CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Waterfront-Zuid Kop Stadswerven_Bijlagen Toelichting

Commissie Stad & Omgeving 23 augustus 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Waterfront-Zuid - Kop-Stadswerven25.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Totaal

Camping

40

0,4 per standplaats

16

Parkeerterrein

960

5 ritten per parkeerplek

4800

of activiteit

TOTAAL

4816

Bovenstaande laat zien dat het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie 4816 bewegingen per dag be­ draagt. Deze gegevens zijn ingevoerd in de Aerius calculator.

De verkeersontsluiting is gemodelleerd tot de N382. Dit resulteert in een NOX uitstoot in de huidige situatie door het wegverkeer van 327,8 per jaar.

Rapportage Stikstofdepositie Waterfront fase 3 te Harderwijk | 194320 | 25 februari 2020

BK bouw- & milieuadvies pagina 9 van 10

4

Conclusie

In de vorige hoofdstukken is een analyse uitgevoerd naar de stikstofanalyse. Hieruit blijkt dat de NOX uitstoot in de toekomstige gebruiksfase 291,4 kg bedraagt en er 53,7 kg NOx wordt uitgestoten tijdens de bouwfase (per jaar). Als gekeken wordt naar de interne saldering door het huidige gebruik, blijkt dat er geen sprake is van reken­ resultaten boven de 0,00 mol/h/j.

Aanleg- gebruiksfase De Aerius calculator laat zien dat alleen in de gebruiksfase (zonder intern salderen) sprake is van stikstofdepositie op het Natura-2000 gebied de Veluwe. In de aanlegfase is er geen sprake van stikstofdepositie.

Als de gebruiksfase wordt doorgerekend zonder saldering, bedraagt de stikstofdepositie maximaal 0,02 mol/ha/j.

Concluderend is te stellen, dat voor dit project onder de geldende wet- en regelgeving interne saldering noodza­ kelijk is voor de gebruiksfase. Om deze reden is in het kader van de Wet natuurbescherming een vergunning noodzakelijk.

Rapportage Stikstofdepositie Waterfront fase 3 te Harderwijk | 194320 | 25 februari 2020

BK bouw- & milieuadvies pagina 10 van 10 Rijksoverheid

R

Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten Aan (Se hand van ondeouand Mappen plan kunt u vastscellen of u vcfgunninfpIkKclf bent onder de Wet natuurbcachenning en welke kftsmimenMti u kunt iuencn om voor een nacuurrergunnlngln aanmerking te komen.

Stapi.

AERĪ US' berekening itiliitoWtpofitia op Natura aooo alt gavolg van projea

soiooinol/ha/lr

^

1 » 0,00 moVbk/K

Stap 2.

Stap 3.

Stap 4.

'

Stap 5.

' Vcffunning v«r1e«nba»r

Rapportage Stikstofdepositie Waterfront fase 3 te Harderwijk | 194320 | 25 februari 2020

AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie i ^ Kenmerken Samenvatting emissies ^

Depositieresultaten

^ Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RqhgyGkGrA3T (27 februari 2020) pagina 1/6

Resultaten

AERIUSn CALCULATOR Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Harderwijk

Postbus 149, 3840 AC Harderwijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Waterfront - bouwfase - STAGE IV

RqhgyGkGrA3T

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

27 februari 2020, 09:53

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

53,71 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Waterfront

Situatie 1

RqhgyGkGrA3T (27 februari 2020) pagina 2/6

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Locatie Situatie 1

Emissie

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Situatie 1 Bouwblok Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Resultaten

Situatie 1

49,93 kg/j

Bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

3,59 kg/j

Bouwverkeer - stagnatie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RqhgyGkGrA3T (27 februari 2020) pagina 3/6

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Resultaten

NOx

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

STAGE IV, 130 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Heistelling

STAGE IV, 130 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Bouwblok 171020, 485207 49,93 kg/j

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

3.600

NOx

4,35 kg/j

Bouwkraan

14.400

NOx

17,42 kg/j

STAGE IV, 130 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Graafmachine

5.760

NOx

6,97 kg/j

STAGE IV, 130 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Hoogwerker

3.600

NOx

4,35 kg/j

STAGE IV, 130 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Shovel

3.840

NOx

4,64 kg/j

STAGE IV, 130 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Betonpomp

2.400

NOx

2,90 kg/j

STAGE IV, 130 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Overige machines (worst-case)

7.680

NOx

9,29 kg/j

Situatie 1

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

RqhgyGkGrA3T (27 februari 2020) pagina 4/6

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

1.200,0 / jaar NOx NH3

3,17 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

2.000,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bouwverkeer 171310, 484980 3,59 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Bouwverkeer - stagnatie 171039, 485164 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

300,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RqhgyGkGrA3T (27 februari 2020) pagina 5/6

AERIUSB CALCULATOR

Disclaimer

Rekenbasis

Resultaten

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS

versie 20l9A_202002ll_3b24C29C22

Database

versie 20l9A_20200226_89548bll8c

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RqhgyGkGrA3T (27 februari 2020) pagina 6/6

AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Oude situatie en Nieuwe situatie ^ Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten ^ Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 1/12

Resultaten

AERIUSn CALCULATOR Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Harderwijk

Postbus 149, 3840 AC Harderwijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Waterfront - gebruiksfase interne saldering - compleet

RWVtoiKgEhCE

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

27 januari 2020, 23:00

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

327,88 kg/j

291,42 kg/j

-36,46 kg/j

NH3

19,86 kg/j

14,49 kg/j

-5,37 kg/j

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Waterfront

Resultaten

Oude situatie Nieuwe situatie

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 2/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Locatie Oude situatie

Emissie

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Wegverkeer camping Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Wegverkeer - parkeerterrein Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

19,80 kg/j

326,94 kg/j

Oude situatie

Resultaten

Oude situatie Nieuwe situatie

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 3/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Locatie Nieuwe situatie

Emissie

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Nieuwe situatie Pleziervaartuigen Scheepvaart | Binnenvaart: Vaarroute

Resultaten

Oude situatie Nieuwe situatie

52,26 kg/j

Ontsluiting Kop Stadswerven Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

4,04 kg/j

66,74 kg/j

Ontsluiting Fase 3 - deel 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

2,74 kg/j

45,29 kg/j

Ontsluiting Fase 3 - deel 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

15,69 kg/j

Ontsluiting fase 3 - Deel 3 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

6,51 kg/j

Ontsluiting fase 3 - deel 4 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

3,76 kg/j

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 4/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Bron Sector

Resultaten

Oude situatie Nieuwe situatie

Emissie NH3

Emissie NOx

Ontsluiting fase 3 - deel 5 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

s 1 kg/j

8,57 kg/j

Ontsluiting fase 3 - deel 6 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

3,47 kg/j

57,36 kg/j

Ontsluiting fase 3 - deel 7 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

2,13 kg/j

35,24 kg/j

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 5/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Veluwe

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

0,00

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Oude situatie Nieuwe situatie

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 6/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Resultaten per habitattype

Veluwe Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

(mol/ha/j) voor de io stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

ZGLg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,01

0 ,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,01

0 ,00

H2330 Zandverstuivingen

0,01

0,01

0 ,00

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,01

0 ,00

Lg09 Droog struisgrasland

0,01

0,01

0 ,00

L4030 Droge heiden

0,01

0,01

0 ,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,01

0 ,00

ZGL4030 Droge heiden

0,01

0,01

0 ,00

ZGH4030 Droge heiden

0,01

0,01

0 ,00

ZGLg09 Droog struisgrasland

0,01

0,01

0 ,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,01

0 ,00

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,00

0 ,00

H9190 Oude eikenbossen

0,01

0,00

0 ,00

ZGLg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,00

0 ,00

*

Resultaten

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Oude situatie Nieuwe situatie

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 7/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Oude situatie

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Standaard

Licht verkeer

16,0 / etmaal

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Wegverkeer camping 171302, 485049 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Oude situatie Nieuwe situatie

NOx NH3

Emissie

< 1 kg/j < 1 kg/j

Wegverkeer - parkeerterrein 171269, 484938 326,94 kg/j 19,80 kg/j

Aantal voertuigen Stof

4.800,0 / etmaal

NOx NH3

Emissie

326,94 kg/j 19,80 kg/j

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 8/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Emissie (per bron)

Pleziervaartuigen 170878,485292 CEMT_I 52,26 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Nieuwe situatie

Type vaarweg NOx

Scheepstype

Omschrijving

Vaarbeweging (A -> B)

Percentage geladen

Vaarbeweging (B -> A)

Percentage Stof geladen

M0

pleziervaartuigen

1.600 / jaar

0%

1.600 / jaar

o%

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Standaard

Licht verkeer

894,0 / etmaal

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

NOx NH3

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Standaard

Licht verkeer

966,0 / etmaal

Nieuwe situatie

Emissie

66,74 kg/j 4,04 kg/j

Ontsluiting Fase 3 - deel 1 171131, 485502 45,29 kg/j 2,74 kg/j

Soort

Oude situatie

52,26 kg/j

Ontsluiting Kop Stadswerven 171111, 485418 66,74 kg/j 4,04 kg/j

Soort

Naam

NOx

Emissie

NOx NH3

Emissie

45,29 kg/j 2,74 kg/j

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 9/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Aantal voertuigen Stof

1.074,0 / etmaal

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

NOx NH3

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Standaard

Licht verkeer

762,0 / etmaal

Locatie (X,Y) NOx NH3

NOx NH3

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Standaard

Licht verkeer

762,0 / etmaal

Nieuwe situatie

15,69 kg/j < 1 kg/j

Emissie

6,51 kg/j < 1 kg/j

Ontsluiting fase 3 - deel 4 171355, 485310 3,76 kg/j < 1 kg/j

Soort

Oude situatie

Emissie

Ontsluiting fase 3 - Deel 3 171276, 485386 6,51 kg/j < 1 kg/j

Soort

Naam

Resultaten

Ontsluiting Fase 3 - deel 2 171261, 485410 15,69 kg/j < 1 kg/j

NOx NH3

Emissie

3,76 kg/j < 1 kg/j

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 10/12

Resultaten

AERIUSB CALCULATOR

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Standaard

Licht verkeer

432,0 / etmaal

Naam Locatie (X,Y) NOx nh3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

NOx NH3

NOx NH3

NOx NH3

Emissie

57,36 kg/j 3,47 kg/j

Ontsluiting fase 3 - deel 7 171345, 485O21 35,24 kg/j 2,13 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Standaard

Licht verkeer

750,0 / etmaal

Nieuwe situatie

8,57 kg/j < 1 kg/j

Ontsluiting fase 3 - deel 6 171298, 484974 57,36 kg/j 3,47 kg/j

1.008,0 / etmaal

Locatie (X,Y)

Oude situatie

Emissie

Aantal voertuigen Stof

Naam

Resultaten

Ontsluiting fase 3 - deel 5 171448, 485112 8,57 kg/j < 1 kg/j

NOx NH3

Emissie

35,24 kg/j 2,13 kg/j

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 11/12

AERIUSB CALCULATOR

Disclaimer

Rekenbasis

Resultaten

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS

versie 20l9A_20200ll3_49aab7f583

Database

versie 49aab7f583

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Oude situatie Nieuwe situatie

RWVtoiKgEhCE (27 januari 2020) pagina 12/12

bestemmingsplan Waterfront-ZuidKop Stadswerven

Bijlage 2 Quickscan Soortbescherming

58

Viridis Onderzoeksbureau voor natuur en landschep

Quickscan Wet natuurbescherming

Waterfront fase II Kop Stadswerven

In opdracht van: Gemeente Harderwijk Projectnummer: 2021-089

© 2021 Ecologisch Adviesbureau Viridis bv, Culemborg Ecologisch Adviesbureau Viridis bv Randweg 30 4104 AC Culemborg T

0345 753 275

E

info@bureau-viridis.nl

W

www.bureau-viridis.nl

KvK

110 557 87

Btwnr

NL 820598215B01

IBAN

NL46 TRIO 0198 4486 00

Tekst: Veldonderzoek: Foto's: Foto voorblad:

Plangebied Kop Stadswerven

Projectnummer:

2021-089

Wijze van citeren:

2021. Quickscan Wet natuurbe­ scherming Waterfront fase II Kop Stadswer­ ven. Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg, PRNR-2021-089.

In opdracht van:

Gemeente Harderwijk

Contactpersoon: Datum: Ondertekening: Paraaf: Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hier­ boven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, fotokopie of andere wijze zonder schrífte­ lijke toestemming van de opdrachtgever en Ecologisch Adviesbureau Viridis bv, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecologisch Adviesbureau Viridis is niet aansprakelijk voor vervolg­ schade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resul­ taten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde be­ grenzingen of andere gegevens verkregen van Ecologisch Adviesbureau Viridis. De opdrachtgever vrijwaart Ecologisch Adviesbureau Viridis voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezig­ heid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of beves­ tigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurispruden­ tie onderhevig. Ecologisch Adviesbureau Viridis is mede om die rede­ nen lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwa­ liteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbu­ reaus.

Hierdoor zijn wij zo goed mogelijk op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ecologisch deskundigen, waarborgen wij onze onderzoekskwaliteit. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie.

ínhoud

1.

2.

3.

4.

Aanleiding................................................................3

4.2.

Algemene broedvogels..........................................12

4.3.

Ontheffing 2013 ....................................................... 13

1.1.

Situatie.................................................................................3

1.2.

Beschrijving van het plangebied....................... 3

1.3.

Probleemstelling...........................................................3

5.1.

Beantwoording onderzoeksvragen ............ 14

1.4.

Geldigheid onderzoek...............................................3

5.2.

Conclusie........................................................................ 14

Onderzoeksmethode..............................................6

5.3.

Kansen voor natuur.................................................14

5.

6.

Conclusie en advies............................................. 14

Literatuurlijst........................................................ 16

2.1.

Literatuuronderzoek..................................................6

2.2.

Veldonderzoek............................................................... 6

6.1.

Literatuur....................................................................... 16

2.3.

Effectenanalyse............................................................. 6

6.2.

Websites..........................................................................16

Bijlage A.

Wettelijk kader........................................ 17

Soortbescherming.................................................. 7 3.1.

Vaatplanten.....................................................................7

Wet Natuurbescherming........................................................ 17

3.2.

Grondgebonden zoogdieren................................ 7

Zorgplicht ........................................................................................ 17

3.3.

Vleermuizen.....................................................................8

Natura 2000-gebieden.............................................................17

3.4.

Vogels....................................................................................9

Soortbescherming ..................................................................... 18

3.5.

Vissen.................................................................................10

Beschermde houtopstanden.............................................. 20

3.6.

Amfibieën........................................................................10

Ontheffing, vergunning of vrijstelling...........................21

3.7.

Reptielen......................................................................... 10

Natuurnetwerk Nederland (NNN)....................................21

3.8.

Ongewervelden...........................................................11

Bijlage B.

Overzicht algemene vrijstellingen........25

Mitigatie soortbescherming............................... 12

Bijlage C.

Nederlandse vleermuissoorten.............26

Bijlage D.

Ecologisch deskundige........................... 27

4.1.

Zorgplicht.........................................................................12

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

1

Samenvatting

In Harderwijk wordt gewerkt aan de uitvoering van het Waterfront. Binnenkort wordt begonnen met fase II, Waterfront Kop Stadswerven. Er komt hier een stadspark met appartementengebouw aan het water. Tegenover het park komt een bovengrondse parkeergarage. De garage wordt omringd met gebouwen, zodat deze aan het zicht wordt onttrokken. De bebouwing bestaat grotendeels uit een verscheidenheid aan (middel)grote, individu­ ele pakhuizen, stadshuizen en appartementen. Voor het plangebied is nog een bestemmingsplanwijziging nood­ zakelijk en een onderdeel hiervan is een toetsing om de ecologische haalbaarheid van het plan aan te tonen. In dit kader heeft Gemeente Harderwijk aan Ecologisch Adviesbureau Viridis gevraagd om een Quickscan Soortbescherming uit te voeren Uit de Quickscan Soortbescherming blijkt dat algemene broedvogels tot broeden kunnen komen (tabel 1). Daar­ naast kunnen er grondgebonden zoogdieren en amfibieën voorkomen die (provinciaal) vrijgesteld zijn van de Wet natuurbescherming. Andere beschermde soorten worden in het plangebied niet verwacht. Mogelijke effec­ ten op beschermde soorten kunnen voorkomen worden door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart - 1 september) uit te voeren of door vooraf een broedvogelcontrole uit te voeren.

In het kader van de zorgplicht dienen mitigerende maatregelen uitgevoerd te worden om het doden grondgebonden zoogdieren, amfibieën en andere soorten zo veel als mogelijk te voorkomen. Als de mitigerende maatregelen in acht worden genomen is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

Tabel 1 | Samenvatting soortbescherming met aanwezigheid, effecten en vervolgstappen per soortgroep Soortgroep

Effecten

Vervolgstappen

Vaatplanten

Nee

Geen

Grondgebonden zoogdieren

Nee

Zorgplicht

Vleermuizen

Nee

Geen

Vogels met jaarrond beschermd nest

Nee

Geen

Algemene vogels

Mogelijk overtreding artikel 3.1

Werken buiten broedseizoen

Vissen

Nee

Geen

Amfibieën

Nee

Zorgplicht

Reptielen

Nee

Geen

Ongewervelden

Nee

Geen

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

2

1. Aanleiding

Boulevard en het Dolfinarium. Op dit moment is het

1.1. Situatie In Harderwijk wordt gewerkt aan de uitvoering van het

plangebied grotendeels gesaneerd en bouwrijp ge­

Waterfront. Binnenkort wordt begonnen met fase II,

maakt voor de werkzaamheden van Waterfront. Een

Waterfront Kop Stadswerven. Er komt hier een stads­

groot deel wordt gebruikt als bouwdepot en er wordt

park met appartementengebouw aan het water. Te­

grond opgeslagen.

genover het park komt een bovengrondse parkeerga­ rage. De garage wordt omringd met gebouwen, zodat

In Figuur 1.1 is een overzicht gegeven van het project

deze aan het zicht wordt onttrokken. De bebouwing

Waterfront met de verschillende deelgebieden. InAf-

bestaat grotendeels uit een verscheidenheid aan (mid-

beelding 1.1 t/m 1.8 is een impressie van het plange­

del)grote, individuele pakhuizen, stadshuizen en ap­

bied en de directe omgeving te zien.

partementen.

1.3. Probleemstelling In het verleden zijn voor Waterfront verschillende na-

Om goed voorbereid te zijn op eventueel noodzake­

tuurtoetsen uitgevoerd (o.a. door Bureau Viridis) met

lijke maatregelen of ontheffingsaanvraag in het kader

betrekking tot de Flora- en faunawet en de Natuurbe­

van de Wet natuurbescherming geeft een Quickscan

schermingswet. Uit deze onderzoeken is gebleken dat

Soortbescherming antwoord op de volgende onder­

beschermde soorten voorkomen in het plangebied,

zoeksvragen:

waaronder rivierdonderpad, kleine modderkruiper,

^

muizen. Voor fase II is in 2013 ontheffingen van de Flora- en faunawet (tegenwoordig Wet natuurbe­ scherming)

aangevraagd

en

^

verkregen ^

Ondertussen zijn de natuurtoetsen verouderd en zijn de ontheffingen niet meer geldig. Voor het plangebied is nog een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk en een onderdeel hiervan is een toetsing om de ecolo­ gische haalbaarheid van het plan aan te tonen. In dit kader heeft Gemeente Harderwijk aan Ecologisch Ad­ viesbureau Viridis (hierna: Bureau Viridis) gevraagd om een Quickscan Soortbescherming uit te voeren.

Is het mogelijk om optredende negatieve effecten op beschermde soorten te mitigeren? Zo ja, op welke wijze dient dit te geschieden?

maken van gronden en aanpassen van de kades in het plangebied van fase II.

Ondervinden aanwezige beschermde soorten ne­ gatieve effecten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep en de benodigde werkzaamheden?

(FF/75C/2013/0085A). Daarna is begonnen met de sloop van bebouwing, sanering van percelen, bouwrijp

Zijn in het plangebied beschermde soorten en/of verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig of te verwachten?

verschillende soorten broedvogels en mogelijk vleer­

^

Is het noodzakelijk aanvullend onderzoek uit te voeren?

Voorliggend rapport geeft advies met betrekking tot de mogelijkheden om de geplande ruimtelijke ontwik­ keling in overeenstemming met de Wet natuurbe­ scherming uit te voeren. Uiteindelijk wordt daarmee de vraag beantwoord: ^ Wat zijn de benodigde vervolgstappen om de werk­ zaamheden in overeenstemming met de Wet na­ tuurbescherming uit te voeren?

1.2. Beschrijving van het plangebied Het plangebied is gelegen in Harderwijk aan het Wol-

1.4. Geldigheid onderzoek

derwijd. Aan de zuidkant wordt het plangebied be­

Deze Quickscan is uitgevoerd conform de landelijk gel­

grensd door een parkeerplaats (deelgebied Stadswer-

dende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies)

ven). Aan de noordzijde wordt het plangebied be­

hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van

grensd door de nieuwbouwwijk De Eilanden en Water-

onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeks­

sportboulevard (fase II) en aan de oostkant door de

gegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

3

gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalita­

paragraaf 1.1. Wijzigingen of aanpassingen in de ont­

tieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen

wikkeling kunnen leiden tot andere conclusies ten

drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten

aanzien van de effecten op beschermde soorten en

de gegevens recenter zijn". Dit rapport gaat in op de

gebieden.

effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.

Jachthaven De Knar De Eilanden (noord) De Eilanden (zuid) De Bakens Watersportboulevard Kop Stadswerven Kleine Watersport Boothuizen Dolfinarium Boulevard Noord Boulevard Oost Boulevard West Passantenhaven Strandeiland De Kades (fase 3) Stadswerven (fase 3)

Figuur 1.1 | Overzicht van het plangebied Waterfront Fase II met daarin de verdeling van de verschillende deelgebieden (Bron: Consortium Waterfront).

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

4

Afbeelding 1.1 | Noordzijde van het plangebied.

Afbeelding 1.2 | Noordoostzijde van het plangebied.

Afbeelding 1.3 | Oostzijde van het plangebied met opslag.

Afbeelding 1.4 | Oostzijde van het plangebied.

Afbeelding 1.5 | Midden op het terrein staat een speeltoestel. Afbeelding 1.6 |Aan de westzijde van het terrein is een grondepot aanwezig.

Afbeelding 1.7 | Grondepot vanaf de andere zijde.

Afbeelding 1.8 | Westzijde van het plangebied.

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

5

2. Onderzoeksmethode

Om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvra­

literatuuronderzoek naar houtopstanden is gebruik

gen is een toetsing in het kader van de Wet natuurbe­

gemaakt van bestaande digitale kaarten van de be­

scherming uitgevoerd. Hiermee is de ecologische

bouwde kom voor de betreffende gemeente.

waarde van het plangebied onderzocht door middel van een literatuuronderzoek en een veldinventarisatie. Op deze manier wordt het voorkomen bepaald van

2.2. Veldonderzoek Bureau Viridis heeft op 8 april 2021 een veldbezoek

beschermde soorten binnen de Wet natuurbescher­

uitgevoerd. Bij het veldbezoek is op basis van geogra­

ming en wordt gekeken of de voorgenomen ingrepen

fische ligging, terreingesteldheid en expert judgement

effecten hebben op beschermde natuurgebieden of

beoordeeld of in en rond het plangebied beschermde

beschermde houtopstanden. De gebruikte onder­

natuurwaarden kunnen voorkomen of dat er voor be­

zoeksmethoden worden hieronder beschreven.

schermde soorten geschikt leefgebied aanwezig is.

2.1. Literatuuronderzoek

2.3. Effectenanalyse

Voor het literatuuronderzoek zijn verspreidingsgege-

De uit het literatuuronderzoek en veldonderzoek ver­

vens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF),

kregen

verspreidingsatlassen en vrij beschikbare versprei-

schermde gebieden en houtopstanden zijn geanaly­

dingsgegevens

gebruikt.

seerd om na te gaan of er bij de uitvoering van de

Daarnaast heeft Bureau Viridis in 2013 een natuur-

werkzaamheden mogelijk verbodsbepalingen van de

toets uitgevoerd (van Delft & de Jong, 2013) en afge­

Wet natuurbescherming worden overtreden. Als blijkt

lopen jaar de ecologische begeleiding uitgevoerd voor

dat er beschermde natuurwaarden zijn die mogelijk

het project Waterfront. Deze gegevens zijn ook ge­

negatieve effecten kunnen ondervinden van de plan­

van

soortenorganisaties

gegevens

van

beschermde

soorten,

be­

bruikt voor de Quickscan. De gebruikte bronnen staan

nen is dit beschreven in onderhavige rapportage.

vermeld in hoofdstuk 8.

Wanneer mogelijk worden alternatieven of mitige­

De resultaten van het literatuuronderzoek hebben uit­

ten te voorkomen of te verzachten. Indien de aanwe­

gewezen welke beschermde soorten in de omgeving

zigheid van de soorten en/of de negatieve effecten na­

van het plangebied verwacht kunnen worden. Tijdens

der onderzoek behoeft wordt dit aangeven in de toet­

het veldbezoek is speciale aandacht besteed aan het

sing.

rende maatregelen voorgesteld om negatieve effec­

mogelijke

voorkomen

van

deze

soorten.

Voor

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

6

3. Soortbescherming

3.1. Vaatplanten

Dier- en plantensoorten zijn verdeeld in drie catego­ rieën en worden in meer of mindere mate beschermd: ^ Vogelrichtlijnsoorten,

hieronder vallen

alle

in­

In het plangebied zijn geen beschermde soorten vaatplanten aangetroffen. Het plangebied bestaat hoofd­

heemse vogelsoorten (artikel 3.1);

zakelijk uit braakliggende delen met recent aange­

^ Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5);

bracht zand. Op sommige delen groeit hier inmiddels

^ Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10).

pioniervegetatie. Beschermde plantensoorten wor­ den op basis van bekende verspreidingsgegevens

Per wetsartikel gelden een aantal verbodsbepalingen die mogelijk overtreden worden bij de geplande in­ greep. Bij ruimtelijke ingrepen houdt dit hoofdzakelijk

(NDFF; van Delft & de Jong, 2013) en de terreingesteldheid niet verwacht in het plangebied of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden.

verband met de bescherming van nesten, bescher­ ming van verblijfplaatsen en voortplantingsbiotoop en verbod op het doden of verwonden van beschermde soorten. Op deze verbodsbepalingen gelden enkele uitzonderingen. Zo is provinciaal een vrijstellingslijst vastgesteld met daarop een aantal soorten waarvoor deze verbodsbepalingen niet gelden. Ook kan er in specifieke gevallen gewerkt worden volgens een mi­ nisterieel goedgekeurde gedragscode waarin voor­ schriften opgenomen zijn om de effecten te beperken.

Effectbeoordeling vaatplaten Ondanks dat het veldonderzoek is uitgevoerd in een minder geschikte periode voor het inventariseren van planten, is er op basis van het literatuur- en veldon­ derzoek niet te verwachten dat beschermde vaatplanten in het plangebied of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden voorkomen. Negatieve effecten op beschermde soorten vaatplanten zijn daarom uitge­ sloten. Een nader onderzoek naar beschermde vaatplanten is niet noodzakelijk.

Naast de verbodsartikelen voor de soorten en gebie­ den geldt ook een algemene zorgverplichting (artikel

Conclusie vaatplanten

1.11) voor álle inheemse dier- en plantensoorten, in­

Vanuit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat:

clusief de niet beschermde en vrijgestelde soorten.

^

Deze verplichting beoogt het voorkomen of beperken

In het plangebied geen beschermde vaatplanten aanwezig zijn.

van de schade aan in het wild levende soorten en ge­ bieden. Deze zorgverplichting geldt voor alle hieron­ der beschreven soortgroepen en zal daarom niet nog eens per soortgroep worden beschreven. In het vol­ gende

hoofdstuk

worden

algemene

mitigerende

maatregelen beschreven om aan de zorgplicht te vol­ doen.

3.2. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van grondge­ bonden zoogdieren aangetroffen. Uit literatuuronder­ zoek naar zoogdierwaarnemingen in de laatste 10 jaar (NDFF) is gebleken dat in de omgeving egel en haas zijn waargenomen. Het plangebied is ongeschikt voor deze soorten. Vegetatie en geschikte schuilmogelijk-

Hieronder worden de resultaten van het literatuuron­ derzoek en veldonderzoek per soortgroep besproken. Per soortgroep is een effectenbeoordeling opgeno­ men waarin helder beschreven wordt of er negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten zijn

heden ontbreken binnen het plangebied. Daarnaast wordt het plangebied intensief gebruikt door omwo­ nenden om de hond uit te laten wat zorgt voor veel verstoring. Wel kunnen er enkele muizen voorkomen die provinciaal zijn vrijgesteld.

en, indien van toepassing, of er mitigerende maatre­ gelen mogelijk zijn om deze effecten te voorkomen.

Effectbeoordeling grondgebonden zoogdieren Op basis van het literatuur- en veldonderzoek is niet te

verwachten

dat

beschermde

grondgebonden

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

7

zoogdieren in het plangebied of binnen de invloed­

verdwijnt of onderbroken wordt, vervalt deze moge­

sfeer van de werkzaamheden voorkomen. Het is

lijkheid om van verblijfplaats naar foerageergebied te

daarom uitgesloten dat de voorgenomen werkzaam­

verplaatsen. Vleermuizen moeten dan een alterna­

heden

be­

tieve route gebruiken. Als dit niet mogelijk is en als de

schermde grondgebonden zoogdieren. Een nader on­

vliegroute door veel vleermuizen wordt gebruikt, kan

derzoek naar beschermde grondgebonden zoogdieren

dit een significant negatief effect op de vleermuizen­

is daarom niet noodzakelijk.

populatie in het gebied hebben. Het verdwijnen van

Conclusie grondgebonden zoogdieren

functioneren van een verblijfplaats. Dergelijke essen­

Vanuit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat:

tiële vliegroutes zijn strikt beschermd.

negatieve

effecten

veroorzaken

op

een essentiële vliegroute leidt zo tot het niet meer

^

In het plangebied geen beschermde grondgebon­ den zoogdieren aanwezig zijn.

Het gebied is open en er is in het plangebied geen sprake van doorlopende lijnvormige elementen. Es­

3.3. Vleermuizen

sentiële vliegroutes zijn daarom in het plangebied uit­

Op basis van het literatuuronderzoek is het bekend

gesloten.

dat in de directe omgeving van het plangebied vleer­ muizen verwacht kunnen worden. Bij het gebruik van

Foerageergebied

het landschap door vleermuizen wordt onderscheid

Alle in Nederland voorkomende vleermuizen leven

gemaakt in vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foe-

van insecten. Zij foerageren daarom op plaatsen waar

rageergebied.

veel insecten aanwezig zijn. Voorbeelden van veel voorkomende foerageergebieden zijn openingen op kruinhoogte tussen bomen, boven water en in de

Vaste verblijfplaatsen Vleermuizen zijn globaal te verdelen in gebouwbewo-

luwte van dijken. Als een dergelijk foerageergebied

nende soorten zoals gewone dwergvleermuis (Pi-

van zeer groot belang is voor vleermuizen van een be­

pistrelllus pipistrellus) en boombewonende soorten

paalde verblijfplaats, kan gesproken worden van een

zoals rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en water-

essentieel foerageergebied. Als een dergelijk foera-

vleermuis (Myotis daubentoni). Daarnaast bestaan er

geergebied verloren zou gaan, zou de voedselvoorzie­

soorten die van beide elementen gebruikmaken (Bij­

ning van deze vleermuizen verdwijnen, waardoor ze

lage C). Daarbij is ook onderscheid te maken in zomer­

de verblijfplaats moeten verlaten. Het verdwijnen van

en winterverblijfplaatsen van de verschillende soor­

het foerageergebied leidt zo tot het niet meer functi­

ten. Sommige soorten zoals de gewone dwergvleer-

oneren van de verblijfplaats. Dergelijk essentieel foe-

muis verblijven het gehele jaar in gebouwen (in

rageergebied is strikt beschermd.

spouwmuren,

achter

gevelbetimmeringen,

achter

dakbeschot en in schoorstenen etc.). Andere soorten

In de wijdere omgeving van het onderzoeksgebied zijn

zoals de rosse vleermuis verblijven jaarrond in bomen

waarnemingen van foeragerende gewone dwerg-

(in holten, holen en achter loshangend schors). De wa-

vleermuizen, ruige dwergvleermuizen, rosse vleer­

tervleermuis overwintert echter weer in bunkers,

muis,

grotten en kelders en verblijft in de zomerperiode in

(NDFF, van Delft & de Jong, 2013). Het plangebied zelf

boomholten.

is ontzettend kaal en bevat weinig structuren, waar­

watervleermuis

en

meervleermuis

bekend

door het als foerageergebied ongeschikt is voor vleer­ Omdat zich binnen het plangebied geen gebouwen of

muizen. Indien er gefoerageerd wordt in het plange­

bomen bevinden, kan aanwezigheid van verblijfplaat­

bied zal dit vooral boven het water gebeuren.

sen van deze vleermuissoorten worden uitgesloten.

Effectbeoordeling vleermuizen Vliegroutes

Door de afwezigheid van gebouwen of bomen kan

Om zich van verblijfplaats naar foerageergebied te

aantasting van verblijfplaatsen van vleermuizen wor­

verplaatsen worden door een aantal soorten steeds

den uitgesloten. Ook is er geen sprake van het aantas­

dezelfde lijnvormige elementen gebruikt. De gewone

ten van (essentieel) foerageergebied en/of vliegrou­

dwergvleermuis gebruikt bijvoorbeeld vaak bomen­

tes. Het plangebied is grotendeels braakliggend en er

rijen om zich te oriënteren. Als een dergelijke route

is in de huidige situatie zeer weinig vegetatie aanwezig

I

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

8

in het plangebied. Het gehele gebied is hierdoor zeer

witte kwikstaart roepend aangetroffen op een stapel

arm aan insecten waardoor het als foerageergebied

stenen binnen het plangebied. Het is bekend dat deze

voor vleermuizen ongeschikt is. Een nader onderzoek

soort broedt in dit soort elementen. Verder is het re­

naar vleermuizen is daarom niet noodzakelijk.

delijkerwijs aan te nemen dat meerkoet of fuut langs de waterkant tot broeden kunnen komen in het plan­

Voor het project liggen kansen om de nieuwbouw ge­

gebied. Daarnaast kunnen ook op de braakliggende

schikt te maken voor vleermuizen door natuurinclusief

delen vogels tot broeden komen zoals scholekster of

te bouwen. Hiervoor worden in paragraaf 5.3 aanbe­

kleine plevier. Aangezien het gebied als losloopgebied

velingen gedaan.

voor honden wordt gebruikt is deze kans klein. Op het

Conclusie vleermuizen

aan steile zandtaluds. Deze zijn tijdens het bezoek aan­

Vanuit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat:

getroffen. Dit zijn geschikte broedlocaties voor oever-

^

Het uitgesloten is dat in het plangebied verblijf­

zwaluwen. Oeverzwaluwen beginnen ongeveer half

plaatsen van gebouwbewonende vleermuissoor­

april met de nestbouw. De nesten van deze soorten

ten aanwezig zijn.

zijn alleen in de broedperiode beschermd zolang deze

Er geen essentiële vliegroutes aanwezig zijn in het

in gebruik zijn.

bouwterreinen moet extra aandacht worden besteed

^

plangebied of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. ^

Het plangebied als foerageergebied door vleer­ muizen gebruikt kan worden, echter niet als es­ sentieel foerageergebied.

3.4. Vogels Voor vogels wordt in de Wet natuurbescherming on­ derscheid gemaakt tussen soorten met een jaarrond beschermde nestplaats en algemene broedvogels waarvan de nesten uitsluitend beschermd zijn gedu­ rende de periode waarin deze in gebruik zijn (zie Tabel A in Bijlage A). In het plangebied is bekeken of er jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels aanwezig (kunnen) zijn. Ook is gezocht naar nesten van en ge­ schikte nestgelegenheid voor algemene broedvogels.

Jaarrond beschermde nestplaatsen Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF komt een aantal soorten met jaarrond beschermde nesten in de omgeving van het plangebied voor. Het betreft gier­ zwaluw, huismus, buizerd en roek. Gierzwaluw en huismus broeden echter in gebouwen of nestkasten. Veel huismussen zijn aangetroffen net buiten het plangebied in de wijk Zeebuurt. Aangezien geschikte gebouwen zich niet in het plangebied bevinden, kan aanwezigheid van broedgevallen worden uitgesloten. Roeken en buizerds broeden in bomen; deze ontbre­ ken ook in en nabij het plangebied.

Algemene broedvogels Buiten deze vier soorten zijn er in de omgeving van het plangebied enkele algemene soorten broedvogels waargenomen (NDFF). Tijdens het veldbezoek is een

Afbeelding 3.1 | Steile zandtalud geschikt voor oeverzwaluw. Effectbeoordeling vogels In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nes­ ten aanwezig. Het is uitgesloten dat er door het ver­ wijderen van de bomen jaarrond beschermde nesten vernietigd zullen worden. Een nader onderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nesten is daarom niet noodzakelijk. Mogelijk komen wel algemene vo­ gelsoorten in het plangebied tot broeden. Bij werk­ zaamheden in het broedseizoen kunnen nesten van al­ gemene broedvogels vernield worden of ernstige ver­ storing kan tot hetzelfde effect leiden. De nesten van deze soorten zijn beschermd zolang ze in gebruik zijn. Voor het project liggen kansen om de nieuwbouw ge­ schikt te maken voor vogels door natuurinclusief te bouwen. Hiervoor worden in paragraaf 5.3 aanbeve­ lingen gedaan.

Conclusie vogels Vanuit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat:

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

9

^ ^ ^

In het plangebied of in de directe omgeving geen

verspreid door Nederland voorkomen. Er is vanaf 2013

jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn.

elk jaar onderzoek gedaan naar de rugstreeppad voor

Negatieve effecten op vogels met jaarrond be­

het project Waterfront, maar deze soort is nooit aan­

schermde nesten zijn uitgesloten.

getroffen. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat de rug-

Er binnen het plangebied algemene broedvogels

streeppad zich in fase II zich niet zal vestigen.

met niet-jaarrond beschermde nesten tot broe­

^

den kunnen komen, waarvan de nesten tijdens

Voor de gewone pad en bruine kikker geldt een pro­

werkzaamheden in het broedseizoen vernield

vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen,

kunnen worden of ernstige verstoring tot het­

maar het is in het kader van de zorgplicht wel noodza­

zelfde effect leidt.

kelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg

Dit is een overtreding van de verbodsbepalingen

te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

genoemd in artikel 3.1, lid 2. ^

Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk, de mi­

Effectbeoordeling amfibieën

tigerende maatregelen worden beschreven in

Op basis van het literatuur- en veldonderzoek is niet

hoofdstuk 6.

te verwachten dat beschermde amfibieën (met uit­ zondering van enkele vrijgestelde soorten) in het plan­

3.5. Vissen

gebied of binnen de invloedsfeer van de werkzaamhe­

In de omgeving van het plangebied (noordwestelijk

den voorkomen. Het is daarom uitgesloten dat de

deel van fase II) is in 2013 de rivierdonderpad aange­

voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten

troffen tussen de steenbestorting van de oevers (van

veroorzaken op beschermde amfibieën. Wel moet re­

Delft & de Jong, 2013). De soort is sterk afhankelijk van

kening worden gehouden met de algemene zorgver­

dit substraat. Oevers met steenbestorting komen in

plichting (artikel 1.11 van de Wet natuurbescher­

het plangebied niet voor en de rivierdonderpad wordt

ming). Een nader onderzoek naar beschermde amfi­

dan ook niet verwacht in het plangebied.

bieën is niet noodzakelijk.

Andere beschermde vissoorten worden op basis van

Conclusie amfibieën

bekende verspreidingsgegevens (NDFF; van Delft & de

Vanuit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat:

Jong, 2013) niet verwacht in het plangebied of binnen

^

In het plangebied zijn geen beschermde amfi­

de invloedsfeer van de werkzaamheden.

bieën aanwezig.

Effectbeoordeling vissen

3.7. Reptielen

Op basis van het literatuur- en veldonderzoek is niet

In het plangebied en nabije omgeving zijn geen reptie­

te verwachten dat beschermde vissen in het plange­

len aangetroffen, noch zijn waarnemingen bekend uit

bied of binnen de invloedsfeer van de werkzaamhe­

het verleden. Aangezien geschikt habitat voor deze

den voorkomen. Een nader onderzoek naar be­

soortgroep ontbreekt is hun voorkomen uitgesloten.

schermde vissen is daarom niet noodzakelijk.

Effectbeoordeling reptielen Conclusie vissen

Op basis van het literatuur- en veldonderzoek is niet

Vanuit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat:

te verwachten dat beschermde reptielen in het plan­

^

gebied of binnen de invloedsfeer van de werkzaamhe­

In het plangebied zijn geen beschermde vissen aanwezig.

den voorkomen. Het is daarom uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten

3.6. Amfibieën

veroorzaken op beschermde reptielen. Een nader on­

Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën aangetrof­

derzoek naar beschermde reptielen is daarom ook niet

fen, maar uit NDFF-gegevens is wel gebleken dat in de

noodzakelijk.

omgeving van het plangebied de gewone pad en de bruine kikker voorkomt. Er zijn geen recente waarne­

Conclusie reptielen

mingen van rugstreeppad bekend in het plangebied of

Vanuit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat:

in de naaste omgeving van het plangebied. Van deze

^

soort is echter bekend dat ze in lage dichtheden

In het plangebied zijn geen beschermde reptielen aanwezig.

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

10

3.8. Ongewervelden Op basis van bekende verspreidingsgegevens van de

plangebied of binnen de invloedsfeer van de werk­ zaamheden voorkomen. Het is daarom uitgesloten dat

NDFF en op basis van terreingesteldheid worden geen

de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten

beschermde ongewervelden verwacht in het plange­

veroorzaken op beschermde ongewervelden. Een na­

bied. Beschermde ongewervelde diersoorten, zoals

der onderzoek naar beschermde ongewervelden is

dagvlinders en libellen, stellen namelijk zeer speci­

daarom ook niet noodzakelijk.

fieke eisen aan hun biotoop. In het plangebied zijn geen geschikte biotopen voor deze soorten aanwezig.

Conclusie ongewervelden

Zij worden daarom ook niet verwacht.

Vanuit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat: ^

Effectbeoordeling ongewervelden

In het plangebied zijn geen beschermde ongewervelden aanwezig.

Op basis van het literatuur- en veldonderzoek is niet te verwachten dat beschermde ongewervelden in het

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

11

4. Mitigatie soortbescherming

Onderstaand is per soort(groep) beschreven met

Voor de amfibieën en grondgebonden zoogdieren in

welke mitigerende maatregelen er invulling wordt ge­

het plangebied geldt een provinciale vrijstelling bij

geven aan het voorkomen dan wel te verminderen van

ruimtelijke ontwikkelingen, maar het is in het kader

negatieve effecten op zowel soort- als populatieni-

van de zorgplicht wel noodzakelijk om tijdens de werk­

veau.

zaamheden voldoende zorg te dragen voor (inciden­ teel) aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het re­

4.1. Zorgplicht

delijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het

In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de al­

verwonden of doden van individuen te voorkomen.

gemene zorgverplichting opgenomen. In dit artikel is

^

Amfibieën en grondgebonden zoogdieren kunnen

beschreven dat eenieder verplicht is om voldoende

verscholen zitten onder objecten als stenen of

zorg in acht te nemen voor de in het wild levende die­

stukken hout. Bij het verwijderen hiervan dient men voorzichtig te werk te gaan.

ren en planten, alsmede voor hun directe leefomge­ ving. De algemene zorgplicht geldt te allen tijde bij het

^

Indien nodig dienen aanwezige soorten zorgvuldig

uitvoeren van werkzaamheden, ongeacht of deze te

te worden verplaatst naar een geschikte locatie

typeren zijn als ruimtelijke ontwikkeling of bestendig

buiten het werkgebied.

beheer en onderhoud en ongeacht of er beschermde

4.2. Algemene broedvogels

soorten aanwezig zijn. Dit laatste wil dus zeggen dat ook als er geen beschermde soorten voorkomen de al­

Veel broedvogels zijn opportunisten die weinig eisen

gemene zorgverplichting toch in acht genomen dient

stellen aan hun omgeving. Alle vogelnesten zijn be­

te worden. Hiervoor dienen algemene mitigerende

schermd als ze in gebruik zijn. Algemene broedvogels

maatregelen uitgevoerd te worden. Deze algemene

zijn niet standvastig, ze kunnen ieder jaar op een an­

mitigerende maatregelen zijn onderstaand beschre­

dere plek broeden en zijn weinig kieskeurig. Soorten

ven.

die tot broeden kunnen komen in of nabij het plange­

^

Werkzaamheden in het plangebied dienen met de minste schade voor aanwezige planten en dieren uitgevoerd te worden.

^

Wees alert op dieren in het plangebied. Wacht tot dieren zelfstandig het gebied hebben verlaten.

^

bied zijn o.a. witte kwikstaart, meerkoet, wilde eend en oeverzwaluw. Onderstaande maatregelen en aan­ dachtspunten moeten in acht worden genomen ten aanzien van algemene broedvogels om een overtre­ ding van artikel 3.1, lid 2 te voorkomen. ^

Werk vanuit het midden van het plangebied naar de rand, of werk langzaam in één werkrichting zo­

beschermd gedurende de periode dat deze nes­

dat verstoorde dieren de mogelijkheid hebben om

ten in gebruik zijn, dat wil zeggen de broed- en

het plangebied te verlaten. Draag er tevens zorg voor dat de richting waarin de dieren moeten vluchten voldoende beschutting of leefgebied

nestperiode; ^

Verlichting is alleen aan wanneer dat functioneel noodzakelijk is. De verlichting wordt voldoende

ode zijn beschermd; ^

bruik zijnde nesten in de broed- en nestperiode.

bruik alleen verlichting met een naar beneden ge­ ^

Er dient zoveel mogelijk gebruik te worden ge­ maakt van bestaande wegen en paden.

Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrij­ gen voor het verwijderen of verstoren van in ge­

afgeschermd en alleen op het werk gericht. Ge­ richte lichtbundel.

De broedperiode loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, maar ook broedgevallen buiten deze peri­

biedt. ^

Er kunnen in het plangebied algemene vogels tot broeden komen. Deze vogelnesten zijn uitsluitend

Voor verlaten nestplaatsen geldt dit niet; ^

Het is in dit kader aan te bevelen om de werk­ zaamheden voor zover dat mogelijk is buiten de broedperiode om uit te voeren;

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

12

^

Indien dit niet mogelijk is, dient het plangebied

en/of verstoring door geluid naar een broedgeval

voorafgaande aan het broedseizoen ongeschikt

beperken.

gemaakt te worden voor vogels om tot broeden te ^

•

^

Steile taluds bij het water zijn geschikte broedlo-

komen;

caties voor oeverzwaluwen. Oeverzwaluwen be­

Indien het niet mogelijk is om buiten de broedpe-

ginnen ongeveer half april met de nestbouw. De

riode te werken en/of het plangebied broedvrij te

taluds van grondwerkzaamheden dienen daarom

houden, dient het plangebied voorafgaande aan

flauwer dan 1:1 opgezet te worden of af te wor­

de werkzaamheden door een ecologisch deskun­

den gedekt met bijvoorbeeld doek als er meer dan

dige (Bijlage D) gecontroleerd te worden op de

één dag niet aan gewerkt wordt. Dit om de kans

aanwezigheid van broedende vogels;

op vestiging van oeverzwaluwen te verkleinen.

Wanneer er geen vogels nestelen kan er begon­ nen worden met de ingreep. Bij aantreffen van

4.3. Ontheffing 2013

een broedgeval in het plangebied wordt een rust-

Vanuit

zone afgezet door een ecologisch deskundige en

(FF/75C/2013/0085A) is het noodzakelijk om een aan­

wordt de locatie met rust gelaten tot de jongen

tal mitigerende maatregelen toe te passen in het plan­

zijn uitgevlogen. Er mogen geen werkzaamheden

gebied. De volgende voorschrift staat in de onthef­

in de directe zone rond een nest plaatsvinden. De

fingen m.b.t. de eindsituatie:

de

eerder

verkregen

ontheffing

omvang van deze zone wordt door de begelei­

Voorschrift 3 (FF/75C/2013/0085A): aanbrengen van

dend ecoloog bepaald. Eventueel kan er met

groenvoorziening in het gebied fase II, circa 5% van het

schermen gewerkt worden die visuele verstoring

gebied. Hiervoor moeten inheemse bomen en strui­ ken worden gebruikt.

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

13

5. Conclusie en advies

5.1. Beantwoording onderzoeksvragen

uitgesloten. Er is dan geen sprake van een overtreding

Om na te gaan of door de geplande ingrepen in het

van de Wet natuurbescherming en het aanvragen van

plangebied verbodsbepalingen van de Wet natuurbe­

een ontheffing is niet nodig.

scherming al dan niet overtreden worden, worden de onderzoeksvragen onderstaand beantwoord.

5.3. Kansen voor natuur Er liggen kansen om de nieuwe inrichting geschikt te

Soortbescherming

maken voor vleermuizen en broedvogels door na-

^

Zijn in het plangebied beschermde soorten en/of verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig ofte

tuurinclusief te bouwen. Ook kan er gedacht worden

verwachten? Ja, het is niet uit te sluiten dat algemene broedvogels

door gebruik te maken van inheemse planten en het

aan een natuurvriendelijke inrichting van de omgeving aanleggen van een oeverzwaluwwand.

tot broeden komen in het plangebied. Andere be­ schermde soorten komen niet voor.

Natuurinclusief bouwen klinkt misschien ingewikkeld,

•

Ondervinden aanwezige beschermde soorten ne­

dakbeschot of onder de dakpannen al voldoende om

gatieve effecten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep en de benodigde werkzaamheden?

verblijfplaatsen te creëren voor vogels en vleermui­

maar dat is het niet. Soms is wat ruimte achter het

Ja, wanneer de werkzaamheden plaatsvinden tijdens het broedseizoen kunnen algemene broedvogels en in

zen. Het gaat dus ook niet ten koste van het woonge­ not of de isolatie van het huis.

gebruik zijnde nesten verstoord en/of vernietigd wor­ den door de geplande werkzaamheden. Dit is een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescher­

Voor vleermuizen is het plaatsen van (duurzame) in-

ming.

(spouw) waartoe een invliegopening leidt, of het

bouwkasten, het openlaten van holle delen van muren plaatsen van

afwerking zoals boeiboorden waar

Is het mogelijk om optredende negatieve effecten op beschermde soorten te mitigeren? Zo ja, op

ruimte achter openblijft voldoende. In de regel is alle

welke wijze dient dit te geschieden? Voor broedvogels dienen de werkzaamheden buiten

wen is het plaatsen van nestkasten voldoende, omdat

•

het broedseizoen (globaal van 15 maart - 15 juli) plaats te vinden. Deze mitigerende maatregelen wor­ den beschreven in hoofdstuk 6. •

Is het noodzakelijk aanvullend onderzoek uit te

voeren? Nee, aanvullend onderzoek is niet nodig.

bebouwing hoger dan 3 m geschikt. Voor gierzwalu­ foerageerlocaties op grote afstand van nestplekken kunnen liggen. De nestkasten dienen op minimaal 3 meter hoogte te worden geplaatst en voldoende vrije ruimte te hebben om in- en uit te kunnen vliegen. Voor huismussen kunnen ook nestplekken worden ge­ realiseerd. Daarnaast moet in de nabije omgeving wel worden gezorgd voor voldoende schuilplekken in ha­ gen of andere dichte groene structuren, en idealiter

5.2. Conclusie Uiteindelijk is hiermee de uiteindelijke vraag beant­ woord: • Wat zijn de benodigde vervolgstappen om de werk­ zaamheden in overeenstemming met de Wet na­ tuurbescherming uit te voeren? Met inachtneming van de in hoofdstuk 4 beschreven mitigerende maatregelen zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingrepen op beschermde soorten

zijn er (kleine) waterpartijen aanwezig die voor drink­ water zorgen. Meer informatie is te vinden op https://www.bouwnatuurinclusief.nl/ of https://www.checklistgroenbouwen.nl/. Oeverzwaluwen Er kan ook overwogen worden om een kunstmatige oeverzwaluwwand aan te leggen in het gebied. Afge­ lopen

jaren

hebben

er

verschillende

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

kolonies

14

oeverzwaluwen gebroed op de bouwterreinen in de

leeftijd, hoogte en soorten aan te brengen krijgen veel

omgeving. In overleg met de lokale vogelwerkgroep

verschillende diersoorten de mogelijkheid om van de

kan deze wand worden aangelegd.

vegetatie gebruikt te maken als foerageer- of schuil-

Vegetatie

Jaarrond groene vegetatie biedt belangrijke schuilmo-

Bij herinrichting van de openbare ruimte speelt de ve­

gelijkheden voor vogels en insecten. Kruidenruigtes

getatie een belangrijke rol. Bij voorkeur wordt gebruik

die op de juiste manier worden aangelegd en beheerd

mogelijkheid. Ook dood hout speelt hierin een rol.

gemaakt van inheemse soorten bomen en planten en

bieden voedsel en waardplanten voor o.a. vlinders en

worden oude bomen niet aangetast. Door variatie in

wilde bijen.

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

15

6. Literatuurlijst

6.1. Literatuur

Dietz, C., O. von Helversen S D. Nill, 2011. Vleermui­

Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Can­

zen Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika.

ters S J.C. Buys (redactie), 2016. Atlas van de Neder­

Vertaling en bewerking PHC Lina. De Fontein/Tirion

landse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Na-

Uitgevers BV, Utrecht.

turalis Biodiversity Center S Eis Kenniscentrum In­ Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M.

secten en andere ongewervelden, Leiden.

Willemse S W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I.

sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera).

Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders

- Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch

van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepi-

Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij S European In­

doptera:

Hesperioidea,

Papilionoidea. -

Neder­

landse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum

vertebrate Survey - Nederland, Leiden. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De

Naturalis, KNNV Uitgeverij S European Invertebrate

Nederlandse

Survey - Nederland, Leiden.

Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Natu-

libellen

(Odonata).

-

Nederlandse

ralis, KNNV Uitgeverij S European Invertebrate Sur­ Creemers, R.C.M. S J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redac­

vey - Nederland, Leiden.

tie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch

SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2018. Vogelatlas

Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij S European In­

van Nederland. Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwer­

vertebrate Survey - Nederland, Leiden.

pen.

Delft, van M. S Th. de Jong, 2013. Natuurtoets Water­ front Fase II, Harderwijk. Activiteitenplan t.b.v. ontheffingsaanvraag FF-wet,. Ecologisch Adviesbureau-

6.2. Websites Nationale Databank Flora en Fauna Via www.ndff-ecogrid.nl/

Viridis, Culemborg.

Ecologisch Adviesbureau Viridis | Quickscan Soortbescherming Waterfront fase II Kop Stadswerven.

16

Bijlage A. Wettelijk kader

Wet Natuurbescherming

Natura 2000-gebieden

De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari

De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebie-

2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze

den is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet natuur­

wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermings­

bescherming. Natura 2000 is de overkoepelende

wet, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Wet na­

naam voor gebieden die op Europees niveau worden

tuurbescherming heeft als doel bescherming, herstel

beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit

en ontwikkeling van natuur zonder stijging van de las­

deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun

ten voor bedrijven en burgers. Het bevoegd gezag is

habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden,

gedecentraliseerd naar de Provincies. Deze decentra­

te herstellen of uit te breiden.

lisatie houdt in dat de provincies nu o.a. verantwoor­ delijk zijn voor het toetsen van ontheffingsaanvragen.

Het ondernemen van projecten, plannen of activitei­

RVO is het bevoegd gezag voor het verlenen van ont­

ten in en in de omgeving van een Natura 2000-gebied

heffing of vrijstellingen voor activiteiten en projecten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=8e516f03-847d-4be5-b2b1-522d77aa0b03