Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen_Toelichting_Bijlagen.pdf
Tekst van het document
Pagina 1 van 18
Dolfinarium
Strandeiland
Harderwijk
Figuur 1 Strandeiland en de begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Bron ondergrond: AERIUS Calculator.
3. Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. Daarnaast dient bij plannen rekening te worden gehouden met de beschermde waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige EHS). De bescherming ervan is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in de provinciale verordeningen en bestemmingsplannen. Vanwege de ligging nabij Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (zie figuur 1) ligt de focus in dit haalbaarheidsonderzoek op de bescherming van Natura 2000-gebieden (H2 Wnb). De beschermde waarden sluiten grotendeels aan op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN (Provincie Gelderland 2018), zodat de randvoorwaarden vanuit het Natura 2000 kader ook voor het NNN gelden. Voor wat betreft beschermde soorten (H3 Wnb) moet bij vaststelling van een plan zijn aangetoond dat geen strijdigheid optreedt met de Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming (de zogeheten uitvoerbaarheidstoets). Aangezien de plannen niet concreet genoeg zijn en de exacte locaties van voorzieningen niet bekend zijn, is een concrete effectbeoordeling niet mogelijk. Wel worden in kader 1 ten aanzien van beschermde soorten vooraf enkele aandachtspunten meegegeven waarmee effecten kunnen worden voorkomen.
Er is geen sprake van kap van bomen, zodat niet nader wordt getoetst aan bescherming van houtopstanden (H4 Wnb).
Pagina 2 van 18
Kader 1 Aandachtspunten soortbescherming De bescherming van soorten in de Wnb is verdeeld over de paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3. Het betreft de bescherming van vogels (onderverdeeld in vogels met jaarrond beschermde nesten en overige broedvogels), soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I) en andere soorten (onderverdeeld in soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt en soorten waarvoor wel een provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt). De Wnb verplicht om bij ruimtelijke ingrepen of andere nieuwe activiteiten, na te gaan of er negatieve effecten kunnen optreden op exemplaren of het leefgebied van beschermde plant- en diersoorten. Optredende negatieve effecten dienen zo veel mogelijk vermeden of geminimaliseerd te worden. Voor schade aan beschermde soorten kan het noodzakelijk zijn om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waar de activiteit plaatsvindt. In geval van een plan kan deze alleen worden vastgesteld indien is aangetoond dat geen strijdigheden optreden met onder andere natuurwetgeving. Voor de beoogde plannen (waterrecreatie en evenementen) zijn rondom het Strandeiland ten aanzien van beschermde soorten vooral de soortgroepen broedvogels en vleermuizen van belang (Kraaijeveld & Oudshoorn, 2019).
Om verstoring van broedvogels als gevolg van waterrecreatie zoveel mogelijk te voorkomen dienen de regels conform de Gedragscode Recreatie IJsselmeergebied jaarrond te worden nageleefd (Het Blauwe Hart 2016). Dit houdt onder andere in: houd afstand van groepen watervogels, vaar nooit door groepen vogels heen, ontzie riet en andere oeverplanten, anker niet in de buurt van rustende of broedende vogels en geef vogels met jongen de ruimte. Ook evenementen kunnen verstorend op de omgeving werken door geluid, licht en optische beweging. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan een evenement in de globale broedperiode een quickscan/broedvogelcheck uit te voeren. Op basis van de resultaten kunnen maatregelen worden genomen om broedvogels te ontzien (bv aanpassing grenzen evenemententerrein, bewegwijzering etc.). Daarnaast dient nachtelijke verlichting van het wateroppervlak en de oeverzones te worden voorkomen/beperkt om verstoring van vleermuizen te voorkomen.
4. Uitgangspunten Op basis van de verkregen informatie van de opdrachtgever en de initiatiefnemers zijn onderstaande uitgangspunten geformuleerd, die het vertrekpunt vormen voor de ecologische beoordeling: Bestaand gebruik Aangenomen is dat het bestaande (recreatieve) gebruik op en rond het Strandeiland reeds is beoordeeld in de Passende Beoordeling voor de ontwikkeling van Waterfront Harderwijk (Van der Winden et al. 2010) en in het beheerplan voor Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (Rijkswaterstaat 2017). In het Natura 2000-gebied zijn de afgelopen jaren een aantal gebieden middels een Toegangsbeperkingsbesluit (TBB) in kwetsbare perioden voor recreatie afgesloten. Tezamen met de Gedragscode Recreatie IJsselmeergebied (zie ook kader 1) wordt gezorgd voor voldoende rust voor beschermde vogelsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied van belang is (zie paragraaf 5). Waterrecreatie - Locatie en type: vanaf het strandeiland is de wens om uitsluitend niet-gemotoriseerde vaartuigen (kano’s, waterfietsen en SUP’s) te verhuren. Er zijn nog geen specifieke gebieden/routes geformuleerd, dit kan bepaald worden aan de hand van voorliggende haalbaarheidsstudie. Waterfietsen hebben een beperkte actieradius, kano’s en SUP’s kunnen grotere afstanden (meerdere kilometers) afleggen.
Voor deze toetsing is uitgegaan van een onderzoeksgebied met een straal van 4 kilometer (gehele Wolderwijd en deel Veluwemeer). - Duur en aantal: uitgegaan wordt van voornamelijk korte tochten (1-3 uur) rond het Strandeiland/Harderwijk (waterfietsen) en maximaal een dagtocht voor kano’s en SUP’s (Ottburg & Henkens 2012). Aangezien er vanuit een container wordt verhuurd, is er gezien de beperkte opslagruimte sprake van een beperkt aantal vaartuigen (hooguit enkele tientallen tegelijk). - Periode en tijdstip: als gebruiksperiode van de vaartuigen, wordt uitgegaan van de periode van mei tot half oktober. Hierbinnen valt het toeristische vaarseizoen die van 1 mei tot 1 september loopt (Rijkswaterstaat 2017) en Pagina 3 van 18
daarnaast de overgangsperiode (september t/m medio oktober) waarin recreatieve (motor)boten naar de winterstallingen worden verplaatst (Waterrecreatie Advies 2018, info jachthaven Wolderwijd). De vaartuigen worden alleen overdag (tussen zonsopkomst en zonsondergang) gebruikt. Evenementen - Locatie en type: Op het strand worden enkele kleinschalige evenementen mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld beachvolleybal of culturele markten. De opdrachtgever geeft aan dat een deel van de evenementen gebruik maakt van versterkt geluid en/of verlichting. Hierbij is het uitgangspunt dat de geluidsboxen en/of lichtbronnen in de richting van het Strandeiland/centrum van Harderwijk (noord/noordoost)worden gericht. Bij evenementen is het uitgangspunt dat er géén vuurwerk/lasershow e.d. wordt ingezet. - Duur en aantal: op basis van informatie van de opdrachtgever worden jaarlijks 10 (kleinschalige) evenementen op het Strandeiland zelf (waarvan de helft met versterkt geluid) gehouden. Voor evenementen wordt uitgegaan van een duur van een dag. - Periode en tijdstip: in de huidige bestemmingsplanregels wordt de periode 1 april t/m 1 september aangehouden voor het houden van evenementen (ruimtelijkeplannen.nl). Aangezien de maand september vaak nog goede weersomstandigheden heeft, wordt voor de ecologische toetsing uitgegaan van een evenementenperiode van april tot en met september.
Het merendeel van de evenementen vindt overdag plaats. Evenementen kunnen ook in de avonduren worden gehouden, waarbij de evenementen - conform de regels in de APV - plaatsvinden tussen 09.00-24.00 uur, waarbij er na 23.30 geen (versterkte) muziek wordt afgespeeld (Gemeente Harderwijk 2019).
5. Relevante natuurwaarden en mogelijke effecten Relevante natuurwaarden De planlocaties liggen op korte afstand van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (zie figuur 1). Dit gebied aangewezen als Vogel- en Habitatrichtlijngebied voor de bescherming van habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels (zie kader 2). De volledige instandhoudingsdoelen staan in bijlage 1. Andere Natura 2000-gebieden (wo. Veluwe) liggen op meer dan twee kilometer afstand. Kader 2 Beschermde waarden Veluwerandmeren (Min. LNV 2009)
* Toegevoegd op basis van het Ontwerp-wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden (Min. LNV 2018). Pagina 4 van 18
Mogelijke effecten Directe effecten zoals oppervlakteverlies zijn, gezien de beoogde locatie van het vlot en de verhuurlocatie buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied (zie figuur 1), niet aan de orde. Mogelijke effecten beperken zich zodoende tot externe werking. Op basis van de effectenindicator (Min. EZ 2015), bekende dosis-effectrelaties (zie geraadpleegde bronnen) en expert judgement kunnen de beoogde activiteiten leiden tot de volgende effecten: • verstoring (geluid, licht en optische verstoring door menselijke aanwezigheid); • mechanische effecten (betreding); • verzuring en vermesting (stikstofdepositie). Verstoring Evenementen kunnen leiden tot verstoring op de omgeving (geluid, licht en optische bewegingen). Vaartuigen kunnen door geluid en optische beweging een verstorend effect hebben. De mate van verstoring is afhankelijk van de intensiteit, duur en frequentie van de verstoringsbron. Daarnaast zijn ook het tijdstip en de overlap met kwetsbare perioden en leefgebieden van soorten (afstand tussen leefgebied en verstoringsbron, uitgedrukt in verstoringsafstand) relevant. Verstoringsafstanden zijn een combinatie van visuele en geluidsverstoring en verschillen per soort. In algemene zin wordt voor situaties waarin niet geheid/vuurwerk wordt ingezet, een maximale verstoringsafstand van 500 meter aangehouden (Van der Vegte et al. 2014, Krijgsveld et al. 2008).
Binnen dit invloedsgebied is alleen het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren van belang. In paragraaf 6 wordt nader ingegaan op de mogelijke effecten van verstoring. Mechanische effecten Door het gebruik van de vaartuigen kan fysieke beschadiging optreden doordat deze door (water)vegetaties varen/peddelen en mogelijk rietzones ingaan (betreding). De vaartuigen zijn ongemotoriseerd en hebben een beperkte diepgang, zodat opwerveling/vertroebeling niet aan de orde is (Ottburg & Henkens 2012). Vanwege de geringe diepgang van de vaartuigen is golfslag en bodembeschadiging niet aan de orde. Gezien de actieradius van de vaartuigen worden mechanische effecten nader beoordeeld voor het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (zie paragraaf 6). Verzuring en vermesting (stikstofdepositie) Emissie van stikstofoxiden ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij de stook van cvinstallaties of in het verkeer. De stikstof slaat in het plangebied en omgeving neer (stikstofdepositie) en kan verzurende en vermestende effecten veroorzaken op de voor stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Natura 2000-gebied(en). De tijdelijke werkzaamheden en het toekomstige gebruik gaan gepaard met extra stikstofuitstoot, bijvoorbeeld door inzet van machines en aggregaten bij evenementen en de verkeersaantrekkende werking van evenementen.
De te verhuren vaartuigen hebben geen motoraandrijving, zodat deze met het oog op stikstofdepositie niet relevant zijn. De regels waaraan stikstofberekeningen moeten voldoen waren tot voor kort vastgelegd in het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en (nog steeds) verankerd in de Wet natuurbescherming. De Raad van State zette 29 mei 2019 een streep door het PAS, waarmee (het overgrote deel van) het toetsingskader is komen te vervallen. Onderdeel van het PAS was het rekenmodel AERIUS. Dit model wordt – na een update (januari 2020) – nog steeds gebruikt om de stikstofdepositie voor projecten te berekenen. Gezien de lokale aard van de activiteiten en de grote afstand tot het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (Veluwe, >2 kilometer) worden negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofde-
Pagina 5 van 18
positie niet verwacht. Een proefberekening in de AERIUS-Calculator, waarbij is uitgegaan van 50.000 verkeersbewegingen op jaarbasis, die via de N302 tussen de parkeerplaats aan de Havendijk en de A28 rijden, laat namelijk zien dat er in dat geval géén sprake is van stikstofdepositie (0,00 mol/ha) op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Er is hierbij rekening gehouden met een stagnatiefactor van 10%1. Dit betekent dat in geval van 25.000 bezoekende auto’s op jaarbasis bij evenementen er in het kader van de Wnb géén sprake is van een belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij is echter geen rekening gehouden met bijvoorbeeld vrachtverkeer en inzet van aggregaten bij evenementen. De Aeriusberekening is als bijlage toegevoegd aan deze notitie (zie bijlage 4). Geadviseerd wordt om aanvullende berekening(en) te maken/scenario’s te bepalen om het maximale jaarlijkse aantal verkeersbewegingen (en eventuele tijdsduur in geval gebruik wordt gemaakt van aggregaten e.d.) te bepalen waarbij geen sprake is van depositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Deze aantallen kunnen vervolgens in het bestemmingsplan als drempelwaarden worden opgenomen. De nader te beschouwen effecten zijn samengevat in kader 3. Kader 3 Potentiële effecten a.g.v. de voorgenomen activiteiten Habitattypen Verstoring - geluid - licht - optisch Mechanische effecten - betreding/beschadiging
6.
X
Habitatsoorten
Broedvogels
Niet-broedvogels
X X X
X X X
X X X
X
X
X
Effectenanalyse
Habitattypen Voor alle habitattypen geldt een behoudsdoelstelling ten aanzien van de kwaliteit en het oppervlakte. Deze habitattypen ondervinden momenteel geen ecologische knelpunten: de huidige kwaliteit en omvang van de habitattypen zijn voldoende voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen (Rijkswaterstaat 2017). Binnen het invloedsgebied van de vaartuigen liggen de habitattypen Kranswierwateren en Meren met krabbenscheer (zie bijlage 2). Een groot deel van het aangrenzende Wolderwijd en Veluwemeer (onderdelen van het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren) zijn begroeid met deze habitattypen en vormen dichte aaneengesloten waterplantvelden. Vaartuigen kiezen in de praktijk veelal een route met de minste weerstand en varen vooral langs de oevers. Aangezien de vaartuigen een beperkte diepgang hebben, de geringe aantallen en de actieradius kan hooguit lokale beschadiging kan optreden. De waterplanten kunnen zich gemakkelijk herstellen, of bij losraken (verderop) weer verder groeien. Daarnaast is behoud/uitbreiding van de habitattypen kranswierwateren en krabbenscheer vooral afhankelijk van de waterkwaliteit (Rijkswaterstaat 2017). Verlaging van de nutriëntenbelasting en vergroting van het doorzicht heeft geleid tot herstel van grote oppervlaktes waterplanten.
De kleinschalige en lokale beschadiging heeft daarmee geen negatief effect op de doelstelling voor behoud van omvang en kwaliteit van de habitattypen. Er is door naleving van de gedragscode voor recreatie (Het Blauwe Hart 2016) geen sprake van betreding van de sub-ha-
1 De NSL monitoringsviewer (https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/#) geeft aan dat er een maximale verkeersstagnatiefactor van 10% is
Pagina 6 van 18
bitattypen Ruigten en zomen. Er is geen sprake van negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van de habitattypen als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het opstellen van (rand)voorwaarden ten aanzien van habitattypen is niet nodig. Habitatrichtlijnsoorten De Veluwerandmeren vormen belangrijk leefgebied voor kleine modderkruiper, rivierdonderpad en meervleermuis. Voor alle drie de soorten geldt een behoudsdoelstelling ten aanzien van de kwaliteit en oppervlakte van het leefgebied. Er zijn momenteel geen ecologische knelpunten: de huidige omvang en kwaliteit van het leefgebied is voldoende voor het behalen van de doelstellingen (Rijkswaterstaat 2017). Kleine modderkruiper komt vooral in de ondiepe met kranswier begroeide delen voor. Rivierdonderpad komt vooral langs de oevers van meren voor op stortstenen beschoeiing en driehoeksmosselen. Het oppervlaktewater en de oeverzones fungeren als foerageergebied voor meervleermuis, verblijfplaatsen bevinden zich in de wijde omgeving. Meervleermuis houdt gedurende de wintermaanden (ca. half oktober tot maart/april) winterslaap en is derhalve inactief in die periode (Min. EZ 2013). Alle drie aangewezen habitatsoorten zijn (vooral) nachtactief (Min. EZ 2013). De evenementen kunnen zorgen voor verstoring richting de omgeving door geluid, licht en bewegingen.
De (gebruikers van de) vaartuigen kunnen een verstorend effect door geluid en beweging hebben. Geluid als gevolg van (versterkte) muziek en menselijk geluid verspreiden zich via de lucht en dringen niet door in water en hebben daarmee geen negatieve effecten op vissoorten. Geluid en optische bewegingen afkomstig van vaartuigen en overdag gehouden evenementen hebben geen overlap met de nachtelijke actieve meervleermuis. Verblijfplaatsen/kolonies van meervleermuis bevinden zich buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied op ruime afstand van de planlocaties (Rijkswaterstaat 2017). Gezien de verscholen leefwijze van de vissoorten en beperkte diepgang van de vaartuigen is ook geen sprake van negatief effect op vissoorten. Verstoring als gevolg van verlichting en geluid van evenementen die ná zonsondergang plaatsvinden, heeft gezien de beperkte frequentie en overlap (hooguit enkele uren), de locatie buiten het Natura 2000-gebied en de positie van de boxen en verlichting van het Natura 20000-gebied afgericht, geen negatieve effecten op de draagkracht van het Natura 2000-gebied. Daarbij zijn gedurende de overlappende momenten voldoende uitwijkmogelijkheden binnen het Natura 2000-gebied, zodat er geen sprake is van negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van de habitatrichtlijnsoorten als gevolg van de voorgenomen activiteiten.
Het opstellen van (rand)voorwaarden ten aanzien van habitatrichtlijnsoorten is niet nodig. Broedvogels De rietkragen en -moerassen in de Veluwerandmeren vormen belangrijk leefgebied voor de twee aangewezen broedvogels roerdomp en grote karekiet. Voor beide soorten geldt een uitbreidingsdoelstelling voor zowel omvang als kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van een draagkracht voor een populatie van ten minste 5 paren roerdomp en 40 paren grote karekiet. Voor de broedvogels vormt de omvang en de kwaliteit van het rietmoeras en/of gebrek aan rust knelpunten voor het behalen van de instandhoudingsdoelen. De afgelopen jaren zijn in het kader van ondermeer Integrale Inrichting Veluwerandmeren (IIVR) diverse maatregelen uitgevoerd om het leefgebied te herstellen en uit te breiden (o.a. ecolint Elburg en rietzone Harderwijk/Elburg). Het beheerplan geeft aan dat door deze maatregelen de verwachting is dat de kwantiteit en kwaliteit van het rietmoeras zodanig verbetert, dat de instandhoudingsdoelstellingen voor de broedvogels behaald gaan worden (Rijkswaterstaat 2017). Daarnaast is voldoende rust van cruciaal belang voor het behalen van de instandhoudingsdoelen. De broedvogels zijn zeer gevoelig voor verstoring, zodat rust in de broed- en leefgebieden gewaarborgd moet zijn (Rijkswaterstaat 2017).
Pagina 7 van 18
Roerdomp broedt van maart tot en met augustus en grote karekiet van mei tot half augustus (zie tabel 1). Er is zodoende sprake van overlap tussen het broedseizoen van beide vogelsoorten en de beoogde activiteiten die plaatsvinden in de periode april t/m september (evenementen) en mei t/m medio oktober (vaartuigen). De activiteiten kunnen daarom in potentie leiden tot verstoring. Tabel 1 Broedvogelkalender van de aangewezen broedvogels Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Legenda: Oranje = broedperiode (inclusief balts- en nestelperiode, eieren en verzorging van vliegvlugge jongen) (www.mijnrvo.nl). jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Grote karekiet Roerdomp
Evenementen De verstoringsafstand van grote karekiet en roerdomp betreft 100-300 meter (Krijgsveld et al. 2008, Min. EZ 2013). Binnen deze verstoringscontour is geen (potentieel) geschikt leefgebied in de vorm van (overjarige) rietvegetaties aanwezig. De dichtstbijzijnde waarnemingen van roerdomp en grote karekiet liggen ruim 600 meter ten zuiden van de planlocaties in de brede oeverzones aan de Gelderse zijde van het Wolderwijd (NDFF 2019, losse waarnemingen). Deze oeverzones fungeren als foerageergebied, broedgevallen zijn hier niet bekend (NDFF 2019). Het meest nabije vastgestelde broedterritorium van roerdomp bevindt zich op ruim twee kilometer afstand in het moerasgebied Harderbroek (NDFF 2019: protocol 14.201 Monitoring van broedvogels). Van grote karekiet is in de nabijheid alleen een ouder (2010) broedterritorium bekend op eiland De Kluut (ca. 2,7 km afstand). Binnen het Natura 2000-gebied broedt roerdomp vooral in de rietmoerassen rond Elburg en grote karekiet in het noordelijke deel van het Drontermeer (Rijkswaterstaat 2017, 2009). Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied in de directe omgeving van het Strandeiland, de ruime afstand tot (potentieel) broedbiotoop (>2 km), de beperkte frequentie en korte duur van de evenementen, is geen sprake van negatieve effecten op de draagkracht van het Natura 2000-gebied voor beide soorten.
De evenementen op het Strandeiland hebben geen negatief effect op de uitbreidingsdoelstelling van de aangewezen broedvogels. Het stellen van (rand)voorwaarden ten aanzien van kwalificerende broedvogels bij evenementen is niet aan de orde. Vaartuigen De vaartuigen kunnen gezien de mobiliteit dichter bij de (potentiële) leefgebieden van broedvogels komen. Het merendeel van de vaartuigen maakt echter korte tochtjes en verblijft vooral in de omgeving van het Strandeiland. De vaartuigen die verder gaan, kunnen een verstorend effect hebben. De meest nabij gelegen broedterritoria bevinden zich in het moerasgebied Harderbroek (>2km), achter de Knardijk, uit het zicht van de vaartuigen. Effecten op deze broedgebieden als gevolg van de vaartuigen zijn gezien de ruime afstand en afgeschermde ligging niet aan de orde. In de oeverzone aan de Gelderse zijde van het Wolderwijd (>500 meter afstand) bevindt zich geschikt foerageergebied. Broedgevallen zijn hier niet bekend (NDFF 2019) en worden vanwege de bestaande recreatiedruk ook niet verwacht. Door naleving van de Gedragscode voor recreatie (Het Blauwe Hart 2016) is de verstoring beperkt (zie ook kader 1). De vaartuigen in de nabijheid van deze oeverzones hebben vanwege het kortdurende effect (kort langsvaren) en het beperkte aantal vaartuigen geen (significant) verstorend effect op het leefgebied (m.n. foerageerfunctie) van broedvogels.
De gebieden waar uitbreiding van het leefgebied van broedvogels is beoogd, bevinden zich rond Elburg en Drontermeer en liggen op meer dan 10 kilometer van het Strandeiland buiten de reikwijdte van de vaartuigen. Het stellen van (rand)voorwaarden ten aanzien van broedvogels bij het gebruik van waterfietsen en kano’s is niet aan de orde. Pagina 8 van 18
Voor het suppen geldt een uitzondering. Dit is namelijk een nieuwe activiteit, die in het kader van het Natura 2000beheerplan niet is getoetst op mogelijke effecten op de Natura 2000-doelen(Rijkswaterstaat 2017b). Individueel suppen is vooralsnog toegestaan, waarbij de voorwaarde geldt dat recreanten zich houden aan de gedragscode voor recreatie (zie kader 1) (Rijkswaterstaat 2017b). Voor voorzieningen die het individueel gebruik van de SUP overstijgt (bijvoorbeeld aangeboden in sportschoolverband), is een aanvullende natuurtoets nodig om de effecten in beeld te brengen Niet-broedvogels Het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren is aangewezen als leefgebied van 16 niet-broedvogels. Voor alle soorten geldt een behoudsdoelstelling ten aanzien van de kwaliteit en oppervlakte van het leefgebied. Het gebied is voor deze soorten in de herfst en winterperiode van belang, vooral als foerageergebied. De belangrijke periode voor wintervogels (september-april) overlapt voor een aantal soorten (www.sovon.nl) met de beoogde activiteiten die plaatsvinden in de periode april t/m september (evenementen) en mei t/m medio oktober (vaartuigen). Gedurende de maanden april en september/medio oktober is sprake van overlap en kunnen negatieve effecten als gevolg van verstoring en mechanische effecten (betreding leefgebied) optreden.
Evenementen Voor het merendeel van de aangewezen soorten is geen sprake van ecologische knelpunten en halen (ruimschoots) de doelaantallen (zie tabel 2). Zes soorten (brilduiker, grote zaagbek, nonnetje, smient, slobeend en tafeleend) halen momenteel de doelaantallen niet, mogelijk als gevolg van een voedselprobleem en/of een gebrek aan rust in het Natura 2000-gebied (Rijkswaterstaat 2017). Voor smient ligt de oorzaak voor het niet halen van het doelaantal buiten het Natura 2000-gebied (afname kwaliteit natte graslanden als foerageergebied). De beoogde activiteiten hebben geen invloed op de foerageergebieden (grasland) van smient. Van de soorten die momenteel een ecologisch knelpunt ondervinden is slobeend en (met zeer geringe aantallen) ook smient, tafeleend en brilduiker in de maanden september/medio oktober en april in het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren aanwezig (sovon - gebiedsinformatie). Van géén van deze soorten overlappen de piekmaanden echter met de periode waarin de evenementen (april t/m sept) en vaarrecreatie (mei t/m medio oktober) plaatsvinden.
Hieruit wordt geconcludeerd dat het Natura 2000-gebied in de niet-overlappende maanden met hogere aantallen van groter belang is voor deze niet-broedvogels en dat voor eventuele aanwezige lage aantallen vogels in de overlappende maanden voldoende geschikte uitwijkmogelijkheden binnen het Natura 2000-gebied aanwezig zijn, waaronder in de aangewezen rustgebieden in de nabijheid van Harderwijk (zie bijlage 3). Met andere woorden, de draagkracht van het Natura 2000-gebied blijft te allen tijde geborgd voor genoemde niet-broedvogels. De andere soorten die het doelaantal niet halen (grote zaagbek en nonnetje) zijn in de overlappende maanden september-medio oktober en de maand april (nog) niet in het Natura 2000-gebied aanwezig, waardoor geen sprake is van verstoring op deze soorten. Voor de soorten die het instandhoudingsdoel wel (ruimschoots) halen, geldt dat de activiteiten overlap hebben met de aanwezigheid van deze soorten in het Natura 2000-gebied (zie ook tabel 2). Voor de aanwezige aantallen bieden de aangewezen rustgebieden (zie bijlage 3) voldoende uitwijkmogelijkheden. Deze gebieden liggen op ruim twee kilometer afstand van de planlocaties, ruim buiten de maximale verstoringsafstand van 500 meter voor niet-broedvogels (Min. EZ 2013).
Evenementen in de periode april t/m september hebben geen (significant) verstorend effect op de instandhoudingsdoelen van de aangewezen niet-broedvogels. Vanwege de overlap van evenementen met de aanwezigheid van nietbroedvogels in de maand september wordt geadviseerd in september géén gebruik te maken van versterkte muziek Pagina 9 van 18
en verlichting tijdens evenementen. Indien dit toch gewenst is, is een aanvullende natuurtoets nodig om de effecten in beeld te brengen en eventueel een vergunning aan te vragen. Tabel 2 Instandhoudingsdoelen (IHD) van de kwalificerende niet-broedvogels van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (zie ook bijlage 1) en de seizoensgemiddelden van het gehele Natura 2000-gebied, gebaseerd op het gemiddelde seizoengemiddelde berekend over de vijf meest recente telseizoenen (’11-’12 t/m ’16-‘17) (sovon.nl). De soorten waarvan het seizoensgemiddelde boven het instandhoudingsdoel ligt, zijn groen gearceerd. Daarnaast is aangegeven in welke periode de soort in het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren aanwezig is en wat de piekperiode met de hoogste aantallen is (aangegeven tussen haakjes) (sovon.nl) Soort
Draagkracht (ihd) N2000gebied 400
Seizoensgemiddelde N2000-gebied
Aanwezig in N2000-gebied (piekperiode)
509
Jaarrond (sept-nov)
Aalscholver
420
608
Jaarrond (sept en mrt)
Grote Zilverreiger
40
307
-
Lepelaar
3
4
Feb-okt (jun-aug)
Kleine Zwaan
120
722
Okt-mrt (nov-jan)
Smient
3.500
2.650
Sept-apr (nov-feb)
Krakeend
280
360
Jaarrond (aug en sept)
Pijlstaart
140
280
Sept-apr (nov-feb)
Slobeend
50
32
Jaarrond (medio okt- nov)
Fuut
Krooneend
30
60
Jaarrond (jun en nov)
Tafeleend
6.600
3.721
Sept- mrt (nov en dec)
Kuifeend
5.700
9.439
Jaarrond (nov-feb)
Brilduiker
220
135
Okt-apr (feb)
Nonnetje
60
46
Nov-mrt (feb)
Grote Zaagbek
50
37
Nov-mrt (dec-feb)
11.000
14.107
Jaarrond (nov en dec)
Meerkoet
Vaartuigen De vaartuigen kunnen in de overlappende maanden (september-medio oktober) verstoring op de niet-broedvogels veroorzaken. Om niet-broedvogels in de kwetsbare winterperiode voldoende rust te bieden en de instandhoudingsdoelen te borgen, zijn in het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren namelijk een aantal gebieden middels een Toegangsbeperkingsbesluit (TBB) in de herfst en winter (sept t/m mrt) afgesloten voor recreatie. Doordat vaartuigen de aangewezen rustgebieden (zie bijlage 3) niet betreden en de Gedragscode Recreatie IJsselmeergebied (Het Blauwe Hart 2016) naleven, is geen sprake van een verstorend effect op de instandhoudingsdoelen van niet-broedvogels. Voor vaartuigen is het stellen van (rand)voorwaarden ten aanzien van niet-broedvogels niet aan de orde.
7. Conclusie Ten aanzien van de gewenste intensivering van het recreatieve gebruik (vaartuigen en evenementen) rond het Strandeiland in Harderwijk zijn vanuit de natuurwetgeving enkele randvoorwaarden en aanbeveling aan te geven, zie tabel 3 hieronder.
Pagina 10 van 18
Tabel 3 Randvoorwaarden ten aanzien van de beoogde activiteiten (vaartuigen en evenementen). Activiteit
april
mei
juni
juli
augustus
september oktober
Verhuur va a rtui gen (mei -medi o okt)
Gea dvi s eerd wordt huurders te wi jzen op regel s zoa l s bes chreven i n Gedra gs code Recrea tie Ijs s el meergebi ed en bui ten a fges l oten gebi eden bl i jven.
Indi vi dueel s uppen (mei -medi o okt)
Indi vi dueel s uppen i s toeges taa n, huurders wi jzen op Gedra gs code Recrea tie en bui ten a fges l oten gebi eden bl i jven.
Groeps gewi js /s ports chool verba nd s uppen (mei -medi o okt)
Vergunni ng, voorzi en va n een na tuurtoets , ter beoordel i ng a a n bevoegd geza g voorl eggen
Evenementen zonder vers terkt gel ui d/verl i chting (a pr-s ept)
Evenementen met vers terkt gel ui d en/of verl i chting (a pr-s ept)
Nega tieve effecten op i ns tandhoudi ngs doel en va n Na tura 2000-s oorten zi jn ni et a a n de orde. Wel wordt een qui cks ca n/broedvogel check i n het ka der va n s oortbes chermi ng voora fga a nd a a n een evenement gea dvi s eerd.
Gea dvi s eerd wordt de s pea kers en verl i chting va n het Na tura 2000gebi ed a f te ri chten (wa teroppervl a k en oeverzones ontzi en).
Va nwege overl a p met ni etbroedvogel s geen i nzet va n vers terkt gel ui d/verl i c hting óf een na tuurtoets l a ten ops tel l en.
Ten aanzien van stikstofdepositie wordt geconcludeerd dat bij een jaarlijks aantal van 25.000 bezoekende auto’s (50.000 mvt/jaar) geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden optreden. Geadviseerd wordt om aanvullende berekening(en) te maken/scenario’s te bepalen om het maximale jaarlijkse aantal verkeersbewegingen (en eventuele tijdsduur in geval gebruik wordt gemaakt van aggregaten e.d.) te bepalen waarbij geen sprake is van depositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Deze aantallen kunnen vervolgens in het bestemmingsplan als drempelwaarden worden opgenomen.
Pagina 11 van 18
Bronnen Literatuur
Alberts, A. (2014). Voortoets Telstarsurf Strand Horst; Beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet. Rapport 13-226. Ecogroen Advies, Zwolle.
Gemeente Harderwijk (2019). Notitie mogelijke ontwikkelingen Strandeiland – input Voortoets, 21 maart 2019 (Mw. K. van der Schot).
Gemeente Harderwijk (2019). Algemene plaatselijke verordening (APV) Harderwijk, 26 februari 2019.
Goutbeek, A. (2012). Habitattoets Paintball accommodatie Strand Horst; Beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet. Rapport 12042. Ecogroen Advies, Zwolle.
Henkens, R.J.H.G., M.E.A. Broekmeyer, A.G.M. Schotman, C.M. Goossen en R. Pouwels (2012). Kennis over effecten, kwetsbaarheid , handelings perspectieven en monitoring van recreatie in Natura 2000-gebieden. Alterra-rapport 2334. Alterra Wageningen UR. Wageningen, 2012.
Kraaijeveld, S.E. en M. Oudshoorn (2019). Natuurtoets herontwikkeling Strandzone, Harderwijk. Inventarisatie en beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming en de provinciale regels ten aanzien van het NNN. Rapport 18-406. Ecogroen bv Zwolle.
Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels: Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie.
Min. EZ (2015). Effectenindicator Natura 2000-gebieden. Aanvulling bij Alterra-rapport 1375 uit 2005.
Min. EZ (2013, 2008). Profielendocumenten habitattypen en soorten.
Min. LNV (2018). Ontwerp-wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden. Directie Natuur & Biodiversiteit | DN&B/2018000 | Aanwezige waarden (ontwerp-wijziging), 23 februari 2018.
Ottburg, F.G.W.A. en R.J.H.G. Henkens (2012). Combinatie van vaarrecreatie en beek gebonden natuur in Noord-Brabant. Kennis over ecologische effecten van kano’s en fluisterboten, kwetsbaarheid van flora en fauna en handelingsperspectieven voor beheerder en gebruiker. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2375.
Provincie Gelderland (2018). Omgevingsverordening Gelderland, december 2018 (1-3-2019 in werking).
Reijnen M.J.S.M. & R.P.B. Foppen (1991). Effect van wegen met autoverkeer op de dichtheden van broedvogels (hoofdrapport). IB N - rapport 91/1.DLO - Instituut voor Bos - en Natuuronderzoek, Leersum.
Reijnen R., R. Foppen, C. ter Braak & J. Thijssen (1995). The effects of car traffic on breeding bird populations in woodland III. The reduction of density in relation to the proximity of main roads. Journal of Applied Ecology 32, 187-202.
Reijnen, R. R. Foppen & H. Meeuwsen (1996). The effects of traffic on the density of breeding birds in Dutch agricultural grasslands. Biological Conservation. 75: 255-260.
Pagina 12 van 18
Rijkswaterstaat (2017). Natura 2000 Beheerplan IJsselmeergebied 2017-2023. Rijkswaterstaat i.s.m. Ministerie van Economische zaken, provincie Overijssel, provincie Flevoland en provincie Gelderland, oktober 2017.
Rijkswaterstaat (2017b). Natura 2000 Beheerplan IJsselmeergebied 2017-2023 – Nota van Antwoord. Rijkswaterstaat i.s.m. Ministerie van Economische zaken, provincie Overijssel, provincie Flevoland en provincie Gelderland, oktober 2017.
Rijkswaterstaat (2009). Kaarten behorende bij Natura 2000-gebeid Veluwerandmeren. Staatscourant (2018). Ontwerpwijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 5 maart 2018. Turlings, L.G., B.J. de Jong, R.G. Verbeek, R.J. Jonkvoorst, L.S.A. Anema & J. van der Winden (2011). Nadere effectanalyse huidige gebruik activiteiten IJsselmeergebied. WitteveenBos i.s.m. Bureau Waardenburg, Deventer. Vegte, F. van der, J. Bosman en D. Logeman (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014.
Waterman, E.H., I. Tulp & J.F.B.M. Spits (2002). Verstoring van weidevogels. Effecten van treinverkeer onderzocht. Geluid, jaargang 25, nummer 5, december 2002.
Waterrecreatie Advies (2018). Te verwachten bedieningstijden kunstwerken Naardertrekvaart – ten behoeve van op te stellen verkeersmodel. Lelystad, 14 september 2018. Watersport Verbond en TKBN (2014). Kanovaarwegen in Nederland - Van planning tot praktijk, een handleiding.
Winden, J. van der, R.J Jonkvorst en M. Japink (2010). Passende Beoordeling Natuurbeschermingswet 1998 – Project Waterfront Harderwijk en de effecten op beschermde natuurgebieden. Bureau Waardenburg bv, 12 januari 2010.
Winden, J. van der, L.G. Turlings en S. Dirksen (2007). Voortoets bestaand gebruik Natura 2000-gebieden IJsselmeergebied, Bureau Waardenburg bv, 14 augustus 2008.
Internet
AERIUS-Calculator (https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl#sources:sid1=0&theme=n), versie 2016L Broedvogelkalender (https://mijn.rvo.nl/documents/20448/80143/Natuurkalender+voor+vogels/...) Het Blauwe Hart (2016). Gedragscode Recreatie IJsselmeergebied (https://www.hetblauwehart.org/wp-content/uploads/2018/06/Gedragsco deHR.pdf)
Jachthaven Wolderwijd – winterstalling (https://www.jachthaven-wolderwijd.nl/over-ons/winterstalling)
NDFF – Nationale Databank Flora en Fauna (https://ndff-ecogrid.nl/), geraadpleegd in april/mei 2019
Pagina 13 van 18
Ruimtelijkeplannen.nl – bestemmingsregels Waterfront-Zuid Boulevard-West (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0243. BP00021-0002/r_NL.IMRO.0243.BP00021-0002_index.html)
Sovon – Vogelinformatie per gebied: Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (76) (https://www.sovon.nl/nl/gebieden)
Pagina 14 van 18
Bijlage 1 Instandhoudingsdoelen N2000-gebied Veluwerandmeren Doelstelling LVI Landelijk
Oppervlak
Kwaliteit
Populatie
H3140 - Kranswierwateren
--
=
=
H3150 - Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
-
=
=
*H6430A – Ruigten en zomen (moerasspirea)
+
=
=
*H6430B – Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
-
=
=
H1149 - Kleine modderkruiper
+
=
=
=
H1163 - Rivierdonderpad
-
= (<) **
=
=
H1318 - Meervleermuis
-
=
=
=
A021 - Roerdomp
--
>
>
5
A298 - Grote karekiet
--
>
>
40
A005 - Fuut
-
=
=
400
A017 - Aalscholver
+
=
=
420
A027 - Grote Zilverreiger
+
=
=
40
A034 - Lepelaar
+
=
=
3
A037 - Kleine Zwaan
-
=
=
120
A050 - Smient
+
=
=
3500
A051 - Krakeend
+
=
=
280
A054 - Pijlstaart
-
=
=
140
A056 - Slobeend
+
=
=
50
A058 - Krooneend
-
=
=
30
A059 - Tafeleend
--
= (<) ***
=
6600
A061 - Kuifeend
-
= (<) ***
=
5700
A067 - Brilduiker
+
=
=
220
A068 - Nonnetje
-
=
=
60
A070 - Grote Zaagbek
--
=
=
50
A125 - Meerkoet
-
=
=
11000
Habitattypen
Habitatsoorten
Broedvogels
Niet-broedvogels
Pagina 15 van 18
Bijlage 2 Ligging habitattypen N2000-gebied Veluwerandmeren
Pagina 16 van 18
Bijlage 3 Afgesloten gebieden N2000-gebied Veluwerandmeren
Pagina 17 van 18
Project
Waterrecrea e en evenementen Strandzone Harderwijk Onderwerp
Ligging habita ypen Veluwerandmeren Habita ype Kranswierwateren (H3140az) Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden (H3150az) Globale loca e beoogd evenementenvlot en verhuurloca e
Datum 12-02-2020
Schaal
Opdrachtgever Gemeente Harderwijk
Versie Defini ef
Kaartondergrond Esri World Imagery
Getekend door K. Meinesz
Kaartnummer */*
Formaat A3, liggend
Projectnummer 19-200
Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl
Bijlage 4 AERIUS-modelberekening
Pagina 18 van 18
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S2LmHajy7PQs (12 februari 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
david sietses
Hoge Brug, 3841 Ct Harderwijk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
strandzone harderwijk
S2LmHajy7PQs
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
12 februari 2020, 09:09
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
19,47 kg/j
NH3
1,15 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
strandzone Harderwijk
Situatie 1
S2LmHajy7PQs (12 februari 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Evenementenverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
1,15 kg/j
19,47 kg/j
S2LmHajy7PQs (12 februari 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Evenementenverkeer 171529, 485188 19,47 kg/j 1,15 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
50.000,0 / jaar NOx NH3
19,47 kg/j 1,15 kg/j
Situatie 1
S2LmHajy7PQs (12 februari 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200211_3b24c29c22 Database versie 3b24c29c22 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
S2LmHajy7PQs (12 februari 2020) pagina 5/5
Project
Waterrecrea e en evenementen Strandzone Harderwijk Onderwerp
Afgesloten gebieden Natura 2000-gebied Veluwerandmeren
Gesloten periode: 1 september t/m 1 april N2000 Globale loca e beoogd evenementenvlot en verhuurloca e
Datum 12-02-2020
Schaal
Opdrachtgever Gemeente Harderwijk
Versie Defini ef
Kaartondergrond Esri World Imagery
Getekend door K. Meinesz
Kaartnummer */*
Formaat A3, liggend
Projectnummer 19-200
Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl
adviesrapport Voortoets suppen Harderwijk
Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming
Gemeente Harderwijk
concept
Barchman Wuytierslaan 10 3818 LH Amersfoort T 0384236464 E info@ecogroen.nl
Voortoets suppen Harderwijk
I www.ecogroen.nl
Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming
21-503 (concept)
2 december 2021
concept
L. (Lisette) Klein & D. (David) Sietses
A. (Anton) Alberts
Gemeente Harderwijk
© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. L. Klein & D. Sietses (2021). Voortoets suppen Harderwijk. Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming. Rapport 21-503 (concept). Ecogroen bv
Inhoud Samenvatting
1
1.
Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen
3 3 3
2.
Wettelijk kader en methode 2.1 Wet natuurbescherming 2.2 Werkwijze
5 5 5
3.
Selectie gebieden en effecten 3.1 Selectie van gebieden 3.2 Voorselectie van effecten
7 7 8
4.
Selectie kwalificerende natuurwaarden 4.1 Beschrijving van het effectgebied 4.2 Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Veluwerandmeren 4.3 Habitattypen binnen effectgebied 4.4 Habitatrichtlijnsoorten binnen effectgebied 4.5 Broedvogelsoorten binnen effectgebied 4.6 Niet-broedvogelsoorten binnen effectgebied
10 10 11 11 12 13 13
5.
Effectbeoordeling 5.1 Habitattypen 5.2 Habitatrichtlijnsoorten 5.3 Broedvogels 5.4 Niet-broedvogels
14 14 17 17 18
6.
Conclusie en advies 6.1 Advies en vervolgstappen
20 20
7.
Geraadpleegde bronnen
21
Bijlagen Bijlage 1 – Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Veluwerandmeren Bijlage 2 – Typische soorten habitattypen H3140 en H3150
Samenvatting Aanleiding en doelstelling Gemeente Harderwijk overweegt het recreatieve gebruik van het Wolderwijd te intensiveren door de verhuur van ongemotoriseerde vaartuigen mogelijk te maken, waaronder sup’s. Uit een recente haalbaarheidsonderzoek (Kraaijeveld, 2020) blijkt dat suppen1 als een nieuwe activiteit voor Natura 2000 geldt, die niet getoetst is in het kader van het beheerplan voor Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Voor suppen, zoals vanaf een sup-verhuurlocatie, is daarom een effectbeoordeling nodig is om eventuele gevolgen in het kader van Natura 2000 inzichtelijk te maken. In dit rapport is een voortoets uitgewerkt voor de verhuur van maximaal 100 sup’s per etmaal in de periode april t/m september. De voortoets dient ter onderbouwing van toekomstige vergunningaanvragen ten aanzien van sup-verhuurlocaties vanaf de kustzone van de gemeente.
Natura 2000 • Het projectgebied, waar de sup-verhuurlocaties beoogd zijn, grenst aan Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (Vogelrichtlijngebied + Habitatrichtlijngebied). Een deel van de jachthaven De Knar in het noorden van het projectgebied valt binnen dit Natura 2000-gebied. Het suppen vindt geheel plaats in Natura 2000-gebied Veluwerandmeren, op het Wolderwijd en het Veluwemeer. Overige Natura 2000gebieden, zoals de Veluwe, liggen op 2,5 kilometer of verder. Door de aard van het suppen zijn negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden anders dan de Veluwerandmeren op voorhand uitgesloten. • Negatieve gevolgen door hydrologische veranderingen, versnippering of verontreiniging zijn op basis van de aard van het voornemen uitgesloten. • Suppen vormt geen bron van stikstofemissies. De verkeersbewegingen van en naar de verhuurlocaties vormen wel een bron van stikstofemissies. De gemeente Harderwijk laat de gevolgen door stikstofemissies in een latere fase van de vergunningprocedures van sup-verhuurlocatie(s) toetsen. Stikstofdepositie is buiten beschouwing gelaten. • (Significant) negatieve gevolgen door mechanische effecten zijn uitgesloten voor de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijnsoorten, (niet)-broedvogelsoorten. Het suppen staat het behalen van de uitbreidingsdoelstellingen van de broedvogelsoorten niet in de weg.
• (Significant) negatieve gevolgen door verstoringseffecten zijn uitgesloten voor de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijnsoorten, broedvogelsoorten en het merendeel van de niet-broedvogelsoorten. Het suppen staat het behalen van de uitbreidingsdoelstellingen van de broedvogelsoorten bovendien niet in de weg. Voor de niet-broedvogelsoorten slobeend, tafeleend, brilduiker en grote zaagbek zijn significant negatieve gevolgen in de maanden april en september echter niet uit te sluiten.
________________________________________________________________________________ 1 Individueel suppen, waarbij een recreant z’n eigen sup meebrengt, is toegestaan. Onder groepsgewijs suppen valt onder andere
het verhuur van sup’s of suppen in sportschoolverband, ongeacht groepsgrootte (Rijkswaterstaat, 2017b). Zie ook de voetnoot op pagina 3.
Voortoets suppen Harderwijk
01
Advies en vervolgstappen • Omdat significant negatieve gevolgen door verstoring op niet-broedvogels slobeend, tafeleend, brilduiker en grote zaagbek niet zijn uit te sluiten, kan het suppen op basis van voorliggende toetsing geen doorgang vinden in de maanden april en september. • In de maanden mei – augustus is sup-verhuur mogelijk, significant negatieve gevolgen voor instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren zijn in deze maanden uitgesloten. Vervolgstappen zijn nodig om het suppen in de maanden april en september doorgang te bieden. Voor vervolgstappen kan gedacht worden aan een planaanpassing en/of een passende beoordeling. Indien gekozen wordt voor een passende beoordeling, dan is er in de toekomst sprake van een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming).
Voortoets suppen Harderwijk
02
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Gemeente Harderwijk overweegt het recreatieve gebruik van het Wolderwijd te intensiveren door het verhuur van ongemotoriseerde vaartuigen mogelijk te maken, waaronder sup’s. De beoogde ontwikkelingen kunnen negatieve gevolgen hebben voor beschermde natuurwaarden. Daarom is in 2020 een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd (Kraaijeveld, 2020). Uit het haalbaarheidsonderzoek blijkt dat suppen2 3 (anders dan individueel suppen) als een nieuwe activiteit voor Natura 2000 geldt, die niet in het beheerplan voor Natura 2000-gebied Veluwerandmeren getoetst is. Er is daarom voor de activiteit suppen, zoals vanaf een sup-verhuurlocatie, een aanvullende effectbeoordeling nodig om eventuele gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren inzichtelijk te maken. Gemeente Harderwijk heeft Ecogroen gevraagd om hiertoe een voortoets uit te voeren. De voortoets dient ter onderbouwing van toekomstige vergunningaanvragen van sup-verhuurlocaties vanaf de kustzone van de gemeente.
1.2 Ligging projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen De exacte locatie van de sup-verhuurlocaties zijn nog onbekend. In voorliggende rapportage wordt uitgegaan van sup-verhuur vanaf de kustzone (hierna: projectgebied) van de gemeente Harderwijk die globaal gezien ligt tussen de N302 en de zuidelijke punt van De Wellen (figuur 1.1).
________________________________________________________________________________ 2‘Van suppen (het voortbewegen op een surfplank zonder zeil, met behulp van een peddel) wordt aangegeven dat het hier om een
nieuwe activiteit gaat, die in het kader van het Beheerplan niet is getoetst. … Deze vorm van gebruik is op zich niet vergunningplichtig, al hoewel bij omvangrijkere activiteit, bijvoorbeeld aangeboden in sportschoolverband, een vergunningenprocedure geldt. Individueel suppen is vooralsnog toegestaan, waarbij recreanten zich dienen te houden aan de wet en Gedragscode. In afgesloten gebieden is het suppen sowieso niet toegestaan.’ (uit: Rijkswaterstaat, 2017b) 3 Suppen (Stand Up Peddling) wordt ondernomen met Stand Up Peddling Boards, hierna afgekort naar sup’s.
Voortoets suppen Harderwijk
03
Figuur 1.1 Globale indicatie van de kustzone vanwaar sup-verhuur wordt beoogd (rood gearceerde gebied). Bron achtergrond: PDOK.
Beschrijving randvoorwaarden voor het suppen Het sup-verhuur in het projectgebied en het suppen zelf is onderhevig aan verschillende randvoorwaarden. Voor de effectbeoordeling worden de volgende randvoorwaarden aangehouden: • Het supseizoen loopt jaarlijks van 1 april tot 1 oktober. • Binnen bovenstaande supseizoen worden dagelijks maximaal 100 sup’s verhuurd. • De sup’s worden alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang gebruikt. • Gezien het recreatieve karakter van de sup-verhuur, wordt uitgegaan dat suppers circa 2 – 4 uur het water opgaan. Er wordt uitgegaan van een sup-afstand van circa 10 km. Er wordt daarom in navolging van de eerdere haalbaarheidstoets (Kraaijeveld, 2020) een straal van 4 kilometer rondom het projectgebied aangehouden waarbinnen gesupt wordt. • Gezien het recreatieve karakter van het suppen vanaf een sup-verhuurlocatie, wordt er ook van uitgegaan dat het suppen voornamelijk in duo’s of groepen plaatsvindt. • Binnen het IJsselmeergebied geldt de Gedragscode Recreatie IJsselmeergebied (hierna: de Gedragscode) (Het Blauwe Hart, 2016). Er wordt aangenomen dat suppers deze gedragscode naleven. In deze Gedragscode staat onder andere dat: – Suppers buiten afgesloten zones van het Natura 2000-gebied blijven4. – Rietzones en andere oeverplanten ontzien worden. – Vaarbewegingen in groepen vogels voorkomen worden. – Afstand gehouden wordt van groepen watervogels.
________________________________________________________________________________ 4 Aan de oostkust van de Veluwerandmeren nabij Harderwijk bevinden zich twee zones met toegangsbeperking voor recreatie en
visserij. De afsluiting van deze zones wordt momenteel vastgelegd in een Toegangsbeperkingsbesluit (TBB). Met deze vaststelling ‘wordt feitelijk een continuering van de historische situatie bestendig geformaliseerd’ (uit Rijkswaterstaat, 2017a).
Voortoets suppen Harderwijk
04
2. Wettelijk kader en methode 2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden (Overheid 2021). In dit rapport wordt enkel ingegaan op het onderdeel Natura 2000. In onderstaand kader 2.1 is een samenvatting van de relevante wetteksten gegeven. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming (ook: Wnb) kent een zorgplicht voor natuur en soorten. De zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege of voorkomt de gevolgen. Dit laatste kan door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van (een maatregelen in het kader van) zorgplicht is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten.
Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels. Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen en projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve gevolgen kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen significant negatieve gevolgen optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project niet nodig. Zijn significant negatieve gevolgen niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het Rijk.
2.2 Werkwijze Allereerst is met behulp van de database Natura 2000-gebieden (Ministerie van LNV, 2021A) nagegaan of het projectgebied binnen/nabij beschermde Natura 2000-gebieden ligt. Verder is het maximale effectgebied door suppen vastgesteld op basis van de maximale afstand vanaf de kustzone van Harderwijk waarbinnen het suppen zal plaatsvinden (4 kilometer: Kraaijeveld, 2020) plus de maximale effectafstand van effecten die kunnen optreden tijdens het suppen. Van deze mogelijke effecten zijn de effectafstanden door verstoring zijn het grootst. In geval van verstoring door waterrecreatie wordt uitgegaan van 600 meter (Arcadis, 2014) (zie ook paragraaf 4.1). Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer, 2010; Ministerie van LNV, 2021B), de aard van het voornemen en een verdere literatuurstudie is middels objectieve gegevens bepaald welke negatieve gevolgen kunnen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied en zo ja, of deze significant kunnen zijn. Daartoe zijn binnen het effectgebied (biotopen van) kwalificerende natuurwaarden in beeld gebracht. Er is gebruik gemaakt van beschikbare gegevens zoals provinciale kaartviewers en
Voortoets suppen Harderwijk
05
het beheerplan van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Zie voor een volledig overzicht het hoofdstuk ‘Geraadpleegde bronnen’.
Voortoets suppen Harderwijk
06
3. Selectie gebieden en effecten 3.1 Selectie van gebieden Het projectgebied grenst grotendeels aan Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (figuur 3.1). Dit Natura 2000-gebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied en als Habitatrichtlijngebied. De noordelijk gelegen jachthaven De Knar valt deels binnen het Natura 2000-gebied. Door de ligging van het projectgebied en de aard van het suppen zijn (significant) negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van Veluwerandmeren niet op voorhand uit te sluiten. Op circa 2,5 kilometer ligt Natura 2000-gebied Veluwe. Gezien de actieradius van het suppen - wat op het Wolderwijd en Veluwemeer plaatsvindt - en de afstand tot overige Natura 2000-gebieden zijn negatieve gevolgen (met uitzondering van stikstofdepositie) voor verder weg gelegen Natura 2000-gebieden -zoals Veluwe- niet aan de orde.
Figuur 3.1 Ligging projectgebied (rode arcering) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (groene vlakken). Ten westen en noorden: Veluwerandmeren. Ten zuidoosten: Veluwe. Bron achtergrond: PDOK.
Voortoets suppen Harderwijk
07
3.2 Voorselectie van effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer, 2010; Ministerie van LNV, 2021B) en de aard van het voornemen is geconcludeerd dat ten gevolge van het suppen mogelijk (significant) negatieve gevolgen kunnen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Het suppen gaat namelijk mogelijk gepaard met oppervlakteverlies, verstoring, mechanische effecten en stikstofdepositie. Deze effecten zijn onderstaand kort toegelicht. Negatieve gevolgen door hydrologische veranderingen, versnippering of verontreiniging zijn op basis van de aard van het voornemen uitgesloten. Er vindt geen permanente doorsnijden van leefgebieden of migratieroutes van soorten plaats. De Gedragscode (zie paragraaf 1.2) voorziet in het voorkomen van verontreiniging door onder andere afval. Het suppen is daarnaast niet van invloed op het hydrologische systeem van Veluwerandmeren.
Oppervlakteverlies Oppervlakteverlies kan optreden wanneer ontwikkelingen plaatsvinden binnen een Natura 2000-gebied. Oppervlakteverlies uit zich in een netto afname van leefgebied van soorten en/of habitattypen (Broekmeyer, 2008). In voorliggend effectbeoordeling wordt alleen ingegaan op de gevolgen door de activiteit suppen, wat niet leidt tot oppervlakteverlies. Tijdelijk verlies van leefgebied door verstoring wordt bij verstoringseffecten beoordeeld. Omdat de sup-verhuurlocaties nog niet zijn aangewezen, zijn eventuele gevolgen door de verhuurlocaties zelf buiten beschouwing gelaten5. Gevolgen door oppervlakteverlies worden daarom niet verder behandeld.
Mechanische effecten Mechanische effecten kunnen optreden door vaarbewegingen. Door het suppen kan golfslag, vertroebeling of fysieke beschadiging optreden van (onder)watervegetatie (Torenbeek et al., 2021). Wel wordt er van uitgegaan dat suppers – conform de Gedragscode – riet en andere oevervegetaties niet fysiek in gaan. Fysieke aantasting van nestlocaties zoals door overvaren wordt daarom buiten beschouwing gelaten. Mechanische effecten golfslag, vertroebeling en beschadiging van flora worden nader onderzocht.
Verstoring Suppen leidt mogelijk tot verstoring door geluid (boven water) en trillingen (onder water – in het verlengde van het peddelen). Ook aanwezigheid van suppers kan tot optische verstoring leiden. De mate van verstoring is afhankelijk van de intensiteit, duur en frequentie van de verstoringsbron. Daarnaast zijn ook het tijdstip en de overlap met kwetsbare perioden en leefgebieden van soorten (afstand tussen leefgebied en verstoringsbron, uitgedrukt in verstoringsgevoeligheid) relevant. De gevolgen door verstoring worden nader onderzocht.
________________________________________________________________________________ 5 In figuur 3.1 is te zien dat er sprake is van overlap van een beperkt deel van de havenkom bij Jachthaven De Knar met het Natura
2000-gebied Veluwerandmeren. Indien hier een sup-verhuurlocatie wordt beoogd, dienen mogelijke gevolgen middels een aanvullende toetsing beoordeeld te worden.
Voortoets suppen Harderwijk
08
Stikstofdepositie Suppers bewegingen zich voort met behulp van een peddel. Er is geen sprake van motorgebruik. Suppen vormt daarom geen bron van stikstofemissies. Eventuele verkeersbewegingen van en naar de verhuurlocaties vormen wel een bron van stikstofemissies. De gemeente Harderwijk laat deze stikstofemissies in een latere fase van de vergunningprocedures van verhuurlocatie(s) toetsen. Stikstofdepositie wordt derhalve buiten beschouwing gelaten.
Samenvatting mogelijke effecten Tabel 3.1 geeft een samenvatting van de effecten die worden onderzocht in voorliggende voortoets. Deze effecten kunnen leiden tot (significant) negatieve gevolgen voor instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden. Tabel 3.1 Effecten die kunnen optreden ten gevolge van het suppen en waarvan de gevolgen voor instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden worden beoordeeld in voorliggende voortoets. Eveneens in aangegeven voor welk Natura 2000-gebied deze beoordeling is uitgevoerd. Mogelijke effecten Mechanische effecten (golfslag, vertroebeling, fysieke beschadiging flora) Verstoring (geluid, trillingen, optische aanwezigheid)