Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen_Toelichting_Bijlagen.pdf
Tekst van het document
Voortoets suppen Harderwijk
Veluwerandmeren ● ●
09
4. Selectie kwalificerende natuurwaarden 4.1 Beschrijving van het effectgebied Het effectgebied wordt gevormd door de maximale straal waarbinnen suptochten worden gemaakt, aangevuld met een maximale verstoringsafstand dat nog kan optreden op de uiterste grens van deze actieradius. Zoals in paragraaf 1.2 aangegeven, wordt aangenomen dat de suptochten binnen een straal van 4 kilometer van de kustzone van Harderwijk (Kraaijeveld, 2020) worden uitgevoerd. Het suppen leidt in potentie tot een relatief hoge mate van verstoring, door de staande positie van suppers en door de potentie tot geluidsverstoring doordat op elke sup één persoon staat, die daarom met verheven stem met anderen communiceert (Torenbeek et al., 2021). Daarom wordt een maximale verstoringsafstand van 600 meter aangehouden. Dit komt overeen met effectafstanden van intensieve recreatie en waterrecreatie (Arcadis, 2014; en Krijgsveld, 2008 in Arcadis, 2014). Het effectgebied wordt daarom gevormd door het water en de oeverzones binnen een straal van (4 km + 600 meter=) 4,6 kilometer van het projectgebied (figuur 4.1). Binnen het effectgebied ligt het Wolderwijd en het Veluwemeer, onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Gezien de grote overlap van het Wolderwijd, is voor de effectbeoordeling uitgegaan van een complete overlap met het Wolderwijd (inclusief de kustzone nabij Zeewolde).
Figuur 4.1 Ligging effectgebied (zwarte arcering) binnen het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (groene vlakken in ten westen en noorden van Harderwijk) en de zoeklocatie voor sup-verhuurlocaties aan de kustzone van Harderwijk (rode arcering). Afgesloten gebieden op basis van een toegangsbeperkingsbesluit zijn niet opgenomen in de kaart bij gebrek aan eenduidig kaartmateriaal. Groene vlak ten zuidoosten: Natura 2000-gebied Veluwe. Bron achtergrond: PDOK.
Voortoets suppen Harderwijk
10
4.2 Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Veluwerandmeren Voor het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren zijn 4 habitattypen (waarvan twee in ontwerpfase), 3 habitatrichtlijnsoorten, 2 broedvogels en 16 niet-broedvogels aangewezen (tabel 4.1). Zie bijlage 1 voor de volledige instandhoudingsdoelen. Tabel 4.1 Kwalificerende natuurwaarden van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (DN&B, 2018; PDN, 2009). *Ontwerp – worden derhalve niet meegenomen in de beoordeling. Habitattypen H3140 Kranswieren H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden H6430A Ruigten en zomen – moerasspirea* H6430B Ruigten en zomen – harig wilgenroosje* Habitatrichtlijnsoorten H4119 Kleine modderkruiper H1163 Rivierdonderpad H1318 Meervleermuis
Broedvogels A021 Roerdomp A298 Grote karekiet Niet-broedvogels A005 Fuut A017 Aalscholver A027 Grote zilverreiger A034 Lepelaar A037 Kleine zwaan A050 Smient
A051 Krakeend A054 Pijlstaart A056 Slobeend A058 Krooneend A059 Tafeleend A061 Kuifeend A067 Brilduiker A068 Nonnetje A070 Grote zaagbek A125 Meerkoet
4.3 Habitattypen binnen effectgebied Binnen het effectgebied liggen drie (zoekgebieden voor) habitattypen6 (zie ook figuur 4.2 – volgende pagina): • H3140 Kranswierwateren (figuur 4.2: gele vlakken); • H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden (figuur 4.2: paarse vlakken); • ZgH3140 Zoekgebied voor Kranswierwateren (figuur 4.2: blauwe vlak). Voor de habitattypen geldt een behoudsdoelstelling van oppervlakte en/of kwaliteit (PDN, 2009). Er zijn geen andere habitattypen voor het Natura 2000-gebied aangewezen.
________________________________________________________________________________ 6 De namen van de habitattypen worden eenmalig volledig uitgeschreven, daarna wordt enkel de habitatcode genoemd.
Voortoets suppen Harderwijk
11
Figuur 4.2 Habitattypen (H3140: gele vlakken, H3150: paarse vlakken, zgH3140: blauwe vlak) binnen het effectgebied (zwarte arcering en groene omlijning). Bron habitattypenkaart: Rijkswaterstaat (2021). Bron achtergrond: PDOK.
4.4 Habitatrichtlijnsoorten binnen effectgebied Voor het Natura 2000-gebied zijn drie habitatrichtlijnsoorten aangewezen: kleine modderkruiper, rivierdonderpad en meervleermuis. Kleine modderkruiper en rivierdonderpad Kleine modderkruiper komt in het Natura 2000-gebied voor in de ondiepe wateren met kranswieren. Het leefgebied van rivierdonderpad bestaat uit oevers met stortstenen beschoeiing en driehoeksmosselbanken in het open water (Rijkswaterstaat, 2017a). Voor de soorten geldt een behoudsdoelstelling (PDN, 2009). Binnen het effectgebied komt potentieel leefgebied van de vissoorten voor. Meervleermuis Het leefgebied van meervleermuis bestaat uit het open water en de oeverzones van het Veluwerandmeer. Het open water fungeert als foerageergebied, de oeverzones fungeren als foerageergebied en migratieroute tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. De verblijfplaatsen liggen binnendijks, buiten het Natura 2000-gebied (Rijkswaterstaat, 201a7). Voor de soort geldt een behoudsdoelstelling (PDN, 2009). Binnen het effectgebied komt potentieel leefgebied van meervleermuis voor.
Voortoets suppen Harderwijk
12
4.5 Broedvogelsoorten binnen effectgebied Het leefgebied van de broedvogelsoorten roerdomp en grote karekiet bestaat uit moeraszones. Zowel roerdomp als grote karekiet broeden in overjarig en stevig riet in grootschalig rietmoeras en waterrietzones. De soorten foerageren in ondiep water in of grenzend aan waterrietzones. Voor beide soorten geldt een uitbreidingsdoel (PDN, 2009). Binnen de Veluwerandmeren komt geschikt (grootschalig) rietmoeras vooral voor nabij Elburg en in het noordelijk deel van het Drontermeer (Rijkswaterstaat, 2017a). Deze zones liggen buiten het effectgebied. Er is binnen het effectgebied wel potentie voor uitbreiding van leefgebied aanwezig. Als onderdeel van het instandhoudingsmaatregel ‘ontwikkeling rietzone Harderwijk/Elburg’ worden verschillende zones met riet ontwikkeld. Onduidelijk is waar deze zones zich exact bevinden(Rijkswaterstaat, 2017a), derhalve worden de soorten zekerheidshalve meegenomen in de effectbeoordeling.
4.6 Niet-broedvogelsoorten binnen effectgebied Voor de volgende kwalificerende niet-broedvogelsoorten is het Natura 2000-gebied gedurende de maanden september – april van belang als overwinteringsgebied: fuut, aalscholver, grote zilverreiger, lepelaar, kleine zwaan, smient, krakeend, pijlstaart, slobeend, krooneend, tafeleend, kuifeend, brilduiker, nonnetje, grote zaagbek, meerkoet. Alle bovengenoemde soorten maken gebruik van het open water en/of ondiep water van het Veluwerandmeer, waar de soorten rusten en foerageren. Het leefgebied van kleine zwaan en smient bestaat naast ondiep water uit oeverzones (kleine zwaan) en nat grasland (kleine zwaan en smient), waar de soorten foerageren. Lepelaar en grote zilverreiger foerageren en rusten eveneens in moeraszones. Voor alle soorten geldt een behoudsdoelstelling (PDN, 2009). Voor tafeleend en kuifeend geldt dat er enige achteruitgang in de omvang van het foerageergebied mag plaatsvinden, ten gunste van habitattype H3140 Kranswierwateren (PDN, 2009; Rijkswaterstaat, 2017a).Voor alle soorten komt binnen het effectgebied geschikt biotoop voor.
Voortoets suppen Harderwijk
13
5. Effectbeoordeling 5.1 Habitattypen In het effectgebied komen (zoekgebied voor) de habitattypen H3140 Kranswierwateren en H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden voor. In voorliggende paragraaf worden de gevolgen door mechanische effecten en verstoring beoordeeld. Vegetaties binnen habitattypen zijn niet gevoelig voor verstoring. De kwaliteit van (en daarmee de instandhoudingsdoelen van) habitattypen worden daarom ook bepaald door de aanwezigheid van typische soorten die gevoelig kunnen zijn voor verstoring. Effecten op typische soorten kunnen het instandhoudingsdoel van het habitattype beïnvloeden (zie ook kader 5.1). De typische soorten van de (zoekgebieden voor) habitattypen in het effectgebied zijn in bijlage 2 weergegeven. Kader 5.1 Typische soorten en hun relatie tot het instandhoudingsdoel De landelijke staat van instandhouding is voor habitattypen en soorten in Nederland op een aantal aspecten gescoord als gunstig, matig ongunstig, zeer ongunstig of onbekend. Hierbij gaat het bij habitattypen om de aspecten verspreidingsgebied (range), oppervlakte, kwaliteit (structuur en functie, inclusief typische soorten) en toekomstperspectief. Effecten op typische (dier)soorten kunnen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied aantasten.
Flora is gevoelig voor mechanische effecten en betreding maar ongevoelig voor verstoring door licht, geluid en beweging. Fauna is wel gevoelig voor verstoring. Volgens uitspraken van het Hof van Justitie (HvJ 07-11-2018, ECLI:EU:C:2018:883 (Holohan)) en de Raad van State (ABRvS 20-02-2019, ECLI:NL:RVS:2019:547 (Bloemendaal)) dient beoordeeld te worden of een project kan leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van habitattypen ten gevolge van effecten van effecten op typische soorten. Het toetsingscriterium ten aanzien van typische soorten is dat de soortenrijkdom in het gebied behouden moet blijven (bij grootschalige gebieden), de gemiddelde verspreiding niet afneemt, of in geval van een uitbreidingsdoelstelling, toeneemt. Het gaat hierbij dus niet om effecten op afzonderlijke individuen van een soort of effecten op de draagkracht voor een minimaal aantal broedparen (zoals voor kwalificerende broedvogels), maar om het kwaliteitsniveau dat de typische soorten als geheel aanduiden door de aanwezigheid in het(deel)gebied. (Ministerie van EZ, 2014)
(Zoekgebied voor) H3140: Mechanische effecten Mechanische effecten bestaan uit drie soorten effecten: beschadiging van flora door het suppen, vertroebeling van water en golfslag. Deze zijn onderstaand behandeld. De paragraaf wordt afgesloten met de conclusie. Beschadiging van flora H3140 wordt gekenmerkt door typische vegetatietypen. Mechanische effecten kunnen optreden ten gevolge van de diepgang door de romp van de sup en door de peddelbewegingen. Door de aard van het suppen, de bouw van een sup-board en de wijze van peddelen, heeft een sup een geringe diepgang in het water en daardoor een beperkt effect op watervegetatie (Torenbeek et al., 2021). Door de grote waterrecreatiedruk op de Veluwerandmeren wordt aangenomen dat de onderwatervegetatie niet of op beperkte locaties tot het wateroppervlak komt, anders is waterrecreatie met grotere vaartuigen zoals kano’s of
Voortoets suppen Harderwijk
14
gemotoriseerde vaartuigen niet mogelijk. In combinatie met de beperkte diepgang van suppers leidt het suppen tot geen of een minimale beschadiging van vegetatie. Het suppen leidt niet tot een afname van de verspreiding of aanwezigheid van typische soorten in H3140 in de Veluwerandmeren. Vertroebeling water Langdurige vertroebeling of opwerveling van slib is van invloed op ondergedoken vegetatie (Torenbeek et al., 2021). Door de geringe diepgang van de sup en door de wijze van peddelen is alleen sprake van vertroebeling bij zeer laag water (Torenbeek et al., 2021). Conform de Gedragscode wordt aangenomen suppers dergelijke zones met vegetatie of oevervegetatie vermijden. Indien onvermijdelijk, dan is er sprake van een zeer tijdelijk en lokaal effect. Het suppen leidt niet tot een afname van de verspreiding of aanwezigheid van typische soorten in H3140 in de Veluwerandmeren. Golfslag De zeer beperkte golfslag van de sup’s heeft geen effect op de typische vegetatietypen van H3140. De minimale golfslag door het suppen leidt niet tot een afname van de verspreiding of aanwezigheid van typische soorten in H3140 in de Veluwerandmeren. Fysieke beschadiging is bovenstaand behandeld. Conclusie Negatieve gevolgen door beschadiging flora, vertroebeling water en golfslag zijn uitgesloten op het instandhoudingsdoel van H3140. Het realiseren van H3140 in Zoekgebied voor H3140 blijft mogelijk.
(Zoekgebied voor) H3140: Verstoring De typische soorten kenmerkend voor H3140 bestaan uit kranswieren. Flora zijn ongevoelig voor verstoring. Negatieve gevolgen door verstoring zijn niet aan de orde voor H3140. Het realiseren van H3140 in Zoekgebied voor H3140 blijft mogelijk.
H3150: Mechanische effecten Ook hier zijn de verschillende mechanische effecten behandeld. De paragraaf wordt eveneens afgesloten met een concluderende alinea. Beschadiging van flora Ook H3150 wordt gekenmerkt door typische vegetatietypen, zoals drijvende waterplanten. In het kader van de Gedragscode wordt aangenomen dat suppers zones met drijvende waterplanten ontwijken, mede doordat suppers door de geringe diepgang in dergelijke zones vastlopen. Het suppen leidt niet tot een afname van de verspreiding of aanwezigheid van typische soorten in H3150 in de Veluwerandmeren. Vertroebeling water H3150 worden gekenmerkt door de typische vissoorten ruisvoorn, snoek en zeelt. Vissoorten zijn gevoelig voor vertroebeling van leefgebied (ten gevolge van opwervelend bodemsediment) door peddelen. Door de geringe diepgang van de sup en door de wijze van peddelen is alleen sprake van vertroebeling bij zeer laag water (Torenbeek et al., 2021). Het habitattype H3150 komt voor in de diepere delen van het effectgebied, in de ruimtelijke eenheid ‘open water’ (op basis van Rijkswaterstaat, 2017a en ligging habitattypen). Het suppen leidt niet tot een afname van de verspreiding of aanwezigheid van typische soorten in H3150 in de Veluwerandmeren.
Voortoets suppen Harderwijk
15
Golfslag H3150 wordt gekenmerkt door de typische libelsoorten zoals groene glazenmaker en de vogelsoort zwarte stern. Het leefgebied van de libelsoorten bestaat vooral uit (al dan niet ondergedoken) waterplanten in verlandingszones, in zones met vegetatie dat boven het water uitsteekt of oeverzones (Vlinderstichting, 2021). Met name de larven zijn gevoelig voor golfslag. Zwarte stern broedt op nesten op watervegetatie zoals krabbenscheer, maar komt als broedvogel niet in het effectgebied voor (anders dan foeragerende exemplaren) (NDFF, 2021; Sovon, 2021). Het merendeel van de zones met H3150 binnen het effectgebied liggen binnen het open water van de Veluwerandmeren, binnen en nabij bestaande (recreatie)vaartroutes. Vanwege de ligging in het open water wordt weinig potentie voor de (larven van) soorten verwacht. Bovendien wordt er van uitgegaan dat conform de Gedragscode suppers voldoende afstand houden tot vegetatie en is sprake van een zeer beperkte golfslag door sup’s (Torenbeek et al., 2021). Het suppen leidt niet tot een afname van de verspreiding of aanwezigheid van typische soorten in H3150 in de Veluwerandmeren. Conclusie mechanische effecten Negatieve gevolgen door beschadiging flora, vertroebeling water en golfslag zijn uitgesloten op het instandhoudingsdoel van H3150.
H3150: Verstoring H3150 wordt gekenmerkt door vier verstoringsgevoelige soorten: 3 vissoorten (ruisvoorn, snoek, zeelt) en de vogelsoort zwarte stern. Omdat er overdag gesupt wordt, is er geen sprake van (verstoring door) verlichting. Ruisvoorn, snoek, zeelt De vissoorten ruisvoorn en snoek zijn dagactief, zeelt is nachtactief (Ravon, 2021). De soorten komen in plantenrijke wateren voor, waar de soorten profiteren van de beschutting van de waterplanten. Van geluidverstoring onder water voor vissen is geen sprake bij suppen (Arcadis, 2014). Gezien de dempende werking van het leefgebied van de vissen (vegetatie), de minimale tijdelijke verstoring van onderliggend water door de aard van het suppen en de verspreiding van de suppers over het algehele effectgebied, leidt het suppen niet tot een afname van de verspreiding of aanwezigheid van de typische soorten in H3150 in de Veluwerandmeren. Zwarte stern Zwarte stern broedt in het habitattype H3150, waar het nesten bouwt op de voor het habitattype kenmerkende drijvende planten. Zoals benoemd komt de soort niet als broedvogel in het effectgebied voor. Het suppen is niet van invloed op de verspreiding of aanwezigheid van de typische soort in H3150 in de Veluwerandmeren. Conclusie verstoring (Significant) negatieve gevolgen door verstoring zijn uitgesloten op het instandhoudingsdoel van habitattypen H3150.
Voortoets suppen Harderwijk
16
5.2 Habitatrichtlijnsoorten Kleine modderkruiper en rivierdonderpad zijn nachtactieve vissen, kleine modderkruiper is ook in de schemering actief. Overdag verschuilen ze zich in de vegetatie, of andere vormen van beschutting zoals stenen of oeverbeschoeiing (Ravon, 2021). Meervleermuis is, zoals eerder benoemd, ook’s nachts en in de schemering actief. Het suppen wordt tussen zonsopgang en zonsondergang toegestaan. Negatieve gevolgen door mechanische effecten en verstoring op de habitatrichtlijnsoorten kleine modderkruiper, rivierdonderpad en meervleermuis zijn niet aan de orde.
5.3 Broedvogels Voor roerdomp en grote karekiet worden de instandhoudingsdoelen niet behaald (Netwerk Ecologische Monitoring, 2021).
Mechanische effecten Binnen het effectgebied komen geen uitgestrekte rietvelden/rietmoerassen voor die draagkracht bieden aan de soorten (op basis van Rijkswaterstaat, 2017a). Er geldt echter een uitbreidingsdoelstelling. Hiervoor geldt het volgende. Er wordt conform de Gedragscode van uitgegaan dat suppers afstand houden van rietzones en oeverplanten, waar de kwalificerende soorten roerdomp en grote karekiet broeden. Gezien de combinatie met de zeer beperkte golfslag die een supper teweegbrengt, de dempende werking van de rietkragen, de tijdelijke aanwezigheid en de grootte van het supgebied, zijn negatieve gevolgen door mechanische effecten op de (toekomstige) instandhoudingsdoelen van de broedvogels uitgesloten. Het behalen van de uitbreidingsdoelstellingen blijft in de toekomst om bovenstaande redenen mogelijk.
Verstoring Roerdomp is gemiddeld verstoringsgevoelig (300 meter) en grote karekiet is matig verstoringsgevoelig (100 meter). Voor grote karekiet wordt aangenomen dat de dempende werking van zijn leefgebied (rietkragen) voldoende is om geen tot weinig beperkte effecten te hebben op grote karekiet, mits rietkragen niet betreden worden (Ministerie van LNV, 2008). Binnen het effectgebied komen geen uitgestrekte rietvelden/rietmoerassen voor die draagkracht bieden aan de soorten (op basis van Rijkswaterstaat, 2017a). Binnen het effectgebied vindt mogelijk uitbreiding plaats van leefgebied van de soorten, als onderdeel van het instandhoudingsmaatregel ‘ontwikkeling rietzone Harderwijk/Elburg’. Hiertoe worden verschillende zones met riet ontwikkeld, onduidelijk is echter waar precies. Gezien de grootte van het effectgebied, de verspreiding van de suppers over bestaande routes, de Gedragscode omtrent het ontzien van rietzones, en de dempende werking van rietzones, staat het suppen het behalen van de uitbreidingsdoelen binnen het effectgebied of in het algehele Natura 2000-gebied niet in de weg.
Voortoets suppen Harderwijk
17
5.4 Niet-broedvogels In tabel 5.1 is aangegeven welke soorten tijdens het supseizoen in het effectgebied aanwezig zijn, en in welke maanden deze soorten (bijna) voltallig aanwezig zijn (piekmaanden – oranje aanduiding in tabel 5.1) en in welke maanden dit niet zo is (gele aanduiding in tabel 5.1), en daarmee uitwijkmogelijkheden aanwezig zijn. Het supseizoen loopt van 1 april tot 1 oktober. De soorten kleine zwaan en nonnetje zijn in het supseizoen niet aanwezig in het Natura 2000-gebied (zie tabel 5.1). Er geen sprake is van overlap tussen de aanwezigheid van suppers (in het supseizoen) en de aanwezigheid van deze soorten, daarom zijn gevolgen voor deze soorten niet aan de orde. De overige soorten, waaronder grote zilverreiger waarvoor geen seizoenstrend bekend is, zijn meegenomen in de effectbeoordeling. Tabel 5.1 Overlap supseizoen (schuine streep per maand) en aanwezigheid kwalificerende soorten (oranje of gele arcering bij aanwezigheid). Instandhoudingsdoelen (IHD) van de kwalificerende niet-broedvogels van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (zie ook bijlage 1) en de seizoensgemiddelden van het gehele Natura 2000-gebied, gebaseerd op het gemiddelde seizoengemiddelde berekend over de vijf meest recente telseizoenen (’15-’16 t/m ’19-‘20) (Netwerk Ecologische Monitoring, 2021).
De soorten waarvan het seizoensgemiddelde boven het instandhoudingsdoel ligt, zijn groen gearceerd. Het seizoensgemiddelde is dikgedrukt wanneer het instandhoudingsdoel niet gehaald wordt (Netwerk Ecologische Monitoring, 2021). *Het gebied heeft voor aalscholver een functie als foerageergebied en als slaapplaats. De draagkrachtschatting (en het instandhoudingsdoel) heeft betrekking op de foerageerfunctie van het gebied (PDN, 2009). Slaapplaatsen van aalscholver zijn hierom niet meegenomen.
Overlap met supseizoen?
Instandhoudingsdoel
Seizoensgemiddelde N2000gebied
Fuut
Ja
400
512,2
Aalscholver
Ja
420
455,6 (f*)
Onbekend
40
478,0
Niet-broedvogels
Grote zilverreiger
Jan Feb Mrt Apr Mei - aug Sept Okt Nov Dec
?
?
?
?
?
?
?
?
Lepelaar
Ja
3
4,0
Kleine zwaan
Nee
120
n.v.t.
Smient
Ja
3.500
1.202,8
Krakeend
Ja
280
350,2
Pijlstaart
Ja
140
202,0
Slobeend
Ja
50
20,4
Krooneend
Ja
30
46,4
Tafeleend
Ja
6.600
3.289,2
Kuifeend
Ja
5.700
8.750,4
Brilduiker
Ja
220
65,8
Nonnetje
Nee
60
n.v.t.
Grote zaagbek
Ja
50
23,0
Meerkoet
Ja
11.000
14.776
Voortoets suppen Harderwijk
18
Mechanische effecten Er wordt conform de Gedragscode van uitgegaan dat suppers afstand houden van groepen vogels, rietzones en oeverplanten en deze niet doorkruisen. Gezien de combinatie met de beperkte golfslag die een supper teweegbrengt, de tijdelijke aanwezigheid en de grootte van het supgebied, zijn negatieve gevolgen door mechanische effecten op leefgebied van niet-broedvogels uitgesloten.
Verstoring Voor de niet-broedvogelsoorten fuut, aalscholver, grote zilverreiger, lepelaar, krakeend, pijlstaart, krooneend, kuifeend en meerkoet worden de instandhoudingsdoelen ruim behaald (zie tabel 5.1). Gezien de beperkte overlap van het supseizoen met de aanwezigheid van deze soorten (zie tabel 5.1), de verspreiding van suppers over het gehele effectgebied en de uitwijkmogelijkheden binnen het Natura 2000-gebied zijn significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van deze niet-broedvogelsoorten uitgesloten. Voor smient, slobeend, tafeleend, brilduiker en grote zaagbek worden de instandhoudingsdoelen niet behaald. Knelpunten voor het behalen van het instandhoudingsdoel voor smient worden gevonden in externe factoren, zoals een afname van de landelijke overwinterende populatie door een afname van voedselkwaliteit van natte graslanden buiten het Natura 2000-gebied (smient). Het suppen is niet van invloed op dit knelpunt. Bovendien komt de soort maar in zeer beperkte mate voor in de maanden april en september, waardoor voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig zijn naar nabijgelegen rustplaatsen op wateren waar de soort overdag rust. Het suppen is niet van invloed op het huidige knelpunt en behalen van het instandhoudingsdoel voor smient in de toekomst.
Voor slobeend, tafeleend, brilduiker en grote zaagbek worden de knelpunten mogelijk gevonden in de voedsel- en rustkwaliteit van het gebied (Rijkswaterstaat, 2017a). Hoewel de soorten in april en september in zeer beperkte aantallen aanwezig zijn in het Natura 2000-gebied, is onduidelijk of deze knelpunten hier aan bijdragen. Vanwege het feit dat de instandhoudingsdoelen niet behaald worden, de onduidelijkheid over de onderliggende oorzaken en knelpunten, de jaarlijks terugkerende verstoringseffecten van het voornemen, de onduidelijkheid over het voorkomen van de soorten in het Natura 2000-gebied, zijn significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van slobeend, tafeleend, brilduiker en grote zaagbek echter niet uit te sluiten. Een nadere analyse van de mogelijke gevolgen is noodzakelijk om suppen in de maanden april en september doorgang te bieden.
Voortoets suppen Harderwijk
19
6. Conclusie en advies Gemeente Harderwijk is voornemens om jaarlijks in de periode 1 april – 1 oktober sup-verhuur mogelijk te maken van de kustzone van de gemeente. Het suppen vindt volledig plaats in het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Uit de effectbeoordeling van mechanische effecten blijkt dat het suppen niet leidt tot (significant) negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijnsoorten, broedvogelsoorten en niet-broedvogelsoorten. Het behalen van de uitbreidingsdoelstellingen van broedvogels blijft eveneens mogelijk. Uit de effectbeoordeling van verstoringseffecten blijkt dat het suppen niet leidt tot (significant) negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van habitattypen, habitatrichtlijnsoorten, broedvogelsoorten en de meeste niet-broedvogels. Het behalen van de uitbreidingsdoelstellingen van broedvogels blijft eveneens mogelijk. Significant negatieve gevolgen voor de niet-broedvogels slobeend, tafeleend, brilduiker en grote zaagbek zijn niet uit te sluiten.
6.1 Advies en vervolgstappen In de maanden mei – augustus is geen sprake van (significant) negatieve gevolgen voor instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Het suppen kan op basis van de effectbeoordeling geen doorgang vinden in de maanden april en september. Voor deze maanden is een verdere analyse noodzakelijk van de gevolgen van verstoring op niet-broedvogels slobeend, tafeleend, brilduiker en grote zaagbek. Mogelijke vervolgstappen zijn een planaanpassing, waarbij specifiek naar de verhuur in de maanden april en september gekeken wordt, en/of een passende beoordeling. Indien gekozen wordt voor een passende beoordeling, dan dient er rekening mee gehouden te worden dat het toekomstige suppen onderhevig is aan een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming).
Voortoets suppen Harderwijk
20
7. Geraadpleegde bronnen Literatuur Arcadis (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Provincie Gelderland. 077489585:A.9 - Definitief, B02042.000278.0100. Broekmeyer, M.E.A. (2008). Effectenindicator Natura 2000-gebieden. Aanvulling bij het Alterra-rapport 1375 uit 2005. Broekmeyer, M.E.A. (2010). Update effectenindicator. Alterra, Alterra-rapport 1976. DN&B (2018). Ontwerp-wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden. DN&B/2018-000. Het Blauwe Hart (2016). Gedragscode recreatie IJsselmeergebied. Versie 12 mei 2016. Kraaijeveld, S. (2020). Haalbaarheidsonderzoek intensivering recreatie (ongemotoriseerde vaartuigen en evenementen) Strandeiland, Harderwijk. Definitief rapport 19-200. Ecogroen BV. Ministerie LNV (2008). Profieldocumenten Vogelrichtlijnsoorten. Netwerk Ecologische Monitoring (2021). Telgegevens en trends Natura 2000-gebied Veluwerandmeren Overheid (2021a). Wet natuurbescherming. http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/. Geraadpleegd november 2021. PDN (2009). Aanwijzingsbesluit Veluwerandmeren. PDN/2009-076. Rijkswaterstaat (2017a). Natura 2000 beheerplan IJsselmeergebied 2017-2023. Veluwerandmeren. Oktober 2017. Rijkswaterstaat (2017b). Natura 2000 beheerplan IJsselmeergebied 2017-2023 – Nota van Antwoord. Rijkswaterstaat i.s.m.
Ministerie van Economische Zaken, provincie Overijssel, provincie Flevoland en provincie Gelderland, oktober 2017. Torenbeek, R., Besselink, D. & V. de Boer (2021). Afwegingskader kanoën. Regels voor toelating en beperkingen kleine vaartuigen. Referentie D10023411:71. D.d. 17 maart 2021.
Internet Ministerie van LNV (2021A). Database Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op https://www.natura2000.nl/gebieden in november 2021. Ministerie van LNV (2021B). Effectenindicator. Geraadpleegd op https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicator.aspx in november 2021. Netwerk Ecologische Monitoring (2021). Telgegevens en trends Natura 2000-gebied Veluwerandmeren voor broedvogels en nietbroedvogels. https://stats.sovon.nl/stats/gebied/1000076. Geraadpleegd in november 2021. NDFF (2021). Nationale Databank Flora en Fauna. https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/. Geraadpleegd in november 2021. Overheid (2021). Actuele tekst Wet natuurbescherming. http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/. Geraadpleegd in november 2021. Ravon (2021). Soortinformatie vissen. https://ravon.nl/. Geraadpleegd in november 2021.
Voortoets suppen Harderwijk
21
Rijkswaterstaat (2021). RWS N2000 Habitattypenkaarten. https://data.overheid.nl/en/dataset/f6907706-ba8d-4b62-a68dd34583e063d8#panel-description. Geraadpleegd in november 2021. Laatste update op 6 november 2021. Sovon (2021). Soortinformatie vogels. https://www.sovon.nl/. Geraadpleegd in november 2021. Vlinderstichting (2021). Soortinformatie libellen. https://www.vlinderstichting.nl/. Geraadpleegd in november 2021.
Voortoets suppen Harderwijk
22
Bijlagen
Bijlage 1 – Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Veluwerandmeren
Bijlage 2 – Typische soorten habitattypen H3140 en H3150 Habitattype H3140 Kranswierwateren
Soortnaam
Soorttype
Brakwaterkransblad Breekbaar kransblad Brokkelig kransblad Buigzaam glanswier Doorschijnend glanswier Fijnstekelig kransblad Gebogen kransblad Klein boomglanswier Klein glanswier Kust-kansblad Ruw kransblad Stekelharig kransblad Sterkranswier
Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren Kranswieren
Caenis lactea Hydroptila pulchricornis Bruine korenbout Donkere waterjuffer Gevlekte witsnuitlibel Glassnijder Groene glazenmaker Vroege glazenmaker Bdellocephala punctata Doorgroeid fonteinkruid Glanzig fonteinkruid Groot blaasjeskruid Krabbenscheer Langstengelig fonteinkruid Ruisvoorn Snoek Zeelt Zwarte stern
Haften Kokerjuffers Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Platwormen Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vissen Vissen Vissen Vogels
H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
Betreft
:
Locatie : Bevoegd gezag : Ons kenmerk : Uw kenmerk : Datum advies : Behandelaar :
Meervoudig: Bestemmingsplan Strandeiland - De Wijde Wellen in Harderwijk Strandeiland - De Wijde Wellen in Harderwijk gemeente Harderwijk Z-20-206861 19 mei 2020 Wolbers, M., tel: 0341 - 474 322
1 Aanleiding De gemeente Harderwijk is een nieuw bestemmingsplan aan het opstellen voor het Strandeiland, De Wijde Wellen en een groot deel van de Veluwerandmeren. Het betreft een overwegend conserverend plan. Binnen het plangebied worden de volgende ontwikkelingen mogelijk gemaakt: 1. Het terugbrengen van de bouwmogelijkheden van het horecapand naar 400 m2; 2. het realiseren van een sanitair-gebouw; 3. zeecontainer voor opslag en verhuur van materiaal ten behoeve van recreatie (ligbedden, sup, strandstoelen, waterfietsen); 4. intensiveren van het recreatief gebruik van het Strandeiland (bijv. strandfeesten, beachvolleybal etc.); 5. Een zwaardere horeca-categorie mogelijk maken voor de horeca-gelegenheid; 6. Het mogelijk maken van evenementen; 7. Wijzigingen in het deelgebied De Wijde Wellen. Voor de eerste vier ontwikkelingen is door ODNV reeds geadviseerd op 4 oktober 2018 (zaaknr. ALG 18/3094)
2 Adviesvraag Aan ODNV wordt gevraagd om te adviseren met betrekking tot de volgende punten: 1. Klopt het advies van 4 oktober 2018 nog voor de genoemde vier ontwikkelingen of moet dit geactualiseerd worden? 2. Welke horeca-categorie kan redelijkerwijs toegestaan worden in de horecagelegenheid Strandeiland waarbij een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden op de omliggende gevoelige functies? Zijn hiervoor nog wijzigingen nodig van de planregels? 3. Zijn de planregels met betrekking tot de evenementen akoestisch aanvaardbaar? Pagina 1 van 5
4. Toelichting en regels voor het deelgebied De Wijde Wellen met betrekking tot de aspecten: luchtkwaliteit, geluid, bodem, geur, bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid. 3 Samenvatting / conclusie Vanuit de aspecten bedrijven, geur, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het plangebied. Met betrekking tot geluid afkomstig van de evenementen wordt geadviseerd om verder onderzoek uit te voeren. Met betrekking tot de horeca wordt aandacht gevraagd voor de geluidwering van het gebouw. In bijgaand document “platte tekst toelichting en regels” is een tekstvoorstel gedaan voor de toelichting voor het gebied De Wijde Wellen onder voorbehoud van het aspect geluid. 4
Beoordeling per milieuthema
4.1 Bedrijven Het advies van 4 oktober 2018 klopt nog en hoeft niet geactualiseerd te worden. Gezien de afstand tot de dichtst bijgelegen woningen is horeca-categorie 3 (bijlage 1 Staat van Horeca-activiteiten) mogelijk op het Strandeiland op grond van de VNG-uitgave “Bedrijven en milieuzonering”. Op basis van deze zonering zijn dus geen belemmeringen te verwachten voor de aspecten geur en geluid van de horeca en is een goed woon- en leefklimaat te garanderen in de omliggende woningen. In hoeverre horeca-categorie 3 op deze locatie wenselijk is in verband met de ligging ten opzichte van natuur is niet getoetst. In de paragraaf geluid wordt nog verder ingegaan op de mogelijkheden om een hogere milieucategorie toe te staan. Het toestaan van evenementen wordt ook getoetst in de paragraaf geluid. In het deelgebied De Wijde Wellen is een evenemententerrein en een schaatsbaan gepland. Het betreft hier geen inrichtingen (bedrijven) in de zin van de Wet milieubeheer. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plangebied De Wijde Wellen. In de paragraaf geluid wordt ingegaan op het geluidsaspect bij evenementen en de schaatsbaan. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plangebied met betrekking tot milieuzonering van bedrijven. In de paragraaf geluid wordt ingegaan op de geluidsaspecten met betrekking tot horeca en evenementen.
4.2 Bodem Het bodemadvies van 4 oktober 2018 klopt nog voor het deel van Strandeiland en hoeft niet geactualiseerd te worden. Voor het deel De Wijde Wellen geldt dat deze voor een klein deel is onderzocht. De locatie Wellenpad 10 (clubgebouw ijsclub) is in 2011 onderzocht. Hierbij zijn geen noemenswaardige verontreinigen aangetroffen. De rest van De Wijde Wellen is voor zover bekend niet onderzocht. Omdat er aan de kustlijn flink wat grondverzet zal worden gepleegd om het plan te kunnen realiseren, is het raadzaam om de bodem ter plaatse te onderzoeken. Daarnaast staat ook een deel regelmatig onder water en dit kan van invloed zijn op de bodemkwaliteit ter plaatse. Ook kan het onderzoek dienen als nulsituatie in het geval van calamiteiten of als er mogelijk toch gebouwd gaat worden op De Wijde Wellen. In het document “platte tekst toelichting en regels” is een tekstvoorstel voor de toelichting opgenomen met betrekking tot De Wijde Wellen.
Pagina 2 van 5
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. Wel wordt geadviseerd om voor het gebied De Wijde Wellen een bodemonderzoek uit te voeren. 4.3 Externe veiligheid Het advies van 4 oktober 2018 klopt nog voor de vier genoemde ontwikkelingen en hoeft niet geactualiseerd te worden. Het advies van de VNOG moet nog wel verwerkt worden. Voor het deelgebied De Wijde Wellen kan dezelfde tekst gebruikt worden als voor het Strandeiland. In het gebied wordt een horeca gelegenheid mogelijk gemaakt, dat is een beperkt kwetsbaar object. Er zijn geen planregels voorzien voor dit deelgebied. Wel moet de figuur aangepast worden en ook geldt dat het VNOG advies nog verwerkt moet worden. Voorstel voor aangepast figuur:
In het deel van het plan wat ligt in het Wolderwijd (water) zijn geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten voorzien. Voor dit deel van het bestemmingsplan is externe veiligheid niet relevant. De aangepaste tekst is opgenomen in het document “platte tekst toelichting en regels”. Conclusie externe veiligheid De platte tekst van 4 oktober 2018 is actueel en kan voor zowel het Strandeiland als de Wijde Wellen gebruikt worden. Wel moet de figuur aangepast worden uit het advies van 2018 en dient het VNOG advies nog te worden verwerkt in de tekst. 4.4 Geluid Gevraagd is advies te geven m.b.t. het eerder uitgebrachte advies uit oktober 2018. Dit advies is gebaseerd op vier in het plangebied voorgenomen ontwikkelingen. In het advies omtrent geluid is ingegaan op de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder is van toepassing zodra er in het project geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd worden. In voorliggende plan worden geen geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd en daarmee is wegverkeerslawaai niet van toepassing. Het advies met betrekking tot de Wet geluidhinder uit oktober 2018 is nog geldig. Zwaardere categorie horeca Strandeiland Op de horeca-locatie wil men categorie 2-horeca toestaan. In Harderwijk houdt dit in dat er o.a. een bar, café, biljartcentrum of zalenverhuur (zonder regulier gebruik) toegestaan is.
Pagina 3 van 5
Hiermee wil men met name inspelen op het eventueel verhuren van zalen (bv. bruiloften). Hierbij wordt een beperking opgelegd van max. 12 keer per jaar. De dichtstbijzijnde geluidgevoelige bestemmingen liggen op circa 100 meter. Er zijn ook beperkingen opgelegd aan het gebruik van het dakterras en versterkte muziek. Zo mag het dakterras tot 23:00 uur gebruikt worden en mag er alleen binnen, met gesloten ramen/deuren, versterkte muziek worden afgespeeld. Er worden geen tijdbeperkingen opgelegd voor het gebruiken van het overdekte buitenterras op de begane grond. Omdat deze ruimte niet afsluitbaar is zal versterkte muziek wel uitgesloten zijn. De afstand van 100 meter lijkt voldoende om overlast te beperken. Overigens blijft de mogelijkheid bestaan bij collectieve en incidentele feesten een aantal keren boven de geluidnormen geluid te produceren. Dit staat omschreven in artikelen 4.2 en 4.3 van de APV van Harderwijk. Aandachtspunt bij de realisatie van het restaurant is wel de gevelwering. De tekeningen van het pand laten zien dat er sprake is van een lichte opbouw met weinig gevelwering in vergelijking met massieve bouw. De constructie zal dus meer geluid doorlaten. Aanbevolen wordt aandacht te besteden aan de geluidisolerende werking van de schil. Evenementen Strandeiland In de planregels met betrekking tot evenementen worden o.a. frequenties en tijden voor evenementen genoemd.
De genoemde aantallen (maximaal 10 per jaar, waarvan 5 met versterkt geluid) lijken niet in lijn te liggen met het geldende Harderwijkse evenementenbeleid. Hierin wordt gesteld dat het toegestaan is 2 dagen per maand een evenement te organiseren (12x in de periode april – september). Aanbevolen wordt in de tekst te verduidelijken wat leidend is. Akoestisch onderzoek zal uit moeten wijzen of voldaan kan worden op de dichtstbijzijnde woningen. In dit onderzoek zouden de randvoorwaarden voor het organiseren van evenementen moeten worden vastgelegd. Er zou bijvoorbeeld uit moeten blijken wat de maximale geluidniveaus van de geluidinstallatie mogen zijn, waar de boxen heen gericht moeten zijn en de belasting op de natuur. Dit laatste heeft een link met ecologie. Opgenomen is dat het geluid niet te veel naar het Natura 2000-gebied gericht mag zijn. Dit kan dan ook in kaart worden gebracht. De planregels alleen zijn niet toereikend om een goed geluidniveau op de omgeving te borgen. Hiertoe dient een akoestisch onderzoek te worden opgesteld. De Wijde Wellen Wet geluidhinder Voor wat betreft De Wijde Wellen is er nog geen advies opgenomen in het kader van de Wet geluidhinder. In dit deelgebied worden tevens geen geluidgevoelige bestemmingen opgenomen en valt daardoor buiten het kader van de Wet geluidhinder.
De tekst zoals deze geldt voor het Strandeiland is ook van toepassing op De Wijde Wellen. Deze tekst is integraal overgenomen in het document “platte tekst toelichting en regels”. Evenementen op De Wijde Wellen In het bestemmingsplan wordt geen gebiedsbepaling voor de Stille Wei toegevoegd. Deze locatie wordt o.a. in het evenementenbeleid genoemd als evenemententerrein. Op basis van het evenementenbeleid lijkt deze locatie meer geluidrelevant te zijn dan het Strandeiland. Dit komt door een grotere toegestane bezoekersaantallen en meer geluiddagen. Aanbevolen wordt dan ook deze bestemming/gebiedsbepaling op te nemen in het plan en hier regels aan te verbinden. Voor het opstellen van regels en het schrijven van een goede toelichting wordt aanbevolen een akoestisch onderzoek te doen. In dit onderzoek kunnen de grenzen worden aangegeven van wat mogelijk is. Denk hierbij weer aan opstelling geluidsinstallatie, maximale Pagina 4 van 5
geluidsniveaus van de installatie e.d. om te kunnen voldoen aan de richtlijnen uit het evenementenbeleid. Hieruit volgen een toelichting en eventuele regels waarmee kan worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Overigens is er met de bespreking van de evenementenprofielen voor deze locatie besproken dat het bij het opstellen van de geluidsinstallatie deze juist richting het water gericht moesten worden om de binnenstad zo veel mogelijk te ontzien. Gevolg hiervan is dat juist het Natura 2000-gebied extra belast wordt met geluid. Dit botst met de opgestelde regels voor de evenementen van het Strandeiland. Dit zal moeten worden aangetoond. In het ontwerp is ook een ijsbaan gevestigd. Omdat dit een natuurijsbaan betreft welke incidenteel gebruikt zal worden en waarvan het maatschappelijk belang tevens groot is, wordt verwacht dat hier geen belemmering optreedt. Op dit moment kan er niet zonder meer worden aangegeven of er in het kader van de evenementen op het terrein sprake is van goede ruimtelijke ordening. Conclusie geluid In het plangebied worden geen geluidgevoelige bestemmingen opgenomen en valt daardoor buiten het kader van de Wet geluidhinder. Een zwaardere horecacategorie onder voorwaarden is gezien de afstand tot de dichtstbijzijnde geluidgevoelige objecten mogelijk.
Wel wordt er aandacht gevraagd voor de geluidisolatie van de gevels van de horecagelegenheid. De mogelijkheid om evenementen te houden op het Strandeiland en op De Wijde Wellen zal middels akoestisch onderzoek nader onderbouwd moeten worden. 4.5 Luchtkwaliteit Het advies van 4 oktober 2018 klopt nog voor de vier genoemde ontwikkelingen en hoeft niet geactualiseerd te worden. Deze tekst is ook van toepassing op De Wijde Wellen. In het document “platte tekst toelichting en regels” is deze tekst opgenomen.
Pagina 5 van 5
Gemeente Harderwijk T.a.v. college van B&W Postbus 149 3840 AC HARDERWIJK 8E86CB862F53463C84CD59B50FE31806
Datum Ons kenmerk Zaakdossier Behandeld door Afschrift aan Bijlage Onderwerp
: : : : : : :
11 mei 2020 RB/ROI050/MN/CG/*BPSTRANDEILANDEN 20-51471/20-072111 M. Nitert Archief; Omgevingsdienst Noord Veluwe 1. Advies GHOR Advies externe veiligheid Bestemmingsplan Waterfront Strandeiland en De Wijde Wellen in Harderwijk 20-072111
8E86CB862F53463C84CD59B50FE31806Firstwatch document
Geacht college, Op 14 april jl. heeft u een verzoek voor een advies bij de VNOG ingediend voor de beoordeling van het ‘Bestemmingsplan Waterfront – Strandeiland en De Wijde Wellen‘ in Harderwijk. U vraagt of de ontwikkelingen passen binnen de wet- en regelgeving over externe veiligheid. In deze brief geef ik u graag antwoord, waarbij ik de door u toegezonden documentatie heb betrokken. Daarnaast geef ik u adviezen over de algemene fysieke veiligheid. Door deze adviezen op te volgen, verkleint u de kans op calamiteiten of – als er zich toch een ongeluk voordoet – beperkt u de gevolgen. In een begeleidend schrijven vraagt u antwoord op een 3-tal vragen. Deze worden hieronder beantwoord. 1. Klopt het eerder afgegeven EV-advies [kenmerk: 18-43363/18-061404] nog, of moet dit geactualiseerd worden? 2. Kan nader worden ingegaan op de zwaardere horeca-categorie en de evenementen? Is dit qua EV aanvaardbaar? 3. Kan een EV-advies worden gegeven over deelgebied De Wijde Wellen? Het eerder afgegeven EV-advies blijft onverminderd van kracht en hoeft niet te worden geactualiseerd. Dit nieuwe advies beperkt zich tot de externe en fysieke veiligheidsaspecten over de nieuwe informatie (met name nieuwe ontwikkelingen m.b.t. evenementen en deelgebied De Wijde Wellen).
Indien er – naar aanleiding van deze ontwikkeling – bouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan verzoek ik u om uw accounthouder in de gelegenheid te stellen te adviseren over het onderdeel ‘Bouwen’ van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Uw accounthouder is de heer G. Juffer. Hij is te bereiken via telefoonnummer: 088 – 310 5668 en per mail: g.juffer@vnog.nl. Samenvatting beoogde wijzigingen Het doel van dit bestemmingsplan is het scheppen van een actueel, helder en toegankelijk ruimtelijk kader, waarbij de vier vigerende ruimtelijke plannen worden vervangen door één nieuw plan. Daarnaast worden enkele gewijzigde en nieuwe ontwikkelingen voorzien op het Strandeiland en De Wijde Wellen.
Advies externe veiligheid In de toelichting op het bestemmingsplan ontbreekt de nadere beschrijving over ‘externe veiligheid’ en lijkt dit EV-advies hiervoor te worden gebruikt. De gemeente Harderwijk zal die beschrijving zelf moeten opstellen, aan de hand van bijvoorbeeld een advies of analyse van de ODNV. De VNOG geeft u een advies over de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het kader van externe veiligheid. Op basis van voorgaande EV-adviezen rondom het gebied Waterfront in Harderwijk en een omgevingsanalyse van het plangebied kunnen voorgenomen ontwikkelingen (ook de zwaardere horeca en evenementen) passen binnen de normen van de wet- en regelgeving over externe veiligheid (Bevi, Bevb en Bevt). Dit zie ik echter graag alsnog onderbouwd middels een analyse van de ODNV. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen EV-gerelateerde risicobronnen, het plangebied valt wel binnen het invloedsgebied van het spoortraject Amersfoort-Zwolle. Bij het vrijkomen van een grote hoeveelheid (zeer) toxische (vloei) stoffen kunnen effecten worden veroorzaakt in het plangebied, maar dat geldt voor een groot gedeelte van Harderwijk.1 Advies over fysieke veiligheid In de wet- en regelgeving over externe veiligheid wordt een risicobenadering gehanteerd. Omdat incidenten nooit geheel zijn uit te sluiten, geef ik u advies over maatregelen die getroffen kunnen worden.
Deze maatregelen kunnen bijdragen aan het beperken van het aantal (dodelijke) slachtoffers. Ik adviseer u aandacht te besteden aan de zelfredzaamheid van de bezoekers van het recreatiegebied c.q. evenemententerrein en ijsbaan als deze beperkt zelfredzaam zijn. Gezien de toelichting op het bestemmingsplan sluit ik namelijk niet uit dat er verminderd zelfredzame personen aanwezig zullen zijn in het plangebied. Een opgeleide en getrainde BHV-organisatie (bijv. als onderdeel van een evenementenorganisatie) kan ertoe bijdragen dat deze doelgroep zich snel(ler) in veiligheid kan brengen bij incidenten. Borging van deze maatregel zal middels een voorschrift in de omgevingsvergunning moeten plaatsvinden. Onderstaand geef ik u advies over de aspecten bestrijdbaarheid (bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen) en zelfredzaamheid. Bestrijdbaarheid – bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid Uit de VNOG-Geoviewer blijkt dat er geen beschikbaar primair bluswater aanwezig is in het plangebied zelf. De vraag is of dit noodzakelijk is, gezien de beoogde ontwikkelingen. Het is mede afhankelijke van het te realiseren bouwvolume. Ik adviseer u om hierover in gesprek te gaan met de heer G. Juffer. Het plangebied lijkt via de openbare weg via twee zijden bereikbaar te zijn voor hulpverleningsdiensten.
Aan de rand van het plangebied lijkt een (verhard) voetpad te worden geprojecteerd, maar ik kan niet beoordelen of dit pad begaanbaar is voor (zwaardere) hulpverleningsvoertuigen. Daarom adviseer ik u hierover in contact te treden met de heer G. Juffer. Voor wat betreft de inrichting van het plangebied (met name tijdens evenementen) is het van belang dat – ten behoeve van een adequate (geneeskundige) hulpverlening – er rekening wordt gehouden met een aantal bereikbaarheidsaspecten. Deze staan beschreven in het advies van de GHOR [bijlage 1].
Het ligt niet in de lijn der verwachting dat een grote populatie personen wordt blootgesteld aan evt. (toxische) incidenten van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de N302 gezien de ligging van het plangebied. 1
2
Zelfredzaamheid Het plangebied valt niet geheel binnen het bereik van de bestaande WAS-palen. Het ministerie gaat op termijn deze wijze van alarmering in Nederland gefaseerd beëindigen. De zelfredzaamheid van personen binnen uw gemeente kan vergroot worden door het gebruik van NL-alert. Hierop wordt door de overheid de komende jaren verder geïnvesteerd. Personen zullen echter zelf het initiatief moeten nemen om hun mobiele telefoon hiervoor geschikt te maken (zie: http://www.crisis.nl/nl-alert). De zelfredzaamheid van bezoekers aan het gebied kan worden vergroot door op strategische locaties een AED te plaatsen en burgers/bezoekers te attenderen op deelname aan ‘Stan the CPR network’ (voorheen Hartveilig Wonen). Dit is een hulpsysteem waarbij vrijwilligers opgeroepen kunnen worden om iemand te reanimeren (met AED), in afwachting van een ambulance. Deelname aan ‘Stan the CPR network’ kan levens redden. Ik adviseer u om initiatiefnemer(s) te wijzen op deze mogelijkheden. Tot slot Heeft u vragen over deze brief? Of wilt u overleggen? Bel of mail dan gerust met Marijke Nitert (telefoonnummer: 088 – 310 7411 of email: m.nitert@vnog.nl). Fijn als u ons laat weten wat u doet of gedaan heeft met onze adviezen. Dan kunnen wij daar rekening mee houden in onze preparatie. De vereiste basis voor een goede brandweerzorg legt u door in contact te blijven met uw accounthouder.
Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,
W.J.C. van der Worp Teamleider Omgevingsveiligheid
3
Bijlage 1:
Advies GHOR
De GHOR (Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio) is als onderdeel van de veiligheidsregio belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied (Wvr, art. 1). De GHOR is onderdeel van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en adviseert onderstaande maatregelen. Bereikbaarheid en toegankelijkheid Bij de inrichting van het plangebied, is het ten behoeve van een adequate (geneeskundige) hulpverlening van belang dat er rekening wordt gehouden met de onderstaande bereikbaarheidsaspecten: • Creëer voor ambulances een goede bereikbaarheid door minimaal twee toe- en uitgangswegen te realiseren. Voor ambulances is het namelijk niet alleen van belang om zo snel mogelijk in de wijk te kunnen komen, maar ook om zo snel mogelijk weer weg te kunnen rijden zonder hinder te ondervinden van andere (hulpverlenings)voertuigen. • Ambulances dienen dichtbij bouwwerken geparkeerd te kunnen worden. Obstakels op de weg, de stoep en het terrein dienen dus zodanig te worden ingericht dat ambulances snel en goed bij een bouwwerk kunnen komen. Het beperken van trappen, paaltjes, drempels, grote bloembakken, e.d. draagt bij aan een goede bereikbaarheid van het gebouw voor ambulances en brancards.
• Zorg voor een eenduidige, duidelijke bewegwijzering, waarbij borden en nummers zodanig zijn geplaatst, dat bij een calamiteit in/bij het gebouw duidelijk is waar de hulpverleners naartoe moeten. Advies GHOR – Begaanbaarheid • Om bouwwerken voor brancards goed begaanbaar te houden, is het van belang om met name de ingang begaanbaar te houden. Grind voor de ingang en het gebruik van grote rubberen ringmatten vormen voor ambulancepersoneel en het slachtoffer op de brancard namelijk een obstakel. Een schoonloopmat is een goed alternatief om binnen bij de ingang te plaatsen. Advies GHOR – Zelfredzaamheid T.a.v. zelfredzaamheid adviseert de GHOR het volgende: • Plaats een AED op een strategische locatie. In geval van een circulatiestilstand wordt, door z.s.m. te defibrilleren, de overlevingskans van de betreffende persoon in het gebied rondom De Harder vergroot. Met name als deze AED aan bijvoorbeeld een buitenmuur van een bouwwerk wordt bevestigd en deze beschikbaar wordt gesteld voor algemeen gebruik. • Plaats een Stop de bloeding-set naast de AED. Dit is een pakketje met extra hulpmiddelen om bloedingen te stoppen. Omstanders en niet-medische hulpverleners kunnen de overlevingskansen van slachtoffers van (bom)aanslagen en grote ongelukken aanzienlijk verhogen. Door ernstig bloedverlies meteen adequaat te stelpen, worden levens gered.
Dat geldt natuurlijk ook voor meer alledaagse verwondingen waarbij levensbedreigend bloedverlies optreedt, bijvoorbeeld bij een val door een glazen deur of ernstige open botbreuken.
4
Reg.nummer.: 02430000059758 / 02430000233293
Verslag wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro bestemmingsplan “Waterfront – Strandeiland en de Wijde Wellen”
Datum: 25 oktober 2021 Op 22 juli 2021 is het voorontwerp bestemmingsplan Waterfront - Strandeiland en de Wijde Wellen opgestuurd naar de wettelijke vooroverlegpartners in het kader van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening. Van drie verschillende instanties is een reactie ontvangen. In onderstaande zijn de reacties samengevat en van een beantwoording voorzien. Hierbij is tevens vermeld of de reactie aanleiding is geweest het bestemmingsplan te wijzigen. Vooroverlegpa rtner Vogelbescherm ingswacht Noord-Veluwe
Quirion/ Liander
Reactie
Antwoord
Actie
In paragraaf 3.5 (moet 5.3 zijn), pagina 33, wordt in de tekst geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor een ‘intensivering van het gebruik van het Strandeiland’ mits rekening gehouden wordt met de aandachtspunten die de tekst daarvoor benoemt. Die tekst spreekt op basis van ingewonnen ecologisch onderzoek door Ecogroen Zwolle evenwel niet van ‘aandachtspunten’ maar van ‘voorwaarden’ en expliciteert die voorwaarden. Indiener geeft aan dat niet duidelijk wordt hoe aan deze voorwaarden wordt voldaan. Indiener vraagt de voorwaarden nader te verankeren in het onderwerp voor ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan.
In het genoemde onderzoek van Ecogroen worden adviezen en randvoorwaarden gegeven. Vandaar dat in de afsluitende tekst gesproken wordt over aandachtspunten. Uit de tekst bij de genoemde bullits op pagina 33 wordt duidelijk wat moet worden gezien als een voorwaarde en wat als een advies.
In paragraaf 5.3 van de toelichting wordt de tekst zo aangepast dat duidelijker naar voren komt of iets een aandachtspunt of randvoorwaarde is. Tevens wordt ten aanzien van de randvoorwaarde n genoemd hoe deze worden gehandhaafd. In artikel 5 worden specifieke gebruiksregels toegevoegd onder lid 5.3 en 5.4 (nieuw) ten aanzien van het gebruik van licht en geluid bij dagrecreatieve voorzieningen.
Quirion/ Liander heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het bestemmingsplan
De reactie van de Vogelbeschermingswacht geeft aanleiding om de toelichting van het bestemmingsplan aan te vullen. Achter iedere bullit wordt verduidelijkt wat de gevolgen voor het bestemmingsplan zijn. In geval dat een randvoorwaarde geldt, wordt aangegeven hoe deze gehandhaafd wordt. Ten aanzien van het houden van kleinschalige evenementen volgt uit het onderzoek dat er maatregelen genomen moeten worden ten aanzien van het gebruik van licht en geluid. Deze maatregelen zullen opgenomen worden in de regels onder artikel 5.3. Nvt
Geen
ons kenmerk: pagina:
02430000059758 / 02430000233293 2 van 2
Rijkswaterstaat Midden Nederland
Rijkswaterstaat heeft enkele inhoudelijke vragen gesteld ten aanzien van verschillende onderwerpen om zo te bepalen hoe wordt voldaan aan de Waterwet. Gevraagd is hoe voorzien is in het voorkomen van lozingen op het oppervlaktewater, bijvoorbeeld van bluswater. Ook is gevraagd hoe om wordt gegaan met zwerfvuil. Verder is gevraagd om nader toe te lichten hoe groot het risico is dat het afvalwater van het openbaar toilet in het Wolderwijd terecht komt.
Deze inhoudelijke vragen zijn door de gemeente beantwoord per mail van 27 augustus 2021. Naar aanleiding van deze beantwoording heeft Rijkswaterstaat per mail van 28 september 2021 aangegeven dat de vragen in voldoende mate beantwoord zijn. Het betreffen onderwerpen die niet direct van invloed zijn op de inhoud van de planologischjuridische regels of de haalbaarheid van het bestemmingsplan. Vandaar dat er geen inhoudelijke aanpassing wordt voorgesteld.
Geen