CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vaststelling Belastingverordening 2026

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Belastingverordening 20265.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan college en raad Nummer: Datum: Opsteller: Portefeuillehouder: Onderwerp:

02430000230793 12 november 2025 O.M. Menger Wethouder W. Mazier Vaststelling Belastingverordening 2026

Het college van B&W besluit: 1. In te stemmen met het ontwerp- (verzamel-)raadsvoorstel en raadsbesluit; 2. In te stemmen met het voorstel tot intrekking van de: a. Verordening ongediertebestrijding 2025; b. Verordening op de heffing en inning brandweerrechten 2002; 3. In te stemmen met de bijgevoegde ontwerp belastingverordeningen 2026 inclusief bijlagen; 4. In te stemmen met het voorstel om de raad met betrekking tot de Verordening havengeld voor te stellen: a. Voor historische schepen in de havengeldverordening 2026 het tarief van 2025 te hanteren en het tarief trendmatig te verhogen. b. De eerder geraamde inkomsten voor de ligboxen Lelyhaven en de woonboten als nadeel te verwerken in de havenopbrengsten. c. Hiermee af te zien van een 100% kostendekkendheid van de havengelden in 2026. d. Als gevolg van de bijgestelde tariefberekening 2026 het nadeel ten laste te brengen van het begrotingssaldo 2026-2029 5. Deze stukken ter vaststelling aan te bieden aan de gemeenteraad. Inleiding Aanleiding Elk jaar stelt de raad de Meerjarenbegroting vast met daarin de beleidsvoornemens voor het komende jaar. Daartoe behoren ook de voornemens met betrekking tot de begroting van de diverse belastingen en heffingen en het effect op de tarieven.

De al dan niet geamendeerde tarieven dan wel stijgingspercentages die zijn vastgelegd in de Meerjarenbegroting 2026-2029, moeten zijn opgenomen in belastingverordeningen. Deze moeten worden vastgesteld worden door de raad om ook daadwerkelijk van kracht te worden. Dit voorstel dient dit doel. Kader Gemeentewet Wet Milieubeheer Wet Markt en Overheid Paspoortwet Bekendmakingswet Omgevingswet Beleidsregelingen van de gemeente Harderwijk Alternatieven Beoogd effect De in de Meerjarenbegroting 2026-2029 geraamde opbrengsten van belastingen en heffingen voor het jaar 2026 te genereren. Argumenten Beslispunt 1 en 3 -2-

a.

De geraamde (hogere) opbrengsten van de diverse belastingen dwingen tot het vaststellen van gewijzigde tarieven. b. Ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming dient de raad kennis te nemen van de overwegingen tot vaststelling van de nieuwe belastingverordeningen c. Het niet wijzigen van de tarieven resulteert onmiddellijk in het niet kunnen realiseren van de door de raad gevoteerde opbrengsten in de programmabegroting. Beslispunt 2 a. Voorstel is om de Verordening ongediertenbestrijding 2025 en de Verordening op de heffing en inning brandweerrechten 2002 in te trekken. De Verordening ongediertenbestrijding omdat daartoe in de Kadernota 2025 toe is besloten en de verordening op de heffing en inning brandweerrechten omdat deze werkzaamheden al lange tijd niet meer worden uitgevoerd door de gemeente. Door deze verordeningen in te trekken wordt bijgedragen aan de transparantie van de te heffen en innen belastingen. Beslispunt 4 a. Voorstel is om het tarief beperkt te laten stijgen, in afwachting van het in te voeren subsidiebeleid en omdat het gebied nog in ontwikkeling is. Dat betekent dat eerst nader geanalyseerd zal worden wat de ontwikkeling van de kosten en het hierop te baseren tarief zal zijn. De tarieven zullen naar verwachting in de toekomst verder gaan stijgen.

Om deze reden wordt in het kader van het algemeen belang van historische schepen voorgesteld het tarief buiten de kostendekkendheid te houden. b. In de tariefberekening 2025 was al rekening gehouden met de ligboxen die gerealiseerd gaan worden aan de Lelyhaven. Doordat deze ligboxen pas in 2029 overgaan naar het havenbedrijf worden de komende jaren de begrote inkomsten niet gerealiseerd. Om te voorkomen dat deze onvolkomenheid leidt tot een tariefstijging van de andere gebruikers wordt voorgesteld deze inkomsten t/m 2029 als nadeel te verwerken. Vanaf 2030 telt deze zone weer volledig mee in de kostendekkendheid. Daarnaast kunnen niet alle inkomsten worden gerealiseerd voor de woonboten, omdat het tarief sinds 2025 is gebaseerd op de ligplaats, terwijl de heffingsgrondslag is gebaseerd op het bootoppervlak. In 2026 vraagt dit om nader onderzoek en advisering. c. In 2021 is door de raad ingestemd om stapsgewijs in te groeien naar 100% kostendekkendheid van de havengelden. Dit is gerealiseerd met ingang van 2025. Onder de punt 4a en 4b genoemde argumenten wordt voorgesteld hiervan af te wijken waarmee voor 2026 de kostendekkendeidsperentage uit komt op 90,9%. d. In de begroting 2026-2029 zijn de havengelden 2026 doorgerekend op basis van 100% kostendekkendheid. Echter lieten de (concept) tarieven een significante stijging zien ten opzichte van de tarieven 2025.

Daarom is tussen het behandelen van de begroting en het aanbieden van de havengeldverordening 2026 extra ingezet gepleegd om de tariefberekening nog eens goed tegen het licht te houden. Ten opzichte van de begroting leidt de aangepaste tariefberekening tot een nadeel van €76.000 in het jaar 2026 en voor de jaren erna tot een nadeel van €41.700,-. Vanuit het budgetrecht van de raad is de raad bevoegd deze begrotingswijziging vast te stellen. Omgevingswet Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Financiën De verordeningen zijn opgesteld met inachtneming van de uitgangspunten van de Meerjarenbegroting en de vastgestelde ombuigingsmaatregel, met uitzondering van de Havengelden 2026. Ten opzichte van de begroting 2026-2029 is voor de havengelden een gewijzigde tariefberekening tot stand gekomen. De reden hiervoor is dat de (concept) havengelden 2026 een significante stijging lieten zien ten opzichte van de havengelden 2025. De herziening van de tariefberekening leidt tot een nadeel van €76.200 in 2026 en voor de jaren 2027 en verder tot een nadeel van €41.700,-. Het nadeel is als volgt opgebouwd:

Financieel effect herziening tariefberekening havengelden Bijstelling inkomsten - Bijstelling inkomsten havengelden t.o.v. begroting 2026-2029 - Aanhouden tarief historische schepen 2025 (+index) - Bijstellen inkomsten nutsvoorziening Bijstelling uitgaven - Klein onderhoud havenvoorzieningen en bruggen Totaal

2026

2027

2028

2029

€ -140.500 € -106.000 € -106.000 € -106.000 € -4.700 € -4.700 € -4.700 € -4.700 € 39.300 € 39.300 € 39.300 € 39.300 €

29.700 €

€ -76.200

29.700 €

€ -41.700

29.700 €

€ -41.700

29.700

€ -41.700

(positief getal = voordelig; negatief getal = nadelig) Met de begroting 2026-2029 is rekening gehouden met een meeropbrengst van de havengelden van €138.000,-. De opbrengsten dienen in 2026 naar beneden bijgesteld te worden met €140.500 en voor de jaren 2027 en verder met €106.000,- per jaar. Dit nadeel is als volgt opgebouwd: Door een wijziging in de kostentoerekening ten opzichte van de tariefberekening die verwerkt is in begroting 2026-2029 leidt de bijgestelde tariefberekening tot een structureel nadeel van €88.100,-. De niet te realiseren inkomsten voor de ligboxen aan de Lelyhaven leiden tot een nadeel van €17.900,- voor de jaren 2026-2029. Het nadeel op de inkomsten voor de woonboten is in 2026 €34.500,-. Een eventueel meerjarig effect is hier niet in meegenomen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek en advisering in 2026 hoe het tarief voor de woonboten tot stand moet komen. Het aanhouden van het tarief voor de historische schepen van 2025 + een indexering van 2,7% leidt tot een structureel nadeel van €4.700,-. Tezamen leiden deze ontwikkelingen ertoe dat de havengelden in 2026 niet 100% kostendekkend maar voor 90,9%. De hiervoor genoemde nadelen kunnen voor een gedeelte worden gedempt door het bijstellen van de inkomsten uit de nutsvoorzieningen. Op dit moment wordt voor 1 kwh elektra een vergoeding in rekening gebracht van €0,29 excl.

btw terwijl het kostprijsdekkende tarief ligt op €0,60 per kwh. Verder kan het klein onderhoud van de havenvoorzieningen en bruggen naar beneden worden bijgesteld omdat jaarlijks een aantal inspecties zelf uitgevoerd kunnen worden. Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de duurzaamheidsambities. Inwonerperspectief De inwoners zullen worden geconfronteerd met gewijzigde tarieven voor de te betalen belastingen. Door de publicatie van de verordeningen op overheid.nl en de gemeentelijke sociale kanalen zullen de inwoners op een transparante wijze kennis kunnen nemen van de belastingverordeningen 2026. Communicatie Na vaststelling van de verordeningen in de raad, worden deze gepubliceerd overeenkomstig wettelijke verplichtingen op overheid.nl en gepubliceerd op de sociale kanalen van de gemeenten. Tevens worden de bewoners van het Waterfront (met een vergunning voor een vaartuig) alsmede de belanghebbenden woonschepen middels een brief worden geïnformeerd. Uitvoering De uitvoering van de Verordening havengelden wordt verzorgd door de havenmeesters en de afdeling belastingen van Meerinzicht. Jaarlijks wordt beoordeeld of de praktijk aansluit bij hetgeen in de verordening is opgenomen. Evaluatie

De uitvoering en opbrengsten worden meegenomen in de jaarrekening en tussenrapportages. Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 8a Bijlage 8b Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 11a Bijlage 11b Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14

Overzicht belastingmaatregelen 2026 (in raadsvoorstel) Verordening Onroerendezaakbelasting 2026 Verordening Afvalstoffenheffing 2026 Verordening Riool- en waterzorgheffing 2026 Verordening Toeristenbelasting 2026 Verordening Forensenbelasting 2026 Verordening Precariobelasting 2026 Verordening Parkeerbelasting 2026 Aangewezen gebied parkeren Kostentoerekening samenhangende kosten inning naheffingsaanslagen parkeerbelasting Verordening Reclamebelasting 2026 Verordening Marktgelden 2026 Verordening Leges inclusief tarieventabel (bijlage 1) Bijlage bij tarieventabel behorende bij verordening Leges: Beleidsregel vaststellen bouwkosten Bijlage bij tarieventabel behorende bij verordening Leges: Tarieven Gelders Genootschap per 1 januari 2026 Verordening Hondenbelasting 2026 Verordening Begraafrechten 2026 Verordening Havengelden 2026

Bijlage 1 Toelichting op de genomen belastingmaatregelen Algemene uitgangspunten bij de belastingheffing In de Meerjarenbegroting 2026-2029 is uitgegaan van de volgende algemene uitgangspunten: Voor bestemmingsheffingen en rechten geldt het uitgangspunt ‘de gebruiker betaalt’ Er wordt gestreefd naar volledig kostendekkende heffingen voor de bestemmingsheffingen en rechten. De tariefsaanpassingen zijn gebaseerd op een indexcijfer van het CPB bij de Meicirculaire Gemeentefonds 2025 van 2,7%, tenzij anders is besloten (b.v. bij kostendekkende heffingen). In het kader van het beleid alsmede ombuigingsvoorstellen wordt bij een aantal belastingen naast de voorgestelde trendmatige aanpassing, een boventrendmatige tariefontwikkeling voorgesteld dan wel een aanpassing van activiteiten. Er wordt kwijtschelding verleend voor de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing tot 100% van het bijstandsniveau. Voornemens 2026 De belastingen waarvoor eveneens gebruik gemaakt wordt van een automatische incasso zijn zodanig aangepast dat het drempelbedrag is verlaagd van € 100 naar € 50. Deze aanpassing komt voort uit het streven naar verdere harmonisatie van de uitgangspunten van de Verordeningen. Onroerendezaakbelastingen 2026 De onroerendezaakbelastingen zijn een algemene belasting. Dat betekent dat de opbrengsten terugvloeien naar de algemene middelen.

De onroerendezaakbelasting wordt geheven van zowel eigenaren (woningen en niet woningen) als gebruikers (niet woningen). Woningen vastgesteld beleid Voor woningen eigenaren wordt geen vrijstelling verleend - De OZB woningen eigenaren 2026 is gebaseerd op de WOZ-waarde van 1 januari 2025. - Areaal-uitbreidingen leiden tot een hogere opbrengst, maar worden niet in de tarieven gecompenseerd. - Het OZB tarief wordt op basis van de formule A * B = C berekend. Waarbij A de WOZ-waarde van het woningareaal is, B het belastingtarief en C de benodigde omvang van de totale ontvangst belastinggelden. Om een zo nauwkeurig mogelijk belastingtarief te kunnen bepalen is de kennis van de waarde van de woningen essentieel. Vandaar dat het tarief op een zo laat mogelijk moment in het jaar ter vaststelling wordt aangeboden. - Op grond van de Meicirculaire 2025 wordt voor de marktontwikkeling van woningen tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025 de WOZ-waarde ontwikkeling geschat op 10,5%. Bij de berekening van het tarief is dit ook als uitgangspunt genomen. Voornemens 2026 - De geraamde opbrengst OZB woningen eigenaren 2026 wordt gebaseerd op de WOZ-waarde 2025. De WOZ-waarde stijging wordt verdisconteerd (verlaagd) in het OZB-tarief 2026 en verhoogd met een inflatiecorrectie.

- In aanvulling op het bestaande beleid is in de vastgestelde Kadernota 2025 voorgesteld om in 2026 een boventrendmatige verhoging toe te passen van 5%. In de kadernota 2026 is voorgesteld om deze boventrendmatige verhoging niet door te voeren in 2026.

Niet-woningen vastgesteld beleid

-

De OZB niet-woningen worden geheven van eigenaren en gebruikers. Voor OZB niet-woningen wordt geen kwijtschelding verleend. Voor OZB niet-woningen bestaan wettelijke vrijstellingen. De leegstand van niet-woningen wordt niet gecompenseerd door hogere tarieven. Areaal-uitbreidingen leiden tot een beperkte hogere opbrengst, maar worden niet in de tarieven gecompenseerd. De WOZ-waardeontwikkeling van niet-woningen bedraagt overeenkomstig de Meicirculaire 2025 2% voor niet-woningen.

Voornemens 2026 - De geraamde opbrengst OZB niet-woningen 2026 wordt gebaseerd op de WOZ-waarde 2025. De WOZ-waarde stijging wordt verdisconteerd (verlaagd) in het OZB-tarief 2026 en verhoogd met een inflatiecorrectie. - In aanvulling op het bestaande beleid is in de vastgestelde Kadernota 2025 voorgesteld om in 2026 een boventrendmatige verhoging toe te passen van 5%. In de kadernota 2026 is voorgesteld om deze boventrendmatige verhoging niet door te voeren in 2026.

Dit leidt tot de volgende tarieven 2026

OZB

2026

2025

OZB eigendom voor woningen

0,0915%

0,0996%

OZB eigendom voor niet-woningen

0,2894%

0,2875%

OZB gebruik voor niet-woningen

0,2323%

0,2308%

Afvalstoffenheffing Vastgesteld beleid

-

o o

De Afvalstoffenheffing is een specifieke (bestemmings)heffing op grond van de Wet Milieubeheer; een vergoeding voor de kosten van ophalen en verwerken van huishoudelijk afval. De Afvalstoffenheffing wordt geheven van gebruikers van woningen. Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de te compenseren btw, de overhead, de rentelast en de stand van de voorziening Afvalstoffenheffing. Voor afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk. Dit leidt tot een inkomstenderving. Deze inkomstenderving wordt gecompenseerd door hogere tarieven Afvalstoffenheffing. Voor afvalstoffenheffing is een tegemoetkoming medisch afval mogelijk. De inkomstenderving is opgenomen in het bedrag vermeld bij kwijtschelding. Deze inkomstenderving wordt gecompenseerd door hogere tarieven Afvalstoffenheffing. Vanaf 2024 zijn op basis van de vastgestelde kadernota de volgende beleidsmaatregelen doorgevoerd die impact hebben op de vaststelling van de begroting en vervolgens ook tarieven: het PMD brengpunt in de milieustraat gesloten. Afschaffing van het twee maal gratis aanbieden van grofvuil op de milieustraat.

Voornemens 2026 - De tarieven worden zodanig vastgesteld dat de begrote baten de begrote lasten niet overstijgen.

-

-

Er is geen sprake van aanpassing van het vastrecht tarief en voor de variabele tarieven. Dit omdat de stijging van de begrote lasten voor 2026 wordt gecompenseerd met een verhoging van het begrote aantal aanbiedingen afval. Deze verhoging is gebaseerd op de metingen van afgelopen jaar. Ook het tarief voor de afvalpas zal niet wijzigen. Als gevolg van de kosten die worden doorberekend van de afvalinzamelaar, worden de tarieven voor het wisselen van containers verhoogd van € 26,30 naar € 85,00. Hiermee wordt een kostendekkend tarief gehanteerd en worden gestreefd naar harmonisering van tarieven in de omgeving. Er wordt een nieuw artikel in de tarieventabel opgenomen, te weten het aanbrengen van een slot op containers. Het tarief is vastgesteld op € 115,00.

Bovengenoemde beleid en beleidsvoornemens leiden tot de volgende tarieven:

Afvalstoffenheffing

2026

2025

Vastrecht 1 of meer personen

€ 195

€ 195

Container 140 liter

€ 4,50

€ 4,50

Variabel tarief aanbieding mini container 240 liter

€ 8,00

€ 8,00

Ontgrendeling ondergrondse container

€ 1,60

€ 1,60

Vastrecht zonder mogelijkheid diftar

€ 288

€ 288

Variabel tarief aanbieding mini

Riool- en waterzorgheffing Vastgesteld beleid De riool- en waterzorgheffing is een specifieke bestemmingsheffing op grond van artikel 228a Gemeentewet. En betreft een vergoeding van de kosten die de gemeente moet maken. De rioolheffing wordt geheven van gebruikers van woningen en niet-woningen Uitgangspunt is volledige kostendekkendheid, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de te compenseren btw, overhead, rentelast en de stand van de voorzieningen. Voor de rioolheffing is kwijtschelding mogelijk. Dit leidt tot inkomstenderving. Deze inkomstenderving wordt gecompenseerd door hogere tarieven rioolheffing. De tarieven worden zodanig vastgesteld dat de begrote baten de begrote lasten niet overstijgen. Vanaf 2025 zijn op basis van de vastgestelde kadernota de volgende beleidsmaatregelen doorgevoerd die impact hebben op de vaststelling van de begroting en vervolgens ook tarieven: o Het niet meer sparen voor periodieke planvorming in de voorziening. o Het schrappen van de stelpost riolering o Het realiseren van een besparing op de regionale samenwerking in het kader van water en klimaatadaptie.

Voornemens 2026 - De Riool- en Waterzorgheffing blijft gebaseerd op een 100% kostendekkendheid - Met inachtneming van bovenstaande maatregelen zullen de tarieven rioolheffing met 11,5% stijgen.

Riool en waterzorgheffing

2026

2025

woning

€ 198

€ 177

niet woning

€ 302

€ 270

Toeristenbelasting Vastgesteld beleid - De toeristenbelasting is een algemene belasting; - De toeristenbelasting wordt geheven op overnachtingen door niet-ingezetenen van de gemeente in de gemeente Harderwijk. - De toeristenbelasting is een bedrag per persoon per nacht; - Voor toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend; - Op de toeristenbelasting kan op grond van de verordening een vrijstelling worden verleend; - De tarieven worden gebaseerd op de tarieven van het jaar daarvoor vermeerderd met het vastgestelde indexatiecijfer; - Het tarief toeristenbelasting wordt altijd naar boven afgerond op hele eurocenten. Voornemens 2026 - Het tarief toeristenbelasting 2026 is gebaseerd op het tarief 2025 verhoogd met de inflatiecorrectie. Voorgesteld wordt om in de Verordening toeristenbelasting in artikel 3 onder f (nieuw) een vrijstelling op te nemen voor jongeren tot 16 jaar die in georganiseerd verband (sportvereniging, scouting en/of vereniging) in de gemeente verblijven. De toeristenbelasting vormt voor dergelijke groepen een belemmering. Door een vrijstelling op te nemen worden maatschappelijk activiteiten zoals kampen en meerdaagse uitstapjes van scouting-, sport-, cultuur- en jeugdverenigingen gestimuleerd wat als waardevol wordt geacht. De vrijstelling geldt niet wanneer er sprake is van een commercieel karakter hebben.

Om rechtsgelijkheid te waarborgen, wordt de vrijstelling niet beperkt tot een bepaalde groep jongeren die in verenigingsverband verblijven. De vrijstelling geldt voor jeugdgroepen in de leeftijd tot en met 16 jaar die onder begeleiding overnachten in de gemeente Harderwijk. Dit betreft onder meer scoutinggroepen, sportverenigingen, jeugdclubs en andere georganiseerde groepen met een pedagogisch of sportief karakter in genoemde leeftijdscategorie. De maatregel draagt bij aan de toegankelijkheid van deze activiteiten voor alle inkomensgroepen, doordat extra kosten (zoals toeristenbelasting) vaak direct neerkomen op gezinnen. Een vrijstelling draagt bij aan gelijke kansen voor alle kinderen, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond. Het voorstel sluit aan bij onze beleidsdoelen op het gebied van jeugd, inclusie en recreatie. Een eventueel financieel effect is reeds meegenomen in de Meerjarenbegroting 2026-2029.

Bovengenoemde beleid en beleidsvoornemens leiden tot de volgende tarieven:

Toeristenbelasting

2026

2025

€ 2,18

€ 2,12

Forensenbelasting Vastgesteld beleid - De forensenbelasting is een algemene belasting; - De forensenbelasting wordt geheven van niet-ingezetenen van de gemeente Harderwijk die meer dan 90 dagen per jaar over een gemeubileerde woning beschikking voor zichzelf of het gezin - De forensenbelasting wordt geheven naar vloeroppervlakte van de gemeubileerde woning die onderverdeeld is in verschillende staffels; - Voor forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend; - Op de forensenbelasting kan op grond van de verordening een vrijstelling worden verleend; - De tarieven worden gebaseerd op de tarieven van het jaar daarvoor vermeerderd met het vastgestelde indexatiecijfer; - Het tarief forensenbelasting wordt sinds 2023 naar boven afgerond op hele euro’s. Voornemens 2026 Er zijn geen aanvullende beleidsmaatregelen opgesteld Bovengenoemde beleid en beleidsvoornemens leiden tot de volgende tarieven: Forensenbelasting

2026

2025

12,5 tot 30 m2

€ 240,00

€ 233,45

30 tot 40 m2

€ 400,00

€ 389,50

40 tot 60 m2

€ 563,00

€ 547,70

> 60 m2

€ 644,00

€ 626,40

Precariobelasting -

De precariobelasting is een algemene belasting De precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor openbare dienst bestemde grond. Er wordt geen kwijtschelding toegepast voor de precariobelasting Op grond van de verordening kunnen vrijstellingen worden verleend.

-

De tarieven worden gebaseerd op het tarief van het voorgaande jaar dat wordt vermeerder met het vastgestelde indexatiecijfer In de Verordening 2025 zijn inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd om beter aan te sluiten op de gemeentelijke praktijk en meer transparantie te betrachten.

Voornemens 2026 Er zijn geen aanvullende beleidsmaatregelen opgesteld. Bovengenoemd beleid en beleidsvoornemens leiden tot de volgende tarieven:

Precariobelasting

2026

2025

per m2 grond standplaats per dag per m2

€ 1,69

€ 1,65

per m2 hebben materialen, keten loods per dag

€ 0,56

€ 0,55

per m2 terras

€ 55,58

€ 54,12

Parkeerbelasting De parkeerbelasting is een algemene belasting dat ziet op parkeerregulering in de gemeente Harderwijk Onder de naam parkeerbelasting kan een belasting worden geheven voor het parkeren voor daartoe door het college aangewezen plaatsen en voor het aanvragen en verkrijgen van een parkeervergunning. Naast parkeerbelasting kan, indien geen of te weinig parkeerbelasting wordt voldaan, een naheffingsaanslag parkeerbelasting worden uitgereikt. Dit bedrag bestaat uit 1 uur na te heffen parkeerbelasting en de kosten voor de naheffing. Dit bedrag is middels een wettelijk maximum vastgesteld. Op grond van wet- en regelgeving wordt indien de werkelijke kosten van de gemeente meer bedragen dan het wettelijk maximum, wordt het wettelijk maximum in rekening gebracht. Jaarlijks wordt een kostentoerekening gemaakt ter onderbouwing van het te hanteren tarief kosten naheffing. Deze wordt bij het college- en raadsvoorstel als bijlage toegevoegd. Het totale product ‘parkeren’ is in de parkeerexploitatie 2019 (PEX18) geactualiseerd. Vanuit de Kadernota is besloten de tarieven met elke 2 jaar met 5% te verhogen. Voornemens 2026 De tarieven worden met 5% geïndexeerd. Op grond van de vastgestelde kadernota 2024 wordt het eerste uur gratis parkeren afgeschaft.

In de Verordening Parkeerbelasting 2026 is rekening gehouden met de vaststelling van nadere regels voor de uitgifte van parkeervergunningen Harderwijk van 23 september 2025 (02430000218733/02430000792768) inclusief bijlage. Hierdoor is er een tarief opgenomen voor de deelautovergunning (commercieel en niet commercieel) en een nihil tarief voor mantelzorgvergunningen. Met deze voornemens is reeds rekening gehouden in de begroting 2026 Bovengenoemd beleid en beleidsvoornemens leiden tot de volgende tarieven:

Parkeerbelasting

2026

2025

Per uur

€ 2,20

€ 2,10

Dagkaart voor Boulevard (P2) en Zonneweide (P8)

€ 11,50

€ 11,00

Avondkaart voor Boulevard (P2) en Zonneweide (P8)

€ 5,70

€ 5,50

Algemeen vergunning alle parkeerterreinen (met uitzonderingen)

€ 474

€ 452

Reclamebelasting De reclamebelasting is een algemene belasting; De tarieven worden gebaseerd op de tarieven van het voorgaande jaar en verhoogd met het vastgestelde index percentage. Er wordt geen kwijtschelding van toepassing geacht op de reclamebelasting. Op grond van de verordening zijn vrijstellingen mogelijk. Het tarief wordt per vestiging berekend. Voornemens 2026 In de verordening zijn de uitgangspunten verwerkt van het aangenomen amendement en de financiele gevolgen d.d. 13 november 2025 om per 2026 de in 2025 in de Kadernota aangenomen tariefsverhoging van 10% terug te draaien. Bovengenoemd beleid en beleidsvoornemens leiden tot het volgende tarief: Reclamebelasting

2026

2025

Per vestiging

€136,90

€144,22

Marktgelden De marktgelden zijn een recht. Dat wil zeggen de er een individualiseerbare prestatie tegenover moet staan. De begrote baten mogen daarbij de begrote lasten niet overstijgen. Er is geen verplichting tot volledige kostendekkendheid. Op grond van de Verordening marktgelden wordt een vergoeding gevraagd voor de kosten voor het innemen van een standplaats en de aansluiting op de elektriciteitskasten. Bij de aansluiting op de elektriciteitskasten wordt rekening gehouden met in rekening te brengen btw. De marktgelden worden geheven van de gebruikers van de weekmarkt en de standplaatshouders. Voornemens 2026 De tarieven voor de marktgelden 2026 zijn gebaseerd op de tarieven 2025 en worden verhoogd met een inflatiecorrectie. In 2026 zal nader onderzocht worden of en in hoeverre de energiekosten kostendekkend zijn.

Bovengenoemd beleid en beleidsvoornemens leiden tot het volgende tarief:

Marktgelden

2026

2025

Vaste standplaats per kwartaal per m1

€ 27,73

€ 27,00

Niet vaste standplaats per m1 per dag

€ 2,88

€ 2,80

Aansluiting elektriciteitskast per marktdag

€ 4,32

€ 4,21

Leges De leges zijn een recht. Dat wil zeggen dat er een individualiseerbare prestatie tegenover moet staan. De begrote baten mogen de begrote lasten niet overstijgen. Er wordt een vergoeding gevraagd voor, door of vanwege de gemeente verstrekte diensten of gebruik van gemeentelijke voorzieningen, waaronder de Nederlandse identiteitskaart. Op niveau van hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel behorende bij de verordening leges (hoofdstuk 1 is burgerzaken en hoofdstuk 2 is Omgevingsvergunningen) mogen de begrote baten de begrote lasten niet overstijgen (100% kostendekkendheid). De gemeente zal toegroeien naar een 100% kostendekkendheid. Hoofdstuk 3 (diensten in het kader van de algemene plaatselijke verordening) wordt separaat beoordeeld. Voor leges is geen kwijtschelding mogelijk. Tarieven worden zoveel als mogelijk naar beneden afgerond op € 0,05. Voornemens 2026 Op grond van de Kadernota 2025 is in het kader van de ombuiging voor hoofdstuk 2 € 300.000 aan opbrengsten geraamd in de begroting. Dit leidt voor hoofdstuk 2 tot een tariefsverhoging van 4,5% met uitzondering van de artikelen zoals genoemd in artikel 2.5 en 2.6. van de tarieventabel. Voor deze artikelen bedraagt de tariefsverhoging 17%. Tarieven hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3 worden, voor zover niet wettelijk gemaximeerd, geïndexeerd met het vastgestelde indexpercentage.

Op verzoek van de vakafdeling is in het kader van het uitgangspunt een autoluwe binnenstad artikel 1.33 aangepast en aangevuld. Hierbij is het artikel aangepast naar het huidige beleid. Deze aanpassingen zijn meegenomen in de begroting. In 2025 zijn de arbeidsvoorwaarden van de babs aangepast. Dat betekent dat artikel 1.1. onder c meer dan trendmatig stijgt van € 59,25 naar € 71,15 Het tarief artikel 1.1. onder d (eenvoudig huwelijk) blijft gehandhaafd op € 250,00 overeenkomstig besluit Gemeenteraad In artikel 1.11.b blijft het verzendtarief voor paspoorten gehandhaafd op € 5,00 op grond besluitvorming College 2025 in verband met paspoortpiek. Artikel 3.2.c (alcohol wetgeving) is verwijderd. Deze vergunning aanvraag is reeds benoemd onder artikel 3.2.e. Daarom is dit artikel overbodig. Hondenbelasting De hondenbelasting is een algemene belasting.

-

In 2025 heeft een eind evaluatie plaats gevonden van de hondenbelasting. Op basis van deze evaluatie wordt de hondenbelasting voortgezet. Het tarief wordt gebaseerd op het jaartarief 2025 die vervolgens met het vastgestelde indexpercentage wordt geïndexeerd.

Voornemens 2026 Er zijn geen nadere voornemens voor 2026 Het tarief is gebaseerd op het tarief 2025 vermeerderd met het vastgestelde indexpercentage. Bovengenoemd beleid en beleidsvoornemens leiden tot het volgende tarief:

Hondenbelasting

2026

2025

per hond

€ 69,30

€ 67,49

Havengeld -

-

-

De havengelden zijn een recht. Dat betekent dat er een individualiseerbare prestaties tegenover de rechten moeten staan. De begrote baten mogen de begrote lasten daarbij niet overstijgen. In 2024 heeft een grondig onderzoek plaatsgevonden naar de kosten van de haven-, kade- en opslaggelden. Dit onderzoek is herhaald naar aanleiding van het vastgestelde havenbeheersplan 2025-2029. Op basis van de inventarisatie 2024 zijn de havengelden 2025 volledig kostendekkend. De Havengeldverordening wordt vastgesteld in overeenstemming met de Verordening fysieke Leefomgeving VFL); Bij de kostenberekening worden de uitgangspunten van de Wet Markt en Overheid gerespecteerd. Bij de berekening van de tarieven havengelden wordt bij de toerekening van de kosten zoveel als mogelijk rekening gehouden met de voorzieningen waarvan de betreffende vaartuigen gebruik maken. De vrijstelling voor botters en andere historische schepen welke gedurende evenementen een ligplaats in de haven kiezen, mits dit gebruik de duur van 7 dagen per kalenderjaar te boven gaat, blijft gehandhaafd tot er een subsidieregeling is geformaliseerd.

Voornemens 2026 -

-

De kostenberekening is 2026 is gebaseerd op het op 12 juni 2025 door de raad vastgestelde havenbeheerplan 2025-2029. De kosten worden zoveel als mogelijk toegerekend aan de vaartuigen die gebruik maken van de betreffende voorzieningen. De tarieven zijn vastgesteld op basis van bevindingen over het verleden, verwachtingen voor de toekomst en het uitgangspunt dat de komende jaren nog ontwikkelingen zullen zijn in het havengebied. Voor historische schepen (tarief h) wordt het tarief van 2025 gehanteerd en trendmatig verhoogd met 2,7%. Voor woonschepen (tarieven f) wordt het tarief zoals berekend voor een ligplaats toegepast op de heffingsmaatstaf bootoppervlakte m2. Dit leidt tot een stijging van het tarief 9,2%. Het jaar 2026 zal daarbij worden gebruikt om het werkelijk gebruik van de ligplaatsen nader te onderzoeken en op basis van dit onderzoek de tarieven vanaf 2027 vast te stellen.

-

Voor de recreatievaartuigen bewoners Waterfront wordt het tarief opgedeeld in twee tarieven per ligplaats (met verschillende afmetingen). Voor het jaar 2026 worden de tarieven voor de ligboxen Lelyhaven nog niet meegenomen aangezien deze nog niet in gebruik worden genomen. Dit leidt ertoe dat in afwijking van de uitgangspunten van de begroting de kostendekkingsgraaf 90,9 % bedraagt. In de verordening is ten behoeve van de transparantie voor de burger een aantal aanvullende definities opgenomen.

Bovenstaand leid tot de volgende tarieven (incl. btw). a. Beroepsvaartuigen (o.a. vissersvaartuigen, sleepboten en overige vaartuigen bestemd voor en in gebruik als beroepsvaart, voor zover niet anders in dit artikel vermeld. i Per m2 per week ii Per m2 per jaar b. i ii c. i ii

Vrachtvaartuigen

d.

Recreatievaartuigen bewoners Waterfront Ligplaats 5,6 meter lengte Ligplaatsnummers A1 t/m A16, B 1t/m B30 en C1 t/m C17 Waterfront fase 3 Ligplaats 6 meter lengte Ligplaatsnummers 1 t/m 64 Watersportboulevard Ligplaats 9 meter lengte Ligplaatsnummers N1 t/m N10, N57 t/m N73, Z11 t/m Z56 Noorder- en Zuidereiland Ligplaatsen bestemd voor rondvaartschepen

i

ii

iii

e.

2025

2026

€ 0,55 17,03

€ 0,48 € 14,87

Per ton per week Per ton per jaar

€ 0,29 € 8,96

€ 0,25 € 7,83

Per m1 per uur Per strekkende met LOA per dag

€ 0,70 € 2,52

€ 0,77 € 2,49

Per jaar

€ 323,90

€ 488,90

Per jaar

€ 347,04

€ 523,82

Per jaar

€ 520,56

€ 785,72

Per strekkende meter LOA per dag Per m2 (Lengte over alles x breedte over alles) per boot per kwartaal Per strekkende meter LOA per maand Per strekkende meter LOA per jaar Per strekkende meter LOA per jaar Per strekkende meter LOA

€ 5,53

€ 5,43

€ 7,19

€ 7,77

€ 17,09

€ 15,57

€ 57,75

€ 59,31

-

€ 339,30

€ 61,47

€ 56,07

Recreatievaartuigen

f.

Woonschepen

g.

Winterligplaats

h.

Historische schepen

i.

Historische schepen met woonfunctie

j.

Aantikplaats kleine rondvaartschepen

Begraafrechten

-

De begraafrechten zijn een recht. Dat betekent dat er een individualiseerbare prestatie tegenover moet staan. De begrote baten mogen de begrote lasten daarbij niet overstijgen. De exploitatie van de begraafplaatsen is niet kostendekkend. De tarieven worden boven € 200 afgerond op hele euro’s, boven € 100 op € 0,50 en onder €100 op € 0,10. In 2025 bedroeg de kostendekkendheid 90%

Voornemens 2026 Op grond van de door de raad vastgestelde Kadernota 2025 wordt in het kader van de ombuigingsplannen de kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten verhoogd naar 100%. In relatie met de inschatting van een verhoging van de opbrengsten als gevolg van een toename van het aantal begrafenissen, zullen de tarieven alleen trendmatig met 2,7% worden verhoogd. Bovengenoemd beleid en beleidsvoornemens leiden tot het volgende tarief:

Begraafrechten

2026

2025

€653,00

€636,00

€1.094,00

€1.065,00

1.1 Voor het verlenen van een particulier graf, niet zijnde een urnengraf, indien de rechthebbende niet meer dan 2 stoffelijke overschotten in de grafruimte wil begraven wordt geheven:

1.1.1 voor een periode van 10 jaar

2.1 Het recht bedraagt voor:

2.1.1 het begraven of herbegraven van een stoffelijk

overschot van een persoon van 12 jaar of ouder

Ongediertebestrijding In de kadernota 2025 is het intrekken van het de Verordening ongediertebestrijding meegenomen. In de praktijk blijkt dat er beperkt gebruik wordt gemaakt van de betreffende diensten zoals benoemd in de verordening. Daarnaast zijn nagenoeg alle diensten die zijn benoemd geen wettelijke taak van de gemeente. Deze activiteiten nemen daarbij relatief veel arbeidstijd in beslag. Ook zijn dit activiteiten die door een derde organisatie verder uitgevoerd kunnen worden. Door de verordening in te trekken, kan de gemeente blijvend zich op de wettelijke taak blijven oriënteren, zoals bijvoorbeeld ongediertebestrijding in de openbare ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=0798b999-b980-4dee-bfed-cb5906400fe9