Raadsvoorstel Coronasteunmaatregelen vanwege de tweede lockdown.docx
Tekst van het document
Voorstel aan college en raad Nummer: Datum: Opsteller: Portefeuillehouder: Onderwerp:
02430000057349 2 maart 2021 F.Wind / G. Sterenborg Wethouder De Jong Coronasteunmaatregelen vanwege de tweede lockdown
Het college van B&W besluit: 1. Tot de navolgende coronasteunmaatregelen vanwege de tweede lockdown, onder voorwaarde van instemming van de raad: i. het niet heffen van de precariobelasting voor terrassen zoals omschreven in de ‘Verordening precariobelasting 2021’, nummer 0.7.1 van de tarieventabel over de periode januari 2021 tot en met juni 2021 door toepassing van de hardheidsclausule ex art. 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen j° art. 231, tweede lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet; ii. het niet heffen van havengeld voor de in gebruik zijnde beroepsvaartuigen zoals omschreven in artikel 5, eerste lid, aanhef, sub a onder 3 van de ‘Verordening havengelden 2021’ over de periode januari 2021 tot en met juni 2021 door toepassing van de hardheidsclausule voornoemd onder i; iii. het niet heffen van marktgelden (elektriciteitskosten) zoals omschreven in artikel 1, aanhef en sub b van de ‘Verordening marktgelden 2021’, uitsluitend voor zover het de marktdagen betreft waarop vanwege de coronamaatregelen geen gebruik is gemaakt van de marktstandplaats in de periode januari 2021 tot en met juni 2021; iv.
het verlenen van kwijtschelding van de huurgelden en erfpachtcanons die door de gemeente Harderwijk in rekening worden gebracht aan sport-, cultuur- en maatschappelijke instellingen, niet zijnde (semi)overheidsinstellingen en onderwijsinstellingen, voor de periode oktober 2020 tot en met maart 2021; v. het verlenen van een korting van 50% op de huurgelden en erfpachtcanons die door de gemeente Harderwijk in rekening worden gebracht aan commerciële partijen, voor de periode oktober 2020 tot en met maart 2021. 2. De raad voor te stellen: i. in te stemmen met de steunmaatregelen genoemd onder beslispunt 1 en ii. de hiermee gemoeide inkomstenderving te dekken uit de Algemene reserve. 3. De facturen voor de periode 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021, bestemd voor de instellingen en ondernemingen als bedoeld onder beslispunt 1.iv en 1.v inzake de door hen contractueel verschuldigde huurgelden en erfpachtcanons, niet te versturen in afwachting van de besluitvorming over de steunmaatregelen door de raad. 4. Dat te verlenen steun die wordt aangemerkt als staatssteun, uitsluitend kan worden verleend als deze ‘staatssteunproof’ is gemaakt door toepassing van de ‘De-minimisverordening’ en onder voorwaarde dat de raad heeft ingestemd met de steunmaatregelen. 5.
De Directeur Domein Bestuur & Organisatie op te dragen uitvoering te geven aan de steunmaatregelen genoemd onder beslispunt 1 en hem hiertoe te mandateren en te machtigen, onder voorwaarde dat de raad heeft ingestemd met de steunmaatregelen.
-2-
6. Dat de navolgende belastingaanslagen voor het jaar 2021 op een later moment dan gebruikelijk worden opgelegd: i. aanslagen precariobelasting voor terrassen (augustus 2021); ii. aanslagen precariobelasting voor standplaatsen voor kramen, verkoopwagens en daarmee gelijk te stellen vervoermiddelen (augustus 2021); iii. aanslagen marktgelden (juni 2021); iv. aanslagen reclamebelasting (augustus 2021); v. aanslagen toeristenbelasting (januari 2022). 7. Desgevraagd betalingsregelingen te treffen met instellingen en ondernemingen in verband met door hen over 2020 en 2021 verschuldigde lokale belastingen, huurgelden of erfpachtcanons, waarbij per geval maatwerk wordt toegepast. 8. In principe bereid te zijn tot het mogelijk maken van tijdelijke uitbreiding van de corona-horecaterrassen gedurende het horecaseizoen 2021 en de in dat kader door de horecaondernemers verschuldigde leges niet te heffen door toepassing van de hardheidsclausule voornoemd onder beslispunt 1.i. 9. In te stemmen met de beantwoording van de brief gedateerd 15 februari 2021 van de gezamenlijke raadsfracties over lokale steunmaatregelen middels bijgevoegde conceptbrief.
Inleiding Op 15 februari jongstleden heeft het college een brief ontvangen van de gezamenlijke raadsfracties. Zij hebben hun zorg uitgesproken over de situatie waarin veel Harderwijkse ondernemers, instellingen, verenigingen en vrijwilligers zitten vanwege de coronamaatregelen (tweede lockdown). De fracties vragen het college mogelijke effecten van de coronacrisis in kaart te brengen en perspectief te bieden. In het bijzonder wordt gevraagd te komen met voorstellen voor nieuwe steunmaatregelen. De fracties hebben vier specifieke vragen gesteld die beantwoord moeten worden. Wij delen de zorg van de raadsfracties. Opnieuw hebben ondernemingen en instellingen immers te maken met inkomstenderving vanwege de coronamaatregelen. Verzoeken om financiële ondersteuning zijn reeds ontvangen. Concrete verzoeken om ondersteuning zijn gedaan door de gezamenlijke buitensportverenigingen binnen onze gemeente en door Koninklijke Horeca Nederland – Afdeling Harderwijk. Daarnaast zijn individuele verzoeken om ondersteuning ontvangen van ondernemingen en instellingen. Ook is een oproep ontvangen van Inretail, de brancheorganisatie in retail non-food, gericht aan alle gemeente- en provinciebesturen in ons land. Met dit voorstel wordt invulling gegeven aan de oproep van de raadsfracties. Er wordt een aantal concrete steunmaatregelen voorgesteld voor de Harderwijkse instellingen en ondernemingen.
De steunmaatregelen waarvoor financiële middelen nodig zijn, dienen ter instemming te worden voorgelegd aan de raad. Tevens wordt met dit voorstel de conceptreactie op de eerdergenoemde brief van de gezamenlijke raadsfracties ter instemming aangeboden. Een aanvullend voorstel betreffende de wijze waarop het college omgaat met structurele subsidies is nog in voorbereiding en wordt op een later moment aan u voorgelegd.
Beoogd effect Beperken van de gevolgen van de coronamaatregelen door het bieden van tijdelijke lastenverlichting en lastenverdeling aan in onze gemeente aanwezige instellingen en ondernemingen. Beoogd is tot effectieve steunmaatregelen te komen die toegankelijk zijn voor instellingen en ondernemingen van alle door de lockdown met sluiting (c.q. verbod van verkoop) getroffen sectoren, zoals de winkels die niet essentieel zijn voor de eerste levensbehoeften, de marktkooplieden die non-food producten aanbieden, niet- medische contactberoepen, de horeca, de sport-, recreatieve en amusementssector, de evenementenbranche, de culturele sector en maatschappelijke instellingen die met beperkingen worden geconfronteerd, zoals bijvoorbeeld buurthuizen en bibliotheek. In dat kader wijzen wij op de voorgestelde maatregelen genoemd onder de beslispunten 6 en 7. Mede in dit verband – maar ook omdat daartoe een verzoek is gedaan vanuit getroffen branches – hebben wij onderzocht of het tijdelijk niet heffen van de OZB-gebruikersbelasting voor alle getroffen instellingen en ondernemingen een oplossing zou kunnen bieden. Ook hebben wij onderzocht of het wellicht mogelijk is dat de door de coronamaatregelen getroffen belastingplichtigen achteraf teruggave kunnen krijgen van hun voldane belastingen, bijvoorbeeld middels een subsidieregeling. Wij hebben hiertoe contact opgenomen met de VNG.
De VNG heeft ons gewezen op een recente uitspraak van het Hof Den Haag van 14 juli 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:1288). In deze uitspraak oordeelt het Hof dat de gemeenteraad niet de bevoegdheid heeft om de OZB-tarieven verder te differentiëren dan in de Gemeentewet is voorzien. Ook oordeelt het Hof dat evenmin is toegestaan om met een omweg algemeen verbindende voorschriften vast te stellen of andere besluiten te nemen die er (mede) op zijn gericht voorbij te gaan aan de wettelijke beperking van de bevoegdheid tot verdergaande differentiatie van de OZB-tarieven. Doel en strekking van de Gemeentewet zouden dan worden miskend als de gevolgen van het met een omweg voorbijgaan aan de beperking van de bevoegdheid tot verdergaande differentiatie van de OZB-tarieven in stand zouden worden gelaten. Voor de OZB geldt bovendien dat dit een objectieve en zakelijke belasting is waarbij de onroerende zaak centraal staat, en de persoon van de eigenaar of de gebruiker of het specifieke gebruik dat deze aan de onroerende zaak heeft gegeven, niet ter zake doen. Daarnaast is het niet toegestaan de belasting afhankelijk te laten maken van inkomen, winst of vermogen. Gelet hierop lijkt een dergelijke maatregel niet houdbaar. Wel zullen wij de ontwikkelingen op dit vlak blijven volgen.
Overigens blijven wij monitoren of aanvullende steunmaatregelen wenselijk zijn en tot de mogelijkheden behoren, zowel financieel als juridisch. Bij verkrijging van middelen vanuit rijk en provincie vanwege de coronamaatregelen zal telkens worden bezien in hoeverre en op welke wijze deze middelen ten goede kunnen komen aan de samenleving.
Argumenten 1.1. De nu voorgestelde steunmaatregelen onder i, ii, iii, iv en v zijn grotendeels vergelijkbaar met de eerder genomen steunmaatregelen. Besluitvorming daaromtrent vond plaats op 28 mei 2020 door de raad (met een nadere uitwerking door het college op 25 augustus 2020) en door het college op 15 december 2020. De maatregel onder i. betreft een belastingsteunmaatregel voor de horeca. De maatregel onder ii. betreft een belastingsteunmaatregel voor in hoofdzaak de varende recreatieve sector en het ‘varend erfgoed’ en ziet op vaartuigen bestemd voor en in gebruik als
beroepsvaartuig1. De maatregel onder iii betreft een belastingsteunmaatregel voor de marktondernemers die nonfood producten aanbieden, maar dit tijdelijk niet (hebben ge)mogen vanwege de coronamaatregelen. De maatregel ziet op het niet heffen van het tarief van de elektriciteitskosten voor de marktdagen waarop vanwege coronamaatregelen geen gebruik is gemaakt van de standplaatsen voor de non-food kramen. De steunmaatregel biedt daarmee uitsluitend ondersteuning aan de specifieke groep marktondernemers die door de coronamaatregelen is getroffen. De maatregel is beperkter van omvang dan de eerdere maatregel toen alle marktondernemers werden gesteund vanwege de andere opzet van de weekmarkt om aan de 1,5 meter afstand maatregel te kunnen voldoen, wat onder andere gevolgen had voor de (vindbaarheid van de) standplaats van de marktkooplieden. De maatregelen onder iv. en v. betreffen privaatrechtelijke steunmaatregelen voor instellingen en ondernemingen die een huur- of erfpachtovereenkomst met onze gemeente hebben. Zowel voor wat betreft de publiekrechtelijke als de privaatrechtelijke steunmaatregelen is gekozen voor een periode van zes maanden.
Voor de privaatrechtelijke steunmaatregelen loopt deze periode van oktober 2020 tot en met maart 2021, met het doel de kwijtschelding van huren en erfpachten – vanwege de veelal maandelijkse betaalplicht – aan te laten sluiten bij de maanden dat daadwerkelijk nadeel is ondervonden vanwege de coronamaatregelen. Dit is bijvoorbeeld van belang om als gemeentelijk verhuurder van sportaccommodaties voor het vierde kwartaal van 2020 aanspraak te kunnen maken op een tegemoetkoming op basis van de TVS-regeling (‘Beleidsregel Tegemoetkoming amateursportorganisaties en verhuurders sportaccommodaties COVID-19’ van de Minister van Medische Zorg.) Voor wat betreft de publiekrechtelijke maatregelen onder i. en ii. is er meer flexibiliteit, mede vanwege het feit dat het jaartarieven betreft en dat geen sprake is van een subsidieregeling waarop onze gemeente aanspraak kan doen gelden; vanuit praktisch administratief oogpunt is gekozen voor de periode januari 2021 tot en met juni 2021. Het verschil in hoogte van tegemoetkoming hangt samen met de gemeentelijke rol tot maatschappelijke en tot commerciële partijen. De eerdere steunmaatregel om tijdelijk geen reclamebelasting te heffen – raadsbesluit van 28 mei 2020 – , ontbreekt in dit voorstel.
Deze maatregel is weinig effectief gebleken: een aanzienlijk deel van de begunstigden ondervond geen nadeel van de coronamaatregelen en daarnaast bleek de steun vanwege het geringe bedrag een verwaarloosbaar effect te hebben op de liquiditeitspositie van een ondernemer. 1.2. Het niet heffen van belastinggelden kan uitsluitend op basis van een wettelijke grondslag. Gelet op de reden van het tijdelijk afzien van het heffen van belasting als hiervoor beschreven, is toepassing van de hardheidsclausle op grond van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen j° artikel 231, tweede lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet, een passend instrument. Voornoemde artikelen geven het college de bevoegdheid om voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden zoals deze zijn ontstaan door de gevolgen van de COVID-19-pandemie. De privaatrechtelijke steunmaatregelen zijn gebaseerd op artikel 160 van de Gemeentewet.
1 “Artikel 5 Tarieven
1. Het havengeld bedraagt, inclusief de heffing welke ingevolge de Wet op de Omzetbelasting 1968 wordt geheven, voor: a. vissersvaartuigen, sleepboten, passagiersboten en overige vaartuigen bestemd voor en in gebruik als beroepsvaartuig, voor zover niet anders in dit artikel vermeld 1. (...) 2. (...) 3. Bij abonnement voor 1 jaar, per m2, € 4,54.”
2.
De steunmaatregelen genoemd onder beslispunt 1 hebben financiële gevolgen. Om die reden wordt instemming van de gemeenteraad gevraagd. Zie verder hetgeen hierna is vermeld onder het kopje ‘Financiën’.
3.
Vanwege administratieve redenen wordt voorgesteld de desbetreffende facturen niet te versturen in afwachting van het te nemen besluit van de raad over het al dan niet instemmen met de voorgestelde steunmaatregelen.
4.
Steunmaatregelen die niet worden aangemerkt als staatssteun in de zin van artikel 107 (1) van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (‘VWEU’)2 kunnen direct ten uitvoer worden gebracht. Steunmaatregelen die worden aangemerkt als staatssteun in de zin van artikel 107(1) VWEU moeten voldoen aan de Europese staatssteunregels voordat deze ten uitvoer kunnen worden gebracht. De belastingsteunmaatregelen worden niet als staatssteun aangemerkt omdat hiermee geen selectief voordeel wordt verstrekt. De privaatrechtelijke steunmaatregelen ten behoeve van de maatschappelijke instellingen worden evenmin als staatssteun aangemerkt, omdat verdedigbaar is dat deze steun niet leidt tot vervalsing van de mededinging en een ongunstige beïnvloeding van het interstatelijk handelsverkeer. Voor wat betreft de privaatrechtelijke steunmaatregelen ten behoeve van de commerciële partijen, geldt zeker in een aantal gevallen dat zou kunnen worden geoordeeld dat sprake is van staatssteun.
Aangezien tijd en capaciteit ontbreekt om per onderneming een uitvoerige staatssteunanalyse te maken, wordt vanuit zekerheidsoogpunt ervoor gekozen om de steun aan de commerciële partijen aan te merken als staatssteun, alhoewel dit mogelijk in een aantal gevallen onnodig is, omdat zou kunnen worden bepleit dat geen sprake is van vervalsing van de mededinging en een ongunstige beïnvloeding van het interstatelijk handelsverkeer en/of geen sprake is van een economisch voordeel die niet langs de normale weg zou zijn verkregen. De privaatrechtelijke steunmaatregelen ten behoeve van de commerciële partijen moeten dus ‘staatssteunproof’ worden gemaakt. Uitgangspunt is om dit te doen door toepassing van de reguliere De-minimisverordening3. Op grond van deze De-minimisverordening kan steun, ongeacht het doel waarvoor deze wordt verleend, aan ondernemers worden verstrekt tot een maximumbedrag van € 200.000,- per onderneming over een periode van drie belastingjaren, de zogenoemde de-minimissteun. De redenen om voor toepassing van deze verordening te kiezen zijn de volgende: * toepassing van de De-minimisverordening is verreweg de meest laagdrempelige en daarmee voor ondernemingen tevens meest lastenarme wijze om een steunmaatregel ‘staatssteunproof’ te maken; * er is sprake van een aanzienlijk aantal steunbedragen dat ‘staatssteunproof’ gemaakt moet worden;
2 Een steunmaatregel wordt alleen dan als staatssteun aangemerkt wanneer aan alle vijf navolgende criteria uit artikel 107(1) VWEU wordt
voldaan: 1. zij verschaft een economisch voordeel aan een onderneming die deze niet langs normale commerciële weg zou hebben verkregen (‘voordeel’); 2. zij is toerekenbaar aan de overheid en wordt met overheidsmiddelen bekostigd (‘afkomstig van de staat’); 3. zij komt ten goede aan bepaalde ondernemingen of bepaalde producties (‘selectiviteit’); 4. zij kan leiden tot vervalsing van de mededinging; en 5. zij kan het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloeden.
3 Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, PbEU 24 december 2013 L 352/1 (drempel: € 200.000).
* een beroep op de-minimissteun is naar verwachting in alle gevallen mogelijk, gelet op de geringe steunbedragen en ook vanwege het feit dat bij eerdere toepassing in september 2020 is gebleken dat op dat moment meer dan voldoende ruimte aanwezig was bij de betrokken ondernemingen. 5.
Om in alle situaties slagvaardig te kunnen handelen is het wenselijk de Directeur Domein Bestuur & Organisatie te mandateren en te machtigen.
6.
Het later opleggen van belastingaanslagen aan ondernemers kan bijdragen aan verbetering van hun liquidteitspositie.
7.
Het desgevraagd bieden van passende betalingsregelingen aan instellingen en ondernemingen kan bijdragen aan verbetering van hun liquiditeit.
8.
KHN-Afdeling Harderwijk heeft gevraagd om in verband met de coronamaatregelen – de 1,5 meterregel – tijdelijke uitbreiding van horecaterrassen toe te staan en af te zien van legesheffing. Wij staan hier in principe positief tegenover, waarbij wel het voorbehoud wordt gemaakt dat de nadere uitwerking hiervan aan het college zal worden voorgelegd. Indien in verband met de uitbreiding van deze corona-horecaterrassen nieuwe of gewijzigde vergunningen moeten aangevraagd, wordt voorgesteld de hiervoor verschuldigde leges niet te heffen door toepassing van de al eerder omschreven hardheidsclausule.
9.
Het is praktisch de reactie op de brief aan de gezamenlijke raadfracties vanwege het onderwerp onderdeel te laten zijn van dit voorstel.
Omgevingswet De Omgevingswet heeft geen gevolgen voor dit voorstel.
Financiën De geraamde inkomstenderving als gevolg van de steunmaatregelen genoemd onder beslispunt 1 komt uit op een bedrag van € 625.000 en kan als volgt worden gespecificeerd: - publiekrechtelijke steunmaatregelen (beslispunt 1.i, 1.ii, 1.iii): - privaatrechtelijke steunmaatregelen maatschappelijk (beslispunt 1.iv): - privaatrechtelijke steunmaatregelen commercieel (beslispunt 1.v):
€ 55.000; € 380.000; € 190.000.
Voor wat betreft de kwijtschelding van de huurgelden over het vierde kwartaal van 2020 aan de sportverenigingen kan onder voorwaarden een tegemoetkoming worden verkregen door een beroep te doen op de al eerdergenoemde TVS-regeling (argument 1.1). Aanvragen kunnen worden ingediend tot en met 3 mei 2021. Voor deze regeling is landelijk € 30 miljoen beschikbaar gesteld. Als dit bedrag wordt overschreden, zal naar rato worden verstrekt. Omdat de hoogte van de te verkrijgen tegemoetkoming nog niet bekend is, is het bedrag niet meegenomen in c.q. verrekend met de genoemde € 625.000. Voor het niet heffen c.q. kwijtschelden van de overige bedragen ontvangen gemeenten geen compensatie. Bij instemming met de kwijtschelding moet dit worden bekostigd uit de Algemene Reserve.
Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de duurzaamheidsambities.
Communicatie De maatregelen genoemd in dit voorstel worden op verschillende manieren gecommuniceerd. Dit gebeurt via website, social media en persbericht, maar ook via de desbetreffende accounthouders. De instellingen en ondernemingen waarvoor een steunmaatregel als bedoeld onder beslispunt 1 van toepassing is, worden na positieve besluitvorming door de gemeenteraad per brief geïnformeerd over de eventuele voorwaarden en de uitvoering.
Uitvoering De uitvoering wordt zo spoedig mogelijk opgestart na positieve besluitvorming van de raad (instemming met de steunmaatregelen).
Bijlagen Brief Koninklijke Horeca Nederland, Afdeling Harderwijk, gedateerd 9 december 2020 Brief Inretail, gedateerd 15 januari 2021 Brief buitensportverenigingen, ongedateerd, ontvangen op 18 januari 2021 Concept raadsbesluit Persbericht Brief gezamenlijke raadsfracties, gedateerd 15 februari 2021 Concept reactie op brief raadsfracties.