CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bp Buitengebied - Lage Enkweg naast 16.pdf

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 1624.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied - Lage Enkweg naast 16

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Ligging en beschrijving plangebied

5

1.3

Geldend bestemmingsplan

9

1.4

De bij het plan behorende stukken

10

1.5

Leeswijzer

11

Hoofdstuk 2

Beleidskader

13

2.1

Algemeen

13

2.2

Ruimtelijk beleid

13

2.3

Conclusie

21

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

23

Hoofdstuk 4

Onderzoek

25

4.1

Algemeen

25

4.2

Cultuurhistorie en archeologie

25

4.3

Natuurwaarden

26

4.4

Watertoets

27

4.5

Milieu

28

4.6

Verkeer en parkeren

35

Hoofdstuk 5

Juridische aspecten

37

5.1

Inleiding

37

5.2

Bestemmingsbepalingen

37

5.3

Handhaving

38

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

41

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43

7.1

Inspraak

43

7.2

Vooroverleg

43

7.3

Zienswijzen

43

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Beleidskader Water

Bijlage 2

Wet Natuurbescherming - Quickscan

Bijlage 3

Stikstof - Aeriusberekening

Bijlage 4

Figuren geluid

2

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 6

Vaststellingsbesluit bestemmingsplan

3

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

4

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Initiatiefnemer heeft bij de gemeente een verzoek ingediend om op het perceel aan de Lage Enkweg, naast nummer 16 een vrijstaande woning te mogen bouwen. Deze woning wordt gebouwd volgens de zogenaamde rood-voor-rood regeling en in overeenstemming met de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk en de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden. Om de bouw van de woning aan de Lage Enkweg mogelijk te maken wordt er op het perceel aan de Parallelweg 9-10 voormalige agrarische bebouwing gesloopt en wordt de ondergrond gesaneerd. In ruil voor 750 m² sloopmeters mag er een woning worden gebouwd van maximaal 150 m² met daarbij maximaal 100 m² aan bijbehorende bouwwerken. Zowel het perceel aan de Lage Enkweg als het perceel aan de Parallelweg wordt voorzien van een landschappelijke inpassen en -versterking. Het doel van het bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 16" is het vastleggen van de planologische juridische basis waarbinnen de gewenste woning mogelijk wordt en de landschappelijke inpassing voorwaardelijk. Dit plan voorziet verder in een aanpassing van de bestemming van de paardenhouderij aan de overzijde van de weg zodat voldaan kan worden aan de richtafstand van 50 meter die geldt op grond van de VNG uitgave Bedrijven en milieuzonering.

Voor het perceel aan de Parallelweg worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden zodanig aangepast dat deze uitsluitend bestemd zijn voor agrarisch grondgebruik zonder bouwmogelijkheden. Verder dient dit bestemmingsplan als toetsingskader voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het plangebied. Om dat de bouw van de woning niet mogelijk is binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan is een herziening noodzakelijk om medewerking te kunnen verlenen. Het bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 16" betreft een herziening van het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2014 en daarmee samenhangende bestemmingsplan Veegplan Buitengebied'.

1.2

Ligging en beschrijving plangebied

1.2.1 Ligging Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft de volgende percelen: Lage Enkweg, naast nummer 16, kadastraal bekend als HDW00B7645; Lage Enkweg nummer 25, kadastraal bekend als HDW00B6691; Parallelweg 9/10, kadastraal bekend HDW00B8032 De Lage Enkweg ligt ten zuiden van de Zuiderzeestraatweg en de Molenweg, aan de rand van de Hierdense Enk. Het perceel Lage Enkweg nummer 25 ligt tegenover het perceel waar de woning is voorzien. Parallelweg 9/10 ligt in het eendengebied.

5

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

Ligging van het plangebied

Perceel Lage Enkweg, naast nummer 16

6

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

Perceel Lage Enkweg nummer 25

Perceel Parallelweg 9/10

7

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 1.2.2 Huidige situatie Op het perceel aan de Lage Enkweg waar de nieuwe woning is voorzien stond eerder een oude boerderij die intussen gesloopt is. Het perceel is op dit moment vrij van bebouwing en wordt deels gebruikt voor opslag van materialen. Op het perceel staat nog wel wat laag struikgewas, een enkele boom en langs de weg staat een haag. Op het perceel aan de Lage Enkweg 25 is een paardenhouderij gevestigd en als zodanig in gebruik. Het perceel aan de Parallelweg 9/10 is recent gesaneerd, waarbij alle gebouwen en verhardingen zijn gesloopt en de grond is gesaneerd. Dit perceel wordt op korte termijn voorzien van een groene inrichting.

Voormalige bebouwing perceel Lage Enkweg, naast nummer 16

Huidige situatie perceel Lage Enkweg, naast nummer 16

8

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

Luchtfoto perceel Lage Enkweg, naast nummer 16

1.3

Geldend bestem m ingsplan

Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied 2014' en 'Veegplan Buitengebied' van de gemeente Harderwijk. Op dit moment gelden in het plangebied de volgende bestemmingen: Lage Enkweg, naast nummer 16: Wonen, Waarde - Archeologie 4 en Waarde - Openheid landschap; Lage Enkweg nummer 25: Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden met aanduidingen intensieve veehouderij en paardenhouderij, Waarde - Archeologie 2 en Waarde Openheid landschap; Parallelweg 9/10: Agrarisch met aanduiding veehouderij, Waarde - Archeologie 1 en 3; De bestemming Wonen laat de bouw van de beoogde nieuwe woning niet toe op de gewenste locatie. Binnen het bestemmingsvlak is volgens de regels één woning toegelaten welke ter plaatse al aanwezig is (Binnenweg 2). Daarnaast dienen het bouwvlak en de aanduidingsvlakken van het perceel Lage Enkweg nummer 25 verkleind te worden om de richtafstand van 50 meter te kunnen bereiken die wordt geadviseerd op grond van de VNG uitgave Bedrijven en milieuzonering.

9

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

Uitsnede bestemmingsplan perceel Lage Enkweg, naast nummer 16 met aan de overzijde Lage Enkweg nummer 25.

Uitsnede bestemmingsplan perceel Parallelweg 9/10.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 16" heeft als IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00295--0003 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en

10

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 moeten in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 16" begint met een beschrijving van de beleidskaders in Hoofdstuk 2. In Hoofdstuk 3 staat de planbeschrijving waarna in Hoofdstuk 4 de relevante omgevingsaspecten zoals onder meer archeologie, ecologie, water en milieu worden behandeld. Vervolgens behandelen de hoofdstukken 5, 6 en 7 achtereenvolgens de juridische, economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

11

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

12

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskader

Algem een

Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' en het daarmee samenhangende bestemmingsplan Veegplan Buitengebied. In de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied 2014 is uitvoerig ingegaan op nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid dat van toepassing is op het plangebied waarbinnen de percelen van dit bestemmingsplan zijn gelegen. In eerste instantie wordt volstaan met een verwijzing naar de beschrijving van dit beleid in hoofdstuk 3 van de toelichting van dit bestemmingsplan voor zover dit nog van toepassing wordt geacht. In dit hoofdstuk wordt met name ingegaan op de eventuele voor het plangebied relevante wijzigingen van dit beleid aangevuld met beleid dat relevant is voor de beoogde ontwikkeling.

2.2

Ruim telijk beleid

2.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is gewijzigd per 1 juli 2017. De Ladder als motiveergrond voor ruimtelijke plannen blijft, maar wordt lichter in het gebruik. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. In de Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015, nr. 201407135/1/R1). Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van één woning. Dit betekent dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zodat een toets aan de Lader voor duurzame verstedelijking niet nodig is. 2.2.2 Omgevingsvisie Gelderland Het provinciale beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

De visie is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018 en is in werking getreden op 1 maart 2019. In de omgevingsvisie wordt beschreven wat de provincie wil en moet veranderen en ontwikkelen om het Gelderland van nu door te kunnen geven aan de volgende generaties. De provincie zet daarom een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Met ‘Gezond en veilig’ wordt een gezonde leefomgeving met schone en frisse lucht, een schoon milieu, voldoende schoon en veilig (drink)water en de bescherming van flora en fauna bedoeld. Daarnaast wordt ermee bedoeld dat de provincie is voorbereid op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. ‘Schoon en welvarend’ betekent dat de provincie een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat kent, dat goed bereikbaar is en een goed functionerende arbeidsmarkt heeft met daarbij behorende goede kennis- en onderwijsinstellingen. Het betekent ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen en het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

13

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 Aan deze ambitie worden met behulp van de volgende zeven onderwerpen nader richting gegeven: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie; sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Economisch vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen die locatiekeuze te motiveren.

Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. In paragraaf 2.2.1 is de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgewerkt. 2.2.3 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, wordt de focus bij het uitvoeren van de taken op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland gelegd. In de verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Op het plan voor de Lage Enkweg, naast nummer 16 zijn volgende artikelen van de verordening van toepassing: Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1.

Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. 2. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: er geen reële alternatieven zijn; er sprake is van redenen van groot openbaar belang; compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. Het plangebied is gelegen binnen het Nationaal Landschap De Veluwe en het deelgebied Harderwijk-Elburg. Kernkwaliteit in dit gebied is "Het groene woonlint" met de volgende kenmerken: 1. Deel van gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos - essen - strokenverkaveling – blokverkaveling op strandwallen; van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk; 2. Zuid-noord stromende sloten, dekzandruggen oost-west, microreliëf; 3. Drie landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles;

14

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 4. Kleine kernen en lintbebouwing langs de N308 (Zuiderzeestraatweg), stedelijke gebieden van Harderwijk - Nunspeet – Elburg; 5. Vroegmiddeleeuws ontginningslandschap bij Aperloo; a. Relicten van bos en mozaïekverkaveling in het cultuurland. Relatie met het initiatief: Het plangebied ligt aan een zogenaamd groen woonlint (de Lage Enkweg) in het buitengebied van Hierden. In dit plan wordt de lintbebouwing versterkt door een woning toe te voegen in aansluiting op de al aanwezige woningen zonder afbreuk te doen aan het lint. Anderzijds wordt het groene aanzicht versterkt door de woning landschappelijk in te passen waardoor er sprake blijft van een groen en landelijke aanzicht van het woonlint. Ook wordt de uiterlijke verschijningsvorm van de woning afgestemd op de directe omgeving. Aan Parallelweg wordt bijgedragen aan de sanering van landschapsontsierende voormalige agrarische opstallen en het voorzien van een landschappelijke inrichting waardoor het landschap wordt versterkt en emissie van stikstof wordt opgeheven.

Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) b. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 1. Als een ontwikkeling niet past binnen de geldende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Relatie met het initiatief: De genoemde regionale woonagenda heeft de gemeente Harderwijk doorvertaald in een gemeentelijk woningbouwprogramma. Het voorliggende plan past binnen dit gemeentelijke woningbouwprogramma. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing nu het gaat om de toevoeging van één woning. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. is overleg gevoerd met de Provincie Gelderland en er is aangegeven met deze planvorming in te kunnen stemmen.

Conclusie voor het plangebied Het provinciale beleid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. 2.2.4

Woonbeleid

Woonvisie Harderwijk De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 24 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk de komende decennia blijven groeien. Het aantal inwoners nu is 47.000 en zal naar verwachting toenemen tot 53.000 in 2040. Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog ruim 4.000 woningen bijbouwen. Voor ruim 3000 woningen is inmiddels plancapaciteit beschikbaar. Qua woningbouwtypes wordt ingezet op variatie en aanpasbaarheid. Tijdelijke woningen om pieken in de vraag op te vangen. Aanpasbare woningen om flexibel mee te bewegen met veranderende wensen en behoeften. En gevarieerde woonwijken voor een vitale mix van bewoners. Op deze manier blijft Harderwijk ook naar de toekomst betaalbaar en

15

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 aantrekkelijk voor een breed publiek. Op dit moment worden uitbreidingswijken Waterfront en Drielanden in hoog tempo volgebouwd. De toekomstige nieuwbouwopgave zal grotendeels in de bestaande stad worden gerealiseerd. Binnenstedelijk bouwen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Denk aan hogere bouwkosten, veel direct belanghebbenden en een meer complexe ruimtelijke inpassing. Het wordt een uitdaging om voldoende woningen te bouwen in de lagere prijssegmenten, draagvlak te creëren onder omwonenden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden. Naast nieuwbouw wordt ook gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Samen met de partners in het woondomein staat de gemeente voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Op het gebied van duurzaamheid wordt onder andere gestreefd naar een forse reductie van het energieverbruik, duurzame energie opwekking en ruimte voor klimaatadaptatie. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een andere opgave is de voortschrijdende vergrijzing. Om de veiligheid en het comfort van oudere bewoners te borgen, is het noodzakelijk om de toegankelijkheid van bestaande woningen te verbeteren. Ook moeten woningen geschikt worden gemaakt voor zorg- en dienstverlening aan huis.

Daarbij gaat het niet alleen om individuele woningen maar ook om de woonomgeving en infrastructuur van de wijk. Samenvattend zijn de belangrijkste opgaven in het woondomein: Nieuwbouw Uitbreiding van het aanbod goedkope en middeldure woningen Terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector Her- en deprogrammering in het dure segment Tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen Inbreiding en transformatie Bestaande woningvoorraad Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad Bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken Wijken en buurten Ontwikkelen van woonzorgzones Gemixte en inclusieve wijken en buurten Conclusie voor het plangebied Met het plan voor een nieuwe woning aan de Lage Enkweg wordt bijgedragen aan de ambities uit de Woonvisie Harderwijk. Met de rood voor rood regeling worden voormalige agrarische opstallen gesloopt om in ruil daarvoor woningen te kunnen bouwen. Hiermee wordt doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd. De bouw van de woning aan de Lage Enkweg naast nummer 16 past binnen dit kader en voldoet daarmee aan het gemeentelijk woonbeleid. 2.2.5

Milieubeleid

Milieubeleidsplan Harderwijk De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieubeleid. Het milieubeleidsplan maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft richting aan het beleid voor de komende periode en vervult een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speerpunten benoemd waarbij rekening is gehouden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaatbeleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving verstaan we het voorzien in onze behoeften, zonder de toekomstige generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeften te ontnemen.

16

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen onze gemeentegrenzen bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen kenmerken en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling streven we naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past. Deze gebiedsgerichte benadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen.

Gebiedsgericht milieubeleid In het Milieubeleidsplan is voor verschillende delen van Harderwijk gebiedsgericht milieubeleid opgesteld. Door het opstellen van gebiedsgericht milieubeleid komen de specifieke kwaliteiten, knelpunten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld. Welk milieubeleid voor het plangebied geldt, is weergegeven op een interactieve kaart op de gemeentelijke milieuwebsite.

Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad Harderwijk heeft vele kansen om zich te profileren op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder duurzame energie. Vanwege die kansen stelt de gemeente zich het volgende doel: in 2031 (Harderwijk 800 jaar) wordt binnen de gemeentegrenzen 45 % minder CO2 uitgestoten (referentiejaar 2010). Deze ambitie zal worden bereikt door in te zetten op: Energie besparing; Opwekken van duurzame energie; Compenseren (bijvoorbeeld door inkoop groene energie). Met het stellen van deze ambitie wil de gemeente in het bijzonder lokaal bijdragen aan de economische vitaliteit, leefbaarheid en identiteit van de gemeente. Het loont om te investeren in energiebesparende maatregelen vanwege lagere lasten en vanwege de toegevoegde waarde aan het investeringsobject. Maar het betekent ook dat het opwekken van energie geld oplevert, duurzame energie zal in de toekomst alleen maar waardevoller worden. Door nu te investeren in het opwekken van duurzame energie wordt de afhankelijkheid van stijgende energieprijzen en het opraken van fossiele brandstoffen in de toekomst beperkt. Het lokaal investeren van die opbrengsten of meedelen in revenuen draagt bij aan de vitaliteit en zelfvoorzienendheid van de gemeente.

Daarnaast laat de gemeente met deze doelstelling zien dat zij haar principiële verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van klimaatverandering. Let op! Duurzaamheid is nadrukkelijk meer dan alleen het besparen van energie of het treffen van milieumaatregelen (people-profit-planet).

Conclusie voor het plangebied Binnen het plangebied wordt o.a. invulling gegeven aan het duurzaamheidsbeleid door gasloos te bouwen. Voor de energiebehoefte zal een all-electric oplossing worden toegepast. Verwarming van de woning en het tapwater zal met een warmtepomp gebeuren. Op het dakvlak worden PV-panelen gelegd, wat de vraag naar (hulp)energie tot een minimum zal beperken. Hiermee wordt aangesloten bij de duurzaamheids- en klimaatadaptieve-aspecten van het gemeentelijke milieubeleid. 2.2.6

Waterbeleid

Algemeen Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming

17

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder. Voor de watertoets wordt verwezen naar paragraaf 4.4. Het relevante overzicht van het 'Beleidskader Water' maakt als Bijlage 1 deel uit als van deze toelichting.

2.2.7 Archeologie en monumentenbeleid Op basis van de Erfgoedwet moet de gemeente bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Het gemeentelijk archeologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011-1015. Hieraan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De Beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP- rapport 2050 "Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting"). In de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem om in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald, dat een aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, of een aanlegactiviteit van werken geen bouwwerken zijnde, een rapport over de archeologische waarden dient te overleggen.

Aan de omgevingsvergunning kunnen indien nodig archeologische voorschriften worden verbonden. Deze verplichting geldt niet bij projecten met een oppervlakte kleiner dan 100 m². Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangegeven. Het beleid is om in bestemmingsplannen een dubbelbestemming "Waarde - archeologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. In paragraaf 4.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 2.2.8 Visie op hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk Op 20 januari 2011 heeft de gemeenteraad van Harderwijk de 'Visie op hoofdlijnen' Buitengebied Harderwijk vastgesteld. Deze visie resulteerde in een actualisering van het geldende Bestemmingsplan Buitengebied voor haar grondgebied. Met de visie beoogt de gemeente Harderwijk een robuust en duurzaam ruimtelijke structuur voor het buitengebied te realiseren, resulterend in: 1. 2. 3. 4. 5.

een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor rust, ruimte en landelijkheid; een versterking van de ecologische structuur in de Mheenlanden en Hierdense poort; een scheiding tussen niet-verenigbare functies (integrale zonering intensieve veehouderij); gebieden met blijvende ruimte voor (grondgebonden) landbouw, met name op de Hierdense Enk; de instandhouding van de leefbaarheid door middel van het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers (beleid voor functieverandering); 6. nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie, het vergroten van het toeristisch aanbod en de toeristische potenties in het plangebied door middel van het ontwikkelen van een aantrekkelijke recreatieve verbinding tussen Veluwe en

18

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 Randmeer. De gemeente houdt bij het opstellen van de visie rekening met een drietal belangrijke ordenend principes in het buitengebied. Het gaat om: a. de landschappelijke en cultuurhistorische waarden; b. het water; c. de natuurwaarden. Bij het voorliggend plan zijn specifiek de richtlijnen voor de Hierdense Enk relevant. Hierin worden richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting, vormgeving en uitstraling van een erf in het gebied van 'Hierdense Enk' uiteengezet. Voorliggend initiatief moet met het stedenbouwkundig ontwerp en de landschapsinrichting rekening te houden met deze richtlijnen en 'Visie op hoofdlijnen' Buitengebied Harderwijk. In Hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de verschillende ontwerpuitgangspunten van deze visie. 2.2.9 Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden Specifiek voor Hierden en omgeving is in augustus 2011 de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden opgesteld. In deze structuurvisie wordt aangegeven op welke wijze het landschap in en rondom Hierden versterkt kan worden en wordt een relatie gelegd tussen het toevoegen van nieuwe ‘rode’ functies en de daarmee noodzakelijke landschappelijke versterking.

Deelgebied Lage Enk Het plangebied waar de nieuwe woning voorzien is, is gelegen binnen het deelgebied Lage Enk. Voor de Lage Enk geldt dat de open ruimte een belangrijke te behouden kwaliteit vormt. De kwaliteit van de ruimte wordt bepaald door het grondgebruik op de enk zelf en door de kwaliteit van de randen. Voor de enk zelf wordt ingezet op een grondgebruik dat past bij het karakter van het gebied. Dit betekent bij voorkeur het handhaven van het agrarisch gebruik als akkerbouwgrond. Verrommeling dient voorkomen te worden door functies als kwekerijen en paardenweides te vermijden. Herstel van historische kerkenpaden over de enk dragen hier bij aan het vergroten van de toegankelijkheid van het gebied. De randen van de Enk hebben een enigszins rafelig karakter en worden gevormd door een grote diversiteit aan erven, waarvan de ruimtelijke kwaliteit verschilt. De Lage Enkweg kan gekwalificeerd worden als een van de dorpslinten waar ruimte is voor het verder ontwikkelen van lintbebouwing als groen woonmilieu door middel van rood-voor-rood. De kleine groene open ruimtes in het lint verschaffen het lint een dorps- en groen karakter en dienen behouden te blijven.

Conclusie voor het plangebied Met het bouwen van een nieuwe woning aan de Lage Enkweg, op een plek waar altijd bebouwing heeft gestaan, wordt het dorpslint verder ontwikkeld en versterkt. Het erf wordt voorzien van een groene inrichting, wat maakt dat geen afbreuk wordt gedaan aan het gewenste groene woonmilieu. Met het versterken van het dorpslint worden de open ruimtes benadrukt en de kwaliteit van het lint versterkt. Geconcludeerd wordt dat het initiatief aansluit bij de uitgangspunten van de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden. 2.2.10 Welstandsbeleid Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In

19

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. Bij de beoordeling van bouwplannen voor het buitengebied worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: bij het maken en beoordelen van plannen voor bebouwing in het buitengebied moet rekening worden gehouden met landschappelijke kenmerken en ruimtelijke/landschappelijke/cultuurhistorische elementen; daarbij zijn onder meer van belang: het verkavelingspatroon, wezensstructuur, zichtlijnen, de richting van de lijnen in het landschap, hoogteverschillen, groenstructuren, houtwallen en de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit de omgeving; plannen voor bebouwing in het buitengebied dienen in samenhang met de (bestaande en toekomstige) erfinrichting te worden gemaakt en beoordeeld; het behoud van de kenmerken van karakteristieke (voormalige) boerderijen en andere karakteristieke bebouwing, ook als deze bebouwing niet is aangemerkt als monument.

In aanvulling op de algemene aandachtvelden voor gebieden met een gemiddelde welstandstoets gelden voor het buitengebied de volgende specifieke welstandscriteria: Situering de groepering van de gebouwen en de indeling van het erf speelt in op de aanwezige karakteristieke landschappelijke structuren en ruimtelijke/landschappelijke/cultuurhistorische elementen; als meerdere gebouwen dichtbij elkaar staan, al dan niet op één erf, vormen zij samen, qua oriëntatie(richting) en silhouet, een samenhangend ensemble. Massa en vorm bebouwing in het buitengebied speelt in op de bebouwingskarakteristiek van het buitengebied, die wordt gekenmerkt door eenduidige, grote bouwmassa’s, met een gave kapvorm, een lage gootlijn en een grote dakhelling, met een ingehouden materiaal- en kleurstelling; een boerderij dient zich duidelijk als hoofdgebouw te blijven manifesteren. De bijbehorende bedrijfsgebouwen dienen daarom teruggelegen ten opzichte van de boerderij of het woonhuis te worden gesitueerd. Ook ‘ondergeschikte’ gebouwen en objecten, zoals voerderkuilen en mestsilo’s, dienen ondergeschikt gesitueerd te worden of in gebouwen te worden geïntegreerd. Gevels gevels worden geleed door een goede situering van ramen en deuren; bij het splitsen van voormalige boerderijen mogen de architectonische vormgeving en het agrarische karakter niet wezenlijk worden aangetast.

Afwerking erven als terreinafscheiding worden bij voorkeur hagen toegepast of eenvoudige hekwerken met een ingehouden materiaal- en kleurstelling. Kleurgebruik in het buitengebied wordt uitgegaan van een ingehouden kleurstelling; in grote vlakken worden opvallende kleuren en sterke kleurcontrasten vermeden. Materiaalgebruik bij verbouwing is het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik uitgangspunt; grote vlakken hebben een structuur of onderverdeling. Detaillering bij verbouwing en uitbreiding van bestaande gebouwen is de oorspronkelijke detaillering

20

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 uitgangspunt; bij bebouwing die refereert aan traditionele bebouwing wordt uitgegaan van de detaillering van die traditionele bebouwing Conclusie voor het plangebied Op het moment dat er een aanvraag omgevingsvergunning wordt uitgewerkt moet worden aangesloten bij de genoemde criteria uit het gemeentelijke welstandsbeleid. Naar verwachting is dit ook zeker haalbaar. Uiteindelijk zal de commissie ruimtelijke kwaliteit dit beoordelen en daarover een advies uitbrengen aan het college om te betrekken bij het verlenen van de omgevingsvergunning. 2.2.11 Verkeers- en vervoersbeleid Verkeer en parkeren Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan. Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk. Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld.

Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling. Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk. Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven. Het vaststellen van deze parkeernormen is onder meer voor burgers, projectontwikkelaars en de gemeente Harderwijk zelf van belang. Door het vaststellen is het namelijk voor iedere belanghebbende duidelijk en inzichtelijk welke parkeernormen voor een bepaalde functie gehanteerd worden. Hierdoor ontstaat eenduidigheid in het parkeernormenbeleid. In paragraaf 4.6 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.

2.3

Conclusie

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van één nieuwe woning aan de Lage Enkweg, naast nummer 16. Uit voorgaande paragrafen, gelezen in samenhang met de bestemmingsplannen Buitengebied 2014 en Veegplan Buitengebeid, blijkt dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten van het relevante ruimtelijk beleid. Vanuit het beleidskader zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van dit initiatief.

21

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

22

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

Aan de Lage Enkweg, naast nummer 16 ligt een perceel waar vroeger een oude boerderij heeft gestaan. Op dit perceel is een nieuwe woning gewenst, welke kan worden gebouwd door gebruik te maken van de zogenaamde rood-voor-rood regeling. Aan de Parallelweg 9/10 is 750m² aan voormalige eendenschuren gesloopt en is de ondergrond gesaneerd. Dit maakt het mogelijk dat op deze locatie een woning van maximaal 150m² met een bijbehorend bouwwerk van maximaal 100m² mag worden gebouwd. De bouw- en gebruiksmogelijkheden van het perceel aldaar zullen worden wegbestemd. In de plaats daarvan komt er een bestemming gericht op natuur- en landschapswaarden.

In de toekomstige situatie gaat de erfinrichting van het perceel Lage Enkweg, naast nummer 16 er als volgt uitzien:

Het nieuwe perceel krijgt een oppervlakte van circa 900 m². Daarop wordt een hoofdgebouw gebouwd van circa 135 m² met een bijgebouw van maximaal 100 m². Het nieuwe perceel krijgt een passende landschappelijke inrichting met veel groen. Dit is een voorwaardelijke verplichting in de planregels en opgenomen als Bijlage 2. Voor op het erf komt een solitaire boom, net als achter op het erf. De bestaande houtsingel wordt versterkt en de oprit en de erfgrenzen worden afgescheiden met knip- of scheerhagen. Het oppervlakte verharding wordt tot een minimum beperkt en bestaat met name uit de oprit naar het bijbehorend bouwwerk. Het parkeren vindt plaats op eigen erf waarvoor een tweetal parkeerplaatsen worden aangelegd. Aan de weg wordt een opstelplaats voor containers gemaakt omkaderd door knip- of scheerhagen.

23

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 Voor de verdere uitwerking van dit plan en dan met name de bebouwing dient aansluiting te worden gezocht bij de criteria zoals die gelden in de vastgestelde Visie op Hoofdlijnen Buitengebied. Daarbij gaat het met name om de criteria uit paragraaf 5.3.2. die zich richten op de Hierdense Enk. Deze criteria zijn eveneens voorwaardelijk gesteld in de planregels en dienen in de fase van de omgevingsvergunning te worden getoetst. De commissie ruimtelijke kwaliteit zal - naast de eisen vanuit het Welstandsbeleid - ook rekening houden met deze criteria. Van belang is dat de bebouwing op deze locatie past in de agrarische karakteristiek van de omgeving, onder meer door een enkelvoudige bouwvorm, een zadel- of wolfskap met overstekken, lage goten en traditionele materialen in een gedekte kleurstelling.

De volgende afbeeldingen geven een impressie van de beoogde nieuwe woning zoals gewenst door initiatiefnemer. (N.B. behandeling door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan nog tot een ander beeld leiden).

24

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003

Hoofdstuk 4 4.1

Onderzoek

Algem een

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse.

4.2

Cultuurhistorie en archeologie

4.2.1 Inleiding De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2024 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan volgens het besluit ruimtelijke plannen een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook te worden aangegeven op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.

4.2.2 Cultuurhistorie De cultuurhistorische waardenkaart (CHW-kaart) van de provincie Gelderland laat zien welke cultuurhistorische interessante en waardevolle patronen en objecten zich in het plangebied bevinden. Elke tijdsperiode heeft haar weerslag gehad op de vorming van de gebouwde omgeving. Lijnen, punten en vlakken uit het verleden zijn soms nog afleesbaar in het huidige (dorps)landschap. De CHW-kaart brengt deze cultuurhistorische waardevolle patronen en objecten in beeld. De gemeente Harderwijk heeft sinds 2015 een gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Deze kaart geeft alle bovengrondse cultuurhistorische waardevolle elementen en objecten weer. 4.2.3 Archeologie Op de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe ontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem om in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. 4.2.4 Conclusie voor het plangebied Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland zijn in het plangebied geen cultuurhistorische structuren opgenomen.

De directe omgeving maakt ook geen deel uit van beschermd stads- of dorpsgezicht en er komt geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in voor. Op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart is de Lage Enkweg aangegeven als een middelhoge cultuurhistorische waarde, als onderdeel van het fijnmazige patroon van wegen en paden op de enken va Hierden en Frankrijk. De Lage Enkweg maakt geen deel uit van het voorliggende bestemmingsplan. Op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart staat op het betreffende perceel een oude

25

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 boerderij met (mogelijk) hoge cultuurhistorische waarde aangegeven. De boerderij is inmiddels gesloopt en kan daarom niet meer worden meegewogen. De locatie voor de nieuw te bouwen woning is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting. Hiervoor geldt dat er archeologisch vooronderzoek bij plangebieden groter dan 5.000 m² noodzakelijk is. De woning die wordt gebouwd en het bijhorende erf is kleiner dan deze 5000 m2 en archeologisch onderzoek kan daarom achterwege blijven. Vanuit cultuurhistorie en archeologie zijn er geen belemmeringen voor de gewenste bouw van de woning.

4.3

Natuurwaarden

4.3.1 Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming inwerking getreden. Met deze wet zijn alle bepalingen met betrekking tot bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten samenbracht in één wet. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Verder implementeert de wet diverse Europese regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. De Wet natuurbescherming voorziet in: vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur; decentralisatie van bevoegdheden naar provincies; een goede aansluiting op het omgevingsrecht. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet natuurbescherming zijn: beschermde natuurgebieden (Natura 2000 gebieden); lijst met beschermde planten en dieren; expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur; algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving; actieve soortenbescherming. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming is het decentralisatieproces van het natuurbeleid formeel afgerond. Daarmee hebben de provincies de regie over het natuurbeleid in de regio, waarbij ook de bevoegdheden van het Rijk naar de provincies zijn overgedragen. Zo beschermt de provincie Gelderland bijvoorbeeld het Natuur Netwerk Nederland (NNN) voor Gelderland, hier het Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd.

De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het GNN is voor provincie Gelderland uitgewerkt in Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid). Onderzoek Voor het plangebied is in het kader van de Wet Natuurbescherming een Quickscan uitgevoerd naar zowel de gebiedsbescherming als de soortbescherming. Dit onderzoek maakt als Bijlage 2 onderdeel uit van deze toelichting. Verder is berekend of de geplande ontwikkeling in de aanlegfase en gebruiksfase de grenswaarde van stikstofdepositie van 0.00 mol/ha/j overschrijdt (zie voor dit onderzoek Bijlage 3 bij deze toelichting). 4.3.2 Conclusie voor het plangebied De planlocatie is gelegen op +/- 1.5 kilometer van Natura 2000-gebied de Veluwe en +/- 2.4 kilometer van N2000-gebied de Veluwerandmeren. Gezien de (effect-)afstand tot het Natura 2000-gebied, in relatie tot de geplande ontwikkeling, worden er geen significante invloeden op de beschermde natuurwaarden of aangewezen (beheer)doelstellingen verwacht. Externe werking zal naar verwachting niet optreden.

26

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 Ten aanzien van de soortbescherming (flora, houtopstanden, vogels, vleermuizen en overige zoogdieren) wordt geen overtreding Wet natuurbescherming verwacht en is een nader onderzoek niet nodig. Voor wat betreft de stikstofdepositie wordt op basis van berekeningen geconcludeerd dat voor de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase de grenswaarde van de stikstofdepositie op natuurgebieden van 0,00 mol/ha/jr niet worden overschreden. Vanuit het aspect natuurwaarden (gebiedsbescherming en soortbescherming) en stikstof zijn er geen belemmeringen in relatie tot de uitvoering van de beoogde plannen voor het bouwen van de woning. Een vergunning volgens de Wet natuurbescherming is niet nodig.

4.4

Watertoets

4.4.1 Algemeen Belangrijk instrument om water belangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over voorliggend plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. In de watertoets zijn wel de volgende aandachtspunten aangegeven: Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater.

Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen.

27

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 4.4.2 Conclusie voor het plangebied In de omgeving van het plangebied waar de nieuwe woning beoogd is, is alleen een vuilwaterrriool. Dit houdt in dat het hemelwater op eigen terrein verwerkt moet worden. De bodem op deze locatie is geschikt voor infiltratie, zeker gezien de hoeveelheid groen welke aanwezig is. Hier hoeft dus geen speciale voorziening voor worden gerealiseerd. Wel zal men aan moeten tonen dat het hemelwater niet naar een ander perceel afloopt. De bodem van de kruipruimte dient minimaal 0,90m boven de GHG te komen. Deze ligt hier op ongeveer 3,50m +NAP. De hoogte van het maaiveld, deze loopt af richting het oosten, is in het westen 5,50m +NAP en in het oosten 5,07m +NAP). Het is dus van belang om er op te letten - omdat het perceel afloopt van west naar oost - dat de woning aan de westkant minimaal 0,1m boven het huidige maaiveld gebouwd wordt. Een hoogte van 0,2m heeft de voorkeur. Realisering van dit plan met in achtneming van hetgeen in deze paragraaf is beschreven heeft geen blijvend nadelige gevolgen voor het aspect ‘water’. Er zijn op dit punt dus geen aanmerkelijke belemmeringen voor het ontwikkelen van het voorliggend plan.

Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden.

4.5

M ilieu

4.5.1 Inleiding In deze paragraaf komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Het betreffen hier de randvoorwaarden en beperkingen die voorkomen uit het beleid en wetgeving op het gebied van: geluid (Wet geluidhinder), luchtkwaliteit (Wet luchtkwaliteit), bodem (Wet bodembescherming), bedrijvigheid (Wet milieubeheer) en externe veiligheid (BRZO, REVI, Bevi, Wet milieubeheer). 4.5.2

Geluid

Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het bestemmingsplan dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect "geluid". In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. De verplichting tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in relatie tot het opstellen van een bestemmingsplan geldt niet indien in dat bestemmingsplan geen mogelijkheden worden geboden voor het realiseren van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige objecten. 4.5.3 Conclusie geluid voor het plangebied Het plangebied ligt binnen de wettelijke aandachtszone (Wet geluidhinder) van de Lage Enkweg, Binnenweg en van de Beekhuizerweg. Dit betekent dat er akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden in het kader van de Wet geluidhinder. Uit de Geoweb-contour voor gemeentewegen blijkt echter dat de voorgenomen ontwikkellocatie in de groene zone ligt. Dit houdt in dat hier naar verwachting geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde plaats zal vinden.

Aanvullend akoestisch onderzoek vanwege deze wegen is daarom niet nodig, Geoweb geeft hierover voldoende inzicht. Het voorgenomen bouwplan ligt buiten de wettelijke aandachtszone van de A28 maar ligt binnen de geluidscontour van deze weg. Binnen deze contour is sprake van een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde (48 dB) en maximale hogere waarde (53 dB) (Bron Geoweb). Ontwikkelingen van geluidgevoelige bestemmingen binnen deze zone zijn alleen mogelijk met maatregelen en/of hogere grenswaarden. Volgens het GeoWeb-model bedraagt de geluidbelasting op de planlocatie circa 53 dB (Lden, excl. aftrek). Gelet hierop is er nader onderzoek verricht naar de

28

bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg naast 16 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00295-0003 geluidbelasting als gevolg van de A28. De in Bijlage 4 opgenomen figuren geven inzicht in de daadwerkelijke situatie ter plaatse van de Lage Enkweg, naast 16. De geluidbelasting per weg is berekend incl. aftrek ex art. 100g Wet geluidhinder. Op basis van de berekeningen mag vastgesteld worden dat de geluidsbelasting als gevolg van de A28 de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijdt. De cumulatieve waarde van alle wegen en zonder aftrek is berekend op Lcum = 51 dB of lager. Deze waarde wordt gebruikt voor het bepalen van de benodigde geluidwering van de gevel. Die bedraagt dan 51 dB - 33 dB = 18 dB. Hiermee is het voldoende om voor de geluidwerking uit te gaan van de minimale waarde volgens het Bouwbesluit van 20 dB. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de nieuw te bouwen woning een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Alle wegen voldoen aan de voorkeurswaarde van Lden = 48 dB. Er zijn vanuit het aspect geluid dan ook geen belemmeringen voor de uitvoering van dit plan. 4.5.4 Luchtkwaliteit In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10).

Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met de luchtkwaliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer, en de bijbehorende ministeriële regelen en algemene maatregelen van bestuur (AMvB). Voor het bepalen of luchtkwaliteit een belemmering voor een ontwikkeling oplevert, moeten twee aspecten worden beoordeeld, te weten: De bijdrage van het plan aan de (verslechtering van de) luchtkwaliteit De blootstelling op de locatie. Bijdrage van het plan aan de luchtkwaliteit Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: 1. er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; 2. een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; 3. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (<3% van de jaargemiddelde grenswaarde); 4. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. Volgens voorschrift 3B.2 van bijlage 3b van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' draagt een bouwplan niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit wanneer het plan niet voorziet in de bouw van meer dan 1.500 woningen.

Blootstelling op locatie Tevens dienen volgens de wet milieubeheer gevoelige bestemmingen beschermd te worden tegen fijnstof en stikstofoxiden (dit is opgenomen in het Besluit gevoelige bestemmingen). Gevoelige bestemmingen zijn de volgende gebouwen en bijbehorende terreinen: scholen, verpleeghuizen en kinderdagverblijven. Woningbouw hoort hier niet bij. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van luchtkwaliteit zoekt hierbij aansluiting. In het milieubeleid van Harderwijk wordt gesteld dat er geen gevoelige bestemmingen (scholen, kinderdagverblijven of zorginstellingen) binnen 50 meter van de snelweg of een provinciale weg worden geplaatst. Binnen een zone van 50 tot 300 meter is dit alleen mogelijk als hiervoor zwaarwegende redenen zijn van bijvoorbeeld financiële, stedenbouwkundige of verkeerskundige aard. Voorliggende ontwikkeling betreft het bouwen van een woning. Tevens vindt deze ontwikkeling niet plaats binnen 300 meter van zowel de A28 of de provinciale wegen N302 en N303. Dit houdt in dat het milieubeleid van Harderwijk ook geen belemmering vormt voor de ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=66ccd0dc-abd2-4f7f-a00f-e917ba7a5ce2