Raadsinformatiebrief n.a.v. Cie S&O 13 juni 2024
Tekst van het document
Gemeenteraad Harderwijk Postbus 149 3840 AC HARDERWIJK
datum: ons kenmerk:
3 juli 2024 02430000184179 / 02430000637470
uw brief van: uw kenmerk: onderwerp:
Raadsinformatiebrief n.a.v. Cie S&O 13 juni 2024 Geachte leden van de raad, De behandeling van het onderdeel historische schepen in de Verordening fysieke leefomgeving Harderwijk (Vflo) in de commissie Stad en Omgeving op 13 juni 2024 is niet verlopen zoals wij dat voor ogen hadden. De voorziene afwezigheid van de portefeuillehouder en de ambtelijke ondersteuning zijn daar mede debet aan. Vanwege de bezetting heeft dat helaas aan zowel de zijde van de gemeenteraad, de betrokken insprekers als het college niet geleid tot het gewenste positieve resultaat en een goed beeld van de voorgestelde wijziging. Dat betreuren we. Het college hecht er waarde aan dat de gemeenteraad de juiste informatie en het verhaal van beide zijden aangereikt krijgt om tot een gedegen besluitvorming te komen. Met deze informatiebrief informeren wij u nader over de wijziging van hoofdstuk 13, paragraaf 1 van de Vflo op basis van de behandeling zoals die is terug te luisteren op de website van de gemeente Harderwijk. Tijdens de behandeling is een aantal onderwerpen besproken, waaruit ons is gebleken dat hier een andere invulling aan is gegeven dan door de raad is besloten. Vooraf Het college hecht eraan nogmaals te benadrukken dat wij trots zijn op ons varend erfgoed en dankbaar zijn voor de verschillende betrokken behoudsorganisaties die zich in onze gemeente sterk maken om dit erfgoed te behouden.
De gemeente Harderwijk heeft dan ook heel bewust een specifiek beleid en een verordening vastgesteld. Daarmee leveren wij een bijdrage aan het behoud van varend erfgoed. Maar aan wat wij kunnen faciliteren zit wel een grens. Wij moeten zorgvuldig omgaan met onze capaciteit en mogelijkheden. Dat betekent ook dat wij keuzes moeten maken in onze inzet en bijdrage aan behoud van al het erfgoed in de gemeente Harderwijk, zowel roerend, onroerend als immaterieel.
organisatie eenheid:
Team Ruimtelijk Beleid
behandeld door:
R.P.C. van Drunen
telefoonnummer:
0341 411 237
bijlage(n):
3
Havendam 56 Correspondentieadres: Postbus 149 3840 AC Harderwijk T 0341 411 911 E info@harderwijk.nl W harderwijk.nl B NL44 BNGH 0285 0033 13
ons kenmerk: pagina:
02430000184179 / 02430000637470 2 van 10
De door het college aan u voorgestelde wijziging van hoofdstuk 13, paragraaf 1 van de Vflo staat zowel inhoudelijk als procedureel los van de Regeling openbaar water en waterstaatswerken, ook wel Havenregeling, waarvan het ontwerp tot 21 juni 2024 ter inzage heeft gelegen. Deze wordt op een later moment door het college vastgesteld. Een groot deel van de opmerkingen van insprekers gaat niet over het voorliggende besluit. Wij gaan eerst in op de opmerkingen die specifiek gaan over de voorgestelde wijziging van hoofdstuk 13, paragraaf 1 van de Vflo. In het tweede deel gaan wij in op de overige opmerkingen. Over het gebrek aan communicatie is het signaal van insprekers duidelijk. Wij zien zelf ook dat dit beter had gekund. Daarom pakken wij de handschoen op en maken we op zeer korte termijn afspraken met de besturen van de Vereniging Historische Schepen Harderwijk, Vereniging Zeilende Visserijschepen Harderwijk, Botterstichting Harderwijk en Chartervaart Harderwijk BV. We willen tweemaal per jaar met de besturen van deze behoudsorganisaties om tafel om te klankborden en te evalueren hoe het gaat en samen bepalen we de agenda. We vinden het daarnaast heel belangrijk om het vertrouwen te herstellen; immers we hebben elkaar nodig! Tot slot, deze brief is voor wat betreft de insprekers op grond van de AVG geanonimiseerd. Burgemeester en wethouders van Harderwijk,
mevrouw F.H.W. de Jong secretaris
de heer J. Joon burgemeester
ons kenmerk: pagina:
02430000184179 / 02430000637470 3 van 10
1. OPMERKINGEN OVER DE VOORGESTELDE WIJZIGINGEN VAN HOOFDSTUK 13, PARAGRAAF 1 Inspreker 1 Inspraakreactie Inspreker 1 stelt dat B&W geen kwaliteitscriteria en geen ligplaatsenkaart heeft vastgesteld. Antwoord Voor wat betreft de kwaliteitscriteria heeft Inspreker 1 gelijk. De kwaliteitscriteria zijn in concept gereed maar nog niet vastgesteld. In het proces hebben wij twee belangrijke vervolgstappen voor ogen, namelijk het bespreken van het concept van de kwaliteitscriteria met de portefeuillehouder en de commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) en verwerking van de input. Overleg met portefeuillehouder en CRK heeft plaatsgehad op 26 juni 2024. Vervolgens wordt overleg gevoerd met de besturen van de in Harderwijk gevestigde behoudsorganisaties. De datum voor dit overleg is nog niet gepland. De bij ons bekende organisaties in Harderwijk die zich richten op het behoud van varend erfgoed zijn Vereniging Historische Schepen Harderwijk, Vereniging Zeilende Vissersschepen Harderwijk, Botterstichting Harderwijk en Chartervaart Harderwijk B.V. De ligplaatsenkaart is op 18 juni 2019 door de gemeenteraad vastgesteld als bijlage bij het Beleid historische schepen Harderwijk. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft wel als gevolg dat wij niet zondermeer terug kunnen vallen op het beleid en dus ook niet op de ligplaatsenkaart.
Voor elk besluit moeten wij de ligplaatsenkaart specifiek opnemen in de onderbouwing. Om die reden zijn de ligplaatsen voor historische schepen opgenomen in bijlage 1 van de Regeling openbaar water en waterstaatswerken (Havenregeling) die tot 21 juni 2024 ter inzage heeft gelegen. Inspraakreactie Inspreker 1 heeft aangegeven dat, volgens afspraak, de termijn waarbinnen een historisch schip moet voldoen aan de criteria start na de toetsing van het schip. In het door de raad vastgestelde Beleid historische schepen Harderwijk is in hoofdstuk 6, 2 e en 3e alinea, het volgende opgenomen: De schepen krijgen, om aan de criteria van het Beleid historische schepen Harderwijk te kunnen voldoen, na de inwerkingtreding van het Beleid historische schepen Harderwijk een termijn van één jaar. Gedurende deze periode kunnen de eigenaren met een toezegging een ligplaatsvergunning aanvragen, waarbij overeenkomstig het toetsingskader wordt beoordeeld of hun schip kan worden aangemerkt als een historisch schip in de zin van het Beleid historische schepen Harderwijk. In specifieke situaties, bijvoorbeeld als een scheepswerf voor onderhoud van het schip niet beschikbaar is, kan de termijn van één jaar om aan de criteria van het Beleid historische schepen Harderwijk te kunnen voldoen onredelijk uitpakken.
Het college van burgemeester en wethouders kan dan besluiten tot een langere termijn met een maximum van twee jaar (met andere woorden een verlenging met maximaal één jaar).
ons kenmerk: pagina:
02430000184179 / 02430000637470 4 van 10
De stelling van Inspreker 1 dat de termijn aanvangt na de toetsing komt niet overeen met bovenstaande passage uit het Beleid historische schepen Harderwijk. Inspraakreactie Inspreker 1 gaf aan dat er tijdens het opstellen van het Beleid historische schepen Harderwijk geen enkel probleem was over de onafhankelijke positie van de VHSH en er zelfs is afgesproken dat als een schip van een van de leden van de vereniging getoetst moest worden, dat iemand anders dat zou doen. Antwoord In het besluitvormingsproces over het beleid en de verordening voor historische schepen heeft de onafhankelijke positie van de VHSH destijds inderdaad geen rol gespeeld. De ‘oplossing’, die destijds inderdaad is benoemd, kunnen we niet waarmaken. De leden van de toetsingscommissie zijn op grond van de verordening door het college benoemd. De toetsing kan in voorkomende gevallen dus niet door iemand anders worden gedaan. De verordening voorziet ook niet in vervanging. Inspreker 2 Inspraakreactie Inspreker 2 geeft aan dat na de behandeling van de klachten in het najaar van 2023 geen overleg meer heeft plaatsgevonden, ook niet over de wijziging van de Vflo. Antwoord Inspreker 2 heeft gelijk. Na de behandeling van de klachten heeft geen overleg plaatsgevonden. De reden hiervoor is dat er voor ons geen aanleiding was voor overleg. Er waren geen ontwikkelingen waarover overleg met de VHSH noodzakelijk was.
Een uitzondering daarop was het voornemen om het onderdeel over de toetsingscommissie in de Vflo te wijzigen. Het college heeft eerst een afzonderlijk besluit genomen om de toetsingscommissie en de beheercommissie op te heffen en de taak onder te brengen bij de CRK. Om het besluit toe te lichten is op 6 juli 2023 met de VHSH het gesprek gevoerd met de portefeuillehouder en de directeur. Het besluit van het college is vervolgens verwerkt in de Vflo; die aanpassing is later als tweede afzonderlijk besluit, de wijziging van de Vflo, genomen door college een aangeboden aan de raad. Inspreker 2 geeft dus terecht aan dat er geen overleg is geweest over de wijziging van de Vflo. Op inhoud is over de invulling van de toetsing niets anders gebeurd dan de voorgenomen wijziging verwerken in die Vflo. We betreuren het dat de VHSH een gebrek aan communicatie ervaart. Naar aanleiding van de inspraakreactie van Inspreker 2 gaan wij daarom een periodiek overleg invoeren, bijvoorbeeld eens per half jaar, met alle besturen van de organisaties die zich richten op het behoud van varend
ons kenmerk: pagina:
02430000184179 / 02430000637470 5 van 10
erfgoed in Harderwijk. Doel van het overleg is het delen van alle relevante informatie over historische schepen, dus bijvoorbeeld ook over wijzigingen van beleid. Daarnaast hopen we met deze overleggen over en weer een goede relatie op te bouwen en te houden. Over de opzet van een dergelijk overleg willen we graag in gesprek met de besturen van de betreffende behoudsorganisaties. De bij ons bekende organisaties in Harderwijk die zich richten op het behoud van varend erfgoed zijn Vereniging Historische Schepen Harderwijk, Vereniging Zeilende Vissersschepen Harderwijk, Botterstichting Harderwijk en Chartervaart Harderwijk B.V.
ons kenmerk: pagina:
02430000184179 / 02430000637470 6 van 10
2. OVERIGE OPMERKINGEN Inspreker 1 Inspraakreactie Inspreker 1 verzocht 10 maanden geleden al om de verordening Historische Schepen Harderwijk (VHS) voorlopig parallel te laten bestaan naast de Vflo totdat de gemaakte afspraken met de Vereniging Historische Schepen Harderwijk (VHSH) door de gemeente zijn nagekomen of in een ander document door B&W zijn gewaarborgd. Antwoord Het voorliggende raadsvoorstel gaat alleen over het wijzigen van de toetsingscommissie en het ‘vernieuwen’ van het inmiddels verlopen overgangsrecht. Per 1 januari 2024 is de VHS opgegaan in de Vflo. De gemaakte afspraken zijn nog steeds vastgelegd in het gepubliceerde beleid Historische Schepen. De gemaakte afspraken wat betreft het overgangsrecht gelden echter alleen voor met naam en toenaam genoemde schepen met bijbehorende eigenaren in de niet openbare lijst van bijlage 5 (nogmaals als vertrouwelijke bijlage toegevoegd). Dat zijn de schepen die destijds in de voormalige Lelyhaven lagen en vanwege de bouw van het Waterfront moesten vertrekken. Dit wijzigt niet. Inspraakreactie Inspreker 1 stelt dat Hoofdstuk 13, paragraaf 1 van de Vflo en de wijziging van dit hoofdstuk schepen uitsluit. Antwoord Hoofdstuk 13, paragraaf 1 van de Vflo geeft algemene regels over ligplaatsen voor historische schepen en sluit bij voorbaat geen specifieke schepen uit.
De wijziging van de Vflo verandert de wijze van toetsing van aanvragen voor ligplaatsvergunningen voor historische schepen. Dus ook de wijziging sluit geen schepen uit. Nadat wij het overgangsrecht hebben toegepast, kunnen alle eigenaren van historische schepen meedingen naar de resterende ligplaatsen. Inspraakreactie Inspreker 1 stelt in zijn inspraakreactie “Het beleid historische schepen is op 1 augustus 2019 vastgesteld, maar feitelijk niet in werking getreden.” Antwoord Het beleid is zeker wel op 1 augustus 2019 in werking getreden. De gemeenteraad heeft op 18 juli 2019 het Beleid historische schepen Harderwijk vastgesteld. Vervolgens is het beleid op 31 juli 2019 bekend gemaakt. In het beleid, hoofdstuk 7, is het volgende opgenomen: “De inwerkingtreding van het beleid is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de verordening voor historische schepen op een door de gemeenteraad van Harderwijk te bepalen tijdstip.” In artikel 14 van de Verordening historische schepen Harderwijk is vastgelegd dat de verordening in werking treedt op de dag na bekendmaking. De verordening is, net als het beleid, ook bekend gemaakt op 31 juli 2019. De conclusie is dat zowel het beleid als de verordening voor historische
ons kenmerk: pagina:
02430000184179 / 02430000637470 7 van 10
schepen in werking zijn getreden op 1 augustus 2019. Dat betekent ook dat de termijn inclusief een eventuele verlenging, op 1 augustus 2021, is verlopen. Wat voor de ligplaatsenkaart geldt, geldt ook voor het overgangsrecht en de daarin genoemde termijn. Om die reden hebben wij het overgangsrecht opgenomen in de wijziging van hoofdstuk 13, paragraaf van de Vflo. De overgangstermijn vangt aan met ingang van de dag na inwerkingtreding van de door burgemeester en wethouders vast te stellen kwaliteitscriteria. Met andere woorden, de eigenaren van de schepen die onder het overgangsrecht vallen, krijgen opnieuw een termijn om hun schip aan de criteria te laten voldoen. Inspraakreactie Inspreker 1 stelt dat een eigenaar er van uit mag gaan dat de gemeente zijn of haar schip als historisch heeft gekwalificeerd omdat voor het historisch schip de afgelopen 5 jaar het historisch tarief is betaald. Antwoord Het ‘historisch tarief’ is een belasting op grond van de Verordening havengelden en een gevolg van een belastbaar feit, namelijk het met vaartuigen ligplaats nemen of voor anker gaan in één van de gemeentelijke havens. Het belastbaar feit staat los van de beoordeling van een historisch schip conform het beleid en de verordening voor historische schepen en geeft geen recht op een ligplaats.
De belastingaanslag is geen kwalificatie van een historisch schip zoals bedoeld in het beleid en de verordening voor historische schepen. Overigens is dit geen onderdeel van het hier voorliggende raadsvoorstel. Inspraakreactie Inspreker 1 stelt dat de Verordening historische schepen Harderwijk summier is overgenomen in de Vflo. Antwoord De Verordening historische schepen Harderwijk is al vorig jaar één-op-één overgenomen in de Vflo. Uiteraard is de verwijzing naar artikelen aangepast als gevolg van de hoofdstukindeling en nummering van de artikelen in de Vflo. De artikelen over de inwerkingtreding en de citeertitel zijn logischerwijs niet overgenomen. In het huidige raadsvoorstel worden 2 onderdelen aangepast. Dat zijn de vervanging van de toetsings- en beheercommissie voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de vernieuwing van het inmiddels verlopen overgangsrecht. Inspraakreactie Inspreker 1 stelt dat de Havenregeling niet democratisch tot stand komt omdat niet de gemeenteraad maar het college de regeling vaststelt. Antwoord In de vastgestelde Vflo is een bepaling opgenomen dat het college nadere regels kan vaststellen. Op grond van onze Inspraakverordening heeft het ontwerp van de Havenregeling ter inzage gelegen en is iedereen in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over de regeling in te dienen.
Via de gemeentelijke communicatiekanalen is hier zelfs expliciet op gewezen om er gebruik van te
ons kenmerk: pagina:
02430000184179 / 02430000637470 8 van 10
maken. Voor toekomstige wijzigingen van de regeling gaan wij dezelfde procedure volgen. Van willekeurige aanpassingen waar Inspreker 1 zijn zorg over uitspreekt, is geen sprake. College beoogt met de collegeregeling juist kortcyclisch wijzigingen te kunnen aanbrengen in de Regeling Openbaar water en waterstaatswerken. De praktijk moet uitwijzen in hoeverre deze regeling passend is voor onze haven. Hiervoor wordt, zoals in het collegevoorstel behorende bij de regeling al benoemd, in ieder geval jaarlijks geëvalueerd met alle betrokkenen in de haven. Ook de bevindingen uit de gesprekken met eerder genoemde behoudsorganisaties worden uiteraard betrokken bij deze evaluatiemomenten. Inspraakreactie Inspreker 1 verwacht dat voor de ongeveer 46 schepen die nu in de havens van Harderwijk liggen voldoende ligplaatsen beschikbaar zijn. Antwoord Voor de toewijzing van beschikbare ligplaatsen is het overgangsrecht van belang. Voor de schepen waarop het overgangsrecht van toepassing is, klopt dat in absolute aantallen. Voor deze groep zijn ligplaatsen beschikbaar mits de schepen voldoen aan de criteria. Het overgangsrecht is van toepassing op maximaal 15 schepen. De resterende ligplaatsen moeten wij verdelen. Daarvoor komen niet alleen de resterende ongeveer 31 schepen in aanmerking.
Gedurende de afgelopen jaren hebben 20 eigenaren van historische schepen hun interesse getoond in een ligplaats in Harderwijk. Al deze geïnteresseerden moeten wij op basis van het gelijkheidsbeginsel de mogelijkheid bieden om mee te dingen naar een ligplaats. Dat geldt ook voor geïnteresseerden die wij nog niet kennen. Of voor al deze schepen voldoende ligplaatsen beschikbaar zijn, kunnen wij op dit moment niet overzien. Dit hangt mede af van de lengte van de vaartuigen in relatie tot de totale beschikbare kades voor historische vaartuigen. Inspraakreactie Inspreker 1 stelt dat een groot deel van de regels over het overgangsrecht weg vallen als gevolg van de havenregeling. Antwoord Er vallen geen regels weg. In de Havenregeling staan geen regels specifiek bedoeld voor historische schepen, die waren vastgelegd in de Verordening historische schepen en zijn vanaf 1 januari 2024 onderdeel van de Vflo als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Havenregeling vervangt hoofdstuk 13 paragraaf 1 van de Vflo niet. Deze paragraaf van de Vflo blijft van kracht naast de Havenregeling. Inspreker 2 Inspraakreactie Inspreker 2 geeft aan dat de eigenaren 10 jaar geleden ten behoeve van de sanering (van asbest in fase 3 van Waterfront) zijn verplaatst naar de Lorentzhaven terwijl het vooruitzicht een periode van 2 jaar was.
ons kenmerk: pagina:
02430000184179 / 02430000637470 9 van 10
Antwoord Inspreker 2 snijdt hiermee een terecht punt aan. Zoals het college eerder heeft aangegeven, betreurt het deze uitzonderlijk lange duur van dit proces. Het is het college alles aan gelegen om zo snel mogelijk tot een werkbare oplossing te komen voor deze eigenaren. Het vooruitzicht dat destijds is geschetst met een termijn van 2 jaar was niet realistisch. Niet alleen vanwege de sanering maar ook vanwege de veel langere realisatietijd van fase 3 van Waterfront. Onderdeel daarvan is de aanleg van ligplaats(voorziening)en voor historische schepen aan de Drees van Dordenkade en Ir. Lelykade in de Lelyhaven en aan de Kleine Hellingkade in de Vissershaven. De aanleg van de ligplaats(voorziening)en is onderdeel van de realisatie van de te onderscheiden deelgebieden van fase 3. Wij verwachten dat de eerste ligplaatsen in 2024 gereed zijn. Inspreker 3 In zijn inspraakreactie noemt Inspreker 3 onderwerpen die in de inspraakreactie van Inspreker 1 en Inspreker 2 ook aan de orde zijn gekomen. Wij verwijzen daarom naar onze antwoorden op deze eerdere inspraakreacties. In zijn inspraakreactie spreekt de Inspreker 3 vooral zijn passie uit voor historische vaartuigen en deelt begrijpelijk zijn individuele en persoonlijke zorgen. Een lokale verordening zoals de Vflo, en daarmee ook een wijziging van de Vflo, regelt geen persoonlijke belangen maar dienen algemene belangen.
De voorgestelde wijziging van hoofdstuk 13, paragraaf 1 is een wijziging die van toepassing is op de hele doelgroep, namelijk de eigenaren van historische schepen, en schaadt daarmee geen persoonlijk of individueel belang. Inspreker 4 Ook Inspreker 4 heeft een pleidooi gehouden waaruit zijn onbetwiste passie voor varend erfgoed blijkt, in het bijzonder zijn schepen. Voor ons antwoord verwijzen wij naar het antwoord op de inspraakreactie van Inspreker 3. Inspraakreactie Inspreker 4 uit beschuldigingen over het handelen van twee niet bij naam genoemde beleidsambtenaren. Zij werken naar oordeel van Inspreker 4 tegen en houden zich bezig met uitvoerende taken waar zij zich niet mee bezig horen te houden of te bemoeien. Antwoord Wij betreuren dat inspreker 4 de situatie zo ervaren heeft. Onze manier van werken is gericht op maximaal samenwerken, van beleid tot uitvoering. Het beleid wordt vastgesteld door het bestuur. Inspraakreactie Inspreker 4 betoogt dat de damwanden niet diep genoeg zijn geslagen. Antwoord Waar Inspreker 4 gelijk in heeft is dat de diepte waarop de damwanden zijn geslagen minder diep is dan oorspronkelijk gepland. Het is ook juist dat dit een besparingsmaatregel is geweest. Om de
ons kenmerk: pagina:
02430000184179 / 02430000637470 10 van 10
damwand voldoende sterk te maken zijn stenen gestort en wiepmatten gelegd om te voorkomen dat door wegspoelen van de waterbodem de damwandconstructie wordt ondermijnd. Deze uitvoering is het gevolg van eerdere politieke keuzes en daarmee een gegeven. De uitvoering van de damwandconstructie is voor ons het uitgangspunt voor het beschikbaar stellen van de kades. Voor de bouw van de havens zijn door diverse gespecialiseerde bureaus berekeningen uitgevoerd waarvoor het beoogde gebruik maatgevend is geweest. Dat levert een berekende/theoretische belasting op die de complete constructie (damwand, verankering, bolders ect.) maximaal aan kan. Bij het gebruik van de havens, waaronder het afmeren van vaartuigen, houden wij rekening met de berekende belasting.