Reactie op het advies van de SAH op de startnotitie inclusieve samenleving.pdf
Tekst van het document
Stichting Sociale Adviesraad Harderwijk Hoornmeen 21 3844 JD HARDERWIJK
datum: ons kenmerk:
22 december 2021 21h0001824 / h210137542
uw brief van: uw kenmerk: onderwerp:
Reactie op het advies van de SAH op de startnotitie inclusie Beste leden van de Sociale Adviesraad, Hartelijk dank voor het advies op de concept-Startnotitie inclusieve samenleving in Harderwijk en Hierden. Wij hebben de verschillende vragen en aanbevelingen voor het grootste deel verwerkt in de Startnotitie dan wel aangegeven hoe wij dit op een andere manier verwerken. In deze brief vindt u per vraag en aanbeveling onze reactie. 1. Inleiding Ons advies is om bij het schrijven van deze notitie uit te gaan van de inwoners. Hoe kan de gemeente haar inzet optimaliseren in het belang van de inwoners? Door het zodanig te verwoorden dat iedereen het kan begrijpen wordt de intentie en de inzet van de gemeente toegankelijk voor de inwoners. -> Wij hebben de concept-notitie nog een keer redactioneel nagelopen en aangepast. Ook stellen we een korte publieksversie op om de toegankelijkheid van deze notitie voor inwoners te vergroten. NB: Een deel van de notitie gaat over de positionering van het onderwerp inclusie bij de gemeente zelf. Dit deel is daarmee minder ‘inwoner georiënteerd’.
1.2, pag.2. Inventarisatie van de inclusieve samenleving in Harderwijk. Wat zijn de dilemma’s bij inclusie? Bij het eerste aandachtsstreepje staat; ‘Het gaat deels om fysieke drempels, deels om figuurlijke drempels en deels om houding van inwoners naar elkaar’. Wat wordt bedoeld met ‘drempels’? -> We hebben een aantal voorbeelden toegevoegd.
2. De speerpunten De speerpunten moeten éénduidig benoemd worden, zelfde woorden eraan geven. -> Dit hebben we aangepast.
2.1, pag.4. Inwoners die tussen wal en schip vallen. Oplossingsrichtingen. Bij het derde aandachtsstreepje wordt aangeven dat in heel specifieke situaties onafhankelijke cliëntondersteuning een belangrijke rol kan spelen in het bijstaan van de inwoner. organisatie eenheid:
Domein Samenleving
behandeld door:
B.C.J. Does
telefoonnummer:
0341 411 252
bijlage(n):
-
Havendam 56 Correspondentieadres: Postbus 149 3840 AC Harderwijk T 0341 411 911 F 085 110 8515 E info@harderwijk.nl I www.harderwijk.nl B NL44 BNGH 0285 0033 13
ons kenmerk: pagina:
21h0001824 / h210137542 2 van 4
-
Onafhankelijke cliëntondersteuning is te allen tijde mogelijk voor iedere inwoner die daar gebruik van wil maken. De gemeente heeft als taak om iedereen die ondersteuning nodig heeft te attenderen om gebruik te kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. -> De tekst was te impliciet. Het gaat hier om de doorontwikkeling van onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit is aangepast en toegelicht in de startnotitie.
2.1, pag.4. Bij het vierde aandachtsstreepje wordt aangegeven om meer samenwerking tussen instanties (inclusief gemeente) te bewerkstelligen. Dit lijkt ons een goede zaak. Hierbij vinden wij het wel belangrijk om duidelijk aan te geven wie waarvoor verantwoordelijk is. De gemeente heeft andere verantwoordelijkheden dan de (zorg)organisaties (bijvoorbeeld, wie heeft de regie en wie houdt er toezicht op de kwaliteit). -> Dit zullen we meenemen bij de uitwerking in de Lokale Inclusie Agenda Hoe gaat men gestalte geven aan de oplossingsrichtingen? -> Dit vindt plaats binnen een aantal projecten, die voor een deel al zijn gestart. Het is de bedoeling dat vanuit deze projecten de ervaringen en leerpunten worden gedeeld in de organisatie. Een voorbeeld van zo’n project dat al langer loopt is: Het project ‘De Tafel Samen aan zet’ bij inwoners met complexe problemen in meerdere levensdomeinen (bijvoorbeeld financiën, werk, sociale relaties, wonen). Deze problematiek is moeilijk te doorbreken omdat 1) het ‘doenvermogen’ van de hulpvrager door de situatie zelf verder onder druk komt en 2) schotten tussen hulpen zorgverlenende instanties een belangrijk knelpunt vormen voor effectieve hulp. In de samenwerkingvorm (De Tafel) bespreken professionals tweewekelijks gestructureerde casusistiekbesprekingen.
In de werkwijze (Samen aan zet) komen professionals samen met de hulpvrager en diens sociale netwerk tot het ontwikkelen en uitvoeren van passende plannen.
2.2, pag.5. Hoe dragen inwoners bij aan het meedoen van iedereen? Bij oplossingsrichtingen tweede aandachtsstreepje staat achter scholen ‘witte vlucht’. Deze term kan suggestief overkomen. Wij adviseren om dit weg te laten of beter uit te leggen. -> We hebben een toelichting (in een voetnoot) toegevoegd. Bij dillema’s en risico’s wordt bij het tweede aandachtsstreepje aangegeven dat in ‘kwetsbare buurten’ de inzet van inwoners niet vanzelf gaat. Omdat ook in ‘betere buurten’ de inzet van inwoners niet vanzelf gaat adviseren wij om hierin geen onderscheid te maken. Wellicht is het goed om een mix tot stand te brengen tussen ‘kwetsbaren en minder kwetsbaren’ zodat inwoners meer voor elkaar kunnen betekenen. -> In buurten waar minder inwoners in een kwetsbare situatie wonen, is soms ook inzet nodig. Maar de prioriteit ligt bij de buurten, waar de gemeente meldingen over krijgt (van inwoners en professionals) dat extra inzet gewenst is. We spreken in de startnotitie overigens bewust van ‘In buurten waar meer inwoners zich in een kwetsbare situatie bevinden’. -> De suggestie voor het in een mix bij elkaar brengen van inwoners zullen we meenemen mee in de uitwerking in de Lokale inclusie agenda.
2.3, pag.6. Inclusieve interactie met inwoners. Waar gaat het om? In de eerste alinea staat vermeld; ‘Bij deze ‘participatietrajecten’ is het altijd een grote uitdaging om inwoners in brede zin te bereiken. Het blijft vaak toch bij hoger opgeleide inwoners. Voor inwoners in een kwetsbare situatie is de drempel vaak te hoog of hebben ze te veel andere dingen aan hun hoofd’. Is dit een aanname of blijkt uit onderzoek dat hoger opgeleiden beter te bereiken zijn? Of zijn inwoners in een kwetsbare situatie moeilijker te vinden en te bereiken? -> Er zijn verschillende onderzoeken waaruit blijkt dat inwoners in een kwetsbare situatie minder deelnemen aan participatietrajecten. Redenen zijn bijvoorbeeld te moeilijk taalgebruik maar ook het feit dat deze inwoners te veel andere dingen aan hun hoofd hebben. Verwijzingen naar deze onderzoeken zijn toegevoegd aan de Startnotitie.
ons kenmerk: pagina:
21h0001824 / h210137542 3 van 4
2.4, pag.7. Hoe geeft de gemeente vorm aan de voorbeeldfunctie? Waar gaat het om? De eerste zin ‘de gemeente is een organisatie waar inwoners niet omheen kunnen’ Om als gemeente een voorbeeld te zijn van inclusie adviseren wij de eerste zin te vervangen door ‘De gemeente is er voor iedereen! En biedt ondersteuning aan diegenen die het nodig hebben’. De gemeente is dienstbaar aan de inwoners! Met deze houding ontstaat er meer verbinding en wederzijds vertrouwen. -> Met de eerste zin wordt gedoeld op de monopoliepositie van de gemeente. En dat een gemeente daarom de morele plicht heeft om inclusief te zijn. Ook gaat het over alle dienstverlening van de gemeente, niet alleen de ondersteuning. We hebben de tekst aangepast en de tekstsuggestie deels overgenomen.
3. Positionering van de ‘inclusieve samenleving’ in het beleid 3.1, pag.8. Bij positionering van inclusie worden drie scenario’s aangegeven. Bij deze drie scenario’s is het ons niet duidelijk wat er mee wordt bedoeld. Bij scenario A wordt aangegeven dat er bij een eventueel lokaal traject een apart samenwerkingsstructuur nodig is. Waarom is dit zo? Bij veranderingsprocessen is het vaak makkelijker om met een nieuwe aanpak te komen dan vanuit bestaande situaties te werken. -> Wat hier bedoeld wordt, is de situatie dat het lokale inclusiebeleid een apart traject wordt met eigen inhoud los van het bestaande beleid. Dat brengt het risico met zich mee, dat van daaruit weer nieuwe verbindingen, overleg, communicatie etc. nodig zijn of dat we onderwerpen dubbel oppakken. Bij scenario C staat dat het risico bestaat dat het een papieren werkelijkheid blijft, dan wel dat het erg versnipperd wordt opgepakt. Inclusie vraagt om specifieke kennis en inzet. Dit geldt toch ook voor de scenario A en B? Waarom wordt bij scenario C de mogelijkheid van één eigenaar aan te stellen niet genoemd? -> We hebben de tekst aangepast en visuele overzichten toegevoegd. Bij Scenario C gaat het over overkoepelende regels voor al het beleid en dienstverlening van de gemeente. Het uitgangspunt daarbij is: alle ambtenaren zijn ‘eigenaar’.
3.2, pag.9. Uitwerking scenario B. Bij speerpunt 1 is de vraag; Waar zit hier de inclusie? -> Dit speerpunt richt zich op diegenen die ondanks alle voorzieningen en activiteiten toch tussen wal en schip belanden. De pilot ‘Geluksroute’ richtte zich op diegenen die aan de kant van de samenleving stonden, ondanks alle voorzieningen die er zijn. Door deze methodiek breed in te zetten, hopen we een breder bereik te krijgen van inwoners die tussen wal en schip vallen (of te voorkomen dat dit gebeurt). Het project ‘Aanpassing proces woningaanpassingen is erop gericht dat inwoners met complexe vragen niet meer tussen wal en schip vallen bij het aanvragen van een woningaanpassing. Het project 16-27 jaar, heeft o.a. als doel dat jongeren niet buiten beeld raken, bij de overgang van Jeugdwet naar Wmo of bij de overgang van het praktijkonderwijs naar het mbo. -
Hoe gaat de gemeente om met integratie van de inclusienota in andere beleidsstukken betreffende het Sociaal Domein? -> Dit staat beschreven in 3.1: de inclusie agenda bevat speerpunten die dwars door al het gemeentelijk beleid lopen. Per speerpunt worden boegbeeldprojecten benoemd. Vanuit deze projecten delen we de ervaringen en leerpunten breed in de organisatie. Daarnaast zal in nieuwe beleid de relatie met deze speerpunten van Inclusie ook expliciet aan de orde komen.
ons kenmerk: pagina:
21h0001824 / h210137542 4 van 4
4. Doelstellingen en monitoren 4.2, pag.11. Schema bestaande instrumentarium monitoren en evaluatie. Is het niet logisch om bij een nieuwe koers ook een nieuwe wijze van monitoren te gebruiken. Iets nieuws meten met ‘oude maten’ lijkt niet effectief. Digitale hulpmiddelen kunnen hierbij ondersteuning bieden. -> Zoals in de notitie aangegeven lijkt het logisch om in eerste instantie zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande instrumenten/klankbordgroepen/projectevaluaties, en deze waar nodig uit te breiden. Bijvoorbeeld met ondernemers of maatschappelijke organisaties met wie wij nu nog geen actieve samenwerking hebben. De lokale inclusieagenda is vooral gericht op een verbetering van het huidige beleid, met inzet op de vier genoemde speerpunten. De uiteindelijke doelstellingen van het beleid hoeven daarmee niet altijd te veranderen, en kunnen nog steeds gemeten worden met bijvoorbeeld indicatoren uit de GGD gezondheidsmonitor (bijvoorbeeld met betrekking tot eenzaamheid). We hebben de notitie aangevuld met een korte toelichting hoe de huidige instrumenten inhoudelijk aansluiten op deze Startnotitie. Waar doelstellingen wel wijzigen, en waar het huidige instrumentarium niet voldoende is, zullen we dit zeker uitbreiden. Ook in afwachting van hoe de uiteindelijke Lokale inclusie agenda er uit ziet. We zullen ook op zoek gaan naar digitale mogelijkheden.
Met in ons achterhoofd, dat digitale ‘drempels’ daarbij vermeden moeten worden.
5. Tot slot Omdat een inclusieve samenleving alleen vorm kan krijgen door en met inwoners is het aan te bevelen om deze notitie in een breder verband aan inwoners voor te leggen. Hierbij denken wij aan een vertegenwoordiging uit alle geledingen van onze gemeente. Dit biedt tevens de mogelijkheid om meer verbinding te scheppen tussen de gemeente en inwoners en inwoners onderling. Dat deze nota dan overzichtelijker en in begrijpelijker taal geschreven dient te worden mag duidelijk zijn. Een mooi begin van een ‘inclusieve samenleving’ in Harderwijk en Hierden. -> Bij de eerste fase ‘Inventarisatie inclusieve samenleving’ zijn inwoners en maatschappelijke partners betrokken. In het proces van het opstellen van de startnotitie is gekozen voor een verdiepingsslag, met een raadsinformatieavond. Een aantal inwoners heeft hun verhaal gedaan aan de aanwezige raadsleden. In het vervolgproces betrekken we inwoners bij het opstellen van doelstellingen (zie deel 4). We zullen daar een diverse vertegenwoordiging bij betrekken. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Harderwijk,
de heer J.P. Wassens secretaris
de heer H.J. van Schaik burgemeester