CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Stadsatlas Harderwijk-gecomprimeerd.pdf

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Regierapport Ambities en Opgaven (Omgevingsvisie)10.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

'7*-' .- /a•v»r. ■ÍŴ**

'SÜSP.Äï

ŴisV?

ţŞ V 'J5-»f

ř-Ąí -

y* r

s . Î0

Stadsatlas Harderwijk

907 versie

Inhoud

I

Kader

ALGEMEEN

5 7

Al A2

Grenzen Grenzen mens en maatschappij

7 9

I

DE NATUURLIJKE ALLIANTIE

11

B C D E

Bodem Water Natuur en groen Klimaateffecten

13 15 17 19

III

DE ALLIANTIE VAN BEBOUWING EN INFRASTRUCTUUR

21

F G H I J K L M

B ebou win g Infra bovengronds Nutsvoorzieningen Economie en voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen en zorg Bewegen en sport Milieu Erfgoed en archeologie

IV

Alliantie van MENS EN MAATSCHAPPIJ

39

N O P Q

Kenmerken bevolking Welbevinden Gezondheid Mensen in kwetsbare situaties

41 43 45 47

23 25 27 29 31 33 35 37

AB-Regiebord Strategisch

ŕ rapport Metho- 'N riigr.he basis J

l

Trends en ontwik-^S

(

Operationeel

go-no go

J

beslismoment kelinqen________ A. Wat speelt er in en rond het gebied? ^sleutelgesprekken)

Q.

JCĹ 0)

Oì >

Vertrekdocument B. Geldt er beleid van hogere overheden? ^Beleidsdatabank

Stadsqenese

1

Stadsatlas en GIS-bibliotheek

Themakaarten

Kennisdocument D. Welke extra kennis is noodzakelijk?

« 0)

E. Wat willen we bereiken en met wie?

-Q

E <

F. Welke prioriteiten hebben we, welke ontwikkelprincipes?

Regieplan, aanzet 2 ingrediënten E en F

c o Q. +J ■C O ir >

Ambitiedocument

Reqieplan, aanzet 1 ingrediënten A t/m E

) ì

G. Welke opties zijn er?

Koersdocument

Omgevingsvisie H. Wat wordt ons plan of visie, hoe werken we uit?

Omgevingsplan

O'

I. Hoe gaan we dit regelen?

‘o'

Realisatiedocument

1—

o CD

>

J. Hoe en wat gaan we monitoren?

Hoe verder?

5*

Kader De gemeente Harderwijk werkt met ambitie en plezier aan haar nieuwe omgevingsvisie. In 2012 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Har­ derwijk 2031 vastgesteld. Deze visie wordt nu opgevolgd door de Om­ gevingsvisie Harderwijk. Deels omdat de structuurvisie geactualiseerd moet worden maar ook omdat met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet op 1 juli 2022, onze rijksoverheid gemeenten verplicht om een Omgevingsvisie op te stellen. We gaan de Harderwijkse omgevingsvisie gebruiken voor de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het is daarmee straks het startpunt voor gemeentelijke initiatieven en vormt daarnaast een afwe­ gingskader om initiatieven van inwoners, ondernemers, organisaties en andere partijen te beoordelen. In het rapport ' Zo werken wij' (bijlage 1) is de werkwijze uitgelegd, aan de hand van het Regiebord van de AlliantieBenadering. Een belangrijk onder­ deel vormt de eerste fase, waarin een feitenrelaas is opgehaald op opera­ tioneel, tactisch en strategisch niveau. 1. Operationeel: alle bronkaarten en data, verzameld in de stadsatlas (de 'feiten'). 2. Tactisch: de brondata gecombineerd in een set van themakaarten, die de hoofdlijnen geven over alle geïdentificeerde thema's (de 'kennis'). 3.

Strategisch: de kennis geïntegreerd op systeemniveau, waaruit de relatie en samenhang van de thema's binnen systemen wordt gevisuali­ seerd en toegelicht (het 'verstand'). Dit feitenrelaas leidt tot een dialoog met de raad op hoofdlijnen. Die dialoog wordt gevoerd op basis van het regierapport: op basis van deze Stadsatlas met daarin een thematische samenvatting van de gevonden feiten, de en daaruit voorkomende opgaven. Deze opgaven zijn te rang­ schikken naar generieke opgaven, (ontbrekende) hoofdstructuren en zich openbarende knelpunten. Deze rapportage beschrijft de themakaarten, via een vast format: ^ Duiding van de kaart: wat zien we en wat kunnen we van de kaart leren? ^ Trends en ontwikkelingen (bijlage 2: ambtelijk geïnventariseerd en geverifieerd bij bijna 200 sleutelfiguren uit de Harderwijks/Hierdense

samenleving) ^ Beleid in hoofdlijnen (lokaal bijlage 3 en hogere overheden bijlage 4 met daaruit voortkomende knelpunten) ^ Bouwstenen aan ontwikkelprincipes of wel, wat draagt de kaart bij aan de visie en daaruit voortkomende geïntegreerde opgave. Daarnaast wordt per thema in een grijs kader aangegeven wat bewo­ ners en/of sleutelfiguren in stadsgesprekken over dit onderwerp gezegd hebben. In de bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de bronkaarten die per themakaart zijn gebruikt. Deze bronkaarten vormen de basis voor de themakaarten waarin zoveel mogelijk informatie met elkaar is gecom­ bineerd. De bronkaarten zijn beschikbaar wanneer een nadere beschou­ wing is vereist op bijvoorbeeld wijkniveau of op een specifiek thema. Deze worden opgenomen in de zogenaamde GIS-bibliotheek (GIS - Geografisch Informatie Systeem).

Indeling van de thema's I

Algemeen

A

Wijkenkaart

II

Natuurlijke alliantie

B C D E

Natuurlijke landschappen Oppervlaktewater, plus kwel en infiltratie Natuur en groen Klimaateffecten

lil

Bebouwing en infrastructuur

F G H IJ J K L

Bebouwde omgeving Infra bovengronds Nutsvoorzieningen/infrastructuur ondergronds Voorzieningen en werkgelegenheid Zorg en maatschappelijke voorzieningen Milieu Erfgoed en archeologie

IV

Mens en maatschappij

M N O P

Kenmerken bevolking Welbevinden Gezondheid Mensen in kwetsbare situaties

themakaart A grenzen Centrum

Zeewolde

historische binnenstad

Nunspeet

Kernstad Waterfront Zeebuurt Friesegracht

Nieuw Weiburg Groot Sypel Stadsdennen HüfshorsterzaháĶ

4

Stadsweiden ^9^

Slingerbos

HARDERWIJK

Tweelingstad

Zeewolde

Stadsrand Drielanden

V

Stadsrand Zuid Frankrijk ļ'tyr'ř'fïįķe.

Overig Lorentz (industrie)

Horst,

BuitengebDed Hierden- Dorp Hierden- Buiten

Ermelo

ri

Ermėlo ‘♦i

18

įku-ií.

i

mm mm

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

t Etmelose Hei

Bos- en natuurge­ bied

A LGEMEEN A

Wijkindeling

I. Duiding van de kaart De kaart met wijkgrenzen is een belangrijke onderlegger voor de Omgevingsvisie. Ze geeft richting aan wijk- en buurtgerichte acties en beleid. Het is belangrijk om één indeling te hebben, die de bestaande en onder­ ling verschillende indelingen vervangt. Dat is een fundament om op een heldere en overzichtelijke manier beleidsterreinen te combineren. De wijkindeling is voornamelijk gebaseerd op de CBS-wijkindeling. Stads­ rand zuid (12) is nieuw het betreft hier de 'wijk'bestaande uit de voorma­ lige recreatieparken Ceintuurbaan en Slenck&Horst. Hierden-Bosch (17) is hier Hierden-buiten genoemd omdat de voormalige recreatieparken Dennenhoek en Onze Woudstee zijn toegevoegd alsmede het zogenaam­ de Eendengebied.Het overige buitengebied is geknipt in het gebied rond­ om Hierden en de Veluwe vanwege de verschillende karakteristieken van deze gebieden. Deze kaart met wijkindeling komt steeds terug in de andere kaarten en met name bij de Alliantie van mens en maatschappij omdat veel data be­ schikbaar is op wijkniveau en daarmee duidelijk wordt welke verschillen er per wijk bestaan. In verband met de beschikbare data voor de alliantie van mens en maatschappij zijn bij de kaarten N t/m Q soms afwijkende wijkindelingen gebruikt.

Op deze kaart is de gemeentegrens, de hoofdwegenstructuur alsmede de spoorlijn weergegeven, om daarmee de herkenbaarheid van locaties te vergroten. Dit is op alle kaarten terug te vinden.

•V »

ļJíM^Sĩ^jļM Mř * y ypIpijj L4W

XìŴa

f;“ .; įgŕ Hİ ffin

,t,.

v í.ì

ĩ| Ir ^Hį |H al JUB

ŵpfcrc --:

Ä 'v

OMWMjļĮMļMfld !llWÉ|İfP

tffi'jşįSŞŵří4-'

aäW

ippp

agffia»x—"“-

HT

yfiĘĘjíjM.

,: ;;;W

' ,

- - "

rmsssr. ' "ŴlHiľ

ifcaPMn

DE NATUURLIJKE ALLIANTIE Met de natuurlijke alliantie bedoelen we mensen, organisaties en/of instellingen, die zich bezighouden met monitoring en behoud van het natuurlijke systeem zoals specialisten van gemeente, provincie, Rijks­ waterstaat, het waterschap, ODNV en natuur- en milieuorganisaties. Deze thema's zijn niet aan grote, snelle veranderingen onderhevig, zoals bodemstructuur, watersystemen en natuur maar ook bijvoorbeeld het klimaat. Toelichting indeling themakaarten B Bodem C Oppervlaktewater en grondwater D Natuur en groen E Klimaateffecten De bodemkaart geeft de samenstelling van grondsoorten aan en veran­ dert vrijwel niet behalve door menselijk ingrijpen. Met de kennis over de bodem kan de ontwikkeling in het verleden beter worden begrepen waar­ mee we ook het heden en de toekomst beter begrijpen. Door meer acht te slaan op de ondergrond worden problemen voorkomen. De bodem wordt ook steeds belangrijker omdat we steeds meer aan infrastructuur en energiesystemen in de grond aanleggen. Het natuurlijke watersysteem heeft zijn eigen dynamiek. Het is goed om water de ruimte te geven die het nodig heeft om daarmee droge voeten te houden. In Nederland is er vrijwel geen sprake van oernatuur behalve de zand­ verstuivingen en heidegebieden. Veel gebieden die we nu als natuur zien zijn in de afgelopen eeuw aangelegd.

We spreken hier dan ook van natuur wanneer het groen betreft met een wettelijk beschermde status. Klimaat is een natuurlijk systeem. We zijn ondertussen wel overtuigd dat het klimaat aan het veranderen is onder invloed van gedragingen van de mens. Aangezien deze verandering niet rechtstreeks te beïnvloeden is, scharen we dit thema onder de natuurlijke alliantie.

themakaart B bodem Veluwemeer Stuwwal Sw1, stuwwal Sw2, sandr/spoelzandvlakte Sw4, droogdal, fijn en grof zand, leem

Dekzand Dz1, dekzandrug Dz2, dekzandvlakte

Wolderwijd

Dz3, stuifzandduin idem Dz5, beekdal, zand Z leem

Laagveen Lv1, laagveenvlakte, lokaal zand en klei Droogmakerij Dr1, meerbodem: zand en klei Dr2, Kreekrug

Kust en Duin Bd1, strandwal

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

Ophoging en vergraving Ov1, ophoogzand, fijn zand/ antropogeen

vlakte te komen. Dit is een proces van duizenden jaren.

B

Bodem

I. Duiding Op de bodemkaart is duidelijk het zandgebied van de stuwwal van de Veluwe te herkennen dat richting het water van de voormalige Zuiderzee over­ gaat in een dekzandrug met een uitloper in de dekzandvlakte ter hoogte van de historische binnenstad van Harderwijk, een zogenaamde donk (vandaar de naam Donkerstraat). De dekzandrug is tegenwoordig goed herkenbaar aan bijvoorbeeld de spoorlijn die op de rand van dit gebied is aangelegd. Aan de kust bij Hierden, de huidige Meenlanden zijn de voormalige strandwallen herkenbaar. Het gebied daar vlak achter werd voor de afsluiting van de Zuiderzee regelmatig overstroomd door de Zuiderzee en daar heeft zich zeeklei afgezet. In de Stadsgenese (onderdeel van het feitenrelaas) is te zien hoe in de afgelopen eeuwen het gebruik van de bodem afhankelijk was van de draagkracht of eigenschappen van de bodem. Met de technische moge­ lijkheden van vandaag de dag zijn we dat deels kwijtgeraakt met minder duurzame oplossingen tot gevolg. Ten slotte is het stroomgebied van de langste laaglandbeek van Neder­ land, de Hierdense beek opmerkelijk. Het bijzondere van deze beek is dat het een door regenwater (en niet door grondwater) gevoede beek is die over een water ondoorlatende leemlaag zijn weg vindt naar de Veluwerandmeren.

II. Trends en ontwikkelingen Ongemerkt heeft Harderwijk de afgelopen jaren flink aan bouwgrond gewonnen op de Veluwerandmeren. Lorentz haven en Waterfront zijn grotendeels op opgespoten grond gebouwd. Ook Drielanden is gebouwd op opgehoogde grond waarmee de bodemstructuur is gewijzigd. Recent openbaren zich vraagstukken omtrent niet eerder opgemerkte verontreinigingen, zoals pfas, nikkel en arseen waarmee bij ontwikkelin­ gen moet worden rekening gehouden. In tegenstelling tot pfas zijn nikkel en arseen natuurlijke 'verontreinigingen' en komen door uitloging in het grondwater terecht om vervolgens in kwelgebieden weer aan de opper­

Op veel plekken staat nog voormalige agrarische bebouwing met asbest daken die inmiddels in deplorabele toestand verkeren. Deze verontreini­ gen heeft negatieve consequenties voor de volksgezondheid.

III. Beleid in hoofdlijnen Herkenbaarheid en benutten kansen landschappen tot in de stad van Natura 2ŨŨŨ gebieden Veluwe en Veluwerandmeren. Ontwikkelen, versterken en in stand houden van een kwalitatief hoog­ waardige groenstructuur. Het behoud van natuurwaarden, versterking van landschappelijke attractiviteit en betere benutting van de toeristi­ sche potenties; met aandacht voor rust, ruimte en landelijkheid. IV. Bouwstenen omgevingsvisie ^ Bodemgesteldheid geeft geschiktheid aan voor te bepalen doelein­ den. Bijvoorbeeld: bij een meer venige ondergrond of droogmakerij moet je meer doen met ophogen, draineren en andere kunstgrepen wat kostenverhogend werkt en minder duurzaam is. Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ 'Er is een visie nodig op de ondergrond en de bodem....' ^ 'Natuurlijke bodem- en watersystemen moet je hanteren als leidende principes. ^ 'Er is een visie nodig op de ondergrond en de bodem..' ^ 'Natuurlijke bodem- en watersystemen moet je hanteren als leidende principes.

themakaart C water Waterloop met stroomrichting Oppervlakte­ water kering stuw gemaal

HARDEI

waterwinning grondwaterbescherming fluctuatie verhoogd spoorlichaam ûorJ 8

C^3 S* poCa Qj-rt.'

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

C

Water

I. Duiding De belangrijkste waarneming is dat het oppervlaktewater een beweging maakt van de hoge zandgronden van de Veluwe aflopend naar de randme­ ren. Ook in de grondwaterstromen is diezelfde beweging gaande waarbij de grondwaterstand op de overgang van de dekzandruggen het maaiveld dicht nadert en dat kan, onder invloed van weersinvloeden, leiden tot sterke grondwaterfluctuaties. Speciale aandacht gaat uit naar de grondwaterfluctuatiezone. Dit is een zone van gemiddeld een paar honderd breed rondom het Veluwe Massief waar de ontwateringsdiepte voldoende maar kritisch is. Deze zone loopt ook door bebouwd gebied van Harderwijk en Hierden. Provincie Gel­ derland heeft in 2ŨŨ8 via een publicatie het signaal afgegeven dat door verschillende ontwikkelingen verwacht wordt dat de grondwaterstand op de (flanken van de) Veluwe op termijn trendmatig gaan stijgen. Juist in de genoemde zone zou dit tot grondwateroverlast kunnen gaan leiden omdat in deze gebieden de traditionele ontwateringsvoorzieningen (greppels en sloten) ontbreken. In de kaart zijn de belangrijkste watergangen opgenomen. De Hierdense beek is daarin een natuurlijke beek die gevoed wordt door regenwater vanwege een afdichtende leemlaag. Daarnaast stroomt de Beek van de Hoge Geest vanuit Ermelo door Drielanden. Ook is de kaart aangevuld met historische gegevens daar waar het de beek de Sypel betreft.

Deze Veluwse beek is vrijwel verdwenen maar op enkele plekken nog waar­ neembaar. Drielanden en Stadsweiden zijn wijken die worden bemalen en waar overtollig water via het Crescentpark wordt geloosd op de randme­ ren. II.

Trends en ontwikkelingen

Klimaatverandering heeft veel consequenties voor het watersysteem zowel vanwege piekregenbuien als door droogte. Na inpoldering van de Flevopolders in 1968 is de gemiddelde grondwater­ stand structureel gedaald. In het gebied Groot Sypel is deze daling ca. 0,5 wat heeft geleid tot de droogval van de beek Sypel. Ook heeft het geleid tot het uitzakken van waterpeilen in de Diepe gracht, de Friesegracht en de Couperussingel met consequenties voor oevers en beschoeiingen.

Om het oorspronkelijke waterpeil te kunnen handhaven is er gaandeweg een kunstmatig watersysteem ontstaan waarbij middels kleine gemalen (pompen) water van benedenstrooms wordt opgepompt. De opzet is om daarbij zoveel mogelijk gebiedseigen water te benutten. Zoals overtollig kwel- en regenwater uit het singelsysteem van Stadsweiden en Drielan­ den. Bij langdurige watertekorten kan er ook water uit het Wolderwijd worden onttrokken. Droogte in combinatie met hitte kan leiden tot verslechtering van de kwaliteit van het oppervlaktewater terwijl de behoefte aan recreatie in/ op/langs oppervlaktewater toeneemt. Een toenemende onbalans tussen seizoenen: neerslagoverschot t.o.v. neerslagtekort en een toenemende onbalans tussen vraag en beschikbaarheid van schoon zoetwater. Door een hoog nutriëntengehalten in de Veluwerandmeren in combinatie met ecologische factoren moet rekening gehouden worden met een omslag van helder naar troebel oppervlaktewater. Door de opwarming van het oppervlaktewater t.g.v. de klimaatverande­ ring kunne vaker periodes met algenbloei (blauwalg) optreden waardoor het water op dat moment niet geschikt is als zwemwater. III.

Beleid in hoofdlijnen Het waterschap hanteert de principes: water als ordenend principe; schoonhouden en bij voorkeur lokaal verwerken en vasthouden van water (ambitie voor 2Ũ5Ũ: 40% van het neerslagoverschot wordt lokaal vastge­ houden) en partnerschap als watermerk. IV. Bouwstenen omgevingsvisie ^ Het natuurlijk watersysteem als leidend principe hanteren. ^ Wateropvang combineren met andere ruimtevragers zoals sportveldjes, parkeervlakken en hoofdgroenstructuur. ^ Accepteren en anticiperen zomer droog en winter nat ^ natuurlijke dynamiek. Volwassen groen helpt tegen wateroverlast: het houdt water vast op bladeren en laat dat verdampen en neemt geïnfiltreerd water op via de wortels ^ Historische vestinggordel rond binnenstad herstellen voor doorstro­ ming van technisch watersysteem. Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ 'Benut/bescherm de waarden die N2000 (blauw en groen) te bieden hebben...' ^ 'Je moet uitgaan van uitnodigingsplanologie op basis van natuur inclu­ sief en toekomst robuust bouwen.' ^ 'Vergroenen, vergroenen en vergroenen..'

:

themakaart D gro natuur en groen

r- '

Natura 2000/ Veluwe Natura 2000/ Veluwe Randmeer groene ontwikkelingszone Natuurnetwerk

Hierüen

Groene Zoom .utKĽUUrrgroenstructuur

waterlopenin het groen

r**

eefgebied das

A^ enken

V ecoduct vleermuizenroute

ľğčr'.M

-

f?si0 :r" - ;i "'s*.

"j i

‘ï. aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

D

Natuur en groen

I. Duiding De kaart maakt zichtbaar hoe Harderwijk tussen 2 grote Natura2ũũũ ge­ bieden zit. Deze enorme rijkdom geeft ook een zekere harde begrenzing. Het Natuurnetwerk en de groene ontwikkelingszones zijn beleidsmatige begrenzingen en geven een zekere beschermde status aan die gebieden. Met het herstructureren van de Groene Zoom wordt beoogd een meer geleidelijke overgang van het stedelijke gebied naar het omliggende land­ schap te creëren. Het overige stedelijk gebied kent harde grenzen met de omringende natuurgebieden.

II. Trends en ontwikkelingen De openbare of publieke ruimte wordt meer en meer gebruikt door de samenleving. Daar waar eerder de openbare ruimte voornamelijk een verkeersdoel diende, is er een trend waarneembaar waar de publiek ruimte steeds meer voor meerdere doeleinden benut wordt. Zo zie je vaker BBQ's in parken en openbaar groen plekken, zijn er steeds meer stadstuintjes, vinden buurtfeesten en kleine evenementen plaats op verschillende plek­ ken. Natuurlijk in de binnenstad maar ook in de Houtwalgarage, de Bou­ levard, het strandeiland, het Plantagepark, etc. Deels heeft dat te maken met de toename van het aantal woningen met relatief weinig buitenruim­ te. De kwetsbare natuur van de Veluwe staat onder grote druk van stikstofdeposities. Het was al bekend dat een natuurlijke omgeving mentale problemen kan voorkomen en herstel na ziekte kan versnellen. De Corona crisis ons veel bewuster gemaakt van de positieve en helende waarde van natuur. Aan de andere kant zien we een beweging om de bewoonde gebieden te gaan verdichten. De keerzijde van de behoefte aan contact met de natuur is de druk en de onrust die de menselijke bezoekers uitoefenen op deze gebieden en de natuurlijke bewoners daarvan. Met het concept 'Samen kleuren we de stad' hebben we in Harderwijk ge­ zien dat mensen bereid zijn en het zelfs leuk vinden om het groen in hun omgeving te beheren en kleur te geven.

Met de transformatie van recreatieparken naar woongebieden heeft het stedelijke gebied een stap richting de ons omringende natuur gezet.

III. Beleid in hoofdlijnen Natura2000 gebieden zijn beschermd. Gelders Natuur Netwerk heeft een beschermde zij het iets lagere status. Bijzondere particuliere bomen zijn beschermd via de bomenlijst (aangegeven door sleutelfiguren). Straat van de toekomst (een nieuwe werkwijze met een geïntegreerde aanpak bij groot onderhoud/reconstructie van bestaande straten en wegen). Eco­ systemen beschermen, herstellen en duurzaam gebruiken en biodiversi­ teit behouden en vergroten. IV. Bouwstenen omgevingsvisie Een hoofdgroenstructuur: ^ Geeft lucht een koelte aan de verstedelijkte omgeving en biedt kansen bij problemen als hittestress en wateroverlast. ^ Biedt mogelijkheden voor sporten, bewegen en spelen: beweegroutes; obstackle run; trimbaan; routes met beweegtoestellen. ^ Biedt kansen voor ontmoeting en buurtactiviteiten (w.o. Samen kleu­ ren we de stad). Dit kan weer een positief effect hebben op de sociale cohesie en eenzaamheid tegengaan. ^ Biedt ruimte voor culturele wijkevenementen. ^ Bevordert biodiversiteit in Veluwe en stad ^ Vermindert de barrière tussen stad en Veluwe, er is nu weinig echte natuur in de stad ^ Reguleert toeristische druk stad en Veluwe, De kwetsbare natuur van de Veluwe staat onder grote druk van stikstofdeposities. Er is nu te weinig uitloopgebied rond de stad.

Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ 'Stadsmoestuinen: Bewoners hebben ongeveer 190 buurtinitiatieven gestart, 130 geveltuintjes en 35 buurtmoestuinen aangelegd...' ^ 'Onze leefomgeving kent naar ons idee vier grote uitdagingen: de afbouw van het gebruik, zonder hergebruik, van eindige bronnen (zoet water, fossiele brandstof, fosfaat en ruimte 8l rust), het stoppen van de opwarming van de aarde of op zijn minst een aanpassing aan de gevol­ gen ervan' ^ 'Het behoud en herstel van biodiversiteit (de diversiteit in letterlijke zin, maar vooral ook de omvang van 'natuur' en natuurlijke processen), ^ Het behoud van onze gezondheid'.

themakaart E klimaat v

rv

*

.

Hitte- eiland gebied

a::s *T''çSS

locatie wa­ teroverlast zone gevoelig verdroging HARDERWIJK

iVöldwwÿd

ļį Hulstiũrstei2ai\ď*į

?,*iaiëOTR8 HARDERWIJK Ĵįĝ

___

Zeewolde

,

'ý'

-

ŵ

\ ,

-

natuurbrandkans risico

.

-'. ř.'Ŵ ~

ondiep grondwatergebeid

-

/;V

r 'välBI

1"7» ,-

mį Ē ’ří

■o.’’ "

Z

“ /.“Z

fi-*-» " * J

t

Ňi'1 \

'

- '

' '

\

; L--;;-. . u,* \

ļ

,: ‘

|R

Į

gevoelige locatie natuurbrand

.

~

ř

í

'^Ä T,; ur-L . „ .1' - L

ŵf \ ’

ì® 1\

\

J - r... . '.s.

~' ' /V^

y ]į"Y';y

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

E I.

Klimaateffecten Duiding

Overstroming: Onze gemeente is niet erg kwestbaar voor overstoming door het buiten de oevers treden van oppervlaktewater. Wateroverlast: Er zijn diverse locaties waar forse wateroverlast bij extreme neerslag kan ontstaan vooral op een aantal locaties langs de spoorlijn. Met name onderdoorgangen (verdiepte ongelijkvloerse kruisingen van wegen en spoorlijn) zijn kwetsbaar. De maximale schaal (oppervlak en waterdiepte) die daarbij kan ontstaan is echter niet direct alarmerend. Droogte: De kans op onbeheersbare natuurbranden toe. Tijdens langdurige pe­ rioden met neerslagtekort (meer verdamping dan neerslag) neemt het verbruik van oppervlaktewater, grondwater en drinkwaterverbruik fors toe. Er is daarom zorg over de leveringszekerheid van drinkwater. Hitte: Het gehele bebouwde gebied wordt tijdens een hittegolf duidelijk warmer dan het omliggende buitengebied. Er is echter geen sprake van duidelijke hitte-eilanden, maar toch kan het in de binnenstad, sommige wijkcentra en bedrijventerreinen tijdens een hittegolf flink heet worden. Een ander gevolg van de stijging van de gemiddelde temperatuur in Nederland is het opschuiven van de klimaatzones is de toename van soorten insecten die gevaarlijke ziekten kunnen overdragen knutten, muggen en teken). Door sterkere opwarming van het oppervlaktewater zal vaker blauwalg en botulisme optreden. II.

Trends en ontwikkelingen

De gemiddelde jaartemperatuur in het gebied Vallei&Veluwe is de afgelo­ pen eeuw sneller gestegen dan wereldwijd. Er worden meer zeer warme dagen/nachten en minder vorstdagen en vaker hittegolven die langer kunnen aanhouden, verwacht. Daardoor is er meer opwarming van het stedelijk gebied dat 's nachts maar langzaam afkoelt met hittestress ten gevolge.

Meer regenval vooral in winterhalfjaar, meer extreme droogte afgewisseld met extreme regenbuien vooral in zomerhalfjaar; Droogte in combinatie met hitte kan leiden tot verslechtering van de kwa­ liteit van het oppervlaktewater terwijl de behoefte aan recreatie in/op/ langs oppervlaktewater toeneemt. Een toenemende onbalans tussen seizoenen: neerslagoverschot t.o.v. neerslagtekort en een toenemende onbalans tussen vraag en beschik­ baarheid van schoon zoetwater (drink- en irrigatiewater). III. Beleid in hoofdlijnen Voorbereiden op de effecten van klimaatverandering. Broeikasgassen terugdringen. Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de produc­ tieketens verduurzamen en kringlopen sluiten. IV. Bouwstenen omgevingsvisie De kaart is te gebruiken bij herstructureringsopgaven, waar gezocht kan worden naar geïntegreerde oplossingen om hitte tegen te gaan en te an­ ticiperen op extreme regenval. Dit zullen leidende principes moeten zijn die voorwaardelijk zijn voor ontwikkeling. Bij beheer bosgebied rekening houden met bosbranden Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ 'Klimaatadaptief bouwen en inrichten biedt ook een kans om van ge­ bieden aantrekkelijke leef- en vestigingslocaties te maken met meer groen en ruimte voor water in de bebouwde omgeving en voor meer innovatieve bouwvormen.

Hiermee worden ook andere doelen dan klimaatadaptatie gediend, zoals een gezonde en veilige leefomgeving, biodiversiteit en het verhogen van de kwaliteit van de fysieke leefom­ geving.... ' ^ 'Koppel de opgave voor klimaatadaptatie aan warmtetransitie....' ^ 'Claim bij iedere ontwikkeling een te bepalen percentage voor groen/ blauwe structuren..' ^ 'Zorg voor ambassadeurs voor klimaatadaptatie..' ^ 'Natuurinclusief bouwen.' ^ 'Zorg voor ambassadeurs voor klimaatadaptatie.' ^ 'Klimaatadaptief bouwen en inrichten biedt ook een kans om van ge­ bieden aantrekkelijke leef- en vestigingslocaties te maken met meer groen en ruimte voor water in de bebouwde omgeving en voor meer innovatieve bouwvormen...'

' -t\*. -:’ 'J3®

İ

- -’

«ŴM v' ïg!5ä*r

āä3^

V*v

II DE ALLIANTIE VAN BEBOUWING EN IN­ FRASTRUCTUUR

I

Met de alliantie van bebouwing en infrastructuur bedoelen we mensen, organisaties en/of instellingen, die zich bezighouden met datgene wat we in de fysieke omgeving hebben aangelegd, gebouwd om daarmee in de behoeften van de samenleving te voorzien. Toelichting indeling themakaarten F Bebouwde omgeving G Infra bovengronds H Nutsvoorzieningen I Economie en voorzieningen J Maatschappelijke voorzieningen en zorg K Bewegen en sport L Milieu M Erfgoed en archeologie Het overgrote deel van deze alliantie bebouwing bestaat uit woningen en gebouwen. Daarnaast nemen infrastructurele werken veel ruimte in. Ons gebruik van die gebouwde en aangelegde voorzieningen heeft con­ sequenties voor het milieu en dus onze omgevingskwaliteit. Dit is terug te vinden op de milieukaart. Veel minder zichtbaar zijn de ondergrondse infrastructuur en de verwachting van archeologische vondsten. Erfgoed en monumenten tenslotte is dat deel van de gebouwde omgeving welke we inmiddels een bijzondere (historische) waarde toekennen.

themakaart F bebouwing

koop

paticuliere huur

sociale huur Huifden

* -z*' " "l sêgÇŠŞf{ í îr - z a

ft

r

verspreide bebou­ wing

U. Gv

Ä'' . ® \tv4p A vs c Ŵ5É# , r, Ü'ŵ, ÿ r»sś i. r--i

recreatiepark

ļ\«#ļâ

üf ;

4S«rz,f^ «fŵii

bedrijfsterrein

mogelijk functiever­ lies

ėex'îfį îlr^; KJŬişŞS

buurgemeenten

®Ä®Äc x Mŵls&ï V»" W ļ»^ixrs:ĩí'

Erniėlo,

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

F

Bebouwing

I. Duiding De kaart van de bebouwing geeft alle bebouwing weer gebaseerd op de Basisadministratie gemeenten (BAG). Dit betreft woningen, te onder­ scheiden in meergezinswoningen (appartementen) en eengezinswonin­ gen en in (sociale)huur of koop. Met de transformatie van de vakantiepar­ ken Ceintuurbaan en Slenk&Horst is een sprong over de A28 gemaakt. Ook Hierden Bosch is gegroeid met de voormalige parken Dennenhoek en Onze Woudstee. Daarnaast zijn de diverse bedrijventerreinen zichtbaar. Deze zijn verdeeld in bedrijventerreinen gericht op de consument, bijvoorbeeld auto en caravan/camper verkoop en perifere detailhandel van met name bouw­ markten. II.

Trends en ontwikkelingen

De verstedelijking van de gemeente is groot, de druk op de waardevolle landschappen van de lage en de hoge enk neemt toe, aan de randen wordt 'geknaagd'. Dat komt mede omdat het agrarisch gebruik afneemt. Er is ook een trend van verdichting in de stad waarneembaar. Kleine kantorenlocaties of bedrijfsterreinen zijn inmiddels getransformeerd naar woonlocaties, diverse kerken zijn gesloopt waarvoor ook steeds woning­ bouw in de plaats is gekomen en langzamerhand gaat de verstedelijking de hoogte in en worden steeds vaker plannen voor hoogbouw ingediend. De vraag naar ontwikkelingsmogelijkheden is hoog en de ruimte schaars en bedacht moet worden waar de uitbreidingsruimte gezocht moet worden: de laatste agrarische gebied, verdichten en/of hoger bouwen of oplossingen zoeken buiten de gemeentegrenzen. Ten slotte raken de bedrijventerreinen in hoog tempo vol. III. Beleid in hoofdlijnen Een zo hoog mogelijk beeldkwaliteit realiseren en in stand houden in van monumentale en landschappelijke waarden in Harderwijk. IV. Bouwstenen omgevingsvisie Overzicht van al het ruimtelijk gebruik maakt duidelijk dat het einde van de mogelijkheden voor groei in zicht komen en daarmee wordt duidelijk dat de gemeente met buurgemeenten Ermelo en Zeewolde de komende

jaren de mogelijkheden moet verkennen voor doorontwikkeling van de regio. Pijnpunten: ^ Woonvoorraad op orde om groeiende bevolking te faciliteren ^ deelgebieden Harderwijk staan (te veel) op zichzelf ^ Verbinding station en binnenstad, kwaliteit stationsomgeving ^ verloedering van buurten tegengaan ^ bedrijventerreinen meer efficiënt inrichten, delen faciliteiten, cir­ culaire gronduitgifte? ^ Gebieden met (mogelijk) verlies aan functie: Eendengebied, Kra­ nenburg Noord, Nieuw Weiburg, Dolfinarium, Drielanden Noord, Welkoopterrein. Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ 'Geef duidelijke kaders mee voor nieuwe ontwikkelingen...' ^ 'Je moet ontmoetingsruimte creëren en daarmee commitment met de samenleving t.b.v. Sociale cohesie.' ^ Je kunt plekken bebouwen die niet voor de hand liggen zoals zijkanten van appartementengebouwen om daar een circulair gebouw te ont­ wikkelen.'

Ik /\

4N\\

A X A

nía y*ľÄ'

HÁŔDEŖvV ip

y* w

\

Horst

áġSà

/A JUs- . i

Ermelo

M Emiėlo V'

aan deze kaart kU^nen geen rechten worden ontleend

G

Infra bovengronds

I. Duiding Zichtbaar zijn uiteraard de belangrijkste autoverbindingen A28, N3Ũ2 en N3Ũ3 die ons met de omringende gemeenten of regio's verbinden. De (auto)verkeersinfrastructuur is deels een van oudsher bestaande structuur, min of meer gericht op de stadpoorten van de oude vesting Smeepoort, Luttekepoort en Grote Poort herkenbaar aan het tracé van de Zuiderzeestraatweg. In 19532 werd de Verkeersweg als by-pass aange­ legd en werd daarmee de (binnen)stad ontzien qua autoverkeer. Inmiddels is de Verkeersweg de belangrijkste verbinding geworden, samen met de Westermeenweg als doorgaande verbinding (of sluiproute) vanuit Ermelo/ Putten naar Hierden en Flevoland. Ook de route via de Vitringasingel en Burg. De Meesterstaat fungeert als zodanig. Deze routes worden lokaal meer gebruikt dan via de A28^eintuurbaan en N302 waardoor het ver­ keer tijdens de spits op verschillende punten in de stad vastloopt. . De Deventerweg/Hoofdweg is een andere belangrijke doorgaande route maar hier wordt het oponthoud veroorzaakt door de gelijkvloerse over­ gang met het spoor. II.

Trends en ontwikkelingen

Mobiliteit neemt elk jaar toe. Ook de vorm van vervoer verandert snel. Opvallend is met name het elektrisch vervoer. Dat gaat over volledig elek­ trisch aangedreven auto's, hybrides, elektrische fietsen, scooters, pedelecs, scootmobielen. Ook op toeristisch gebied is er een toename te zien van verschillende mobiliteitsvormen. SOS-events verhuurt bijvoorbeeld Segways, (elektrische) steps en mountainbikes. Hieruit blijkt ook dat op het gebied van mobiliteit Nederland, en dus ook Harderwijk snel verandert. Dat betekent iets voor het aantal 2e auto's, de parkeerbehoefte, de behoefte aan oplaadpunten, het elektriciteitsnetwerk, etc. Landelijk is de discussie gaande over de noodzaak om de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom te verlagen naar 3Ũ km/u. Ten slotte zijn partijen zoals de NS concepten aan het uitdenken van een deur tot deur vervoer volgens het Mobility as a service- principe. III. Beleid in hoofdlijnen Harderwijk beter, goed, duurzaam en veilig bereikbaar maken voor alle vervoerssoorten: gemotoriseerd verkeer, fietsverkeer, voetgangers, openbaar vervoer en vervoer over water.

Verkeersveiligheid verhogen door een goede, veilige en schone gemeen­ telijke verkeersinfrastructuur. Doorgaan met inrichten van het wegennet conform de principes duurzaam veilig. Verkeersveiligheid rondom scho­ len krijgt specifieke aandacht. IV. Bouwstenen omgevingsvisie ^ ^ •

Automobiliteit inruilen voor wandelen en fietsgebruik OV voorzieningen opwaarderen Openbare ruimte en fietspaden meer uitnodigend maken voor bewe­ ging ter versterking gezondheid lichamelijk en psychisch, sociaal veilig maken (ook 's avonds) • Parkeeroverlast voorkomen • Niet voorbereid op elektrisch rijden (themakaart • te veel automobiliteit in binnenstad ^ Barrière werking A28/N302 ^ Terugdringen CO2 en fijnstof emissies

Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ '(Auto)verkeer zit ons in de weg dus meer inzet op fietsgebruik...' ^ 'Deelmobiliteit als vast onderdeel van het programma..' ^ 'Jongere generaties hechten minder waarde aan autobezit, maar kie­ zen voor flexibele vormen van mobiliteit.. ^ 'Fietspaden breder (conflicten met flora en fauna in buitengebied), vanwege toenemende drukte en fietsers in twee richtingen met steeds hogere snelheid. .'

r

themakaart H Nutsvoor­ zieningen

Lo

Hoogspanning

Aardgas> 40 bar

Hoofdriool

\v*

Riool verbeterd gescheiden

O \«*

Hýśhņŕsterr/ń,

Riool gemengd

Rioolgemaal /jpFC-

Nooduitlaat

centrale riooloverstort op Veluwemeer RZWI .-ÿŕ- ŵ

T'j-'r

Verdeelstation

Ērmeló

V-"- «

.''liyVįjįĩï'.ļĩ.Ç~ļj

ļíŞgįfjį: aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend ——

H

I.

Nutsvoorzieningen

Beperkingen capaciteit elektriciteitsnetwerk

Duiding

Op de kaart zijn de belangrijkste infrastructurele nutswerken te zien waaronder hoogspanningsleidingen, hoofdgastransportleidingen, hoofd­ riolen, etc. inclusief vrijwaringszones. Ook is de RWZI aangegeven. De fijnmazigheid van het net is op deze kaart niet waarneembaar omdat de kaart onleesbaar zou worden. In iedere straat liggen kabels voor elektrici­ teit, glasvezel voor telefonie, internet en TV, leidingen voor gas, drinkwa­ ter en riolering Bij een gescheiden rioolstelsel wordt het regenwater niet (of deels) gemengd met het afvalwater van huishoudens en bedrijven en direct geloosd op oppervlaktewater. Bij duurzaam gescheiden stelsel wordt het regenwater lokaal verwerkt door infiltratie in de bodem. II. Trends en ontwikkelingen Vanwege de energietransitie zal er meer vraag komen naar warmte/koude-opslag systemen of het gebruik van aard- of bodemwarmte. Bij een grote dichtheid aan bodemenergiesystemen kunnen ze elkaar gaan beïn­ vloeden (interferentie). Tevens bestaat het risico dat de bodemlussen van de systemen een (verticale) verspreiding van bestaande bodemveront­ reinigingen kunnen veroorzaken, wanneer door een verontreiniging heen geboord wordt. Het transformeren naar gasloze wijken betekent ook dat het bestaande netwerk voor aardgas overbodig lijkt te gaan worden. Toch wordt er geëxperimenteerd met Cv's op waterstof.

Deze techniek staat echter nog in de kinderschoenen. De druk op het elektriciteitsnetwerk neemt toe en kan de capaciteitsgrens bereiken vanwege de toename van zonnepanelen op daken III. Beleid in hoofdlijnen Een goed woon- en leefmilieu buiten de woning of werkplek als het gaat om lucht, water- en bodemkwaliteit, geluidskwaliteit en externe veilig­ heid. IV. Bouwstenen omgevingsvisie Veiligheid boven alles. Mogelijkheden voor de energietransitie.

Wat vinden sleutelfiguren ervan? * 'De uitdaging is nu om de wijken aardgasvrij te maken. Het is een kans om deze opgaven te koppelen aan de herstructureringsopgave van bijvoorbeeld Liander, waarbij de ondergrondse infrastructuur bin­ nenkort afgeschreven zal worden en aangepakt dient te worden voor de toekomst. Dan kan ook meteen de openbare ruimte meegenomen worden. Timing, afstemming en wijkgerichte aanpak is van belang...'

themakaart I Economie en voorzieningen Centrum en directe omgeving: concen­ tratie horeca, win­ kels, verblijfsrecreatie

Hulshorst

I

I

— Hìerdėn

Bedrijfsterrein/ consumentgericht Bedrijfsterrein/ productiegericht

Q

HARDERWIJK HtJshorster

Winkelcentrum of supermarkt Kantoorlocatie

o

ţ

Horeca (cafe, lunch­ room, theehuis. , restaurant, snackbar)

O

Verblijfsrecreatie : hotel, hotel. bun galow, B&B, camper

Zeewolde

SĈŴ&Ï,

■Aļfpfcŕ

įv. «r:

IM

Mm camping

\.

tĩ

■■I

,\ Horst .

Ermelt

ĵ Ermelo

: i'.'ŕ, \ ' aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

toeristische hotspot

I

Economie en voorzieningen

I. Duiding Harderwijk beschikt over een groot aaneengesloten regionaal bedrijven­ terrein Lorentz. Het laatste deel Lorentz III raakt inmiddels ook aardig vol. Het bedrijventerrein is goed ontsloten en per schip goed bereikbaar. Tonsel is gericht op auto's, boten, caravans (ABC) en perifere detailhan­ del. Voor dat laatste is ook de locatie aan de Deventerweg en de Harder bedoeld. Winkelcentra zitten goed verdeeld over de gemeente. Kantoren zitten wat verspreid over de stad maar is voornamelijk lokaal gericht. Drielanden Noord is nooit goed van de grond gekomen als kantorenlocatie vanwege de slechte bereikbaarheid. II. Trends en ontwikkelingen Circulaire economie, slimme maakindustrie zijn in opkomst. Ook is de markt voor toerisme groeiend. Groeiende behoefte aan werk/woon com­ binaties, onder meer voor start-ups. Een verwacht tekort aan bedrijven­ terreinen en een tekort aan personeel in veel sectoren. Een winkelgebied wordt van een place to buy een place to be. De consument is door de opkomst van internet beter op de hoogte van producten en prijzen (verge­ lijken) en er zijn meer producten snel beschikbaar. De verkoop via inter­ net groeit nog steeds. De regionale detailhandelsfunctie van Harderwijk wordt minder, het aanbod is tegenwoordig niet veel anders dan het aan­ bod in buurgemeenten.

Tegenwoordig is winkelen meer een dagje uit en zijn mensen bereid om verder te reizen en meer (parkeer)geld te betalen om een totaalaanbod winkels te hebben. Versterking positie repair café's, recycling e.d. III. Beleid in hoofdlijnen Harderwijk is de werkgenerator van de regio, door: 1. Groei van de totale werkgelegenheid. 2. Hoger gemiddelde opleidingsniveau. 3. Versterking van de centrumpositie van Harderwijk in de regio. Versterken van de economische structuur waarbij het dan gaat om groei van de werkgelegenheid, het verbeteren van het vestigingsklimaat voor bedrijven en de bereikbaarheid en het versterken van het economisch profiel. Harderwijk wil de huidige structuur van de dagelijkse verzorging verder versterken. Harderwijk is het meeste gediend bij een primaat op de bin­ nenstad als het gaat om het verwezenlijken van de regionale ambitie voor detailhandel, en op versterking van de huidige wijkstructuur als het gaat

om de lokale ambitie. Alle andere keuzes dienen hieraan ondergeschikt te worden gemaakt. Nieuwe kantoorontwikkeling moet passen bij de aard en omvang van de Harderwijkse kantorenmarkt: een focus op de ontwikke­ ling van kleinschalig en uniek aanbod waar gebruikers een eigen identiteit aan kunnen verbinden. Inzetten op marketing van Harderwijk. Harderwijk wordt op regionaal en nationaal niveau bekend gemaakt als een dynamische, middelgrote, cu­ linaire Hanzestad met een historische binnenstad aan het water, met de Veluwe als achtertuin en het Dolfinarium als nationaal bekende attractie. De havens vormen de ontvangstkamer en het visitekaartje van Harderwijk en zijn daarmee vanuit toeristisch oogpunt van belang. IV. Bouwstenen omgevingsvisie ^ Transformatie winkelgebieden • Dagrecreatie bevorderen • Dolfinarium doorontwikkelen • Kortdurende verblijfsrecreatie (Hotel, arrangementen)

Henk: Ik mis de hele toeristische sector. Misschien een themakaart I2? Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ 'Je zou een platform moeten creëren voor ontmoeten/startups, in­ cubators door voorzieningen zoals een theater.... ' ^ 'De overheid moet faciliteren; het initiëren moet je verder aan de markt laten (vb strandeiland)...' ^ 'Je zou Bouwend Nederland moeten verbinden met Techniek Acade­ my, Veluweportaal, FIBT....'

themakaart J Maatschappelijke voorzieningen en zorg G

Gemeente (G), Brand­ weer (Br), Bibliotheek (Bi)

d

Ziekenhuis

El

V

Huisarts en gezond­ heidscentrum

O

Buurthuis

A

Kerk

A

Moskee

Br

School: B; Basisschool O: Overig

©

Volkstuin

A ontmoetingstuin

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

J

Maatschappelijke voorzieningen en zorg

I. Duiding De kaart geeft de gebouwde maatschappelijke voorzieningen weer be­ doeld als educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbe­ schouwelijke voorzieningen. Deze kaart moet in relatie worden gezien met de kaart P, Gezondheid. Basisscholen zijn goed verdeeld over de stad. Het voortgezet onderwijs is geconcentreerd in een straal van 500 meter rond het station. Huisart­ sen zijn redelijk verdeeld over de gemeente, alsmede multifunctionele accommodaties (MFA's). Kerken zijn met name gesitueerd in en rond de binnenstad en de historische structuren. In naoorlogse wijken valt op dat iedere wijk een of twee kerkgebouwen heeft. De wijk Drielanden heeft een nieuwe kerk, de Regenboogkerk. De wijk Stadsdennen kent 2 mos­ keeën.

II. Trends en ontwikkelingen Inmiddels zijn de afgelopen jaren al 4 kerken gesloopt die hebben plaats­ gemaakt voor woningbouw. De terugloop van het ledental van kerken zet door. De verwachting is dat meer kerkgebouwen hun functie zullen verlie­ zen. MFA's worden omgevormd tot positieve gezondheidscentra. Hier ligt de nadruk op ontmoeten, inspireren en bewegen teneinde de gezondheid van mensen te bevorderen en de druk op de zorg te verlagen. We staan aan de vooravond van de vergrijzingspiek die wordt veroorzaakt door de babyboomgeneratie Een steeds groter deel van de categorie 65+ wordt dus 80 jaar of ouder. Er is sprake van een dubbele vergrijzing. Met het stijgen van de leeftijd neemt ook het aandeel mensen met beper­ kingen in gezondheid en mobiliteit toe. En er is sprake van een toename van het aantal mensen met (meerdere) chronische ziekten, waaronder dementie en van het aantal eenpersoonshuishoudens die leven in bestaansonzekerheid of eenzaamheid. Tegelijkertijd zien we een afname van de beschikbaarheid van mantelzorgers. In dat licht is de opkomst van een behoefte aan leefgemeenschappen met een georganiseerd omzien naar elkaar zoals een Knarrenhof begrijpelijk. III. Beleid in hoofdlijnen Het beleid is gericht op het voorkomen van een zorgbehoefte of wel het bevorderen van zelfredzaamheid van individuen of groepen van mensen.

Dit doen we allereerst door in te zetten op ontmoeting en het stimuleren

van 'meedoen' in de buurt en wijk. Dit kan de sociale samenhang in de sa­ menleving versterken, maar heeft ook positief effect op het welbevinden van individuele inwoners. Daarnaast zetten we in op ondersteuning en zorg nabij, en de informele zorg in de eigen omgeving te faciliteren. Draagkracht en voorzieningenniveau van de buurt meenemen in de af­ weging voor toewijzing aan bewoners met een zorg- of ondersteuningsvraag. Bestaande woonzorgcentra waar mogelijk behouden. In vergrij­ zende woonwijken en rond woonzorgcentra let de gemeente extra op de toegankelijkheid van gebouwen en openbare ruimte. Marktpartijen worden gestimuleerd om grondgebonden, rolstoel toe- en doorgankelijke woningen te ontwikkelen in het middeldure koopsegment en woonconcepten te ontwikkelen in het middeldure huursegment met een hoger toegankelijkheid niveau. Initiatieven voor gebouwde maatschappelijke voorzieningen liggen meestal niet bij de gemeente uitgezonderd MFA's en/of positieve gezond­ heidscentra. IV. Bouwstenen omgevingsvisie ^ Welke ingrepen in de fysieke omgeving zijn nodig om de vraag naar zorg te doen afnemen. Dit kunnen ingrepen zijn die mensen stimuleren te stoppen met roken of overmatig alcoholgebruik, uitnodigen om te bewegen of de sociale cohesie in buurt of wijk bevorderen. Bekeken moet worden in hoeverre (maatschappelijke) voorzieningen moeten worden toegevoegd in welke wijken.

Positieve gezondheidscentra bevorderen de sociale cohesie met preventieve inzet op een gezonde levensstijl. ^ Een betere woondifferentiatie in de wijk waardoor er een betere sprei­ ding over de stad ontstaat en een helpende omgevingook tegen de zogenaamde 'witte vlucht' in scholen. Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ 'Er is visie nodig om autoverkeer te verminderen en fietsverkeer te stimuleren...' ^ ' Samenleving meer vertrouwen geven: high trust, low tolerance.......... ^ 'Ik zou wensen dat verenigingen betaalbare activiteiten kunnen aan­ bieden, nu kan alleen ZorgDat dit..' ^ De gemeente zou een visie op multifunctioneel gebruik van scholen voor naschoolse opvang moeten hebben. ^ 'Je zou multi-disciplinaire wijkteams moeten hebben.'

themakaart K Bewegen en sport

Hulshorst

Q ©

Zwembad

Sportcluster

®

Sporthal

®

Gymlokaal en sportzaal Manege

HARDERWIJK

\

D

Tennis

Ē

Skate

/V

Zeewoldf

0 o r

■'A-ïú

o

Trimbaan Dagrecreatie

Watersport: roei, zeil en surf

kunstgrastrapveld Speelplek

o

\

aangewezen zwemlocatie open water beweegroutes

fietsknooppunten Emrelo

a^n deze kaart kuqnen geen Rechten worden ontreend i

K

Bewegen en sport

I. Duiding Er zijn in Harderwijk vier duidelijke sportclusters: Parkweg, Strokel, Slingerbos en het sportcluster Rumels. Daarnaast zijn er meerdere bui­ tensportaccommodaties waaronder maneges, tennisbanenn, en diverse sportzalen en gymlokalen. In de openbare ruimte bevinden zich beweegroutes, MTB-routes, fietsknooppuntenroutes, een trimbaan, een mudrun, een pumptrack en ijs-, skeeler- en skatebanen. Ook is er veel watersport met roeiverenigingen en sup-, zeil-, en surfmogelijkheden. Ten slotte is er veel sport- en spelgelegenheid met diverse speeltuintjes en (kunstgras) trapveldjes. II. Trends en ontwikkelingen De trend van individualisering vraagt om een ander gebruik van de open­ bare ruimte. Door het gebruik van social media kunnen mensen steeds makkelijker afspraken maken om te sporten en prestaties vergelijken met elkaar. Recreatie en sport gaan steeds meer door elkaar heen lopen. Er is een toenemend gebruik van de openbare ruimte voor sport en bewegen. Minder mensen zijn bereid veel tijd te stoppen in de sportvereniging. De toenemende vergrijzing vraagt meer aandacht voor een actieve en gezon­ de leefstijl voor senioren. III. Beleid in hoofdlijnen Sportvoorzieningen vormen een basisvoorwaarde om te kunnen sporten en bewegen.

Het bevorderen van meer sportvoorzieningen is belangrijk omdat vanwege meer vrije tijd er een groeiende behoefte is aan beste­ ding van vrije tijd, waaronder sportieve activiteiten. Sporten en bewegen voor iedereen betekent dat er naast de aandacht voor jeugd, ook aan­ dacht voor volwassenen en senioren is. Binnen deze doelgroepen is er regulier aanbod voor iedereen. Er is ook aandacht voor het bieden van sportfaciliteiten aan inwoners in kwetsbare situaties. Versterken van de vier sportclusters. Deze open sportparken kunnen een bredere maatschappelijke functie vervullen in hun omgeving. De gemeente Harderwijk ondersteunt sportverenigingen om zich te ontwik­ kelen naar een open club om zo een ontmoetingsplek te zijn voor zowel leden als voor andere bezoekers en/of buurtbewoners met activiteiten die bijdragen aan welzijn, gezondheid en participatie van burgers in de direc­ te omgeving.

IV. Bouwstenen omgevingsvisie Sportvoorzieningen hebben een onderschatte waarde in de samenleving. Verandering naar een gezonde (en dus meer sportieve) leefstijl kan voor verschillende doelgroepen van vitaal belang zijn. Wat vinden sleutelfiguren ervan? * Een openbare ruimte creëren waar bewegen normaal en overal moge­ lijk is. Streven naar toegankelijkheid, uitstraling en groene omgeving ook rondom sportparken. Dus een sportieve uitdagende beweegomgeving.... * 'Je zou een groot sportcomplex met accommodatie voor algemene binnensport moeten creëren.. Sportverenigingen kunnen dan sa­ menwerken om verschillende sporten voor kinderen tot 12 jaar aan te bieden, waarna deze kinderen kunnen doorstromen naar een club/ sport van hun keuze. Daarmee ontstaat ook beter zich op hun talenten en daarmee het plezier....'

themakaart L Milieu Geluid slecht > 55 dB matig ^5dB

Fijnstof

___ raapje

hoog gehalte: > 20 microgram PM10/ M3 )

—

matig gehalte < 20 microgram PM10/ M3 )

rz/A

'wsosrr--'‘ j

HARDERWIJK

PM

j

Verontreinigingen

Zeewòļde

r#

bodem- en grond­

*M Bá

water

MWI

\

ĪM /BZįĮ

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

L

Milieu

I. Duiding In de kaart is zichtbaar de hoge geluidsoverlast langs alle drukke wegen en op de diverse bedrijventerreinen in Harderwijk. Het niveau geluidsbe­ lasting is daar meer ^5 db slecht. In heel Harderwijk en het grootste deel van Hierden is die overal op het niveau 'matig'. Ook ondervindt het hele stedelijke gebied last van fijnstof waarbij met name het gebied rondom de intensieve veehouderij last heeft van een hoog gehalte ^2Ũ microgram PMIŨ/mő). II. Trends en ontwikkelingen Toename geluidsoverlast door 24-uurs economie. Toename van wijk- of huisgebonden installaties zoals warmtepompen en airco's veroorzaken meer geluidsbelasting; Door de grote vraag naar woningen zal naar alle waarschijnlijkheid de vraag naar bouwen op milieubelaste locaties toenemen. De toename van elektrisch vervoer stimuleert het fietsgebruik en ver­ laagt emissies door de toename van het aantal elektrische 'voertuigen op de weg met mogelijk ook gunstige effect op geluidsoverlast. III. Beleid in hoofdlijnen Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving door het creëren en behouden van een goed woon- en leefmilieu (een goede lucht-, water-, geluid- en bodemkwaliteit, geen overschrijding van de normen voor exter­ ne veiligheid). Het aantal inwoners dat hinder ondervindt van één van deze aspecten mag in beginsel niet toenemen. Hier is een link met het Schone Lucht Akkoord.

Door meer fietsen te stimuleren, minder uitlaatgassen in de stad (tevens link met gezondheid). Auto's weren in de (oude)binnenstad. Milieuzones instellen voor dieselauto's van voor bepaald jaartal en met name rond scholen.

IV. Bouwstenen omgevingsvisie ^ Milieuhinder geluid, stikstof autoverkeer, oa snelweg (themakaart Landbouw te weinig natuurinclusief ^ A28: ondertunneling. verbinding met Veluwe Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ 'In de visie aandacht besteden aan de aanpak om geluidsoverlast bij woningen te verminderen door bv airco's en warmtepompen.... ' ^ 'De gemeente zou parkeervoorzieningen moeten verminderen i.p.v. intensiveren om daarmee het autogebruik te verminderen en daarmee de luchtkwaliteit te verbeteren....' ^ 'Je kunt de leefomgevingskwaliteit verbeteren door compensatiepakketten ruisende bomen, klaterde watervalletjes etc.... ' ^ 'Als je de A28 verdiept aanlegt kun je daaromheen /overheen bouwen, je haalt de drempel naar de Veluwe weg en je gaat geluidsoverlast en emissies tegen...'

themakaart M

I

erfgoed en archeologie Rijksbeschermd stadsgezicht Vestingwerk en stads­ muur Zuiderzeestraatweg en verkeersweg (bypass) Boerderijen

M i-ifi,-ii

spreng en beek

Begraafplaats Slingerbos

fS^fg ÄlSs?

landgoed/ buiten­ plaats

‘■v ÍV;įí?ÍŹŵ z

i.

í

t.

į

watermolen

y

i

restant watermolen

V «ft IÄ Hoge archeologische verwachting

SV I 1 'ŵ*.

concentratie arch vindplaatsen

^.,Z- ,

a

Bos

ì i-;

- ŕ'

[Ġ'SìTļeerïfe-

Emrèlo

ž|ŝfå||ļĮş’

«ô,

Ermelo

■^A, .

^ľ^ï’

Ir

aan deze kaart kunnen geen

vpţź

arch monumenten (waarde is hoog en zeer hoog)

ģmm

j

■X;:-äî?Ĵ :-l2fe;:;í:^íŕ‘ ÉİÄ Mİİ í ífcÿ.®

.

rechten worden ontleend

Rijksmonument en gemeentelijk monu­ ment

M

Erfgoed en archeologie

I. Duiding Harderwijk kent een rijke historie en dat zien we in de historische binnen­ stad, de vele monumenten in Harderwijk en Hierden en het cultuurland­ schap van terug. De overgang tussen de hoge en lage gebieden waren duizenden jaren geleden al ideale leefgebieden Op de hoge denkzandgronden gebieden had men geen last van het water en de lagere, meer natte gebieden waren vruchtbaar. II. Trends en ontwikkelingen De aanwezigheid van erfgoedwaarden (gebouwde, maar ook landschap en groene structuren)geeft identiteit aan een woonplaats en is in een globaliserende wereld een steeds belangrijkere voorwaarde om als plaats aantrekkelijk te zijn om te wonen, te werken en te bezoeken. Er is steeds meer waardering en interesse voor erfgoed, ook voor het jongere (naoor­ logs) erfgoed. Erfgoed wordt ook steeds vaker gezien als een bouwsteen voor nieuwe ontwikkelingen in plaats van als een hindernis. De Energietransitie en klimaatverandering geeft nieuwe uitdagingen voor het erfgoed zoals zonnepanelen op monumenten, zonneweides en wind­ molens in het cultuurlandschap, het energiezuinig/aardgasloos maken van monumenten en gebouwen en de effecten van droogte op gebouwen(verzakkingen), groene monumenten en archeologische vindplaatsen. Daarnaast verandert de samenleving voortdurend. Hierdoor verliezen gebouwen en soms hele gebieden hun functie.

De ontkerkelijking bijvoor­ beeld veroorzaakt leegstand van kerken, fabriekspanden komen leeg te staan. Het aantal boerenbedrijven vermindert en postkantoren, kantoren en banken verdwijnen. III. Beleid in hoofdlijnen Het behouden van het erfgoed door deze te onderzoeken, te beschermen, te onderhouden, nieuwe functies toe te kennen en te integreren in nieuwe planontwikkelingen. Daarnaast moet erfgoed waar mogelijk toegankelijk en zichtbaar(der)worden gemaakt voor de inwoners en bezoeker .

IV. Bouwstenen omgevingsvisie ^ De historische structuur en het karakter van de binnenstad behouden en waar nodig versterken; ^ cultuurhistorische waarden elementen en gebieden integreren in de nieuwe ontwikkelingen; ^ Cultuurhistorische landschapselementen, zoals (voormalige oude beken, (voormalig) groen/houtwallen, gebruiken in oplossingen voor droogte, klimaatadaptie en biodiversiteit , ^ Functiewijziging/herbestemming van historische gebouwen ook gebruiken in kader van circulair bouwen en voorzien in nieuwe (woon) functies ^ De Ontwikkelingsgeschiedenis en het erfgoed als uitgangspunt en inspiratie gebruiken voor toekomstige ontwikkelingen

Wat vinden sleutelfiguren ervan? ^ 'Behoud het erfgoed, zowel in het historisch centrum als daarbuiten en in Hierden/buitengebied...' ^ 'Ook jong erfgoed (naoorlogs) is onderdeel van Harderwijk en verdiend de aandacht.' ^ 'Het erfgoed moet niet (alleen) als museumstuk worden behandeld, maar moet een functioneel onderdeel zijn van de maatschappij.' ^ 'Het fysieke erfgoed moet niet als losse onderdeel worden gezien. Het gaat om het totaalplaatje van het fysiek erfgoed, de verhalen erachter, de ambachten en het actueel gebruik in deze tijd..' ^ 'Varend erfgoed moet ook worden betrokken.... ^ Landschapsbeschrijving Hierden: 'beschrijf ook de wordingshistorie (Selhorst)..'

* &Ş, tV-A .

-

*J1—

T*

*

v'A

m íyį'í Ï+'

3? w ^ -ŵ

k.

Jļ. jįr ŕï B ‘-

" 1 JLr

r

■mK^HL r JW* iřļřh-r ļSķgriļTPrM fc i»,

i ľk

^

fa.

^

V B-F

j

w

V Xlį War* ^

4

^0!

sŕ ;-

Iv Allianīie van MENS EN MAATSCHAPPIJ

De alliantie van mens en maatschappij betreffen de thema's met betrek­ king tot de behoeften van de samenleving. Met andere woorden wat is er nodig voor het goed, zo optimaal mogelijk, functioneren van de samenle­ ving. En hoe is dat gerelateerd aan de fysieke omgeving? Toelichting indeling themakaarten N Kenmerken bevolking O Sociale omgeving P Gezondheid Q Mensen in kwetsbare situatie Met deze themakaarten geven we inzicht in wie er in Harderwijk wonen: hoe is de bevolking samengesteld? Ook kijken we naar hoe zij het 'samen leven' en hun omgeving beleven (N). De kaart met 'gezondheid' (O) laat zien hoe het staat met de gezondheid van onze inwoners. Daarbij kijken we ook naar factoren die de gezondheid beïnvloeden (zoals eenzaamheid, voldoen aan de beweegnorm, alcoholgebruik). Tot slot staat op de laatste kaart weergegeven waar in Harderwijk een beroep wordt gedaan op on­ dersteuning (vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugden Participatiewet (P). Het is voor de gemeente Harderwijk voor het eerst dat voor het samenlevingsbeleid gebruik wordt gemaakt van kaarten. Voor een integrale benadering zoals de nieuwe Omgevingswet dit voorstaat, is het een noodzakelijke stap. Het is nog wel een zoektocht welke gegevens ons het meest kunnen helpen om meer inzicht te krijgen in de samenhang tussen inwoners en hun omgeving.

themakaart N kenmerken Verschil met gemiddeld % in Harderwijk

1 2

IA I B I B I A TĀ~ķ

3

I D C |D

4

IC

5

D B I D I C TD~1

6

3

A

Guido: van geel naar rood

A veel lager Ē lager C gemiddeld D hoger veel hoger

C

D C

D

1. Binnenstad 2. Waterfront 3. Zeebuurt 4. Friese Gracht 5. Stadsdennen 6. De Sypel 7. Stationsomgeving 8. Stadsweiden 9. Slingerbos 10. Tweelingstad 11. Frankrijk 12. Drielanden 13. Industrieterrein Lorentz 14. Hierden 15.Buitengebied 16. Natuur

7

C

3

9

A | A | C | B'

A

10

B

8

I D C D

C

11

I B I B

C I B

C

12

I B I B

B I B

B

13 14

IC I A I C I C fōļ

E

C LU

16

A C LU

15

Ē aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend

N

Kenmerken bevolking

I. Duiding We kijken naar kenmerken die relevant zijn voor hoe mensen zich verhou­ den tot hun leefomgeving. Hoe ouder/ lager het inkomen/opleiding, hoe meer inwoners zich in het dagelijks leven oriënteren op de buurt. (CHECK) Van wijken/buurten met meer migratie weten we dat sociale cohesie on­ der druk kan komen te staan. te maken vanuit bronkaarten: N1: leeftijd: % 65+, mogelijk tot 14 (bronkaart bestaand) N2: % 1 persoonshuishoudens (bestaande oude bronkaart) N3: Opleiding: % lager opgeleiden (bronkaart bestaand) N4: Inkomen: % huishoudens onder op rond sociaal minimum (bronkaart bestaand) N5: % migratieachtergrond (bronkaart toevoegen, zie harderwijk in cij­ fers) II. Trends en ontwikkelingen We staan aan de vooravond van de vergrijzingspiek die wordt veroorzaakt door de babyboomgeneratie. Een steeds groter deel van de categorie 65+ wordt 80 jaar of ouder. Er is dus sprake van een dubbele vergrijzing. Met het stijgen van de leeftijd nemen ook beperkingen in gezondheid en mobiliteit toe. Tegelijkertijd zien we een afname van de beschikbaarheid van mantelzorgers. De huishoudensgrootte neemt af. Een gemiddeld huishouden is nu 2,1, en de verwachting is dat dat nog verder afneemt. Toename van het aantal huishoudens komt vrijwel volledig voor rekening van een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens.

Het aandeel huishoudens met minstens een jaar een inkomen tot 120% van het sociaal minimum blijft gelijk. Met name bij huishoudens met een langdurig laag inkomen lijkt het moeilijker om hun positie te verbeteren. Nog iets over rol van inkomen vs vermogen (huisbezit) Migratie zorgt voor een steeds meer diverse samenleving. Dat maakt het soms ingewikkelder om met elkaar 'samen te leven'. Arbeidsmigranten vestigen zich vaak tijdelijk in de gemeente. Zij komen te wonen in tijde­ lijke wooneenheden, bijvoorbeeld op vakantieparken. Daar hebben we te maken met een aantal uitdagingen, zoals het beheersbaar houden van de tijdelijke huisvesting en een minimale kwaliteit te borgen.

III. Beleid in hoofdlijnen De hoofdlijn van ons beleid is dat iedere Harderwijker mee moet kunnen doen in de samenleving, hierin als mens tot zijn recht komt. En dat iede­ re Harderwijk iets kan betekenen voor een ander, voor de samenleving. De gemeente wil toegankelijk zijn voor alle inwoners, niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk: toegankelijke informatie en dienstverlening, waar­ in de inwoner centraal staat. De afstand tussen inwoners en instituties verkleinen. In 2016 heeft Nederland het zgn. VN-verdrag Handicap geratificeerd. Grondbeginselen in het verdrag zijn toegankelijkheid, autonomie en volle­ dige participatie. IV. Bouwstenen omgevingsvisie ^ Kloof in de samenleving verkleinen tussen hoog- en laagopgeleid, tussen niet-westerse achtergrond en westerse achtergrond, tussen huizenbezitters en niet-huizenbezitter. ^ Groei van ouderen leidt dus tot een andere vraag naar woonvormen, zorg en ondersteuning. Ook de mobiliteit verandert/vermindert, naar­ mate men ouder wordt. Er is meer behoefte aan (zorg)voorzieningen in de buurt. ^ Een kleiner wordende beroepsbevolking laat de werkloosheid verder afnemen. Het opleidingsniveau is bniet altijd afgestemd op de vraag. Een andere oplossing is om meer werkenden aan te trekken, forensen, arbeidsmigranten of inwoners? ^ Als de groep jongeren gelijk blijft, zijn er genoeg onderwijsvoorzienin­ gen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=947ef5cc-cb3f-46c8-9f17-1dd471bb78da