdstuk XIV Overgangs- en slotbepalingen Artikel 33 Werkingsduur Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 34 Evaluatie 1.

Tenminste eenmaal per vier jaar vindt een evaluatie van deze regeling plaats. Deze evaluatie vindt als voorbereiding op een nieuw regionaal beleidsplan plaats.

2.

De evaluatie richt zich op de inhoud van de regeling zelf en op de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen.

Artikel 35 Inwerkingtreding De wijziging van de regeling treedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 van de wet in werking. Artikel 36 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens deze regeling die golden op het moment van eerdere wijzigingen van deze regeling en waarvoor de wijzigingen overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze regeling.

Artikel 37 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland 2024’.

11

Bestaande tekst Te vervallen cursief HOOFDSTUK I Algemene Bepalingen

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Dit betreft een technische aanpassing

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland, bedoeld in artikel 9 van de Wvr; b. gemeente: een gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders deelneemt aan deze regeling; c. college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente; d. raad: de raad van een gemeente;

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, bedoeld in artikel 9 van de Wvr; b. gemeente: gemeenten als bedoeld in bijlage 1 van de Wet veiligheidsregio’s, die behoren tot de regio Noord- en Oost-Gelderland c. college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente; d. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. GHOR: de GHOR, bedoeld in artikel 1 van de Wvr; f. personeel: de werknemers in dienst van de veiligheidsregio op grond van een publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; g. regionaal commandant: de commandant, bedoeld in artikel 25, derde lid van de Wet veiligheidsregio’s;

e. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. GHOR: de GHOR, bedoeld in artikel 1 van de Wvr;

g. personeel: de werknemers in dienst van de veiligheidsregio op grond van een publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;

Pagina 1 van 31

Met opmerkingen [FS1]: Op het eerste oog lijken de teksten onder a en b gelijk

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

h. regionaal commandant: de commandant, bedoeld in artikel 25, derde lid van de Wet veiligheidsregio’s; i. directeur publieke gezondheid: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wvr; j. coördinerend functionaris: de coördinerend functionaris, bedoeld in artikel 36 van de Wvr; k. Wvr: Wet veiligheidsregio’s.

h. directeur publieke gezondheid: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wvr; i. coördinerend functionaris: de coördinerend functionaris, bedoeld in artikel 36 van de Wvr; j. Wvr: Wet veiligheidsregio’s.

2. Waar artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2 Openbaar lichaam Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 9 van de Wvr, genaamd ‘Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland’, gevestigd en kantoorhoudende te Apeldoorn.

2. Waar artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2 Openbaar Lichaam en bestuursorganen 1. Er is een openbaar lichaam Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd in de gemeente Apeldoorn 3. De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Pagina 2 van 31

Ter verduidelijking is toegevoegd dat de veiligheidsregio drie bestuursorganen kent; het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Bestaande tekst Nieuwe tekst Te vervallen cursief Te wijzigen vet HOOFDSTUK II Belang, taken, bevoegdheden

Toelichting

Artikel 3 Belangen De veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van de brandweerzorg, de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, en de geneeskundige hulpverlening, zoals neergelegd in artikel 2 van de Wvr en draagt bij de behartiging van deze belangen zorg voor afstemming met de taken van de gemeenten in het kader van de bevolkingszorg, bedoeld in artikel 18, eerste lid sub c. van de Wvr.

Dit betreft een herformulering, geen inhoudelijke wijziging.

Artikel 3 Belangen De veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten op de volgende terreinen: a. brandweerzorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b van de Wvr; b. geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing als bedoeld in artikel 1 van de Wvr; c. rampenbestrijding en crisisbeheersing als bedoeld in artikel 1 Wvr;,

en draagt bij de behartiging van deze belangen zorg voor afstemming met de taken van de gemeenten in het kader van de bevolkingszorg, bedoeld in artikel 18, eerste lid sub c. van de Wvr. Artikel 4 Taken Artikel 4 Taken De veiligheidsregio draagt zorg voor de wettelijke 1. De veiligheidsregio draagt zorg voor de taken, zoals genoemd in artikel 10 van de Wvr. wettelijke taken en bevoegdheden, zoals De veiligheidsregio kan andere taken dan bedoeld genoemd in artikel 10 van de Wvr en de overige in het eerste lid, uitoefenen voor of diensten taken en bevoegdheden die bij of krachtens verlenen wet- en regelgeving aan de veiligheidsregio aan één of meer gemeenten, indien deze daarom worden opgedragen. verzoekt of verzoeken en het algemeen bestuur daartoe besluit.

Pagina 3 van 31

Aan dit artikel is toegevoegd dat er ook overige taken en bevoegdheden bij of krachtens wet- en regelgeving aan de veiligheidsregio kunnen worden opgedragen. Het tweede lid betreft een herformulering van de tweede volzin uit het oorspronkelijke artikel 4 en beoogt geen inhoudelijke wijziging.

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

2. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen, afzonderlijk of tezamen andere taken of bevoegdheden opdragen aan het bestuur van de veiligheidsregio voorover deze taken binnen het belang van de regeling vallen, als omschreven in artikel 4. De wijze van uitvoering van deze taken wordt in een overeenkomst tussen de veiligheidsregio en de betreffende gemeenten vastgelegd.

Hoofdstuk III Het algemeen bestuur Artikel 5 Bevoegdheden 1. De veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio in artikel 4, eerste lid, opgedragen taken.

2. De veiligheidsregio is op grond van een besluit daartoe van het algemeen bestuur,

Artikel 5 Bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot oprichting van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het algemeen bestuur kan slechts daartoe besluiten indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 2. Het voorstel tot deelneming is aangenomen wanneer het algemeen bestuur Pagina 4 van 31

Met deze gewijzigde bepalingen is het mogelijk dat VNOG zich aansluit bij privaatrechtelijke rechtspersonen, zonder dat daarvoor de GR gewijzigd hoeft te worden. Dat is namelijk sinds het wijzigen van de wet een bijzonder arbeidsintensieve procedure geworden, voor zowel VNOG als gemeenten. De gemeenteraden behouden wel hun stem in de besluitvorming over een deelneming en met het noodzakelijk stellen van een gekwalificeerde meerderheid is het besluit in gewicht vergelijkbaar als een wijziging van de GR. Ook houdt VNOG een openbaar register van deelnemingen bij ten behoeve van de transparantie hierover en het overzicht van stakeholders in de deelnemingen.

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

bevoegd om deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet, voor zover zij daar reeds deelnemer van is op de dag van inwerkintreding van de eerste wijziging van deze regeling. 3. [vervallen]

met meerderheid van ten minste twee derde van de leden van het algemeen bestuur die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen daartoe besluit. 3. De veiligheidsregio houdt een openbaar register van deelnemingen bij. 4. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet De bevoegdheden, als bedoeld in artikel 33a, tweede lid, van de Wet kunnen in ieder geval niet worden overgedragen.

Artikel 5a Deelnemingen De veiligheidsregio sluit zich aan bij: a. de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s die door de 25 veiligheidsregio’s wordt opgericht om namens de besturen van de veiligheidsregio’s afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s; b. de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s, die door de 25 veiligheidsregio's wordt opgericht en ten behoeve van de besturen van de veiligheidsregio’s activiteiten uitvoert op het thema risicobeheer, waaronder in ieder geval het adviseren rondom ongevallen en schade en het bemiddelen met betrekking tot verzekeringen, in

Zie toelichting bij artikel 5.

Pagina 5 van 31

Bestaande tekst Te vervallen cursief ieder geval ongevallenverzekeringen, en het inkopen ervan; c. de stichting waarborgfonds veiligheidsregio’s, die door de 25 veiligheidsregio's wordt opgericht en de besturen van de veiligheidsregio’s op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade mogelijkheden biedt tot het opvangen van nietverzekerbare risico’s. Artikel 6 Samenstelling Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten.

Artikel 7 Werkwijze en ondertekening stukken 1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel indien tenminste één vijfde deel van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat dit schriftelijk, met opgave van redenen, verzoekt. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 12, tweede lid, van de Wvr worden in ieder geval de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd bij de vergaderingen aanwezig te zijn. In de

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

Artikel 6 Samenstelling Ter verduidelijking is toegevoegd dat de 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeester zich kan laten vervangen, in lijn burgemeesters van de gemeenten. met artikel 77 Gemeentewet. 2. Bij verhindering of ontstentenis kan een burgemeester zich laten vervangen overeenkomstig artikel 77 Gemeentewet. Artikel 7 Werkwijze en ondertekening stukken In artikel 12 en 13 Wvr is aangegeven welke 1. Het algemeen bestuur vergadert functionarissen uitgenodigd worden om deel te tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls nemen aan de vergaderingen van het algemeen als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig bestuur. In de nieuwe tekst is hierbij aangesloten. oordeelt, dan wel indien tenminste één vijfde deel van het aantal leden waaruit het algemeen Ter verduidelijking is opgenomen dat genoemde bestuur bestaat dit schriftelijk, met opgave van personen geen stemrecht hebben maar wel redenen, verzoekt. kunnen deelnemen aan de beraadslagingen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 12, eerste en tweede lid, en artikel 13 van de Wvr worden in ieder geval de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd bij de vergaderingen aanwezig te Pagina 6 van 31

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van te behandelen onderwerpen.

zijn. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van te behandelen onderwerpen. Zij kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, maar hebben geen stemrecht.

3. De stukken die uitgaan van het algemeen bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend. Artikel 8 Besluitvorming 1. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 2. Er is sprake van een gewogen stemverhouding. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats volgende de volgende stemverdeling: a. gemeenten beneden 20.000 inwoners: 1 stem; b. gemeenten met 20.000 tot 40.000 inwoners : 2 stemmen; c. gemeenten met 40.000 tot 60.000 inwoners: 3 stemmen; d. gemeenten met 60.000 tot 80.000 inwoners: 4 stemmen; e. gemeenten met 80.000 tot 100.000 inwoners: 5 stemmen; f. gemeenten met 100.000 of meer inwoners: 6 stemmen.

3. De stukken die uitgaan van het algemeen bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend. Artikel 8 Besluitvorming 1. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 2. Er is sprake van een gewogen stemverhouding. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats volgende de volgende stemverdeling: a. gemeenten beneden 20.000 inwoners: 1 stem; b. gemeenten met 20.000 tot 40.000 inwoners : 2 stemmen; c. gemeenten met 40.000 tot 60.000 inwoners: 3 stemmen; d. gemeenten met 60.000 tot 80.000 inwoners: 4 stemmen; e. gemeenten met 80.000 tot 100.000 inwoners: 5 stemmen; f. gemeenten met 100.000 of meer inwoners: 6 stemmen. Pagina 7 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=40a9b7d6-4bcc-4198-a7c4-db07b74f3aa7