CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt lijst integrale verordening sociaal domein EHarderwijkZ

Raadsvergadering 7 december 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Wijzigingsverordening Sociaal Domein5.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijstelling hoofdstuk 2 Integrale verordening - Participatiewet Artikel integrale verordening

Was

Wordt

Paragraaf 2.1 Begripsbepalingen artikel 2.1

onder vernummering de volgende tekst invoegen: f. inburgeringsplichtige: persoon die volgens artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is;

artikel 2.1

onder vernummering de volgende tekst invoegen: g. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek;

artikel 2.1

onder vernummering de volgende tekst invoegen: h. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;

artikel 2.1

artikel 2.1f mantelzorg artikel 2.1g nuggers artikel 2.1j peildatum artikel 2.1k pensioengerechtigde leeftijd

artikel 2.1

artikel 2.1

i. mantelzorg j. nuggers k. Ioaw l. Ioaz m. peildatum n. pensioengerechtigde leeftijd onder voorgaande vernummering de volgende tekst invoegen: o. persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de Participatiewet;

artikel 2.1 l Pw artikel 2.1. m recidive

artikel 2.1 p Pw artikel 2.1. q recidive 1

artikel 2.1

artikel 2.1 n referteperiode Specifiek voor Zeewolde: referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum;

r. referteperiode: een periode van 24 maanden voorafgaand aan de peildatum;

Toelichting: Referteperiode wordt voor alle drie de gemeenten gelijkgetrokken. De referteperiode van Zeewolde gaat van 36 maanden naar 24 maanden. artikel 2.1

artikel 2.1 0. tweede recidive artikel 2.1 p. uitkering artikel 2.1 q. UWV artikel 2.1 r. WSF 2000 artikel 2.1 s. WTOS.

artikel 2.1 s. tweede recidive artikel 2.1 t. uitkering artikel 2.1 u. UWV artikel 2.1 v. WSF 2000 artikel 2.1 w. WTOS.

Het college stelt ter nadere uitvoering van paragraaf 2.2 een plan vast waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in paragraaf 2.2 geen nadere bepalingen zijn opgenomen.

Het college weigert een voorziening als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

Paragraaf 2.2 Re-integratie artikel 2.3 , lid 1

Toelichting: aangeboden voorzieningen worden in de verordening genoemd. Weigering niet. Daarom de tekst overgenomen van de nieuwe de modelverordening VNG. artikel 2.4 titel

Proefplaatsing

Werkstage

artikel 2.4 lid 1

Het college kan een belanghebbende een proefplaatsing gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze a. behoort tot de doelgroep, en

Het college kan een belanghebbende een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze a. behoort tot de doelgroep, en

2

artikel 2.4 lid 2

b. het opdoen van werkervaring noodzakelijk is om de uitstroom naar regulier werk te bevorderen.

b. het opdoen van werkervaring noodzakelijk is om de uitstroom naar regulier werk te bevorderen.

Het doel van de proefplaatsing is het opdoen van werkervaring bij een werkgever met als doel te onderzoeken in hoeverre de plaatsing omgezet kan worden in een arbeidscontract. Er moet een directe relatie liggen met de uitstroom naar regulier werk.

Het doel van de werkstage is het opdoen van werkervaring bij een werkgever met als doel te onderzoeken in hoeverre de plaatsing omgezet kan worden in een arbeidscontract. Er moet een directe relatie liggen met de uitstroom naar regulier werk.

Toelichting: Proefplaatsing wordt vervangen door Werkstage. In de modelverordening van de VNG wordt dezelfde tekst die in de huidige verordening onder proefplaatsing staat gehanteerd voor een werkstage. De proefplaats is namelijk een nieuw begrip en artikel in de Participatiewet (artikel 6,onder h). Zie voor de nieuwe omschrijving van proefplaats zie het nieuw ingevoegde artikel 2.11. artikel 2.6, lid 1

Het college kan zorgen voor toeleiding van een belanghebbende die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, waaronder een detacheerder.

Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een belanghebbende die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, waaronder een detacheerder.

Toelichting: betreft een verduidelijking van dit artikel artikel 2.8 lid 2 t/m 4

Participatieplaats / werkervaringsplaats 1. Het college kan een belanghebbende die algemene bijstand ontvangt overeenkomstig artikel 10a Pw onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden gericht op de arbeidsinschakeling worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. De werkgever en de belanghebbende die de additionele werkzaamheden gaat verrichten ondertekenen de overeenkomst met een maximale looptijd van 2 jaar. 4. De premie, bedoeld in artikel 10a lid 6 Pw, bedraagt € 300,00 per zes maanden, als voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.

Participatieplaats 1.Het college kan een belanghebbende die algemene bijstand ontvangt overeenkomstig artikel 10a Pw onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden gericht op de arbeidsinschakeling worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. De werkgever en de belanghebbende die de additionele werkzaamheden gaat verrichten, ondertekenen de overeenkomst met een maximale looptijd van 2 jaar. 3. De premie, bedoeld in artikel 10a lid 6 Pw, bedraagt € 300,00 per zes maanden, als voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.

Toelichting: De uitwerking van de Participatieplaats staat in artikel 10a van de Participatiewet, de term werkstage wordt daarin niet genoemd. In deze verordening is de term werkstage nu opgenomen in artikel 2.4 (was voorheen het artikel met de titel proefplaatsing). artikel 2.10 titel

Persoonlijke ondersteuning, waaronder jobcoaching

Persoonlijke ondersteuning bij werk 3

Toelichting: ,waaronder jobcoaching kan vervallen. Jobcoaching wordt uitgewerkt in paragraaf 2.3 van deze verordening artikel 2.11 No-riskpolis

Een werkgever komt in aanmerking voor een no-riskpolis als: de werkgever (...)

Vervallen (2.11 wordt Proefplaats)

Toelichting: Met de invoering van de Wet harmonisatie instrumenten arbeidsbeperkten kan aanspraak gemaakt worden op de No-riskpolis van het UWV. Minister Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) heeft in haar brief van 7 juni 2023 Betreft Versterken banenafspraak en bijbehorende ondersteuning o.a. aangegeven te kijken naar een bredere inzet van instrumenten die beschikbaar zijn voor de doelgroep banenafspraak. Na de zomer informeert zij de Kamer over de uitwerking van een mogelijke pilot waarbij de no-riskpolis kan worden ingezet voor langdurig bijstandsgerechtigden. NB: deze toezegging was voor de val van het kabinet. artikel 2.11

2.11 No-riskpolis (vervallen)

Nieuw invoegen 2.11 Proefplaats 1.Het college kan het instrument proefplaats inzetten voor uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking die onder de banenafspraak vallen. 2.Een proefplaats kan voor de duur van 2 maanden aangeboden worden als onderdeel van een re-integratietraject. 3.De proefplaats kan in uitzonderlijke gevallen verlengd worden met 2 maanden tot een maximum van 6 maanden, als dit in het belang van de re-integratie van de belanghebbende is en de duurzame uitstroom naar werk bevordert; 4.Een proefplaats heeft als doel: a.Het opdoen van werkervaring bij een werkgever met als doel te onderzoeken in hoeverre de plaatsing kan worden omgezet in een arbeidscontract bij deze werkgever; b.Vaststelling van de loonwaarde van belanghebbende voor de loonkostensubsidie. 5. Bij een proefplaats, als bedoeld in lid 3, onder a is het de intentie van werkgever om aansluitend een dienstverband zonder proeftijd aan te gaan, minimaal voor de duur van een half jaar; 6.Voorafgaand aan de proefplaatsing wordt met de werkgever en de bijstandsgerechtigde een schriftelijke overeenkomst gesloten waarin de werkzaamheden, begeleiding, taken en verplichtingen, duur en omvang worden vastgelegd. 7. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon

4

ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk. 8. Een proefplaats kan niet worden ingezet wanneer voor dezelfde persoon bij dezelfde werkgever een participatieplaats als bedoeld in artikel 2.8 is ingezet. 9. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. Toelichting: Volgens artikel 8a, tweede lid, onder d, van de Participatiewet moet de gemeente in de verordening de voorwaarden aangeven waaronder “het college toestemming verleent aan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, om op een proefplaats gedurende twee maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, werkzaamheden te verrichten”. artikel 2.15

Aanpassing van de werkplek 1. het college kan (..)

Vervallen

Toelichting: dit artikel komt uitgebreid terug in de nieuwe paragraaf 2.3, specifieke bepalingen breed offensief artikel 2.15

2.15 Aanpassing van de werkplek (vervallen)

nieuw invoegen 2.15 Uitstroompremie Het college kan nadere regels vaststellen aan wie en onder welke voorwaarden een uitstroompremie toegekend kan worden.

Toelichting:Er zijn beleidsregels, Beleidsregels uitstroompremie naar werk Ermelo Harderwijk Zeewolde 2022 (uitstroompremie via tool WerkLoonT), maar de grondslag hiervoor ontbrak in de integrale verordening. Paragraaf 2.3 Loonkostensubsidie artikelen 2.17 en 2.18

artikel 2.17 Vaststelling doelgroep loonkostensubsidie Het college stelt vast of een belanghebbende behoort tot de doelgroep van de loonkostensubsidie. Het college kan voor advisering (...)

Vervallen

artikel 2.18 Vaststelling loonwaarde Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde van een belanghebbende vast te stellen. 5

Indien voor advisering als bedoeld (...) Toelichting: De verordeningsplicht met betrekking tot het stellen van regels over de doelgroep en vaststelling loonwaarde is met het breed offensief komen te vervallen. De doelgroep is bepaald. Wel is het verplicht om het administratief proces in de verordening op te nemen. Zie volgende paragraaf. In de modelverordening is wel een facultatief artikel opgenomen: loonkostensubsidie voor kwetsbare werknemers. Hier is vooralsnog niet voor gekozen. De huidige doelgroep Pw is al breed (ook Nuggers) en ook voor doelgroep VSO/PRO kan dit instrument ingezet worden (zie nieuwe paragraaf 2.3). Minister Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) heeft in haar brief van 7 juni 2023 Betreft Versterken banenafspraak en bijbehorende ondersteuning o.a. aangekondigd te kijken naar een verbreding van de doelgroep voor dit instrument. Het voorstel is om dit af te wachten. Nb. deze toezegging was voor de val van het kabinet. Paragraaf 2.3 Nieuw

Paragraaf 2.3 Loonkostensubsidie (vervallen)

Paragraaf 2.3 Specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief

Toelichting: zie ook voorgaande toelichting over de loonkostensubsidie. Ook nieuw zijn de overige specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief, waarvoor de Pw is gewijzigd. Dit betekent dat persoonlijke ondersteuning in de verordening moet worden uitgewerkt: de voorwaarden proefplaats, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning, op welke wijze het college hiervoor zorg draagt zowel in natura als door middel van subsidieverstrekking. Welke kwaliteitseisen er gesteld worden en geborgd worden. Op welke wijze het college een vervoersvoorziening verstrekt zodat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken, een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een visuele of motorische beperking verstrekt, een meeneembare voorziening voor de inrichting van de werkplek, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en de bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen en op welke wijze waar nodig wordt voorzien in integrale ondersteuning, en voortgezette persoonlijke ondersteuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk. Onderstaand zijn deze zaken uitgewerkt. Paragraaf 2.3, 1

Paragraaf 2.3, 1 Administratief proces loonkostensubsidie Artikel 2.17. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, 6

van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 4. Het college stelt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Paragraaf 2.3, 2

Paragraaf 2.3, 2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 2.18a Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week of waarmee tenminste een inkomen ter hoogte van de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt verworven; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;

7

f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de [maatschappelijke] opbrengsten van uitstroom naar werk. Artikel 2.18b. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. 4. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 5. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 6.

Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. Artikel 2.18c Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen

8

1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. 2. Het college geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft. Toelichting: keuze maken procedure

Paragraaf 2.3, 3

Paragraaf 2.3, 3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk Artikel 2.18d Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject. 9

Artikel 2.18e Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen acht weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 2.18 f Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt, moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in Bijlage 1. 2. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van de volgende begeleiding regimes: licht (3%), midden (6%) en zwaar (10%). De inzet wordt periodiek; minimaal 1 keer per jaar geëvalueerd. Naar aanleiding hiervan kan het begeleidingsregime worden aangepast. 3. Het college kan van de in het tweede lid bedoelde maximale percentages afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 2.18 g Jobcoaching in natura 1. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2.

Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 2.18 d tot en met 2.18 f van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.18.h Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.18d tot en met 2.18 f, worden verleend als: 10

a. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; b. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en c. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorg draagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. Artikel 2.18 i Interne werkbegeleiding 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden. Paragraaf 2.3,4

Paragraaf 2.3, 4 Specifieke bepalingen overige voorzieningen Artikel 2.18 j Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 11

4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 2.18 k Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap 1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. 2. Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit bepaalt. Artikel 2.18 l. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. 4. Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt.

Artikel 2.18 m Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. Kanttekening: de Tweede Kamer heeft op 20 juni 2023 wetsvoorstel 36245 - Wijziging van de Participatiewet ten behoeve van de werkvoorzieningen voor visueel beperkten aangenomen. Datum inwerkingtreding is afhankelijk van de behandeling van de eerste kamer en de bekendmaking. Het artikel over voorzieningen bij een visuele handicap komt dan te vervallen . Deze voorzieningen kunnen dan bij het UWV aangevraagd worden.

12

Paragraaf 2.5 Inkomenstoeslag artikel 2.24 Begrippen

In deze paragraaf wordt inkomen verstaan het totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 Pw, en de algemene bijstand.

In deze paragraaf wordt onder inkomen verstaan het totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 Pw, en de algemene bijstand.

1. De inkomenstoeslag moet worden aangevraagd op een door het college vastgesteld formulier. 2. De partner van de belanghebbende moet schriftelijk instemmen met de aanvraag.

1. Een verzoek als bedoeld in artikel 36 lid 1 Pw, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. 2. Het college kan nadere regels stellen inzake de uitvoering van het eerste lid.

Toelichting: spelfout artikel 2.25 Indienen verzoek

Toelichting: aanpassing van artikel, zodat deze gelijk is aan de wet. Oud lid 2 komt te vervallen, omdat deze wordt opgenomen in het aanvraagformulier. artikel 2.28 Geen individuele inkomenstoeslag

Er bestaat geen recht op een inkomenstoeslag als de belanghebbende: a. In de referteperiode een verlaging van 40% of hoger heeft opgelegd gekregen op grond van artikel 2.38 van deze verordening ……………….

Er bestaat geen recht op een inkomenstoeslag als de belanghebbende: a. in de referteperiode een verlaging van 40% of hoger heeft opgelegd gekregen op grond van artikel 2.37 van deze verordening ……………..

Toelichting: wijziging van artikel door vernummering (zie volgende paragraaf). artikel 2.29 Hoogte individuele inkomenstoeslag

1 Een individuele inkomenstoeslag bedraagt: a. € 470,- voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder; b. € 630,- voor gehuwden.

1 Een individuele inkomenstoeslag bedraagt: a. € 541,- voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder; b. € 724,- voor gehuwden.

De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt bij cliënten uit de gemeente Harderwijk jaarlijksgeïndexeerd.

De hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Toelichting: Door de jaarlijkse indexering is de IIT voor Harderwijk in 2024 gestegen naar €541 voor alleenstaanden en €724 voor gehuwden/partners. Het voorstel is om ook in Ermelo en Zeewolde hierin mee te gaan. Paragraaf 2.6 Studietoeslag artikel 2.30

Individuele studietoeslag

paragraaf kan vervallen. hernummeren Paragraaf 2.7 wordt Paragraaf 2.6 paragraaf 2.8 wordt Paragraaf 2.7 hernummeren vanaf artikel 2.30 13

Artikel 2.31 wordt 2.30, artikel 2.32 wordt 2.31, dit herhalen t/m artikel 2.44. Toelichting: Per 1 april 2022 is de studietoeslag in de Participatiewet opgenomen en is de individuele studietoeslag van rechtswege vervallen. paragraaf 2.6 (was 2.7) Afstemming

–

Nieuw artikel 2.44 invoegen Samenloop inburgeringsboete en maatregel Participatiewet Wanneer een gedraging leidt tot overtreding van zowel de Participatiewet als de Wet inburgering 2021 beoordeelt het college na analogie van de ‘Beleidsregels Wet inburgering 2022 gemeente Ermelo, Harderwijk en Zeewolde of er een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wordt opgelegd of een maatregel op grond van de Participatiewet.

Toelichting: Dit artikel wordt toegevoegd vanwege de samenloop van verplichtingen die zowel op grond van de Participatiewet als de Wet inburgering 2021 gelden. In de beleidsregels Wet inburgering wordt vanuit het perspectief van de Wet inburgering 2021 geregeld of er gehandhaafd wordt op grond deze wet door middel van een boete of op grond van de Participatiewet door middel van afstemming van de uitkering. Vanuit het perspectief van de Participatiewet wordt dit artikel toegevoegd aan de Integrale Verordening SD toe om te voorkomen dat een bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtige voor eenzelfde gedraging vanuit beide wetten (dus dubbel) wordt gesanctioneerd.

14

Bijstelling hoofdstuk 3 Integrale verordening - Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Artikel integrale verordening

Was

Wordt

Artikel 3.14 lid 4 onderdeel c

50 procent van het naturatarief voor dienstverleners uit het sociaal netwerk.

bij dienstverleners uit het sociaal netwerk gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.

Artikel 3.14 lid 5 onderdeel c

Artikel 3.14 lid 5 onderdeel c

bij dienstverleners uit het sociaal netwerk gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.

We passen de verordening aan op basis van recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over het hoogte van het tarief van pgb bij informele ondersteuning omdat deze uitspraken juridisch bindend zijn en onze verordening in overeenstemming moet zijn met de wet. De CRvB heeft bepaalde aspecten van onze verordening (artikel 3.14 lid 4c en 5c) als onwettig of in strijd met de wet geoordeeld. Dat passen we aan om juridische conformiteit te waarborgen en mogelijke juridische geschillen te voorkomen. Artikel 3.14 lid 13

Een pgb voor woningsanering, die noodzakelijk is in verband met een longaandoening zoals cara en/of allergische aandoeningen, (...)

Een pgb voor woningsanering, die noodzakelijk is in verband met een longaandoening zoals COPD en Astma en/of allergische aandoeningen, (...)

Toelichting: De term CARA wordt vervangen door een meer actuele verzamelnaam van longaandoeningen: COPD en Astma. Artikel 3.14 lid 17a

Het pgb voor gebruik van vervoer bedraagt: a. voor een auto een bedrag per kilometer dat gelijk is aan het in artikel 13a, lid 4, onder b Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedrag met een maximum van 2.000 kilometer per jaar; b. (...)

Het pgb voor gebruik van vervoer bedraagt: a. voor een auto een bedrag per kilometer dat gelijk is aan het in artikel 13a, lid 4, onder e Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedrag met een maximum van 2.000 kilometer per jaar;" b. (...)

Toelichting: De verwijzing naar het artikel in de Wet op de loonbelasting aanpassen naar het correcte artikel: 13a lid 4 onder e. Met ingang van 1 januari 2023 is de Wet op de loonbelasting, onder artikel 13a, veranderd. Voorheen betrof het artikel waar wij naar verwijzen sublid b, dat is met ingang van 1 januari 2023 onder sublid e komen te vallen.

15

Bijstelling hoofdstuk 4 Integrale verordening - Jeugdwet Artikel integrale verordening

Was

Wordt

Paragraaf 4.1 Begripsbepalingen artikel 4.1, lid 2

2. Alle begrippen die in dit hoofdstuk worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, het Besluit Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene verordening gegevensbescherming.

2. Alle begrippen die in dit hoofdstuk worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, het Besluit Jeugdwet, Regeling Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene verordening gegevensbescherming.

Toelichting: een verwijzing naar de Regeling Jeugdwet ontbrak hier nog. Paragraaf 4.3 Maatwerkvoorzieningen artikel 4.4

De volgende niet-limitatief opgesomde maatwerkvoorzieningen zijn in de vorm van een naturavoorziening beschikbaar: • Ambulante Specialistisch GGZbehandeling (thuis en op locatie van aanbieder); • Ambulante opvoedhulp (thuis en op locatie van aanbieder); • Ambulante begeleiding van verstandelijk/lichamelijk beperkte jeugd (thuis en op locatie van aanbieder); • Ambulante basis GGZ (thuis en op locatie van aanbieder); • Dyslexie-Jeugdhulp; • Pleegzorg; • Gezinshuizen/mentorhuizen; • Overige verblijfvormen (inclusief bovenregionale), inclusief begeleiding en behandeling;

De volgende niet-limitatief opgesomde maatwerkvoorzieningen zijn in de vorm van een naturavoorziening beschikbaar: ● Hoog specialistisch; ○ Ambulante behandeling intensief specialistisch ○ Hoog specialistische GGZ ○ Klinische behandeling GGZ (behandeling inclusief verblijf) ○ Jeugdzorg Plus ○ Drie milieu voorziening (op terrein) ● Wonen pleegzorg; ○ Pleegzorg (initieel) ○ Pleegzorg ● Wonen verblijf; ○ Gezinshuis ○ Verblijf groep met begeleiding 16

○

• Jeugdbescherming en -reclassering. ●

●

●

●

Verblijf groep kamertrainingcentrum Dagbesteding en dagbehandeling; ○ Ambulante begeleiding groep ○ Ambulante behandeling groep ○ Kinderdagverblijf Plus ○ Buitenschoolse opvang Plus ○ Logeren Specialistisch; ○ Opvoedhulp ○ Individuele begeleiding ○ Individuele behandeling ○ Individuele behandeling GGZ ○ Ernstige Dyslexie behandeling ○ Medicatiebegeleiding Overige verblijfvormen (inclusief bovenregionale), inclusief begeleiding en behandeling; Jeugdbescherming en -reclassering.

Toelichting: op 1 april 2022 zijn er nieuwe contracten aangegaan voor jeugdhulp waarbij een andere indeling wordt gehanteerd voor de beschikbare maatwerkvoorzieningen. Paragraaf 4.6 Beoordeling persoonsgebonden budget artikel 4.10, lid 8 onder e

e. de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen verricht die op grond van de norm van verantwoorde werktoedeling aan een geregistreerde professional zijn voorbehouden;

e. de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen verricht die op grond van de Norm verantwoorde werktoedeling aan een SKJ- of BIG-geregistreerde professional zijn voorbehouden;

Toelichting: correctie zodat de naam van de Norm verantwoorde werktoedeling klopt en een toevoeging zodat de relevante registraties specifiek worden genoemd. artikel 4.13, lid 5 onder a

a. indien de jeugdige per auto wordt vervoerd, € 0,19 per kilometer;

a. indien de jeugdige per auto wordt vervoerd, € 0,21 per kilometer;

Toelichting: aanpassing in verband met de verhoging van de belastingvrije kilometervergoeding.

17

artikel 4.13, lid 5 onder b

b. indien de jeugdige per (rolstoel)taxi wordt vervoerd, wordt voor de maximale tarieven voor taxivervoer uitgegaan van de tarieven genoemd op de website www.kilometerafstanden.nl.

b. indien de jeugdige per (rolstoel)taxi wordt vervoerd, wordt voor de maximale tarieven voor taxivervoer uitgegaan van de tarieven genoemd op de website www.mobiliteitenverkeer.nl/hoeveel-kost-een-taxi.htm

Toelichting: de website waarnaar wordt verwezen is niet vrij toegankelijk. In plaats daarvan een nieuwe verwijzing naar een website die vrij toegankelijk is. Paragraaf 4.9 Kwaliteit artikel 4.23, lid 1

1. De aanbieder houdt zich aan de norm van verantwoorde hulp, waaronder de verplichting om geregistreerde professionals in de zetten. Medewerkers zijn zodanig ervaren en/of gekwalificeerd dat zij jeugdigen en/of hun (pleeg)ouders kunnen begeleiden en ondersteunen, ook bij specifieke en complexe problematiek.

1. De aanbieder houdt zich aan de Norm verantwoorde werktoedeling, waaronder de verplichting om vakbekwame- en voor de te verlenen hulp toegeruste jeugdhulpprofessionals in te zetten.

Toelichting: correctie zodat de naam van de Norm verantwoorde werktoedeling klopt. De laatste zin vervalt omdat dit al inherent is aan het toepassen van de Norm verantwoorde werktoedeling. artikel 4.23, lid 4

4. De aanbieder beschikt voor al haar rechtstreeks bij de jeugdhulp betrokken medewerkers over een actuele Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).

4. De aanbieder beschikt voor al haar rechtstreeks bij de jeugdhulp betrokken medewerkers over een actuele Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), welke maximaal 1 jaar voor indiensttreding is afgegeven op basis van functieprofiel 40, 45 of 75.

Toelichting: de vereiste toegevoegd dat een VOG maximaal 1 jaar oud mag zijn en moet worden afgegeven op basis van een relevant functieprofiel. Deze functieprofielen sluiten aan bij de werkzaamheden en verantwoordelijkheden van een jeugdhulpprofessional. Hiermee wordt voorkomen dat VOG’s met functieprofielen, zonder enige relevantie voor de werkzaamheden, kunnen worden ingediend. artikel 4.23, lid 5 onder b

b. draagt er zorg voor dat haar HBO- personeel is geregistreerd als jeugdhulpprofessional of een aantoonbare aanvraag heeft ingediend om als jeugdhulpprofessional geregistreerd te worden en dat MBO-personeel altijd onder verantwoordelijkheid van een HBO-geschoolde en geregistreerde medewerker werkt;

b. draagt er zorg voor dat haar HBO- en WO jeugdhulprofessionals in het SKJ- of BIG-register staan geregistreerd en dat vakbekwame professionals zonder SKJ- of BIG-registratie altijd onder verantwoordelijkheid van een HBOof WO-geschoolde en SKJ- of BIG-geregistreerde jeugdhulpprofessional werken;

18

Toelichting: ook een MBO’er kan een registratie krijgen als er aan de eisen voor registratie wordt voldaan (denk aan de BIG registratie voor (jeugd-)verpleegkundigen of aan een EVC traject voor SKJ). Voor zowel HBO als WO jeugdhulpprofessionals geldt de wettelijke verplichting om geregistreerd te staan. Vakbekwaam personeel van alle opleidingsniveaus moeten onder de verantwoordelijkheid van een geregistreerd jeugdhulpprofessional werken, het opleidingsniveau maakt hierbij niet uit. De relevante registraties worden hier genoemd zodat duidelijk is om welke beroepsregisters het gaat. Het indienen van een aantoonbare aanvraag staat formeel niet gelijk aan een beroepsregistratie, een aanvraag kan immers ook worden afgewezen. Als het om een vakbekwaam professional gaat gelden hier dus dezelfde regels als voor alle andere medewerkers zonder beroepsregistratie. artikel 4.23, lid 8

8. De aanbieder registreert zijn betrokkenheid bij een gezin/jeugdige in Esar (Verwijsindex Risicojongeren voor Flevoland).

8. De aanbieder registreert zijn betrokkenheid bij een gezin/jeugdige in de Verwijsindex Risicojongeren (VIR), wanneer de omstandigheden daar aanleiding toe geven. De afweging om te melden in de Verwijsindex Risicojongeren wordt gemaakt aan de hand van het afwegingskader op de website handreikingmelden.nl

Toelichting: correctie zodat de naam van de Verwijsindex klopt. Daarnaast een uitbreiding omdat niet alle jongeren per definitie in de verwijsindex mogen worden geregistreerd. Dit kan alleen na het maken van een afweging, om die reden is er ook een verwijzing opgenomen naar het relevante afwegingskader.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=48b95956-d77d-4a5a-b259-861c62797ab9