CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding Van der Valk verkleind document.pdf

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Afwijkingsprocedure uitbreiding Van der Valk24.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Conclusie Natura 2000

Er is sprake van oppervlakteverlies van leefgebied van de boomleeuwerik, draaihals, nachtzwaluw, wespendief en zwarte specht, door de aanleg van twee paden in Natura 2000-gebied. Het betreft een reeds sterk verstoorde zone met weinig feitelijk geschikt leefgebied. Effecten op de instandhoudingsdoelen zijn daarom uit te sluiten. Er is sprake wel sprake van een negatief effect, namelijk een afname van leefgebied van de betreffende soorten met 130 m2. Daarom is een vergunning benodigd. Om de vergunning te verkrijgen zullen maatregelen noodzakelijk zijn om het leefgebied van de soorten elders te verbeteren, door een bestaande pad af te sluiten (zie 3.10). De recreatiedruk aan de rand het Natura 2000-gebied bij Harderwijk is vrij groot. Specifieke cijfers hieromtrent zijn voor deze toetsing niet achterhaald. De toename van recreatie door een toename van 77 kamers zal niet merkbaar zijn ten opzichte van de huidige recreatiedruk. De provincie Gelderland is momenteel doende om in het kader van recreatiezonering verschillende gebiedsprocessen uit te voeren. Het gebiedsproces voor het Hulshorsterzand-Beekhuizerzand is onlangs afgerond. De inhoud is nog niet openbaar bekend. Uitgegaan wordt van een meer gereguleerde recreatiedruk in de omliggende gebieden van de onderzoekslocatie, waardoor de uitbreiding niet zal zorgen voor negatieve effecten op aangewezen vogel- en habitatsoorten.

Om de effecten van lichtverstoring zo veel mogelijk weg te nemen wordt de verlichting langs het wandelpad en het rijpad te gerealiseerd met naar beneden richtende verlichting die met beweging geactiveerd wordt. Dit dient gewaarborgd te worden in een lichtplan waarin onder andere beschreven wordt hoeveel lichtpunten er komen, waar de lichtpunten komen en welke armaturen worden gebruikt. Ook voor het gebouw geldt dat deze geen lichtuitstraling in het Natura 2000-gebied mag veroorzaken. Dit kan door het aantal lichtpunten te minimaliseren en armaturen te gebruiken die alleen richting de muren aanlichten.

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 17 van 26

Op basis van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek naar stikstofdepositie (rapport 15403.002, d.d. april 2021) zijn negatieve gevolgen door vermesting en verzuring zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase uit te sluiten, waarbij aangesloten wordt bij de in de Wet stikstofreductie en natuurbescherming (Wsn) opgenomen partiële vrijstelling, die per 1 juli 2021 in werking is getreden. Overige externe negatieve effecten zijn vanwege de aard van de ingreep en ligging ten opzichte van aangewezen habitattypen en aangewezen soorten uit te sluiten. Omdat er sprake is van een negatief effect is een vergunningaanvraag noodzakelijk. 4.10 Mitigatie verlies leefgebied Door het afsluiten van paden kan de verstoring die nu plaatsvindt door de aanleg van de nieuwe paden worden verminderd. Hiertoe zijn mogelijkheden binnen het eigendom van Van der Valk zelf. Aan de zuidwestzijde van het huidige hotel zal een verbinding naar het aangrenzende bos worden verwijderd. Hierdoor zullen hotelgasten het bosgebied niet meer direct kunnen betreden (figuur 19). De oppervlakte van het tracé bedraagt 840 m2. Dit is boven de door de provincie Gelderland bepaald compensatiefactor van 5, waardoor 650 m2 behaald dient te worden. Behalve de fysieke compensatie van het oppervlak aan bos zal een relatief groot deel bos gevrijwaard zijn van wandelaars. Alleen aan de zuidzijde is nog een pad aanwezig.

pad vervalt (140 m2)

pad vervalt (700 m2)

afsluiten toegang bos

Figuur 19. Af te sluiten pad vanaf het Vander Valk Hotel. Deze zal in eigen beheer worden afgesloten.

Het af te sluiten pad is breed (figuur 20 en 21). Niet alleen is het afsluiten niet alleen een vermindering van de verstoorde zone van het bosperceel, ook de oppervlakte bos zal toenemen. Dit kan door natuurlijke verjonging of het aanplanten van bomen in het bestaande pad. Om de verdichting van de bodem ter plaatse van het pad op te heffen wordt deze ondiep gefreesd.

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 18 van 26

Figuur 20. Af te sluiten pad vanaf het bestaande hotel.

Figuur 21. Het af te sluiten pad is breed, de afsluiting biedt behalve een toename van de onverstoorde zone ook kans voor uitbreiding van het oppervlakte bos.

4.11 Aanvullende inrichtingsmaatregelen Naast de mitigerende maatregelen in het kader van Natura 2000 wordt in het natuurinclusief ontwerp voorzien in enkele aanvullende maatregelen. Het gaat hierbij om het reptielenvriendelijk aanleggen van de toegangsweg. Nieuw aangelegde verhardingen kunnen hazelwormen gebruiken als opwarmplek. Daarmee lopen ze een verhoogd risico om door voertuigen geraakt te worden. Daarom wordt de toegangsweg verhoogd aangelegd, zodanig dat hazelwormen niet op de verharding kunnen kruipen. Om barrière-werking te voorkomen wordt in het midden van het tracé een kleine faunapassage aangelegd. De lichtpunten aan het nieuwe hotel worden afgeschermd, zodat uitstraling wordt geminimaliseerd. Het aantal lichtpunten wordt tot een minimum beperkt. Langs de weg worden lage armaturen toegepast die alleen het wegdek zelf verlichten. Voor de tuin van het hotel wordt een natuurinclusief ontwerp gemaakt. Daarin komen een aantal thema’s aanbod. Voor de hazelworm worden open plekken gemaakt waar de soort kan opwarmen en plekken waar dekking is. Hiervoor worden rillen van dood hout toegepast. Dood hout is ook het thema voor onder andere de zwarte specht. Het dood hout trekt houtmieren aan wat een belangrijke voedselbron voor de zwarte specht is.

Tot slot worden op het terrein plekken met open water aangelegd waar vogels en kleine zoogdieren zoals eekhoorns gebruik van kunnen maken. De bezoekers van het hotel worden met voorlichtingsborden voorgelicht over de keuzes die bij de inrichting zijn gemaakt.

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 19 van 26

5

TOETSING AAN GELDERS NATUURNETWERK

5.1

Ligging ten opzichte van GNN

De locatie ligt voor een deel binnen het GNN (figuur 22). De nieuwbouw vindt plaats buiten de begrenzing van de GNN. De paden doorkruisen net als bij het Natura 2000-gebied wel het GNN gebied. Ook hier gaat het om een betrekkelijk klein oppervlak waar daadwerkelijk infrastructuur wordt aangelegd.

Figuur 22. Ligging ten opzichte van GNN.

De kernkwaliteiten van het betreffende gebied (Ermelo oost, 90) zijn als volgt: • • • • • • • • • • •

Onderdeel van grootschalig aaneengesloten gebied van droge, voedselarme bossen, zandverstuivingen en heide Onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe Onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe met de bijbehorende habitats en soorten Groot wild: m.n. edelherten, wilde zwijnen Leefgebied das Leefgebied steenuil Grenst aan Grote Eenheid Natuur Beekhuizer Zand, Hulshorster Zand en Hierdense Beek (noordoostelijk van N302) Enkele langgerekte ontginningsstroken nu vooral in gebruik voor recreatiebebouwing en instellingen Cultuurhistorische waarden van o.m. grafheuvels, oude ontginningen en boerderijen, Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir aardkundige waarden

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 20 van 26

5.2

Randvoorwaarden omgevingsverandering

In de Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021) is het volgende opgenomen:

1. Voor zover een bestemmingplan betrekking heeft op het Gelders natuurnetwerk wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. 2. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die in overeenstemming met paragraaf 2.6.2 worden gecompenseerd: 1. buiten het Gelders natuurnetwerk; of 2. in het Gelders natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan zijn aangeduid met code N00.01.

Figuur 23. Beslisboom planvorming binnen GNN

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 21 van 26

Ten behoeve van de planvorming worden er binnen de GNN bomen gekapt en vindt nieuwbouwplaats binnen de GNN. Tevens betreft het een onverhard pad en een half verhard pad dat een strook aan de rand van de GNN doorkruist. In totaal betreft de afname 880 m2 (figuur 24).

Figuur 24. Afname GNN door nieuwbouw en aanleg paden

5.3

Conclusie GNN

Er is sprake van oppervlakteverlies binnen de GNN. Deze wordt veroorzaakt door de aanleg van een onverhard en halfverhard pad en de nieuwbouw. Overige effecten op de kernkwaliteiten zijn vanwege het geringe schaalniveau niet aan de orde. Een ruimtelijk initiatief in het Gelders natuurnetwerk kan doorgaan als er geen negatieve gevolgen kunnen zijn voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het natuurnetwerk. Dit is ook het geval als eventuele negatieve gevolgen voor de kernkwaliteiten of samenhang volledig worden gemitigeerd op dezelfde locatie en het oppervlakteverlies wordt gecompenseerd overeenkomstig de bijlage Gelijkwaardige natuurbeheertypen en door fysieke natuurcompensatie (artikel 2.50) of door gebruik te maken van de compensatiepool (artikel 2.51). Dan is per saldo geen sprake van negatieve gevolgen en kan het ruimtelijk initiatief dus plaatsvinden. Het ruimtelijk initiatief kan doorgaan als het oppervlakteverlies wordt gecompenseerd. Bij het oppervlakteverlies moet rekening gehouden worden met de ontwikkeltijd van het natuurbeheertype (N16.03, droog bos met productie). Hiervoor geldt een toeslag van 2/3 van het afgenomen oppervlakte. De oppervlakte houtopstand moet dient 1:1 gecompenseerd. In totaal moet de fysieke compensatie minimaal 1.467 m2 bedragen.

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 22 van 26

5.4

Compensatie GNN

De fysieke compensatie wordt gerealiseerd op een agrarisch perceel ten westen van ’t Harde (figuur 25). Hier zal van een strook van 170 bij 15 meter de agrarische bestemming worden omgezet naar bestemming natuur. De oppervlakte van 2.550 m2 voldoet ruim aan de benodigde 1.467 m2 (zie 5.3). Voor het gebied zal een separaat compensatieplan opgesteld worden. De inrichtingsmaatregelen worden afgestemd op de ontwikkeldoelen die voor het betreffende deel GNN zijn gedefinieerd.

Figuur 25. Ligging compensatiegebied GNN (rood), ten opzichte van de bestaande GNN.

Het compensatiegebied grenst aan de GNN, deelgebied 138 Noordrand Veluwe. De ontwikkeldoelen zijn als volgt: • • • • • • • • •

ontwikkeling Hierdensche Beek als laaglandbeek en als poort tussen de Veluwe en Flevoland: houtwallen en -singels, schrale graslanden en moeraszones ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking A28 en spoorlijn en N308, N309 en N310 ontwikkeling landgoederen als (potentiële) verbinding tussen Veluwe en Randmeerkust voor o.m. ree en das ontwikkeling oud bos en bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en zandverstuivingen ontwikkeling stuifzanden en heidevelden met bijbehorende flora en vegetatie ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen ontwikkeling houtproductie ontwikkeling van het kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe; houtsingels, beken en (schrale) graslanden

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 23 van 26

Het meest geschikte ontwikkeldoel voor het betreffende perceel is ontwikkeling oud bos en bosranden en overgangen naar cultuurgronden. Het perceel grenst aan de bosrand en kan worden omgevormd naar een mantel- en zoomzone die de overgang vormt tussen het bos en het agrarische perceel. De strook compensatiegrond zal hiervoor ingeplant worden met struikvormers, afgewisseld met lage vegetatie (zie figuur 26). Vooral voor vlindersoorten is een dergelijke overgang gunstig. Ook veel vogelsoorten vinden nestgelegenheid en voedsel in deze zone. Het biedt zoogdieren beschutting.

Figuur 26. Mantel en zoom zorgen voor een “zachte” overgang van het bos naar het akkerland.

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 24 van 26

6

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

Econsultancy heeft in opdracht van P.A.M. Teunissen Architectenbureau een voortoets Natura 2000 en toetsing aan GNN uitgevoerd aan de Leuvenumseweg 7 te Harderwijk. De voortoets Natura 2000 en toetsing aan GNN zijn uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. De initiatiefnemer is voornemens het naastgelegen Van der Valk Hotel uit te breiden met 77 kamers en een wellness ter hoogte van waar nu het zanddepot is gelegen. De uitbreiding valt onder de bestemming ‘gemengd’ van het Bouw- & Infrapark. Voor de uitbreiding zullen buiten het Natura 2000gebied in totaal 9 bomen worden gekapt en wordt er deels binnen het GNN gebouwd. Daarnaast zullen twee paden worden aangelegd van het bestaande gebouw naar de nieuwbouw. Deze paden doorkruisen het Natura 2000-gebied en maken deel uit van de GNN. Conclusie Natura 2000 Er is sprake van oppervlakteverlies van leefgebied van de boomleeuwerik, draaihals, nachtzwaluw, wespendief en zwarte specht, door de aanleg van twee paden in Natura 2000-gebied. Het betreft een reeds sterk verstoorde zone met weinig feitelijk geschikt leefgebied. Effecten op de instandhoudingsdoelen zijn daarom uit te sluiten. Er is sprake wel sprake van een negatief effect, namelijk een afname van leefgebied van de betreffende soorten met 130m2. Daarom is een vergunning benodigd.

Om de vergunning te verkrijgen zullen mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn om het leefgebied van de soorten elders te verbeteren, door bestaande paden af te sluiten. De toegang vanaf het bestaande Van der Valk Hotel zal worden afgesloten en het pad zal worden verwijderd. Hierdoor zal de rust in het bos ten zuidwesten er van toenemen. Ook zal het oppervlak bos toenemen. Hiertoe zal het pad licht worden gefreesd om de bodemverdichting ter plekke te verminderen en bomen worden aangeplant. Om de effecten van lichtverstoring zo veel mogelijk weg te nemen wordt de verlichting langs het wandelpad en het rijpad te gerealiseerd met naar beneden richtende verlichting die met beweging geactiveerd wordt. Dit dient gewaarborgd te worden in een lichtplan waarin onder andere beschreven wordt hoeveel lichtpunten er komen, waar de lichtpunten komen en welke armaturen worden gebruikt. Dit geldt ook voor het gebouw. Op basis van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek naar stikstofdepositie (rapport 15403.002, d.d. april 2021) zijn negatieve gevolgen door vermesting en verzuring zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase uit te sluiten, waarbij aangesloten wordt bij de in de Wet stikstofreductie en natuurbescherming (Wsn) opgenomen partiële vrijstelling, die per 1 juli 2021 in werking is getreden.

Overige externe negatieve effecten zijn vanwege de aard van de ingreep en ligging ten opzichte van aangewezen habitattypen en aangewezen soorten uit te sluiten.

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 25 van 26

Conclusie GNN Er is sprake van oppervlakteverlies binnen de GNN. Deze wordt veroorzaakt door de aanleg van een onverhard en halfverhard pad en de bouw van het hotel. Overige effecten op de kernkwaliteiten zijn vanwege het geringe schaalniveau niet aan de orde. Het ruimtelijk initiatief kan doorgaan als het oppervlakteverlies wordt gecompenseerd. Bij het oppervlakteverlies wordt rekening gehouden worden met de ontwikkeltijd van het natuurbeheertype (N16.03, droog bos met productie). De fysieke compensatie wordt gerealiseerd op een agrarisch perceel ten westen van ’t Harde. Hier zal van een strook van 170 bij 15 meter de agrarische bestemming worden omgezet naar bestemming natuur. De oppervlakte van 2.550 m2 voldoet ruim aan de benodigde 1.467 m2. Voor het gebied zal een separaat compensatieplan opgesteld worden. De inrichtingsmaatregelen worden afgestemd op de ontwikkeldoelen die voor het betreffende deel GNN zijn gedefinieerd. Het meest geschikte ontwikkeldoel voor het betreffende perceel is ontwikkeling oud bos en bosranden en overgangen naar cultuurgronden. Het perceel grenst aan de bosrand en kan worden omgevormd naar een mantel- en zoomzone die de overgang vormt tussen het bos en het agrarische perceel.

Naast de mitigerende maatregelen wordt er voor het hotel en het omliggende terrein een natuurinclusief ontwerp gemaakt met als hoofdthema’s reptielenvriendelijke aanleg van de toegangsweg, leefgebied voor de hazelworm, water voor vogels en kleine zoogdieren en dood hout als voedselbron voor de zwarte specht.

Econsultancy Zwolle, 25 januari 2023

Rapport 15403.003 versie D6

Pagina 26 van 26

GERAADPLEEGDE BRONNEN Nijssen M., Versluijs R., van den Bremer L. & Sierdsema H. 2019. Soortenherstelprogramma beheerplan Natura 2000 Veluwe: Ecologisch profiel en analyse knelpunten vogelsoorten. Sovonrapport 2019/76. Stichting Bargerveen & Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Provincie Gelderland, 2017. Beheerplan Natura 2000 Veluwe (057). Vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Gelderland op 23 januari 2018 Vastgesteld door het Ministerie van LNV op 9 maart 2018 Vastgesteld door het Ministerie van Defensie op 2 maart 2018. https://www.gelderland.nl/Wet-Natuurbescherming-Vergunning-voor-Natura-2000-gebieden https://experience.arcgis.com/experience/e55c698c0d5843d3b77da444762adbfd/page/page_0/

Rapport 15403.003 versie D6

Bijlage 1 toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Zorgplicht Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd (zie tabel II). Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Tabel II. Zorgplicht Artikel 1.11. Zorgplicht 1.

Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

2.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Indien er aanleiding is maatregelen te nemen ten aanzien van de zorgplicht, zal dat voor het betreffende beschermde natuurgebied en de betreffende soortgroep in deze rapportage worden aangegeven. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; • • •

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

In tabel III t/m V worden deze artikelen nader toegelicht.

Rapport 15403.003 versie D6

Tabel III. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.1 Wet natuurbescherming Artikel 3.1. Soorten van de Vogelrichtlijn 1.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

2. 3. 4. 5.

Toelichting Alle inheemse vogelsoorten in Nederland vallen onder de Vogelrichtlijn. De Vogelrichtlijn is een richtlijn vanuit de Europese Unie uit 1979 en heeft betrekking op de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is. De lijst met soorten is niet limitatief.

Tabel IV. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.5 Wet natuurbescherming Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn

1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten uit de Habitatrichtlijn of het Verdrag van Bern in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Toelichting Het gaat bij artikel 3.5 over in het wild levende dieren van verschillende soortgroepen. In de wet wordt voor vogelsoorten uit bijlage II van het verdrag van Bern geen uitzondering gemaakt. Van de vogelsoorten die in Nederland voorkomen is hieronder een selectie gemaakt. Van de overige soortengroepen zijn alle soorten genoemd. Soorten Planten

drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm, zomerschroeforchis

Zoogdieren

bever, hamster, hazelmuis, lynx, Noordse woelmuis, otter, wolf, wilde kat

Walvisachtigen

bruinvis, bultrug, butskop (hille), dwergpotvis, dwergvinvis, gestreepte dolfijn, gewone dolfijn, gewone spitsdolfijn, gewone vinvis, griend, grijze dolfijn, kleine zwaardwalvis, narwal, Noordse vinvis, orka, potvis, spitsdolfijn van Gray, tuimelaar, walrus witflankdolfijn, witsnuitdolfijn, witte dolfijn

Vleermuizen

Bechsteins vleermuis, bosvleermuis, Brandts vleermuis, franjestaart, gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, grote hoefijzerneus, grote rosse vleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis, kleine hoefijzerneus, laatvlieger, meervleermuis, mopsvleermuis, Noordse vleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, vale vleermuis, watervleermuis

Amfibieën

boomkikker, geelbuikvuurpad, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad, vroedmeesterpad

Reptielen

dikkopschildpad, gladde slang, Kemps’ zeeschildpad, lederschildpad, muurhagedis, soepschildpad, zandhagedis

Vissen

houting, steur

Vlinders

apollovlinder, boszandoog, donker pimpernelblauwtje, grote vuurvlinder, moerasparelmoervlinder, monarchvlinder, pimpernelblauwtje, teunisbloempijlstaart, tijmblauwtje, zilverstreephooibeestje

Libellen

bronslibel, gaffellibel, gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker, mercuurwaterjuffer, Noordse winterjuffer, oostelijke witsnuitlibel, rivierrombout, sierlijke witsnuitlibel

Insecten

brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, oeveraas, vermiljoenkever

Overig

Bataafse stroommossel, platte schijfhoren

Rapport 15403.003 versie D6

Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn appelvink, baardman, beflijster, bergeend, bergfluiter, bijeneter, blauwborst, blauwe kiekendief, boerenzwaluw, bontbekplevier, bonte strandloper, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, boompieper, boomvalk, bosrietzanger bosruiter, bosuil, braamsluiper, brandgans, bruine kiekendief, buizerd, casarca, Cetti’s zanger, draaihals, duinpieper, dwergmeeuw, dwergstern, Engelse kwikstaart, Europese kanarie, fitis, fluiter, geelgors, gekraagde roodstaart, gele kwikstaart, geoorde fuut, glanskop, goudhaan, grasmus, graspieper, graszanger, grauwe kiekendief, grauwe klauwier, grauwe vliegenvanger, griel, groene specht, groenling, grote bonte specht, grote gele kwikstaart, grote karekiet, grote stern, grote zilverreiger, havik, heggenmus, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, klapekster, klein waterhoen, kleine barmsijs, kleine bonte specht, kleine karekiet, kleine plevier, kleine zilverreiger, kleinst waterhoen, kluut, kneu, koolmees, koereiger, kraanvogel, krekelzanger, kortsnavelboomkruiper, kruisbek, kuifmees, kwak, kwartelkoning, lepelaar, matkop, middelste bonte specht, nachtegaal, Noordse stern, oehoe, oeverloper, oeverpieper, oeverzwaluw, ooievaar, orpheusspotvogel, paapje, pestvogel,

pimpelmees, poelruiter, porseleinhoen, purperreiger, putter, ransuil, rietgors, rietzanger, rode wouw, roerdomp, roodborst, roodborsttapuit, roodhalsfuut, rouwkwikstaart, sijs, slangenarend, slechtvalk, smelleken, snor, sperwer, spotvogel, sprinkhaanzanger, steenuil, steltkluut, strandplevier, taigaboomkruiper, tapuit, tjiftjaf, torenvalk, tuinfluiter, velduil, visarend, visdief, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal, winterkoning, witbandkruisbek, witte kwikstaart, witwangstern, nachtzwaluw, woudaap, zeearend, zwarte mees, zwarte ooievaar, zwarte roodstaart, zwarte specht, zwarte stern, zwarte wouw, zwartkop, zwartkopmeeuw

Vogels

Tabel V. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.10 Wet natuurbescherming Artikel 3.10. Andere soorten Het is verboden om: 1. 2. 3.

In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A1, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B2, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Toelichting Het gaat bij artikel 10 om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers. Dieren zijn opgenomen in bijlage onderdeel A1. Planten zijn opgenomen in bijlage onderdeel B2 van de Wet natuurbescherming. Voor een aantal zoogdieren, amfibieen en reptielen geldt per provincie een vrijstelling onder bepaalde voorwaarden. Dit verschilt per provincie. De betreffende soorten zijn aangegeven met een sterretje. Daarnaast is het mogelijk dat sommige provincies ook ‘eigen’ beschermde soorten hanteren, als aanvulling op het landelijke. Soorten Dieren

Planten

Zoogdieren

aardmuis*, boommarter, bosmuis*, bunzing*, damhert, das, dwergmuis*, dwergspitsmuis*, edelhert, eekhoorn*, egel*, eikelmuis, gewone bosspitsmuis*, gewone zeehond, grote bosmuis, grijze zeehond, haas*, hermelijn*, huisspitsmuis*, konijn*, molmuis, ondergrondse woelmuis*, ree*, rosse woelmuis*, steenmarter*, tweekleurige bosspitsmuis*, veldmuis*, veldspitsmuis, vos*, waterspitsmuis, wezel*, wild zwijn, woelrat*

Amfibieën

Alpenwatersalamander, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander*, meerkikker*, middelste groene kikker*, vinpootsalamander, vuursalamander

Reptielen

adder, hazelworm*, levendbarende hagedis*, ringslang

Vissen

beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper, kwabaal

vlinders

aardbeivlinder, bosparelmoervlinder, bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine heivlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder, pimpernelblauwtje, sleedoornpage, spiegeldikkopje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje, veldparelmoervlinder, zilveren maan

Libellen

beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveenglanslibel, Kempense heidelibel, speerwaterjuffer

Overige soorten

Europese rivierkreeft, vliegend hert

akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, dennenorchis, dreps, echte gamander, franjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel, getande veldsla, gevlekt zonneroosje, glad biggenkruid, gladde zegge, groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie, kleine ereprijs, kleine schorseneer, stijve wolfsmelk, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, knollathyrus, knolspirea, korensla, kranskarwij, kruiptijm, lange zonnedauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkalk, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubvaren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, steenbraam

Rapport 15403.003 versie D6

Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opgenomen in tabel VI. Tabel VI. Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming Artikel 4.1

De artikelen uitgezonderd artikel 4.6 zijn niet van toepassing op: a) Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) Houtopstanden op erven of in tuinen; c) Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) Kweekgoed; f) Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden bestaande uit wilgen en populieren; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Artikel 4.2

1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.

Artikel 4.3 lid 1 en 2

Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.

Artikel 4.4 lid 1

De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel in het kader van natuurontwikkeling en -beheer

Artikel 4.5

Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.

Rapport 15403.003 versie D6

Bijlage 2

Verklarende woordenlijst

Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.

Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

Rapport 15403.003 versie D6

Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie.

Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

Rapport 15403.003 versie D6

Bijlage 3

Leefgebiedkaarten SOVON

Figuur 27. Boomleeuwerik

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 28. Draaihals

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 29. Nachtzwaluw

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 30. Wespendief

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 31. Zwarte specht

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 32. Duinpieper

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 33. Grauwe klauwier

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 34. Tapuit

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 35. Roodborsttapuit.

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 36. IJsvogel.

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 37. Kamsalamander.

Rapport 15403.003 versie D6

Figuur 38. Vliegend hert.

Rapport 15403.003 versie D6

Bijlage 2

93/512

Wnb-vergunning

Besluit Verlenen vergunning

Datum

24 oktober 2022 Zaaknummer

2022-008645 Onderwerp

Wet natuurbescherming gebiedsbescherming

Van der Valk Hotel Harderwijk B.V. T.a.v. mevrouw Leuvenumseweg 7 3847 LA HARDERWIJK

Inlichtingen bij

Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad

1 van 15

Gemeente

Harderwijk

Uitbreiding Van der Valk Hotel Harderwijk

Beste mevrouw Hierbij ontvangt u een definitief besluit over bovengenoemde aanvraag. Definitief besluit Wij verlenen u deze vergunning. U ontvangt nu het definitieve besluit. Wij publiceren dit besluit op www.overheid.nl. Diegenen die een zienswijze hebben ingediend, kunnen in beroep gaan tegen het besluit. De bijlagen zijn onderdeel van dit besluit Bijlage 1 bevat een toelichting op ons besluit. Ook zijn de voorschriften van deze vergunning beschreven in de bijlage. De AERIUS berekeningen zijn als bijlage 2 toegevoegd. Bijlage 3 bevat een kaart van de projectlocatie. Neem alle bijlagen goed door.

Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl

BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751

Datum

24 oktober 2022 Zaaknummer

2022-008645 Blad

2 van 15

Meer informatie Heeft u nog vragen? Kijk daarvoor op gelderland.nl. U kunt ook contact opnemen met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Houdt u het zaaknummer van deze brief bij de hand. We kunnen u dan sneller helpen. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

Erik Steenbergen Plv. teammanager Vergunningverlening

Documentnummer(s) inzage stukken: 03722945, 03722945, 03722946, 03722947, 03722948, 03722949, 03722950, 03722952, 03722953, 03722954, 03722955 Bijlagen  Bijlage 1 – Toelichting en voorschriften  Bijlage 2 – AERIUS- berekeningen o Verschilberekening (kenmerk RgBxSEf5T35A d.d. 26 augustus 2022) o Beoogde situatie (kenmerk RkmXbk2nXMCX d.d. 26 augustus 2022)  Bijlage 3 – Kaart projectlocatie

Beroep

Degenen die een zienswijze hebben ingediend en andere belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd hiertegen een beroepschrift indienen bij de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid digitaal beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland via telefoonnummer (088) 361 2000 of op www.rechtspraak.nl.

Datum

24 oktober 2022 Zaaknummer

2022-008645 Blad

3 van 15

BIJLAGE 1

1

Toelichting

1.1 Leeswijzer De opbouw van deze toelichting op de vergunning is als volgt: Allereerst wordt de activiteit omschreven; Dan volgt de procedure; Vervolgens is het beoordelingskader toegelicht; Onder het kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; De beslissing wordt afgesloten met een conclusie, overige verplichtingen en de juridische grondslagen. 1.2 Omschrijving activiteiten De aanvraag gaat om een uitbreiding van wellness en 77 kamers van het Van der Valk Hotel Harderwijk. De nieuwbouw vindt plaats buiten de begrenzing Natura 2000-gebied Veluwe op een locatie waar nu een zanddepot is gelegen. Ten behoeve van de nieuwbouw worden buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied enkele bomen gekapt. Van het bestaande gebouw naar de nieuwbouw wordt een rijweg van 5 meter breed en een voetpad van 1,5 meter breed aangelegd. Voor de aanleg van deze paden hoeven geen bomen gekapt. De rijweg wordt half-verhard aangelegd en wordt voorzien van naar beneden richtende verlichting die beweging geactiveerd zal zijn. Het voetpad wordt onverhard. Door de nieuwbouw zal het deel van de MTB-route die rond het Bouw & Infrapark en door het plangebied loopt opgeheven worden. Zie figuur 1. Figuur 1. MTB-route rond Bouw- & Infrapark Harderwijk

Datum

24 oktober 2022 Zaaknummer

2022-008645 Blad

4 van 15

2

Procedure

Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard. Op 31 mei 2022 hebben wij uw aanvraag voor een vergunning in het kader van hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming ontvangen.

Historie vergunningverlening 2.1 Voor de bouw van Hotel Harderwijk is op 12 februari 2008 een vergunning op grond van de toen geldende Natuurbeschermingswet 1998 verleend (zaaknummer 2007-020604). Op 28 maart 2011 is vergunning verleend op grond van de toen geldende Natuurbeschermingswet 1998 voor de uitbreiding van de parkeergelegenheid (zaaknummer 2007-020604). In beide vergunningen is vastgelegd dat elders op de Veluwe, bij Arnhem en ’t Harde nieuwe natuur wordt gerealiseerd. Op 2 juni 2014 hebben wij een aanvraag ontvangen voor de uitbreiding van Hotel Harderwijk met een nieuwe vleugel met 77 kamers, een Wellness-Center en uitbreiding van de parkeerplaats (zaaknummer 2010-005930). Tegen het definitieve besluit van 22 juni 2015 is beroep ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd (uitspraak van 17 augustus 2016, kenmerk 201506305/1/R2). Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is een (nieuwe) passende beoordeling opgesteld. Het ontwerpbesluit van 16 februari 2018 heeft 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn zienswijzen ingekomen als reactie op de terinzagelegging van het ontwerpbesluit. Het plan is nu gewijzigd en op 31 mei 2022 is een nieuwe vergunningaanvraag ingediend. De aanvraag uit 2014 zal worden geweigerd of ingetrokken.

3

Voorschriften

U bent verplicht om zich aan de volgende voorschriften te houden: Algemeen 1.

Deze vergunning is uitsluitend geldig voor (medewerkers van) de vergunninghouder en voor (rechts)personen die in opdracht van de vergunninghouder handelen. De vergunninghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze vergunning.

Datum

24 oktober 2022 Zaaknummer

2022-008645 Blad

5 van 15

2.

De (rechts)personen genoemd in het vorige voorschrift zijn volledig op de hoogte van deze vergunning en de voorschriften. Zij kunnen deze voorschriften uitvoeren.

3.

Een (digitale) kopie van deze vergunning met de bijbehorende AERIUS-berekeningen (bijlage 2) met kenmerken RgBxSEf5T35A d.d. 26 augustus 2022 en kenmerk RkmXbk2nXMCX d.d. 26 augustus 2022 moet aanwezig zijn op de plaats waar de activiteiten worden uitgevoerd. Het is verplicht om deze te tonen op verzoek van bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.

4.

De vergunning geldt voor het project op de kaart van bijlage 3. Er mogen geen werkzaamheden buiten deze locatie en werkwegen plaatsvinden. Ook mogen er geen materiaal en materieel buiten deze locatie worden opgeslagen.

5.

Verlichting langs het wandelpad en het rijpad wordt gerealiseerd met naar beneden richtende verlichting die met beweging geactiveerd wordt. Dit dient gewaarborgd te worden in een lichtplan waarin onder andere beschreven wordt hoeveel lichtpunten er komen, waar de lichtpunten komen en welke armaturen worden gebruikt.

6.

Stuur het lichtplan minimaal twee weken voordat de werkzaamheden beginnen naar provincie Gelderland via post@gelderland.nl. Vermeld het zaaknummer 2022-008645.

7.

Er mag geen licht uitstralen van het gebouw in het Natura 2000-gebied. Dit kan door het aantal lichtpunten te minimaliseren en armaturen te gebruiken die alleen richting de muren aanlichten.

8.

Aan de zuidwestzijde van het huidige hotel wordt een verbinding naar het aangrenzende bos verwijderd zodat hotelgasten het bosgebied niet meer direct kunnen betreden (figuur 2). Het af te sluiten pad wordt afgesloten door middel van het aanbrengen van barrières in de vorm van dood hout.

Datum

24 oktober 2022 Zaaknummer

2022-008645 Blad

6 van 15

Figuur 2. Af te sluiten pad vanaf het Van der Valk Hotel.

9.

Wilt u deze vergunning overdragen? U bent verplicht om daar toestemming voor te vragen aan provincie Gelderland. Dien een verzoek in via post@gelderland.nl en vermeld het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-008645.

10. Meld de start van de werkzaamheden minimaal vier weken voor de startdatum bij provincie Gelderland, via post@gelderland.nl en vermeld het zaaknummer dat boven deze brief staat: 2022-008645. 11. Is de activiteit klaar? Meld dit binnen twee weken aan provincie Gelderland via post@gelderland.nl. Vermeld het zaaknummer 2022-008645.

3.1 Soortenbescherming Dit besluit geldt alleen voor gebiedsbescherming. Het is mogelijk dat u ook een ontheffing moet aanvragen voor beschermde soorten. Dit kunt u laten bepalen met een quickscan soortenbescherming. Als u een ontheffing nodig heeft, kunt u deze bij de provincie aanvragen. 3.2 Houtopstanden Als er bomen of houtopstanden worden gekapt die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming dan dient er een kapmelding te worden gedaan en moet de houtopstand worden herplant. U heeft op 25 januari 2022 een kapmelding gedaan (zaaknummer 2022-002061)

Datum

24 oktober 2022 Zaaknummer

2022-008645 Blad

7 van 15

en u heeft op 26 januari 2022 een aanvraag ontheffing houtopstanden Wnb gedaan (zaaknummer 2022-002123).

4

Beoordelingskader

4.1 Bepalen vergunningplicht Vergunningplicht ontstaat wanneer significante gevolgen door het project kunnen ontstaan. Dit staat in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming: ‘het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Als er Natura 2000-gebieden zijn waar het project in de beoogde situatie zorgt voor stikstofdepositie (> 0,00 mol N/ha/j) boven de kritische depositie grenswaarde, zijn onder dergelijke omstandigheden significant negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten. Met het in werking treden van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering per 1 juli 2021 geldt er een vrijstelling van de vergunningplicht voor het aspect stikstof voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn.

De referentiesituatie wordt als volgt bepaald: In het geval dat voor de bestaande activiteit een natuurvergunning is verleend die onherroepelijk is, bepaalt deze natuurvergunning de maximaal toegestane depositie op Natura 2000-gebieden; dus de vergunde depositie is de referentiesituatie; Is voor de bestaande activiteit (nog) geen natuurvergunning verleend, dan is de referentiesituatie de laagst (vergunde) situatie vanaf de referentiedatum. Dat is de datum waarop een gebied waarop dit bedrijf invloed heeft werd aangewezen als Natura 2000gebied of een voorloper hiervan. Dit betekent dat wij, als voor een bedrijf na de referentiedatum een situatie is vergund of gemeld waarin de stikstofemissie lager is dan in de situatie op de referentiedatum, uitgaan van de situatie met de laagste stikstofemissie. In alle andere gevallen wordt uitgegaan van de laatst vergunde of gemelde situatie op de referentiedatum1. De toestemming kan bestaan uit een Hinderwet-, milieuvergunning, omgevingsvergunning of milieumelding en mag niet zijn vervallen. Als er meerdere milieuvergunningen of milieumeldingen verleend zijn na de voorgaande milieutoestemming dan moet de toestemming met de laagste depositie die niet is vervallen, gebruikt worden als referentiesituatie. Hierbij mag alleen gebruik worden gemaakt van de in de toestemming opgenomen stikstofemissie voor zover de capaciteit

1

Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 november 2013 (uitspraak 201211640/1/R2).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=407a9b06-c442-4344-9c23-0a306b59bfde