Meicirculaire-gemeentefonds-2021.pdf
Tekst van het document
Meicirculaire gemeentefonds 2021
40
3.3.3
Kinderen in een AZC
In paragraaf 2.2-6 van de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Hiervoor is structureel C 5,1 miljoen beschikbaar. Bijlage 3.3.3 bevat de definitieve verdeling voor 2020. Deze verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2020 tot en met december 2020. Deze bedragen zijn voorlopig ook voor 2021 en verder gehanteerd.
3.3.4
Armoedebestrijding kinderen
In paragraaf 4.2-1 van de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de C 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis va n CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede26. De verdeling over de gemeenten voor 2022 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2018 en is opgenomen in bijlage 3.3.4.
3.3.5
Kerkenvisies
Bijlage 3.3.5 bevat de volgende tranche gemeenten die via de decentralisatie-uitkering Kerkenvisies een bijdrage ontvangt voor de ontwikkeling van integrale kerkenvisies op gemeentelijk niveau.
3.3.6
Extra kosten verkiezingen 2021 i.v.m COVID-19
Zoals gemeld in de septembercirculaire 2020, paragraaf 3.2-4, ontvangen de gemeenten die bij de Tweede Kamerverkiezing in 2021 meededen aan het experiment centraal tellen een bijdrage van in totaal circa C 0,5 miljoen voor meerkosten die gerelateerd zijn aan COVID-19. Dit zal in de septembercirculaire 2021 worden verwerkt.
26 Zie voor gehanteerde CBS-gegevens:https:ZZimopendata.cbs.nlZ#ZJMZnlZdatasetZ20233NEDZtable?d^3801 D
Meicirculaire gemeentefonds 2021
41
4.
Overige mededelingen
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën.
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen
Gemeentefondstotalen Tabel 4.2.1 bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2021-2026. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 bij elkaar gebracht.
Tabel 4.2.1 Gemeentefondstotalen 2021-2026 (in duizenden euro's) 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Algemene uitkering
28.496.874
28.282.613
28.526.142
29.082.173
29.860.138
30.780.114
DU/IU
5.673.099
5.211.319
5.093.763
5.044.216
4.980.662
4.931.602
Totaal
34.169.973
33.493.932
33.619.905
34.126.389
34.840.800
35.711.716
Bevoorschotting De bedragen 2021 uit de tabel zullen worden verwerkt in de bevoorschotting vanaf de eerste dinsdag in juli ofwel 6 juli 2021. Tot dat tijdstip is de bevoorschotting gebaseerd op de decembercirculaire 2020. Op de eerste dinsdag in juli zullen ook eventuele verrekeningen plaatsvinden als er eerder dit jaar te veel of juist te weinig voorschot is verstrekt. Verrekeningen over voorgaande uitkeringsjaren worden eveneens in juli uitgevoerd.
Over de voorschotten voor het uitkeringsjaar 2022 volgt informatie in de septembercirculaire 2021.
Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen.
Nominale ontwikkelingen De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De decentralisatie-uitkeringen kennen geen correctie voor loon- en prijsontwikkelingen en betreffen nominale bedragen. De integratie-uitkeringen worden wel ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijnde loon- en prijsontwikkeling (constante prijzen).
Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon - en prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te
Meicirculaire gemeentefonds 2021
42
faciliteren bij het omgaan met nominale ontwikkelingen is tabel 4.2 opgenomen. De tabel bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt voor de overheidssector. De cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de regelmatig bijgestelde prognoses op de website van het CPB (CPB), met name de rubriek Centraal Economisch Plan 2021.
Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* CEP 2021
2021
2022
2023
2024
2025
2026**
Prijs bruto binnenlands product (pbbp)
1,5
1,6
1,9
1,6
1,6
1,6
Prijs nationale bestedingen (pnb)
1,9
1,7
1,5
1,4
1,5
1,5
Nationale consumentenprijsindex (cpi)
1,9
1,5
1,7
1,7
1,7
1,7
Loonvoet sector overheid
2,0
1,5
2,3
2,1
2,4
2,4
Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers
2,0
1,2
2,0
1,8
2,1
2,1
Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
2,0
1,4
1,5
1,5
1,5
1,5
mutaties per jaar in %
*toelichting/ verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** cijfers 2025 zijn doorgetrokken naar 2026
4.3
Herijking verdeling gemeentefonds
Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De adviesaanvraag en de (achterliggende berekening van de) voorlopige uitkomsten zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid27. De ROB heeft op 26 maart 2021 in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein28. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten.
Ook is bij de eerder aangekondigde actualisatie van het verdeelvoorstel gebleken dat voor een van de verdeelmaatstaven in het sociaal domein een betere bron beschikbaar is als indicatie voor de gezondheid van de bevolking. Het betreft de verdeelmaatstaf die meet hoeveel inwoners gebruik maken van specialistische GGZ.
De fondsbeheerders betrekken de nieuwe bron bij de nadere analyse die momenteel wordt uitgevoerd naar aanleiding van de reacties van de ROB, gemeenten en de Tweede Kamer. De VNG is nauw bij dit vervolgonderzoek betrokken.
Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht met hem gedeeld zal worden, opdat hij tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting begin juni 2021 gereed zijn en - samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente - op de website van de rijksoverheid worden gepubliceerd. Het gaat naast een aangepast verdeelvoorstel -
27 Kamerbrief over adviesaanvraag verdeelvoorstel herijkt gemeentefonds I Kamerstuk I Riiksoverheid.nl 28 Tussenbericht herijking gemeentefonds I Brief I Raad voor het Openbaar Bestuur (raadopenbaarbestuur.nl)
Meicirculaire gemeentefonds 2021
43
op basis van onderzoeksjaar 2017 - om actualisatie van de uitkomsten naar 2019. De actualisatie naar 2019 betreft in ieder geval de gegevens van de verdeelmaatstaven, het totaal te verdelen bedrag per beleidsterrein (cluster) en wijzigingen in de gemeentelijke indeling. Ook de VNG zal om advies worden gevraagd. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe ve rdeling - voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet. Na definitieve besluitvorming vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats. De herverdeeleffecten zullen op dat moment definitief worden bepaald.
4.4
Evaluatie normeringssystematiek
In paragraaf 4.4 van de decembercirculaire 2020 bent u geïnformeerd over de evaluatie van de normeringssystematiek. Conform de afspraak gemaakt in het bestuurlijk overleg29 is de Raad voor het Openbaar Bestuur om advies gevraagd over de toekomst van het accres. Dit advies zal begin juni door de Raad gepubliceerd worden. Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan.
4.5
Financiële positie gemeenten
Het afgelopen jaar heeft Cebeon onderzoek gedaan naar de financiële positie van gemeenten en het voorzieningenniveau. De uitkomsten van dit onderzoek zijn besproken tijdens het Bestuurlijk overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 7 april 2021 en de minister van BZK heeft op 15 april 2021 de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek30. Het onderzoek doet ook aanbevelingen over het monitoren van de financiële positie van gemeenten. De komende maanden wordt met gemeenten, VNG en provinciaal toezichthouders het gesprek hierover voortgezet.
4.6
Rapport Stuurgroep maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet
Naar aanleiding van het door AEF verrichte onderzoek over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg31 heeft een stuurgroep van Rijk en gemeenten onder voorzitterschap van mevrouw drs. M. Sint een reeks maatregelen in kaart gebracht die moeten leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel.
Op 23 april 2021 is dit rapport op de website van de rijksoverheid gepubliceerd32. Het rapport van AEF en het rapport van de stuurgroep laten zien dat het nodig is om de beheersbaarheid van het jeugdstelsel ingrijpend te verbeteren, zowel door effectievere en meer doelmatige sturing door (samenwerkende) gemeenten als door aanpassingen in het stelsel.
Op verzoek van de VNG heeft een onafhankelijke Commissie van Wijzen zich gebogen over het
29 Kamerstukken 2020/21, 35420, nr. 43. 30 Tweede Kamer Vergaderjaar 2020-2021, 35 570 B 19 31 Kamerbrief resultaten onderzoek structureel benodigd budget jeugdzorg I Kamerstuk I Riiksoverheid.nl 32 Aanbieding rapport Stuurgroep maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet I Kamerstuk I Rijksoverheid.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2021
44
structureel benodigde budget voor jeugdzorg en de te treffen maatregelen om het jeugdstelsel toekomstbestendig te maken. Het rapport van de Commissie van Wijzen is 28 mei 2021 openbaar geworden en kunt u vinden op Detail 2021D20519 | Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Gegeven de urgentie van het onderwerp gaat het huidige kabinet op korte termijn in gesprek met de VNG om gegeven het advies van de Commissie van Wijzen de vervolgstappen te bepalen om te komen tot een 'Ontwikkelagenda jeugdzorg'. Hierbij worden ook andere relevante partners (organisaties van cliënten, professionals, aanbieders) betrokken. De definitieve vaststelling van de ontwikkelagenda is aan een nieuw kabinet in overleg met gemeenten en andere betrokken partijen.
Op dit moment zijn het kabinet en de VNG in gesprek over de uitkomsten van het advies van de Commissie van Wijzen. Over de uitkomst hiervan wordt u voor 1 juli geïnformeerd.
4.7
Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in begroting en meerjarenraming
In 2019 en 2020 zijn het ministerie van BZK, de VNG en de provinciale toezichthouders een richtlijn overeengekomen over hoe gemeenten in hun meerjarenraming met deze onzekerheid kunnen omgaan. Deze richtlijn is nog steeds van kracht en zal worden aangepast zodra de gesprekken tussen het kabinet en de VNG zijn afgerond. De samenvatting van de huidige richtlijn is als volgt:
1.
De extra middelen jeugdzorg voor de jaren 2019 tot en met 2022, die onderdeel uitmaken van de algemene uitkering, worden als structureel dekkingsmiddel aangemerkt.
2.
Voor de jaren na 2022 kan door de gemeente een stelpost 'Uitkomst onderzoek jeugdzorg' geraamd worden: per gemeente naar rato van de C 300 miljoen (in 2022).
3.
Deze stelpost 'Uitkomst onderzoek jeugdzorg' kan als structureel opgenomen worden.
4.
Voorwaarde is dat daarnaast de gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en ggz mede gericht op beheersing van de kosten. Ge meenten spelen immers zelf ook een actieve rol in de transformatie en daarmee ook in het kunnen beperken van de uitgaven.
Voor meer informatie wordt verwezen naar de richtlijn uit 2019 op de website van de rijksoverheid33.
4.8
Advies raming ruimte onder het plafond BCF
Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd (zie paragraaf 2.2-2 van de meicirculaire 2018). Deze raming bevat niet meer de ruimte onder het plafond BCF voor het jaar t+1 en verder. Voor het jaar t volgt een eerste raming van deze ruimte in de komende septembercirculaire. Het is aan de gemeenten zelf om een
33 https:ZZwww.riiksoverheid .nl/binaries/riiksoverheid/documenten/circu laires/2019/05/31/meicirculairegemeentefonds-2019/Richtliin+ramen+extra+middelen+ieugdzorg+05072019+def.pdf
Meicirculaire gemeentefonds 2021
45
reële meerjarenraming op te nemen voor het BCF.
Voor een goede raming van de ruimte onder het plafond BCF is inzicht nodig in de toekomstige ontwikkeling van de omvang van het BCF en vooral in de toekomstige declaraties. Om een niet onderbouwde (oplopende) raming van de ruimte onder het plafond BCF te voorkomen biedt de ruimte na de laatst bekende declaraties om die reden het meeste houvast als raming voor de komende jaren.
Het ministerie van BZK heeft in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate. Dit advies luidt:
Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF.
Voor de begroting 2022 is dit de realisatie 2020 zoals die in deze circulaire is opgenomen. De provinciale toezichthouders gebruiken dit advies als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting 2022-2025.
4.9
Rechtmatigheid jaarstukken gemeenten
Het ministerie van BZK deed in 2020 onderzoek naar de jaarstukken van gemeenten over 2019, gericht op het oordeel van de accountant op het aspect rechtmatigheid. De strekking van de controleverklaring van de accountant is vooral van belang voor de gemeenteraad, bij de invulling van de controlerende rol. Het aandeel gemeenten met een goedkeurend oordeel op rechtmatigheid is in 2019 gestabiliseerd. In totaal 98 procent van de gemeenten had een goedkeurende verklaring op getrouwheid, 86 procent had een goedkeurende verklaring op rechtmatigheid.
Net als over verslagjaren 2017 en 2018 is het sociaal domein niet langer de belangrijkste reden dat gemeenten geen goedkeurende verklaring voor rechtmatigheid kregen. Bij gemeenten met een anders dan goedkeurende verklaring was dit vaker te wijten aan fouten en onzekerheden die optraden bij (Europese) aanbestedingen. Het ministerie berichtte de Tweede Kamer hierover in november 202034. In de brief zijn een aantal acties aangekondigd. Zo zullen in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Kenniscentrum Europa Decentraal regiobijeenkomsten worden georganiseerd.
4.10
Introductie benchmark woonlasten
Overleg tussen het Rijk en de VNG heeft geleid tot de publicatie van de tweede benchmark
34 Verantwoording van gemeenten over het verslagjaar 2019 | Tweede Kamer der Staten-Generaal
Meicirculaire gemeentefonds 2021
46
woonlasten in de Atlas van de lokale lasten 2021 van het COELO35. De benchmark is ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Hiermee is afgestapt van de afspraak dat de ontwikkeling van de lokale lasten jaarlijks wordt gemonitord met de macronorm onroerendezaakbelasting (ozb, de macronorm). De benchmark betreft een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten (ozb, riool- en afvalstoffenheffing) en de gemeentelijke tariefontwikkeling binnen een provincie. Ook de landelijke en provinciale gemiddelden worden vergeleken. Middels deze (grafische) vergelijking worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie de tariefswijzigingen per gemeente en het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente. De benchmark geeft gemeenten meer inzicht in het eigen beleid ten opzichte van het beleid van andere gemeenten. Deze informatie kan benut worden om het eigen beleid verder vorm te geven.
4.11
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit
Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) nemen gemeenten en provincies in begroting en jaarrekening een uniforme basisset van vijf financiële kengetallen op om informatie te geven over de financiële positie. In de meicirculaire wordt jaarlijks de benodigde informatie voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit opgenomen, zoals aangegeven in de ministeriele regeling over de berekeningswijze van de financiële kengetallen BBV. Voor gemeenten gaat het om het landelijk gemiddelde voor de gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Het laatst bekende gemiddelde bedraagt voor 2021 C 811 (jaar t-1)36. In begroting en jaarverslag 2022 (jaar t) kan dit gemiddelde worden gebruikt voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit in de verschillende jaren.
4.12
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl
De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden37 worden op regelmatige basis geactualiseerd. Wat betreft de informatie over de uitkeringen uit het gemeentefonds bevat de database de stand decembercirculaire 2020. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen.
De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het CBS, en informatie over de financiële kengetallen zijn bijgewerkt tot en met de begroting van 2021. Ook zijn de originele begrotingen en jaarstukken van gemeenten en provincies tot en met 2019 (jaarrekeningen) en 2021 (begrotingen) aan de website toegevoegd. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden.
De database wordt de komende tijd verder uitgebreid. Suggesties voor de doorontwikkeling van de
35 https:ZZwww.coelo ,nlZindex.phpZnieuwsZ435-atlas-van-de-lokale-lasten-2021 36 https:ZZwww.coelo .nl/index.php/wat-betaal-ik-waar/interactieve-kaarten/atlas-gemeenten-2021 37 www.findo.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2021
47
database kunt u mailen naar de postbus gemeentefonds (postbus.gf@minbzk.nl).
4.13
Analyse gemeentebegrotingen
De gemeente kan haar financiële situatie op verschillende manieren (laten) onderzoeken. In de eerste plaats kan de gemeente zelf onderzoek doen naar haar uitgaven met een begrotingsanalyse. Op verzoek kan de rijksoverheid daarnaast, samen met de provincie, de financiën van de gemeente vergelijken met die van andere gemeenten, de zogenoemde begrotingsscan. Tot slot kunnen gemeenten met behulp van de provincie en de rijksoverheid de financiële gevolgen van een herindeling (laten) onderzoeken door middel van een herindelingsscan. Voor meer informatie wordt verwezen naar: https://www.riiksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-enprovincies/financieel-toezicht-gemeenten-en-provincies/financiele-scans-gemeenten.
4.14
Publicatie Iv3-informatievoorschrift
In juni zal het ministerie van BZK het Iv3-informatievoorschrift voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen voor 2022 publiceren. Naar aanleiding van de invoering van de Omgevingswet in 2022 zijn omschrijvingen van taakvelden in het fysieke domein onder de loep genomen en waar nodig aangescherpt. Ook zijn omschrijvingen aangepast om de overgang naar de Omgevingswet weer te geven. De indeling in taakvelden en categorieën blijft gelijk aan voorgaande jaren. Over het informatievoorschrift zal te zijner tijd melding worden gemaakt op de internetpagina van BZK over Iv338 en in de IBI Nieuwsbrief39.
4.15
Schatkistbankieren: drempelbedrag en belastingkantoren
In de beleidsdoorlichting schatkistbankieren van juli 2019 is onder meer geconstateerd dat decentrale overheden kampen met administratieve lasten bij schatkistbankieren. Het kabinet heeft in de beleidsdoorlichting het probleem erkend dat met name decentrale overheden die structureel rood staan en slechts incidenteel overtollige middelen hebben met hogere administratieve lasten te maken hebben dan gewenst is. Met een eventuele verhoging dan wel een andere berekening van het drempelbedrag wilde het kabinet aan deze bezwaren tegemoet komen 40. Na een overlegtraject met alle betrokken partijen is er overeenstemming bereikt om het drempelbedrag te verhogen. Dit akkoord is bevestigd in het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 7 april 2021. Het drempelbedrag dat is vastgelegd in artikel 7 lid 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden41 zal worden aangepast op onderstaande punten: *
een verhoging van de ondergrens van C 0,25 miljoen naar C 1 miljoen;
*
een verhoging van het percentage begrotingstotaal t/m C 0,5 miljoen v an 0,750Zo naar 20Zo.
38 https://www.mksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-en-provincies/uitwisseling-financielegegevens-met-sisa-en-iv3Zinformatie-voor-derden-iv3 39https:ZZwww. mksoverheid.n^abonneren^bonnementen?contextHnschmven0Zo2Denkele0Zo2Dnieuwsbneffrtitel Hbi0Zo2Dnieuwsbrief^nieuwsbrief0Zo2D^32937 be80Zo2De7da0Zo2D45f50Zo2Da6a70Zo2D638584464592 40 Zie Kamerstuk 31935, nrs. 53. en 60 voor de doorlichting, kabinetsreactie en Kamervragen. 41 Regeling schatkistbankieren decentrale overheden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034336/
Meicirculaire gemeentefonds 2021
48
Op verzoek van de geconsulteerde decentrale overheden en de koepelorganisaties zal de aanpassing van de regeling zo snel mogelijk worden doorgevoerd. Het is de bedoeling de wijziging per 1 juli 2021 in te laten gaan. Dit betekent dat provincies, gemeenten en waterschappen op basis van hun verantwoordingsvoorschriften42 twee drempelbedragen voor 2021 moeten hanteren, te weten: *
een drempelbedrag voor het eerste en tweede kwartaal (huidige situatie);
*
een drempelbedrag voor het derde en vierde kwartaal (nieuwe situatie).
Voor de bijzondere situatie van de belastingkantoren met omvangrijke geldstromen ten opzichte van hun begrotingstotaal is een aparte oplossing aangedragen binnen de huidige regeling. Op basis van de toelichting op artikel 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden kunnen deelnemers een verzoek indienen om een bestaande bankrekening (als werkrekening) direct te koppelen aan het stelsel van saldoregulatie, zonder hierbij gebruik te maken van een *tussenrekening'. Een directe koppeling van deze rekeningen reduceert de administratieve lasten. Handmatige overboekingen zijn daardoor niet meer nodig. Deze optie zal actief onder de aandacht worden ge bracht van de belastingkantoren. Voor informatie hiervoor kan contact worden opgenomen met Het Agentschap der Generale Thesaurie via het mailadres schatkistbankieren@minfin.nl.
4.16
Redelijk peil 2022
De Financiële-verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald ’redelijk peil' moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. De berekening van het redelijk peil aan eigen inkomsten voor 2022 is opgenomen in bijlage 4.17.
42 Artikel 52c Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en artikel 4.61a Waterschapsbesluit.
Meicirculaire gemeentefonds 2021
49
Bijlagen
Meicirculaire gemeentefonds 2021
50
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2021
Tabel 1 Verdeeltabel 2021 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven en
b.p.e. 2021
w ijzigingen
uitkeringsfactor
stand
sinds
stand
maart 2021
maart 2021
mei 2021
OZB (woningen eigenaar)
-0,0894240Zi
0,000000yo
-0,0894240Zi
OZB (niet woningen gebruiker)
-0,1281050Zi
0,000000y0
-0,1281050Zi
OZB (niet woningen eigenaar)
-0,1589570Zi
0,000000y0
-0,1589570Zi
inw oners
b.p.e. 2021
161,27
0,21
161,48
kernen met minstens 500 adressen
60329,89
0,00
60329,89
OZB waarde niet woningen (in mln)
380,05
0,00
380,05
jongeren < 18 jaar
723,08
53,65
776,73
ouderen > 64 jaar
107,33
0,00
107,33
ouderen 75 t/m 84 jaar
26,45
0,00
26,45
wadden, t/m 2500 inwoners
201,79
0,00
201,79
wadden, van 2501 t/m 7500 inwoners
132,44
0,00
132,44
wadden, vanaf 7501 inwoners
33,62
0,00
33,62
huishoudens met laag inkomen
30,83
0,00
30,83
huishoudens met laag inkomen (drempel)
715,84
0,00
715,84
bijstandsontvangers
2152,96
0,00
2152,96
loonkostensubsidie
1954,21
0,00
1954,21
uitkeringsontvangers
86,77
0,00
86,77
minderheden
326,12
0,00
326,12
minderheden (drempel)
325,13
0,00
325,13
eenouderhuishoudens
825,53
73,18
898,71
eenpersoonshuishoudens
54,26
0,00
54,26
huishoudens
90,74
0,00
90,74
klantenpotentieel lokaal
46,18
0,00
46,18
klantenpotentieel regionaal
24,77
0,00
24,77
leerlingen (V)SO
230,78
0,00
230,78
leerlingen VO
370,50
0,00
370,50
achterstandsleerlingen (drempel)
2312,25
0,00
2312,25
extra groei leerlingen VO
220,56
0,00
220,56
extra groei jongeren
249,86
0,00
249,86
land
41,10
0,00
41,10
(voortzetting op de volgende bladzijde)
Meicirculaire gemeentefonds 2021
51
Tabel 1 Verdeeltabel 2021 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven en
b.p.e. 2021
w ijzigingen
uitkeringsfactor
stand
sinds
b.p.e. 2021 stand
maart 2021
maart 2021
mei 2021
land * bodemfactor gemeente
26,89
0,00
26,89
binnenw ater
38,03
0,00
38,03
buitenw ater
22,97
0,00
22,97
oppervlakte bebouw ing
588,37
0,00
588,37
oppervlakte bebouwing woonkernen
2.284,96
0,00
2.284,96
oppervlaktebebouwing buitengebied
1.921,87
0,00
1.921,87
opp. bebouw ing kern * bodemfactor kern
3.089,49
0,00
3.089,49
opp. beb. buitengebied * bf. buitengebied
1.525,03
0,00
1.525,03
woonruimten
58,18
0,00
58,18
w oonruimten * bodemfactor kern
50,79
0,00
50,79
opp. historische kernen, ^0 ha
3.200,28
0,00
3.200,28
opp. historische kernen, 40-64 ha
6.928,07
0,00
6.928,07
opp. historische kernen, ^4 ha
15.081,92
0,00
15.081,92
lengte historisch water
15,58
0,00
15,58
bewoonde oorden 1930
31,39
0,00
31,39
hist.woningen in bewoonde oorden
85,74
0,00
85,74
ISV (a)
6.087.306,96
0,00
6.087.306,96
ISV (b)
3.736.019,31
0,00
3.736.019,31
omgevingsadressendichtheid (OAD)
58,92
0,00
58,92
omgevingsadressendichtheid (drempel)
23,72
0,00
23,72
oeverlengte * bodemfactor gemeente
11,72
0,00
11,72
oeverlengte * dichtheid * bf. gemeente
5,82
0,00
5,82
kernen
9.098,92
0,00
9.098,92
kernen * bodemfactor buitengebied
14.878,30
0,00
14.878,30
74,80
0,48
75,28
250.088,62
0,00
250.088,62
vast bedrag voor Amsterdam
104.966.340,63
0,00
104.966.340,63
vast bedrag voor Rotterdam
64.491.778,38
0,00
64.491.778,38
vast bedrag voor Den Haag
51.002.420,84
367.472,81
51.369.893,65
vast bedrag voor Utrecht
30.708.535,84
0,00
30.708.535,84
150.164,11
0,00
150.164,11
bedrijfsvestigingen vast bedrag voor iedere gemeente
vast bedrag Waddengemeenten 1 Voor Baarle-Nassau twee maal het vaste bedrag. (voortzetting op de volgende bladzijde)
Meicircula ire gemeentefonds 2021
52
Tabel 1 Verdeeltabel 2021 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven en
b.p.e. 2021
w ijzigingen
b.p.e. 2021
uitkeringsfactor
stand
sinds
stand
maart 2021
maart 2021
mei 2021
jeugdigen in gezinnen met armoederisico
239,87
28,73
268,60
basisonderw ijsleerlingen met leerlingengew icht 0,3
-1.595,64
-191,14
-1.786,78
basisonderw ijsleerlingen met leerlingengew icht 1,2
-2.504,11
-299,98
-2.804,09
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (huishoudens)
-122,27
-14,65
-136,92
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (huishoudens met kinderen)
-478,41
-57,31
-535,72
ouders met langdurig psychisch medicijngebruik
3.529,79
422,84
3.952,63
eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen
1.249,12
149,64
1.398,76
bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen
643,95
77,14
721,09
bijstandsontvangers eenouderhuishoudens
1.705,61
204,32
1.909,93
uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers
1.060,77
103,35
1.164,12
Wajong
876,32
0,00
876,32
medicijngebruik met drempel
380,59
0,00
380,59
417.700,17
0,00
417.700,17
re-integratie klassiek inwoners < 65 jaar
4,21
0,00
4,21
ouderen 65 t/m 74 jaar
0,19
0,00
0,19
ouderen 85 jaar en ouder
0,19
0,00
0,19
eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar
16,36
0,00
16,36
eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar
65,34
0,00
65,34
eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder
114,42
0,00
114,42
huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar
128,32
0,00
128,32
huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar
512,88
0,00
512,88 896,30
huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder
896,30
0,00
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 t/m 74 jaar
117,20
0,00
117,20
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 jaar
468,85
0,00
468,85
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en ouder
820,47
0,00
820,47
bedden
0,85
0,00
0,85
uitkeringsfactor
1,659
0,017
1,676
Meicirculaire gemeentefonds 2021
53
Tabel 2
Mutaties verdeeltabel 2021 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven
totaal
algemene
cluster
mutaties
Jeugd
cluster
cluster
cluster
cluster
ontw ik-
overige
Maatsch. Volksgezondheid Infrastruc. en
cluster
cluster
OOV
Bestuur en
Overig
keling UB
ontw ikkelingen
0,012
0,000
ondersteuning
gebiedsontw.
alg. ondersteuning
0,21
-
0,00
-
-
0,24
-0,03
-
53,65
52,86
-
0,79
-
-
-
-
eenouderhuishoudens
73,18
73,18
-
-
-
-
-
-
bedrijfsvestigingen
0,48
-
-
-
0,48
-
-
inwoners jongeren
18 jaar
vast bedrag voor Den Haag
367.472,81
367.472,81
-
-
-
-
-
-
28,73
28,73
-
-
-
-
-
-
basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0,3
-191,14
-191,14
-
-
-
-
-
-
basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 1,2
-299,98
-299,98
-
-
-
-
-
-
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (huishoudens)
-14,65
-14,65
-
-
-
-
-
-
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (huishoudens met kin deren) -57,31
-57,31
-
-
-
-
-
-
ouders met langdurig psychisch medicijngebruik
422,84
422,84
-
-
-
-
-
-
eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen
149,64
149,64
-
-
-
-
-
-
bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen
77,14
77,14
-
-
-
-
-
-
bijstandsontvangers eenouderhuishoudens
204,32
204,32
-
-
-
-
-
-
uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers
103,35
103,35
-
-
-
-
-
-
uitkeringsfactor
0,017
jeugdigen in gezinnen met armoederisico
0,005
Meicirculaire gemeentefonds 2021
54
Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2021 per cluster
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2021 uitkeringsjaar 2021 totaal
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
Egen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
Maatsch.
Educatie
Volks
Cultuur en
Infrastruc. en
Riolering
OOV
Bestuur en alg.
Overig
middelen
participatie
burgerparticipatie
gezondheid
ontsp.
gebiedsontw.
en reiniging
7,66
3,25
0,77
51,81
16,32
-5,04
OZB (woningen eigenaar)
-0,0894240Zo
-0,089424/
OZB (niet w oningen gebruiker)
-0,1281 050Zo
-0,128105/
OZB (niet w oningen eigenaar)
-0,1589570/0
-0,158957/
inwoners kernen met 500 of meer adressen
161,48
ondersteuning
34,08
60.329,89
1,04
4.811,49
380,05
inw oners jongeren jonger dan 18 jaar
776,73
42,31
inwoners ouderen 65 jaar en ouder
107,33
1,73
105,16
0,44
inw oners ouderen 75 t/m 84 jaar
26,45
0,30
26,07
0,08
564,02
0,22
huishoudens met laag inkomen
30,83
2,81
9,58
1,57
lage inkomens met drempel
715,84
203,91
32,28
55,74
361,28
bijstandsontvangers
2.152,96
1.954,32
58,36
loonkostensubsidie
1.954,21
1.954,21
uitkeringsontvangers
86,77
eenpersoonshuishoudens
54,26
minderheden
326,12
minderheden met drempel
325,13
eenouderhuishoudens
898,71
huishoudens
90,74
klantenpotentieel lokaal
46,18
klantenpotentieel regionaal
24,77
leerlingen (V)SO
230,78
leerlingen VO achterstandsleerlingen met drempel
370,50
8,16
-1,58
23,92
182,60
0,63 41,71
337,74
11,04
16,24
7,22
127,57
12,71
78,37
1,82
13,70
72,29
58,79
48,35
8,48
21,47
217,61 46,60
57,82
20,96
65,25
42,27
87,60
10,43
1,94
17,55
0,44
70,81
0,59
8,77
0,13
34,00
2,02
0,67
0,31
8,80
-0,63
2,00
-2,62
4,79
1,01
1,43
754,08
0,54
5,20
0,07 230,78
0,03
0,09
370,37
0,01
2.312,25
2.312,25
extra groei jongeren
249,86
249,86
extra groei leerlingen VO
220,56
land
41,10
land *bodemfactor gemeente
26,89
binnenwater
38,03
buitenwater
22,97
15,28
2.284,96
2.284,96
oppervlakte bebouwing woonkernen
51,20
30,34 37,96
9,67
0,39 55.518,40
ozb-w aarde van de niet-w oningen gedeeld door 1.000.000
18,85
ondersteuning
220,56 0,35
0,33
1,13
1,08
Meicirculaire gemeentefonds 2021
8,59
8,56
0,08
0,08
28,12
-2,97
25,58
1,31
27,98 7,69
55
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2021 uitkeringsjaar 2021
totaal
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
Egen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
Maatsch.
Educatie
Volks
Cultuur en
Infrastruc. en
Riolering
OOV
Bestuur en alg.
Overig
middelen
participatie
burgerparticipatie
gezondheid
ontsp.
gebiedsontw.
en reiniging
ondersteuning
oppervlakte bebouwing buitengebied
1.921,87
1.921,87
oppervlakte bebouw ing w oonkernen * bodemfactor w oonkernen
3.089,49
3.089,49
oppervlakte bebouwing buitengebied*bodemfactor buitengebied
1.525,03
1.525,03
oppervlakte bebouwing
588,37
w oonruimten
58,18
woonruimten * bodemfactor woonkernen
50,79
460,21 -26,74
-62,65
32,15
18,64
3.200,28
331,45
opp. historische kernen, 40-64 ha
6.928,07
331,25
6.596,82
opp. historische kernen, H54 ha
15.081,92
331,57
14.750,35
historische waterwegen
15,58
bewoonde oorden
31,39
bewoonde oorden met historische kernen
85,74
investeringsbudget stedelijke vernieuw ing (a)
6.087.306,96
investeringsbudget stedelijke vernieuw ing (b)
3.736.019,31
128,16
55,81
opp. historische kernen, -«40 ha
13,95
17,44
85,74 6.087.306,96 3.736.019,31
omgevingsadressendichtheid met drempel
23,72
19,08
oeverlengte * bodemfactor gemeente
11,72
7,25
4,47
(oeverlengte+2*veen/kleiveengebied)*bf.gemeente*dh.factor
5,82
3,60
2,22
meerkernigheid * bodemfactor buitengebied
14.878,30
bedrijven vast bedrag voor iedere gemeente
3,60
2,50
0,54
339,67
-3,00
1.114,72
2,86
4.422,19
0,56
39,05
3,02
13,24
-3,45
4,64
78,90
3.143,44 14.878,30
75,28 250.088,62
33,10
15,58
58,92
9.098,92
58,66
2.868,83
omgevingsadressendichtheid (OAD)
meerkernigheid
ondersteuning
63,07 34.965,00
82,86
4.480,81
8.978,67
19,25
5,70
26.323,27
6,51 175.238,76
vast bedrag voor Utrecht
30.708.535,84
30.708.535,84
vast bedrag voor Den Haag
51.369.893,65
51.369.893,65
vast bedrag voor Rotterdam
64.491.778,38
64.491.778,38
vast bedrag voor Amsterdam
104.966.340,63
104.966.340,63
vast bedrag Waddengemeenten
150.164,11
150.164,11
w adden, t/m 2500 inw oners
201,79
201,79
wadden, van 2501 t/m 7500 inwoners
132,44
132,44
wadden, vanaf 7501 inwoners
33,62
33,62
Meicirculaire gemeentefonds 2021
56
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2021 uitkeringsjaar 2021
totaal
jeugdigen in gezinnen met armoederisico
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
Eigen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
Maatsch.
Educatie
Volks-
Cultuur en
Infrastruc. en
Riolering
OOV Bestuur en alg.
Overig
middelen
participatie
burgerparticipatie
gezondheid
ontsp.
gebiedsontw.
en reiniging
ondersteuning
ondersteuning
268,60
268,60
basisonderw ijsleerlingen met leerlingengew icht 0.3
-1.786,78
-1.786,78
basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 1.2
-2.804,09
-2.804,09
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (particuliere hh)
-136,92
-136,92
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (hh met kinderen)
-535,72
-535,72
ouders met langdurig psychisch medicijngebruik
3.952,63
3.952,63
eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen
1.398,76
1.398,76
bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen
721,09
721,09
eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen
1.909,93
1.909,93
uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers
1.164,12
966,18
w ajongeren medicijngebruik met drempel re-integratie klassiek
876,32 380,59 417.700,17
197,94 876,32 380,59
417.700,17
inw oners jonger dan 65 jaar
4,21
4,21
inw oners ouderen 65 t/m 74 jaar
0,19
0,19
inw oners ouderen 85 jaar en ouder
0,19
0,19
eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar
16,36
16,36
eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar
65,34
65,34
eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder
114,42
114,42
huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar
128,32
128,32
huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar
512,88
512,88
huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder
896,30
896,30
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 t/m 74 jaar
117,20
117,20
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 jaar
468,85
468,85
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en ouder
820,47
820,47
0,85
0,85
bedden
Meicirculaire gemeentefonds 2021
57
cluster
Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2022
Tabel 3 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven en
b.p.e. 2021
uitkeringsfactor
w ijzigingen
b.p.e. 2022
volgens deze circulaire
deze circulaire
deze circulaire
onroerendezaakbelasting w aarde w oningen eigenaren
-0,0894240A
0,00566ľŭ
-0,0837630A
onroerendezaakbelasting waarde niet-w oningen gebruikers
-0,1281050A
-0,0033470A
-0,1314520A
onroerendezaakbelasting waarde niet-w oningen eigenaren
-0,1589570A
-0,0041540A
-0,1631110A
inwoners kernen met 500 of meer adressen
161,48
0,07
161,55
60.329,89
-38,83
60291,06
ozb-w aarde van de niet-w oningen gedeeld door 1.000.000 inw oners jongeren jonger dan 18 jaar
380,05
0,00
380,05
776,73
-57,81
718,92
inwoners ouderen 65 jaar en ouder
107,33
-6,53
100,80
inw oners ouderen 75 t/m 84 jaar
26,45
0,00
26,45
wadden, t/m 2500 inwoners
201,79
0,00
201,79
w adden, van 2501 t/m 7500 inw oners
132,44
0,00
132,44
wadden, vanaf 7501 inwoners
33,62
0,00
33,62
huishoudens met laag inkomen
30,83
-0,19
30,64
lage inkomens met drempel
715,84
-24,70
691,14
bijstandsontvangers
2.152,96
-4,50
2148,46
loonkostensubsidie
1.954,21
0,00
1954,21
uitkeringsontvangers
86,77
-0,56
86,21
minderheden
326,12
-2,73
323,39
minderheden met drempel
325,13
0,00
325,13
eenouderhuishoudens
898,71
-81,38
817,33
eenpersoonshuishoudens
54,26
-2,64
51,62
huishoudens
90,74
-0,13
90,61
klantenpotentieel lokaal
46,18
-0,11
46,07
klantenpotentieel regionaal
24,77
-1,09
23,68
leerlingen (V)SO
230,78
0,00
230,78
leerlingen VO
370,50
0,00
370,50
2.312,25
0,00
2312,25
extra groei leerlingen VO
220,56
0,00
220,56
extra groei jongeren
249,86
0,00
249,86
land
41,10
-0,03
41,07
achterstandsleerlingen met drempel
(voortzetting op de volgende bladzijde)
Meicirculaire gemeentefonds 2021
58
Tabel 3 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven en
b.p.e. 2021
uitkeringsfactor
wijzigingen
b.p.e. 2022
volgens deze circulaire
deze circulaire
deze circulaire
land *bodemfactor gemeente
26,89
0,00
26,89
binnenw ater
38,03
-0,03
38,00
buitenw ater
22,97
0,00
22,97
oppervlakte bebouwing
588,37
0,00
588,37
oppervlakte bebouwing woonkernen
2.284,96
0,00
2.284,96
oppervlakte bebouw ing buitengebied
1.921,87
0,00
1.921,87
oppervlakte bebouw ing w oonkernen * bodemfactor w oonkernen
3.089,49
0,00
3.089,49
oppervlakte bebouw ing buitengebied*bodemfactor buitengebied
1.525,03
0,00
1.525,03
woonruimten
58,18
-1,14
57,04
woonruimten * bodemfactor woonkernen
50,79
0,00
50,79
3.200,28
0,00
3.200,28
opp. historische kernen, 40-64 ha
6.928,07
0,00
6.928,07
opp. historische kernen, ^4 ha
15.081,92
0,00
15.081,92
opp. historische kernen, ^0 ha
historische w aterw egen
15,58
0,00
15,58
bewoonde oorden
31,39
0,00
31,39
85,74
0,00
85,74
investeringsbudget stedelijke vernieuw ing (a)
6.087.306,96
0,00
6.087.306,96
investeringsbudget stedelijke vernieuw ing (b)
3.736.019,31
bewoonde oorden met historische kernen
3.736.019,31
0,00
omgevingsadressendichtheid (oad)
58,92
-0,46
58,46
omgevingsadressendichtheid met drempel
23,72
0,00
23,72
oeverlengte * bodemfactor gemeente
11,72
0,00
11,72
(oeverlengte+2*veen/kleiveengebied)*bf.gemeente*dh.factor
5,82
0,00
5,82
meerkernigheid
9.098,92
-23,87
9.075,05
meerkernigheid * bodemfactor buitengebied
14.878,30
0,00
14.878,30
75,28
0,00
75,28
250.088,62
46.476,82
296.565,44
vast bedrag voor Amsterdam
104.966.340,63
0,00
104.966.340,63
vast bedrag voor Rotterdam
64.491.778,38
0,00
64.491.778,38
vast bedrag voor Den Haag
51.369.893,65
-367.472,81
51.002.420,84
vast bedrag voor Utrecht
30.708.535,84
0,00
30.708.535,84
150.164,11
0,00
150.164,11
bedrijven vast bedrag voor iedere gemeente
vast bedrag Waddengemeenten 1 Voor Baarle-Nassau twee maal het vaste bedrag. (voortzetting op de volgende bladzijde)
Meicircula ire gemeentefonds 2021
59
Tabel 3 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven en
b.p.e. 2021
uitkeringsfactor
wijzigingen
b.p.e. 2022
volgens deze circulaire
jeugdigen in gezinnen met armoederisico
deze circulaire
deze circulaire
268,60
-30,63
237,97
basisonderw ijsleerlingen met leerlingengew icht 0.3
-1.786,78
203,62
-1.583,16
basisonderw ijsleerlingen met leerlingengew icht 1.2
-2.804,09
319,65
-2.484,44
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (particuliere hh)
-136,92
15,62
-121,30
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (hh met kinderen)
-535,72
61,11
-474,61
ouders met langdurig psychisch medicijngebruik
3.952,63
-450,91
3.501,72
eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen
1.398,76
-159,52
1.239,24
bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen
721,09
-82,23
638,86
eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen
1.909,93
-217,90
1.692,03
uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers
1.164,12
-111,44
1.052,68
wajongeren
876,32
-7,07
869,25
medicijngebruik met drempel
380,59
-2,07
378,52
417.700,17
-83.706,78
333.993,39
inw oners jonger dan 65 jaar
4,21
0,00
4,21
inw oners ouderen 65 t/m 74 jaar
0,19
0,00
0,19
inwoners ouderen 85 jaar en ouder
0,19
0,00
0,19
eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar
16,36
0,00
16,36
eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar
65,34
0,00
65,34
eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder
114,42
0,00
114,42
huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar
128,32
0,00
128,32
huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar
512,88
0,01
512,89 896,31
re-integratie klassiek
huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder
896,30
0,01
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 t/m 74 jaar
117,20
0,00
117,20
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 jaar
468,85
0,01
468,86
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en ouder
820,47
0,01
820,48
bedden
0,85
0,00
0,85
uitkeringsfactor
1,676
0,028
1,704
Meicircula ire gemeentefonds 2021
60
Tabel 4
Mutaties verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven
totaal
algemene
cluster
cluster
cluster
cluster
mutaties
Eigen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
middelen
participatie
burgerparticipatie
onroerendezaakbelasting w aarde w oningen eigenaren
0,005661«fc
0,005661«fc
onroerendezaakbelasting w aarde niet-w oningen gebruikers
-0,003347«fc
-0,003347y0
onroerendezaakbelasting w aarde niet-w oningen eigenaren
-0,004154«fc
-0,00415407o
cluster
cluster
cluster
cluster
ontw ik-
overige
Maatsch. Volksgezondheid
cluster
Riolering
Bestuur en
Overig
keling UB
ontw ikkelignen
en reiniging
alg. ondersteuning
ondersteuning
0,07
-
-0,10
-
-0,04
0,03
-0,43
0,61
-
kernen met 500 of meer adressen
-38,83
-
-
-
-38,83
-
-
-
-
inw oners jongeren jonger dan 18 jaar
-57,81
-
-1,50
-56,37
-
0,06
-
-
-
inw oners ouderen 65 jaar en ouder
-6,53
-
-
-
-6,53
-
-
-
-
inw oners
huishoudens met laag inkomen
-0,19
-
-0,22
-
-
0,03
-
-
-
-24,70
-20,53
-2,59
-
-1,87
0,29
-
-
-
bijstandsontvangers
-4,50
-
-5,09
-
-
0,59
-
-
-
uitkeringsontvangers
-0,56
-
-0,64
-
-
0,08
-
-
-
eenpersoonshuishoudens
-2,64
-2,40
-
-
-0,24
-
-
-
-
lage inkomens met drempel
minderheden
-2,73
-
-3,07
-
-
0,34
-
-
-
-81,38
-
-3,75
-78,05
-
0,42
-
-
-
huishoudens
-0,13
-
-0,15
-
-
0,02
-
-
-
klantenpotentieel lokaal
-0,11
-
-0,05
-
-0,06
-
-
-
-
klantenpotentieel regionaal
-1,09
-0,97
-0,12
-
-
-
-
-
-
land
-0,03
-
-0,03
-
-
-
-
-
-
binnenw ater
-0,03
-
-0,03
-
-
-
-
-
-
w oonruimten
-1,14
-
-
-
-
-
-1,14
-
-
omgevingsadressendichtheid (oad)
-0,46
-0,37
-0,20
-
0,11
-
-
-
-
-
-
eenouderhuishoudens
meerkernigheid vast bedrag voor iedere gemeente vast bedrag voor Den Haag
-23,87
-
-26,89
-
-
3,02
-
46.476,82
-
-6,57
-
0,21
586,88
-
-367.472,81
-
-
-
-
-
-
Meicirculaire gemeentefonds 2021
45.896,30 -
61
-367.472,81
Tabel 4
Mutaties verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven
totaal
algemene
cluster
cluster
cluster
cluster
mutaties
Eigen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
middelen
participatie
burgerparticipatie
cluster
cluster
cluster
cluster
ontw ik-
overige
Maatsch. Volksgezondheid
cluster
Riolering
Bestuur en
Overig
keling UB
ontw ikkelignen
en reiniging
alg. ondersteuning
-0,003
0,000
ondersteuning
jeugdigen in gezinnen met armoederisico
-30,63
-
-
-30,63
-
basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0.3
203,62
-
-
203,62
-
basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 1.2
319,65
-
-
319,65
-
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (particuliere hh)
15,62
-
-
15,62
-
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (hh met kinderen)
61,11
-
-
61,11
-
ouders met langdurig psychisch medicijngebruik
-450,91
-
-
-450,91
-
eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen
-159,52
-
-
-159,52
-
bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen
-82,23
-
-
-82,23
-
eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen
-217,90
-
-
-217,90
-
uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers
-111,44
-
-
-110,18
-1,26
w ajongeren
-7,07
-
-
-
-7,07
medicijngebruik met drempel
-2,07
-
-
-
-2,07
-
-
-
re-integratie klassiek
-83.706,78
-83.706,78
huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar
0,01
-
-
-
0,01
huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder
0,01
-
-
-
0,01
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 jaar
0,01
-
-
-
0,01
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en ouder
0,01
-
-
-
0,01
uitkeringsfactor
0,028
0,031
Meicirculaire gemeentefonds 2021
62
Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2022 per cluster Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2021 uitkeringsjaar 2022 totaal
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
c luster
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
Eigen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
Maatsch.
Educatie
Volks
Cultuur en
Infrastruc. en
Riolering
OOV
Bestuur en alg.
Overig
middelen
participatie
burgerparticipatie
gezondheid
ontsp.
gebiedsontw.
en reiniging
1,04
0,80
51,81
16,32
-5,47
51,81
-
-
-
-
-
-
55.518,40
-
-
onroerendezaakbelasting w aarde woningen eiļ
-0,0837630
-0,0837630
onroerendezaakbelasting w aarde niet-w oninge
-0,1314520o
-0,1314520
onroerendezaakbelasting w aarde niet-w oninge
-0,ie3im0
-0,1631110
inwoners
ondersteuning
ondersteuning
161,55
-
7,66
3,15
-
34,04
60.291,06
-
-
-
-
4.772,66
ozb-w aarde van de niet-w oningen gedeeld doo
380,05
-
-
-
-
-
-
-
-
42,31
-
337,74
-
-
inwoners jongeren jonger dan 18 jaar
718,92
-
-
17,35
507,65
0,22
182,60
11,10
-
-
-
-
-
-
inwoners ouderen 65 jaar en ouder
100,80
-
-
1,73
-
98,63
-
0,44
-
-
-
-
-
-
inwoners ouderen 75 t/m 84 jaar
26,45
-
-
0,30
-
26,07
-
0,08
-
-
-
-
-
-
huishoudens met laag inkomen
30,64
-
-
2,59
9,58
1,57
-
0,66
-
16,24
-
-
-
-
691,14
-
183,38
29,69
55,74
359,41
41,71
7,51
-
-
-
13,70
-
-
bijstandsontvangers
2.148,46
-
1.954,32
53,27
-
127,57
-
13,30
-
-
-
-
-
-
loonkostensubsidie
1.954,21
-
1.954,21
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
uitkeringsontvangers
86,21
-
-
7,52
-1,58
78,37
-
1,90
-
-
-
-
-
-
eenpersoonshuishoudens
51,62
-
21,52
-
-
30,10
-
-
-
-
-
-
-
-
minderheden
323,39
-
-
34,89
72,29
58,79
48,35
8,82
-
21,47
-
57,82
20,96
-
minderheden met drempel
325,13
-
-
-
-
-
217,61
-
-
-
-
65,25
42,27
-
eenouderhuishoudens
817,33
-
-
42,85
676,03
87,60
-
10,85
-
-
-
-
-
-
huishoudens
90,61
-
-
1,79
-
17,55
-
0,46
70,81
-
-
-
-
-
klantenpotentieel lokaal
46,07
-
-
0,54
-
8,71
-
0,13
34,00
2,02
-
0,67
-
-
klantenpotentieel regionaal
23,68
-
8,70
1,31
0,54
5,20
0,07
0,31
8,80
-0,63
-
2,00
-2,62
-
230,78
-
-
-
-
-
230,78
-
-
-
-
-
-
-
kernen met 500 of meer adressen
lage inkomens met drempel
leerlingen (V)SO leerlingen VO
0,39
370,50
-
-
0,03
-
0,09
370,37
0,01
-
-
-
-
-
-
2.312,25
-
-
-
-
-
2.312,25
-
-
-
-
-
-
-
extra groei jongeren
249,86
-
-
-
-
-
249,86
-
-
-
-
-
-
-
extra groei leerlingen VO
220,56
-
-
-
-
-
220,56
-
-
-
-
-
-
-
land
41,07
-
-
0,32
-
1,13
8,59
0,08
-
28,12
-2,97
4,79
1,01
-
land *bodemfactor gemeente
26,89
-
-
-
-
-
-
-
-
25,58
1,31
-
-
-
binnenwater
38,00
-
-
0,30
-
1,08
8,56
0,08
-
27,98
-
-
-
-
buitenwater
22,97
-
-
-
-
-
-
-
-
15,28
-
7,69
-
-
2.284,96
-
-
-
-
-
-
-
-
2.284,96
-
-
-
-
achterstandsleerlingen met drempel
oppervlakte bebouwing woonkernen
Meicirculaire gemeentefonds 2021
63
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2021 uitkeringsjaar 2022 totaal
cluster
cluster
cluster
cluster
c luster
cluster
cluster
cluster
cluster
c luster
c luster
cluster
cluster
Eigen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
Maatsch.
Educatie
Volks
Cultuur en
Infrastruc. en
Riolering
OOV
Bestuur en alg.
Overig
middelen
participatie
burgerparticipatie
gezondheid
ontsp.
gebiedsontw.
en reiniging
ondersteuning
ondersteuning
oppervlakte bebouwing buitengebied
1.921,87
-
-
-
-
-
-
-
-
1.921,87
-
-
-
-
oppervlakte bebouwing woonkernen * bodemfa
3.0e9,49
-
-
-
-
-
-
-
-
3.089,49
-
-
-
-
oppervlakte bebouwing buitengebied*bodemfac
1.5255,03
-
-
-
-
-
-
-
-
1.525,03
-
-
-
-
588,37
-
-
-
-
-
-
-
-
460,21
-
128,16
-
-
w oonruimten
57,04
-26,74
-
-
-
-
-
-
-
55,81
-63,79
58,66
33,10
-
w oonruimten * bodemfactor w oonkernen
50,79
-
-
-
-
-
-
-
-
32,15
18,64
-
-
-
opp. historische kernen, ^0 ha
3.200,28
-
-
-
-
-
-
-
331,45
2.868,83
-
-
-
-
opp. historische kernen, 40-64 ha
6.928,07
-
-
-
-
-
-
-
331,25
6.596,82
-
-
-
-
opp. historische kernen, ^4 ha
15.081,92
-
-
-
-
-
-
-
331,57
14.750,35
-
-
-
-
historische waterwegen
15,58
-
-
-
-
-
-
-
-
15,58
-
-
-
-
bewoonde oorden
31,39
-
-
-
-
-
-
-
-
13,95
-
-
17,44
-
bewoonde oorden met historische kernen
85,74
-
-
-
-
-
-
-
85,74
-
-
-
-
-
investeringsbudget stedelijke vernieuwing (a)
6.087.306,96
-
-
-
-
-
-
-
-
6.087.306,96
-
-
-
-
investeringsbudget stedelijke vernieuwing (b)
3.736.019,31
-
-
-
-
-
-
-
-
3.736.019,31
-
-
-
-
omgevingsadressendichtheid (oad)
58,46
-
3,23
2,30
0,54
-2,89
2,86
0,56
-
39,05
3,02
13,24
-3,45
-
omgevingsadressendichtheid met drempel
23,72
-
-
-
-
-
-
-
-
19,08
-
4,64
-
-
oeverlengte * bodemfactor gemeente
11,72
-
-
-
-
-
-
-
-
7,25
4,47
-
-
-
(oeverlengte+2*veen/kleiveengebied)*bf.gemee
5,82
-
-
-
-
-
-
-
-
3,60
2,22
-
-
-
9.075,05
-
-
312,78
-
81,92
-
-
-
14.878,30
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
76,29
oppervlakte bebouwing
meerkernigheid meerkernigheid * bodemfactor buitengebied bedrijven vast bedrag voor iedere gemeente
75,28 296.565,44
34.965,00
4.480,81
1.114,72
4.422,19
8.978,88
-
3.143,44
14.878,30
-
-
-
-
-
63,07
-
5,70
-
606,13
-
26.323,27
-
-
-
-
-
-
6,51
-
221.135,06
-
vast bedrag voor Utrecht
30.708.535,84
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
30.708.535,84
vast bedrag voor Den Haag
51.002.420,84
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
51.002.420,84
vast bedrag voor Rotterdam
64.491.778,38
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
64.491.778,38
vast bedrag voor Amsterdam
104.966.340,63
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
104.966.340,63
vast bedrag Waddengemeenten
150.164,11
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
150.164,11
w adden, t/m 2500 inwoners
201,79
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
201,79
w adden, van 2501 t/m 7500 inw oners
132,44
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
132,44
wadden, vanaf 7501 inwoners
33,62
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
33,62
Meicirculaire gemeentefonds 2021
64
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2021 uitkeringsjaar 2022
totaal
jeugdigen in gezinnen met armoederisico
cluster
cluster
cluster
cluster
cluster
Eigen
Inkomen en
Samenkracht en
Jeugd
Maatsch.
middelen
participatie
burgerparticipatie
237,97
-
237,97
-1.583,16
-
-1.583,16
basisonderwijsleerlingen met leerlingengewichl
-2.484,44
-
-2.484,44
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (particul
-121,30
-
-121,30
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (hh met
-474,61
-
-474,61
ouders met langdurig psychisch medicijngebruil
3.501,72
-
3.501,72
eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen
1.239,24
-
1.239,24
bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen
638,86
-
638,86
eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen
1.692,03
-
1.692,03
uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers
1.052,68
-
856,00
869,25
medicijngebruik met drempel re-integratie klassiek
cluster
cluster
cluster
Riolering
OOV
Bestuur en alg.
Overig
ontsp.
gebiedsontw .
en reiniging
gezondheid
ondersteuning
378,52
4,21
4,21
0,19
0,19
inwoners ouderen 85 jaar en ouder
0,19
0,19
16,36
16,36
65,34
65,34
eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder
114,42
114,42
huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar
128,32
128,32
huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar
512,89
512,89 896,31
huishoudens met laag inkomen 85 jaar en oudei
896,31
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 t/m 7-
117,20
117,20
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 jaa r
468,86
468,86
gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en ouder
820,48
820,48
0,85
0,85
bedden
cluster
Infrastruc. en
333.993,39
inwoners ouderen 65 t/m 74 jaar
eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar
cluster
Cultuur en
196,68
inwoners jonger dan 65 jaar
eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar
cluster
Volks-
869,25
378,52 333.993,39
cluster
Educatie
ondersteuning
basisonderwijsleerlingen met leerlingengewichl
wajongeren
cluster
Meicirculaire gemeentefonds 2021
65
Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2021-2026 Opbouw algemene uitkering 2021-2026 (in duizenden euro's)
Algemene uitkering voorafgaand jaar
2021
2022
2023
2024
2025
2026
26.884.046
28.496.874
28.282.613
28.526.142
29.082.173
29.860.138
1.030.017
1.036.297
801.316
806.097
950.430
Vindplaats
algemene mutaties -
accres
-
accres tranche 2019 (incidenteel)
-
accres bijstelling tranches 2022 en verder
-126.501
-127.392
-111.257
-30.695
-
lagere apparaatskosten
-270.000
-130.000
-135.000
-140.000
-
plafond BTW-compensatiefonds
-
Plafond BTW-compensatiefonds (afrekening 2020)
-
onderzoeksagenda CPB
-
knelpunten verdeelproblematiek
september 2019, ş 2.2-1
-16.071
mei 2020, ş 2.2-1 923.999
september 2020, Ş 2.2-2
-128.162 96.022
mei 2020, Ş 2.2-2 -96.022
mei 2021, Ş 2.2-2
250 -85
-87
-601
379
-
groeiopgave Almere
-
veilig Thuis
-
bevolkingsdaling
-
kennisscentrum explosieven WOII
-908
-
raadsledenvergoeding kleine gemeenten
-303
mei 2020, ş 2.2-1
september 2017, Ş 2.2-3 -89
-91
-93
-95
mei 2018, Ş 2.2-3 mei 2020, Ş 2.2-4
-4.800
mei 2018, Ş 2.2.6 11.245
september 2020, Ş 2.2-3 908
mei 2021, Ş 2.2-5 mei 2021, Ş 2.2-6
cluster Inkomen en participatie -
re-integratie klassiek
-3
-
loon- en prijsbijstelling
-258
-245
maart 2018, Ş 2.2-4
-
aanvullende pakket re-integratie
49.132
-88.438
december 2020, Ş 2.2-1
-
gemeentelijk schuldenbeleid
15.000
-30.000
december 2020, Ş 2.2-2
-
bijzondere Bijstand
5.000
-10.000
december 2020, Ş 2.2-2
-
impuls Re-integratie
48.264
-48.264
december 2020, Ş 2.2-1
-
tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK)
65.000
-65.000
maartbrief 2021, Ş 2.2-1
-238
-251
mei 2019, Ş 2.2-7
cluster Maatschappelijke ondersteuning -
wmo 2015 m.u.v. Beschermd Wonen
10.730
-3.379
-
wmo /huishoudelijke verzorging
51.718
1
-
abonnementstarief Wmo
5.000
-
loon- en prijsbijstelling
3.979
-147
-
uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten
1.035
18.060
-
geen aanspraak op begeleiding
-
overgangsrecht Levenslang
-
ambulantisering in de ggz
4.000
3.000
-
mobiliteitshulpmiddelen
13.900
-2.000
-
continuiteit van zorg (COVID-19)
-32.100
-
extra begeleiding kw etsbare groepen
37.000
-37.000
-
bestreiding eenzaamheid ouderen
36.500
-36.500
-3.343
mei 2019, Ş 2.2-7 maart 2018, Ş 2.2-5
-3.000 -185
maart 2018, Ş 2.2-7 -261
september 2019, Ş 2.2-8 september 2020, Ş 2.2-7
-9.000
-9.000
-9.000
mei 2021, Ş 2.2-11
1.157
1.157
1.157
mei 2019, Ş 2.2-10 september 2019, Ş 2.2-4
-1.500
-1.000
december 2020, Ş 2.2-4 december 2020, Ş 2.2-3 maartbrief 2021, Ş 2.2-2 maartbrief 2021, Ş 2.2-3
cluster Samenkracht en burgerparticipatie -
toezicht en handhaving kinderopvang en gastouderopvang
550
mei 2021, Ş 2.2-15
-
toezicht voorschoolse educatie
-
landelijke vreemdelingenvoorzieningen
275
-488
mei 2020, Ş 2.2-6
600
4.400
-
compensatieregeling quartainekosten
-
buurt- en dorpshuizen
-17.000
mei 2019, Ş 2.2-18
-
perspectief jeugd en jongeren
19.000
-19.000
maartbrief 2021, Ş 2.2-5
-
jongerenwerk jeugd
14.000
-14.000
maartbrief 2021, Ş 2.2-6
-
mentale ondersteuning jeugd
11.500
-11.500
maartbrief 2021, Ş 2.2-7
-
activiteiten en ontmoetingen jeugd
8.000
-8.000
maartbrief 2021, Ş 2.2-8
-4.000
december 2020, Ş 2.2-5 september 2020, Ş 2.2-4
cluster Jeugd -
jeugdhulp m.u.v. Voogdij/^
22.758
-1
-
loon- en prijsbijstelling
1.342
57
-
verrekening Voogdij 18+
-17.837
-7.508
-
ketensystemen jeugd
127
-
uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten
889
-
jeugdhulp
-
verhoging leeftijdsgrenzen gezinshuizen
-
compensatieregeling Voogdij/^
-
inhaalzorg Jeugdw et
-
vrijw illigersorganisaties jeugd
-7.300
-
aanpak problematiek jeugdzorg
438.000
maart 2018, Ş 2.2-3 -46
september 2019, Ş 2.2-8-11 mei 2021, Ş 2.2-9 338
mei 2018, Ş 2.2-10
6.204
september 2020, Ş 2.2-7 -300.000
1.700
1.700
5.368
-6.379
september 2020, Ş 2.2-5
1.900
mei 2019, Ş 2.2-16 mei 2019, Ş 2.2-8
-34.300
juni 2020, Ş 2.1-2 september 2020, Ş 2.2-6 -438.000
mei 2021, Ş 2.2-7
cluster Cultuur en ontspanning -
lokale culturele voorzieningen
-60.000
-
lokale culturele voorzieningen
-60.000
juni 2020, Ş 2.1-1 september 2020, Ş 2.2-8
cluster Volksgezondheid -
rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent
-
prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg
4.423
-639
42
42
september 2018, Ş 2.2-7
5.300
mei 2021, Ş 2.2-14
cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling -
Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD III)
-1.797
-
handhaving energielabel C kantoren
1.221
-
beter kenbaar
mei 2020, Ş 2.2-12 -1343
-95
september 2020, Ş 2.2-9 mei 2021, Ş 2.2-17
cluster Bestuur en algemene ondersteuning -
GDI voorzieningen
2.562
-
digiD en MijnOverheid
3.906
december 2020, Ş 2.2-8
-
handelsregister
-806
-
donorw et
3.000
-
gebruik centrale voorzieningen Basisregistratie Ftersonen
4.457
-
permanente registratie en briefstembureau kiezers buitenland
-338
-
vervangend briefstembew ijs
-462
-
logisch ontw erp GBA
-300
-
persoonskaartenarchief
-50
-
Wet Open Overheid (structureel)
21.031
-
Wet Open Overheid (incidenteel)
24.979
december 2020, Ş 2.2-7 806
mei 2018, Ş 2.2-15 september 2019, Ş 2.2-13 december 2020, Ş 2.2-6
-616
december 2020, Ş 2.2-9 december 2020, Ş 2.2-10 december 2020, Ş 2.2-11 december 2020, Ş 2.2-12 5.258
5.257
5.258
5.258
mei 2021, Ş 2.2-18 mei 2021, Ş 2.2-18
cluster Openbare orde en veiligheid -
toezicht en handhaving
-
versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
-50.000
september 2020, Ş 2.2-10
6.979
mei 2021, Ş 2.2-21
cluster Riolering & reiniging -
afvalverw erking
28.000
-28.000
Algemene uitkering
28.496.874
28.282.613
maartbrief 2021, Ş 2.2-4 28.526.142
29.082.173
29.860.138
Meicirculaire gemeentefonds 2021
30.780.114
66
Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2020 BTW-compensatiefonds
Omschrijving
Departement BZK
Bedrag in C 1.000 35.192
Eerste tranche woningbouwimpuls (totaal C 290 miljoen)
Circulaire n.v.t. (SPUK BZK)
Afdracht i.h.k.v. de Regeling Impuls Verkeersveiligheid
I&W
17.508
n.v.t. (SPUK I&W)
Afdracht inzake het project Rotterdamsebaan
I&W
7.7 56
n.v.t. (SPUK I&W)
Tweed een derde tranche diverse Regiodeals
LNV
6.628
septcirc pf 2019, 3.2-1
Regeling Reductie Energieverbruik (Woningen)
I&W
5.910
septcirc gf 2019, 3 .2-4
Regeling huisvesting kwetsbare groepen
BZK
4.4 76
meicirc gf 2019, 3.2-5
Incidentele beschikking P rovincie N oord Brabant SmartWayZ 2020
I&W
4.255
n.v.t. (SPUK I&W)
Flexpools i.h.k.v. 'het doorbouwplan' Provincies
BZK
3.442
n.v.t. (SPUK BZK)
Fietssnelroutes
I&W
2.706
n.v.t. (SPUK I&W)
Incidentele subsidies
I&W
2.298
n.v.t. (SPUK I&W)
A a rdg asvrije Wijken
BZK
2.169
septcirc. gf 2 019, 3.2-3
Uitkering inburgering gemeenten (VOI)
SZW
2.095
septcirc. gf 2 019, 3.2-9
O ntzorging maatschappelijk vastgoed provincies
BZK
2.000
n.v.t. (SPUK BZK)
I nterbestuurlijke P rogramma Vitaal P latteland provincies
LNV
1.636
n.v.t. (SPUK LNV)
Brede Doel U itkering (BDU) 2020 (o.a. fietssnelroutes, slimme duur zame mobiliteit, etc.) U itvoering Nationaal Programma Groningen
I&W
1.552
n.v.t. (SPUK I&W)
BZK
1.134
n.v.t. (SPUK BZK)
Veilig, Duurzaam en Doelmatig
I&W
948
n.v.t. (SPUK I&W)
O pdracht laadpleinen
I&W
750
meicirc. gf 2 019, 3.2-25
Re-integratiebudgetten gemeenten
SZW
694
Pilots Veranderopgave Inburgering (VOI) 2020
SZW
646
Wijziging GF 3 december 2020 meicirc gf 2 019, 3 .2-12
Decentralisatie-uitkering crisisdienstverlening
SZW
460
deccirc. gf 2 020, 3.2-2
Tweede tranche Uitvoeringspilots Ruimtelijke adaptatie
I&W
444
deccirc gf 2019, 3.2-12
Eerste tranche gerichte opkoop veehouderijen
LNV
417
n.v.t. (SPUK LNV)
M obility as a Service (MaaS)
I&W
386
meicirc gf 2019, 3 .2-37
Innovatiebudget Agenda Digitale overheid gemeenten
BZK
345
deccirc gf 2019, 3.2-10
Erfgoed Deal gemeenten
OCW
315
meicirc gf 2020, 3.2-1
Regiodeal Achterhoek
LNV
278
septcirc. gf 2 019, 3.2-2
Erfgoed Deal provincies
OCW
261
meicirc gf 2 020, 3.2-13
Derde termijn regiodeal Zeeland
LNV
250
septcirc. gf 2 019, 3.2-1
Derde termijn regiodeal Brainport Eindhoven
LNV
230
septcirc pf 2019, 3 .2-9
T weede termijn regiodeal 't G roene Hart
LNV
225
septcirc pf 2019, 3 .2-9
Bijdrage gemeenten t.b.v. toeslagengedupeerden
FIN
214
n.v.t. (SPUK Finaniën)
Woondeal Arnhem-Nijmegen
BZK
130
deccirc gf 2019, 3.2-14
I nterbestuurlijke P rogramma Vitaal P latteland gemeenten
LNV
113
deccirc gf 2019, 3.2-14
O verboeking BCF naar gemeentefonds uitvoering DigiD en M ijnOverheid O verig
BZK
-167
meicirc. gf 2 019, 2.2-21
Div.
872
n.v.t.
Totaal
108.641
Meicirculaire gemeentefonds 2021
67
Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling Suppletie-uitkering Bommenregeling Gemeente
Aalten
Toegekend bedrag 2021 Gemeente
85.134 Mook en Middelaar
Altena
37.971 Neder-Betuwe
Amersfoort
760.283 Nijmegen
Toegekend bedrag 2021
38.326 35.022 1.128.308
Amsterdam
282.813 Oldambt
4.080
Apeldoorn
2.742.670 Oosterhout
263.480
Asten
52.076 Oss
52.113
Beesel
6.019 Oude IJsselstreek
9.897
Berg en Dal
273.187 Overbetuwe
292.652
Bergeijk
103.224 Renkum
147.247
Bergen L
3.604 Rheden
27.089
Bergen op Zoom
93.401 Rhenen
15.849
Bodegraven-Reeuwijk Breda
2.618 Roerdalen
184.180
228.369 Roosendaal
261.014
Coevorden
4.588 Schouwen-Duiveland
30.412
Cuijk
9.084 's-Gravenhage
232.953
253.085 's-Hertogenbosch
96.948
Dalfsen De Bilt
6.188 Sint-Michielsgestel
24.886
Den Helder
14.580 Sittard-Geleen
77.319
Deventer
597.667 Sliedrecht
13.203
Dordrecht
441.329 Sluis
847.181
Drimmelen
211.883 Son en Breugel
20.361
Echt-Susteren
75.561 Stichtse Vecht
51.700
Ede
1.946.683 Terneuzen
430.826
Eemsdelta
1.334.539 Tiel
21.561
Eindhoven
363.680 Uden
Enschede
284.212 Valkenswaard
7.007
Etten-Leur
18.292 Veere
58.951
Gennep
17.597 Veldhoven
113.966
Goes
387.205 Velsen
131.165
Gooise Meren
721.877 Venlo
189.867
Gouda
54.083 Venray
517.819
143.135 Vlissingen
375.735
Haarlem Haarlemmermeer
24.336
1.946.532 Voorst
131.150
Harderwijk
23.506 Vught
80.895
Heerenveen
29.319 Waalre
3.767
Heerlen
1.471.630 West Maas en Waal
Hellendoorn
6.892 Winterswijk
16.124 99.412
Horst aan de Maas
94.430 Woensdrecht
14.312
Kapelle
13.412 Zaltbommel
38.652
Krimpenerwaard
22.538 Zevenaar
123.055
Lingewaard
344.654 Zoetermeer
14.704
Lochem
1.023.539 Zutphen
40.778
Maasdriel
40.171 Zwijndrecht
10.200
Middelburg
258.267 Zwolle
71.184
Moerdijk
640.079 Totaal
23.841.292
Meicirculaire gemeentefonds 2021
68
Bijlage 2.6.1 Aanvullende informatie uitkeringsfactor
Het begrip uitkeringsfactor Op diverse plaatsen in deze circulaire wordt de term uitkeringsfactor genoemd, de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor. De berekening van de uitkeringsfactor is gebaseerd op twee grootheden. De eerste is globaal genomen de som van de algemene uitkering en de ozb-maatstaf, een bedrag van ongeveer C 30 miljard. De tweede is de zogenaamde uitkeringsbasis, ongeveer C 18 miljard. Dat bedrag wordt verkregen door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid (de uitkomst hiervan heet de - landelijke - uitkeringsbasis; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente: het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). Beide grootheden worden op elkaar gedeeld om uit te komen op de uitkeringsfactor, die nu ongeveer 1,600 à 1,800 bedraagt. Afronding op drie decimalen is gebruikelijk. Bij definitieve vaststelling van de uitkeringsfactor wordt afgerond op vier decimalen.