Raadsvoorstel Motie vreemd Havengelden.docx
Tekst van het document
Voorstel aan college en raad Nummer: Datum: Opsteller: Portefeuillehouder: Onderwerp:
02430000102103 13 juni 2022 R.P.C. van Drunen Wethouder Pijnenburg motie Vreemd havengelden
Het college van B&W besluit: De raad voor te stellen om voor de tarieven voor de vaartuigen van de bewoners van Waterfront, woonschepen, historische schepen en historische schepen die meedoen aan evenementen: - in het belastingjaar 2022 de tarieven uit de ‘Verordening havengelden 2021’ te hanteren; - deze tarieven voor het belastingjaar 2022 te verhogen met de gebruikelijke indexatie; - de lagere verwachte inkomsten ten laste te laten komen van het exploitatieresultaat en het begrotingsresultaat; - de gewijzigde ‘Verordening havengelden 2022’ vast te stellen; - voor de ‘Verordening havengelden 2023’ de nieuwe tarieven voor 2022 te hanteren en deze tarieven voor 2023 te indexeren. Inleiding Aanleiding Unaniem aangenomen ‘Motie Vreemd havengelden’ (raadsvergadering 24 april 2022) Kader Verordening havengelden 2022 Alternatieven De ‘Motie Vreemd havengelden’ is unaniem aangenomen. Het college heeft de motie omarmd en de raad een voorstel gedaan voor het uitwerken van de motie, zie argumenten. De raad heeft het voorstel van het college omarmd. Het voorstel van het college en de aangenomen motie bieden geen ruimte voor alternatieven. Voor de uitwerking van het voorstel van het college stellen wij een pragmatische aanpassing voor de uitvoering van de motie voor, zie daarvoor de argumenten. Beoogd effect Uitvoering geven aan de aangenomen ‘Motie Vreemd havengelden’.
Argumenten Met de motie verzoekt de raad het college om voor 1 juni 2022 met een voorstel te komen met nieuwe passende tarieven voor inwoners van Waterfront, eigenaren van woonschepen, historische schepen en historische schepen die meedoen aan evenementen. Het college heeft tijdens de behandeling van de motie, mede vanwege het belang dat het college hecht aan het behoud van varend erfgoed, samengevat het volgende voorgesteld: - in het belastingjaar 2022 de tarieven uit de ‘Verordening havengelden 2021’ als passende tarieven te hanteren; - deze tarieven voor het belastingjaar 2022 te verhogen met de gebruikelijke indexatie; - de financiële gevolgen mee te nemen in de Kadernota;
- voor de ‘Verordening havengelden 2023’ de nieuwe tarieven voor 2022 te hanteren en deze tarieven voor 2023 te indexeren; - de eigenaren van de bedoelde vaartuigen in 2023 te compenseren voor het verschil tussen oude ’22tarieven en nieuwe ’22-tarieven. Het voorstel van het college bestaat uit een aantal stappen. De basis is hanteren van de tarieven zoals die golden in 2021 inclusief de gebruikelijke jaarlijkse indexatie van de tarieven voor 2022 (en 2023). Dit besluit gevolgen voor een eerder aangenomen amendement en motie. Hanteren van de tarieven van 2021 leidt tot een groter gat in de begroting. Het college heeft voorgesteld om de financiering van het gat mee te nemen in de Kadernota 2023-2026. De kadernota is hiervoor niet het juiste instrument, zie de paragraaf financiën. Voor een pragmatische uitvoering stellen wij voor om een gewijzigde Verordening havengeld 2022 met terugwerkende kracht vast te stellen (ingangsdatum 1 januari 2022). Het voordeel van deze gewijzigde verordening is dat er geen compensatie achteraf hoeft plaats te vinden. Een aanzienlijk deel van de aanslagen voor het belastingjaar 2022 zijn voor de genoemde groepen namelijk nog niet opgelegd. Op deze manier kunnen wij het gewijzigde tarief opleggen voor het belastingjaar 2022 en voorkomen wij een administratieve last die nodig is voor het uitkeren van de compensatie.
Amendement en motie 7 oktober 2021 Tijdens de raadsvergadering van 7 oktober 2021 is zowel het ‘Amendement op kadernota 2022-2025’ als de motie ‘Motie Kadernota - Havengelden’ aangenomen. De strekking van beide is de kostendekking van de begroting voor de havens stapsgewijs te verhogen naar 100%. Conform het amendement in vier stappen (60% in 2022, 75% in 2023, 90% in 2024 en 100% in 2025). De motie gaat uit van een verhoging in twee stappen: kostendekking van 60% in 2022 en onderzoek naar verder verhoging. De op 21 april 2022 unaniem aangenomen motie is een nieuw besluit van de raad dat een eerder, en tegengesteld, besluit ongedaan maakt (de ‘Motie Kadernota - havengelden’ is terugdraait). De uitwerking van de het tweede deel van de ‘Motie Kadernota – havengelden’ is gezien het besluit van 21 april 2022 niet logisch. Ook het niet verder uitvoeren van het amendement is een logisch gevolg van het besluit van 21 april 2022. Omgevingswet Het voorstel betreft een wijziging van een belasting verordening. De wijziging hoort niet in de omgevingsvisie en het omgevingsplan thuis, de wijziging heeft geen gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Financiën Het voor de beoogde doelgroepen terugdraaien van de verhoging conform het ‘Amendement op kadernota 2022-2025’ betekent dat de verwachte baten, en dus de kostendekking, afneemt.
Het gat in de begroting dat hierdoor ontstaat, kan niet in de kadernota worden meegenomen. De kadernota is bedoeld voor ongedekte kosten en niet voor lagere baten. Lagere dan verwachte baten komen ten laste van het exploitatieresultaat en worden uiteindelijk opgevangen door de algemene middelen. In de 1e Marap zijn de lagere verwachte baten benoemd. Financiële gevolgen gaan wij bij de 2e Marap uitwerken omdat we dan meer informatie hebben. De verwachte baten nemen als volgt af: - 2022 (kostendekking 60%): € 76.000 in plaats van € 95.000; - 2023 (kostendekking 75%): € 95.000 in plaats van € 113.125;
- 2024 (kostendekking 90%): € 190.000 in plaats van € 226.250; - 2025 (kostendekking 100%): € 253.000 in plaats van € 301.500. Het verschil van de lagere opbrengsten komt in 2022 ten laste van het exploitatieresultaat. Voor de jaren 2023 en later wordt dit meegenomen via de meerjarenbegroting, dus komt het gat ten laste van het begrotingsresultaat. Duurzaamheid Analoog aan het onderdeel Omgevingswet heeft de wijziging van de Verordening havengelden geen gevolgen voor energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Communicatie De wijziging van de belastingverordening heeft gevolgen voor de eigenaren van vaartuigen van de bewoners van Waterfront, woonboten, historische schepen en schepen die meedoen aan evenementen. De eigenaren van schepen die het betreft informeren wij via de aanslag, ofwel voor degenen die nog geen aanslag hebben ontvangen het bericht dat hun aanslag conform het besluit van de raad is (geïndexeerd maar zonder de verhoging) of voor degenen die al wel een aanslag hebben ontvangen het bericht dat zij in aanmerking komen voor compensatie. Uitvoering De uitvoering vindt plaats via de nog op te stellen Verordening havengelden 2022 met de nieuwe tarieven en de compensatie voor de inmiddels opgelegde aanslag. Evaluatie De verordening voor havengelden wijzigen wij jaarlijks. Normaal beperkt zich dat tot indexatie van de tarieven.
De tarieven corrigeren wij met de dan geldende inflatie. Een evaluatie van de verordening is onderdeel van het voorstel aan de raad indien daar een aanleiding voor is. Op dit moment voorzien wij geen ontwikkelingen die aanleiding zijn voor een evaluatie. Wij werken op dit moment aan een algehele actualisatie van de verordening voor de havengelden. Daarvoor brengen wij alle kosten zoals die in de begroting zijn opgenomen in beeld. Die kosten bepalen uiteindelijk de hoogte van de tarieven. Bij het berekenen van de tarieven houden wij rekening met de wettelijke verplichtingen zoals de Wet markt en overheid. Kort samengevat houdt dat in dat wij alle integrale kosten moeten door berekenen in de tarieven om oneerlijke concurrentie met commerciële bedrijven te voorkomen. Wij onderzoeken op dit moment of het mogelijk is om in plaats van tarieven voor categorieën van vaartuigen, zoals nu is opgenomen in de verordening, de tarieven te baseren op het (primaire) gebruik van een haven. Dat leidt tot een zonering van de havens, per zone geldt een tarief gebaseerd op alle kosten van dat deel van het havengebied. Het tarief (per m1 of m2) is dan per zone voor elk type vaartuig gelijk. Bijlagen 1. Motie Vreemd havengelden (d.d. 21-04-22) 2. Amendement op ‘Kadernota havengelden’ (d.d. 07-10-21) Motie Kadernota - havengelden (d.d. 07-10-21)