CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone gebruikers Binnenstad Harderwijk

Raadsvergadering 16 oktober 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Bedrijven Investeringszone Binnenstad2.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone gebruikers binnenstad Harderwijk 2026-2030 ONDERGETEKENDEN:

De gemeente Harderwijk, te dezen krachtens artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder, de heer W. Mazier, handelende ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. PM hierna ook te noemen ‘de gemeente’; en De Stichting BIZ Binnenstad Ondernemers Harderwijk, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar voorzitter, de heer G. Keus en haar penningmeester de heer J. Conradi, hierna ook te noemen ‘de stichting’; De gemeente en de stichting worden hierna ook gezamenlijk aangeduid als ‘partijen’ en ieder afzonderlijk als ‘partij’; NEMEN IN OVERWEGING DAT: 

De stichting kenbaar heeft gemaakt voor het gebied van de binnenstad van Harderwijk te willen komen tot de instelling van een bedrijveninvesteringszone, zoals bedoeld in de Wet op de bedrijveninvesteringszones en de gemeente Harderwijk heeft verzocht hieraan medewerking te verlenen;

de stichting uitsluitend als statutaire doelstelling heeft het uitvoeren van activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die gericht zijn op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone;

de stichting het plan, getiteld ‘BIZ-plan ondernemers Binnenstad Harderwijk 2026 – 2030’, heeft opgesteld, dat bij deze overeenkomst is gevoegd, waarin zij aangeeft hoe zij voornemens is de BIZ-subsidie aan bovengenoemde activiteiten te besteden;

de stichting voldoet aan de vereisten, zoals gesteld in artikel 7 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones;

de stichting in geval van realisering van de gewenste bedrijveninvesteringszone, de gelden voor de bedrijveninvesteringszone naar eer en geweten zal beheren en ter bekostiging van de activiteiten jaarlijks bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk een subsidieaanvraag zal indienen;

partijen zich zullen inspannen om te komen tot de bedrijveninvesteringszone conform de Wet op de bedrijveninvesteringszones, waarbij de stichting blijft zorgdragen voor voldoende draagvlak en het college van burgemeester en wethouders de daarvoor vereiste verordening in procedure zal brengen;

op de aan de stichting te verstrekken subsidie de bepalingen over subsidies uit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn;

artikel 7, derde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones bepaalt dat de gemeente met de subsidieontvanger een overeenkomst sluit als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht;

partijen, mede gelet op de inzet van publieke gelden, te allen tijde een transparante en een democratisch verantwoorde werkwijze zullen hanteren;

artikel 7, vijfde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones bepaalt dat schriftelijke afspraken dienen te worden gemaakt over het minimale niveau van dienstverlening van de gemeente voor de periode waarvoor de BIZ-bijdrage wordt ingesteld;

partijen thans voornoemde uitvoeringsovereenkomst wensen af te sluiten en voornoemde afspraken over het dienstverleningsniveau van de gemeente wensen vast te leggen.

EN KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN: 1. Begrippen In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. Bedrijveninvesteringszone: het op de bij de verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; b. Bijdrageplichtige: diegene waarvan een BIZ-bijdrage wordt geheven; c.

BIZ: bedrijveninvesteringszone;

d. BIZ-bijdrage: hetgeen daaronder in de wet en de verordening wordt verstaan; e. BIZ-subsidie: de op basis van de verordening en de Wet te verlenen subsidie voor de bedrijveninvesteringzone; f.

BIZ-plan: het ‘BIZ-plan ondernemers Binnenstad Harderwijk 2026 – 2030’, zijnde het meerjarenplan 2026 – 2030 met daarin tevens opgenomen het op dit meerjarenplan gebaseerde activiteitenjaarplan 2026 met bijbehorende begroting en gevoegd als bijlage 1 bij deze overeenkomst;

g. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; h. Gebruiker: degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de BIZ gelegen onroerende zaak gebruikt; i. j.

Gemeente: de gemeente Harderwijk; Gemeenteraad: de raad van de gemeente;

k.

Perceptiekosten: kosten voor heffing en invordering van de BIZ-bijdragen;

l. Stichting: Stichting BIZ Binnenstad Ondernemers Harderwijk, als bedoeld in artikel 7 van de wet. m. Subsidiejaar: het subsidiejaar van de BIZ, wat gelijk loopt aan het kalenderjaar. n. Verordening: Verordening Bedrijveninvesteringszone gebruikers binnenstad Harderwijk 2026 – 2030, waarvan het concept is gevoegd als bijlage 2 bij deze overeenkomst; o. Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones. 2. Doel en karakter van de overeenkomst 1. De overeenkomst is gebaseerd op artikel 7 van de wet. Zij beoogt de afspraken tussen partijen te regelen met betrekking tot de instelling van de BIZ, de dienstverlening door de gemeente in deze BIZ, alsmede de verlening van de BIZ-subsidie. 2. Deze overeenkomst is een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht en laat onverlet het omtrent subsidies bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. 3. Omschrijving van het gebied waarop deze overeenkomst betrekking heeft Het gebied waarvoor de BIZ wordt ingesteld is het op de bij de verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven.

4. Duur van de overeenkomst 1. Deze overeenkomst treedt in werking op de dag dat de verordening in werking treedt. 2. De overeenkomst eindigt na afwikkeling van alle rechten en plichten na afloop van het laatste subsidiejaar (2030), tenzij partijen uiterlijk drie maanden voor afloop van het laatste subsidiejaar besluiten de periode voor de BIZ-bijdrage overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van de wet te verlengen, een en ander met inachtneming van artikel 4 en artikel 5 van de wet. In geval van verlenging eindigt de overeenkomst na afwikkeling van alle rechten en verplichtingen na afloop van het nieuw vastgestelde laatste subsidiejaar. 5. Prestatieafspraken stichting De stichting: 1. zal zich inspannen voldoende draagvlak te behouden voor de BIZ en de te heffen BIZ-bijdragen; 2. verplicht zich de activiteiten te verrichten waarvoor de BIZ-subsidie wordt verstrekt, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, derde lid, van de wet; 3. verplicht zich het BIZ-plan en de daarop gebaseerde activiteitenjaarplannen bedoeld in artikel 8, tweede lid van deze overeenkomst uit te voeren en garandeert dat de hierin opgenomen activiteiten voldoen aan de eisen daaraan gesteld in artikel 1, tweede lid, van de wet; 4.

zal geen verplichtingen met financiële gevolgen aangaan die hoger zijn dan de jaarlijkse subsidie van de gemeente, tenzij met schriftelijke instemming vooraf van de gemeente; 5. zal geen verplichtingen met financiële gevolgen aangaan die de looptijd van deze overeenkomst overschrijden, tenzij met schriftelijke instemming vooraf van de gemeente; 6. zal geen wijziging van haar statuten, het BIZ-plan en de daarop gebaseerde jaarplannen (inclusief begroting) doorvoeren, tenzij met schriftelijke instemming vooraf van de gemeente; 7. is zich bewust van het (financiële) risico bij beëindiging van de overeenkomst (artikel 13 overeenkomst) of bij beëindiging van de BIZ (artikel 14 overeenkomst); 8. is verplicht het college onverwijld schriftelijk op de hoogte te stellen van a. veranderingen in haar financiële situatie en; b. verandering of beëindiging van activiteiten; 9. is zelf verantwoordelijk voor een juiste administratie. 6. Verantwoordelijkheid gemeente 1. De gemeente Harderwijk zal gedurende de looptijd 2026 – 2030 van de BIZ het onderhoudsniveau van de openbare ruimte en groen in het BIZ-gebied op peil houden conform de standaard in het IBORplan 2026-2030. De gemeente draagt zorg voor de inrichting, het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte en groen alsook de handhaving van het gewenste gebruik van de openbare ruimte.

De gemeente Harderwijk zal de openbare ruimte zodanig beheren en onderhouden, dat de tevredenheid van de inwoners gehandhaafd blijft tegen maatschappelijk verantwoorde kosten. 2. Vertegenwoordigers van de Gemeente (Beheer Openbare Ruimte) en de Stichting houden minimaal eenmaal per jaar samen een schouw, waarbij getoetst wordt of het onderhoudsbeeld in voldoende mate wordt gehaald en naar aanleiding waarvan partijen afspraken zullen maken over het herstel van eventuele tekortkomingen. 7. Draagvlakmeting 1. In geval de gemeenteraad de verordening vaststelt, zal het college daarna een draagvlakmeting uitvoeren zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de wet om te onderzoeken of er voldoende steun bestaat voor de heffing van de BIZ-bijdrage onder de bijdrageplichtigen als bedoeld in artikel 4, tweede lid van de wet.

2. Voor het uitvoeren van de draagvlakmeting wordt het door het college vast te stellen ‘Reglement draagvlakmeting Bedrijveninvesteringszone gemeente Harderwijk’ aangehouden. 8. Aanvraag BIZ-subsidie 1. De stichting dient jaarlijks een schriftelijke aanvraag om subsidie in bij het college. 2. De aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar, met uitzondering voor 2026. 3. Voor het subsidiejaar 2026 zijn het activiteitenplan en begroting van de stichting bij deze overeenkomst gevoegd en maken deel uit van het BIZ-plan. 4. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een activiteitenjaarplan en begroting over de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. In dit activiteitenplan geeft de stichting aan welke activiteiten in de openbare ruimte en op het internet zij in de desbetreffende periode voornemens is uit te voeren, die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid of veiligheid in de BIZ of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ, zoals beschreven in artikel 1 van de wet. 5. Het activiteitenjaarplan behoeft de goedkeuring van de gemeente. De gemeente toetst dit plan ten minste aan het BIZ-plan, aan de wet en aan deze overeenkomst. 9. Hoogte BIZ-subsidie 1.

Het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk verleent de subsidie op basis van de te verwachten opbrengst van de BIZ-bijdragen verminderd met een bedrag ter hoogte van € 2.500 als bijdrage in de perceptiekosten en keert dit bedrag uit als voorschotbedrag. 2. De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de daadwerkelijk in het kalenderjaar netto ontvangen BIZ-bijdragen minus de perceptiekosten. 3. Eventuele minderopbrengsten van de BIZ-bijdragen ten opzichte van de ingeschatte of begrote opbrengst zijn voor rekening en risico van de stichting. In dat geval zal de subsidie lager worden vastgesteld en het voorschotbedrag gedeeltelijk worden teruggevorderd. 10. Verantwoording na afloop subsidiejaar 1. De stichting levert uiterlijk 1 juli van het kalenderjaar na afloop van het subsidiejaar een financieel en inhoudelijk verslag van de door haar gerealiseerde activiteiten aan bij het college. 2. Het financiële deel van het jaarverslag omvat een vastgestelde, goedgekeurde jaarrekening en een controleverklaring op de verstrekte subsidie van een onafhankelijk accountant. 3. Het inhoudelijk deel van het jaarverslag bevat in ieder geval een verantwoording van de uitvoering van het BIZ-plan en het activiteitenjaarplan en de in deze overeenkomst benoemde prestatieafspraken. 11.

Bevoorschotting subsidie Het college zorgt voor bevoorschotting van de subsidie in twee termijnen, namelijk:  Op 1 februari van het subsidiejaar 75% van de subsidie;  Op 1 juli van het subsidiejaar 15% van de subsidie. 12. Vaststelling subsidie en eindafrekening 1. Binnen dertien weken na ontvangst van de verantwoording, conform het bepaalde in artikel 10, stelt het college de hoogte van de subsidie over het voorafgaande subsidiejaar vast. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 10 weken worden verdaagd. 3. Wanneer de BIZ-subsidie niet (volledig) is besteed ten behoeve van de activiteiten zoals opgenomen in het BIZ-plan en het activiteitenplan, dient onderbouwd te worden wat hiervan de oorzaak is. De subsidie wordt ingetrokken of lager of op nihil vastgesteld. Het voorschotbedrag

wordt geheel of gedeeltelijk teruggevorderd. Of en onder welke voorwaarden toegestaan wordt de reeds verleende subsidie in te zetten in een ander jaar, wordt bij de vaststelling bepaald. 13. Beëindiging van de overeenkomst 1. De gemeente kan deze overeenkomst eenzijdig en zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden indien de stichting in surseance van betaling verkeert of failliet wordt verklaard. 2. In het geval de stichting - niet (meer) voldoet aan de eisen die ter zake in artikel 7, tweede lid, onderdeel b van de wet worden gesteld; - handelt in strijd met haar statuten; of - zich niet (meer) houdt aan haar verplichtingen die voortvloeien uit deze overeenkomst, zullen partijen met elkaar overleggen over de op dat moment ontstane situatie. Dit kan ertoe leiden dat de subsidieverstrekking wordt stopgezet en de overeenkomst wordt ontbonden nadat de eindafrekening conform de regels gesteld in artikel 12 heeft plaatsgevonden. 3. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder 2 bedoeld een batig saldo overblijft, zal dit door de stichting conform haar statuten worden besteed. 4. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder 2 bedoeld sprake is van een tekort, zal dit voor rekening en risico van de stichting blijven. 14. Beëindiging van de BIZ 1.

De stichting kan de gemeente, indien wordt voldaan aan de voorwaarden die worden genoemd in artikel 6 van de wet, verzoeken tot het doen van een voorstel aan de gemeenteraad om de verordening in te trekken. 2. Indien de gemeenteraad daartoe besluit: a. stopt de subsidieverstrekking met ingang van de datum van intrekking van de verordening; b. zal de eindafrekening plaatsvinden naar deze datum conform de regels gesteld in artikel 12 van deze overeenkomst; c. wordt deze overeenkomst na de eindafrekening ontbonden. 3. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder tweede lid onderdeel b bedoeld een batig saldo overblijft, zal dit door de stichting conform haar statuten worden besteed. 4. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder tweede lid onderdeel b bedoeld sprake is van een tekort, zal dit voor rekening en risico van de stichting blijven. 5. Als, ongeacht om welke reden, de verordening (deels) onverbindend wordt verklaard, om andere reden dan de hiervoor vermelde wordt ingetrokken of anderszins zijn werking verliest, is het bepaalde in de leden 2, 3 en 4 van overeenkomstige toepassing. 15. Opschortende voorwaarde Deze overeenkomst wordt – behoudens verplichtingen die naar hun aard eerder aanvangen aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de verordening in werking treedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, eerste lid, van de verordening.

In tweevoud opgesteld en ondertekend te Harderwijk op PM De gemeente Harderwijk

De Stichting BIZ Binnenstad Ondernemers Harderwijk

W. Mazier, wethouder

G. Keus, voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=ff484c05-6832-4041-af6e-153dd4946f00