Nieuwe bijlage 7_Addendum_Parkeergarage_Harderwijk
Tekst van het document
ADDENDUM PARKEERGARAGE OP RAPPORT 521015 WINDMOLENBIOTOOPONDERZOEK
MOLEN DE HOOP HAVENDIJK 9 3846 AC HARDERWIJK Opdrachtgever: Gemeente Harderwijk C. van den Bedem | c.vandenbedem@harderwijk.nl | (0341) 411 342
Onderzoeker en auteur: EAG Monuments te Montfoort E. van der Elst | ezra@eagm.nl | 06-41290853
Datum: 6 juni 2023 Concept
Copyright: © EAG Monuments, projectnummer: 523008 Montfoort, juni 2023
Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. EAG Monuments sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van EAG Monuments en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
Addendum op rapport 521015 6 juni 2023 | concept
1. INLEIDING In 2021 heeft EAG Monuments (nu EAGM) een biotooponderzoek uitgevoerd voor molen De Hoop in opdracht van de gemeente Harderwijk.1 In dat onderzoek zijn berekeningen uitgevoerd om het effect van viertal scenario’s op de windvang van de molen te bepalen. In dit aanvullend onderzoek worden twee aanvullende scenario’s doorberekend om het effect op de windvang van de molen te bepalen. De resultanten hiervan zijn terug te vinden in dit addendum. De twee aanvullende scenario’s zijn relatief kleine wijzigingen t.o.v. de modellen die in 2021 zijn onderzocht.
2. AANPAK EN ONDERZOEKSMETHODIEK Om het effect van alle bouwplannen te berekenen zijn 3D-modellen van alle gebouwen binnen het bestemmingsplan ‘Kop Stadswerven’ en ‘Waterfront Zuid’ gegenereerd (LOD2). Met behulp van CFDsoftware zijn er simulaties uitgevoerd om de windsnelheid, turbulentie-intensiteit en onbalans (oppervlaktedruk) op het wiekenkruis te berekenen. Aan de hand van de beschikbare metadata van het KNMI zijn de resultaten gebruikt om het theoretisch maximum aan energieopwekking [vermogen * tijd]. 2 Verder zijn dezelfde parameters gebruikt als in het voorgaande onderzoek. Omdat de relatieve verschillen tussen de verschillende scenario’s belangrijker zijn dan de absolute waarden, is de stedelijke omgeving rondom de molen niet gemodelleerd/gesimuleerd.
3. OVERZICHT VAN DE SCENARIO’S 1. Scenario 5 = Garagegebouw 12 meter; (reeds berekend in 2021) 2. Scenario 6 = Garagegebouw 14 meter.
1
Projectnummer: 521015; 13 september 2021 P=1/2*A*ρ*V3*η1 : waarbij A = oppervlakte gevlucht, ρ = luchtdichtheid [1,25], V= windsnelheid, η = rendementsfactor wiekenkruis [0,18] 2
2
Addendum op rapport 521015 6 juni 2023 | concept
Scenario 5:
In scenario 5 is de hoogte van de parkeergarage (rood) 12 meter. Deze hoogte komt overeen met de hoogte die in 2021 is berekend. Omdat het ontwerp/positie van de Parkvilla nog niet definitief is is deze niet gemodelleerd in dit scenario om zoveel mogelijk variabelen uit te sluiten. Scenario 6:
In scenario 6 is de hoogte van de parkeergarage 14 meter i.p.v. 12 meter. De gemeente wil weten wat het effect is op de windvang van de molen indien de garage met 2 meter wordt verhoogd. De overige gebouwen zijn niet gewijzigd.
3
Addendum op rapport 521015 6 juni 2023 | concept
4. RESULTATEN 4.1
Maalwindregime Harderwijk, grafische weergave
Grafiek 1: weergave van het maalwindregime in Harderwijk. De snelheden zijn een gemiddelde van alle snelheden binnen het maalbereik van de molen (4,8 m/s tot 15 m/s); plus/minus 1 standaarddeviatie. De rode kolom arceert het onderzoeksgebied (300°- 355°, met de molen als middelpunt). 4.2
Locatie meetpunten CFD X[m] -14 -14 -14 -14 -14 -14 -14 -14 -14 -14 0.11 -0.773 -1.796 -3.58 -4.474 -5.437 -2.139 -2.154 -2.164 -2.634 -2.624 -2.616
Y[m] Z[m] startwaarde_v_askop 0 9.5 0 22.26 0 35.02 13.5 22.26 -13.5 22.26 0 9.5 0 22.26 0 35.02 13.5 22.26 -13.5 22.26 -1.015 33.556 -1.04 30.013 -1.043 25.909 0.942 18.754 0.98 15.17 0.943 11.306 3.568 23.293 7.207 23.233 11.223 23.195 -3.598 21.311 -7.614 21.349 -11.597 21.382
aanduiding_mesh_ff onderste_end askop bovenste_end keerzijde weerzijde onderste_end askop bovenste_end keerzijde weerzijde bovenste_end bovenste_end bovenste_end onderste_end onderste_end onderste_end keerzijde keerzijde keerzijde weerzijde weerzijde weerzijde
unit m/s m/s m/s m/s m/s m/s m^2/s^2 m^2/s^2 m^2/s^2 m^2/s^2 m^2/s^2 Pa Pa Pa Pa Pa Pa Pa Pa Pa Pa Pa Pa
Tabel 1: locatie van de meetpunten in het CFD-model. 0,0,0 = hartlijn van de molen op maaiveld. 4
Addendum op rapport 521015 6 juni 2023 | concept
4.3
Vergelijking scenario’s 5 en 6
x̄ scenario 5 = 4,63 m/s x̄ scenario 6 = 4,65 m/s
Grafiek 2: de gemiddelde windsnelheid per scenario t.o.v. de startwaarde tussen 300° – 355°. In rood gearceerd de locatie van de garage t.o.v. de molen.
Totaal scenario 5 = 339,07 kWh Totaal scenario 6 = 341,65 kWh
Grafiek 3: het theoretisch maximum wat de molen per jaar kan opwekken tussen 300° - 355° op basis van het windregime.
5
Addendum op rapport 521015 6 juni 2023 | concept
x̄ scenario 5 = 0,43 m2/s2 x̄ scenario 6 = 0,42 m2/s2
Grafiek 4: de turbulentie-intensiteit uitgedrukt als energieverlies [m^2/s^2] gemeten over de verticale diameter van het gevlucht.
x̄ scenario 5 = 0,45 m2/s2 x̄ scenario 6 = 0,45 m2/s2 Grafiek 5: de turbulentie-intensiteit uitgedrukt als energieverlies [m^2/s^2] gemeten over de horizontale diameter van het gevlucht.
6
Addendum op rapport 521015 6 juni 2023 | concept
5. CONCLUSIE Conclusie scenario’s 5 t/m 6 De verschillen tussen scenario’s 5 en 6 zijn gering, maar geven wel duidelijk aan dat een garage van 14 meter hoog gunstiger is voor de windvang van de molen dan een garage met een hoogte van 12 meter. Dit komt vermoedelijk door de aangrenzende gebouwen van 18 meter en 12 meter. Indien de garage 14 meter is i.p.v. 12 heeft de het gebouw vanuit de molen gezien een betere stroomlijning, er is daardoor minder ruimte voor wervelingen in de luchtstroom die een reductie in snelheid en meer energieverlies veroorzaken. De gebouwen zijn in dit onderzoek doorberekend in LOD 2, gesloten dozen waarbij openingen, aanbouwen, installaties en andere architectonische aspecten niet zijn meenomen. Het is raadzaam om in een later stadium de definitieve ontwerpen door te rekenen met een hoger LOD.
7