CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2025

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Belastingverordeningen 20254.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan college en raad Nummer: Datum: Opsteller: Portefeuillehouder: Onderwerp:

02430000196527 26 november 2024 O.M. Menger Wethouder W. Mazier Belastingverordeningen 2025

Het college van B&W besluit: Het raadsvoorstel, raadsbesluitbesluit en belastingverordeningen 2025 inclusief bijlagen ter vaststelling aan de gemeenteraad aan te bieden. Inleiding Aanleiding Elk jaar stelt de raad de Meerjarenbegroting waarin de beleidsvoornemens voor het komende jaar zijn opgenomen. Daartoe behoren ook de voornemens met betrekking tot de diverse belastingen en heffingen en het effect op de tarieven. De uitgangspunten voor het beleid en tarieven zoals vastgelegd in de Meerjarenbegroting 2025-2028, zijn opgenomen in vastgestelde belastingverordeningen, om daadwerkelijk van kracht te worden. Daarnaast zijn de vastgestelde ombuigingsmaatregelen categorie A opgenomen voor het jaar 2025. Dit voorstel beoogt invulling te geven aan het beleid en tarieven van de gemeentelijke belastingen. Kader Gemeentewet Wet Milieubeheer Wet markt en Overheid Paspoortwet Bekendmakingswet Alternatieven Beoogd effect De in de Meerjarenbegroting 2025-2028 geraamde opbrengsten van belastingen en heffingen voor 2025 te genereren door het vaststellen van de daartoe noodzakelijke tarieven in juridisch juiste verordeningen. Argumenten De geraamde (hogere) opbrengsten van de diverse belastingen en heffingen dwingen tot het vaststellen van gewijzigde tarieven.

Het niet wijzigen van deze tarieven resulteert onmiddellijk in het niet kunnen realiseren van de door de raad gevoteerde opbrengsten in de Programmabegroting. Omgevingswet Financiën De verordeningen zijn opgesteld met in achtneming van de uitgangspunten van de Meerjarenbegroting 2025-2028; en de vastgestelde ombuigingsmaatregelen categorie A. De ombuigingsmaatregelen categorie B gaan in vanaf 2026 en zullen worden betrokken bij het opstellen van de (belasting)verordeningen 2026. Duurzaamheid Communicatie Na vaststelling van de verordeningen in de raad, worden deze gepubliceerd overeenkomstig wettelijke verplichtingen op overheid.nl en gepubliceerd op de sociale kanalen van de gemeente. Uitvoering Evaluatie De opbrengsten worden meegenomen in de jaarrekening en tussenrapportages. -2-

Bijlagen Bijlage 1: Concept Verordening Onroerendezaakbelasting 2025 Bijlage 2: Concept Verordening Afvalstoffenheffing 2025 Bijlage 3: Concept Verordening Riool- en waterzorgheffing 2025 Bijlage 4: Concept Verordening Toeristenbelasting 2025 Bijlage 5: Concept Verordening Forensenbelasting 2025 Bijlage 6: Concept Verordening Precariobelasting 2025 Bijlage 7: Concept Verordening Parkeerbelasting 2025 inclusief bijlage Bijlage 8: Concept Verordening Reclamebelasting 2025 Bijlage 9: Concept Verordening Ongediertebestrijding 2025 Bijlage 10: Concept Verordening Marktgelden 2025 Bijlage 11: Concept Verordening Leges 2025 inclusief tarieventabel en tarieven Gelders Genootschap Bijlage 12: Concept Verordening Hondenbelasting 2025 Bijlage 13: Concept Verordening Begraafrechten 2025 Bijlage 14: Concept Verordening Havengelden 2025 Bijlage 15: Overzicht belastingmaatregelen 2025 Bijlage 15a: Kostentoerekening samenhangende kosten inning naheffingsaanslagen parkeerbelastingen.

Bijlage 15 Algemene uitgangspunten bij de belastingheffing In de begroting is uitgegaan van de volgende algemene uitgangspunten: • Voor de bestemmingsheffingen en rechten geldt het uitgangspunt wanneer sprake is van kostendekkende heffingen: de gebruiker betaalt; • De trendmatige index is gebaseerd op de cijfers van het Centraal Planbureau bij de Meicirculaire Gemeentefonds 2024 en er wordt voor het begrotingsjaar 2025 een trendmatige aanpassing voorgesteld van 2,3%, tenzij anders is besloten (b.v. bij kostendekkende heffingen). • In het kader van het beleid alsmede ombuigingsmaatregelen wordt bij een aantal belastingen naast de voorgestelde trendmatige aanpassing, een boven trendmatige tariefontwikkeling voorgesteld danwel een aanpassing van activiteiten (b.v. parkeerbelasting) • Er wordt kwijtschelding verleend voor de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing 1. Onroerende-zaakbelastingen Op 1 januari 2025 begint een nieuw waarde-tijdvak voor de WOZ met als peildatum 1 januari 2024. De herwaardering van de objecten naar de situatie van peildatum januari 2024 is in volle gang. Macro is de marktontwikkeling tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 op basis van informatie van de meicirculaire berekend op 3,5 % voor woningen en voor niet-woningen op 1,25%. De ontwikkeling van WOZ-waardes volgt met enige vertraging de huizenprijzen.

De waardestijging in de begroting is vooralsnog gebaseerd op informatie van de waarderingskamer. Aan de hand van de herwaardering die aan het einde van het jaar gereed zal zijn, zal beoordeeld worden of OZB-percentage voor woningen en/of niet-woningen bijgesteld moet worden. Maatregelen woningen en niet-woningen 2025 • In de meerjarenbegroting 2025-2028 is de opbrengst voor de OZB 2025, die gekoppeld is aan de waardeontwikkeling van de WOZ-waarden eigenaren en gebruikers, verhoogd met de trendmatige inflatiecorrectie (2,3%). • In aanvulling hierop is in het kader van de ombuigingsmaatregelen de opbrengst OZB 2025 boven trendmatig met 10% verhoogd. Dit leidt tot de volgende tarieven in 2025: 2025

2024

ozb gebruikers nietwoningen ozb eigenaren woningen

0,2308%

0,2076%

0,0996%

0,0917%

ozb eigenaren nietwoningen

0,2875%

0,2586%

2. Afvalstoffenheffing Uitgangspunten en overwegingen De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing waarbij een vergoeding wordt gevraagd voor de kosten die de gemeente heeft voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval. Deze heffing wordt geheven van gebruikers en mag maximaal kostendekkend zijn. In het kader van de ombuigingen zijn een aantal maatregelen getroffen, die impact hebben op de hoogte van de begrote kosten en /of baten van de afvalstoffenheffing. Deze ombuigingsmaatregelen zoals vastgesteld in de begroting zijn verwerkt in de tarieven. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing blijft hiermee 100% bedragen. De Verordening afvalstoffenheffing is op een aantal punten aangepast in overeenstemming met de vastgestelde meerjarenbegroting 2025-2028 en omvat een aantal (technische) aanpassingen die geen beleidsmatige wijzigingen beogen: • • •

Artikel 4.1. en 4.2 kennen een gelijk tarief omdat de raad in het verleden heeft besloten geen onderscheid te maken tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Artikel 5.1. is aangepast in het kader van de ombuigingsmaatregelen. Hierbij is de mogelijkheid tot het tweemaal gratis brengen van grof huishoudelijk afval bij de milieustraat is afgeschaft. In de Verordening afvalstoffenheffing zijn de passages omtrent reinigingsrechten verwijderd. De reinigingsrechten betreft het ophalen van bedrijfsafval. Al lange tijd wordt hier geen beleid meer in gevoerd, zijn hier geen inkomsten op geboekt of worden hier inkomsten of uitgaven op begroot. Dit onderdeel is daarom niet noodzakelijk. In het kader van de duidelijkheid en transparantie is het onderdeel reinigingsrechten verwijderd. Dit leidt er ook toe dat de verordening vanaf bekend komt te staan onder de naam afvalstoffenheffing en niet meer reinigingsrechten.

Dit leidt in de Verordening tot de volgende tarieven voor de afvalstoffenheffing voor het vaste tarief in 2025: Afvalstoffenheffing vast tarief

2025

2024

€ 195,00

€ 181,00

Variabel tarief 140 liter restcontainer

€ 4,50

€ 4,50

Variabel tarief 240 liter restcontainer

€ 8,00

€ 8,00

Inworp ondergrondse restcontainer

€ 1,60

€ 1,60

Tarief voor achterlaten grof huishoudelijk afval bij de milieustraat

€ 15,30

€ 15,00

Vast tarief

3. Riool- en waterzorgheffing Met de riool- en waterzorgheffing worden de kosten van beheer en onderhoud én het nakomen van de zorgplicht voor afval-, hemel- en grondwater afgedekt. Deze kosten zijn verbonden aan de inzameling en transport van afvalwater en het inzamelen, opvangen en afvoeren van regen- en/of grondwater ter voorkoming van overlast. De riool- en waterzorgheffing is op begrotingsbasis 100% kostendekkend. Bij de vaststelling van het tarief is daarnaast rekening gehouden met een aantal vastgestelde ombuigingsmaatregelen, waaronder:

• • •

Het schrappen van de stelpost meten en monitoring riolering; Het schrappen van de stelpost riolering; Het stopzetten van de regionale samenwerking in het kader van water en klimaatadaptatie.

Dit leidt tot de volgende tarieven: Rioolheffing

2025

2024

eigendom, in gebruik woning

€ 177,00

€ 155,50

eigendom, in gebruik niet woning

€ 270,00

€ 245,20

4. Leges Voor de leges geldt dat deze op verordening niveau niet meer dan kostendekkend mag zijn. Voor de leges is het beleidsuitgangspunt dat deze trendmatig met 2,3% worden verhoogd overeenkomstig de kosten die eveneens met 2,3% in de begroting zijn gestegen. Hierop zijn een aantal uitzonderingen: •

• • •

De tarieven van een aantal publiekzaken zijn gebonden aan wettelijke maxima. Dit zijn bijvoorbeeld de tarieven voor paspoorten, ID bewijzen, rijbewijzen, opvragen akten burgerlijke stand en de leges voor de Wet op de kansspelen. De tarieven zijn, voorzover bekend gebaseerd op de maximum wettelijke gestelde tarieven. Indien de tarieven voor 2025 nog niet bekend zijn op het moment van het vaststellen van de verordening, heeft het college de bevoegdheid deze aan te passen. De leges die verbonden zijn aan de omgevingsvergunning (bouwleges) zijn niet met 2,3% verhoogd, maar met 2,34% om een door de beleidsafdeling voorgestelde stimulerende maatregel voor het principebesluit budgetneutraal uit te kunnen voeren. In artikel 2.33 (tarief standplaatsen) werd in 2024 een tarief van € 23,00 gevraagd. Dit tarief is geharmoniseerd met vergelijkbare tarieven in de legesverordening waardoor het thans voorgestelde tarief € 38,85 zal gaan bedragen.

Daarnaast zijn de volgende aanpassingen opgenomen in de legesverordening in het kader van de ombuigingsmaatregelen: • •

Artikel 1.1, onder d betreft het voltrekken van een eenvoudig huwelijk/geregistreerd partnerschap/omzetten geregisterd partnerschap. Het tarief was in 2024 € 100,00. Dit tarief wordt in het kader van de ombuigingsmaatregelen boven trendmatig verhoogd tot € 250,00. Artikel 1.12 afgifte van rijbewijzen. In 2024 werden twee tarieven gehanteerd voor de afgifte van rijbewijzen voor 5 en 10 jaar. In 2025 is het artikel zodanig gewijzigd dat er één tarief wordt gehanteerd voor rijbewijzen vanaf 5 jaar. Wel is er een restartikel gehandhaafd voor bijzondere omstandigheden waarin expliciet een rijbewijs van minder dan 5 jaar afgegeven moet worden.

Voor het overige zijn een aantal aanpassingen in de tarieventabel doorgevoerd die zien op technische optimalisaties (herfrasering etc.) of is de activiteit op verzoek van de afdeling beleid opgenomen. In bijlage 1a is een was-wordt overzicht opgenomen van de aanpassingen in de tarieventabel Verordening Leges 2025.

5. Begraafrechten De begraafrechten zijn aan te merken als een recht zoals bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet. Dat betekent dat uitsluitend rechten kunnen worden geheven als de dienst ook daadwerkelijk wordt afgenomen. Voor rechten geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Dit betekent dat de begrote baten de begrote lasten niet mogen overstijgen. In het kader van de ombuigingsmaatregelen is voorgesteld om de kostendekkendheid te verhogen naar 100%. Dit betekent dat naast de trendmatige verhoging (2,3%) een boven trendmatige verhoging van 5,7% wordt toegepast op de tarieven. In afwijking van bovenstaande is het tarief van artikel 5.1.5. uit de tarieventabel het schoonhouden van een urn in lijn gebracht met artikel 5.1.1. voor het schoonhouden van een graven en grafzerken etc. waardoor het tarief in 2025 het tarief € 86,50 zal gaan bedragen in plaats van € 77,00 die de bovengenoemde tariefsverhoging zou inhouden. 6. Precariobelasting De Precariobelasting is een zogenaamde algemene belasting. Dat betekent dat de inkomsten uit deze belasting toekomt aan de algemene middelen. Artikel 228 van de Gemeentewet biedt de gemeente de mogelijkheid om precariobelasting in te voeren ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden zijn terrassen en uithangborden.

Voor de tarieven van de verschillende belastbare feiten van deze belasting is in de begroting 2025 uitgegaan van een trendmatige aanpassing van het tarief van 2,3%. In aanvulling daarop worden in het van de ombuigingsmaatregelen de tarieven boven trendmatig met 10% verhoogd. Naast deze tariefsaanpassing heeft de Verordening een nieuwe opzet gekregen. De oude verordening was door een aanpassingen door de jaren heen er niet duidelijker op geworden. Door afscheid te nemen van een staffeling van oppervlakte maten in verhouding met een tijdsperiode voor voorwerpen op de weg en daarvoor in de plaats uit te gaan van een tarief per m2 wordt eenvoud en transparantie beoogd. In de precariobelastingverordening zijn grofweg bezien 3 soorten groepen belastbare feiten: -

Standplaatsen (niet zijnde de marktgelden); Terrassen; Voor het hebben van voorwerpen op onder of boven voor openbare dienst bestemde grond.

Standplaatsen Standplaatsen zijn geen marktplaatsen. Deze zijn terug te vinden in de marktverordening. Standplaatsen zijn de kramen, verrijdbare kiosken etc. die in de buurt en/of wijken te vinden zijn, zoals loempia stands, oliebollenkramen etc. Uit een inventarisatie van de tariefstelling aangaande de precariobelasting van een aantal gemeenten (Zutphen, Apeldoorn en Elburg) blijkt dat de gemeente Harderwijk inclusief de voorgestelde verhoging niet meer precariobelasting in rekening brengt (behoudens Elburg die geen standplaatsen precariobelasting heft). Met de voorgestelde verhogingen zullen belanghebbende met een langlopende vergunning tussen de € 0,89 en € 6,50 euro per maand meer betalen voor de precariobelasting. Dit lijkt gezien het feit dat Harderwijk gemiddeld al minder precariobelasting vraag dan andere gemeente, aanvaardbaar. Terrassen De vergunning voor een terras wordt per seizoen geheven. De betreffende ondernemers maken jaarlijks gebruik van deze vergunning. Uit de bovengenoemde inventarisatie van de tariefstelling blijkt dat de tarieven van de gemeente Harderwijk ook inclusief de voorgestelde verhoging rond het gemiddelde van deze gemeenten ligt. Op dit moment bedraagt de afmeting van een gemiddeld terras in Harderwijk ca. 60 m2. In 2024 betaalt een belanghebbende ca. € 2917 en in 2025 zal na de voorgenomen tariefstijging ca. € 3.282.

Dat betekent dat per jaar de stijging ca. € 365 bedraagt. Alhoewel de stijging in absolute zin niet beperkt zijn, wordt deze stijging aanvaardbaar geacht mede gezien de eerste inventarisatie onder de gemeenten Zutphen, Apeldoorn en Elburg. Onderstaand een voorbeeld van de inventarisatie van de tariefstelling aangaande de precariobelasting. In het voorbeeld wordt uitgegaan van een terras van 250 m2 en een standplaats van 12 m2. Voor deze twee voorbeelden wordt berekend hoeveel precariobelasting wordt betaald in deze gemeente in 2024. Voor Harderwijk zijn de tarieven 2024 en 2025 weergegeven.

Voorbeeld Terras

250 m2 m2

standplaats

12 m2 m2

gemeente

Apeldoorn*

Harderwijk

Terras

precariobelasting

precariobelasting precariobelasting precariobelasting

2024

€ 14.235,00

2025

€ 12.027,50

Elburg

Zutphen*

€ 14.112,50

€ 6.609,38

€-

€ 10,50

€ 13.532,50

Standplaats 2024

€ 108,96

2025

€ 17,64 € 19,80

* jaarbasis, teruggerekend naar seizoen

*Apeldoorn en Zutphen heffen naar belastingtijdvak van een jaar en Harderwijk en Elburg van een seizoen. De tarieven van Apeldoorn en Zutphen zijn omgerekend naar een seizoen. ** Apeldoorn heft weliswaar een hoger tarief voor de standplaatsen, maar daarbij geldt wel dat dit tarief geldt tot maximaal 25m2. Plaatsen van voorwerpen op, onder of boven openbare dienst bestemde grond (b.v. bouwmaterialen) Eveneens worden de tarieven voor het plaatsen van bouwmaterialen verhoogd met 2,3% en boven trendmatig met 10% verhoogd. Voor deze groep geldt dat er nagenoeg geen vergunningen zijn die over de jaargrenzen lopen. De stijging van het tarief is verdedigbaar en kan daarbij tevens dienen als reguleringsinstrument, bijvoorbeeld om het parkeren van auto’s binnen de afgezette plek zoveel als mogelijk te voorkomen. Dit leidt tot de volgende tarieven: Precariobelasting 2025 per m2 voorwerpen per jaar per m2 terras per jaar

2024

€ 27,07

€ 24,06

€ 54,12

€ 48,11

7. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting. Dat betekent dat de inkomsten uit de toeristenbelasting ten goede komen aan de algemene middelen. Het voorstel is om de tarieven toeristenbelasting trendmatig te verhogen met 2,3%. Daarnaast wordt het tarief in het kader van de ombuigingsmaatregelen boven trendmatig met 25% verhoogd. In de begroting is reeds aangegeven dat Harderwijk de toerist veel heeft te bieden. En dat erop ingezet wordt om dit te behouden. Daarom worden geen ombuigingen voorgesteld voor het toeristisch punt, de city marketing en het stimuleren van evenementen. In dat kader wordt het redelijk geacht dat ook toeristen financieel bijdragen aan het in stand houden van het hoge voorzieningenniveau. Toeristenbelasting

2025

2024

Tarief per persoon per overnachting

€ 2,15

€ 1,68

8. Reclamebelasting De reclamebelasting is een algemene belasting. Dat betekent dat de inkomsten uit de reclamebelasting in beginsel ten goede komen aan de algemene middelen. Voor de tarieven van deze belasting is in de begroting 2025 uitgegaan van een trendmatige aanpassing van 2,3%. Daarnaast wordt in het kader van de ombuigingsmaatregelen het tarief boven trendmatig met 10% verhoogd voor alle belastingplichtigen in de verordening. Reclamebelasting per object 9. Parkeerbelasting Naheffingsaanslag

2025

2024

€ 144,22

€ 128,16

Voor een naheffingsaanslag parkeerbelastingen geldt een maximumbedrag dat in rekening kan worden gebracht. Dit bedrag wordt jaarlijks door het Rijk vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant. Per 1 januari 2025 is het maximumbedrag bepaald op € 78,80. Het afgelopen jaar zijn er toenemende procedures van zogenaamde ncnp bureau over de kostentoerekening naheffingsaanslag. Deze kostentoerekening is niet nieuw, maar door deze procedures is de kostentoerekening onder een vergrootglas komen te liggen. Dit is de reden dat in dit voorstel hier extra aandacht aan wordt besteed. Er zijn daarbij twee belangrijke uitgangspunten: 1. 2.

De raad moet op de hoogte zijn van de kostentoerekening. De kosten per naheffingsaanslag mogen niet onder het wettelijk maximumbedrag van €78,80 komen. Uit de inventarisatie van de kosten op grond van artikel 2 van het besluit parkeerbelastingen blijkt dat de kosten hoger liggen (zie bijlage 1b). Daarom is het mogelijk om de naheffing parkeerbelasting vast te stellen op € 78,80.

Parkeerbelasting en parkeervergunningen Door de raad is besloten dat één keer per 2 jaar de parkeerbelastingtarieven met 5 % worden verhoogd. Dit is laatstelijk in 2024 toegepast. In het Kader van de ombuigingsmaatregelen is vastgesteld om de inkomsten van de parkeerbelastingen met ca. € 500.000 te verhogen. Er is voor gekozen om geen tariefsverhoging toe te passen (ook geen trendmatige verhoging), maar om het aantal uren waarop vrij geparkeerd kan worden terug te brengen tot 1 uur. Dit is ook als zodanig in de verordening parkeerbelastingen verwerkt. 10. Ongediertebestrijding De heffing ongediertebestrijding is een recht zoals benoemd in artikel 229 Gemeentewet. Dit betekent dat er uitsluitend rechten mogen worden geheven wanneer er daadwerkelijk diensten worden afgenomen. Daarnaast geldt dat de begrote baten de begrote basten niet mogen overstijgen. Het mag dus maximaal kostendekkend zijn. Voor de tarieven 2025 wordt uitgegaan van een trendmatige aanpassing van 2,3%. Voor het overige zijn er geen inhoudelijke wijzigingen beoogd met de verordening. Aankomend jaar (2025) worden de activiteiten aangaande de ongediertebestrijding geëvalueerd. 11. Marktgelden De heffing marktgelden is een recht zoals benoemd in artikel 229 Gemeentewet. Dit betekent dat er uitsluitend rechten mogen worden geheven wanneer er daadwerkelijk diensten worden afgenomen.

Daarnaast geldt dat de begrote baten de begrote lasten niet mogen overstijgen. Het mag dus maximaal kostendekkend zijn. Het voorstel is om de tarieven met 2,3% te verhogen. In de Verordening is daarnaast een uitvoeringstechnische aanpassing doorgevoerd in de wijze van heffing. Hierdoor is de belastingheffing die gedurende een tijdvak aanvangt op een juiste wijze is vastgelegd in de Verordening. 12. Hondenbelasting De hondenbelasting is een zogenaamde algemene belasting. Dat betekent dat de inkomsten uit deze belasting toekomt aan de algemene middelen. In de begroting 2025 is voor de tarieven van deze belasting uitgegaan van een trendmatige aanpassing van 2,3%. In 2025 vindt het tweede deel plaats van de evaluatie van de hondenbelasting. De tarieven die zijn opgenomen in de Verordening Hondenbelasting zijn in overeenstemming met de uitgangspunten van de begroting. Dat betekent dat de tarieven met 2,3% zijn verhoogd. 13. Forensenbelasting De Forensenbelasting is een algemene belasting. Dat betekent dat de opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen. Voor de tarieven Forensenbelasting is in de meerjarenbegroting 2025-2028 uitgegaan van een trendmatige aanpassing van de tarieven met 2,3%. Forensenbelasting

2025

2024

12,5 tot 30 m2

€ 233,45

€ 228,23

30 tot 40 m2

€ 389,50

€ 380,75

40 tot 60 m2

€ 547,70

€ 535,47

> 60 m2

€ 626,40

€ 612,37

14. Havengelden De havengeldverordening is opgesteld overeenkomstig de besluitvorming in het college d.d. 12 november 2024 met registratienummer: 02430000192981 / 02430000666949. De verordening is bij dit collegevoorstel als raadbesluit toegevoegd met registratienummer 02430000192981 / 02430000667350. De tarieven in

2025 zijn zodanig vastgesteld dat voor deze nieuwe verordening uitgegaan wordt van 100% kostendekkendheid.

Bijlage 15a Was-Wordt overzicht tarieventabel leges behorende bij verordening leges 2025 Onderstaand is een volledig overzicht gegeven van alle in de tarieventabel opgenomen wijzigingen in een was-wordt situatie. De aanpassingen zijn in vet weergegeven. Artikel 1.1.,1, onder d

1.7. 1.

Was Voor het voltrekken/sluiten van een ‘eenvoudig’ huwelijk/een geregistreerd partnerschap/omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in de trouwzaal van het stadhuis op dinsdag of donderdag om 11.00 uur voor ingezetenen van de gemeente Harderwijk € 100,00 Reserveren

1.7.2.

Reserveren

1.11.1, b

Voor het bezorgen van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemde tarieven per document:€ 18,00 -

1.31, lid 4

2.1, lid 3

Principebesluit: dit betreft een overleg waarbij het bestuursorgaan eventueel bijgestaan door een of meerdere (externe) adviseurs overleg een initiatief bespreken. Hierbij wordt het initiatief getoetst en wordt advies gegeven op welke wijze het initiatief passend gemaakt kan worden. Dit overleg resulteert in een principebesluit (positief of negatief).

Wordt Voor het voltrekken/sluiten van een ‘eenvoudig’ huwelijk/een geregistreerd partnerschap/omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in de trouwzaal van het stadhuis op dinsdag of donderdag om 11.00 uur voor ingezetenen van de gemeente Harderwijk € 250,00 Voor het op verzoek annuleren van een huwelijksvoltrekking/registratie partnerschap, binnen 3 maanden voor de datum van de huwelijksvoltrekking/registratie partnerschap € 125,00, behoudens bijzondere omstandigheden zoals overmacht, ziekte, overlijden. Indien de leges voor de huwelijksvoltrekking/registratie partnerschap lager zijn dan in het voornoemde bedrag, zijn de kosten voor het annuleren van de huwelijksvoltrekking gelijk aan de in rekening gebrachte leges voor het bezorgen van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemde tarieven per document: € 5,00 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een verzoek tot wijziging van de aanwezigheidsvergunning door bijschrijving van bedrijfsleiders/beheerders/bestuurders als bedoeld in artikel 30b, 30c, eerste lid onder b en artikel 30d van de Wet op de Kansspelen, per bedrijfsleider/beheerder/bestuurder € 38,40 Principebesluit regulier: een overleg voor een relatief kleine afwijking van het omgevingsplan of wanneer het plan besproken wordt in de commissie ruimtelijke kwaliteit.

Dit overleg resulteert in een principebesluit (positief of negatief Principebesluit uitgebreid: een overleg over een grotere afwijking waarbij het bestuursorgaan eventueel bijgestaan door een of meerder (externe) adviseursoverleg een initiatief bespreken. Hierbij wordt het initiatief getoetst en wordt advies gegeven op welke wijze het initiatief passen gemaakt kan worden. Dit overleg

2.4, onder b 2.4, onder c

-Een verzoek tot principebesluit € 2.791 -

2.32, onder b

-

2.33

2.34, onder c

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5.1. van de Verordening Fysieke Leefomgeving in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 23,00 -

2.52, lid 1 a.

Reserveren -

3.6. lid 1 onder h.

Voor het in behandeling nemen van een kennisgeving incidentele festiviteiten overeenkomstig de Algemene

resulteert in een principebesluit (positief of negatief Een verzoek tot een principebesluit regulier: € 150 Een verzoek tot principebesluit uitgebreid a.beleidstafel: behandeling wenselijkheid initiatief € 1.838 b. technische tafel behandeling technische haalbaarheid € 979 Voor de aanvraag voor het wijzigen van een vergunning of ontheffing zoals bedoeld in artikel 2.1 Verordening Fysieke Leefomgeving. Hiervoor wordt hetzelfde bedrag in rekening gebracht als voor het in behandeling nemen van een nieuwe vergunning. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5.1. van de Verordening Fysieke Leefomgeving in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 38,85

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing overige geluidhinder overeenkomstig artikel 2.4 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Harderwijk € 38,85 Verminderen leges na vooroverleg Als binnen 26 weken na het verzenden van de schriftelijke reactie op het vooroverlegplan een definitieve aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend, die in overeenstemming is met het eindresultaat van het vooroverleg, worden de reeds in rekening gebrachte leges voor het vooroverlegplan verrekend met de leges van de definitieve aanvraag om omgevingsvergunning. Restitutie van leges vindt niet plaats. Evenmin wordt een vermindering toegepast indien er sprake is van kostenverhaal waarvoor op grond van artikel 4 van deze Verordening. Voor het in behandeling nemen van een kennisgeving incidentele festiviteiten overeenkomstig de Algemene Plaatselijke Verordening en/of

3.6, lid 1 onder j.

3.10

3.10b

Plaatselijke Verordening en/of Verordening Fysieke Leefomgeving € 15,33 -

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het innemen van een tijdelijke standplaats, overeenkomstig de Algemene Plaatselijke Verordening en/of Verordening Fysieke Leefomgeving Harderwijk € 23,39 -

3.10c a.

-

b.

-

c.

-

Verordening Fysieke Leefomgeving € 0,00 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning collecteren conform artikel 5:13 Algemene Plaatselijke Verordening € 15,20 Reserveren

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning zoals bedoeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving voor het plaatsen van recreatievaartuigen € 39,50 Het tarief bedraagt voor het verzoek tot gebruik van de aansluiting van een gemeentelijke stroomvoorziening Ten behoeve van een evenement zoals bedoeld onder artikel 3.6 per aansluiting per dag € 6,75 Ten behoeve van een aansluiting bij laag verbruik (verlichting e.d.) per dag € 4,20 Ten behoeve van een aansluiting bij hoog verbruik (zwaardere verlichting, verwarming, bakken, braden etc.). € 6,30

Bijlage 1b Kostentoerekening samenhangende kosten inning naheffingsaanslagen Kostentoerekening Vooraf De onderstaande kostentoerekening is uitsluitend gebaseerd op de kostentoerekening naheffing. Het zegt niets over de toerekenbare baten voor de parkeerbelasting. Daar is de kostentoerekening niet voor bedoeld. Op grond van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen mogen ter bepaling van de kostentoerekening (naheffing) de volgende kosten worden toegerekend: De gemeentelijke kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234, vijfde lid, van de wet kunnen ten hoogste bestaan uit de volgende componenten, voor zover deze samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen: a) vaste informatieverwerkingskosten; b) variabele informatieverwerkingskosten; c) kosten van afschrijving; d) kosten van interest; e) personeelskosten; f) overheadkosten, die ten hoogste 50% van de personeelskosten mogen bedragen. De gemeente Harderwijk kende in tussen 2021-2024 de volgende kosten:

• • • • • •

Werkzaamheden parkeerhandhaving inclusief overhead; Werkzaamheden inning niet betaalde parkeerbelasting (opleggen naheffingsaanslagen) inclusief overhead; Werkzaamheden City control; Aansluiting op de RDW; Vaste kosten ten aanzien aansluiting mobiele apparatuur; Afschrijvingskosten op diverse apparatuur ten behoeve van de parkeerhandhaving.

Bovengenoemde kosten leiden tot jaarlijkse kosten die zien op de naheffing van parkeerbelasting van ca. € 83.000 op jaarbasis. De totale naheffingsaanslagen bedragen tussen de jaren 2021-2024 2.464. Per jaar zijn dit gemiddeld 616 naheffingsaanslagen per jaar. Dit leidt tot een kostentoerekening van € 134,12 per naheffingsaanslag. Dit is boven het wettelijk maximum voor de jaren 2024-2026. Toelichting De kosten voor parkeerbelasting, handhaving en naheffing kunnen elkaar overlappen en moeilijk uit elkaar te trekken zijn. Het is voor zover mogelijk getracht om zoveel de met de naheffing samenhangende kosten toe te rekenen. Dit is in lijn met huidige jurisprudentie. De raming van de kosten en ureninschatting is tot stand gekomen door de afdeling beleid in samenspraak met de financieel adviseurs. afschrij ving eenheid a.

overhead

b.

Werkzaamheden parkeerhandhaving (uren

c. d.

Key2belastingen Administratieve werkzaamheden opleggen naheffing

e.

koppeling RDW per jaar

f.

Interest

prijs per eenheid per jaar (uitgangspunt Kosten per 2024) jaar

€ 1.040,00

€ 30,01

€ 23.745,54

1.040

€ 43,49

€ 45.229,60 €-

52,00

€ 43,49

€ 2.261,48

€ 1.000,00

€ 1.000,00

0,50%

g.

Citycontrol afschrijving

€ 36.000,00 3 jaar

h.

Citycontrol ondersteuning

€ 66.000

€ 180,00

33%

€ 12.000,00

€ 4.000,00

33%

€ 22.000,00

€ 7.333,33 € 83.749,95

gemiddeld aantal naheffingen

616

Toelichting op deze kosten: a. De overhead bedraagt op aangeven van de Financieel Adviseur meer dan 50% van de productieve uren. Derhalve is bij de berekening van de toerekening van de kosten maximaal 50% overheadskosten toegerekend van de directe productieve uren. b. De uren voor de parkeerhandhaving zijn ingeschat op 1.040 per jaar op basis van schaal 7 functie indeling. c. De kosten voor de programmatuur Key2belastingen zijn buiten beschouwing gelaten omdat hier geen goede verdeelsleutel voor te maken was. d. Voor de administratieve (belasting) werkzaamheden om de naheffingsaanslagen uit te reiken, is uitgegaan van 1 uur per week * 50 weken voor administratieve werkzaamheden op basis van schaal 7 functie indeling. e. Vaste kosten RDW op jaarbasis. f. Interest tegen interestpercentage van 0,5% g. Afschrijving CityControl van €36.000, afschrijvingsduur 3 jaar, toerekenbaar aan handhaven/naheffing parkeren 1/3. h. Vaste kosten Citycontrol ondersteuning van € 66.000 toerekenbaar aan handhaven/naheffing parkeren, toerekenbaar aan handhaven/naheffing 1/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=d0693673-3a4c-41b5-b452-f67c8cc09a65