Kader wet Inburgering invoeringsdatum 1 januari 2022 Snel en volwaardig meedoen.pdf
Tekst van het document
SNEL EN VOLWAARDIG MEEDOEN Kader 2022-2026 nieuwe wet Inburgering
Ter attentie van Gemeenteraden Ermelo, Harderwijk en Zeewolde Auteur Afdeling Samenleving Pauline Verheule mmv Pieneke Koops, Johanna de Veer en Jelmer Joustra Onderwerp Wet Inburgering 2022 Datum 11 september 2020/ 19 januari 2021
Inhoud Pagina
Hoofstuk 1
De nieuwe wet Inburgering ………………………………………………………...
3
Inleiding ……………………………………………………………………………………………. Wie moet inburgeren? ………………………………………………………………………….. Waarom gaat het inburgeringsstelsel op de schop? ………………………………………. Punten van aandacht ……………………………………………………………………………..
3 3 4 5
Portret Rimaz Ahmad ……………………………………………………………………………………….
7
Inburgeren in Ermello, Harderwijk en Zeewolde ………………………………….
8
1.1 1.2 1.3 1.4
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.3 2.4
Kengetallen …………………………………………………………………………………………. Veranderopgave inburgering …………………………………………………………………… Meerinzicht ………………………………………………………………………………………….. Vluchtelingenwerk …………………………………………………………………………………. Taalscholen – marktconsultatie leerroutes …………………………………………………… Klankbordgroep statushouders …………………………………………………………………. Samenwerkingspartners ………………………………………………………………………….. Project Wie ben je?, wat kun je?, wat heb je nodig? …………………………………………….
8 9 9 10 11 11 11 11
Portret Mustafa Saleh …………………………………………………………………………………………
13
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, ambities en doelen …………………………………………………. 3.1 Uitgangspunten en ambitie ……………………………………………………………………….. 3.2 Doelen …………………………………………………………………………………………………. 3.3 Instrumenten …………………………………………………………………………………………. 3.4 Kwaliteitsbewaking …………………………………………………………………………………. 3.5 Verbinding Sociaal Domein ………………………………………………………………………..
14 14 14 14 15 15
Portret Salifu Sesine ……………………………………………………………………………………………
17
Hoofdstuk 4 Middelen ……………………………………………………………………………………. 4.1 Invoeringskosten ……………………………………………………………………………………. 4.2 Uitvoering ……………………………………………………………………………………………..
18 18 18
Portret Sesayt Tesfation ………………………………………………………………………………………
20
Uitvoering …………………………………………………………………………………..
21
Diensten - Instrumenten ……………………………………………………………………………. Ketenafspraken ……………………………………………………………………………………….
21 23
Procucten inburgering 2022 ……………………………………………………………… Kengetallen % voldaan aan inburgering, taalniveau en doorlooptijd …………….
24 27
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Bijlage 1 Bijlage 2
2
Hoofdstuk 1 De nieuwe wet Inburgering
1.1 Inleiding De nieuwe wet Inburgering treedt op 1 januari 2022 in werking. Hiermee krijgen de gemeenten de regie over het inburgeringsproces van alle inburgeringsplichtigen. De gemeenten krijgen een centrale rol in de intake, begeleiding en advisering van de inburgeringsplichtigen en het organiseren van de drie leerroutes die onderdeel zijn van het inburgeringsaanbod. Hiermee komt een eind aan de versnippering die onder het huidige inburgeringsstelsel bestaat. Nieuwkomers integreren in de Nederlandse samenleving als ze sociaal economisch en sociaal cultureel meedoen. Door het volgen van onderwijs, het verwerven van de taal en te werken vindt op sociaal economisch gebied integratie plaats. Ook dragen het hebben van sociale contacten en maatschappelijk participeren door bijvoorbeeld aan te sluiten bij een sportclub of een andere maatschappelijke organisatie, bij aan het onderdeel worden van de samenleving. In de wet Inburgering is aandacht voor beide aspecten en deze kunnen in samenhang een plek krijgen in het plan dat met en voor de inburgeraar opgesteld wordt om zijn traject te volbrengen en af te ronden met een inburgeringsexamen. Leeswijzer Dit kader is opgebouwd uit vijf hoofdstukken.
Het eerste hoofdstuk beschrijft de aanleiding voor de invoering van de nieuwe wet Inburgering (1.1), geeft inzicht in wie moet inburgeren (1.2), gaat in op de stelselwijziging (1.3) en levert punten van aandacht bij de totstandkoming van de wet (1.4). Hoofdstuk twee geeft inzicht in de situatie in de drie gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde met Kengetallen (2.1), de Veranderopgave (2.2) en samenwerkingspartners (2.3) en staat kort stil bij het project Wie ben je, wat kun je en wat heb je nodig? (2.4). Hoofdstuk 3 omvat de uitgangspunten, ambities (3.1) en doelen voor de uitvoering van de nieuwe wet (3.2) en geeft inzicht, op hoofdlijnen, in hoe de instrumenten daar aan bijdragen (3.3). Er is informatie over de kwaliteitsbewaking (3.4) en hoe de verbinding met andere onderdelen in het sociaal domein bestaat (3.5). De middelen staan beschreven in hoofdstuk 4. En het kader sluit af met informatie over de uitvoering met een beschrijving van diensten-instrumenten (5.1) en inzicht in de ketenafspraken (5.2). Verspreid over deze nota zijn portretten van nieuwkomers te vinden die moeten of moesten inburgeren.
1.2
Wie moet inburgeren?
De gemeenten spreken in het algemeen over het inburgeren van statushouders en ook over nieuwkomers. Toch is een nieuwkomer niet altijd iemand die ook moet inburgeren. Inburgeringsplichtig zijn vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een bepaalde tijd en die anders dan voor een tijdelijk doel in Nederland verblijven. Net als onder het huidige stelsel zijn ook onder het nieuwe stelsel inburgeringsplichtig asielstatushouders, gezinsmigranten en een groep overige inburgeraars. A Statushouders en hun nareizigers Statushouders zijn vluchtelingen die door de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) worden erkend en een vluchtelingenstatus krijgen. Zij komen eerst in asielzoekerscentra (AZC). Het Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA) vangt hen op en koppelt statushouders aan een gemeente waar ze zich huisvesten. Nareizigers zijn nareizende familieleden van de statushouder die na inwilliging van de gezinshereniging in Nederland mogen verblijven. Zij komen dus terecht bij hun familielid die al woonachtig is in een gemeente. B Gezinsmigranten en overige inburgeraars Gezinsmigranten zijn personen die hier voor gezinshereniging of gezinsvorming komen. Het gaat om personen die een Nederlandse partner hebben. Inburgering start voor gezinsmigranten met een basisexamen inburgering dat al in het land van herkomst wordt afgelegd.
Ook geestelijk bedienaren (dominees, priesters en imams) en vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor een onbepaald verblijfdoel zijn onderdeel van deze groep. In de overgang naar het nieuwe stelsel is het vanaf 1 mei 2020 voor Turkse asielstatushouders, hun nareizigers en hun gezinsleden verplicht om in te burgeren. Turkse gezinsmigranten en overige migranten blijven tot de
3
invoering op 1 januari 2022 uitgezonderd van de inburgeringsplicht. Na de invoering zijn alle Turkse nieuwkomers verplicht om in te burgeren. Het te volgen inburgeringstraject voor statushouders is omvattender dan die voor gezinsmigranten. En de nieuwe wet is van toepassing voor statushouders vanaf 16 jaar (als je niet al onderwijs volgt in Nederland) tot de AOW leeftijd. Binnen drie jaar inburgeren Personen met een inburgeringsplicht moeten binnen drie jaar hun traject afronden met een inburgeringsexamen. De inburgerplicht en de inburgertermijn zijn daarbij twee termen. Inburgeringplicht start op de datum waarop het verblijfsrecht door de IND bekend gemaakt is. De inburgeringstermijn start op de datum van de vaststelling van het Plan Inburgering en Participatie (PIP) en loopt dan drie jaar. Overgang oude naar nieuwe stelsel In aanloop naar de invoering van het nieuwe stelsel is ruimte gegeven om het taalniveau te verhogen voor die statushouders die onder het oude stelsel moeten inburgeren. Gemeenten, ook Ermelo, Harderwijk en Zeewolde, hebben in 2019 en 2020 een extra financiële impuls gekregen om statushouders intensiever te kunnen begeleiden in het volgen en aanbieden van taalonderwijs naast de al bestaande instrumenten zoals de ONA (Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt). In 2021 zullen gemeenten deze middelen ook ontvangen.
Met deze extra impuls is de zogenoemde ‘ondertussengroep’ bediend in de tekortkoming van het huidige stelsel. De uitvoering in Ermelo, Harderwijk en Zeewolde vindt plaats door Meerinzicht met het project ‘Wie ben je?, wat kun je?, wat heb je nodig?’ ook wel het project statushouders genoemd. In paragraaf 2.4 wordt dit project beschreven.
1.3 Waarom gaat het inburgeringsstelsel op de schop? Een te ingewikkelde en niet effectieve praktijk onder de huidige wet (2013) is de reden om een nieuwe wet Inburgering op te tuigen. Veel nieuwkomers blijven lange tijd in een bijstandsuitkering en participeren matig in de Nederlandse maatschappij. De samenhang tussen inburgering en meedoen – in de samenleving en op de arbeidsmarkt – ontbreekt. In het huidige stelsel moet de inburgeringsplichtige binnen drie jaar het inburgeringsexamen halen en hij bepaalt zelf hoe hij dat doet. Zelfstandig een weg vinden in het inburgeringsstelsel blijkt voor een grote groep inburgeringsplichtigen niet realistisch. Bovendien prikkelt het huidige stelsel niet om op het hoogste niveau de Nederlandse taal te leren. Het huidige stelsel is te versnipperd waarmee het doel van de snelle taalverwerving, integratie en toeleiding naar betaald werk niet of te weinig gehaald wordt. Dit blijkt uit het verslechteren van de slagingspercentages van het inburgeringsexamens. De nieuwe wet moet bijdragen aan het zo snel mogelijk deelnemen van nieuwkomers aan de samenleving, het liefst via betaald werk. Er wordt ingestoken op het volgen van één van de drie leerroutes met de bedoeling dat nieuwkomers bij voorkeur op het taalniveau B-1 komen. Ook komt de regie over het inburgeringstraject in één hand te liggen, bij de gemeente.
De bijstandsgerechtigde asielstatushouders worden de eerste zes maanden financieel ontzorgd. En de inburgeraar regelt niet zelf meer zijn inburgeringsaanbod maar deze verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten.
4
Schematisch weergave van het nieuwe inburgeringstraject: AZC/ toekenning asielstatus
Screening en matching
Koppeling aan gemeente
Aanvraag gezinsmigratie
Inburgeringsexamen buitenland
Inschrijving/ verhuizing naar gemeente
naar
1.4
Inschrijven/ verhuizen naar gemeente
Vervolg intake asielmigranten/ start intake gezinsmigranten
Vaststellen PIP en start uitvoering PIP
Maatschappelijke Begeleiding
Taallessen - leerroutes
Start brede intake gemeente
Start participatie in samenleving – PVT
Financieel ontzorgenfinancieel zelfredzaam
Ondersteunen zoeken naar werk - MAP
Punten van aandacht
Bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel zijn tussen rijk en gemeenten een aantal noten gekraakt. Dat heeft een paar keer tot uitstel van de invoering van de wet geleid. Eind april 2020 hebben de VNG en het ministerie van SZW overeenstemming bereikt en is de ruimte gekomen om de wet in te voeren. Financiële middelen Lange tijd is gesproken over de beschikbare middelen voor de uitvoering. De middelen uit het regeerakkoord voor het nieuwe stelsel, boven op de al bestaande uitvoeringsmiddelen, bleken ontoereikend om de uitvoering te kunnen doen. Door het rijk zijn daar extra middelen aan toegevoegd. In de bestuurlijke afspraken van april 2020 is hierover tussen het ministerie van SZW en de VNG een akkoord over bereikt. Het door het rijk beschikbaar gestelde geld voor de uitvoering is vooraf doorgerekend op de verschillende onderdelen. De VNG is akkoord gegaan met de bedragen en we weten dat het niet breed bemeten is. Fraude op taalscholen De afgelopen jaren verschenen regelmatig berichten over fraude op taalscholen. De inburgeraar had een lening via DUO en de taalschool kon het met hem of haar op een akkoord gooien over de behaalde examens zonder dat deze daadwerkelijk volbracht waren. De student kon de factuur ondertekenen en de middelen waren ‘vrij’. De inspectie van SZW zat hier bovenop en de school raakt zijn keurmerk kwijt als dit gebeurt en bekend werd.
Toch kwam dit in de praktijk voor. Vanaf 2022 ligt de regie over het inburgeringtraject bij de gemeenten en kopen de gemeenten ook de taaltrajecten in bij de taalscholen. Daarmee is er niet meer veel ruimte voor bovengenoemde praktijken. Via het PIP (persoonlijk plan inburgering en participatie) en de voortgangsgesprekken die door de gemeente gehouden worden, is betrokkenheid bij de voortgang van individuele trajecten. En door dichter op de taalscholen te zitten zullen misstanden eerder gesignaleerd kunnen worden. De organisatie Blik op werk blijft de door het rijk
5
aangewezen partij voor het verstrekken van een kwaliteitskeurmerk. Door intensiever met gemeenten samen te werken kan eerder en sneller gevolg gegeven worden aan vermoedens van fraude.
6
Portret
Even voorstellen: Dit is Rimaz Ahmad. Ze is 22 jaar en getrouwd. Rimaz woont sinds 2018 in Nederland en is al snel met haar inburgering begonnen. Inburgering
Naam: Rimaz Ahmad Woonplaats:
Ermelo
In Nederland sinds:
2018
Afkomst:
Syrische
Leeftijd:
22
Rimaz heeft vanaf 2018 eerst een deeltijd inburgeringsprogramma gevolgd van drie dagdelen in de week. Na die tijd heeft zij mee gedaan aan de versnelde inburgeringsroute. Deze voltijdroute duurde 40 weken en was acht dagdelen per week. Rimaz heeft in 2 jaar tijd Nederlands op B2 niveau geleerd. Rimaz wilde in maart inburgeringsexamen doen, maar vanwege Corona kon dat helaas toen niet door gaan. Rimaz heeft ondertussen examen gedaan en wacht de uitslag af.
Studie Rimaz wilde in Syrië juf worden. Tijdens haar inburgering is er veel samengewerkt met het UAF (stichting voor vluchtelingen studenten). Samen met het UAF heeft Rimaz gekeken wat de beste vervolg studie zou zijn. Nu ze klaar is met haar inburgering, gaat ze in september beginnen met de MBO 3 opleiding kinderopvang. Hiermee kan ze doorstromen naar mbo 4 onderwijsassistente. Thuis Rimaz woont in Ermelo en is getrouwd. Haar man heeft op A2 niveau de Nederlandse taal geleerd en hoeft alleen nog maar zijn ONA-examen te behalen. Hij heeft in Nederland gewerkt als chef in een restaurant maar is om medische redenen even gestopt. Hij wil graag na het behalen van zijn examen weer aan de slag gaan als chef in een restaurant. Op de vraag wat we moeten veranderen aan het inburgeringsbeleid, gaf Rimaz aan dat de cursus Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt niet uitdagend genoeg was. Dit is ook één van de onderdelen die gaan veranderen in de nieuwe wet.
7
Hoofdstuk 2
Inburgeren in Ermelo, Harderwijk en Zeewolde
2.1 Kengetallen Voor inburgering kunnen we, zoals gezegd, drie groepen onderscheiden, de asielmigranten, de gezinsmigranten en de overige migranten met inburgeringsplicht. De aantallen verschillen per jaar. Om een indruk te geven worden daarom voor Ermelo, Harderwijk en Zeewolde in onderstaande tabel de aantallen over een paar jaar weergegeven. Aantallen inburgeringsplicht gemeente Ermelo 2015
2016
2017
2018
2019
Asielmigrant (inclusief nareizende familieleden)
28
39
28
18
9
Gezinsmigranten
8
5
0
5
0
Overig
0
0
0
0
0
Totaal*
36
44
28
23
9
Bron: DUO – peildatum 1 mei 2020 * als het aantal laag wordt deze niet in het overzicht van DUO vermeld en hier als een 0 opgenomen
Aantallen inburgeringsplicht gemeente Harderwijk 2015
2016
2017
2018
2019
Asielmigrant (inclusief nareizende familieleden)
43
81
35
26
84
Gezinsmigranten
6
12
16
14
18
Overig
0
0
0
0
0
Totaal*
49
93
51
40
102
Bron: DUO – peildatum 1 mei 2020 * als het aantal laag wordt deze niet in het overzicht van DUO vermeld en hier als een 0 opgenomen
Aantallen inburgeringsplicht gemeente Zeewolde 2015
2016
2017
2018
2019
Asielmigrant (inclusief nareizende familieleden)
22
21
10
17
0
Gezinsmigranten
7
0
0
5
7
Overig
0
0
0
0
0
Totaal*
29
21
10
22
7
Bron: DUO – peildatum 1 mei 2020 * als het aantal laag wordt deze niet in het overzicht van DUO vermeld en hier als een 0 opgenomen
Bijlage 2 geeft inzicht in de mate waarin statushouders hun inburgering doorlopen hebben, het taalniveau en de gemiddelde inburgeringstijd. Dit is weergegeven voor EHZ in vergelijking met de landelijke score.
8
2.2
Veranderopgave inburgering
De andere uitvoeringspraktijk die de nieuwe wet Inburgering voorstaat, zal niet pas op 1 januari 2022 praktijk zijn. Onder de werking van de huidige wet wordt zo veel mogelijk geanticipeerd op het tackelen van de tekortkomingen die geconstateerd zijn. De Veranderopgave inburgering is vanaf 2019 in gang gezet door het ministerie en gemeenten. Via pilotprojecten en onderzoeken wordt in verschillende regio’s in het land ervaring opgedaan met de nieuwe werkwijze. De resultaten hiervan worden verwerkt in de nieuwe wet, de lagere regelgeving en het inrichten van de nieuwe uitvoeringspraktijk. Daarnaast hebben gemeenten in 2019 en in 2020 extra middelen gekregen om in te steken op het verhogen van het taalniveau en intensiever begeleiden van inburgeraars. In 2021 volgen deze middelen ook. Deze insteek heeft in Ermelo, Harderwijk en Zeewolde zijn plek gekregen binnen het project ‘Wie ben je?, wat kun je en wat heb je nodig?’ ook wel het project Statushouders genoemd, dat Meerinzicht uitvoert. Paragraaf 2.4 heeft inzicht en toelichting op dit project. Aangejaagd vanuit ministerie SZW – Divosa – arbeidsmarktregio deel Noordwest Veluwe Zoals in hoofdstuk 1 vermeld voldeed de inrichting van de inburgering niet en is tot hervorming van het stelsel overgegaan. Deze Veranderopgave inburgering is landelijk in gang gezet.
Het inzicht dat er intensiever op taal ingezet moet worden en ook de inzet op de combinatie van werk en taal is gestart vooruitlopend op de nieuwe wet. Binnen verschillende gemeenten of samenwerkingsverbanden van gemeenten wordt dan ook ervaring opgedaan met de nieuwe aanpak die de wet vanaf 2022 voor ogen heeft. Dit gebeurt in de vorm van pilots of een evaluatie/ onderzoek, verzameld in een pilotprogramma waar het ministerie van SZW de regie op heeft. Dit levert inzichten die weer breed uitgerold worden om straks een stevige uitvoeringspraktijk in elke gemeente neer te kunnen zetten. Meerinzicht levert ook een bijdrage door middel van een onderzoek naar de klantreis; effectieve aanpak en interventies. Dit onderzoek heeft een plaats binnen het project Wie ben je, wat kun je en wat heb je nodig?. Ook doet Meerinzicht binnen dit project met middelen van ZonMw onderzoek naar effectief gedrag van klantmanagers. Verder is Divosa door het ministerie van SZW aangewezen als aanjager in de Veranderopgave inburgering en het invoeren van de nieuwe wet. Zij draagt zorg voor kennisdeling en ondersteunt gemeenten om er voor te zorgen dat de overgang naar het nieuwe stelsel soepel verloopt. Hiertoe heeft Divosa onder andere in elke arbeidsmarktregio een regiocoördinator aangesteld om regionaal aan te jagen dat de invoering tijdig plaatsvindt en de overgang soepel verloopt.
De arbeidsmarktregio Stedendriehoek – Noordwest-Veluwe is ingedeeld in twee subregio’s. Voor de regio Noordwest Veluwe is vanuit de gemeente Harderwijk via detachering een regiocoördinator geleverd om de rol van aanjager voor het westelijke deel van de arbeidsmarktregio namens Divosa te vervullen. Onderzoekster Marijke Booijink van ZonMw, n.a.v. doelmatigheidsonderzoek: ‘Je moet als gemeente echt incalculeren dat statushouders een lange weg te gaan hebben. De problemen waar zij tegenaan lopen zijn zeer divers en moeten integraal aangepakt worden. Dat zie je ook terug bij de 6 werkzame mechanismen die wij onderscheiden. Het gaat om én een veilige plek, én een integrale benadering, én talentgericht werken, én ontwikkelingsgericht werken, én zorgen voor een netwerkomgeving waar dan ook nog eens vooral Nederlands wordt gesproken.’
2.2.1. Meerinzicht Meerinzicht, de uitvoeringsorganisatie van de drie gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde, was al intensief betrokken bij de Veranderopgave Inburgering. De uitvoering van de verhoging van het taalniveau van statushouders die vanaf 2019 ingezet is in overgang naar de nieuwe wet, wordt door MIZ uitgevoerd met het project ‘Wie ben je, Wat kun je? en Wat heb je nodig?’ (het project Statushouders). Dit project met de lessen voor de toekomst staat beschreven in paragraaf 2.4. Vanaf 1 januari 2022 ligt de uitvoering van de gemeentelijke regie op inburgering bij Meerinzicht en geeft ze uitvoering aan de meeste instrumenten uit de wet. Meerinzicht zal, in het verlengde van de praktijk, de instrumenten uitvoeren waarmee de regie op de inburgeringstrajecten gedaan wordt. Hiermee is de verbinding met de uitvoering van de Participatiewet en de Wmo en eventueel de wet Schuldhulpverlening ook belegd. Naast Meerinzicht voert Vluchtelingenwerk Oost Nederland het onderdeel Maatschappelijke Begeleiding uit. Leertrajecten worden bij taalscholen ingekocht en voor verschillende onderdelen is samenwerking met de IG-groep/ Intervens en met lokale organisaties voor vrijwilligerswerk, lokale ondernemers, de bibliotheken en welzijnsorganisaties.
9
Met deze en aanpalende organisaties is afgelopen maanden contact geweest en is afgestemd waarbij Meerinzicht, als uitvoeringsorganisatie voor gemeentelijke diensten, zeer intensief betrokken geweest Klankbordgroep Klantmanagers MIZ Met het oppakken van de Veranderopgave inburgering en ook richting de invoering van de nieuwe wet Inburgering 2022 is een klankbordgroep van klantmanagers ingericht. Deze klantmanagers begeleiden voor hun dagelijks werk statushouders. Richting de invoering van de wet is in vanaf 2019 een mogelijkheid om intensiever taalonderwijs, de voltijdroutes, te volgen en de begeleiding vindt van uit de gemeente plaats. De klantmanagers zien de positieve effecten van dit intensieve traject. Statushouders komen met het volgen van een voltijdroute in een ritme dat ook telt als er werk opgepakt wordt. Ook het feit dat er regie vanuit de gemeente op zit geeft een boost. De statushouder vindt het prettig dat er iemand meekijkt, de afstemming tussen partijen loopt via kortere lijnen en ook contacten met lokale en regionale bedrijven en organisaties worden sneller gelegd. De klantmanagers vragen aandacht voor de intensievere verbinding met de taalscholen, kijkt bij Maatschappelijke begeleiding naar maatwerk en naast de leerbaarheidstoets is het ook interessant inzicht te krijgen in de mentale omstandigheden van de statushouder.
Tot slot wijzen de klantmanagers op de aansluiting na de inburgeringsperiode. Zo zijn er bijvoorbeeld leerwerktrajecten die passen bij deze doelgroep en is verbinding met sleutelfiguren waar de statushouder contact mee houdt na afronding van zijn inburgeringstraject een echte meerwaarde. Klantmanager Meerinzicht: “Mijn rol is om samen met de klant een goede route te bepalen. Daarom begint een traject met een onafhankelijke leerbaarheidstoets en stellen we een persoonlijk plan op. Welk niveau kan iemand aan, welke vaardigheden zijn ontwikkeld en waar moeten we vooral nadruk op leggen in het traject, is onderdeel van dit plan. Dat is voor iedere klant weer anders. En juist deze afwisseling maakt dit werk zo leuk!”
2.2.2 Vluchtelingenwerk Naast Meerinzicht voert Vluchtelingenwerk uitvoerende taken voor de drie gemeenten uit. Zij is, net al veel andere partners, een zelfstandige organisatie die we subsidiëren voor de uit te voeren taken. De gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde subsidiëren Vluchtelingenwerk onder het huidige stelsel voor het uitvoeren van het onderdeel Maatschappelijke Begeleiding. Deze Maatschappelijke Begeleiding bestaat nu naast de Participatie Verklaringstraject en de Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA) die onderdeel uitmaken van de huidige praktijk. Ook onder de nieuwe wet bestaat Maatschappelijke Begeleiding als instrument naast een aantal andere instrumenten. De Maatschappelijke Begeleiding bevat ondersteuning en begeleiding bij het regelen van praktische zaken en bij het kennismaken met de Nederlandse samenleving en lokale voorzieningen. De hulp bij het starten van inburgering maakt geen onderdeel meer uit van de Maatschappelijke Begeleiding. De regie daarover is bij gemeenten belegd in het opstellen van het PIP. En waar in de maatschappelijke begeleiding ook vaak aandacht was voor het financieel zelfredzaam maken van de statushouder, kan dat nu ook in de andere diensten een plek krijgen. De begeleiding start zodra de asielstatushouder vanuit de opvang zich kan vestigen in een gemeente.
Vluchtelingenwerk voert een groot deel van haar werk uit met vrijwilligers wat de inbedding in de lokale samenleving versterkt. Met Vluchtelingenwerk hebben we regelmatig overleg over de nieuwe uitvoeringspraktijk. Waarschijnlijk zal via een Algemeen Maatregel van Bestuur nog nadere invulling gegeven worden aan de Maatschappelijke Begeleiding. Vrijwilliger van Vluchtelingenwerk: “Wij helpen de statushouders met alle praktische zaken op weg. Een gezin of één persoon komt is Ermelo, Harderwijk of Zeewolde wonen en moet op weg geholpen worden. Dat kan zijn door te helpen met het voor elkaar krijgen van het invullen van de formulieren voor gas wat en licht maar ook zoeken naar een leuke vrije tijdsbesteding. Ik vind het fijn dat ik echt een gezin op weg kan helpen. Het is soms wel lastig communiceren en om iets uit te leggen. Maar met handen en voeten komen we vaak een heel eind.”
10
2.2.3 Taalscholen - Marktconsultatie leerroutes Een van de instrumenten om de inburgering succesvol te laten verlopen is het aanbieden van leerroutes om de Nederlandse taal te leren. In paragraaf 5.1 worden de leerroutes op hoofdlijnen beschreven. De colleges van BenW van Ermelo, Harderwijk en Zeewolde hebben in het voorjaar 2021 de Startnotitie Wet Inburgering 2021 (invoeringsdatum was toen nog 1 juli 2021) vastgesteld waarmee ook belegd is dat de leerroutes in regionaal verband ingekocht worden. Een inkoopproces is gebonden aan regels waarover partners wel of niet over geïnformeerd mogen worden. In het proces is wel ruimte om een marktconsultatie te houden. Hiermee kunnen gemeenten inzicht geven in haar ideeën over de uitvraag voor de aanbesteding en vragen eigenlijk aan de markt: ‘Sluit dit aan bij de uitvoeringspraktijk en zijn er organisaties in staat om dit uit te voeren binnen de geschetste randvoorwaarden?” Voor de leerroutes voor de wet Inburgering is in de zomer 2020 een marktconsultatie uitgezet op Tenderned met een ruimte reactietijd. Het heeft veertien reacties vanuit en ook van buiten de regio opgeleverd met input voor de uiteindelijke aanbesteding van de leerroutes die moet plaatsvinden. Taalaanbieder: “De taal leren is essentieel. Wij hebben geschoolde NT2 docenten die kunnen aansluiten bij het niveau van de leerlingen, maar ook bij het alledaagse leven..
Waar we graag verder op in willen zetten, is samen met gemeenten en partners, een meer doorlopend en afwisselend aanbod van leren en werken. Dat past ook helemaal in de lijn van de nieuwe Wet Inburgering.
2.2.4. Klankbordgroep Statushouders Om de uitvoering van de nieuwe wet aan te laten sluiten bij de praktijk is een klankbord groep van statushouders in het leven geroepen. Hierin zitten 6 á 7 statushouders met verschillende achtergronden; verschillende landen van herkomst, man, vrouw, korter of langer in Nederland. Met de deelnemers is gesproken over de onderdelen van de nieuwe wet, hoe kijken ze hier tegen aan, gaat dit helpen bij een snelle inburgering enz. De groep is een aantal keer bijeen geweest. Er werd positief kritisch meegedacht in de opgave die er ligt. En naast dat het de gemeenten input gaf was de deelname voor de statushouder zelf ook interessant.
2.3
Samenwerkingspartners
De regie van het inburgeringstraject wordt bij gemeenten neergelegd en is daarmee in één hand. In de periode voor de start van de inburgering verblijft de asielstatushouder over het algemeen op een asielzoekerscentrum. Het schema in paragraaf 1.3 van het nieuwe inburgeringstraject laat zien dat in het azc al een start gemaakt wordt met de screening en matching zodat zo snel mogelijk gestart kan worden. Hiertoe zijn, ook nu voor de deelnemers aan het project ‘Wie ben je?, wat kun je?, wat heb je nodig?’, werkafspraken met het Centraal Orgaan opvang Asielzoeker (COA) Harderwijk gemaakt. Inmiddels komt het overgrote deel van de statushouders die in Ermelo, Harderwijk of Zeewolde gaan wonen, uit het azc in Harderwijk waarmee de overgang soepel kan verlopen. Bij de intensivering van taal en participatie die nu al plaatsvindt richting invoering van de nieuwe wet, is ook afstemming met de IG-Groep/ Intervens. Statushouders kunnen zich via het Participatiehuis oriënteren op de arbeidsmarkt. Inclusief-groep; Intervens: “In Nederland stellen we over het algemeen hoge eisen aan medewerkers. Voorbereiden op werknemersvaardigheden is daarom, naast je verstaanbaar maken, heel belangrijk. Alleen al hoe om te gaan met je baas. Als je gewend bent dat je gezegd wordt wat je moet doen en daar op wacht, matcht dat niet met de verwachting in Nederland om een actieve houding aan te nemen.
Hier begeleiden we in.”
2.4
Project Wie ben je? Wat kun je? Wat heb je nodig?
Zoals vermeld in paragraaf 1.2 hebben alle gemeenten de ruimte gekregen om in de aanloop naar het nieuwe inburgeringsstelsel, statushouders intensiever te begeleiden en in te zetten op het verhogen van het taalniveau. Hiermee werd het tekort van het oude stelsel voor een deel opgevangen in afwachting van de komst van het nieuwe stelsel.
11
In Ermelo, Harderwijk en Zeewolde is deze ruimte in 2019 en 2020 ingevuld door uitvoering te geven aan het project ‘Wie ben je? Wat kun je? Wat heb je nodig?’ In de praktijk is dit het project Statushouders gaan heten. Meerinzicht heeft als uitvoerende organisatie opdracht gekregen dit project uit te voeren. De evaluatie van het project is in het najaar van 2020 aan de college’s van BenW aangeboden en naar de raden gegaan. Op hoofdlijnen zien we het volgende. Met een aanpak waarin intensiever taalonderwijs gevolgd kan worden in combinatie met een actievere monitoring wordt een steviger toeleiding naar, bij voorkeur betaald, werk nagestreefd. Dit past bij de Veranderopgave Inburgering. Vooruitlopend op de nieuwe wet kan, voor onderdelen, gewerkt worden zoals straks na 1 januari 2022 de bedoeling is. De context is dat we komen vanuit een situatie waarin de regie over het inburgeringstraject bij de statushouder zelf ligt. Om de uitvoeringspraktijk meer te sturen en de regie te gaan inrichten, troffen gemeenten een situatie aan waarin rijp en groen door elkaar liep. Sommige statushouders doorliepen hun inburgeringstraject voorbeeldig en haalden binnen de drie jaar hun inburgeringsexamen, sommige doorliepen de route met moeite maar zochten wel de nodige ondersteuning en slaagden ook voor hun examen.
En er waren statushouders die verzopen in de regelingen en aan het eind toch vrijstelling kregen voor het afleggen van een inburgeringsexamen en sommigen haalden hun examen niet. Met de extra impuls die gemeenten in 2019 en 2020 en waarschijnlijk 2021 kregen om de huidige groep statushouders die nog een inburgeringsexamen moesten halen op een hoger slagingspercentage te krijgen en ook een betere participatie kon Meerinzicht aan de slag. In 2019 en 2020 is met statushouders gesproken die nog geen inburgeringsexamen hadden afgelegd. Een persoonlijk inburgeringsplan is opgesteld en mensen worden begeleid naar taalonderwijs en werk. Zoals gezegd, een uitgebreide evaluatie zal in het najaar beschikbaar zijn. Dit zal ook inzichten opleveren voor de uitvoering van de nieuwe wet die het college ter harte zal nemen. Voor nu zien heeft het project voor de toekomst de volgende inzichten gegeven:
De regierol in één hand versterkt de mogelijkheid voor participatie van de statushouders. Deze werkt twee kanten op. Aan de ene kant brengt de regie op het inburgeringsproces in handen van de klantmanager duidelijkheid voor de statushouder. De klantmanager is het eerste aanspreekpunt voor de statushouder. Het is belangrijk dat de klantmanager zicht heeft op alle stappen die de statushouder zet in het verwerven van de taal en het mee doen in de maatschappij. Duidelijke voortgangsrapportages en gesprekken zijn hier essentieel. Aan de andere kant betekent dit dat de gemeenten - Meerinzicht - de regie voert over de onderlinge samenwerking tussen partners in de inburgeringsketen zodat een samenhangend aanbod voor de inburgeraar bestaat. Inburgering is per definitie een integraal vraagstuk waarbij één partij het overzicht houdt in de samenwerking tussen alle partijen. Duaal, intensief en snel werkt goed, maar niet voor iedereen. Voltijdroutes waarin statushouders acht dagdelen per week de taal leren en zich tegelijkertijd ontwikkelen voor de arbeidsmarkt zorgt ervoor dat statushouder sneller en beter inburgeren. Echter moet er ook rekening gehouden worden met diegene die dit tempo moeilijker bij kunnen houden. De verschillende leerroutes in de wet voorzien hier ook in. Het juiste willen weten is het juiste willen meten.
Het project heeft inzicht gegeven in welke informatie belangrijk was om op te sturen en te rapporteren. In het vervolg van het inburgeringstraject is verbinding maken van statushouders met sleutelfiguren uit eigen cultuur belangrijk. Dat is een stevige factor in het succes van participatie.
Deze aandachtspunten nemen we mee in de inrichting van de uitvoering voor de nieuwe wet Inburgering.
12
Even voorstellen: Mustafa Saleh woont al sinds oktober 2015 in Ermelo. Mustafa komt uit Syrië en heeft samen met zijn vrouw twee dochters van vijf en zeven.
Inburgering Naam: Mustafa Saleh Woonplaats:
Ermelo
In Nederland sinds:
2015
Afkomst:
Syrische
Leeftijd:
38
Mustafa heeft in Ermelo zijn inburgering op A2 niveau behaald en heeft nu de Nederlandse Identiteit. Tijdens zijn inburgering heeft hij werkervaring opgedaan in het Participatiehuis. Mustafa heeft zelf een grote rol gespeeld in de bemiddeling naar werk. Hij heeft hier in Nederland zijn B-Rijbewijs en heftruck certificaat gehaald. Hij heeft namelijk zelf de werkgever benaderd en vervolgens heeft de arbeidsbemiddelaar contact gehad met de werkgever.
Werk Mustafa was in Syrië schoolbuschauffeur. Om in Nederland chauffeur te worden, heeft Mustafa een vrachtwagen rijbewijs nodig. Om deze te behalen moet Mustafa extra taalvaardigheden opdoen. Mustafa is niet gestopt met het leren van de Nederlandse taal. Hij is bezorger bij DHL en rijdt samen met een Nederlandse collega het bezorgbusje. Tijdens het autorijden kan Mustafa zijn spreek en luistervaardigheden vergroten. Nederlands spreken is het lastigste van het leren van de Nederlandse taal. Thuis Mustafa werkt vier dagen in de week. De vijfde dag besteed hij aan het zorgen voor zijn vrouw en dochter die extra medische aandacht vragen. Hij brengt zijn vrouw en kind om de twee weken naar het UMC in Utrecht.
13
Hoofdstuk 3
Uitganspunten, ambitie en doelen
3.1 Uitgangpunten en ambitie De les uit het bestaande stelsel is dat de inburgeraar zijn examen niet tijdig haalde maar daarmee vooral niet voldoende kon participeren in de Nederlandse samenleving. Versnippering van het aanbod, te lage insteek voor het te behalen taalniveau en beperkingen in de mogelijkheden voor betaald werk droegen daaraan bij. Het uitgangspunt voor het nieuwe stelsel is dan ook regie op uitvoering bij gemeenten en de inburgeraar blijft zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. Dit uitgangspunt krijgt invulling van in de volgende ambitie: Snel en volwaardig meedoen, liefst via betaald werk 3.2 Doelen Deze ambitie om nieuwkomers zo snel mogelijk mee te laten doen, kan worden vertaald in de volgende doelen: 1. 2. 3.
Taalniveau op B-1 niveau tenzij; Vanaf het begin gericht op participeren; Kennis van de Nederlandse maatschappij.
En we kunnen spreken van een aanpak die doelmatig en effectief is als we deze doelen combineren met een aanpak die bestaat uit: A. Tijdigheid B. Snelheid C. Maatwerk D. Dualiteit en E. Kwaliteit.
Snel en volwaardig meedoen, liefst via betaald werk
Vanaf het begin gericht op participeren
Taalniveau op B-1 tenzij
Tijdigheid
Snelheid
Maatwerk
Kennis van de NL maatschappij
Dualiteit
3.3. Instrumenten Om handen en voeten te geven aan de ambitie en de geformuleerde doelen zijn in de wet een zestal instrumenten beschreven die moeten worden aangeboden. Dit zijn: 1. De Brede intake, het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) en voortgangsgesprekken;
14
Kwaliteit
2. De leertrajecten: B-1 route, Onderwijsroute of Z-route; 3. De Maatschappelijke Begeleiding; 4. Het Financieel ontzorgen; 5. De Module Arbeidsmarkt Participatie (MAP); 6. Het Participatie Verklarings Traject (PVT). Door deze instrumenten in samenhang te zien en per inburgeringsplichtige in het PIP in de juiste samenhang te brengen, wordt handen en voeten gegeven aan de tijdigheid, snelheid, maatwerk, dualiteit en kwaliteit. Handhaving Op het moment dat een statushouder niet aan zijn verplichtingen voldoet, geeft de wet een mogelijkheid te handhaven en een bestuurlijke boete op te leggen. De uitwerking daarvan is belegd in de lagere regelgeving; het Besluit inburgering en de Regeling inburgering. Deze lagere regelgeving is nog niet vastgesteld. Het krijgt zijn uitwerking in een Uitvoeringsprogramma en de raden zullen hier in 2021 over geïnformeerd worden. Die onderdelen die in een verordening moeten landen, komen ter besluitvorming naar de raden. Monitoring In de uitvoering wordt door MIZ per inburgeringsplichtige een PIP op gesteld en worden voorgangsgesprekken gehouden. Daarmee is monitoring op persoonsniveau gegarandeerd en kan duidelijk worden in welk tempo en met welke resultaten het inburgeringstraject doorlopen wordt. Het inburgeringsexamen wordt niet door gemeenten afgenomen.
De registratie van het behalen van het inburgeringsexamen blijft gedaan worden door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).
3.4 Kwaliteitsbewaking De organisatie Blik op werk blijft, door het ministerie aangewezen, bevoegd om het keurmerk inburgering te verstrekken aan de taalscholen voor de B-1 en de Z-route. Zij hebben daarbij de opdracht gekregen verscherpt toe te zien op een juiste uitvoeringspraktijk. In het toezicht op de kwaliteit van de Onderwijsroutes zal de Inspectie van het Onderwijs een rol gaan vervullen. En doordat gemeenten de regie over het traject krijgen, zal er eerder en directer gesignaleerd worden als er misstanden zijn bij de uitvoering van de leertrajecten. Hiervoor is een connectie tussen Blik op Werk en gemeenten. De fraudes uit het verleden waarbij scholen het op een ‘akkoordje konden gooien met de inburgeraar’ zonder dat er daadwerkelijk gedegen lessen werden gevolgd, zijn door de PIP en voortgangsgesprekken en ook door het afschaffen van het leenstelsel voor asielstatushouders nauwelijks meer mogelijk. Als het zich toch voordoet zal dat veel eerder in beeld komen.
3.5 Verbinding Sociaal Domein De regie over het inburgeringstraject is door het rijk bewust bij gemeenten neergelegd. Daar vindt ook de uitvoering van het Sociaal Domein plaats. De groep statushouders die niet direct op alle fronten volledig kunnen participeren moeten meestal een beroep doen op voorzieningen uit het sociaal domein. Hierbij zijn een aantal voor de hand liggende verbindingen te leggen. Een logische verbinding bestaat er met de WEB (Wet educatie beroepsonderwijs). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een passend opleidingsaanbod voor laaggeletterde inwoners die hun taalvaardigheden willen verhogen. Het gaat hier om mensen die geen inburgeringsplicht hebben en meer taalvaardig willen worden. Dit zijn zowel mensen die Nederlands als eerste taal hebben (NT-1ers) als mensen die Nederlands als tweede taal hebben (NT-2ers). Analfabetisme is iets anders dan laaggeletterd zijn dus statushouders kunnen prima geletterd zijn maar niet in de Nederlandse taal. In eerste instantie functioneert de uitvoering van de wet Inburgering en het leren van de Nederlandse taal dan ook via een andere route en aanbod dan het aanbod voor laaggeletterden. Echter, er zal onder migranten en statushouders een groep mensen zijn die baat hebben bij het aanbod voor laaggeletterden nadat het inburgeringstraject doorlopen is.
Er is een informeel aanbod via het Taalhuis en een formeel aanbod via de formele aanbieder Toptaal. Het blijvend oefenen van de Nederlandse taal is met name voor laaggeletterden
15
essentieel om het Nederlands vast te kunnen blijven houden. In de uitvoering zullen we deze verbinding dan ook blijven zoeken. Een ander verband ligt er met de Wet schuldhulpverlening (Wgs) en de Participatiewet. De nieuwe wet schrijft voor dat het eerste half jaar statushouders financieel ontzorgd worden. De gemeente beheert de financiële (uitkerings)middelen van de statushouder (asielmigranten) en zorgt dat ze voldoende financieel zelfredzaam zijn om dat na die periode zelf te doen. In veel gevallen zal in vervolgens na dat half jaar een uitkering via de Participatiewet verstrekt worden. Ook daar zien we een verbinding met het sociaal domein en de nieuwe wet Inburgering. Mocht er toch een schuld ontstaan of al zijn, dan is de Wgs in beeld. En ook als er beroep gedaan moet worden, mogelijk in een later stadium, op ondersteuning via Jeugdzorg of lichte ondersteuning via de Wmo is dit binnen het sociaal domein van de gemeente te vinden en zijn de lijnen relatief kort. Tot slot beslaat het inburgeringstraject een periode van drie jaar. Daarna zijn de voorzieningen die beschikbaar komen via de wet Inburgering afgerond en mocht er nog een beroep gedaan moeten worden op ondersteuning om te kunnen participeren dan loopt dat via de voorzieningen waar elke inwoner van Ermelo, Harderwijk of Zeewolde gebruik van kan maken als dat nodig is.
Kim Straatman van Welzijn Ermelo: “In de inloop en het financieel café aan het Raadhuisplein komen wekelijks tientallen inwoners met vragen. O.a. over lastige brieven, financiële vragen of welke instantie ze moeten benaderen. Wij helpen deze inwoners, ook ná hun inburgeringstraject, graag op weg. Want zo voorkomen we dat er bijvoorbeeld schulden optreden.”
16
Even voorstellen: Dit is Salifu Sesine. Salifu woont sinds 2016 in Nederland en sinds 2018 in Harderwijk. Salifu komt uit Ghana en was daar werkzaam als verpleegkundige.
Inburgering
Naam: Salifu Sesine Woonplaats:
Harderwijk
In Nederland sinds:
2016
Afkomst:
Ghana
Leeftijd:
30
In Harderwijk heeft Salifu meegedaan aan de eerste voltijdroute van het Entree College Nederland in Harderwijk. Dit betekent dat hij in plaats van 3, 8 dagdelen duale inburgeringslessen kreeg. Salifu heeft voor alle taal onderdelen zijn B1 diploma gehaald, maar hij wilde graag verder leren. Nu heeft hij ook voor de onderdelen schrijven en lezen een B2 diploma. Tijdens zijn inburgering heeft Salifu vrijwilligerswerk gedaan bij de Zorggroep Sonnevanck.
Werk Na het behalen van zijn inburgering heeft Salifu via zijn vrijwilligerswerk geregeld dat hij kon blijven werken bij Sonnevanck. Daar liep hij echter tegen een aantal taal- en cultuur drempel aan. Het diploma van Salifu als verpleegkundige was niet hoog genoeg gewaardeerd in Nederland. Daarom heeft hij besloten een opleiding verpleegkunde te gaan volgen. Naast die studie werkt hij nu voor zestien uur bij ’s Heerenloo. Hier kan hij beter zijn taal ontwikkelen als verpleegkundige. Hij vindt het fijn om te zien dat mensen blij worden van het feit dat hij hen komt helpen. Thuis Salifu woont in zijn eentje in Harderwijk. Hij houdt erg van gamen en hardlopen. Al schiet het hardlopen in alle drukte van de studie en zijn baan er soms bij in. Salifu is niet alleen druk met zijn inburgering, maar zet zich ook in voor kinderen met Dyslexie in Afrika. Hier heeft hij onlangs een stichting voor opgericht. Tips voor de gemeente De gemeente mag van Salifu best statushouders een duwtje in de rug geven: ‘In Afrika had ik geen agenda en hier moet ik voor elke afspraak op tijd zijn’.
17
Hoofdstuk 4
Middelen
Gemeenten krijgen voor de uitvoering van de wet Inburgering twee budgetten. Een bijdrage in de vorm van een integratie-uitkering en een bijdrage in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK). 4.1 Invoeringskosten In aanloop naar de invoering van de wet op 1 januari 2022 ontvangen de gemeenten in 2020 van het rijk een eenmalig bedrag voor de invoering van de wet. Het bedrag is gebaseerd op het aantal inwoners per gemeente. Tabel: invoeringskosten Bedrag 53.468,44.412,94.723,192.603,-
Gemeente Ermelo Zeewolde Harderwijk Totaal
De middelen zijn bedoeld voor de volgende activiteiten en processen: - inrichting van beleid en processen; - inrichting werkorganisatie; - ontwikkeling en inkoop programma’s – instrumenten (deel als via project statushouders gedaan); - voorbereiding inloop leerroutes; - inrichting communicatie; - opleiding klantmanagers; - overige kosten en risicoreserve. De gemeente Harderwijk ontvangt in 2020 een bijdrage voor de pilot Veranderopgave Inburgering (€ 33.120). Meerinzicht voert deze pilot uit binnen het project Statushouders.
4.2 Uitvoeringskosten De structurele middelen voor de uitvoering kent twee onderdelen. Ten eerste een integratie-uitkering. Deze wordt opgebouwd op basis van het aantal inwoners (78%) en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond (22%). En ten tweede een Specifieke uitkering (SPUK). Het bedrag wordt jaarlijks aangekondigd en in de decembercirculaire bijgesteld op basis van de werkelijke bevolkingscijfers. Deze integratie-uitkering wordt, waarschijnlijk, in 2022 overgeheveld naar de Algemene Uitkering. Integratie uitkering – uitvoeringsgeld De integratie-uitkering kan ingezet worden voor de volgende processen en diensten: - Regierol uitvoering inburgeringskosten; - Brede intake en opstellen persoonlijk Participatie en Inburgerings Plan (PIP); - Financieel Ontzorgen; - Beleid en sturing; - Ondersteunende processen. Gemeente Ermelo Harderwijk Zeewolde
2022 79.424,159.867,68.318,-
2023 87.376,175.873,75.158
2024 87.376,175.873,75.158,-
SPUK – programmageld Het programmageld is volume afhankelijk; afhankelijk van het aantal inburgeraars dat een traject moet volgen. Deze komen beschikbaar via een Specifieke UitKering (SPUK). De SPUK kan ingezet worden voor de onderdelen: - Leerroutes; - MAP;
18
- PVT; - Tolkvoorziening; - Maatschappelijke Begeleiding. Op dit moment is de omvang van de SPUK nog onduidelijk. De SPUK- programmagelden worden de eerste drie jaar ingericht op aantal inburgeraars. Na drie jaar zal een deel van het budget ingericht worden op resultaatbekostiging.
19
Even voorstellen: Dit is Sesayt Tesfation. Samen met haar zoontje van bijna 5 jaar oud woont ze nu al 3 jaar in Zeewolde. Sesayt zit op het Entree College en leert door om in de verzorging te kunnen werken. Naam: Sesayt Tesfation Woonplaats:
Zeewolde
In Nederland sinds:
2015
Afkomst:
Eritrea
Inburgering Sesayt is begonnen bij twee verschillende deeltijd taalscholen. Na het behalen van haar inburgeringsdiploma op A2 niveau is Sesayt de entree opleiding op het Landstede gaan volgen. Hierdoor kan zij straks doorstromen naar het mbo 2 in de richting zorg. Sesayt wil graag in de ouderenzorg werken.
Naast haar studie De opdrachten die Sesayt voor haar studie moet doen, vindt zij soms best lastig. Haar buurvrouw van 74 jaar helpt haar bij haar huiswerk. Naast haar studie heeft Sesayt ook een bijbaantje als schoonmaker. Daarnaast doet zij ook veel vrijwilligerswerk. Zo schenkt ze koffie bij een verzorgingstehuis, heeft ze in een tweedehands winkel gewerkt en schenkt ze koffie bij een samenkomst in de bibliotheek. Tips voor de gemeente Sesayt heeft erg veel profijt van haar lieve buurvrouw die haar helpt met haar huiswerk. Op de vraag waar de gemeente aandacht voor moeten hebben bij de invoering van de nieuwe Wet inburgering, was haar antwoord dan ook duidelijk: meer inzetten op buddy’s die helpen bij school en taal.
20
Hoofdstuk 5
Uitvoering
In dit hoofdstuk gaan we in op hoe de ambitie Snel en volwaardig meedoen, liefst via betaald werk handen en voeten gegeven wordt. De gemeenten krijgen de regie en in de nieuwe wet Inburgering zijn ook zes instrumenten waarmee dit handen en voeten gegeven wordt. Vluchtelingenwerk Oost Nederland zal de Maatschappelijke Begeleiding uitvoeren. De regie wordt gevoerd door de gemeenten, voor Ermelo, Harderwijk en Zeewolde is deze uitvoering bij Meerinzicht (MIZ) belegd. Zij leveren de diensten Brede Intake, PIP en voortgangsgesprekken, Ontzorgen, MAP en PVT. De uitvoering van de Leerroutes komt via een aanbesteding tot stand en worden uitgevoerd door erkende taalscholen. Portretten In dit kader staan vier portretten van statushouders die hun inburgeringstraject succesvol doorlopen hebben en ook actief deelnemen aan de samenleving. We weten dat niet elke inburgeraar dit succesverhaal kan vertellen. De volgende aandachtspunten spelen een rol bij het meer of minder succesvol doorlopen van het inburgeringstraject.
5.1
In alle drie de gemeenten wonen inburgeraars die last hebben van psychische problemen door trauma’s uit het land van herkomst. Het opbouwen van een leven in Nederland is dan erg lastig. Praten over deze problemen zit bij veel van deze statushouders niet in hun cultuur. Dit komt daardoor niet bij het eerste gesprek met de gemeente naar boven en gaat later een rol spelen. Veel statushouders komen uit een land of gebied waar de overheid minder betrouwbaar is dan in Nederland. Dit heeft als gevolg dat deze statushouders in eerste instantie sceptisch staan tegenover de overheid dus ook de gemeente. Het is belangrijk vertrouwen op te bouwen en dit kost tijd. De start van de inburgering kan daardoor wat langer duren. Statushouders zijn gebaat bij een integrale aanpak vanuit het sociale domein. Naast inkomensondersteuning hebben veel statushouders ook hulp nodig vanuit de Wmo. Lichamelijke klachten kunnen de inburgering belemmeren. Voornamelijk vrouwen zijn niet gewend om bijvoorbeeld te sporten. Sommige statushouders hebben grote gezinnen. In de cultuur uit het land van herkomst is het vaak normaal dat de vrouw thuis blijft om voor de kinderen te zorgen. Kinderopvang is daarmee een lastige stap voor deze ouders. Dit is echter wel belangrijk om beide ouders te helpen zo goed en zo snel mogelijk in te laten burgeren.
De diploma’s van statushouders die zij in het land van herkomst hebben behaald, zijn niet altijd evenveel waard in Nederland als in het land van herkomst. Dit kan een flinke tegenslag zijn voor statushouders. Bij sommige beroepen is het omscholen een korte en gemakkelijke optie, maar dat geldt niet voor ieder beroep. Soms kost dat opnieuw een jaren lange studie of moeten mensen switchen naar een ander vak.
Diensten - instrumenten
De nieuwe wet Inburgering kent een zestal instrumenten. Ten opzicht van de huidige praktijk zijn een aantal instrumenten toegevoegd en de inhoud van sommige bestaande instrumenten is aangepast. Onderstaand schema laat de verantwoordelijkheid van gemeenten zien voor het aanbod aan alle inburgeraars. De aanbodplicht verschilt per inburgeringsdoelgroep. De blauw gearceerde taken zijn nieuw ten opzichte van de huidige situatie. Voor de taken die de gemeente nu al uitvoert, kunnen bij de nieuwe wet wel andere eisen aan de uitvoering worden gesteld. In de volgende paragrafen lichten we de onderwerpen uit de tabel nader toe.
Aanbod
Asielstatushouders
Maatschappelijke begeleiding Participatieverklaringstraject (PVT) Ontzorgen Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Begeleiding bij de inburgering (intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken) Leerroutes
x x x x x x
Figuur 1: gemeentelijke taken nieuwe Wet inburgering (blauw gearceerd betreft nieuwe taak)
21
Gezins- en overige migranten X X X
In bijlage 1 staat een uitgebreide omschrijving van de uitvoering van de onderdelen die door Meerinzicht en Vluchtelingenwerk uitgevoerd gaan worden. In het kort kunnen we de instrumenten die de nieuwe wet Inburgering kent als volgt omschrijven: Maatschappelijke begeleiding Statushouders krijgen in de eerste periode na hun vestiging in de gemeente ondersteuning en begeleiding in praktische zaken. Daarnaast worden zij ondersteund bij kennismaking met de Nederlandse samenleving. De maatschappelijke begeleiding wordt nu ook al uitgevoerd. In zowel Ermelo, Harderwijk als Zeewolde wordt dit vaak gedaan door vrijwilligers. Participatieverklaringstraject (PVT) Het participatieverklaringstraject (PVT) bestaat, net als in het huidige stelsel uit twee onderdelen: 1. een inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. 2. de ondertekening van de participatieverklaring. Ten opzichte van de huidige situatie zal het PVT in het nieuwe stelsel een minimum aantal uren kennen (12 uur). Ook zal een activiteit of excursie verplicht onderdeel zijn van het PVT. Ontzorgen Gemeenten worden met de nieuwe wet verplicht om de asielstatushouders met een bijstandsuitkering de eerste zes maanden te ontzorgen; financieel te ontzorgen. Dat betekent dat de gemeente vanuit de bijstand de huur, rekeningen voor gas, water en electriciteit en de verplichte zorgverzekering betaalt.
Parallel hieraan wordt ingezet op het financieel zelfredzaam maken van de statushouder. Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Gemeenten moeten inburgeraars een module Arbeidsmarkt en Participatie aanbieden. In deze module brengt de inburgeraar zelf zijn kwaliteiten en arbeidskansen in kaart. Dit moet dan worden gecombineerd met zijn inzet op de arbeidsmarkt. In de huidige situatie wordt deze arbeidsmarktoriëntatie door taalaanbieders aangeboden. Met de nieuwe wet wordt de gemeente dus zelf verantwoordelijk voor dit aanbod. Begeleiding bij de inburgering (brede intake, PIP en voortgang) Gemeenten moeten bij elke inburgeraar een brede intake gaan afnemen. Hiermee worden de startpositie en de ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraar in kaart gebracht. De brede intake gaat in op veel verschillende onderwerpen. Denk hierbij aan de opleiding, gezondheid en gezinssituatie. Op basis van de brede intake stelt de gemeente samen met de inburgeraar een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Hierin staan de einddoelen van de inburgering, bijvoorbeeld op het gebied van werk en taal. Ook staat er in het PIP welke stappen de inburgeraar gaat nemen om tot deze doelen te komen en welke ondersteuning de gemeente hierbij geeft. Gedurende de looptijd van het PIP zorgt de gemeente voor de monitoring van de voortgang. Waar nodig wordt het PIP bijgesteld.
Het PIP is niet vrijblijvend, zowel de gemeente als de inburgeraar moeten de afspraken uit dit PIP nakomen. De gemeente krijgt met de nieuwe wet de mogelijkheid om hierop te handhaven door middel van een bestuurlijke boete. In de bestaande situatie maken veel gemeenten al een plan met een statushouder in het kader van de bijstandsuitkering. Met de nieuwe wet zullen de eisen voor dit plan uitgebreider worden, waarbij op meerdere leefgebieden wordt uitgevraagd. Een ander verschil met de huidige situatie is dat de gemeente dit plan niet alleen voor de inburgeraars met een bijstandsuitkering moet opstellen, maar voor alle inburgeraars. De doelgroep wordt dus uitgebreider voor gemeenten. Leerroutes In het bestaande stelsel zijn inburgeraars zelf verantwoordelijk voor het behalen van hun inburgeringsdiploma. Met een lening kunnen zij hiervoor zelf inburgeringslessen (deze bestaan vooral uit taalles) inkopen. Met de nieuwe Wet inburgering moeten gemeenten zelf de inburgeringslessen faciliteren. De gemeente laat de asielstatushouder vervolgens aan een van deze routes deelnemen. Het nieuwe inburgeringsstelsel kent drie leerroutes: 1.
B1-route: taal moet worden gecombineerd met (vrijwilligers)werk. Hiermee wordt het mogelijk dat de meeste inburgeraars zo snel mogelijk, maar maximaal binnen drie jaar, taalniveau B1 behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten. De grootste groep statushouders zal naar verwachting in de
22
2.
3.
B1-route vallen. Het vereiste taalniveau B1 is een verhoging ten opzichte van het huidige vereiste A2 taalniveau. Onderwijsroute: deze route is gericht op het behalen van een Nederlands schooldiploma voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Na een taalschakeltraject worden jonge inburgeraars daarom zo snel mogelijk doorgeleid naar een Nederlandse opleiding. Zelfredzaamheidsroute (Z-route): voor mensen voor wie de onderwijs- of B1-route buiten bereik ligt, komt er een leerroute waarbij iedereen zich in de maatschappij leert te redden. Er worden geen ontheffingen op basis van aantoonbaar geleverde inspanningen meer verleend.
Met een (onafhankelijke) leerbaarheidstoets zal worden bepaald in welke leerroute de inburgeraar wordt geplaatst. Statushouders kunnen slechts de eerste twaalf maanden na de start van de inburgering nog wisselen van leerroute indien blijkt dat zij niet in de juiste leerroute zijn gestart. Dit vraagt van de gemeente een goede monitoring van de voortgang van de statushouder. Voor gezinsmigranten hebben gemeenten alleen een adviserende rol over de leerroute. Gezinsmigranten kiezen en bekostigen hun route zelf. Het onderdeel MAP wordt wel verplicht door de gemeente aangeboden aan gezinsmigranten.
5.2
Ketenafspraken
De diensten/ instrumenten uit de wet Inburgering moeten in samenhang ingezet worden waarbij de doelen centraal staan en niet het afvinken van het doorlopen van de instrumenten. De uitvoerende organisatie MIZ, Vluchtelingenwerk en de taalscholen dienen met elkaar op te trekken om vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid de inburgeraar in staat de stellen zijn PIP te realiseren. Omdat het verwerven van taal en maatschappelijk participeren het liefst via betaald werk, centraal staat, is ook intensieve samenwerking van de uitvoerende partijen nodig met lokale maatschappelijke organisaties, met lokale ondernemers, Intervens en aan de voorkant met het COA. Meerinzicht heeft, in het kader van het project ‘Wie ben je, wat kun je en wat heb je nodig?’ een convenant met werkafspraken afgesloten met COA. Bij de uitvoering van de nieuwe wet Inburgering kan deze basis voortgezet worden en waar nodig geactualiseerd. Daarnaast heeft MIZ in bestaande samenwerking met Intervens (IG-groep) die ze ook voor statushouders inzet.
23
Bijlage 1. Producten Inburgeringswet 2022 In onderstaande blokken worden de verschillende diensten omschreven die Meerinzicht uitvoert om te voldoen de wettelijke eisen van de Wet inburgering 2022 en om statushouders een goede start te geven in hun participatie in de Nederlandse samenleving. Een belangrijk punt bij het lezen van de producten zijn de volgende definities: -
-
Asielstatushouders: vreemdelingen tussen de 18 jaar en de AOW-leeftijd die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij zijn vaak als asielzoeker naar Nederland gekomen. (Nareizende) gezinsleden vallen ook onder deze groep. Gezinsmigranten: mensen die overkomen naar hun Nederlandse partner of Nederlands familielid. Overige migranten: type migranten die maar weinig voor komen, zoals geestelijk bedienaren. Inburgeraars/inburgeringsplichtigen: verzamelwoord voor bovenstaande groepen.
Brede intake en Plan Inburgering en Participatie (PIP) Omschrijving Om inburgeraars te begeleiden naar een goede start, wordt bij de eerste intake breed uitgevraagd om op zoveel mogelijk leefgebieden het leven van de inburgeraar in beeld te krijgen. Op basis van deze brede intake wordt een plan opgesteld waarin wordt omschreven hoe de inburgeraar op zijn niveau zo snel mogelijk kan inburgeren en mee kan doen in de maatschappij. Doel Het uitvoeren van de brede intake zorgt ervoor dat de klantmanager het hele plaatje van de statushouder kan overzien en de inburgeraar zo goed mogelijk kan helpen in het inburgeringsproces. De PIP omschrijft de doelen waar de inburgeraar aan gaat werken, welke leerroute de inburgeraar gaat volgen en hoe het arbeidsparticipatieproces eruit ziet. Middels het PIP kan de klantmanagers de voortgang van de inburgeraar monitoren. Doelgroep Alle inburgeraars maken via de brede intake samen met de gemeente een PIP. Programma Meerinzicht voert de brede intake uit middels een klantportaal. Inburgeraars vullen in dit klantportaal een vragenlijst (eigen taal) in waarin op alle levensgebieden uitgevraagd wordt. Daarnaast moeten inburgeraars een onafhankelijke leerbaarheidstoets doen op basis waarvan hun taalniveau en leerbaarheid wordt vastgesteld (wordt verder uitgewerkt in de lagere regelgeving).
Op basis van beide resultaten heeft de klantmanager een gesprek met de statushouder om de brede intake af te ronden. De klantmanager maakt samen met de inburgeraar een Participatie en Inburgeringsplan waar in staat welke doelen de statushouder moet behalen om in te burgeren en mee te kunnen doen in de maatschappij (het liefst via werk).
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Omschrijving De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) laat inburgeraars kennis maken met de Nederlandse arbeidsmarkt. De MAP vervangt het onderdeel Oriëntatie van de Nederlandse Arbeidsmarkt wat nu door de taalaanbieders gegeven wordt. De MAP helpt inburgeraars de vaardigheden te verwerven om deel te kunnen nemen aan de Nederlandse arbeidsmarkt. Gemeenten zijn verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat de MAP de theorie over de arbeidsmarkt middels maatwerk combineert met het in de praktijk brengen van deze kennis. Doel De MAP zorgt ervoor dat inburgeringsplichtigen bekend raken met de Nederlandse arbeidsmarkt, het liefst in 1 een zo vroeg mogelijk stadium van het inburgeringstraject.