Tussenevaluatie 'Wie ben je_ Wat kun je_ Wat heb je nodig_'.PDF
Tekst van het document
\ \ \
Tweede tussenevaluatie programma: 'Wie ben je? Wat kun je? Wat heb je nodig?' Tweede tussenevaluatie van het programma ten behoeve van statushouders in de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde.
Oktober 2020
Inhoudsopgave
1.
2.
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Leeswijzer
3
Nieuwe ontwikkelingen
4
2.1 Corona
4
2.2 Verschillen ten opzichte van vorige evaluatie
4
3.
Resultaten
6
4.
Voltijd routes
16
5.
Lessons Learned
18
5.
Financieel overzicht
19
1. Inleiding Voor u ligt de tweede tussenevaluatie van het programma 'Wie ben je? Wat kun je? Wat heb je nodig?' van Meerinzicht. Deze tussenevaluatie is een kwantitatieve en kwalitatieve uiteenzetting van de stand van zaken betreft de beoogde resultaten van dit programma.
1.1 Aanleiding Sinds het einde van de zomer van 2018 geeft Meerinzicht uitvoering aan het programma 'Wie ben je? Wat kun je? Wat heb je nodig?'. In dit programma wordt de huidige groep statushouders in de gemeente Ermelo, Harderwijk en Zeewolde geholpen met hun inburgeringsproces met als doel om hen zo snel en zo goed mogelijk mee te laten doen in de maatschappij. Deze inzet bestaat uit het uitvoeren van een brede intake, het organiseren en aanbieden van intensieve duale voltijdroutes en het faciliteren van de benodigde ondersteuning. De statushouder wordt vanaf het eerste moment in het AZC tot en met het uitstromen naar duurzaam werk of onderwijs geholpen in zijn inburgeringsproces. De looptijd van het programma is tot eind 2021. Met deze tweede tussenevaluatie worden de gemeenten geïnformeerd over de voortgang en wordt een mogelijkheid geboden om binnen de kaders van het programma bij te sturen op de uitvoering. Gedurende die periode is er aangekondigd door minister Koolmees dat per 1 juli 2021 een hernieuwde Wet Inburgering van kracht zal zijn. De werkwijze ontwikkeld binnen het programma kent veel overlap met de werkwijze die er van gemeenten verwacht zal worden binnen de Wet inburgering. Deze tussenevaluatie geeft van alle vijftien beoogde resultaten de resultaten tot en met medio 2020 weer.
In dit document wordt ingegaan op de gestelde doelen voor het programma en geeft op een kwalitatieve en kwantitatieve manier weer in hoeverre deze doelen bereikt zijn.
1.2 Leeswijzer Dit evaluatiedocument is opgesteld aan de hand van het programmaplan 'Wie ben je? Wat kun je? Wat heb je nodig?'. In het programmaplan zijn resultaten opgesteld die tijdens/ aan het einde van het programma behaald moeten zijn. In de volgende hoofdstukken worden de beoogde resultaten besproken. In het hoofdstuk 3 wordt gewerkt met de volgende pictogrammen: Het groene stoplicht betekent dat het beoogde resultaat is behaald. Het oranje stoplicht betekent dat we het beoogde resultaat nog niet volledig hebben bereikt. Er moeten nog een aantal zaken geregeld worden, de intentie is eind 2021 het beoogde resultaat (nagenoeg) te behalen. Het rode stoplicht betekent dat het beoogde resultaat niet behaald is. Bij een rood stoplicht zal altijd een uitleg staan waarom dit resultaat niet gehaald is en wat de planning voor 2021 is om dit doel wel te halen.
2. Nieuwe ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden op hoofdlijnen de ontwikkelingen van 2020 omschreven. Hier zal allereerst ingegaan worden op de effecten van corona op het programma. Vervolgens zullen de belangrijkste ontwikkelingen ten opzichte van de vorige evaluaties omschreven worden. 2.1 Corona De coronacrisis heeft ook effect gehad op dit programma. Allereerst moest het inburgeringsonderwijs een tijd lang digitaal worden gegeven. Het inregelen van dit onderwijs duurde ongeveer twee weken. Hoewel de taalaanbieders veerkrachtig hebben gehandeld in deze periode, is de kwaliteit van digitaal onderwijs minder hoog. Ook was het niet mogelijk 8 dagdelen taalonderwijs aan te bieden. Hierdoor duurde de voltijdroutes langer dan gepland. Omdat ook de examens uitgesteld worden vanwege de coronacrisis, kregen de statushouders wel uitstel op hun inburgeringstermijn. Naast de vertraging van de inburgering, konden ook de klantmanagers minder makkelijk contact houden met een deel van de statushouders. Zeker statushouders die net begonnen waren aan hun inburgering en daardoor nog niet goed Nederlands spraken, was het onderhouden van digitaal contact vaak lastig. Dit leverde ook uitdagingen op voor de huisvestigingen. De coronacrisis heeft ook veel nadelige gevolgen voor de arbeidsmarkt. Statushouders hebben over het algemeen al een nadeligere positie op de arbeidsmarkt.
Dit zal door de coronacrisis niet gemakkelijker worden. Wat de coronacrisis precies voor effect heeft op de uitstroom van statushouders is voor nu nog moeilijk te voorspellen. 2.2 Verschillen ten opzichte van vorige evaluatie Deze tussenevaluatie is de tweede tussenevaluatie in het programma. Eind 2019 is ook een tussenevaluatie opgeleverd. De belangrijkste ontwikkelingen ten opzichte van de vorige evaluatie zijn: Intake proces op orde Eind 2019 lagen er verbeterpunten in het intake proces. Afgelopen jaar is hard gewerkt aan het stroomlijnen van het proces van AZC tot voltijdroute. Middels een convenant met het COA en het inzetten op een ondersteuningsplan voor alle statushouders is ervoor gezorgd dat zoveel mogelijk statushouder op een voor hen passende route zitten. Verbeterde samenwerking Taalaanbieders Eind 2019 was er vanuit Meerinzicht een wisseling in de aansturing op het project. Hierdoor werden de lijnen tussen Meerinzicht en de taalaanbieders minder kort en ontstond ruis in de communicatie over de aanmeldingen voor de voltijdroutes. De eerste maanden van 2020 is intensief ingezet op korte lijnen met de taalaanbieders en het stroomlijnen van de aanmeldingen. Hoewel het tijdig starten van voltijdroutes een aandachtspunt blijft, verloop dit op het moment erg soepel en weten taalaanbieders en Meerinzicht elkaar goed te vinden.
Nog steeds stappen te zetten betreffende de huisartsen en financiële zelfredzaamheid Bij twee resultaten was het zoeken om de juiste resultaten te behalen. De samenwerking met de aanbieder van het financiële zelfredzaamhied verliep minder goed dan verwacht waardoor dit resultaat veel vertraging heeft opgelopen. Ook bleek de samenwerking met de POH's en de huisartsen lastiger dan verwacht waardoor de beoogde resultaten voor nu uitbleven. Projectontwikkelingen Aan het begin van het project moest veel ontwikkelend en ingeregeld worden. Het ontwikkelen van de voltijdroutes en de aansluitende interne processen kosten tijd. Momenteel staat het project op een punt waarin de grootste ontwikkelingen zijn geweest en veel reguliere werkprocessen zijn geworden. De volgende stap in het proces is het borgen van deze processen in de lijn van de organisatie. Dit geeft een voorsprong op de implementatie in de wet Inburgering.
Verbinding naar de regio Het programma heeft kennis opgeleverd over een effectieve werkwijze om statushouders snel en volwaardig mee te laten doen in de maatschappij. Deze kennis wordt benut in de regionale voorbereidingen op de Wet inburgering. Meerinzicht sluit adviserend aan bij de regiotafel Inburgering zodat deze kennis niet alleen intern blijft, maar gedeeld wordt met de gehele regio.
Een verdere uitwerking van de resultaten wordt beschreven in hoofdstuk 3.
3. Resultaten In het programmaplan 'Wie ben je? Wat kun je? Wat heb je nodig?' zijn verschillende resultaten geformuleerd welke behaald moeten zijn aan het einde van het programma. In dit hoofdstuk zal per beoogd resultaat uiteengezet worden in hoeverre deze doelstellingen zijn behaald. Het betreft hier een tweede tussenevaluatie van het programma. De resultaten zijn benoemd op basis van afloop van het programma op 31 december 2021.
1. Beoogd Resultaat: 'Met alle nieuwe statushouders die nieuw instromen in Ermelo, Harderwijk en Zeewolde heeft de klantmanager van Meerinzicht al contact voordat zij in deze gemeenten wonen. Indien mogelijk vindt de brede intake plaats op het AZC. Afspraken tussen Meerinzicht en het AZC zijn vastgelegd in een convenant (voorjaar 2019).' Daadwerkelijk tussenresultaat: In 2019 is een uitvoeringsconvenant opgesteld tussen het COA en Meerinzicht. In dit convenant staat de werkwijze beschreven hoe statushouders vanaf de koppeling met de gemeenten al contact hebben met hun klantmanager. In de nieuwe Wet inburgering speelt het COA een belangrijke rol. De werkwijze die beschreven staat in het convenant sluit aan bij de werkwijze die in de nieuwe wet van ons verwacht wordt. Tijdens de regionale beleidstafel inburgering is deze werkwijze besproken. De gemeente Elburg, Nunspeet en Putten willen aansluiten op deze werkwijze. Daarom is het convenant opgesteld tussen de zes gemeenten op de Noordwest Veluwe en het COA. Dit contract is ondertekend en wordt momenteel uitgevoerd. In het begin van 2020 is intensief ingezet op het stroomlijnen van het proces tussen de gemeenten, het COA, Meerinzicht en vluchtelingenwerk. Het proces werkt nu optimaal en statushouders in het AZC van Harderwijk hebben binnen twee weken na koppeling contact met hun toegewezen klantmanager.
In te zetten actie: Het vroeg beginnen met de inburgering en de rol van het COA wordt in de nieuwe Wet inburgering nog belangrijker. In de komende periode wordt ingezet om het monitoren van de instroom uit de verschillende AZC's. Op basis van deze data kan nauwkeuriger bekeken worden in hoeveel procent van de instroom de vroegtijdige brede intake wel en niet slaagt. Op basis hiervan kan het beleid verbeterd worden.
2. Beoogd Resultaat: Alle statushouders hebben een ondersteuningsplan (PIP), zijn eenduidig te volgen in de ontwikkeling en worden toegeleid naar participeren naar vermogen en economische zelfstandigheid naar vermogen. Daadwerkelijk tussenresultaat: In het begin van 2020 heeft Meerinzicht een inhaalslag moeten maken om ervoor te zorgen dat alle actieve klanten een ondersteuningsplan hebben. Dat is gelukt. Inmiddels hebben van de 330 statushouder met een uitkering, 303 een ondersteuningsplan. De overige 27 klanten zijn nieuwe klanten die nog in de intake en diagnose fase zitten. Deze krijgen binnenkort een ondersteuningsplan. In de ondersteuningsplannen staan naast doelen voor inburgering ook de doelen voor het naar vermogen instromen in de arbeidsmarkt.
3. Beoogd resultaat Er is een samenwerking met de huisartsen in de regio ten behoeve van een laagdrempelige toeleiding door de klantmanager. De focus ligt op: A. organiseren van bijeenkomsten waarbij de statushouders, de huisarts, de klantmanager en de POH voorlichting geven over contact leggen met de huisartsen en de mogelijkheden van de huisartsen; B. versterking van de deskundigheid van de POH in interculturele communicatie en functionaliteit van arbeid in relatie tot meedoen. Daadwerkelijke tussenresultaat: Het opzetten van een samenwerking met de huisartsen uit de regio bleek lastiger dan verwacht. Huisartsen hebben vaak maar weinig statushouders als patiënt en hebben veel verschillende doelgroepen waar zijn extra aandacht aan willen besteden. Via de Huisartsen kring zijn drie huisartsen praktijken *naar voren geschoven' om met Meerinzicht in gesprek te gaan. Dit zijn huisartsen praktijken in Harderwijk die relatief veel statushouders in hun praktijk hebben. Dit voorjaar is er echter vanwege de Corona geen prioriteit aan dit onderwerp gegeven vanuit de huisartsen en vanuit Meerinzicht. Daarnaast heeft Meerinzicht ervaren dat het maken van verbinding met het voorveld (waar huisartsen toe behoren) lastig is voor een uitvoeringsorganisaties. De banden met het voorveld liggen bij de gemeente. Het samen optrekken met de gemeente moet leiden tot het behalen van dit resultaat.
Hierbij is het belangrijk voor Meerinzicht dat er een beleidsmatig aanspreekpunt is bij de driegemeenten waarmee deze doelstelling gerealiseerd kan worden. In overleg met de beleidsmedewerkers Inburgering van gemeente Ermelo, Harderwijk en Zeewolde is besloten om in te zetten op een samenwerkingsstructuur tussen verschillende zorginstellingen (huisartsen, POH's, GGD) ten behoeve van een laagdrempelige toeleiding door de klantmanager. In te zetten acties: We willen de aanpak veranderen om haalbaarheid van de doelstelling te vergroten. De volgende acties willen we gaan overleggen met de huisartsen kring: ^ Inzet van een voorlichting over *hoe werkt een huisarts?' bij de PVT workshops. Dit kan door een POH-er of een huisarts gedaan worden. Ook willen we hier nadrukkelijk aandacht besteden aan de rol van de assistent van de huisarts. De assistent is voor de statushouders een belangrijk persoon. In de uitvoering van de PVT wordt ook de GGD betrokken. De samenwerking met de GGD wordt via de gemeenten gezocht. ^ Inzetten op een training op interculturele communicatie van de POH-ers met gebruik maken van lokale sleutelfiguren.
4. Beoogd resultaat: Van alle nieuwe statushouders gaat 800Zo een voltijd traject van inburgering en taal volgen. Daadwerkelijke tussenresultaat: Bij de start van het project was er sprake van twee groepen statushouders: een groep die reeds aan het inburgeren was via een deeltijdtraject en een groep die nieuw instroomt bij de gemeenten. Het systeem van Meerinzicht was en is nog niet ingericht om de twee verschillende cohorten te kunnen volgen. Meerinzicht is het afgelopen jaar bezig geweest met het verbeteren van de systemen om beter op basis van data te kunnen sturen. Een van deze verbeterslagen is het kunnen registreren naar welke voltijd route de verschillende klanten gedaan. Deze gegevens werden in het begin van het traject niet geregistreerd. Het project is gestart op 1 november 2018. Vanaf dat moment, tot medio 2020 zijn er 82 statushouders nieuw in de gemeenten komen wonen. Van deze 85 statushouders is 570Zo een voltijdroute gaan volgen. Hoewel de inzet van voltijd routes steeds beter gaat, blijkt
80Zo een te hoog doel te zijn geweest. Uit het onderzoek van Verwonderzoek blijken de voltijdroutes voornamelijk geschikt te zijn voor jonge statushouders zonder kinderen. Voor statushouders met kinderen en voor oudere statushouders blijkt het intensieve voltijd karakter van de routes een belemmering te zijn. De verwachting is, dat de populatie van de nieuwe statushouders hetzelfde zijn als voorheen. Hierdoor verwachten wij voor dit doel geen 80Zo te behalen aan het einde van het programma. In te zetten actie: De vraag hoeveel statushouders een voltijdtraject gevold hebben, moest nu beantwoord worden op basis van data van de taalaanbieders. In de toekomst willen wij deze data meer zelf gaan monitoren zodat deze informatie sneller en vaker beschikbaar is. In de zomer van 2020 is daarom het productenboek in de Suite ingevoerd. Hiermee kunnen klantmanagers beter de trajecten die klanten doorlopen registreren. Op basis van deze registratie kan beter gemonitord worden welke klanten een voltijd route hebben doorlopen en welke deeltijd route. Daarom is het nu belangrijk om alle klanten die al een traject hebben, middels het productenboek over te zetten naar de juiste trajecten. Dit moet handmatig. Het streven is om eind november alle statushouders omgezet te hebben. Hiermee kunnen we beter data ophalen over de trajecten die de statushouders volgen.
In de onderstaande tijdlijn is zijn de instroom en uitstroom van statushouders in de gemeenten te zien.
2015
I
2015 01/11/2018 ^ 379 statushouders met uitkering
2020
^ 330 ^ statushouders met uitkering
Ę3
I 1/1/15-31/10/18
m
I 1/1/15-31/10/18
I 1/11/2018-31/8/2020
(
I 1/11/18-31/8/20
Statushouders kunnen om verschillende redenen uitstromen: » Vanwege het krijgen van betaald werk; » Vanwege het volgen van een opleiding; » Of vanwege het verkrijgen van een Nederlandse nationaliteit. Hierdoor worden ze opgenomen in het reguliere klantenbestand van Meerinzicht. Dan kan het zijn dat ze nog steeds een uitkering ontvangen.
5. Beoogd resultaat: Minimaal 60 0Zo van de statushouders die een inburger traject volgen doen dit door middel van een voltijds traject. Een voltijds traject beslaat uit 4 dagen per week. Dit geldt dus niet alleen voor nieuwe instroom. Vanuit de beleidsinterventie zullen we mensen toeleiden naar een passend voltijd traject, inclusief overstappen naar een andere inburger school. Daadwerkelijke tussenresultaat: Het project is november 2018 gestart. In totaal zaten toen 379 statushouder in de uitkering. Daar zijn tot en met september 2020 nog 85 statushouder bij gekomen. Van al deze statushouders hebben 127 statushouders een voltijd route gevolgd. Dit is 340Zo. Dat deze waarde lager is dan de beoogde 60Z is goed te verklaren. Statushouders die vanaf 2015 inburgeringsplichtig waren, moesten in 2018 hun examens behaald hebben. De nieuwkomers uit 2016 zaten aan het begin van het project al 2 jaar bij een deeltijd route. Het was voor deze doelgroep niet nuttig om aan het einde van hun deeltijd cursus inburgering te wisselen naar een voltijd route. In 2015 kwamen 88 statushouders in de gemeenten wonen en in 2016 142 statushouders. Deze 230 statushouders waren of al bijna klaar met hun inburgering of zaten al ver in hun traject. De doelstelling van 60Z is met de kennis van nu te hoog.
Dat deze statushouders geen voltijd route hebben kunnen volgen omdat ze al ver in hun inburgering waren, betekent echter niet dat deze statushouders niet geholpen zijn vanuit Meerinzicht. Als aanvulling op de voltijd routes zijn extra dagdelen taalactivering georganiseerd. Statushouders die al wel inburgeringscursussen hadden gevolgd, maar gebaat waren bij extra taalondersteuning konden tijdens deze middagen taalactivering hun taalvaardigheden versterken. Dit was een goede oplossing voor de groep voor wie overstappen naar een voltijd route geen oplossing meer was. Daarnaast is het instrument Inburgeren werkt (zie deelresultaat 11) een belangrijk instrument voor uitstroom naar werk. Ten tijde van oplevering van de tweede tussenevaluatie start Inburgeren Werkt in de uitvoering. In totaal ontvangen nog zo'n 330 klanten die een (voormalig) statushouder zijn, in de gemeenten een uitkering. Deze 'statushouders' zitten op verschillende trajecten. Belangrijk is te realiseren dat: » dit dus niet allemaal inburgeringsplichtige mensen zijn, een deel heeft gedurende de projectperiode de inburgering behaald. » Inburgeren werkt als instrument voor toelichting naar arbeid vanaf september 2020 gaat starten.
In het cirkeldiagram hieronder is de zien in wat voor type traject de 'statushouders' (dat wil zeggen in de caseload van de klantmanagers statushouders en ooit statushouder geweest) zich momenteel bevinden:
Trajecten (oud)statushouders
2Vo
» Bezig met uitstromen deeltijd inburgering " Intake " Onderwijs " Sociale Activering " Voltijdroute » Vrijwilligerswerk Zorg Zorg kinderen
In te zetten acties: Het is belangrijk dat elke statushouder, ongeacht wanneer deze in de gemeenten is komen te wonen, voldoende taalvaardigheden heeft om mee te kunnen doen in de maatschappij. Als een statushouder een voltijd route kan volgen, dan is de beoogde weg. Wanneer dit niet meer haalbaar is dan wordt gekeken of taalactivering de statushouder helpt om sneller door te kunnen stromen naar werk of onderwijs.
6. Beoogd resultaat: Alle statushouders hebben minimaal 1 maal per kwartaal samen met de klantmanager een voortgangsgesprek met de inburgerschool en/ of het werkbedrijf. Indien nodig zal het ondersteuningsplan worden aangepast. Daadwerkelijk tussenresultaat:
Statushouders zijn een doelgroep die veel ondersteuning nodig hebben. Vluchtelingenwerk ondersteunt de statushouders met de facilitaire en administratieve zaken. Desondanks hebben de klantmanager veelvuldig contact met de statushouders om hen te ondersteunen in hun toeleiding naar een (voltijd)traject. Als een statushouder wordt aangemeld voor een voltijd route, dan volgt er een intakegesprek met de taalaanbieder. Vervolgens vinden er tijdens het traject minimaal twee gestructureerde tussenevaluatie plaats. Hierbij zijn de klantmanager, de taalaanbieder en de statushouder bij aanwezig. Wanneer de stap naar Intervens in het traject in zicht komt, dan sluit ook iemand van Intervens aan voor een warme overdracht. Aan het einde van het traject wordt er een eind evaluatie gedaan door de vier partijen. In de praktijk blijkt het plannen van al deze evaluaties vanwege volle agenda's lastig. In de meeste gevallen is de klantmanager bij de evaluatiegesprekken. het lukt echter niet altijd om bij de evaluatie gesprekken aanwezig te zijn. Dit is wel belangrijk. In te zetten acties: In de zomer van 2020 is een nieuw werkproces (werkproces regie) voor de klantmanagers geïmplementeerd. Middels dit werkproces wordt het regievoeren en het voeren van kwartaalgesprekken een vast gegeven in het systeem.
Op basis van dit werkproces wordt inzichtelijk met welke klanten dit gesprek wel en met welk klanten dit gesprek niet gevoerd wordt. Momenteel zit het werkproces in de testfase. Afhankelijk van keuze van het management wordt het werkproces geïmplementeerd.
7. Beoogd resultaat: Meerinzicht heeft met de partners vier varianten van voltijd trajecten ontwikkeld. Elk traject werkt conform een modulaire aanpak van 20 weken. Elk voltijd traject kent een onderdeel Kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) en oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA). In de laatste module wordt er gedurende twee dagen in de week praktisch invulling gegeven aan ONA. Dit verzorgt het werkbedrijf van de regio. Deze voltijd trajecten geven een versnelling en kwaliteitsslag in het inburgeringstraject van de statushouder. Daadwerkelijk tussenresultaat: Inmiddels heeft Meerinzicht vijf varianten van voltijd trajecten ontwikkeld. Met alle aanbieders zijn duidelijke afspraken gemaakt over het modulaire traject van 20 weken en de inhoud ervan (incl. KNM en ONA). De samenwerking met de taalaanbieders en het werkbedrijf Intervens verloopt goed. Meerinzicht heeft de volgende vijf voltijdtrajecten opgezet: ^ Versneld van A0 naar B1/B2 ^ Regulier van A0 naar A2 en taalactivering ^ Regulier van A0 naar A1 • Alfabetisering • Ga op weg! Een uitgebreide evaluatie van de verschillende voltijd trajecten staat in hoofdstuk 3. In deze paragraaf wordt ingegaan op het aantal deelnemers per traject.
^ ^ ^ ^ ^
Versneld van A0 naar B1/B2 15 deelnemers hebben een route van A0 tot B1/B2 gevolgd; 19 deelnemers hebben een route B1 gevold; 7 deelnemers hebben een route van B1 tot B2 gevolgd; 10 deelnemers zijn in juni gestart met een A0-B1 voltijd traject; 6 deelnemers starten in oktober met een B1-B1voltijd route.
^ ^ ^
Regulier van A0 naar A2 en taalactivering Deze voltijdroute is vier keer gestart; 30 deelnemers uit EHZ hebben een A0-A2 traject gevold; 10 deelnemers starten in september met een A0-A2 voltijdtraject.
^
Regulier van A0 naar A1 5 deelnemers volgen momenteel deze route. Deze zijn in september klaar.
^ ^
Alfabetisering 12 deelnemers hebben een alfabetiseringstraject gevolgd; In juni zijn 10 deelnemers gestart met een voltijdstraject alfabetisering
^ ^
Ga op weg! 7 deelnemers hebben in 2019 een 'Ga op weg!' traject gevolgd. 16 deelnemers zijn nu bezig met een traject. Deze eindigt in september.
In te zetten actie: Om de trajecten goed te laten lopen is het belangrijk dat de lijnen met de taalaanbieders kort blijven zodat kleine problemen snel opgelost kunnen worden. Ook is het belangrijk te blijven sturen op de aanmeldingen en deze te blijven monitoren. Dit is belangrijk om zowel tijdig starten, als dat ze het juiste volume bevatten om te kunnen starten. In de komende periode wordt de stap gezet dat deze sturingsrol meer bij het management komt te liggen in plaats van bij de projectleider omdat de werkwijze in het project een regulier werkwijze bevat.
8. Beoogd resultaat Alle statushouders zijn uitgenodigd voor twee workshops over rechten en plichten vanuit de participatiewet. Deze workshops worden in het voorjaar van 2019 gehouden. Alle nieuwe statushouders krijgen een uitgebreid Participatieverklaringstraject (PVT) van vier workshops. Daadwerkelijk tussenresultaat: De opkomst van de workshops Rechten en plichten was de eerste keer vrij laag, maar zijn we gegeven. Alle statushouders hebben in 2019 een uitgebreid participatieverklaringstraject van vijf workshops gevolgd. Door corona moest begin dit jaar een PVT workshop in Zeewolde afgebroken worden. Deze is in juni weer afgemaakt. Voor de gemeente Harderwijk en Ermelo worden vanaf september in groepjes van 5 à 6 deelnemers weer workshops gegeven zodat de wachtrij in Harderwijk en Ermelo die ontstaan is door corona weggewerkt kan worden. In te zetten acties: Met Intervens worden gesprekken gevoerd hoe de PVT beter ingevuld kan worden zodat ook het doel omtrent de huisartsen behaald worden.
9. Beoogd resultaat: Meerinzicht heeft een netwerk van minimaal 10 sleutelfiguren/ambassadeurs georganiseerd. Dit zijn vooral mensen die een voltijd traject volgen/hebben gevolgd. Daadwerkelijk tussenresultaat: Meerinzicht heeft momenteel een netwerk van tien oud statushouders. Zij hebben geholpen met het afnemen van interviews voor het onderzoek naar dit programma. Eind 2019 en begin 2020 heeft Meerinzicht onderzoek gedaan naar de inzet van sleutelfiguren. Uit dit onderzoek is gebleken dat er niet één type sleutelfiguren bestaat, maar dat een statushouder een netwerk van verschillende sleutelfiguren nodig heeft. De statushouders heeft middels de klantmanager van Meerinzicht en de maatschappelijke begeleiding al twee belangrijke sleutelfiguren in zijn netwerk. Het uitgebreide netwerk wat de statushouder nodig heeft, zijn niet alleen oud statushouders, maar ook Nederlandse kaatjes' die de statushouders op weg helpen. Deze groep sleutelfiguren is te vinden in het voorveld. Voor het goed opzetten van een netwerk van sleutelfiguren voor de statushouders is de het belangrijk dat de gemeenten hier in een leidende rol spelen.
In te zetten actie: Meerinzicht streeft nog steeds naar het opzetten van een netwerk van sleutelfiguren voor statushouders. Dit netwerk heeft naast begeleiding regelen voor statushouders ook doel om de klantmanagers te helpen bij hun kerntaak te blijven. Dit netwerk behoort tot het maatschappelijk voorveld. Om dit netwerk goed op te kunnen zetten is een nauwe samenwerking met de gemeente vereist.
10. Beoogd resultaat Meerinzicht heeft een pilot gedraaid met minimaal 50 klanten: een maatwerktraject van ontzorgen en versterken van financiële zelfredzaamheid. Daadwerkelijke tussenresultaat: Meerinzicht en Beschermingsbewind Centraal Nederland (BCN) hebben sinds 2019 de intentie gehad om een project op te zetten. Een project waarin statushouders ondersteund zouden worden in het ontwikkelen van financiële zelfredzaamheid. Het project is echter meermaals uitgesteld en uiteindelijk nooit daadwerkelijk gestart, omdat de samenwerking tussen Meerinzicht en BCN niet verliep zoals gewenst. Daarom is in goed overleg besloten de samenwerking wederzijds op te zeggen en niet verder te gaan met het initiële project. In te zetten actie: Ter voorbereiding op de nieuwe Wet inburgering wordt ingezet op het inregelen van een cursus financiële zelfredzaamheid in het bestaande voorveld. In de komende maanden wordt samen met de beleidsmedewerkers bestaanszekerheid van de drie gemeenten naar de juiste invulling dit aanbod gezocht. Het traject bestaat in ieder geval uit het ontzorgen en een cursus *Hoe om te gaan met geld in NL?'. De planning is deze de draaien in het voorjaar van 2021. Daarnaast gaan we ook al beginnen met het inregelen van het financieel ontzorgen van de statushouder. 11.
Beoogd resultaat: Alle statushouders die tussen de 8-24 uur arbeid kunnen verrichten, ondersteunen we met Inburgeren Werkt. Dit is een digitaal platform waar de statushoudr, de klantmanager, de job/taalcoach en de werkgever in communiceren. In het platform Inburgeren Werkt communiceren de stakeholders over de opdrachten die de statushouder uitvoert ten behoeve van versterken werknemersvaardigheden en de taalvaardigheden op de werkvloer. Het is een instrument dat op deze wijze ook een loopbaanontwikkeling instrument is. Er is sprake van werk/leer banen. Daadwerkelijk tussenresultaat: In 2019 en begin 2020 is het instrument Inburgeren Werkt ontwikkeld. Door de Corona crisis heeft de start van het instrument wat vertraging opgelopen. Deze tijd is besteed aan het testen van het instrument en het voorlichten van de klantmanagers statushouders van Meerinzicht en de gebruikers van Intervens. In de zomer van 2020 zijn de eerste klanten opgegeven en vanaf september kunnen we volledig draaien met de applicatie. In december wordt de eerste evaluatie gedaan hoe het functioneren van de app werkt en hoeveel statushouders middels deze applicatie zijn uitgestroomd.
Vanwege de vertraging van de start van Inburgeren Werkt door corona is de Verloren' tijd benut om de taalopdrachten op A1 niveau te maken zodat statushouders nog eerder deel (met een lager taalniveau) kunnen nemen aan Inburgeren werkt.
In te zetten acties: Om het instrument zo effectief mogelijk te gebruiken worden drie punten onderzocht: 1. of de vouchers die Factor werk uit geeft om extra jobcoaching in te zetten, ook gebruikt kunnen worden voor het Inburgerenwerkt om statushouders die het nodig hebben, extra te ondersteunen. 2. Daarnaast willen we het instrument ingezet kan worden voor de groep klanten die sinds 2015 is ingeburgerd en waar de taalachterstand nog een belemmerende factor is in het verkrijgen van (duurzame)arbeid.
3.
Als laatste willen we Inburgeren Werkt integreren bij de voltijdtrajecten. Met Intervens wordt onderzocht of Inburgeren Werkt al tijdens de voltijd route ingezet kan worden.
12. Beoogd resultaat: Alle statushouders die vanuit Inburgeren Werkt een ieer/werkbaan hebben en het nodig hebben krijgen een job/taalcoach. Dit is een nieuwe functie waarbij er geen sprake meer is van twee afzonderlijke personen: een jobcoach en een taalcoach. Deze functies worden door 1 dezelfde persoon uitgevoerd. Er wordt gebruik gemaakt van de opdrachten uit Inburgeren werkt. Deze opdrachten zijn maatwerk op basis van de nog te verwerven competenties door de statushouder. Daadwerkelijk tussenresultaat: Met Inclusief Intervens zijn afspraken gemaakt over de inzet van job/taalcoaches voor de statushouders die via Inburgeren Werkt een leer/werkbaan hebben. Nu Inburgeren Werkt sinds september draait, worden ook de job/taalcoaches ingezet.
13. Beoogd resultaat: Van alle statushouders die starten met een voltijd traject (inburgering met toeleiding arbeid/onderwijs) behaald 950Zo de inburgering succesvol, dat wil zeggen sluiten het traject succesvol af. Daadwerkelijk tussenresultaat: De criteria voor het succesvol afsluiten van de voltijd route verschilt per route. Voor de Alfabetisering Route en Ga op weg, geldt dat de deelnemers mee hebben gedaan met het programma en op hun niveau de taal en sociale vaardigheden hebben opgedaan. Naast dat de meeste deelnemers volledig mee hebben gedaan met het programma, is het succesvol afronden van deze trajecten vanwege het persoonlijke karakter lastig kwantitatief te meten. De deelnemers van de A0-A2 reguliere route hebben bijna allemaal de route volledig doorlopen. Een enkele moest stoppen wegens gezins- of gezondheidsomstandigheden. Van de groepen die klaar zijn, heeft 57Zo alle al examens gehaald en moet 32Zo nog een deel van de examens halen. Van de 40 deelnemers van de versnelde B1/B2 route, hebben 30 deelnemers het traject op niveau afgesloten. Een deel van de overig 10 deelnemers gaat voor een tweede kans. Hoewel deze cijfers niet de beoogde 950Zo behalen, komt het landelijk slagingspercentage vanaf 2013Z niet boven de 60Z uit. Bovenstaande cijfers zijn positief ten opzichte van de landelijke cijfers.
De verwachting is de 95 Z aan het einde van 2020 niet gehaald gaat worden vanwege bovenstaande redenen. Het aantal is dus echter wel behoorlijk boven het landelijk gemiddelde. In te zetten actie: In de komende periode worden afspraken gemaakt met de taalaanbieders van de voltijd routes over de verantwoording van de routes. Op deze manier hebben we beter zicht op hoeveel statushouder het traject succesvol hebben afgerond. Het sturen op succesvolle trajecten heeft ook een waardevol leerpunt opgeleverd voor de aanbesteding van de leerroutes voor de nieuwe Wet inburgering. Naast het sturen op succesvolle trajecten is het belangrijk dat de statushouder tot en met het behalen van zijn examens begeleid wordt door de taalaanbieder. Dit wordt opgenomen in de aanbesteding van de leerroutes. Hiermee is meer zicht op de slagingspercentages van de statushouders en is er meer regie op het proces.
14. Beoogd resultaat: De uitstroom van de statushouders in de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde is op 1 januari 2021 tenminste: A. 40 0Zo duurzame arbeid verricht (tenminste een arbeidscontract voor de duur van 1 jaar) en B. 20 0Zo richting vervolgonderwijs. Hieronder vallen ook statushouders na het voltijd traject doorleren met behulp van deelcertificaten in bijvoorbeeld de techniek. Dit een traject waarbij een combinatie van leren en werken.
Het daadwerkelijk tussenresultaat kunnen we nu nog niet meten aan de startdatum van het project. Hier gaan we voor de volgende tussenevaluatie wel op sturen (inzichtelijk krijgen van). Wel kunnen het volgende op dit moment inzichtelijk maken: In totaal zijn tussen november 2018 en september 20202 117 statushouders uitgestroomd uit de uitkering. Hiervan zijn: ^ ^ ^
68 statushouder uitgestroomd naar arbeid (14Zo); 10 statushouders zijn een opleiding gaan volgen (2Zo); 39 statushouders zijn uitgestroomd vanwege een andere reden (80Zo);
In te zetten acties: Hoewel de percentages momenteel nog niet zo hoog zijn als dat we gehoopt hadden, zetten we komende jaar middels Inburgeren Werkt extra in op uitstroom van statushouders naar duurzame arbeid. Door middel van het onderzoeken of statushouders die inmiddels hun inburgeringsdiploma hebben behaald, maar nog wel een uitkering ontvangen ook deel kunnen uitmaken van Inburgeren werkt, proberen we de uitstroom nog meer te vergroten.
15. Beoogd resultaat Meerinzicht heeft vanuit een gedegen onderzoek (ZONMW aanvraag gehonoreerd december 2019) over de methodiek werkzame factoren benoemd en aan de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde een advies gepresenteerd. Daadwerkelijk resultaat: In het eerste half jaar van 2020 zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar de uitvoering van het programma. Het eerste onderzoek is uitgevoerd door Verwonderzoek. Dit onderzoek keek naar de 'Best Practices' in de onze aanpak binnen het programma. In de komende periode wordt besloten of vervolgonderzoek nodig is. De belangrijkste resultaten vanuit het onderzoek naar Best Practices vanuit het onderzoek door Verwonderzoek zijn als volgt: ^ Het gebruik van het klantportaal werkt niet conform de verwachting. Door corona en het niet gebruik maken van groepsbegeleiding bij het invullen van het klantportaal, zijn veel klantportaals niet ingevuld; ^ De brede intake in competensys is heel uitgebreid. Een verkorting (met in acht nemen de wettelijke verplichting in het PIP) zal met competensys worden opgepakt; ^ Het ondersteuningsplan speelt (nog) geen belangrijke rol in de regievoering door de klantmanager en de statushouder;
Het tweede onderzoek is uitgevoerd door Senseguide. Dit was een onderzoek naar werkzame gedragscomponenten en competenties in de begeleiding van statushouders naar werk en integratie. De belangrijkste resultaten vanuit het onderzoek naar best Behaviour vanuit het onderzoek door Senseguide zijn als volgt: ^ De statushouders ervaren het ondersteuningsplan (PIP) niet als een plan van zichzelf; ^ Intrinsieke motivatie (stimuleren) werkt beter dan geforceerde motivatie (moeten);
Culturele verschillen tussen statushouder en klantmanager maakt verwachtingsmanagement moeilijk; Het is belangrijk om het eigenaarschap bij de statushouder te leggen.
Voor verdere conclusies verwijzen we naar het onderzoek met onderstaande link: Senseguide: Beste Behaviour Verwonderzoek: Best Practices
4. Voltijd routes In de afgelopen 2 jaar zijn ongeveer 13 voltijd routes gestart (sommige trajecten zij na verloop van tijd samengevoegd). Vanuit Meerinzicht wordt het contact met de aanbieders onderhouden. Voor deze tweede tussenevaluatie is gesproken met de taalaanbieders. ook is de informatie uit het onderzoek van Verwonderzoek naar de werkwijze van dit programma gebruikt voor onderstaande evaluatie. Deze evaluatie richt zich in tegenstelling tot de eerste tussenevaluatie niet op de individuele routes, maar op een evaluatie in het algemeen. De verbeterslagen die nu nog gemaakt moeten worden bij de verschillende routes zijn van praktische aard, terwijl ook algemene trends te ontdekken zijn die voor alle routes gelden: Aanmeldingen De instroom van vluchtelingen in Nederland neemt af. Dit heeft enerzijds te maken met geopolitieke ontwikkelingen waardoor minder vluchtelingen naar Europa komen en anderzijds vanwege de wachtrijen bij de IND. Door deze lagere instroom duurt het langer voordat er genoeg aanmeldingen zijn voordat een voltijd route kan starten. Dit is enerzijds vervelend voor de statushouder die langer moet wachten voordat zij met een voltijd route kunnen starten terwijl de drie jaar om in te burgeren wel loopt. Anderzijds is dit lastig plannen voor de taalaanbieder van de voltijd route.
Het afgelopen jaar was het lastig duidelijkheid te geven wanneer een groep kon starten. Dit maakt het lastig de juiste docenten capaciteit in te plannen voor de voltijdsgroep. Hierom is gestart met een samenwerking in de regio waarin de gemeente op de Noordwest Veluwe ook statushouders kunnen opgeven voor de voltijdroutes. Hierin delen de gemeenten in de kosten en kan er vaker gestart worden. Het is een puzzel om de statushouder genoeg 1landingstijd' te geven wanneer deze verhuist van het AZC naar de gemeente en op tijd te kunnen starten met inburgeringscursussen. Statushouders komen onregelmatig door het jaar heen in de gemeente wonen. Deze ervaring is meegenomen in het vormgeven van de leerroutes van de nieuwe Wet inburgering. In de nieuwe wet moeten statushouders als onderdeel van de brede intake een leerbaarheidstoets doen om goed te kunnen bepalen welk taalniveau zij in de drie jaar kunnen bereiken. In dit programma wordt al gebruik gemaakt van een taaltoets die advies geeft over welke voltijd route de statushouder kan volgen. Deze toets blijkt van grote meerwaarde te zijn om de statushouder op de juiste plek te zetten. Om ervoor te zorgen dat er volle klassen (minimaal 10 deelnemers) in de voltijd routes zijn, start de voltijd route wanneer er een volle groep is en niet op een bepaalde startdatum.
Een nadeel van het niet starten op een bepaalde datum is dat het einde van de voltijd route niet altijd goed aansluit op de start van een vervolgopleiding. Hier moet met de onderwijsroute bij de nieuwe wet rekening gehouden worden. Inhoud voltijd routes Gedurende alle trajecten wordt altijd gekeken hoe de trajecten verbeterd kunnen worden. Uit het onderzoek van Verwonderzoek bleek dat de module ’Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt' (ONA) vaak als saai werd ervaren en soms ongelukkig getimed was. Dit is ook landelijke trend. Hier wordt in de nieuwe wet op ingespeeld door de module vervangen door de MAP: Module Arbeidsmarkt en Participatie. Deze module is meer praktijkgericht en moet beter aansluiten op de doorstroom naar de arbeidsmarkt. De huidige voltijd routes beslaan acht dagdelen per week. Dit blijkt voor jonge statushouders goed te doen zijn, maar dit blijkt niet voor iedere statushouder even makkelijk te zijn. Statushouder met mentale of lichamelijke beperking vinden het moeilijker om zo'n intensieve voltijd route te volgen. Ook statushouders met kinderen vinden het lastig om allebei voltijds routes te volgen. Het brengen van de kinderen naar de kinderopvang blijkt zowel cultureel als praktisch een drempel te zijn.
Bij iedere voltijdroute is na verloop van tijd Intervens betrokken om statushouders te helpen met het opdoen van werknemersvaardigheden en hen te helpen met het doorstromen naar de arbeidsmarkt. De ervaring leert dat statushouders minder lang op het
participatiehuis hoeven te blijven en sneller door zouden kunnen stromen naar een leer/werkervaringsplek. Samen met Intervens wordt gekeken hoe beter invulling gegeven kan worden aan de rol van Intervens om statushouders sneller te laten uitstromen. Corona Ook de voltijd routes hebben het effect van de intelligente lockdown gevoeld. Op korte termijn moesten de taalscholen en de participatie huizen dicht. Meerinzicht heeft snel met de taalscholen, Intervens en vluchtelingenwerk geschakeld om ervoor te zorgen dat de juiste informatie over corona en de gang van zaken bij de statushouder terecht kwam. De taalscholen hebben ongeveer twee weken nodig gehad om het digitaal onderwijs in te richten. Hierbij waren de richtlijnen van het keurmerk van taalscholen *Blik op Werk' belangrijk. Deze richtlijnen lieten lang op zich wachten en bleken heel streng te zijn waarbij de administratieve last hoog was. Dit maakte het voor de aanbieders moeilijk om hun digitale aanbod goed in te regelen. Na twee weken liep het digitaal onderwijs. Hoewel dit in het begin zoeken was voor de deelnemers, hebben de taalaanbieders goed werk gedaan door kleine digitale klassen te maken en veel contact met de statushouders te houden. Hoewel de meeste goed mee kwamen in het onderwijs, waren er helaas ook statushouders die door thuisomstandigheden moeilijk meekwamen.
Voor deze statushouders is nu extra aandacht en voor sommige ook extra lessen. In september zijn alle lessen weer fysiek. De aanbieders zijn innoverend in aanbod geweest. Er is genoeg ruimte om afstand te houden en te voldoen aan de richtlijnen. De intensieve samenwerking tussen alle partijen heeft ervoor gezorgd dat we veerkracht kunnen handelen in een tijd als deze.
5.
Lessons Learned
Naast de lessen die we geleerd hebben over de voitijdroutes, zijn er ook algemene lessen die we uit het project getrokken kunnen worden. Deze lessen worden in dit hoofdstuk behandeld Het juiste willen weten is het juiste willen meten Tijdens het programma hebben we geleerd welke data belangrijk is voor de projectleiding om te kunnen sturen: ^ Instroom informatie (gespecificeerd naar AZC), ^ Klanten blijven monitoren na behalen inburgering, ^ Cohort informatie: Informatie over statushouders per startjaar om effecten beter in beeld te brengen. Deze lessen helpen ons bij het maken van duidelijke afspraken over rapportages en dashboards voor de nieuwe wet. Hierdoor kan beter gestuurd worden. Proces en resultaat afspraken maken project beter Het is belangrijk om met alle partijen duidelijke verwachtingen over het resultaat en het proces te hebben. De cursus Tinanc^le zelfredzaamheid' is vanwege deze onduidelijkheid niet door gegaan en het onderdeel Tnburgeren Werkt' heeft hierdoor vertraging op gelopen. Het moet duidelijk zijn hoe de opdrachtgever/opdrachtnemer relatie er tussen Meerinzicht en de samenwerkingspartijen eruit ziet en wat hiervan in proces en in resultaat van elkaar verwacht wordt. Ook tussen de gemeenten en Meerinzicht is het belangrijk om dit gesprek te blijven voeren.
Doordat alle vijftien resultaten onder de verantwoordelijkheid van Meerinzicht vallen, zijn niet alle resultaten evengoed tot zijn recht gekomen. Voor het behalen van deze resultaten was het betrekken van het voorveld nodig. De gemeenten zijn veel meer dan Meerinzicht betrokken bij het voorveld. Een belangrijke les uit dit project is dat de juiste verantwoordelijkheden bij de juiste organisaties moeten liggen om een goed resultaat te kunnen behalen. Hierbij is de rol van een beleidscoördinator die de brug tussen de gemeenten en Meerinzicht slaat belangrijk. Duaal, intensief en snel werkt goed, maar niet voor iedereen Voltijd Routes waarin statushouders acht dagdelen per week de taal leren en zich tegelijkertijd ontwikkelen voor de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat statushouder sneller en beter inburgeren. Echter moet er ook rekening gehouden worden met diegene die dit tempo moeilijker bij kunnen houden. De regierol moet duidelijk zijn Deze les is tweeledig: Het is zowel belangrijk dat duidelijk is hoe de regierol van de klantmanager op het inburgeringsproces van de statushouder eruit ziet, als dat het belangrijk is dat Meerinzicht de regio voert over de gehele samenwerking tussen partners in de inburgeringsketen. De klantmanager is het eerste aanspreekpunt voor de statushouder.
Het is belangrijk dat de klantmanager zicht heeft op alle stappen die de statushouder zet in het verwerven van de taal en het mee doen in de maatschappij. Duidelijke voortgangsrapportages en gesprekken zijn hier essentieel. Inburgering is per definitie een integraal vraagstuk waarbij één partij het overzicht houdt in de samenwerking tussen alle partijen. Bovenstaande leerpunten zijn een greep uit de ervaringen van het team als belangrijke punten uit de onderzoeken die naar het programma zijn gedaan. Alle geleerde lessen staan in deze punten opgesomd.
6.
Financieel overzicht
In onderstaande tabellen zijn de inkomsten en uitgaven van het programma tot september 2020 te zien. Zoals onderin in de laatste tabel te zien is, staat het programma er financieel goed voor. De meegenomen kosten van dit project zijn vanaf november 2018. Het miniserie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft besloten de inwerkingtreding van de Wet Inburgering 2021 uit te stellen naar 1 juli 2021. Dit houdt in dat alle statushouders die vanaf 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 in de gemeenten komen wonen, nog onder het oude inburgeringsstelsel vallen. Het is tot op heden onduidelijk of gemeenten extra financiële middelen krijgen voor deze onder-tussengroep. Alle projectkosten blijven momenteel binnen de gestelde begroting. Het programma heeft daarnaast de financiële middelen om de statushouders die in het eerst half jaar van 2021 in de gemeenten komen wonen te ondersteunen in hun inburgering en toeleiding naar werk.
Uitgaven Inzet Meerinzicht Vaste inzet klantmanagers en Projectorganisatie Tijdelijke inzet Projectorganisatie
Overig e 1.740.000 Onderzoeken e 82.000 Deelprojecten Financieel ontzorgen
Job taalcoach Intervens e 786.000 Totaal
C 2.799.000
Een deel van de middelen voor het programma bestaat uit externe subsidies. Deze subsidies worden aan het einde van de subsidieperiode definitief. Om het risico dat minder subsidiemiddelen definitief worden dan vooraf begroot, is een externe expertise ingehuurd om ons te ondersteunen in de verantwoording.
Inkomsten Bijdrage gemeente Bijdrage Inburgering e 1.318.000 Bijdrage Meerinzicht Inzet formatie klantmanagement e 973.000 Bijdrage Subsidies
e 809.000 Totaal
C 2.799.000