Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2024
Tekst van het document
Voorstel aan college en raad Nummer: Datum: Opsteller: Portefeuillehouder: Onderwerp:
02430000161924 15 november 2023 F. Wind Wethouder W. Mazier Belastingmaatregelen 2024
Het college van B&W besluit: De belastingverordeningen 2024 ter vasstelling voor te leggen aan de gemeenteraad.
Inleiding Elk jaar stelt de raad de Meerjarenbegroting vast met daarin de beleidsvoornemens voor het komende jaar. Daartoe behoren ook de voornemens met betrekking tot de tarieven van de diverse belastingen en heffingen. De tarieven dan wel stijgingspercentages ten opzichte van bestaande tarieven, vastgelegd in de Meerjarenbegroting 2024-2027, moeten zijn opgenomen in vastgestelde belastingverordeningen, om daadwerkelijk van kracht te worden. Dit voorstel beoogt dit doel.
Beoogd effect De in de Meerjarenbegroting 2024-2027 geraamde opbrengsten van belastingen en heffingen voor 2024 te genereren door het vaststellen van de daartoe noodzakelijke tarieven in juridisch juiste verordeningen. Argumenten 1.
De voorgestelde havengeldtarieven wijken af van hetgeen in de Meerjarenbegroting 2024-2027 is opgenomen. Zie onderdeel Havengelden voor een nadere toelichting
2.
Door het vaststellen van de conceptverordeningen wordt het in de Meerjarenbegroting 2024-2027 vastgestelde beleid geeffectueerd en uitvoering gegeven aan wettelijke regelgeving De geraamde (hogere) opbrengsten van de diverse belastingen en heffingen dwingen tot het vaststellen van gewijzigde tarieven. Het niet wijzigen van deze tarieven resulteert onmiddellijk in het niet kunnen realiseren van de door de raad gevoteerde opbrengsten in de Programmabegroting. Gewijzigde regelgeving is in de tekst van de verordening(en) verwerkt.
Financiële gevolgen en dekking De financiële gevolgen zijn in overeenstemming met/verwerkt in de Meerjarenbegroting 2024-2027.
Communicatie Publicatie via www.overheid.nl en Elektronisch Gemeenteblad. Bijlagen . Raadsbesluiten: 1. Onroerende-zaakbelastingen 2024 2. Afvalstoffenheffing 2024 3. Riool- en waterzorgheffing 2024 4. Leges 2024 inclusief tarieventabel 2024 5. Begraafrechten 2024 6. Precariobelasting 2024 7. Toeristenbelasting 2024 8. Reclamebelasting 2024 9. Parkeerbelasting 2024 10. Ongediertebestrijding 2024 11. Marktgelden 2024 12. Hondenbelasting 2024 13. Forensenbelasting 2024 -2-
Toelichting Algemene uitgangspunten In de begroting is uitgegaan van de volgende algemene uitgangspunten: • Voor de bestemmingsheffingen en rechten geldt dat het uitgangspunt is dat er sprake is van kostendekkende heffingen: de gebruiker betaalt • Gebaseerd op de cijfers van het Centraal Planbureau bij de Meicirculaire Gemeentefonds 2023 wordt voor het begrotingsjaar 2024 een trendmatige aanpassing voorgesteld van 3%, tenzij anders is besloten (b.v. bij kostendekkende heffingen). • Er wordt kwijtschelding verleend voor de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing 1. Onroerende-zaakbelastingen De opbrengst van de onroerendezaakbelasting van alle gemeenten samen mag niet meer stijgen dan de zogeheten macronorm. De macronorm, als instrument om de lokale lasten beheersbaar te houden, is niet in wetgeving vastgelegd. Het is een bestuurlijke afspraak tussen het Rijk en de VNG. De afspraak is dat bij overschrijding van de macronorm het volume van het Gemeentefonds kan worden verlaagd. Tot nu toe is deze maatregel nog niet toegepast. Alhoewel individuele gemeenten er geen opbrengstlimiet geldt, houdt de gemeente wel rekening met deze opbrengstnorm. Op 1 januari 2024 begint een nieuwwaarde-tijdvak voor de WOZ met als peildatum 1 januari 2023. De herwaardering van de objecten is naar de situatie van januari 2023 in volle gang.
Macro is de marktontwikkeling tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2023 op basis van informatie van de Waarderingskamer berekend op 3 % voor woningen en voor niet-woningen op 2%. De ontwikkeling van WOZ-waardes volgt met enige vertraging de huizenprijzen. De waardestijging in de begroting is vooralsnog gebaseerd op informatie van de waarderingskamer. Aan de hand van de herwaardering die aan het einde van het jaar gereed zal zijn, zal beoordeeld worden of OZB percentage voor woningen en/of niet-woningen bijgesteld moet worden. Woningen Het percentage van de OZB is gekoppeld aan de WOZ-waarde. Het tarief OZB voor eigenaren van woningen is overgenomen vanuit de begroting Niet-woningen Ook voor niet woningen geldt dat het percentage van de OZB is gekoppeld aan de WOZ-waarde. Het tarief OZB voor eigenaren en gebruikers niet-woningen is overgenomen vanuit de begroting. Dit leidt tot de volgende tarieven in 2024 2024
2023
ozb gebruikers
0,20767% 0,20573%
ozb eigenaren woningen
0,09173% 0,09181%
ozb eigenaren niet-woningen 0,25865% 0,25627%
2. Afvalstoffenheffing Uitgangspunten en overwegingen Op 1 januari 2022 is Diftar ingevoerd. Het doel van het nieuwe beleid was om de hoeveelheid restafval omlaag te brengen en het percentage gescheiden schone grondstofstromen te laten stijgen. Met succes. De hoeveelheid te verbranden fijn restafval is gereduceerd met 40%. Het gescheiden inzamelen ging van 64% maar 74%. Voor een eerlijker en effectiever afvalbeleid zijn in de begroting de volgende maatregelen voorgesteld:
•
Een nieuwe berekenwijze voor het vaste tarief; Er wordt een vast tarief voor één- en meer persoonshuishoudens gehanteerd. Hierdoor wordt er, net zoals bij de rioolheffing, één vast tarief gehanteerd per huishouden. Het voordeel voor één persoons huishoudens kan behaald worden doordat zij minder vaak afval aanbieden.
•
De hoogte van het variabele gedeelte blijft gelijk aan 2023 (bijvoorbeeld voor een 240L container € 8,- per lediging).
In de Verordening 2024 zijn de uitgangspunten en tarieven uit de Meerjarenbegroting 2024-2027 overgenomen. Dit leidt in de Verordening tot de volgende tarieven voor de afvalstoffenheffing voor het vaste tarief in 2024:
Afvalstoffenheffing vast tarief 2024 2023 éénpersoons huishouden
€ 181 € 118
meerpersoons huishouden
€ 181 € 148
3. Riool- en waterzorgheffing Met de riool- en waterzorgheffing worden de kosten van beheer en onderhoud én het nakomen van de zorgplicht voor afval-, hemel- en grondwater afgedekt. Deze kosten zijn verbonden aan de inzameling en transport van afvalwater en het inzamelen, opvangen en afvoeren van regen- en/of grondwater ter voorkoming van overlast. Vanuit het proces van actualiseren van het beleidsplan (WKP) en het analyseren van de tariefberekening de laatste jaren blijkt namelijk dat een 'reparatie' nodig is van een aantal exploitatiebudgetten uitgaande van het beleid van 100% kostendekkendheid. Deze budgetten zijn gecorrigeerd in de begroting 2024. De riool- en waterzorgheffing is op begrotingsbasis 100% kostendekkend. Uitgaande van een 100% kostendekking stijgt het tarief ten opzichte 2023 met 5,5% voor huishoudens. Voor de niet-woningen is ten behoeve van de 100% kostendekkende tarieven het tarief verhoogd met 1,3%. De verordening 2024 is redactioneel enigszins gewijzigd waarmee geen inhoudelijke wijzingen zijn beoogd. De uitgangspunten van de begroting zijn opgenomen. Dit leidt tot de volgende tarieven: Rioolheffing eigendom, in gebruik woning
2024
2023
€ 155,50 € 147,25
eigendom, in gebruik niet woning € 245,20 € 242,00
4. Leges Sommige legestarieven (zoals die van paspoorten en rijbewijzen) zijn gebonden aan wettelijke maxima en kunnen dus alleen worden verhoogd in de mate waarin het Rijk het toestaat. De overige tarieven, zoals de leges voor diverse soorten (omgevings-)vergunningen, huwelijksleges en leges voor verstrekkingen uit de GBA zijn conform de perspectiefnota, trendmatig verhoogd met 3%. In de komende jaren zullen er de nodige veranderingen optreden in de legesopbouw, geldigheid en eisen van met name de rij- en reisdocumenten. Voorbeelden hiervan zijn o.a. maximumtarief voor rijbewijzen, oprekken van de geldigheidsduur van de reisdocumenten van 5 naar 10 jaar, eisen ten aanzien van het afgeven van vingerafdrukken enzovoorts. Daar komt nog bij dat door het op rijksniveau meer en meer invoeren van maximale tarieven, de beleidsvrijheid van de gemeente, waar het gaat om de vaststelling van tarieven, minder wordt. De nieuwe omgevingswet die van kracht wordt op 1 januari 2024 wordt meegenomen in de Verordening Leges 2024. Op basis van de ramingen wordt op basis van een analyse van de werkelijke inkomsten over de afgelopen jaren 2020-2023 een inkomstenderving van € 100.000-€ 125.000 ingeschat. Omdat de werkelijke opbrengsten over 2020-2023 hoger lagen dan de begrote inkomsten, behoeft de begroting 2024 hierop niet te worden aangepast.
De aanname in de meerjarenbegroting 2024 voor wat betreft de baten bouwleges is dat er een afname zal zijn van ongeveer 25% van de inkomsten vanuit de bouwleges. Gemiddeld gezien was er in de afgelopen drie jaren sprake van meer werkelijke inkomsten dan begroot. Er is daarom gekozen om de begroting 2024 niet naar boven bij te stellen vanwege de verwachte afname van werkelijke inkomsten. Er wordt met deze keuze in de praktijk uitgegaan van een daling van ongeveer 25% t.o.v. de werkelijke gemiddelde inkomsten van de afgelopen jaren. Dit is een globale raming en de werkelijke baten kunnen in 2024 afwijken. De eerste jaren na inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen meer duidelijkheid gaan geven over wat structureel verwacht kan worden aan baten vanuit bouwleges. Omdat de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking treedt, hierbij een korte toelichting op de nieuwe legesverordening. In de nieuwe tarieventabel behorende bij de legesverordening zijn de volgende uitgangspunten genomen:
• • •
Er vindt een beleidsarme overgang plaats van de oude naar de nieuwe verordening In de nieuwe verordening is als leidraad de Modelverordening van de VNG aangehouden om de juridische verwijzingen naar de Omgevingswet te borgen. Onder het oude juridische regime van de Wabo diende de gemeente aanvragen voor omgevingsvergunningen waarbij gebouwd werd altijd te beoordelen op bouwtechnische en ruimtelijke
• •
aspecten. Dit is onder de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging veranderd. Onder de Omgevingswet/Wet Kwaliteitsborging heeft de gemeente uitsluitend deze taak voor de ruimtelijke beoordeling, maar voor een groot deel niet meer voor de bouwtechnische beoordeling. Dit heeft er toe geleid dat het voormalige hoofdstuk 10 van de Verordening Leges 2023 nu is opgedeeld in een tarief voor de bouwtechnische beoordeling en een tarief voor de ruimtelijke beoordeling. Onder de Omgevingswet is het mogelijk om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Om als eenheid in de regio op te treden en vanuit het principe de gebruiker betaalt, zijn deze leges in de verordening opgenomen. Daarbij zijn de door de Omgevingsdienst geadviseerde tarieven aangehouden. Het jaar 2024 wordt beschouwd als een transitiejaar, waarbij de onzekerheden uit de Omgevingswet verder zichtbaar zullen worden en de effecten concreet gemeten kunnen worden. Door de effecten te monitoren in 2024, maar ook nog in 2025 zal de komende jaren de verordening leges verder verfijnd worden en tijdig bijgestuurd worden waar noodzakelijk indien dit financieel vereist is.
5. Begraafrechten De begraafrechten zijn aan te merken als een recht zoals bedoeld in artikel 229 Gemeentewet. Dat betekent dat uitsluitend rechten kunnen worden geheven als de dienst ook daadwerkelijk wordt afgenomen. Voor rechten geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Dit betekent dat de begrote baten de begrote lasten niet mogen overstijgen. De tarieven die zijn opgenomen in de Verordening Begraafrechten zijn in overeenstemming met de uitgangspunten van de begroting. Dat betekent dat de tarieven in 2024 met 3% geïndexeerd worden. 6. Precariobelasting De Precariobelasting is een zogenaamde algemene belasting. Dat betekent dat de inkomsten uit deze belasting toekomt aan de algemene middelen. Artikel 228 van de Gemeentewet biedt de gemeente de mogelijkheid om precariobelasting op te leggen ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden zijn terrassen en uithangborden. Voor de tarieven van de verschillende belastbare feiten van deze belasting is in de begroting 2024 uitgegaan van een trendmatige aanpassing van het tarief van 3%. De tarieven die zijn opgenomen in de Verordening Precariobelasting zijn in overeenstemming met de uitgangspunten van de begroting. Dat betekent dat de tarieven met 3% zijn verhoogd. 7. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting.
Dat betekent dat de inkomsten uit de toeristenbelasting ten goede komen aan de algemene middelen. Het voorstel is om de tarieven toeristenbelasting trendmatig te verhogen met 3%. Voor het overige zijn er geen inhoudelijke wijzigingen beoogd met de verordening. De tarieven die zijn opgenomen in de Verordening Toeristenbelasting zijn in overeenstemming met de uitgangspunten van de begroting. Dat betekent dat de tarieven met 3% zijn verhoogd.
Toeristenbelasting
2024
2023
tarief per overnachting € 1,68 € 1,63
8. Reclamebelasting De reclamebelasting is een algemene belasting. Dat betekent dat de inkomsten uit de reclamebelasting in beginsel ten goede komen aan de algemene middelen. Voor de tarieven van deze belasting is in de begroting 2024 uitgegaan van een trendmatige aanpassing van 3%. De tarieven die zijn opgenomen in de Verordening Reclamebelasting zijn in overeenstemming met de uitgangspunten van de begroting. Dat betekent dat de tarieven met 3% zijn verhoogd.
reclamebelasting per object
2024
2023
€ 128,16 € 124,43
9. Parkeerbelasting
Voor een naheffingsaanslag parkeerbelastingen geldt een maximumbedrag dat in rekening kan worden gebracht. Dit bedrag wordt jaarlijks door het Rijk vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant. Per 1 januari 2024 is het maximumbedrag dat voor een naheffingsaanslag parkeerbelastingen in rekening kan worden gebracht bepaald op € 76,70 (in 2023 bedraagt dit € 72,90). Het voorstel in de begroting is dat de tarieven parkeerbelasting met 5% worden verhoogd. 10. Ongediertebestrijding De heffing ongediertebestrijding is een recht zoals benoemd in artikel 229 Gemeentewet. Dit betekent dat er uitsluitend rechten mogen worden geheven wanneer er daadwerkelijk diensten worden afgenomen. Daarnaast geldt dat de begrote baten de begrote basten niet mogen overstijgen. Het mag dus maximaal kostendekkend zijn. Voor de tarieven 2024 wordt uitgegaan van een trendmatige aanpassing van 3%. Voor het overige zijn er geen inhoudelijke wijzigingen beoogd met de verordening. 11. Marktgelden De heffing marktgelden is een recht zoals benoemd in artikel 229 Gemeentewet. Dit betekent dat er uitsluitend rechten mogen worden geheven wanneer er daadwerkelijk diensten worden afgenomen. Daarnaast geldt dat de begrote baten de begrote lasten niet mogen overstijgen. Het mag dus maximaal kostendekkend zijn.
In de begroting 2024 is opgenomen dat de tarieven voor de marktgelden op begrotingsbasis 62% kostendekkend zijn. Op basis van de ramingen van baten en lasten zullen de tarieven 3% worden verhoogd. Het voorstel is daarnaast om de kosten van elektra 100% kostendekkend te maken. De tarieven opgenomen in de Verordening Marktgelden zijn in overeenstemming met de uitgangspunten van de begroting. Dat betekent dat de tarieven met 3% zijn verhoogd en de kosten voor elektra 100% kostendekkend zijn gemaakt. 12. Hondenbelasting De hondenbelasting is een zogenaamde algemene belasting. Dat betekent dat de inkomsten uit deze belasting toekomt aan de algemene middelen. In de begroting 2024 is voor de tarieven van deze belasting uitgegaan van een trendmatige aanpassing van 3%. Onlangs zijn de uitkomsten van monitoring 2023 over de hondenbelasting aangeboden aan de gemeenteraad. In 2024 zal het hondenbeleid geëvalueerd worden. De tarieven die zijn opgenomen in de Verordening Hondenbelasting zijn in overeenstemming met de uitgangspunten van de begroting. Dat betekent dat de tarieven met 3% zijn verhoogd. 13. Forensenbelasting De Forensenbelasting is een algemene belasting. Dat betekent dat de opbrengst ten goede komt aan de algemene middelen. Voor de tarieven Forensenbelasting is in de begroting 2024 uitgegaan van een trendmatige aanpassing van de tarieven met 3%.
Daarbij zijn de bedragen afgerond op hele euro’s. De tarieven die zijn opgenomen in de Verordening Forensenbelasting zijn in overeenstemming met de uitgangspunten van de begroting. Dat betekent dat de tarieven met 3% zijn verhoogd.
forensenbelasting
2024
2023
vloeroppervlakte 12,5 tot en met 30 m2 € 228,23 € 221,58 vloeroppervlakte 30 m2 tot 40 m2
€ 380,75 € 369,66
vloeroppervlakte 40 m2 tot 60 m2
€ 535,47 € 519,86
vloeroppervlakte groter dan 60m2
€ 612,37 € 594,44
14. Havengelden
Het voorstel is om geen Verordening havengelden 2024 voor te dragen aan de raad. In 2024 zal hiertoe op basis van een nadere kostenanalyse in het eerste kwartaal een Verordening voor 2024 worden voorgesteld. De Verordening zal worden vastgesteld en ingevoerd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2024. Wellicht ten overvloede merken wij op dat zolang de Verordening Havengelden 2024 (met terugwerkende kracht) niet is / wordt ingevoerd bij aanslagoplegging de uitgangspunten van de Verordening havengelden 2023 van kracht blijven.