CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Variantenstudie podiumvoorziening Harderwijk.pdf

Commissie Ruimte 11 februari 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Variantenstudie podium Waterfront5.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VARIANTENSTUDIE REALISATIE NIEUWE PODIUMFUNCTIE HARDERWIJK

■iï'

november 2020

Gemeente Harderwijk Rick Sjoerdsma Dick te Winkel

1

ínhoud 1. 2. 3. 4.

Aanleiding Doel en opbouw variantenstudie Samenvatting Omgevingsanalyse 4.1 Verzorgingsgebied en cultureel voorzieningenniveau 4.2 Specifiek: professioneel podiumkunstenaanbod 4.3 SWOT 5. Uitgangspunten inhoudelijk concept 6. Uitganspunten exploitatie- en organisatiemodel 7. Programma van eisen 7.1 Functionele eisen 7.2 Ruimtelijke eisen Technische eisen 7.3 8. Investeringsraming 9. Exploitatieraming 10. Ontwikkelvarianten 11. Conclusies

2

1. Aanleiding Op 17 september 2017 heeft de gemeenteraad van Harderwijk ingestemd met een (verdere) uitwerking van de plannen van de 'Stad als Podium-connectie' (hierna te noemen: SAP) en (bijgevolg) met het afbouwen van het subsidie aan Stichting Podia Harderwijk (hierna te noemen: SPH) voor de programmering in Theater Harderwijk. Tevens besloot de raad om Theater Harderwijk in te zetten als binnen-locatie bij de verdere uitwerking van de plannen van SAP en het theater daartoe te verbouwen met de daarvoor reeds beschikbaar gestelde middelen. De raad verzocht het college om op zoek te gaan naar een (externe) exploitant voor Theater Harderwijk. In 2018 en 2019 zijn voorbereidingen getroffen voor de formele start van SAP per 1 januari 2020. Er werd een stichting opgericht voor het onderhouden van de subsidierelatie met de gemeente (Stichting SAP). Tevens werd er een 'kwartiermaker' aangesteld en een pilotprogrammering (2019) geïnitieerd. Om inhoud te geven aan de wens van de raad om ook het huidige podiumkunstenaanbod (de zogenaamde "middentheaterfunctie") te continueren sloten Stichting SAP en SPH met elkaar een overeenkomst voor de uitvoering van een binnen-programmering in Theater Harderwijk.

Begin 2019 heeft een private partij aangegeven samen met projectontwikkelaar Synchroon en de gemeente te willen onderzoeken of het mogelijk is om binnen de ontwikkeling 'Waterfront' (commerciële plint Dolfinariumeiland) een nieuwe podiumfunctie te realiseren als onderdeel van een breed horecaconcept. Daartoe werden een aantal acties uitgezet, waaronder het opstellen van een beknopt 'programma van eisen' en het opstellen van een eerste globale stichtingskostenraming voor een dergelijke functie. Op 9 januari jl. heeft de raad op basis van de tussen Stichting SAP en SPH gesloten overeenkomst en mede met het oog op de mogelijke ontwikkelingen binnen het Waterfront besloten om de subsidierelatie met SPH met een periode van 3 jaar te verlengen, teneinde de mogelijkheid open te houden Theater Harderwijk gedurende deze periode als uitvoeringslocatie voor de activiteiten van SAP in te zetten. Na het besluit van de raad van 9 januari jl. is bekend geworden dat de eerder genoemde private partij zich terugtrekt uit de mogelijke 'podiumontwikkeling' binnen het Waterfront. Daarop is in een portefeuillehouders-overleg afgesproken om ambtelijk een nader onderzoek in te laten stellen naar de haalbaarheid van de realisatie van een nieuwe podiumfunctie op basis van alternatieve ontwikkelingen.

3

2. Doel en opbouw variantenstudie Met de variantenstudie wordt beoogd inzicht te krijgen in a. de omvang en aard van de podiumvoorziening die het beste past bij Harderwijk (en het grotere verzorgingsgebied) b. de te verwachten investering en structurele subsidie ten behoeve van een dergelijke voorziening c. de mogelijke exploitatievorm(en) van een nieuwe podiumvoorziening d. de wijze waarop een nieuwe podiumvoorziening kan worden gerealiseerd Om de bovenstaande vragen te kunnen beantwoorden zullen we de variantenstudie als volgt opbouwen. Wij voeren allereerst een (beknopte) omgevingsanalyse uit. Wat is de omvang van het potentiële publiek in Harderwijk en van het grotere verzorgingsgebied? Welke voorzieningen zijn reeds in de grotere regio aanwezig en hoe ziet het aanbod van deze voorzieningen eruit? Op welke wijze zou Harderwijk zich met een specifiek aanbod in de toekomst kunnen onderscheiden? Welke demografische ontwikkelingen zien we die in de toekomst van invloed kunnen zijn op het voorzieningenniveau? Op basis van de omgevingsanalyse schetsen we de contouren van het gewenste inhoudelijk concept van een nieuwe podiumvoorziening en gaan we kort in op mogelijke exploitatiemodellen.

In een volgende stap formuleren we een 'functioneel, ruimtelijk en technisch programma van eisen' (PVE) op hoofdlijnen voor een podiumfunctie die past bij de schaalgrootte van Harderwijk en het aanbod in de grotere regio. Het inhoudelijk concept en het PVE werken we vervolgens uit in een eerste globale investerings- en exploitatieraming. Tenslotte beschrijven we een aantal mogelijk varianten waarbinnen het gebouw en het exploitatiemodel kunnen worden gerealiseerd. De variantenstudie moet voldoende basis geven voor een weloverwogen bestuurlijk en politiek besluit over de meest wenselijke 'oplossingsrichting' en de verdere uitwerking daarvan, c.q. voor het beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet.

4

3. Samenvatting De raad heeft zich in september 2017 in het kader van de besluitvorming over SAP uitgesproken voor het behoud van een binnen-locatie voor professionele podiumkunsten. Een 'multifunctionele zaal' die zowel geschikt is voor theatervoorstellingen als voor concerten sluit het beste aan bij de schaalgrootte van Harderwijk, bij de innovatie die SAP voorstaat en bij het reeds bestaande aanbod in de grotere regio. Het betreft een zaal met een (flexibele) capaciteit van 500 - 600 zitplaatsen en 1.000 - 1.200 staanplaatsen. De realisatie van een 'multifunctionele zaal' is niet inpasbaar in het plan dat in 2017 is opgesteld voor de revitalisatie van het huidige Theater Harderwijk. De realisatie van een 'multifunctionele zaal' is in beginsel wel inpasbaar in een nieuwe vastgoedontwikkeling op het Dolfinariumeiland. Voor de realisatie van een 'multifunctionele zaal' op het Dolfinariumeiland zijn twee ontwikkelvarianten denkbaar. In de eerste variant komt de vastgoedontwikkeling en exploitatie geheel voor rekening en risico van de gemeente. Daarbij moet rekening worden gehouden met een bandbreedte subsidiebijdrage per jaar van tenminste C 1,0 - C 1,2 miljoen, inclusief de kapitaalslasten van de investering in het vastgoed en de inrichting. In een tweede variant krijgen de realisatie van het vastgoed en de exploitatie ervan vorm in een PPS-constructie.

In dat geval betreft de gemeentelijke bijdrage uitsluitend het culturele gedeelte van de exploitatie. Het risico voor de overige exploitatie ligt dan bij een 'derde partij'. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage is in deze variant mede) afhankelijk van de andere functies die aan het gebouwconcept worden toegevoegd. Een belangrijk nadeel van deze variant is dat de haalbaarheid ervan afhankelijk is van een 'derde partij', waarvan de beschikbaarheid onzeker is. Het is van belang om SAP op een goede wijze te integreren in de planontwikkeling voor een mogelijke nieuwe podiumvoorziening. In ieder geval moet worden voorkomen dat de innovatie die met SAP is beoogd, teniet wordt gedaan door de vastgoedontwikkeling.

5

4. Omgevingsanalyse 4.1

Verzorgingsgebied en cultureel voorzieningenniveau

In het kader van een in 2016 voor de (her)ontwikkeling van het Dolfinariumeiland uitgevoerde locatieanalyse is het verzorgingsgebied van Harderwijk als volgt gedefinieerd: begrenzing

aantal inwoners

primaire verzorgingsgebied

Harderwijk, Ermelo, Zeewolde

94.000

secundaire verzorgingsgebied

Nunspeet, Putten, Ermelo, Lelystad, Amersfoort

568.000

tertiaire verzorgingsgebied

Utrecht, Flevoland, Gelderland, Overijssel

1.646.000

Bron: Locatieanalyse Dolfinariumeiland, 2016

Het is o.i. legitiem om deze indeling ook te gebruiken voor een omgevingsanalyse in het kader van onze variantenstudie. Er is vanzelfsprekend een relatie tussen de schaalgrootte van de gemeente en het culturele voorzieningenniveau. De VNG hanteert hiervoor het zogenaamde "ringenmodel"

6

-ASCTfnaJc Rr.

lĩUlSíľÜftT&tl

Ūř’OPĪīlř üfWMaur fnpnwkfcí iZURIiIHf

lanířia»®:»

MRnSfiOf

KfļJwtīni

ļļatţîůňtìĩijfn

a^PCr-TįiTi

Wffj!fijļä tjnímüaet CŴtfŴiScf U-llţfpiiţinpfl H p».' M2'r*ïf ranMī

tiř' jr.

ípwm ůäļĩřñri

WWHIW

Sm**

ïsrĩTļĩwiíi ra-

«íţKŵiřtmrrfĩe

„„

IWBWSfc r*fiflWffïŕ

■mm

\

ľĥiír

ÏKÍP'KÍSFi īDrteni irívť ä'í wtttba.ūĎdfadiwi tïŕílW5Sfĩ«DaOB!BLBÍ

Er worden in dit model drie "niveaus" in cultuurbeleid onderscheiden: 'kernachtig beleid' ^ binnenste ring), 'uitgebreid beleid' ^ middelste ring) en 'allesomvattend beleid' (= buitenste ring), gekoppeld aan de schaalgrootte van de gemeente: 30.000 inwoners, 30.000 - 90.000 inwoners en > 90.000 inwoners. Een dergelijke indeling is altijd enigszins arbitrair, omdat het lokale voorzieningenniveau mede wordt bepaald door de geografische ligging van een gemeente, de bevolkingssamenstelling, specifieke aandachtpunten in het cultuurbeleid en de voor de uitvoering van het cultuurbeleid beschikbare financiële middelen. Niettemin is ook deze indeling (deels) bruikbaar voor onze analyse. Met circa 48.500 inwoners valt de gemeente Harderwijk in de ring van 'uitgebreid beleid'. Kijken we naar het primaire verzorgingsgebied met 94.000 inwoners dan zou volgens het "ringenmodel" ook 'allesomvattend beleid' van toepassing kunnen zijn. Dit legitimeert (in theorie) een compleet professioneel voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten, film, media en letteren, beeldende kunst en vormgeving, en amateurkunst en kunsteducatie.

Als we kijken naar het huidige culturele voorzieningenniveau binnen de gemeente dan beschikt Harderwijk over een theater, een filmhuis, een tweetal musea, een centrum voor amateurkunst en cultuureducatie, een bibliotheek, een (kleinschalig) poppodium en een popschool. Het voorzieningenniveau behoort daarmee grotendeels tot de ring van 'uitgebreid beleid'. 7

4.2

Specifiek: professioneel podiumkunstenaanbod

4.2.1 'Stad als Podium' Het professionele podiumkunstenaanbod is tot 2020 verzorgd door SPH, met name vanuit Theater Harderwijk (576 stoelen). Dit theater is onderdeel van het onderwijscomplex van het Christelijk College Veluwe Nassau (CCNV). Het juridisch eigendom van het theater ligt bij de school. Het programma-aanbod in Theater Harderwijk bestond met name uit cabaret, kinder- en familievoorstellingen, kleinschalige toneelvoorstellingen en theaterconcerten en -colleges. Op jaarbasis werden er circa 55 60 professionele voorstellingen gerealiseerd met een gemiddelde bezettingsgraad van rond de 480Zo. Aanvullend op dit aanbod verzorgt SPH ook kleinschalige klassieke, jazz en popconcerten in Kunstencentrum Catharinakapel en in poppodium Estrado. Vanaf 2020 ligt de verantwoordelijkheid voor het professionele podiumkunstenaanbod bij Stichting SAP. De opdracht aan de stichting is om een jaarronde podiumkunstenprogrammering te initiëren. Het gaat dan in 2020 om 110 activiteiten, waarvan 80 unieke professionele voorstellingen, zowel binnen als buiten, met een aantoonbaar publieksbereik van 35.000. Het programma-aanbod, zoals dat door SPH tot 2020 in Theater Harderwijk is geïnitieerd, blijft hier onderdeel van.

Het is de verwachting dat er binnen de (nieuwe) SAP-programmering met name meer ruimte wordt geboden aan 'locatie- en/of straattheater', aan concerten en aan 'festivalprogrammering'.

4.2.2 Benchmark Theater Harderwijk is de enige professionele theater/podiumvoorziening in het primaire verzorgingsgebied (zie 4.1). In het secundaire verzorgingsgebied zijn er drie professionele theatervoorzieningen. Naast Theater Harderwijk zijn dat De Flint in Amersfoort en Angora in Lelystad. Het tertiaire verzorgingsgebied omvat een aanzienlijk aantal grotere professionele theatervoorzieningen (o.a. in Utrecht, Almere, Zwolle, Apeldoorn en Arnhem). Gegeven het feit dat veel theaters een min of meer vergelijkbaar programma-aanbod hebben en het publiek over het algemeen nog steeds beperkt bereid is om te reizen voor theaterbezoek, kan worden gesteld dat een professionele podiumfunctie in Harderwijk ook in de toekomst primair een lokale functie zal vervullen, die overeenkomt met het primaire verzorgingsgebied (zie 4.1). Door de te verwachten toename van het aantal inwoners van Harderwijk zal het publiekspotentieel van het primaire verzorgingsgebied in de komende jaren nog wel wat groter worden. Alleen in het geval dat het aanbod in Harderwijk zich op onderdelen onderscheidt van het aanbod in het secundaire en tertiaire verzorgingsgebied (zie 4.1), dan zou een nieuwe professionele podiumfunctie in Harderwijk ook een bovenlokale' functie kunnen vervullen.

Als we de huidige capaciteit aan stoelen van Theater Harderwijk afzetten tegen de capaciteit van theaters in gemeenten met een min of meer vergelijkbare schaalgrootte dan zien we dat Harderwijk beschikt over een aantal stoelen dat redelijk overeenkomt met referentie gemeenten. Wel kan worden gesteld dat de meeste theaters in de vergelijking beter geoutilleerd zijn dan Theater Harderwijk. Dat heeft vooral te maken met het feit dat het theater in Harderwijk onderdeel is van een (groter) 8

onderwijscomplex en qua realisatie van minder recente datum is dan veel theaters in de benchmark. gemeente

inwonertal

capaciteit theater

Kampen Rijswijk Weert Middelburq Barendrecht Waalwijk Harderwijk Zutphen Noordoostpolder Kerkrade Etten Leur Venray Beverwijk

54.315 54.230 50.079 48.790 48.715 48.627 48.226 47.934 47.157 45.752 43.908 43.606 41.488

485/120 688/125 450 530 500 521/201 576 550/650 520 633 610/200 620/200 602/188

De voornoemde vergelijking zegt overigens niets over de zaalbezetting die wordt gerealiseerd, noch over de subsidiebedragen die binnen de genoemde gemeenten beschikbaar worden gesteld voor professionele podiumkunsten. Vanwege de vele variabelen (o.a. geografische ligging, combinatie met andere culturele en/of maatschappelijke functies, eigendom en waarde vastgoed) is het nauwelijks mogelijk hierop een valide benchmark uit te voeren.

4.3

SWOT-analyse

Een SWOT-analyse van het professionele podiumkunstenaanbod in Harderwijk laat het volgende beeld zien: sterk » » » »

»

zwak » »

reeds opgebouwde ervaring en kennis keuze voor innovatie (SAP) samenwerking belang goede culturele infrastructuur wordt onderkend (zie investeringen in de afgelopen jaren) belangstelling populaire muziek, cabaret en jeugdtheater

» »

»

bedreiging

kans » » » »

publieksbereik kwaliteit en uitstraling faciliteiten Theater Harderwijk locatie Theater Harderwijk relatief weinig goede faciliteiten voor professioneel concertaanbod (populaire genres) belangstelling vernieuwend toneel, kleine musicals, dans en theatercollege

»

professioneel concertaanbod (populaire genres) (her)ontwikkeling Dolfinariumeiland belang culturele voorziening in nieuw stadsdeel multifunctionaliteit voorziening

» »

9

ontbreken van een eenduidige visie op ontwikkeling professionele podiumkunsten geleidelijke uitval van aanbod en publiek bij status quo beperkte mogelijkheden voor clustering van functies (zie investeringen die reeds zijn gedaan)

Conclusies: -

-

-

Voor een professioneel podiumkunstenaanbod is er in Harderwijk een publiekspotentieel van circa 100.000 inwoners (= primaire verzorgingsgebied van Harderwijk). Bij de schaalgrootte van Harderwijk past een podiumvoorziening met een capaciteit van 500 - 600 stoelen. Naast een regulier aanbod van professionele theatervoorstellingen liggen er voor Harderwijk kansen voor een onderscheidende programmering op het gebied van professioneel concertaanbod (lichte en populaire genres). De huidige professionele theater/podiumvoorziening in Harderwijk, Theater Harderwijk, is onvoldoende toekomstbestendig. De (her)ontwikkeling van het Dolfinariumeiland biedt een goede kans voor de realisatie van een nieuwe podiumvoorziening die voldoet aan de eisen van deze tijd.

10

5. Inhoudelijk concept Een eigentijdse en toekomstbestendige voorziening voor podiumkunsten die past bij de schaalgrootte van het verzorgingsgebied van Harderwijk en bij het voorzieningenniveau in de grotere regio biedt tenminste mogelijkheden voor: a) professionele theatervoorstellingen: cabaret, kinder- en familievoorstellingen, muziektheater en theaterconcerten, en toneelvoorstellingen, in aantal minimaal 60 - 80 per jaar en voor maximaal 600 bezoekers per voorstelling b) lezingen, voordrachten, theatercolleges c) concerten: populaire/lichte genres en popmuziek voor maximaal 1.200 bezoekers (zit- of staanplaatsen) d) andersoortige culturele evenementen, bijvoorbeeld festivals rond een bepaald thema e) amateurvoorstellingen en/of -uitvoeringen f) ondersteunende horeca (voor en na de voorstelling en in de pauze) Een eigentijdse podiumvoorziening is toegankelijk voor een breed publiek. Het is een podium van en voor de gehele stad, zichtbaar en herkenbaar op een prominente locatie in Harderwijk en bij voorkeur in een gebied met meerdere uitgaansvoorzieningen. Het is heden ten dage niet ongebruikelijk om een 'podiumfunctie' te combineren met andere culturele en/of maatschappelijke functies. Veel gemeenten hebben in de afgelopen decennia zogenaamde "cultuurclusters" gerealiseerd. Vaak gaat het dan om een combinatie van een theater, een bibliotheek en een kunstencentrum.

Soms zijn er ook maatschappelijke functies toegevoegd, bijvoorbeeld een zorgloket of delen van de gemeentelijk 'front office'. Minder vaak zien we een combinatie van een 'podiumfunctie' en 'commerciële functies'. Voor zover die er in Nederland wel zijn, gaat het vaak om een hotel of congrescentrum met een professionele podiumvoorziening en uitgebreide horeca (Roermond, Bussum, Almelo, Zeist). Bij een clustering van functies is een eenduidig gebouwconcept van groot belang. Alle functies binnen het gebouw dienen op een organische wijze met elkaar verbonden te zijn, c.q. complementair aan elkaar te zijn. Er is één centrale ingang. Vanuit deze ingang zijn alle functies binnen het gebouw goed zichtbaar en bereikbaar. Het gebouw heeft één allesomvattende naam. Veel moderne theaters beschikken over een grote theaterzaal met vaste stoelen en een zogenaamde "vlakke vloerzaal" met een uitschuifbare tribune voor kleinschaliger en/of meer vernieuwend aanbod (de kleine zaal). Voordeel is dat het theater hiermee ook flexibeler is in de beschikbare capaciteit en meer mogelijkheden heeft voor evenementen in 'festivalvorm'. Een nadeel is dat het theateraanbod voor "vlakke vloer zalen" door bezuinigingen fors minder is geworden, waardoor er vaak sprake is van 'overcapaciteit'.

Conclusies: -

Gegeven de schaalgrootte van Harderwijk, de omvang en de aard van het daarbij behorende professionele podiumkunstenaanbod (60 - 80 voorstellingen per jaar) en het aanbod in de grotere regio is in Harderwijk een voorziening met één grote zaal in beginsel voldoende passend. Daarbij is het wel van belang dat een dergelijke zaal in

11

-

-

gebruiksmogelijkheden en capaciteit zo flexibel mogelijk inzetbaar is, bijvoorbeeld ook goed geschikt te maken is voor concertaanbod. De mogelijkheden voor het clusteren van een nieuwe 'podiumfunctie' met andere culturele en/of maatschappelijke functies zijn in Harderwijk beperkt, omdat veel culturele en/of maatschappelijk functies in Harderwijk reeds duurzaam gehuisvest zijn. Mogelijk vormt de 'filmhuisfunctie' hier een uitzondering op. Een clustering van een 'podiumfunctie' met één of meer 'commerciële functies' is maatwerk, in die zin dat de diverse functies binnen één gebouw ten minste complementair aan elkaar dienen te zijn.

12

6. Exploitatiemodel De meeste theaters en concertzalen in Nederland zijn eigendom van de lokale overheid. In dat geval worden de theaters geëxploiteerd door een rechtspersoon (stichting) die een subsidierelatie onderhoudt met die lokale overheid. Onder de subsidierelatie liggen dan afspraken over de te leveren prestaties, in de zin van aantal en de aard van de te realiseren voorstellingen en de omvang van het publiek dat daarmee wordt bereikt. Theaters of concertzalen verkrijgen hun inkomsten uit recettes, uit exploitatie van (ondersteunende) horeca, uit culturele en maatschappelijke verhuringen, maar ook vaak uit 'commerciële' verhuringen (bijvoorbeeld congressen) en uit sponsoring en/of fondsenwerving. Het exploitatietekort dat daarna overblijft wordt afgedekt door subsidie. Voor de exploitatie van Theater Harderwijk geldt een min of meer vergelijkbaar model, behalve dan dat het vastgoed geen eigendom is van de gemeente maar van het CCNV, en dat 'commerciële' exploitatie ter ondersteuning van de 'culturele' exploitatie niet is toegestaan. De subsidies die theaters en concertzalen ontvangen zijn moeilijk met elkaar te vergelijken, ook daar waar het gaat om gemeenten met een min of meer vergelijkbare schaalgrootte. Dit heeft vooral te maken met de component 'vastgoed'.

Sommige gemeenten hanteren een systeem van 'kostprijs dekkende huur' en compenseren dit met een extra subsidiebedrag. In andere gevallen wordt maar een deel van de kapitaallasten en overige eigenaarslasten als huur doorberekenend. Ook is er geen eenduidig beleid met betrekking tot vervangingsinvesteringen. Een beperkt aantal theaters en concertzalen in Nederland wordt door een private partij geëxploiteerd, vrijwel overal in combinatie met het eigendom van het vastgoed. Voor zover deze theaters deel uitmaken van het reguliere 'schouwburgcircuit' onderhouden ze allemaal een subsidierelatie met de lokale overheid voor het 'culturele' deel van de exploitatie. Een bekende uitzondering is het De Nieuwe La Mar-theater in Amsterdam. Maar anders dan vaak wordt gedacht heeft dit theater een verliesgevende exploitatie, die vanuit het moederbedrijf wordt afgedekt. Voor de exploitatie van de horeca zijn twee verschillende modellen gangbaar: de horeca, al dan niet ondergebracht in een separate rechtspersoon, wordt geëxploiteerd door het theater zelf of de exploitatie wordt gegund aan een externe (private) partij. Beide modellen kennen voor- en nadelen. Wel is er de laatste jaren een duidelijke trend zichtbaar richting 'eigen beheer', omdat dit de beste garantie is voor een eenduidig 'gastvrij heidsconcept'.

Conclusies: -

-

Voor de ontwikkeling en realisatie van een nieuwe podiumvoorziening in Harderwijk zijn in beginsel meerdere exploitatiemodellen denkbaar: 'publiek' of 'publiek-privaat'. Dat geldt ook voor het eigendom van het vastgoed. Binnen de huidige eigendomsverhoudingen van Theater Harderwijk zijn geen alternatieve exploitatiemodellen denkbaar.

13

7. Programma van eisen

7.1 functionele eisen

De nieuwe podiumvoorziening dient 'multifunctioneel' te zijn. Dat wil zeggen dat de zaal snel is om te bouwen van een Schouwburg' voor professionele theatervoorstellingen naar en Concertzaal' voor professionele muziekuitvoeringen en omgekeerd (of van zitplaatsen naar gedeeltelijk of geheel staanplaatsen en v.v.). De bandbreedte capaciteit in de 'schouwburgopstelling' is 500 - 600 stoelen. Voor de 'concertzaalopstelling' geldt een bandbreedte capaciteit van 1.000 - 1.200 zit- en staanplaatsen. Binnen beide functies dient de capaciteit ook flexibel te zijn (kleine en grote opstelling). Naast een aantal algemene eisen die in hoofdstuk 5 zijn genoemd, beschikt de podiumvoorziening over a. een goede bereikbaarheid, zowel met openbaar vervoer als met particulier vervoer b. goede en voldoende parkeerfaciliteiten (auto, fiets) c. een heldere scheiding tussen het publieke en het niet-publieke gedeelte van het gebouw d. een goede interne logistiek (bezoekersstromen en -afhandeling) e. een inpandige laad- en losvoorziening f. horecafaciliteiten in een foyer (vast) en in de zaal (flexibel) g. garderobevoorzieningen in de foyer (vast en flexibel) h. een 'front desk' in het entreegebied (receptiefunctie, kaartverkoop) i. kleedruimten en een artiestenfoyer backstage j. alle benodigde theater-technische installaties, zowel voor de 'schouwburgfunctie' als voor de 'concertzaalfunctie' k.

optimale zichtlijnen, zowel voor de 'schouwburgfunctie' als voor de 'concertfunctie' l. goede akoestiek voor zowel de 'schouwburgfunctie' als voor de 'concertzaalfunctie' m. W-installaties die voldoende zijn toegerust voor het faciliteren van grote publieksgroepen onder wisselende omstandigheden n. technische- en opslagruimten o. kantoorruimten

7.2 ruimtelijke eisen

De ruimtelijke eisen hebben we vastgelegd in onderstaande ruimtestaat. De diverse ruimtebeslagen zijn in deze fase vanzelfsprekend nog indicatief. ruimte

vierkante meters

toelichting

multifunctionele zaal

800

Vlakke vloer met uitschuifbare tribune en vaste stoelen op een balkon.

laden en lossen/podiumlogistiek

100

Wij gaan vooralsnog uit van 1 inpandige laaden losvoorziening.

kleedkamers

100

3 a 4 kleedkamers met eigen sanitair (2 kleine en 1 a 2 grote). 14

artiestenfoyer

40

productiekantoor

15

opslag theatertechniek

60

Exclusief zijtoneel/achteromloop.

onderhoud theatertechniek

20

= werkplaats

entreegebied

200

foyer

450

uitgiftepunten horeca foyer

25

Vast.

uitgiftepunten horeca zaal

10

Mobiel.

opslag horeca

10

Inclusief koeling en kelderbierinstallatie.

cateringkeuken

30

garderobe

20

Om te bouwen van bewaakt naar onbewaakt.

sanitaire voorzieningen

50

Wij gaan vooralsnog uit van 10 damestoiletten, 5 herentoiletten en 10 urinoirs.

kassa- en informatiebalie

10

installatietechniek

100

kantoren

40

vergaderruimten

30

sanitair kantoren

5

pantry kantoren

2

subtotaal benodigde m2 BVO

2.117

verkeersruimten

741

totaal BVO

2.858

Inclusief pantry.

Kan in beginsel deels ook op een andere locatie worden gefaciliteerd.

Hierbij hanteren wij vooralsnog een opslag van 3507o.

15

NB Bovenstaande ruimtelijke eisen zijn gebaseerd op vergelijkbare bestaande podiumfaciliteiten.

7.3 technische eisen 7.3.1 vooraf: lijsttoneel of vlakke vloer? De functionele eisen (zie 7.1) kunnen in beginsel in twee verschillende zaalontwerpen worden gerealiseerd: een zaal met een 'lijsttoneel' en een zaal met een 'vlakke vloer'. Beide ontwerpen hebben voor en nadelen ten opzichte van de twee gewenste functies, die van 'theater' en die van 'concertzaal'. Het standaard ontwerp van een theater is nog steeds een zaal met een lijsttoneel. Lijsttonelen hebben een verhoogd (vast) podium, een voordoek, een verstelbare toneellijst links en rechts, en een verstelbare toneelhoogte. Vaak beschikken lijsttonelen over een zogenaamde "orkestbak" en een toneelhijsinstallatie in een toneeltoren. Theaters met een lijsttoneel zijn geschikt voor musical, dans, operette, cabaret, toneel en het overige reguliere schouwburgaanbod. Een 'vlakke vloerzaal' is helemaal vlak en vaak voorzien van een uitschuifbare tribune. Een orkestbak en een toneeltoren ontbreken. De hijsinstallatie bestaat doorgaans uit verplaatsbare kettingtakels. Vlakke vloerzalen zijn geschikt te maken voor kleinere musicals, toneel, orkest- en dansuitvoeringen, cabaret en popconcerten, maar ook voor breder gebruik op het gebied van evenementen: beurzen, presentaties, congressen en tentoonstellingen. Hieronder geven we de belangrijkste voor- en nadelen van beide zaalontwerpen in beeld.

lijsttoneel met toneeltoren

voordeel

nadeel

setting is geschikt voor alle vormen van theater

niet geschikt voor nietversterkte muziek zonder pakket van akoestische voorzieningen

min of meer vaste inrichting goede mogelijkheden voor changementen (toneelhijsinstallatie) optimale theaterbeleving

minder geschikt voor popmuziek beperkte flexibiliteit in gebruiksmogelijkheden vanwege vaste opstelling toneelhijsinstallatie en toneeltoren vragen om een substantiële investering relatief hoge onderhoudskosten minder geschikt voor

16

commerciële evenementen Z beperkte exploitatiemogelij kheden vlakke vloer

maximale flexibiliteit in gebruiksmogelijkheden mogelijkheden voor betere benutting beschikbare capaciteit geschikt voor muziekuitvoeringen (symfonische muziek, popmuziek)

in basis beperkingen in het gebruik voor theatervoorstellingen vaker ombouwen ^ kostenverhogend) theaterbeleving minder prominent

combinatie van culturele en commerciële exploitatie mogelijk (PPS) relatief lage investering (geen toneelhijsinstallatie in toneeltoren) relatief lage onderhoudskosten

Op basis van bovenstaande analyse van de voor- en nadelen van beide ontwerpvormen en gegeven het feit dat een exploitatiemodel gebaseerd op een PPS-constructie ook een te onderzoeken variant is, werken wij hierna vooralsnog alleen de theater-technische eisen van een 'vlakke vloerzaaľ uit.

7.3.2 theater-technische eisen De theater-technische eisen voor een 'vlakke vloerzaal' zijn uitgewerkt in een separaat document.

7.3.3 horeca-technische eisen De foyer van het theater wordt voorzien van een of meerdere punten voor de uitgifte van dranken, voorafgaande, tijdens of na afloop van de voorstelling. Deze uitgiftepunten zijn zo gesitueerd en vormgegeven dat de gasten goed en snel kunnen worden bediend. In de zaal worden voorzieningen getroffen voor het inzetten van flexibele horeca-uitgiftepunten bij (pop)concerten en evenementen. De horeca beschikt over voldoende opslagruimte, inclusief een voorziening voor een zogenaamde "kelderbierinstallatie". Daarnaast dient het theater de beschikking te hebben over een inpandige professionele keuken voor het cateren van de gezelschappen en/of artiesten die optreden, en van congressen of (andere) evenementen. Het opnemen van een 'theaterrestaurant' in het ontwerp is optioneel (afhankelijk van het gekozen exploitatiemodel). In de ruimtestaat onder 7.2 zijn hiervoor nog geen m2 gereserveerd.

17

7.3.4 E. ŭ W. eisen Aan het binnenklimaat worden hoge eisen gesteld. Het verblijf in het theater dient onder alle omstandigheden comfortabel te zijn. De installaties zijn eenvoudig in te regelen/in te stellen op de aard van een evenement, de bezoekaantallen en/of bijzondere weersomstandigheden. Ook voor de sanitaire voorzieningen geldt dat deze in aantal en uitvoering voldoende zijn toegerust voor het snel verwerken van publieksstromen, bijvoorbeeld in de pauze van een voorstelling. Naast algemene E-voorzieningen wordt er voorzien in een theatertechniek gebonden Einstallatie. Alle gebouw gebonden installaties dienen duurzaam en voldoende onderhoudsvriendelijk te zijn.

18

8. Investeringsraming

Onze raming baseren wij in deze fase op een gemiddelde stichtingskostenprijs per m2 die wij hanteren voor nieuwbouw van een theatervoorziening, zijnde C 2.750,-, exclusief btw. Deze eenheidsprijs is exclusief grondkosten, exclusief terreininrichting en exclusief losse inrichting, maar inclusief theatertechniek en overige vaste inrichting. Uitgaande van voornoemde eenheidsprijs komt de totale investering dan uit op C 7.859.500,-, exclusief btw. Vanzelfsprekend hangt de werkelijke investering af van de elementen die niet begrepen zijn in de gemiddelde kostprijs per m2 (zie hiervoor), de mogelijkheden om ook andere maatschappelijke of commerciële functies toe te voegen en het uiteindelijke ontwerp.

19

9. Exploitatieraming De (culturele) exploitant verkrijgt zijn inkomsten uit recettes (kaartverkoop), horecaexploitatie, verhuringen van ruimten en faciliteiten aan maatschappelijke organisaties en uit fondsen en/of sponsorwerving. Aan de lastenkant zien we: inkoop van programma, inkoop van horeca, kosten van personeel (vast en flexibel), huisvestingskosten (huur, energie, onderhouds- en beheerlasten), marketingkosten, algemene organisatiekosten en afschrijvingen. Uitgaande van een (gemiddeld) programma-aanbod en publieksbereik dat past bij de schaalgrootte van Harderwijk (zie hoofdstuk 4) kunnen we op hoofdlijnen een exploitatieraming opstellen. We gaan daarbij uit van een kostprijs dekkende huur, die is opgebouwd uit de jaarlijkse kapitaalslast, op basis van een afschrijvingstermijn van 40 jaar en een rekenrente van 2,50Zo, vermeerderd met de jaarlijkse eigenaarslast onderhoud: C 45,- per m2 per jaar. De overige kengetallen die we hanteren zijn: aantal professionele theatervoorstellingen op jaarbasis

45 - 65

aantal professionele popconcerten op jaarbasis

15 - 20

aantal amateurvoorstellingen op jaarbasis

10

totaal aantal culturele activiteiten op jaarbasis

70 - 95

aantal bezoeken professionele podiumkunstenvoorstellingen

13.500 - 19.500

45 x 300; 65 x 300

aantal bezoeken professionele popconcerten

9.000 - 12.000

15 x 600; 20 x 600

aantal bezoeken amateurvoorstellingen op jaarbasis

3.500

10 x 350

totaal aantal bezoeken culturele activiteiten op jaarbasis

26.000 - 35.000

gemiddelde netto besteding entree per bezoek professionele theatervoorstelling

C 22,50

gemiddelde netto besteding entree per bezoek professioneel popconcert

C 27,50

gemiddelde netto besteding entree per bezoek amateurvoorstelling

C 10,00

dekkingspercentage professionele theatervoorstellingen

900Zo

20

verhouding recette 1 directe voorstellingskosten: uitkoopsommen, afdracht auteursrechten, catering, inhuur techniek en promotie

dekkingspercentage professioneel popconcert

9570

idem

dekkingspercentage amateurvoorstelling

8070

idem

gemiddelde besteding horeca per bezoek professionele theatervoorstelling

C 4,25

gemiddelde besteding horeca per bezoek professioneel popconcert

C 8,25

gemiddelde besteding horeca per bezoek amateurvoorstelling

C 5,50

percentage inkoop horeca van bruto omzet horeca

0,23

percentage personeelskosten van bruto omzet horeca

0,35

aantal maatschappelijke verhuringen op jaarbasis

20

netto vergoeding per maatschappelijke verhuring minimaal benodigde formatie

C 1.250,-

gemiddelde kostprijs per fte.

C 65.000,-

onderhoudskosten per m2 per jaar (eigenarendeel + huurderdeel)

C 65,-

7

directie, programma, marketing Ä. kaartverkoop, productievoorbereiding en techniek

baten

recettes professionele podiumkunsten

19.500 x 22,50

438.750

recettes professionele popconcerten

12.000 x 27,50

330.000

recettes amateurvoorstellingen

3.500 x 10,00

35.000

bruto omzet horeca professionele theatervoorstellingen

19.500 x 4,25

82.875

bruto omzet horeca professionele popconcerten

12.000 x 8,25

99.000

bruto omzet horeca amateurvoorstellingen

3.500 x 5,50

19.250

netto omzet maatschappelijke verhuringen

20 x 1.250,00

25.000

sponsoring

25.000

21

totaal

1.054.875

lasten

directe voorstellingskosten professionele podiumkunstenvoorstellingen

438.750 1 0,90

487.500

directe voorstellingskosten professionele popconcerten

330.000 1 0,95

350.000

directe voorstellingskosten amateurvoorstellingen

35.000 1 0,80

43.750

inkoop horeca

0,23 x 201.125

46.259

ambulant personeel horeca

0,35 x 201.125

70.394

huisvestingslasten

500.000

kosten vast personeel

455.000

marketingkosten

70.000

algemene organisatiekosten

100.000

afschrijvingskosten

40.000

totaal

2.162.903

saldo baten f lasten

(1.108.028)

NB De voornoemde kengetallen zijn gebaseerd op de huidige exploitatiecijfers van Theater Harderwijk en op exploitaties van (andere) bestaande schouwburgen en concertzalen met en min of meer vergelijkbare schaalgrootte.

NB De totale huisvestingslasten bestaan in het voornoemde overzicht uit de jaarlijkse kapitaalslast van de investering, de jaarlijkse beheerlast van de eigenaar en de jaarlijkse beheerlast van de gebruiker/huurder. Tevens is rekening gehouden met een investering van C 300.000,- in losse inventaris met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 7,5 jaar. NB Bij het opstellen van de exploitatieraming is uitgegaan van een bandbreedte aantal culturele activiteiten en aantal bezoeken op jaarbasis. We hebben vervolgens gerekend met het maximum binnen de bandbreedte. Die aanname is realistisch. Het minimum in de bandbreedte is uitsluitend aangegeven om, indien gewenst, meer ruimte te kunnen bieden aan commerciële exploitatie. Daarbij zal het verliessaldo op de culturele exploitatie afnemen.

22

Naast het tekort op de exploitatie van een nieuwe podiumvoorziening dient rekening te worden gehouden met een substantieel budget voor de buitenprogrammering van SAP en voor kleinschalige binnen-programmering op andere locaties in Harderwijk. In ieder geval moet worden voorkomen dat een grootschalige vastgoedontwikkeling de innovatiegedachte achter SAP teniet doet.

10.

Ontwikkelvarianten

In dit hoofdstuk gaan we nader in op de wijze waarop het bouwprogramma voor een 'multifunctionele zaal' en de exploitatie ervan kunnen worden gerealiseerd.

10.1

realisatie en exploitatie multifunctionele theaterzaal op de huidige locatie Theater Harderwijk

In 2017 is een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om de voorzieningen van Theater Harderwijk op de huidige locatie te 'revitaliseren' en beperkt uit te breiden. De belangrijkste elementen van het plan waren a. het realiseren van een eigen entree en foyer voor het theater b. het realiseren van een nieuwe laad- en losvoorziening voor het theater c. een algemene upgrade van de faciliteiten De hiermee gepaard gaande investering leidt tot een jaarlijkse kapitaalslast van C 313.320,- per jaar (raming 2017). Het concept van een 'multifunctionele zaal' (zie hoofdstuk 7) is niet inpasbaar in het ontwerp, zoals dat in 2017 voor de 'revitalisering' en beperkte uitbreiding van het huidige theater is opgesteld. Nog los van de vraag of de benodigde circa 3.000 m2 BVO ruimtelijk inpasbaar zijn, vraagt dit programma om een aanzienlijk grotere bouwkundige ingreep dan die in 2017 werd voorgesteld. Naar verwachting komen we daarmee op "slopershoogte". Een bijkomende complicerende factor is dat het vastgoed eigendom is van het CCNV en dat deze eigenaar meerdere malen uitdrukkelijk heeft aangegeven het theater in de toekomst ook voor allerlei onderwijsactiviteiten te willen inzetten en dat de 'onderwijsfunctie' te allen tijde voorrang heeft. Dit gegeven en de uitstraling van de locatie en de excentrische ligging ervan vormen een forse beperking op de exploitatiemogelijkheden.

10.2

realisatie en exploitatie multifunctionele theaterzaal op het Dolfinariumeiland voor rekening en risico van de gemeente

Het programma voor een 'multifunctionele zaal' is inpasbaar in een nieuw te ontwikkelen gebouw op het Dolfinariumeiland. De gemeente zou in dat geval de grond kunnen verwerven, c.q. "terugkopen" van de gebiedsontwikkelaar Synchroon. Daarna kan ze optreden als opdrachtgever voor de ontwikkeling van het vastgoed. Na realisatie van het vastgoed wordt de (culturele) exploitatie ondergebracht bij een nieuw op te richten rechtspersoon of bij een bestaande rechtspersoon, bijvoorbeeld SPH. Met deze rechtspersoon wordt vervolgens een subsidierelatie aangegaan. Aan de 'theater- en concertzaalfunctie' kan eventueel een andere culturele en/of maatschappelijke functie worden toegevoegd, bijvoorbeeld een 'filmhuisfunctie'. Daarmee zal naar verwachting wel de omvang van de investering toenemen, evenals het exploitatietekort. Het horecadeel 23

van de theaterexploitatie kan eventueel worden gegund aan een private ondernemer. Het exploitatierisico van het vastgoed en van de culturele exploitatie liggen geheel bij de gemeente. De investering en het jaarlijkse exploitatietekort zullen overeenkomen met de bedragen die in hoofdstuk 8 en 9 zijn genoemd. Indien deze ontwikkelvariant de voorkeur krijgt, dan kan de gemeente vrij snel in gesprek gaan met de eigenaar van de grond (Synchroon) over de condities waarbinnen de realisatie van het vastgoed tot stand kan komen (o.a. opdrachtgeverschap, eigenaarschap). NB. Een ontwikkeling op een andere locatie in of aan de rand van het centrum dan het Dolfinariumeiland achten wij niet-realistisch.

10.3

realisatie en exploitatie multifunctionele theaterzaal op het Dolfinariumeiland binnen een PPS-constructie

Het programma voor een 'multifunctionele zaal' is inpasbaar in een private vastgoedontwikkeling en in een commerciële exploitatie. In dit geval koopt de gemeente dagen/capaciteit in om een podiumkunstenaanbod te faciliteren. Dit aanbod wordt dan verzorgd door een private ondernemer of door een daarvoor aangewezen (andere) rechtspersoon. De 'multifunctionele zaal' kan onderdeel zijn van groter gebouwcomplex, waar meerdere functies deel van uitmaken. Het risico van de vastgoedexploitatie ligt in beginsel geheel bij de private partij. Het exploitatierisico ligt maar voor een beperkt deel bij de gemeente (culturele deel). Het exploitatietekort zal door een betere benutting van de beschikbare capaciteit naar verwachting aanzienlijk lager liggen dan het bedrag dat in hoofdstuk 9 wordt genoemd. Indien deze ontwikkelvariant de voorkeur krijgt dan is een marktconsultatie en oriëntatie de eerste stap. Er loopt reeds een verkenning naar de mogelijkheden.

10.4

vergelijking ontwikkelvarianten

In het navolgende overzicht zetten we de voor- en nadelen van de voornoemde ontwikkelvarianten naast elkaar. Voor de volledigheid hebben wij ook de optie "niets doen" in het overzicht opgenomen. niets doen

herontwikkeling Theater Harderwijk

realisatie multifunctionele zaal voor rekening en risico van de gemeente

realisatie multifunctionele zaal binnen een PPS constructie

Markt /vraag.

Concurrentiepositie van Harderwijk zal verder verzwakken: geleidelijke uitval aanbod en publiek.

Suboptimale oplossing. Ook in dit geval zal de concurrentiepositie van Harderwijk zwakker worden.

Maakt het mogelijk om een toekomstbestendige voorziening te creëren die past bij de schaalgrootte en vraag verzorgingsgebied en aansluit bij de SAP­ programmering.

Maakt het mogelijk om een toekomstbestendige voorziening te creëren die past bij de schaalgrootte en vraag verzorgingsgebied.

SAP

Op termijn uitval binnen-locatie voor

Binnen-locatie bliíft gehandhaafd,

Binnen-locatie die goed aansluit op

Binnen-locatie die goed aansluit op

24

programmering SAP.

maar minder geschikt voor programmering SAP.

vernieuwing die SAP voorstaat.

vernieuwing die SAP voorstaat, maar mogelijk spanningsveld tussen 'commerciële' en 'culturele' exploitatie.

Eigendom vastgoed

CCNV.

CCNV.

Gemeente.

Private partij.

Mogelijkheden toevoeging andere functies.

Geen.

Geen.

Beperkt.

Mogelijkheden aanwezig, maar kan leiden tot een diffuus concept

Exploitatierisico.

Risico beperkt zich tot het culturele exploitatiedeel.

Risico beperkt zich tot het culturele exploitatiedeel in het geval het vastgoed eigendom blijft van het CCNV.

Risico ligt geheel bij de gemeente.

Risico beperkt zich tot het culturele exploitatiedeel.

Regie Z sturing gemeente.

Beperkt.

Beperkt.

Maximaal.

Beperkt.

Investering.

Geen investering.

Substantiële investering, maar resultaat is naar verwachting (sub)optimaal.

Substantie investering.

Beperkte investering(bijdrage in kapitaalslasten).

Stedenbouwkundige meerwaarde.

Geen.

Geen.

Groot.

Groot.

Haalbaarheid.

Ongewenst.

Bijzonder lastig.

Groot bij bestuurlijke en politieke bereidheid om structureel een substantieel hoger subsidiebudget beschikbaar te stellen.

Onzeker vanwege afhankelijkheid 'derde partij'. Beperkt risico voor gemeente kan wel zorgen voor voldoende politiek draagvlak voor deze variant.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=8ba7d77c-6c24-4340-beb4-98922e196973