CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Grondstoffenplan 2026-2030

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Grondstoffenplan 2026-20305.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan college en raad Nummer: Datum: Opsteller: Portefeuillehouder: Onderwerp:

02430000213520 24 april 2025 R.H. Speijer Wethouder E.H.R. Enklaar Grondstoffenplan 2026 - 2030

Het college van B&W besluit: 1. de raad voor te stellen om te kiezen voor beleidskeuze 1A; Diftar Gewicht en lokale invoering vanaf 2028; 2. te kiezen voor beleidskeuze 2 en de exploitatie van de milieustraat aan de Daltonstraat 23, over te dragen aan Omrin via inbesteding; 3. de raad voor te stellen om te kiezen voor beleidskeuze 3 voor het onderzoek uitbreiding milieustraat; 4. de raad voor te stellen een ruimteclaim te leggen op de aangrenzende kavels bij de milieustraat op Lorentzhaven; 5. de raad voor te stellen om in te stemmen met de thematische communicatiekeuzes bij beleidskeuze 4; 6. de raad voor te stellen om te kiezen voor het onderzoek handhaving bij beleidskeuze 5; 7. de raad voor te stellen de financiële gevolgen van de gemaakte beleidskeuzes mee te nemen in de tariefberekening afvalstoffenheffing bij de begroting 2026-2029. Inleiding De gemeente Harderwijk heeft zich in 2016 gecommitteerd aan het Rijksprogramma VANG (Van Afval Naar Grondstof), met als doel de hoeveelheid fijn en grof huishoudelijk restafval te verminderen. Op basis van dit programma en het Afvalbeleidsplan 2020–2025 heeft de gemeente de afgelopen jaren belangrijke en goede resultaten geboekt op het gebied van afvalreductie. In 2020, bij de start van het vorige Grondstoffenplan, bedroeg de hoeveelheid fijn en grof restafval nog 160 kg per persoon.

In 2022, het jaar waarin Diftar werd ingevoerd, daalde dit naar 111 kg. Deze daling zette zich voort in 2023 en 2024, waarin het restafval verder afnam tot 97 kg per persoon. Volgens de Afvalbenchmark 2023 behoort Harderwijk tot één van de best presterende gemeenten binnen haar stedenbouwkundige klasse. Een mooie prestatie waar Harderwijk trots op mag zijn. Tevens heeft de Rekenkamer Ermelo-Harderwijk in 2024 en 2025 een onderzoek uitgevoerd naar het afvalbeleid van de gemeente Harderwijk. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de wettelijke taak van de rekenkamer om onderzoek te doen naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. De aanbevelingen en conclusies zijn overgenomen in het concept Grondstoffenplan 2026-2030. Aanleiding Het huidige Afvalbeleidsplan (2020–2025) loopt dit jaar af. Hoewel er goede vooruitgang is geboekt, zoals de vermindering van restafval tot 97 kg per persoon per jaar en het behalen van een scheidingspercentage van 78%, is de ambitieuze landelijke VANG-doelstelling voor 2025 van 30 kg restafval per persoon niet gehaald. Ook in andere gemeenten blijkt deze doelstelling moeilijk haalbaar. Daarnaast moeten gemeenten voldoen aan strengere Europese en nationale wet- en regelgeving op het gebied van afval en circulariteit.

Dit betreft onder andere de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA), het nieuwe Circulair Materialenplan (CMP) – de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) – en het geactualiseerde VANG-programma. Waar de focus ligt op recycling. Deze kaders leggen meer nadruk op recycling, afvalpreventie en de kwaliteit van gescheiden grondstofstromen, en stellen daarmee hogere eisen aan het gemeentelijke afval- en grondstoffenbeleid voor de komende jaren Bovendien wordt er voor de komende jaren een forse verhoging verwacht van zowel de verbrandingsbelasting (Wbm) als de CO₂-heffing op het verbranden van fijn en grof restafval. Daarnaast is de gemeente Harderwijk vanaf 2026 samen met regiogemeenten Ermelo, Nunspeet, Elburg en Oldebroek aandeelhouder geworden van Omrin, de publieke afvalinzamelaar. Deze samenwerking biedt meer flexibiliteit en sturingsmogelijkheden binnen het (regionale) afval en grondstoffenbeleid.

-2-

Het Grondstoffenplan 2026–2030 (hierna GSP) speelt in op al deze aspecten en vormt een strategische routekaart, gericht op drie kernpunten: • • •

het verder terugdringen van de hoeveelheid restafval; het verhogen van de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen; het beheersbaar houden van de stijgende afvalstoffenheffing in de komende jaren.

Om invulling te geven aan de drie kernpunten van het GSP, zijn beleidskeuzes uitgewerkt die de kernpunten moeten behalen en daarmee de basis vormen voor het nieuwe afval- en grondstoffenbeleid van de gemeente Harderwijk. Deze beleidskeuzes zijn bovendien afgestemd op de specifieke samenstelling van het restafval en de grondstoffen die hier nog inzitten. Daar zit namelijk de potentiële winst. Waarbij met name de GFT-stroom — die met 28% van het gewicht de grootste fractie vormt — de meeste potentie biedt, mits goed gescheiden. Diftar Gewicht De eerste beleidskeuze is de invoering van Diftar op basis van gewicht, waarbij inwoners gaan betalen voor het aangeboden restafval op basis van het daadwerkelijke gewicht. Dit systeem vervangt het huidige volume/frequentiemodel en biedt een sterkere financiële prikkel om afval te voorkomen en beter te scheiden. Diftar Gewicht is dé manier om de grootste grondstofstroom binnen het restafval – GFT – effectief aan te pakken. In gemeenten waar dit systeem al is ingevoerd, zoals Heerenveen en Ooststellingwerf, is het restafval met gemiddeld 30 kg per persoon per jaar afgenomen, terwijl de hoeveelheid GFT met gemiddeld 20 kg per persoon toenam. Gezien de stedenbouwklasse van Harderwijk en de vergelijking met de Friese gemeenten, wordt een reductie van circa 18 kg restafval per persoon verwacht.

Harderwijk kiest voor een lokale invoering vanaf 2028. Deze keuze stelt de gemeente in staat om tijdig te anticiperen op stijgende verbrandings- en CO₂-heffingen en biedt onafhankelijkheid van besluitvorming in de regio. Voor de uitvoering worden zeven inzamelvoertuigen voorzien van weegmodules, een investering die noodzakelijk is vanwege logistieke redenen. Hiermee kan Harderwijk solo opereren, zonder op besluitvorming van regiogemeenten te hoeven wachten. Inwoners geven soms aan zich zorgen te maken over mogelijk misbruik van hun container door derden. In lijn met de aanpak uit vergelijkbare gemeenten kiest Harderwijk ervoor om geen standaard sloten op containers te plaatsen. De totale kosten zouden namelijk uitkomen op circa €1 miljoen. Uit ervaring blijkt dat de behoefte aan een slot vaak afneemt zodra inwoners inzicht krijgen in het systeem en hun eigen afvalgedrag. Indien gewenst kunnen inwoners op eigen initiatief een slot aanvragen tegen betaling van €115,- per container. De gemeente informeert hierover op begrijpelijke wijze voorafgaand aan de invoering en adviseert inwoners om het systeem eerst zonder slot te ervaren. Hoewel Harderwijk de invoering zelfstandig oppakt, blijft de optie tot aansluiting door andere regiogemeenten nadrukkelijk openstaan. De gemeente gaat hierover actief het gesprek aan via het bestuurlijk overleg.

Indien andere gemeenten besluiten om alsnog aan te haken, kunnen de kosten worden gedeeld, wat leidt tot lagere kosten per aansluiting. Voor de lokale invoering van Diftar Gewicht worden zeven inzamelvoertuigen uitgerust met weegmodules. Deze investering brengt extra kosten met zich mee voor rente, afschrijving, onderhoud en een lichte stijging van de inzamelkosten (door langere ledigingstijden). Daartegenover staan lagere verwerkingskosten voor restafval en een verwachte besparing op CO₂-heffingen, doordat inwoners beter afval gaan scheiden en minder restafval aanbieden. Wanneer de extra kosten en besparingen worden vergeleken met het huidige Diftar Volume/Frequentie-model, leidt dit tot een bescheiden kostenstijging van:

•

€1,38 per huisaansluiting in 2028, en

•

€0,48 per huisaansluiting in 2032.

Exploitatie milieustraat Omrin De tweede beleidskeuze betreft de overdracht van de exploitatie van de milieustraat en het KCA-depot aan Omrin. Deze overdracht levert schaalvoordelen op en maakt het mogelijk om personeel en middelen efficiënter, robuuster en flexibeler in te zetten binnen de regio. Vanaf 2026 is Omrin namelijk ook verantwoordelijk voor de afvalinzameling én voor de exploitatie van de milieustraat in Elburg/Oldebroek. Vanwege de huidige personeelskrapte en het beperkte aantal medewerkers dat beschikbaar is voor het KCA-depot, wordt het steeds moeilijker om het serviceniveau op peil te houden. Door de exploitatie van het KCA-depot ook over te dragen aan Omrin, blijft de kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd. De overdracht wordt ter kennisname voorgelegd aan de Ondernemingsraad (OR).

Er zijn geen arbeidsvoorwaardelijke consequenties verbonden voor de betrokken medewerkers. Alle medewerkers binnen het stadbedrijf worden intern herplaatst op een passende functie waardoor er geen juridische gevolgen zijn. De huidige kosten per huisaansluiting voor de milieustraat zijn (prijspeil 2024): •

€44,-.

Afhankelijk van de type container (m3) en de bijhorende systematiek dat toegepast wordt, worden de kosten per huisaansluiting voor de milieustraat: •

Omrin (20 m³ containers):

€ 34,-

•

Omrin (40 m³ containers):

€ 28,-

In het kader van een mogelijke uitbreiding van de milieustraat wordt eerst onderzocht hoe de veiligheid voor medewerkers en bezoekers op het terrein verbeterd kan worden. Vervolgens wordt bekeken welke vormen van tariefdifferentiatie mogelijk zijn zonder het plaatsen van een weegbrug. Daarnaast wordt onderzocht wat de effecten zijn van het realiseren van een sorteerstraat, een demontagehal en de mogelijkheden voor plaatsing van een geschikte weegbrug. Tot slot wordt ook de uitbreiding naar een circulair ambachtscentrum verkend. Om toekomstige uitbreiding mogelijk te maken, wordt alvast een ruimteclaim gelegd op aangrenzende gemeentelijke kavels op de Lorentzhaven. Communicatie Waar de eerste twee beleidskeuzes vooral gericht zijn op technische en logistieke maatregelen, richt beleidskeuze 3 zich op het stimuleren van circulair gedrag via gerichte communicatie. Zonder gedragsverandering bij inwoners blijven de effecten van andere maatregelen beperkt. Effectieve communicatie vormt daarom een belangrijke schakel binnen het GSP. De gemeente kiest voor een thematische accent communicatieaanpak, waarbij op basis van grondstoffenwinst en beleidsprioriteiten wordt bepaald welke onderwerpen extra aandacht krijgen. Door te werken met afwisselende campagnes blijft de communicatie actueel, herkenbaar en doelgericht.

Digitale middelen, zoals de Omrin Afvalapp, spelen hierin ook een belangrijke rol – onder andere via persoonlijke afvalinzichten, pushmeldingen en praktische tips. Op basis van beleidsprioriteiten, sorteeranalyses van het restafval en signalen vanuit de samenleving is de volgende thematische communicatieplanning opgesteld, waarbij het jaarlijkse accent helder is afgebakend:

• •

Kwartaal 4, 2025: Wijzigingen in de afvalinzameling door Omrin. Kwartaal 4, 2025: Wijzigingen in de werking van de milieustraat.

•

2026:

o o •

2027:

o o •

o

Kringloop en hergebruik – Versterken van samenwerking met kringloopwinkels en promotie van hergebruik. Reparatie en herstel – Ondersteunen van initiatieven zoals Repair Cafés en lokale herstelpunten.

2029:

o •

Handhaving en gedragsnormen – Campagnes rond bijplaatsingen, zwerfafval en illegale dumpingen. GFT en voedselverspilling – In aanloop naar de invoering van Diftar op basis van gewicht.

2028:

o

•

Textiel – Betere scheiding stimuleren en aandacht voor hergebruik, reparatie en bewuste kledingkeuzes. Oud papier en karton – Verbeteren van scheidingskwaliteit.

Deeleconomie – Onder de aandacht brengen van bestaande deelinitiatieven met buurtgerichte communicatie.

2030:

o

Communicatie op maat – Gericht inspelen op actuele lokale behoeften en beleidsontwikkelingen.

Dit is een (grove) inschatting van de planning. Onderwerpen en tijdspad kunnen in de praktijk nog wijzigen.

De kracht van deze aanpak zit in het creëren van draagvlak, eigenaarschap en bewustwording. Inwoners begrijpen niet alleen wat er verandert, maar vooral ook waarom. Dit vergroot het vertrouwen in het beleid en stimuleert actieve betrokkenheid bij de doelstellingen van het GSP. Bovendien zit er een duidelijke opbouw in de communicatie: eerst ligt de focus op grote wijzigingen zoals de samenwerking met Omrin en de aanpassing van inzamelstructuren, gevolgd door aandacht voor grondstofstromen die nog vaak in het restafval terechtkomen en de introductie van Diftar Gewicht. Daarna verschuift de aandacht naar het stimuleren van circulaire gedragspatronen in aanloop naar het nieuwe Grondstoffenplan 2030 en de daaropvolgende jaren. Handhaving Net als veel andere gemeenten heeft Harderwijk te maken met bijplaatsingen, illegale dumpingen en zwerfafval. Hoewel dit gedrag vaak een maatschappelijke of sociale achtergrond heeft en niet direct voortkomt uit het afvalbeleid, heeft het wel degelijk een negatieve impact op de leefomgeving. Handhaving speelt hierin een belangrijke rol. Op dit moment treedt de gemeente voornamelijk op via een zogenoemd ‘piepsysteem’: er wordt pas gehandhaafd na meldingen van inwoners. Dit maakt de aanpak reactief, vermindert de effectiviteit en leidt tot frustratie bij inwoners die hun afval wél correct scheiden en aanbieden.

Bij beleidskeuze 4 start de gemeente een verkennend onderzoek. Dit onderzoek brengt in kaart wat de financiële en operationele gevolgen zijn van een meer proactieve handhavingsaanpak, welke afdelingen hierbij betrokken zijn en welke aanpassingen nodig zijn in de huidige werkprocessen. Een mogelijke effectieve werkwijze is het gericht inzetten van handhaving op zogenaamde hotspots: locaties waar op basis van meldingen en afvaldata structurele overtredingen plaatsvinden. In deze gebieden krijgt handhaving prioriteit. Bij overtredingen blijft de gemeente in eerste instantie werken met waarschuwingen, maar bij herhaling kunnen handhavingsmaatregelen volgen, zoals het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van dwangsommen. Bij uiteindelijke implementatie draagt deze beleidskeuze bij aan een schonere stad, een eerlijker afvalsysteem en meer draagvlak onder inwoners die hun afval op de juiste manier aanbieden. VANG resultaat 2030 Het gecombineerde effect van beleidskeuze 1, 2 en beleidskeuze 3 leidt naar verwachting tot een sterke reductie van fijn en grof restafval. Op basis van berekeningen wordt in 2030 een resultaat verwacht van minder dan 60 kilogram fijn en grof restafval per inwoner. Ten opzichte van 97 kilogram in 2024.

Deze stap draagt niet alleen bij aan het realiseren van de circulaire ambities van Harderwijk, maar helpt ook de kosten voor afvalverbranding beheersbaar te houden, zeker gezien de stijgende verbrandingsbelasting en CO₂-heffing. Naast afvalvermindering ligt de focus steeds meer op het verbeteren van de kwaliteit en herbruikbaarheid van grondstoffen. In lijn met het vernieuwde VANG-programma verschuift het beleid van afvalreductie naar (hoogwaardige) recycling. Kader Het juridisch kader wordt gevormd door: A. Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA). B. de Wet milieubeheer (artikel 10.21 Wm en verder). C. de Verordening Fysieke Leefomgeving, waarin de Afvalstoffenverordening 2006 per 1 januari jongstleden is opgegaan. Het bestuurlijk kader: A. Omgevingsvisie Harderwijk 2040. B. Uitvoeringsagenda Duurzaamheid C. De Circulaire Stad. Alternatieven Het alternatief is om het huidige afvalbeleid voort te zetten zonder inhoudelijke bijsturing. Dit alternatief betekent in de praktijk dat Harderwijk niet voldoet aan de nieuwe wettelijke kaders, waaronder de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA), het Circulair Materialenplan (CMP) en het geactualiseerde VANGprogramma, die nadrukkelijk eisen stellen aan afvalpreventie, hergebruik en de kwaliteit van gescheiden stromen.

Ook wordt dan geen invulling gegeven aan de eigen gemeentelijke kaders uit de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 en het programma De Circulaire Stad.

Daarnaast leidt het vasthouden aan het beleid tot een gebrek aan grip op de stijgende afvalstoffenheffing. Met de aangekondigde verhogingen van de verbrandingsbelasting (Wbm) en de CO₂-heffing op restafval

nemen de kosten voor afvalverwerking de komende jaren fors toe. Zonder aanvullende maatregelen blijven deze kosten collectief gedragen worden, terwijl inwoners geen extra handvatten krijgen om hun eigen afvalproductie – en daarmee hun kosten – te verlagen. Ook blijven belangrijke kansen onbenut op het gebied van gedragsverandering, circulaire stimulansen en verbetering van de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen. Hierdoor zal het scheidingspercentage stagneren en wordt het behalen van zowel landelijke als lokale duurzaamheidsdoelstellingen lastig. Beoogd effect Met het GSP de gemeente Harderwijk een concrete en ambitieuze stap richting de circulaire economie. Dit plan maakt het mogelijk te voldoen aan zowel Europese als nationale wet- en regelgeving, waaronder de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA), het Circulair Materialenplan (CMP), het geactualiseerde VANGprogramma en lokale beleidskaders zoals de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 en het programma De Circulaire Stad. Een belangrijk effect van het GSP is de verdere reductie van fijn en grof restafval tot minder dan 60 kg per persoon in 2030, een hoeveelheid die in samenwerking met Omrin is berekend is en mogelijk lijkt. Tegelijkertijd wordt ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van gescheiden afvalstromen, zodat meer grondstoffen hoogwaardig kunnen worden hergebruikt of gerecycled.

Hierdoor stijgt het huidige recyclepercentage van gemiddeld 60%. Daarnaast draagt het GSP bij aan het financieel beheersbaar houden van het afvalsysteem voor inwoners. Door nú te investeren, wordt gericht geanticipeerd op de verwachte stijging van de verbrandingsbelasting (Wbm) en de geleidelijke invoering van de CO₂-heffing op restafval. Zo ontstaat een toekomstbestendig en kostenefficiënt model dat zowel lagere restafvalvolumes als lagere collectieve kosten mogelijk maakt. Argumenten 1. de raad voor te stellen om te kiezen voor beleidskeuze 1A; Diftar Gewicht en lokale invoering vanaf 2028; De invoering van Diftar Gewicht is een logische vervolgstap binnen het huidige afvalsysteem van de gemeente Harderwijk. Waar in 2022 het volume/frequentiemodel werd ingevoerd, vormt Diftar Gewicht een verfijning van dit principe en sluit het goed aan op het bestaande beleid in combinatie met PMDnascheiding. Diftar Gewicht is niet alleen effectief in termen van afvalreductie – met een verwachte daling van 18 kilogram restafval per persoon per jaar – maar speelt ook een belangrijke rol in het voldoen aan actuele wet- en regelgeving. De Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA) en het Circulair Materialenplan (CMP) vragen expliciet om prioriteit voor afvalpreventie, hergebruik en hoogwaardige recycling.

Ook binnen het geactualiseerde VANG-programma verschuift de nadruk van kwantiteit naar kwaliteit van gescheiden stromen. Diftar Gewicht sluit aan op deze lijn en versterkt die. Daarnaast is het een belangrijk instrument om de stijgende afvalstoffenheffing beheersbaar te houden. Door restafval structureel te reduceren, ontstaat meer grip op de oplopende verbrandingskosten en de gefaseerde invoering van de CO₂-heffing. 2. te kiezen voor beleidskeuze 2 en de exploitatie van de milieustraat aan de Daltonstraat 23, over te dragen aan Omrin via inbesteding; Vanaf 2026 verzorgt Omrin de afvalinzameling in de regio. Door ook de exploitatie van de milieustraat en het KCA-depot over te dragen, ontstaan schaalvoordelen, een efficiëntere inzet van regionaal personeel en een robuustere organisatie. Dit versterkt de regie en zorgt ervoor dat de continuïteit van de dienstverlening gewaarborgd blijft, ook bij aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Er zijn geen arbeidsvoorwaardelijke consequenties verbonden voor de betrokken medewerkers van het KCA-depot. Alle medewerkers binnen het Stadsbedrijf worden intern herplaatst op een passende functie waardoor er geen juridische gevolgen zijn. Om de exploitatie op het perceel te laten uitvoeren door Omrin zal ook privaatrechtelijke toestemming moeten worden verleend voor het gebruik van het perceel Daltonstraat 23.

Bij gronduitgifte is de gemeente verplicht een selectieprocedure te doorlopen, tenzij er sprake is van één serieuze gegadigde die hiervoor in aanmerking komt. Vanwege de overdracht van de exploitatie aan Omrin is dat aan de orde. Het college zal daarvoor een voornemen tot gronduitgifte publiceren, waarin wordt gemotiveerd dat Omrin voor deze gronduitgifte de enige serieuze gegadigde is.

3. de raad voor te stellen om te kiezen voor beleidskeuze 3 voor het onderzoek uitbreiding milieustraat; Omdat er verbeterpunten zijn gesignaleerd bij de milieustraat, wordt onderzocht of en hoe uitbreiding mogelijk is. Voor Omrin staat de veiligheid van zowel medewerkers als bezoekers voorop. Daarom wordt

allereerst gekeken hoe de veiligheid op en om het terrein kan worden verbeterd. Een belangrijk aandachtspunt is de huidige verkeerssituatie. De aanrijroutes veroorzaken nu onveilige situaties, vooral bij lange wachtrijen. Daarom wordt onderzocht hoe de inrichting van het terrein veiliger en efficiënter kan worden gemaakt. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden om extra grondstofstromen in te zamelen en recycling te versterken. Dit gebeurt onder andere via onderzoek naar de aanleg van een sorteerstraat en een demontagehal. Hiermee kunnen samengestelde producten, zoals meubels, uit elkaar worden gehaald zodat de afzonderlijke materialen apart kunnen worden verwerkt. Dit kan naar verwachting tot 50% extra reductie van grof restafval per inwoner per jaar opleveren. De eventuele uitbreiding biedt bovendien kansen op het gebied van werkgelegenheid binnen het sociaal domein, bijvoorbeeld door het creëren van werkplekken in de demontagehal. In aansluiting op argumenten 3 en 4 wordt in het onderzoek tevens de mogelijkheid verkend van dubbel ruimtegebruik, zoals het realiseren van een milieustraat onder eventueel te plaatsen windmolens. 4. de raad voor te stellen een ruimteclaim te leggen op de aangrenzende kavels op de Lorentzhaven zodat een eventuele uitbreiding mogelijk is.

Door nu kavels op de Lorentzhaven te reserveren, behoudt de gemeente de flexibiliteit om in de toekomst de milieustraat uit te breiden mocht dit gewenst zijn. 5. de raad voor te stellen om in te stemmen met de thematische communicatiekeuzes bij beleidskeuze Effectieve communicatie is belangrijk om circulair gedrag te stimuleren. De thematische keuzes zorgen ervoor dat de campagnes aansluiten op de grootste restafvalstromen, zoals textiel, GFT en voedselverspilling. Door jaarlijks te focussen op één thema ontstaat herkenbaarheid en samenhang. De inzet van middelen maakt de communicatie breed toegankelijk, ook voor moeilijk bereikbare doelgroepen. Hiermee versterkt de aanpak het draagvlak en de effectiviteit van het gehele grondstoffenbeleid. 6. De raad voor te stellen om te kiezen voor beleidskeuze 5 voor het onderzoek handhaving. Een effectieve aanpak van bijplaatsingen, zwerfafval en illegale dumpingen vraagt om gerichte handhaving. Het huidige systeem is voornamelijk reactief. Met dit onderzoek wordt verkend hoe de gemeente proactiever kan handhaven, bijvoorbeeld via hotspots en datagestuurde inzet. Het onderzoek brengt de financiële en organisatorische gevolgen in beeld en biedt daarmee een onderbouwde basis voor toekomstig beleid.

Omgevingswet Het GSP is verbonden met de ambities en beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie Harderwijk 2040, waarin circulariteit een van de kernopgaven vormt voor de fysieke leefomgeving. De voorgestelde beleidskeuzes binnen het GSP, dragen concreet bij aan het realiseren van deze ambities. Deze beleidsmaatregelen worden geborgd via het uitvoeringsprogramma duurzaamheid en zullen, waar relevant, hun vertaling krijgen in het omgevingsplan. Voor onderdelen die ruimtelijke impact hebben – zoals de uitbreiding van de milieustraat of de ruimteclaim op de Lorentzhaven – zal dit betekenen dat er planologische procedures worden opgestart (mocht dit nodig zijn). De uitvoering van het GSP heeft invloed op meerdere aspecten van de fysieke leefomgeving. De mogelijke uitbreiding van de milieustraat met een circulair ambachtscentrum raakt bijvoorbeeld aan: •

Bouwwerken en infrastructuur De eventuele uitbreiding op de Lorentzhaven vereist fysieke aanpassingen in de vorm van nieuwe gebouwen, opslagfaciliteiten en logistieke infrastructuur.

•

Bodem, water en lucht Verbeterde afvalscheiding en de vermindering van restafval dragen bij aan een lagere verbrandingsbehoefte, wat leidt tot een structurele verlaging van CO₂-emissies.

•

Landschap en ruimtegebruik Door functies zoals inzameling, sortering en hergebruik op één locatie te clusteren, wordt efficiënt omgegaan met de beschikbare (stedelijke) ruimte.

•

Natuur en biodiversiteit Door de nadruk op hergebruik en afvalpreventie wordt de druk op natuurlijke hulpbronnen verlaagd.

•

Cultureel erfgoed Vooralsnog worden er geen negatieve effecten op cultuurhistorisch waardevolle elementen verwacht.

Financiën Dit college- en raadsvoorstel voor het GSP bevat geen daadwerkelijke tarieven voor het vastrecht en de variabele tarieven van de afvalstoffenheffing (ASH) voor het jaar 2026. Op dit moment zijn er nog een aantal financiële zaken die berekend moeten worden. Bijvoorbeeld de tarieven voor inzameling, op- en overslag, de ontwikkeling van grondstofprijzen en de totale inkomsten uit de afvalstoffenheffing. De vaststelling van de ASH-tarieven volgt via de jaarlijkse begrotingscyclus en definitief bij de jaarlijkse vaststelling van de belastingverordening afvalstoffenheffing. De gemaakte beleidskeuzes binnen dit GSP zullen invloed hebben op de toekomstige ontwikkeling van de ASH-tarieven. Daarom worden de financiële gevolgen van de keuzes meegenomen in de eerstvolgende berekening van de afvalstoffenheffing voor 2026. Het reeds door de raad vastgestelde uitgangspunt is dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Afhankelijk van het moment waarop beleidsmaatregelen worden geïmplementeerd, zullen de financiële effecten zichtbaar worden in het tarief van het betreffende jaar. Hieronder staat de financiële uitwerking van de voorgestelde beleidskeuzes. Beleidskeuze 1A: Diftar Gewicht. Lokale invoering Voor de invoering van Diftar Gewicht worden zeven inzamelvoertuigen uitgerust met weegmodules.

Deze investering brengt extra kosten met zich mee voor rente, afschrijving (8 jaar), onderhoud en iets hogere inzamelkosten. Deze kosten bedragen circa €3,59 per huisaansluiting per jaar (prijspeil 2025). Door lagere verwerkingskosten van restafval en de verwachte besparingen op de CO₂-heffing, resulteert dit in een beperkte kostenstijging van €1,38 per aansluiting in 2028, dalend naar €0,48 per aansluiting in 2032 ten opzichte van het huidige Diftar Volume/ Frequentie model. Beleidskeuze 2: Exploitatie milieustraat Omrin De huidige exploitatie van de milieustraat kost gemiddeld €44,- per huisaansluiting. Wanneer Omrin de exploitatie overneemt en gebruikmaakt van de 20 m³ containers, dalen de kosten naar circa €34,- per aansluiting. Indien een uitbreiding van de milieustraat wordt gerealiseerd waarbij 40 m³ containers kunnen worden ingezet, dalen de kosten verder naar circa €28,- per aansluiting. Hoewel de aanpassing van het bordes hiervoor een extra investering vraagt, verdient deze zich naar verwachting terug via lagere transportkosten, meer efficiëntie en schaalvoordelen binnen de regionale samenwerking Beleidskeuze 3: onderzoek uitbreiding milieustraat Voor het onderzoek naar de uitbreiding van de milieustraat worden in eerste instantie geen extra kosten gemaakt. Het onderzoek wordt uitgevoerd door collega’s van de gemeente Harderwijk en medewerkers van Omrin.

De kosten hiervoor worden gedekt uit de reguliere afvaldomeinbudgetten. Mocht de uitbreiding daadwerkelijk doorgang vinden, dan worden de investeringskosten en de te verwachten opbrengsten uitgewerkt in een apart voorstel aan het college en de raad. Gezien het belang van een gedegen voorbereiding, heeft het de voorkeur om samen met Omrin zorgvuldig de tijd te nemen voor het onderzoek en de financiële onderbouwing. Beleidskeuze 4: Communicatie Voor de uitvoering van de communicatie rondom het GSP wordt nauw samengewerkt met de afdeling Communicatie. Afhankelijk van de beschikbare interne capaciteit, worden de noodzakelijke inspanningen en bijbehorende kosten in kaart gebracht. Samen met de afdeling Communicatie wordt bepaald welk scenario het beste past bij de gewenste inzet en wat realistisch haalbaar is binnen de beschikbare menskracht en middelen. De verwachte meerkosten voor communicatie worden na vaststelling van het GSP uitgewerkt en voorgelegd via een apart voorstel. Hierbij wordt tevens onderzocht of samenwerking met de regiogemeenten mogelijk is om kosten te verdelen. Beleidskeuze 5: Handhaving Na vaststelling van het GSP wordt gestart met een nadere verkenning naar de financiële en operationele gevolgen van een proactievere handhavingsaanpak.

In deze verkenning worden onder andere de benodigde capaciteit, de benodigde inzet van boa's, de impact op werkprocessen en de samenwerking tussen afdelingen onderzocht.

Op basis van deze uitwerking wordt inzichtelijk gemaakt welke structurele en incidentele kosten gepaard gaan met de uitbreiding van de handhavingstaken. De resultaten van deze verkenning worden aan het college en de raad voorgelegd, zodat een afgewogen besluit kan worden genomen over de definitieve invulling en intensiteit van de handhaving binnen het afval- en grondstoffenbeleid voor de aankomende jaren.

Samenvattend De onderstaande grafiek toont de totale besparing per huisaansluiting die mogelijk is als de drie beleidskeuzes worden uitgevoerd: de overdracht van de exploitatie van de milieustraat aan Omrin (vanaf 2026), de realisatie van een sorteerstraat en demontagehal (2027) en de invoering van Diftar Gewicht (vanaf 2028) ten opzichte van de huidige situatie in 2025. Bij scenario 1 wordt er gewerkt met het 20 m3 containersysteem. En bij scenario 2 wordt er gewerkt met het 40 m3 containersysteem.

kostenbesparing per aansluiting o.b.v. inbesteding, Wbm en CO2-heffing

Besparing per huisaansluiting

€25,00 €20,00 €16,00 €15,00 €10,00

€19,42

€19,85

€20,10

€20,40

€20,68

€13,42

€13,70

€14,00

€14,21

€14,48

2028

2029

2030

2031

2032

€17,21

€11,21

€10,00 €5,00 €-

2025

2026

2027

Jaren Besparing per huisaanluiting (Scenario 1)

Besparing per huisaanluiting (Scenario 2))

Dit zijn de keuzes waar de gemeente actief invloed op kan uitoefenen en waarmee gericht gestuurd kan worden op het beheersen van de stijgende afvalkosten. De weergegeven kostenbesparingen in de grafiek zijn gebaseerd op lagere exploitatiekosten, verwerking afval, grondstoffen en transportkosten milieustraat. En het effect van lagere restafvalhoeveelheden, met als gevolg lagere verbrandingskosten door verminderde uitgaven aan verbrandingsbelasting (Wbm) en CO₂-heffing. Deze keuzes vormen samen een reëel en onderbouwd inzicht in de kostenbeheersing die binnen de directe invloedsfeer van de gemeente ligt. Oftewel, aan welke knoppen de gemeente kan draaien. Belangrijk om hierbij te benadrukken is dat de besparingen in de grafiek betrekking hebben op de belangrijkste factoren zoals inbesteding, verbrandingsbelasting (Wbm) en de CO2-heffing. Investeringskosten voor de aanpassing milieustraat, de aanschaf en installatie van weegmodules, uitbreidingskosten, en andere incidentele projectkosten zijn hier niet in opgenomen. Tegelijkertijd is het van belang te melden dat er factoren zijn die buiten de gemeentelijke invloed liggen, maar wél van invloed zijn op de uiteindelijke afvalstoffenheffing. Denk aan (hoge) inflatie, veranderingen in grondstofprijzen of verwerkingstarieven, en beleidswijzigingen op rijksniveau die kunnen leiden tot extra heffingen of juist vergoedingen.

Of Verpact, die (mede) verantwoordelijk is voor de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), waarbij toekomstige aanpassingen in de vergoedingsstructuur niet uit te sluiten zijn.

Duurzaamheid Het GSP levert een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming van Harderwijk en sluit aan op de ambities uit de Omgevingsvisie Harderwijk 2040, het programma De Circulaire Stad en de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid. In het GSP staat de transitie naar een circulaire economie centraal. Het GSP is opgebouwd langs de principes van de R-ladder, die circulaire strategieën rangschikt van hoog naar laag op basis van milieuwinst. Bovenaan staan Refuse (weigeren), Reduce (voorkomen) en Reuse (hergebruiken) – strategieën die binnen het GSP bewust de voorkeur krijgen. Pas lager op de ladder volgen recycling, energieopwekking en verbranding. Door te sturen op de hoogste treden, zet de gemeente in op structurele gedragsverandering en grondstofbehoud. Met dit pad kiest de gemeente nadrukkelijk voor de meest duurzame optie, waarbij verbranding van grondstoffen tot een minimum wordt beperkt. Deze koers sluit aan bij de ambities uit het collegeprogramma om circulair en duurzaam te werken. Bewustwording en gedragsverandering zijn ook belangrijk in deze aanpak. Jaarlijks worden gerichte communicatiecampagnes gevoerd over thema’s als hergebruik, voedselverspilling, textiel en deeleconomie. Met ondersteuning van digitale hulpmiddelen zoals de Omrin-app worden inwoners actief betrokken en gestimuleerd om in het dagelijks leven circulair te handelen.

Aan het einde van dit GSP wordt een hoeveelheid van minder dan 60 kilogram fijn en grof restafval per persoon per jaar verwacht — een gemiddelde daling van circa 40% ten opzichte van 2024. Inwonerperspectief - Wat gaan inwoners merken van dit besluit? Inwoners van Harderwijk zullen op verschillende manieren merken dat het GSP in werking treedt. De meest directe verandering is de invoering van Diftar Gewicht, waarbij inwoners gaan betalen per kilogram restafval. Daarnaast kunnen inwoners op termijn te maken krijgen met een uitbreiding van de milieustraat richting een Circulair Ambachtscentrum, waar zij onder meer beter gescheiden afvalstromen kunnen inleveren en herbruikbare spullen kunnen aanbieden. Deze verbeteringen vergroten het gemak en de mogelijkheden voor afvalscheiding en hergebruik. Verder worden dienstverlening en service uitgebreid, bijvoorbeeld via het verbeteren van de textielinzameling en de lancering van de interactieve Omrin Afvalapp, waarmee inwoners beter inzicht krijgen in hun eigen afvalgedrag, ophaalmomenten en inzamelpunten. Om dit concreet te maken, enkele voorbeelden: Alleenstaande in een appartement De persoon kookt weinig en heeft relatief weinig afval. Dankzij Diftar Gewicht scheidt hij nog beter zijn afval en betaalt hij straks minder, wat hem stimuleert nog beter te scheiden.

Via de Omrin-app checkt hij wanneer het rest, GFT en oud papier en karton wordt opgehaald. Gezin met vier kinderen Met een druk huishouden produceert de familie veel afval. Ze maken intensief gebruik van de milieustraat. De sorteerstraat en demontagehal biedt hen straks betere mogelijkheden om grof afval en herbruikbare spullen kwijt te kunnen. Duidelijke communicatie over scheiden is voor hen belangrijk. Alleenwonend met rollator De oudere mevrouw vindt het lastig om ver te lopen met afval. Voor haar is het belangrijk dat de gemeente blijft inzetten op toegankelijke voorzieningen, bijvoorbeeld via maatwerkoplossingen of ondersteuning via de afvalcoach. De app gebruikt ze niet, dus papieren informatie blijft essentieel. - Hoe zijn inwoners betrokken bij het proces (interactief werken)? Tijdens de afronding van het PMD-pilottraject zijn meerdere gesprekken gevoerd met inwonersgroepen. Daarbij is hen gevraagd naar hun ervaringen met het huidige afvalbeleid, mogelijke verbeterpunten, hun scheidingsgedrag, de ingezette inzamelmiddelen, persoonlijke betrokkenheid en meer. Uit deze gesprekken kwam onder andere naar voren dat veel inwoners Diftar op basis van gewicht zien als een interessante vervolgstap op het huidige volume- en frequentiemodel.

Daarnaast is er behoefte aan meer mogelijkheden voor het scheiden van grof huishoudelijk restafval en aan een andere, als eerlijker ervaren, manier van tariefdifferentiatie voor grof restafval. - Doen we iets om ons niet-bereik te verkleinen? Ja, de gemeente zet in op het verkleinen van het niet-bereik door middel van maatwerk, gerichte communicatie en toegankelijke voorzieningen. Er is specifieke aandacht voor doelgroepen die lastig te bereiken zijn, zoals mensen met een minimuminkomen of inwoners met een medische indicatie. Informatie wordt op verschillende manieren en via diverse kanalen aangeboden, bijvoorbeeld in begrijpelijke taal en via de Omrin-app. Deze app draagt bovendien bij aan de toegankelijkheid van het grondstoffenbeleid voor mensen met een visuele beperking.

Uitvoering De uitvoering van het GSP vindt gefaseerd plaats, met duidelijke mijlpalen per beleidskeuze. Hierbij wordt nauw samengewerkt met onze interne afdelingen en Omrin. Voor de uitvoering zijn heldere acties, termijnen benoemd. Invoering Diftar Gewicht

• • •

Eind 2026: installatie van zeven weegmodules op de inzamelvoertuigen. Tegelijk wordt gewerkt aan de technische inrichting van de ICT-systemen, registratie, koppeling met de gemeentelijke database en testkoppelingen met de Omrin Afvalapp. 2027: proefdraaifase. 2028: volledige invoering van Diftar Gewicht in de gehele gemeente. De communicatiecampagne start voorafgaand aan de invoering.

Overdracht exploitatie milieustraat en KCA-depot aan Omrin

• •

•

Voor 1 juli 2025: verzending van de opzegbrief aan de huidige exploitant en start juridische voorbereiding voor de inbesteding. De dienstverleningsovereenkomst (DVO) wordt opgesteld in samenspraak met afdeling Vastgoed, Juridische Zaken en Omrin. Juli – december 2025: Omrin start de wervingscampagne voor personeel. Hierbij wordt rekening gehouden met inzetbaarheid op meerdere onderdelen (inzameling én milieustraat Harderwijk & Elburg/ Oldebroek). In dezelfde periode werkt Omrin samen met de gemeente aan het operationeel ontwerp van de milieustraat, inclusief routing, veiligheid, wachtrijbeheersing en mogelijkheden voor extra grondstofstromen. 1 januari 2026: Omrin neemt de exploitatie formeel over.

Onderzoek uitbreiding milieustraat naar Circulair Ambachtscentrum

• • • •

Najaar 2025 – voorjaar 2026: formele aanvraag bestuursopdracht bij college voor start onderzoek. Bij akkoord stelt de gemeente, samen met Omrin, een programma van eisen op. Daarbij worden zaken als veiligheid, logistieke routing, sorteer- en demontagecapaciteit en sociale werkplekken meegenomen. 2026: onderzoek naar benodigde kavels aan de Lorentzhaven. Ook wordt de toepassing onderzocht van een weegbrug. 2026: formele terugkoppeling over investeringen, inrichting en mogelijke realisatie.

Communicatie en gedragsverandering

•

Najaar 2025: er wordt een meerjarige communicatieaanpak uitgerold rondom Diftar Gewicht, afvalscheiding en hergebruik. Thema’s als textiel, voedselverspilling en deeleconomie komen hierbij nadrukkelijk aan bod. Hierbij wordt tevens samengewerkt met de communicatiespecialisten van Omrin.

Onderzoek handhaving en toezicht

•

Najaar 2025: er wordt een onderzoek gestart naar het verbeteren van handhaving op bijplaatsingen, dumpingen en zwerfafval. De uitkomsten hiervan worden teruggekoppeld waarna (proces) verbeteringen worden voorgesteld i.c.m. (mogelijke) financiële en operationele gevolgen.

Evaluatie Het effect van het GSP wordt structureel geëvalueerd op basis van een samenhangend monitorings- en evaluatiekader. Hiermee wordt inzicht verkregen in de voortgang van de doelstellingen en kan het beleid tussentijds worden bijgestuurd. Kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) Voor de uitvoering van het GSP zijn meerdere kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) vastgesteld die jaarlijks worden gemonitord. Deze KPI’s richten zich onder meer op: • • • • • •

Hoeveelheid fijn restafval per inwoner per jaar; Alle ingezamelde fijn huishoudelijke grondstoffen per jaar; Hoeveelheid grof restafval per inwoner per jaar; Alle ingezamelde grof huishoudelijke grondstoffen per jaar; Gemiddeld scheidingspercentage van alle grondstofstromen; Gemiddeld recyclepercentage van alle grondstofstromen

Deze gegevens worden gebruikt om de effectiviteit van het beleid objectief te meten en waar nodig te versterken. Digitaal dashboard Er zal een digitaal dashboard gemaakt worden die voor iedereen toegankelijk is op de gemeentelijke website. Via dit dashboard worden de prestaties van het afvalbeleid in de vorm van de KPI’s inzichtelijk gemaakt. Dit dashboard wordt jaarlijks geactualiseerd met actuele data. Jaarlijks inwonerstevredenheidsonderzoek Naast kwantitatieve monitoring wordt er ook kwalitatief geëvalueerd door middel van een jaarlijks inwonerstevredenheidsonderzoek. Dit onderzoek brengt in beeld hoe inwoners het afvalbeleid ervaren, wat goed werkt en waar ruimte is voor verbetering. De uitkomsten worden actief benut voor beleidsaanpassingen, bijvoorbeeld op het gebied van communicatie, dienstverlening en inzamelstructuur. Bijlagen Bijlage 1: Grondstoffenplan 2026-2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=99707dc3-19fb-4742-99b9-a079e77ade31