Raadsvoorstel Beleidsuitwerking Riolering, Water en Klimaatadaptatie
Tekst van het document
Voorstel aan college en raad Nummer: Datum: Opsteller: Portefeuillehouder: Onderwerp:
02430000176296 16 april 2024 D.J.A. van Summeren / M. Geerdink Wethouder M. Pijnenburg Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda Riolering, Water en Klimaatadaptatie
Het college van B&W besluit: 1. a. De Beleidsuitwerking en Uitvoeringsagenda Riolering, Water en Klimaatadaptatie Harderwijk 2024-2028 (BuRWKA) vast te stellen; b. De BuRWKA aan de raad voor te leggen met het verzoek om in te stemmen met de visiecomponenten in dit document voor - continuering van bestaand beleid voor de wettelijke gemeentelijke waterzorgtaken; - de uitwerking van de vastgestelde kaders en strategieën in een uitvoeringsagenda; - doorkijk lange termijn ontwikkeling van uitgaven voor instandhouding van het bestaande rioolsysteem en een klimaatbestendige gemeente in 2050 2. Het voorgestelde kostendekkingsplan conform spaarstrategie-2: ‘in 20 jaar voldoende sparen voor alle investeringen’ als vertrekpunt te kiezen voor de meerjarenbegroting 2025-2028. Met dien verstande dat daar mogelijk van afgeweken wordt in het licht van de ombuigingsopgave. 3. Er voor te kiezen, in tegenstelling tot hetgeen opgenomen is in het kostendekkingsplan, om de uitgaven voor maatregelen op privaat terrein voor 100% te dekken vanuit de inkomsten riool- en waterzorgheffing, voor zover dat wettelijk is toegestaan. 4. Er voor te kiezen, in tegenstelling tot hetgeen opgenomen is in het kostendekkingsplan, om de uitgaven voor maatregelen om het hitte-eiland-effect te beperken, te dekken vanuit de inkomsten riool- en waterzorgheffing als deze maatregelen ook bijdragen aan de waterzorgtaken. 5.
Om de benodigde middelen en de keuze omtrent dekking van investeringen voor klimaatadaptatie maatregelen die niet mogen worden gedekt door inkomsten vanuit de riool- en waterzorgheffing aan te gaan melden voor de kadernota 2025-2028. 6. Kennis te nemen -en de raad voor te stellen om kennis te nemen- van de ontwikkelingen en mogelijke gevolgen van de besluiten 1 t/m 5. En dit te betrekken bij de integrale afweging van de kadernota aanvragen en ombuigingsvoorstellen.
-2-
Inleiding Aanleiding Met ingang van 2024 is het huidige gemeentelijke rioleringsplan (het Zuiveringskring Afvalwaterketenplan) verlopen. Tevens is de Omgevingswet van kracht geworden. Onder de omgevingswet is het als gemeente niet langer verplicht om een gemeentelijk rioleringsplan te hebben. Wel wordt het vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer (Rioned) sterk aangeraden om een soortgelijk plan/programma aan te houden. Het gemeentelijk rioleringsplan is immers onder andere de onderbouwing voor opleggen van de riool- en waterzorgheffing (voorheen rioolheffing). De gemeenteraad heeft 3 november 2022 de kaders en strategieën voor het Water- en Klimaatadaptatieplan vastgesteld. Hiermee is besloten om de ambities voor de pijler klimaatadaptatie zoals opgenomen in de Duurzaamheidsvisie aan te scherpen. Daarnaast is afgesproken dat de kaders- en strategie worden uitgewerkt in een Water- en Klimaatadaptatieplan. Dit plan en het Zuiveringskring Afvalwaterketenplan kennen veel raakvlakken, zeker op het gebied van water. In de beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda Riolering, Water en Klimaatadaptatie wordt daarom ingegaan op deze onderwerpen in gezamenlijk verband.
Om (toekomstige) verwarring met de omgevingswet-instrumenten “omgevingsplan” en “omgevingsprogramma’s” te voorkomen is gekozen om het document geen plan te noemen maar een beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda. In feite betreft het een thematische verdieping van een aantal onderdelen in de gemeentelijke omgevingsvisie (die na de zomer 2024 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd). Kader Landelijk Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken (2007) Deltaprogramma’s ‘Zoetwater’ en ‘Ruimtelijke Adaptatie’ (2018) Nationale Adaptatie Strategie Bestuursakkoorden Water (2011, 2013, 2018) Notitie lokale heffingen 2021 (commissie Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten / BBV) Omgevingswet (2024) Besluit ‘Kwaliteit leefomgeving’ Besluit ‘Activiteiten leefomgeving’ Tijdelijke Omgevingsplan (bruidsschat) Regionaal Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie (2017) Regionaal Adaptatie Plan Manifestregio waterschap Vallei en Veluwe (2020) Samenwerkingsovereenkomst Water & Klimaatadaptatie werkregio Noord Veluwe 2023-2028 Gemeente Duurzaamheidsvisie Harderwijk (2020) Uitvoeringsagenda Duurzaamheid (2023-2024) Zuiveringskring Afvalwaterketenplan WHEP 2015-2023 (is verlopen en BuRWKA is opvolger) Nota Klimaatadaptief Bouwen Noord-Veluwe (2022) Raadsbesluit Kaders en Strategieën Klimaatadaptatie (2022) Nota waarderen en afschrijven 2024-2027 Ontwerp
Omgevingsvisie Harderwijk 2040 Nota Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2020-2024
Alternatieven 1. a.
De BuRWKA 2024-2028 niet vast te stellen. Er is dan geen beleidsuitwerking beschikbaar voor het behalen van de vastgestelde ambities op het gebied van water en klimaatadaptatie (2050). Dat zou betekenen dat een actuele onderbouwing hoe de gemeente om wil gaan met de wettelijke zorgtaken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater ontbreekt. Maar ook de verantwoording voor de uitgaven van de inkomsten van de riool- en waterzorgheffing. En het wordt lastiger om te komen tot een klimaatadaptieve en waterrobuuste gemeente Harderwijk in 2050. De ambities voor de pijler klimaatadaptatie, zoals vastgesteld op 3 november 2022 moeten dan bijgesteld worden
b.
De raad niet in te laten stemmen met de visiecomponenten van het BuRWKA. Zie argumentatie bij beslispunt 1
a.
In te stemmen met een alternatief kostendekkingsplan conform het huidige stelsel van ‘direct afboeken van investeringen vanuit de voorziening gemeentelijke watertaken’ (volledig sparen) en dit te verwerken in de meerjarenbegroting 2025. Dit alternatief wordt afgeraden. Het tarief van de riool- en waterzorgheffing dient dan per volgend heffingsjaar eenmalig extreem verhoogd te worden. Daarna blijft het tarief van de riool- en waterzorgheffing boventrendmatig stijgen, zoals was opgenomen in het kostendekkingsplan van het zuiveringskring afvalwaterketenplan 2015-2019 (ZAP). Uitgaande van de huidige rentepercentages voor de gemeente leidt dit op de lange termijn niet tot significant minder lasten voor de gemeente. Het tarief voor de riool- en waterzorgheffing zal op de lange termijn niet aanzienlijk hoger of lager uitkomen dan met het kostendekkingsplan conform spaarstrategie ‘in 20 jaar voldoende sparen voor alle investeringen’. Wel moet het tarief van de riool- en waterzorgheffing voor dit alternatief in het eerste jaar bijna verdubbeld worden. Bij volledig sparen kan het voorkomen dat er niet voldoende middelen in de spaarvoorziening aanwezig zijn wanneer een vervanging nodig is. In het huidige systeem dat wordt aangehouden in dit alternatief, is het op dat moment nodig om incidenteel bij te storten vanuit de algemene reserve.
Hierdoor vallen dan de kosten buiten de riool- en waterzorgheffing wat af zou wijken van het basisprincipe om 100% kostendekkende tarieven te hanteren.
b.
Niet in te stemmen met het voorgestelde kostendekkingsplan of een andere spaarstrategie en de daarbij behorende tariefontwikkeling voor de riool- en waterzorgheffing. Door niet in te stemmen met de voorgestelde tariefontwikkeling wordt gekozen om door te gaan met alleen trendmatige stijging van de riool- en waterzorgheffing. Nog binnen de planperiode heeft dit tot gevolg dat bij hetzelfde onderhoudsniveau van de riolering, het niveau van de voorziening negatief wordt. Dit is volgens begrotingsregels (BBV) niet toegestaan: op dat moment kunnen er geen grote onderhoudsprojecten meer worden uitgevoerd aan de riolering. De kwaliteit van het rioleringssysteem gaat daarmee snel achteruit. Het meenemen van klimaatadaptieve meekoppelkansen is in dit scenario onmogelijk. Dit alternatief wordt dan ook sterk afgeraden.
c.
in te stemmen met het voorgestelde kostendekkingsplan conform een alternatieve spaarstrategie en de daarbij behorende tariefontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing en dit te verwerken in de meerjarenbegroting 2025 i. Spaarstrategie-1 Een spaarperiode van 10 jaar In het spaarscenario van 10 jaar wordt de voorziening gemeentelijke watertaken in een kortere periode aangevuld. Daardoor kunnen een aantal investeringen die bij het scenario met een spaarperiode van 20 jaar nog geleend moeten worden, in dit scenario wel uit de voorziening bekostigd worden. Dit houdt wel in dat het tarief voor de riool- en waterzorgheffing sterker moet stijgen in de eerste jaren. Op langere termijn valt de riool- en waterzorg-heffing exclusief inflatie zo’n €10,per jaar per huishouden lager uit dan in het scenario met een spaarperiode van 20 jaar. ii. Spaarstrategie-3 Een spaarperiode van 40 jaar
2.
In het spaarscenario van 40 jaar wordt het te sparen bedrag juist over een langere periode uitgesmeerd. Daardoor hoeft het tarief voor de riool- en waterzorgheffing in de komende jaren minder sterk te stijgen. Dit heeft wel tot gevolg dat er voor meer investeringen geleend moet worden. Belangrijk nadeel van deze strategie is dat meer lasten op de toekomstige generaties worden afgewenteld dan bij de andere scenario’s. Uiteindelijk valt de riool- en waterzorgheffing (exclusief inflatie) €100,- per jaar per huishouden hoger uit dan bij de andere scenario’s. 3. a.
In tegenstelling tot hetgeen opgenomen is in het kostendekkingsplan, er voor te kiezen om de uitgaven voor maatregelen op privaat terrein voor 50% te dekken vanuit de inkomsten riool- en waterzorgheffing, voor zover de maatregelen op privaat terrein gedekt mogen worden vanuit de inkomsten riool- en waterzorgheffing.
b.
Zoals opgenomen is in het kostendekkingsplan, er voor te kiezen om de uitgaven voor maatregelen op privaat terrein niet te dekken vanuit de inkomsten riool- en waterzorgheffing.
4.
Zoals in het kostendekkingsplan is opgenomen, maatregelen om het hitte-eiland-effect te beperken niet te dekken vanuit de inkomsten riool- en waterzorgheffing. Ook al mogen deze maatregelen, als deze bijdragen aan de waterzorgtaken, wel toegekend worden aan de riool- en waterzorgheffing. Dit betekent dat, om de hitte-doelstelling te behalen, deze kosten ten laste moeten komen van de algemene middelen.
5.
De benodigde middelen en de keuze omtrent dekking van investeringen klimaatadaptatie die niet mogen worden gedekt door inkomsten vanuit de riool- en waterzorgheffing niet te betrekken bij de kadernota 2025-2028. Met tot gevolg dat er geen dekkingsbron is voor deze investeringen, deze in de planperiode niet uitgevoerd kunnen worden en dat daarmee de ambities op het gebied van klimaatadaptatie niet of pas later gehaald kunnen worden. De ambities moeten dan bijgesteld worden en de nadelige consequenties van klimaatverandering worden afgewenteld op volgende generaties (meer/vaker overlast accepteren).
6.
De gevolgen van de besluiten 1 t/m 5 niet te betrekken bij de integrale afweging van de kadernota aanvragen en ombuigingsvoorstellen.
Beoogd effect Een doelmatige waterketenzorg. De wettelijke verplichte zorgtaken voor stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater houden verband met de doelen: bescherming van de volksgezondheid, een veilige, gezonde en comfortabele leefomgeving. Het gemeentebestuur draagt zorg voor • de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater door middel van een openbaar vuilwaterriool naar bijvoorbeeld een RWZI. Beperken lozing van ongezuiverd rioolwater in de bodem of op oppervlaktewater; • de inzameling, transport en verwerking van overtollig regenwater in openbaar gebied en van private percelen, mits de eigenaar dit niet op eigen terrein kan verwerken; • het treffen van maatregelen om nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken voor zover dit niet de zorg is van het waterschap of de provincie. Waterrobuust en klimaatbestendige Steden en Dorpen in 2050 Gemeenten helpen hun inwoners en bedrijven zich aan te passen aan het veranderende klimaat en door hen beleefde problemen in de openbare ruimte aan te pakken. Daarmee wordt tegelijk de leefomgeving van de inwoners aantrekkelijker en gezonder.
Hoe deze effecten te bereiken Doelmatige waterketenzorg Door de gegevens over de waterketen actueel en volledig te houden, scherpe keuzes te maken in het wel of niet accepteren van risico’s vanuit de riolering (risicogestuurd rioolbeheer, bijlage XII van het BuRWKA) en het hebben en in stand houden van een professionele samenwerking met partners in de waterketen, bereiken en behouden we een doelmatige waterketenzorg. Waterrobuuste en klimaatbestendige gemeente in 2050 We verzilveren meekoppelkansen en nemen klimaatadaptatie mee in alles wat we bedenken en doen. Daarnaast informeren we over klimaatadaptatie en vergroten daarmee het besef van urgentie bij medewerkers van de gemeente, bij instellingen, bedrijven en bij onze inwoners. Argumenten 1.
a.
Uitvoering geven aan wettelijke taken en ons voorbereiden op de klimaatverandering De BuRWKA Harderwijk 2024-2028 is op het gebied van riolering en (stedelijk) water de onderbouwing voor de uitgaven van de inkomsten van de riool- en waterzorgheffing. Het in stand houden van een rioolstelsel is een wettelijke zorgplicht voor de gemeente. Daarnaast is in de beleidsuitwerking opgenomen hoe de gemeente in de planperiode uitwerking geeft aan de kaders en strategieën voor de pijler klimaatadaptatie (zoals door de gemeenteraad vastgesteld op 3 november 2022), onderdeel van de Duurzaamheidsvisie (zoals vastgesteld op 2 juli 2020). Het ontwerp document heeft voor iedereen ter inzage gelegen op het stadhuis in de periode 15 maart t/m 1 april 2024. Hier zijn geen zienswijzen op binnen gekomen.
b.
Kaderstellende rol gemeenteraad De Omgevingswet geeft de raad meer mogelijkheden om een kaderstellende rol in te vullen. Dit komt tot uiting in de aanwijzing van de gemeenteraad als bevoegd gezag voor het vaststellen van de gemeentelijke omgevingsvisie en het gemeentelijk omgevingsplan. En het college van B&W is aangewezen als bevoegd gezag voor uitvoeringsaspecten, bij voorkeur vervat in 1 of meerdere omgevingsprogramma’s, maar dat is geen verplichting en vormvrij. Daarnaast stelt het college van B&W de meerjarenbegroting op en de gemeenteraad stelt deze vast. Omdat er nog geen vastgestelde omgevingsvisie is, vormt de BuRWKA enerzijds een thematische beleidsuitwerking op strategisch niveau voor de thema’s Stedelijk Water en
Klimaatadaptatie die volledig aansluiten op de opgaven, ambities en principes zoals opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie. Anderzijds bevat de BuRWKA een uitvoeringsagenda, een meer tactische uitwerking voor de korte- en middellange termijn. Operationele beheeraspecten zijn weer opgenomen in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte. Het is overigens uitdrukkelijk niet aan de orde om het BuRWKA de status te geven van een omgevingsprogramma. Of en welke gemeentelijke omgeving programma’s er gaan komen is nog onderwerp van onderzoek. Om aan te sluiten bij bovengenoemde scheiding van taken wordt de gemeenteraad gevraagd om in te stemmen met de strategische visiecomponenten in de BuRWKA Harderwijk 2024-2028. 2.
Regeren is vooruitzien Een redelijke, maar forse stijging van de riool- en waterzorgheffing op korte termijn in combinatie met activeren en afschrijven van investeringen lijkt nodig om het huidige systeem van riolering in stand te houden. Het scenario met een spaarperiode van 20 jaar heeft de meest gunstige verhouding tussen stijging van de riool- en waterzorgheffing en beperkte afwenteling van lasten op toekomstige generaties. De verwachte stijging van de uitgaven voor instandhouding van het bestaande systeem komt door de ‘vervangingsgolf’. In de jaren 60 tot heden zijn er veel woningen bijgebouwd. In deze periode is daardoor ook een aanzienlijk deel van de huidige riolering in de gemeente aangelegd. Met een levensduur van gemiddeld 75 jaar, volgt dat we vanaf 2035 rekening moeten houden met een structurele toename van de vervangingsopgave, de vervangingsgolf. Voor het in stand houden van het bestaande systeem voor riolering en water gaan de noodzakelijke investeringen fors stijgen. Om naast het reguliere onderhoud de (vaak forse) noodzakelijke vervangingsinvesteringen te bekostigen en te voorkomen dat de kostendekkende riool- en waterzorgheffing van jaar tot jaar sterk varieert, wordt binnen de rioleringszorg gewerkt met een voorziening. Hierin wordt jaarlijks vanuit de riool- en waterzorgheffing een spaarbedrag gedoteerd.
Indien we niet meer dan trendmatig stijgen met de riool- en waterzorgheffing is dit spaarbedrag in 2025 niet langer voldoende om alle benodigde werkzaamheden te bekostigen. De spaarvoorziening wordt dan negatief, wat volgens Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) niet is toegestaan. Om toch voldoende financiële middelen te hebben om de vervangingsgolf te bekostigen, moeten de inkomsten vanuit de riool- en waterzorgheffing aanzienlijk stijgen of moet er een bijdrage komen vanuit de algemene reserve (dan wordt de kostendekkendheid van het tarief kleiner dan 100%). Om deze stijging te dempen wordt geadviseerd niet langer alle vervangingen vanuit de voorziening te bekostigen, maar om een deel van de vervangingen te gaan activeren en afschrijven (lenen). Activeren en afschrijven heeft tot gevolg dat er kapitaallasten ontstaan, welke nog 75 jaar in het systeem doorwerken. Hiermee worden de kosten van de vervanging van de riolering afgewenteld op de toekomstige generaties inwoners. Het tarief hoeft dan op korte termijn minder hard te stijgen, maar komt uiteindelijk wel hoger uit (geld lenen kost immers geld). Geadviseerd wordt om met een combinatie van sparen en lenen te werken. Hiermee worden zo min mogelijk kosten afgewenteld op de toekomstige generaties. En wordt tevens voorkomen dat de voorziening negatief wordt.
Hiervoor zijn verschillende scenario’s onderzocht, waaruit is gebleken dat een combinatie van sparen en lenen met een spaarperiode van 20 jaar voor langere tijd de benodigde stijging van de riool- en waterzorgheffing “dempt”, maar ook de benodigde te activeren vervangingen zo veel mogelijk beperkt.
3.
Kostendekkend tarief riool- en waterzorgheffing Voor het kostendekkingsplan is door het adviesbureau gebruik gemaakt van een landelijk ontwikkelde standaard rekenblad voor kostendekkingsplannen bij Gemeentelijke Rioleringsplannen. Om de uitgangspunten voor het kostendekkingsplan eenvoudig en traceerbaar te houden is er voor gekozen om de kosten voor klimaatadaptieve maatregelen niet toe te rekenen aan de riool- en waterzorgheffing. Voor zover het gaat om maatregelen die bijdragen aan de
wettelijke waterzorgtaken mogen deze maatregelen (naar rato) wel worden toegerekend aan de riool- en waterzorgheffing. Daarom het voorstel deze kosten door te belasten via de riool- en waterzorgheffing en niet ten laste te brengen van de algemene middelen. 4.
Kostendekking voor maatregelen om effecten van wateroverlast en droogte te beperken De benodigde middelen en keuze omtrent dekking van investeringen klimaatadaptatie die op grond van de Wet Verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken wel gedekt mogen worden door de inkomsten vanuit de riool- en waterzorgheffing zijn van structurele aard en kennen nu nog geen dekkingsbron. Daarom wordt geadviseerd om deze keuze te betrekken bij de kadernota 2025-2028. Men zou kunnen stellen dat dit gaat om ‘nieuw beleid’, maar in feite gaat het om invulling geven aan vastgestelde kaders op langere termijn, waarbij tevens indicatief is aangegeven welke uitgaven er mee gemoeid zijn (11,7 miljoen euro +/- 50% tot 2050; prijspeil 2022).
5.
Kostendekking voor maatregelen om effecten van hittegolven te beperken De benodigde middelen en keuze omtrent dekking van investeringen klimaatadaptatie die op grond van de Wet Verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken niet gedekt mogen worden door de inkomsten vanuit de riool- en waterzorgheffing zijn van structurele aard en kennen nu nog geen dekkingsbron. Daarom wordt geadviseerd om deze keuze te betrekken bij de kadernota 2025-2028. Men zou kunnen stellen dat dit gaat om ‘nieuw beleid’, maar in feite gaat het om invulling geven aan vastgestelde kaders op langere termijn, waarbij tevens indicatief is aangegeven welke uitgaven er mee gemoeid zijn (7,0 miljoen +/- 50% tot 2050; prijspeil 2022).
6.
Integrale afweging Met het behandelen van dit voorstel is het college en raad bewust op de hoogte van de lange termijn financiële doorkijk zodat deze kan worden meegenomen bij de integrale afweging van de kadernota-aanvragen en ombuigingsvoorstellen. Wanneer de uitkomst van de integrale afweging is dat sterk zal moeten worden afgeweken van de voorgestelde oplossingsrichting, heeft dit effect op de uitvoerbaarheid van deze beleidsuitwerking. Zowel voor de instandhouding van het riool als het realiseren van de klimaatadaptatiedoelstellingen. In dat geval verzoekt het college aan de raad om met aanvullende/bijgestelde kaders te komen zodat de beleidsuitwerking aangepast kan worden in lijn met financiële ruimte.
Financiën In de BuRWKA wordt in hoofdstuk 6 de benodigde middelen besproken en de daarbij horende kostendekking. Het uitgangspunt reeds door de raad bepaald is dat de riool- en waterzorgheffing 100% kostendekkend is. De BuRWKA geeft verschillende opties wat betreft systematiek en spaarstrategie die elk verschillende gevolgen hebben voor het verloop van de riool- en waterzorgheffing. De scenariokeuze wordt betrokken bij de integrale afweging van de kadernota/ombuigingen, waarbij de gekozen lijn vervolgens uitgewerkt zal worden in de begroting 2025-2028. Besluiten 1 t/m 5 hebben de volgende financiële consequenties: a. een toename van de uitgaven voor de instandhouding van het bestaande rioolsysteem van 1 miljoen euro per jaar (gemiddeld afgelopen 10 jaar) naar gemiddeld 2 miljoen euro per jaar in de planperiode 2024-2028 en gemiddeld 4 miljoen euro per jaar op langere termijn; b. om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn moet gemiddeld €700.000 (nauwkeurigheid +/-50%) per jaar geïnvesteerd worden, waarvan €325.000 gedekt mag worden vanuit de inkomsten riool- en waterzorgheffing; c. dit betekent een verhoging van de budgetten voor taakveld 7.2 met 25% op korte termijn en ruim 100% op langere termijn; d. meer vervangingsuitgaven en verbeterprojecten betekent ook meer (flexibele) personele capaciteit om dat voor te bereiden en te realiseren; e.
om te voorkomen dat kosten te veel afgewenteld gaan worden op de volgende generaties moet er meer gespaard worden om toekomstige pieken in de uitgaven op te kunnen vangen; f. dat de riool- en waterzorgheffing fors (en dus boventrendmatig) moet gaan stijgen om een 100% kostendekkend tarief te houden.
Hierbij de kanttekening dat in de BuRWKA reeds kostenbesparende maatregelen zijn verwerkt zoals “zoveel mogelijk relinen i.p.v. vervangen” en “strategisch rioolbeheer op basis van risicogestuurd beheer”. Het financiële advies richting de integrale afweging is om het voorgestelde hybride scenario ‘in 20 jaar voldoende sparen voor alle investeringen’ te volgen. Dit scenario wordt voorgesteld als beste balans tussen zo veel mogelijk doteren aan de spaarvoorziening met zo min mogelijk benodigde extreme stijgingen van de heffing. Dit scenario biedt op dit moment de meeste demping van toekomstige kapitaallasten, waardoor er op lange termijn minder sprake zal zijn van rentelasten in het gesloten systeem van de heffing. Het gevolg van het voorgestelde kostendekkingsplan is dat er afgeweken zal worden van de huidige financiële lijn. Tot op heden werd er via de onderhoud egalisatievoorziening volledig gespaard voor alle vervangingsinvesteringen, waardoor er in de praktijk geen kapitaallasten zijn opgebouwd. Indien niet meer het volledige bedrag gespaard wordt, zullen er kapitaallasten gaan ontstaan. Dit betekent dat er rentelasten in de tariefberekening gaan landen en daarmee de riool- en waterzorgheffing op lange termijn op een hoger stabiel niveau zal uitkomen dan wanneer voor alle investeringen gespaard zou worden.
De onderliggende systematiek van netto activeren blijft gelijk conform de notitie lokale heffingen 2021 van de commissie BBV. Indien er sprake is van een restbedrag, dan zal dit worden geactiveerd conform de Nota waarderen en afschrijven 2024-2027 van gemeente Harderwijk. Duurzaamheid De beleidsuitwerking Riolering, Water en Klimaatadaptatie geeft gericht uitvoering aan de wettelijke zorgtaken omtrent water en aan de pijler klimaatadaptatie. Bij de verschillende projecten en de aanpak van knelpunten worden de dwarsverbanden met biodiversiteit gezien en wordt een koppeling gemaakt met de beleidsuitwerking Natuur en Groen (BuNG) en meekoppelkansen vanuit de warmtetransitie. Omgevingswet Volgens de omgevingswet gaat het bij de fysieke leefomgeving zowel om de natuurlijke omgeving (water, bodem, lucht, natuur) als om elementen die de mens daarin heeft aangebracht, zoals bouwwerken, wegen en spoorwegen. In de (concept) Omgevingsvisie Harderwijk wordt de Harderwijkse Alliantie Benadering toegelicht. Klimaatverandering maakt onderdeel uit van de Natuurlijke alliantie, die gaat over wat de aarde ons gegeven heeft: bodem, water, natuur, groen en klimaat(verandering). Het zich ruimtelijk aanpassen aan de effecten van klimaatverandering vormt dan ook een van de opgaven in het ontwerp van de omgevingsvisie. Daarnaast wordt er gewerkt aan een gezonde leefomgeving voor iedereen.
Daarin vervult de riolering- en waterzorg een belangrijke taak met betrekking tot de volksgezondheid. Communicatie Toelichting door wethouder in persuur. Uitvoering In de praktische uitvoering zijn we op onderdelen al bezig. Bij nieuwbouw worden waterrobuuste en klimaatbestendige eisen meegegeven aan ontwikkelaars. Bij rioolvervangingen wordt regenwater van het riool afgekoppeld. Bermen en grasvelden worden omgevormd tot bloemenvelden of wadi’s. En met de stimuleringsregeling voor klimaatadaptieve voorzieningen worden private eigenaren gestimuleerd om op eigen terrein maatregelen te gaan treffen. Door het beschikbaar stellen van een tegeltaxi maakt de gemeente het haar inwoners makkelijker. Met de uitvoeringsagenda 2024-2028 (bijlage XI van de BuRWKA) werken we in samenhang met de andere pijlers uit de duurzaamheidsvisie en in samenhang met realisatie en beheer gericht aan doelmatige uitvoering van de watertaken. En we werken toe naar een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente Harderwijk in 2050. Evaluatie Beknopt tussentijds evaluatierapport 2026 en reguliere voortgangsrapportage duurzaamheid (voor het onderdeel klimaatadaptatie). Bijlagen 1. Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda Riolering, Water en Klimaatadaptatie - Hoofdrapport
2. 3.
Beleidsuitwerking en uitvoeringsagenda Riolering, Water en Klimaatadaptatie - Bijlagen Concept Raadsbesluit