h250008573 Raadsvoorstel inzake voortgang project Windpark Lorentz
Tekst van het document
Voorstel aan college en raad Nummer: Datum: Opsteller: Portefeuillehouder Onderwerp:
02430000204703 3 maart 2025 S.E.M. Duschka Wethouder M. Pijnenburg Windpark Lorentz
Het college van B&W besluit: 1. Aan de raad voor te stellen om met inachtneming van de kansen en risico’s een doorstart te maken met het windproject Lorentz en fase 1 van het project uit te voeren. 2. Aan de raad voor te stellen een krediet beschikbaar te stellen voor fase 1 van € 90.000,- voor onderzoek- en ontwikkelingskosten Windpark Lorentz en deze te activeren. 3. Aan de raad voor te stellen -in afwijking van de kaders- een claim te leggen van € 350.000,- op de bestemmingsreserve duurzaamheidsfonds als dekking voor onderzoek - en ontwikkelingskosten in het geval het windpark niet gerealiseerd wordt. 4. Aan de raad voor te stellen het huidige krediet INV0010 Routekaart Windenergie Lorentz af te sluiten en de gemaakte kosten van afgerond € 575.000,- ten laste te brengen van de algemene reserve. Inleiding Aanleiding Op 3 april 2024 is het bestemmingsplan Lorentz-partiële herziening Windmolens vernietigd door de Raad van State. De ontheffing en vergunning Wet natuurbescherming zijn wel in stand gebleven. Om een goede afweging te kunnen maken of het project een doorstart kan maken, heeft het college op 29 oktober 2024 opdracht gegeven om de benodigde vervolgonderzoeken te doen. Op basis van de uitkomsten van deze vervolgonderzoeken wordt aan de gemeenteraad het voorstel gedaan om een doorstart te maken met het project Windenergie Lorentz en te starten met fase 1.
De eerste fase kent een laag risicoprofiel. In het voorstel wordt niet alleen ingegaan op deze eerste fase maar wordt een doorkijk gemaakt op de komende jaren om een goed beeld te krijgen van de kansen en risico’s om een integrale afweging te kunnen maken. Leeswijzer: In het voorstel wordt een doorkijk gemaakt naar de gehele looptijd van het project om u zo goed als mogelijk met de kennis van dit moment inzicht te kunnen geven wat er te verwachten valt. Na iedere fase wordt er opnieuw geadviseerd en kunnen we de informatie steeds gedetailleerder weergeven. Het is dan ook belangrijk dat het voorstel zo wordt gelezen. Nut en noodzaak De druk op het elektriciteitsnet neemt steeds meer toe. Waardoor de urgentie toe neemt om meer in te zetten op lokale opwek en afzet om het elektriciteitsnetwerk te ontlasten. Zo leidde in Zeeland de gourmetpiek met Kerst ertoe dat de netbeheerder over moest gaan op twee noodaggregaten om de stroomvraag op te vangen. De netbeheerder denkt daarom nu al na over de komende Pasen. In Dokkum is een grote groep bedrijven een pleidooi gestart om ruimte te vragen voor windturbines, omdat ze anders 6 jaar met hun bedrijven niet kunnen groeien of verduurzamen. Ook blijven de verduurzamingsprojecten van grote industriële bedrijven achter in hun ontwikkeling, omdat ze geen nieuwe of zwaardere netaansluitingen kunnen krijgen.
De netbeheerders geven ook aan: Zoals het vóór netcongestie was gaat het nooit meer worden. Dit betekent dat er niet standaard uitgegaan kan worden dat je altijd een elektriciteitsaansluiting kan krijgen, ook na 2029. De vraag naar lokale oplossingen wordt dus steeds belangrijker. Daarnaast zet het Rijk steeds meer in op lokaal eigenaarschap zoals in het Klimaatakkoord afgesproken en in de nieuwe Energiewet een plek gaat krijgen. Onder andere met het streven om in te zetten op 50% lokaal eigenaarschap bij duurzame energieprojecten. Binnen Gelderland zijn er afspraken gemaakt in de Regionale Energie Strategie (RES) hoe we aan onze doelstellingen kunnen gaan voldoen. Harderwijk is binnen de RES de grootste afnemer van energie in de regio. We hebben daarom een verantwoordelijkheid te nemen en daarom heeft Harderwijk in de RES Noord-Veluwe de bouw van de drie windturbines op Lorentz aangegeven. Het realiseren van de windturbines is cruciaal voor het behalen van de klimaatdoelstelling van gemeente Harderwijk, klimaatneutraal in 2050, en om de positie van de gemeente binnen de RES te waarborgen. De werkzaamheden van TenneT om het elektriciteitsnet uit te breiden, duren naar verwachting tot 2029. Daarna lijkt het probleem van netcongestie grotendeels opgelost. Toch geven de netbeheerders aan dat het belangrijk is om lokaal meer stroom op te wekken.
Het oude systeem, waarbij netbeheerders altijd aan alle verzoeken van een aansluiting kunnen voldoen, verdwijnt. In de toekomst moet er overgestapt worden op 2
een systeem waarin een groot deel van de energie lokaal wordt opgewekt en opgeslagen, en slechts een klein deel uit het elektriciteitsnet wordt gehaald. Als windpark Lorentz niet wordt gerealiseerd, wordt het halen van het RES-bod van de regio Noord-Veluwe (opwek van 0,53 TWh aan duurzame elektriciteit in 2030 in de regio Noord-Veluwe) zo goed als onmogelijk. Alternatieve locaties voor windturbines zijn er op de Noord-Veluwe niet vanwege de beperkingen van Natura 2000 en de zone rond de Veluwe ter bescherming van de wespendief. Om de verwachte opbrengst van de drie windturbines met zonnepanelen te behalen, is daar ruim 26 hectare aan zonneparken nodig. De drie windturbines realiseren een CO2-reductie van 11,8 kton. I In relatie tot de lokale doelstelling om 45% CO2 reductie te realiseren in 2031 ten opzichte van 2010 (243 kton) betekent dit dat de windturbines 10,8% bijdragen aan de tussen- doelstelling en in relatie tot de ambitie om klimaatneutraal in 2050 te zijn is dit 4,8%. Wetende dat de landelijke tussendoelstelling, 55%CO2 reductie is in 2030 ten opzichte van 1990 (219 kton). Onderzoeken en vervolg De vervolgonderzoeken zijn uitgevoerd en we nemen u mee in de resultaten; Milieueffectrapportage (MER) In 2019 is er een Milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd als onderbouwing voor de destijds gevoerde bestemmingsplanprocedure.
Een MER is onbeperkt geldig en daarom mag deze MER wederom ten grondslag liggen aan het nieuw te nemen besluit. Bij het nieuw te nemen besluit staan de locaties daarom niet meer ter discussie. Uit de MER is namelijk gebleken dat dit de enige locaties op het bedrijventerrein zijn waar ruimte is voor windturbines zonder onoverkomelijke negatieve milieueffecten. In dit onderzoek zijn bestaande en toekomstige ontwikkelingen meegenomen, waaronder de ontwikkeling van het Waterfront. Vanuit het zogenaamde Nevele-arrest zijn er op dit moment alleen landelijke normen waar de plaatsing van 3 windturbines of meer aan kan worden getoetst. Het Rijk heeft al wel in concept die normen bekendgemaakt, maar die zijn nog niet vastgesteld. Naar verwachting gebeurt dat nog in 2025. Het betreffen normen op het gebied van veiligheid, slagschaduw en externe veiligheid. In het licht van deze voorbereiding is hier al wel rekening mee gehouden. Dit onderzoek laat zien dat wanneer de normen gaan gelden, het plan doorgang kan vinden. Vanwege de nieuwe methode van berekenen moet in het kader van de besluitvorming wel een doorrekening plaatsvinden en daarmee een aanvullende notitie op het bestaande MER. Het gaat hier specifiek over geluid, slagschaduw en veiligheid. Hoogte windturbines De windturbines hebben een tiphoogte van 146,3 boven NAP en hiermee is ook gerekend in de MER.
Deze hoogtebeperking geldt door de ligging in het hoogtebeperkingen gebied van Lelystad Airport. Met de inwerkingtreding van het Luchtvaartbesluit van 1-1-2024 blijft de hoogtebeperking onveranderd en dit heeft te maken met de ligging van de windturbines in de Outer Horizontal Surface (OHS)1 . Om deze reden zal er wederom geen verklaring van geen bedenkingen kunnen worden afgegeven voor het toestaan van een hogere tiphoogte. Ook bij in gebruik name/uitbreiding van Lelystad Airport, blijft de verwachting dat de hoogtebeperking in stand blijft omdat deze voornamelijk komt door een wachtruimte voor kleinere vliegtuigen die nu ook al landen op Lelystad Airport. Een nader onderzoek naar andere windturbines met een hogere tiphoogte gaat veel tijd en geld kosten waar de kans op succes nihil is. Omwille van de tijdwinst die geboekt wordt, de zekerheid ten aanzien van beschikbare MER rapportage wordt bij een doorstart doorgegaan met de huidige locaties van de 3 windturbines met een tiphoogte van 146,3 boven NAP voorgesteld. Beschikbaarheid windturbines De afgelopen jaren is er binnen de windenergie-industrie een duidelijke verschuiving geweest naar de productie van grotere turbines. Dit betekent dat het aanbod door leveranciers steeds beperkter is geworden en op dit moment slechts 1 fabrikant de windturbines nog kan produceren.
Deze fabrikant heeft aangegeven de productie voor de windturbines voorlopig nog voort te zetten en er nog altijd rekening mee te houden in hun productieproces richting 2029. Hier moet uiteraard te zijner tijd een Europese aanbestedingsprocedure voor worden uitgezet. Hoe sneller de
1 De Outer Horizontal Surface voor luchthavens is erop gericht om een ruimer gebied rondom luchthavens vrij te houden van
hoge objecten die de veiligheid van een luchthaven kunnen belemmeren.
windturbines besteld kunnen worden, hoe beter, om zekerheid te hebben dat de windturbines geleverd kunnen worden. Samenwerking en partners Het Waterschap heeft besloten op 30 september 2024 dat zij in plaats van een rol als coinvesteerder nu opteren voor een rol als grondeigenaar. Bij een besluit van de gemeenteraad Harderwijk om door te starten, moeten op korte termijn bindende afspraken gemaakt worden met het Waterschap over onder andere het gebruik van hun grond voor de realisatie van ons project en de eventuele vergoedingen daarvoor. Hierover zijn de gesprekken inmiddels opgestart. De Provincie geeft in haar Programma klimaat 2021-2030 aan dat binnen het domein Elektriciteit (energieopwekking) de top 3 maatregelen zijn: het uitbreiden van zonne-energie, windenergie en elektriciteitsvraag verminderen door gebruik van warmte. Er is eventueel een expertteam beschikbaar om ons bij te staan bij onze vraagstukken wanneer nodig. Endura heeft als lokale energiecoöperatie aangegeven te willen participeren in het windenergieproject. Op dit moment kunnen er geen toezeggingen worden gedaan over een mogelijke samenwerking of de vorm daarvan. Er vinden verkennende gesprekken plaats tussen Endura en de gemeente over hoe beide partijen een samenwerking zien en welke samenwerkingsvormen mogelijk zijn.
Een belangrijk uitgangspunt is dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor de financiering van de voorbereidingsfase van Endura. Beide partijen delen de ambitie om lokaal duurzame energie op te wekken en het local for local-principe toe te passen, waarbij de opgewekte stroom ten goede komt aan de inwoners. Tegelijkertijd moet een eventuele samenwerking voldoen aan de geldende aanbestedingsregels. Dit betekent dat de gemeente verplicht is om bij het aangaan van samenwerkingen met marktpartijen transparant, objectief en non-discriminatoir te handelen. Dit voorkomt dat één partij zonder een eerlijke procedure wordt bevoordeeld boven andere potentiële samenwerkingspartners. Afhankelijk van de vorm van samenwerking kan de gemeente mogelijk een aanbestedingsprocedure moeten volgen om te waarborgen dat alle belanghebbenden een gelijke kans krijgen om deel te nemen. Netcongestie Netcongestie betekent letterlijk dat er file is op het elektriciteitsnetwerk en daarom bedrijven, woningen en energieprojecten geen elektriciteit meer kunnen afnemen of terugleveren. Binnen Harderwijk hebben we hier ook mee te maken. Bedrijfskavels kunnen geen aansluiting meer krijgen en nieuwbouwprojecten dreigen te stagneren. Voor ons project betekent dit dat de windturbines niet kunnen draaien als we de stroom niet kunnen afnemen en terugleveren.
Op moment van schrijven is nog geen zekerheid te geven of de turbines aangesloten kunnen worden op het net. Alleen de uitbreiding van het bestaande elektriciteitsnetwerk is niet voldoende om de netcongestie op te lossen, het wordt daarom steeds belangrijker om de stroom lokaal op te wekken, op te slaan en te gebruiken. Deze aanpak wordt vanuit de provincie Gelderland ook als een van de inrichtingsprincipes gezien om te komen tot een toekomstbestendig energiesysteem. Waar netcongestie begin 2024 nog voornamelijk als een risico voor de realisatie van de windturbines werd beschouwd, wordt met de kennis van nu, duidelijk dat deze ook kunnen bijdragen aan de oplossing van dit probleem. Het plaatsen van de windturbines is dan ook een kans om Harderwijk te voorzien in de lokale energiebehoefte. Het is een lange termijn investering die het uiteindelijk mogelijk moet maken om al onze ambities (economie, wonen en duurzaamheid) waar te maken. Om lokaal opgewekte stroom op te slaan, moet onderzocht worden hoe dit binnen de ruimtelijke puzzel past en als nieuw onderdeel aan de vergunning kan worden toegevoegd. SDE Subsidie Tot 2027 geldt de huidige SDE++ regeling nog, daarna komt er een andere regeling . Het is voor dit project daarom belangrijk in te zetten op het wederom verkrijgen van de SDE++ subsidie in de categorie Wind op land met hoogtebeperking.
Voor de indiening van de SDE++ komt de planning heel nauw. Er is in principe één moment in het jaar dat het een maand lang mogelijk is om aanvragen in te dienen. In principe wil je je aanvraag op de eerste dag van de betreffende fase doen. Doe je dat later, dan loop je een grotere kans dat het budget op is. Na het aflopen van de openstelling, is indienen niet meer mogelijk. In de planning is rekening gehouden met de afgifte van de definitieve vergunning in juli 2026 en de indiening SDE++ in augustus 2026. In het uiterste geval is het mogelijk om de aanvraag SDE++ op vrijwel dezelfde dag in te dienen als dat de vergunning definitief wordt. Daarmee is 2 maanden
vertraging ten opzichte van de huidige planning dus nog op te vangen, maar dient de voorbereiding zorgvuldig te zijn. Een en ander blijft echter afhankelijk van de openstellingsdata van de SDE++. Wanneer de planning en het indienen van de SDE++ subsidie niet gehaald wordt, kan mogelijk gebruikgemaakt worden van de nieuwe regeling. Echter is nu niet bekend hoe deze eruit gaat zien en of deze voldoende zekerheid kan geven voor dit project. Businesscase In de business case is gerekend met (onderbouwde) aannames (zoals opgenomen in onderstaande tabel). Het betreft voor dit moment een basisscenario, waarbij is uitgegaan van een financiering op basis van zowel eigen als vreemd vermogen. Daarnaast weten we niet hoe een eventuele samenwerking met partners eruitziet en wat de effecten zijn van eventuele nadeelcompensatie en de oplossing voor het kwetsbaar object. In de advisering van fase 3 zijn we in staat de uitgewerkte business case aan u voor te leggen. De inkomsten van windenergie projecten bestaan uit de opbrengsten van het verkopen van elektriciteit en eventueel inkomsten vanuit een SDE++ subsidie. Financieel gezien wordt geïnvesteerd in windturbines om vervolgens deze gemaakte kosten terug te verdienen met deze opbrengsten. Om de financiële en operationele haalbaarheid in te schatten wordt gebruikgemaakt van een businesscase.
Er wordt hierbij gewerkt met aannames om dit zo goed mogelijk in te schatten. Dit betekent dat onderstaande cijfers onderhevig zijn aan verandering en dit een momentopname is (de beste inschatting op dit moment). Factoren zoals de ontwikkelingen in energieprijzen, de beschikbaarheid en omvang van de SDE++ subsidie en de verwachte ontwikkelkosten spelen een cruciale rol in de uiteindelijke levensvatbaarheid van het project. In onderstaande tabel worden de aannames (gebaseerd op marktkennis die als bron voor de SDEsystematiek dienen) weergegeven.
Risico’s en risicobeheersing Een doorstart brengt risico’s met zich mee. De eerste fase is gericht op het opnieuw opstarten van de planologische procedure waarbij het risicoprofiel laag is. Op basis van de actualiteiten en kennis van nu is onderstaande inschatting gemaakt. Risico
Risicoprofiel
Omschrijving
Maatregel
Planologische procedure
laag
De planologische procedure in de vorm van een BOPA voeren Oplossing vinden voor kwetsbaar object binnen hindercirkel
Goede voorbereiding en participatie door middel van informeren. In gesprek met de eigenaar van het kwetsbare object en komen tot een oplossing. Na doorstart in gesprek over grondpositie
kans van 5% Kwetsbaar object
Middel Kans van 25%
Samenwerking Waterschap
laag kans op 10%
Financieel
Laag/middel kans 10%25%
We kunnen niet zonder de grond om de derde windturbine te realiseren Nadeelcompens atie analyse kan financiële gevolgen hebben
Analyse uit laten voeren
Er is tevens een doorkijk gemaakt naar de risico’s in de opvolgende fases tot en met de realisatiefase van het project. Het risicoprofiel is gemiddeld waar de focus ligt op het binnenhalen van de nieuwe SDE++ subsidie. Risico SDE++ subsidie
Risicoprofiel Middel kans van 25%
Samenwerking Endura
laag kans van 10%
Netcongestie
Groot kans van 40-60%
Stroom niet lokaal weg te zetten
Middel
Fabrikant windturbine
Middel/Groot
Kans van 25%
Omschrijving Niet verkrijgen van de subsidie en daarmee geen haalbare business case Door afhaken van Endura loopt project vertraging op Als we niet kunnen aansluiten draaien de windturbines niet. Hoeveelheid opgewekte stroom niet op te slaan of niet ruimtelijk in de passen Valt deze fabrikant weg dan kunnen
Maatregel Tijdig aanleveren van de juiste stukken met inachtneming van de planning
Na doorstart in gesprek over mogelijke samenwerking In gesprek blijven met de partners Alternatief door lokaal opwekken en opslaan het risico als een kans benutten. Ruimtelijke puzzel maken In overleg met leveranciers Met fabrikant in gesprek blijven en wanneer
Kans van 30% -40%
Capaciteit
Groot kans van 50%
Financieel
Engineering en contracteren
middel kans van 25% laag kans van ca 10%
we met de kennis van nu geen windturbines meer laten bouwen Tekort aan ambtelijke capaciteit om het project uit te voeren financiële haalbaarheid in gedrang. Windstudies ontoereikend
mogelijk een contract sluiten
Primair het prioriteren van projecten Secundair extra financiële middelen nodig als capaciteit moet worden ingehuurd tijdig aanvragen SDE Financieringstoets uitvoeren Windmeting uitzetten Tijdige engineering
aanbesteding loopt vast
Planologische procedure Om de windturbines mogelijk te maken, is het noodzakelijk een planologische procedure te voeren. Er is voor gekozen om in eerste instantie gebruik te maken van de uitgebreide procedure voor een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor het afwijken van de regels van het omgevingsplan en voor de diverse activiteiten die samenhangen met het oprichten en in gebruik nemen van de windturbines. Dit is de meest efficiënte weg en gelet op het feit dat de belangrijkste gegevens bekend zijn en er sprake is van een concreet, afgebakend plan ook mogelijk. Met deze procedure komt er gelijk een omgevingsvergunning tot stand, waarmee het project uitgevoerd kan worden. De verleende omgevingsvergunning BOPA moet vervolgens binnen 5 jaar verwerkt worden in het omgevingsplan Harderwijk. Voorwaarde voor het starten van de procedure omgevingsvergunning BOPA is wel dat er concreet zicht moet zijn op een oplossing voor het aanwezige kwetsbare object binnen de contour van de windturbine en ook alle overige aspecten van de fysieke leefomgeving voldoende zijn onderzocht (o.a. aanvullende notitie MER). Daarmee kan een evenwichtige toedeling van de beoogde functie aan deze locatie gemotiveerd en bereikt worden.
Kwetsbare object Zoals hiervoor beschreven is een voorwaarde voor het starten van de BOPA dat er zicht is op een oplossing voor het kwetsbare object, zijnde een bedrijfspand. Om hierover tot een oplossing te komen zijn meerdere scenario's denkbaar zoals aankoop van het pand of aanpassing van het gebruik, zodat er binnen de contour geen sprake is van een kwetsbaar object. Deze scenario's moeten verder worden uitgewerkt en doorgerekend, waarbij de inschatting is dat er een aanzienlijke financiële bijdrage mee gemoeid is. Hierover wordt rond september een separaat advies ter besluitvorming voorgelegd. Conclusie en samenvatting Door de netcongestie hebben de netbeheerders aangegeven dat zij onder de huidige omstandigheden niet meer in staat zijn om elektriciteit te leveren en te transporteren. Grootverbruik aansluitingen worden tot ten minste 2029 niet in behandeling genomen, en voor kleine aansluitingen is de ruimte beperkt. De nadrukkelijke oproep van de netbeheerders is dat het lokaal opwekken van energie noodzakelijk is om toekomstbestendig te zijn. De noodzaak om tot een gebalanceerd en stabiel energiesysteem voor Harderwijk te komen is daarom hoog. We onderzoeken daarom of er alternatieven mogelijk zijn als bijvoorbeeld een energiehub en/of lokale opslag en van energie of omzetten van energie in waterstof.
Door lokaal energie op te wekken en te onderzoeken hoe we deze ter plaatse kunnen benutten, versterken we de regie over de energievoorziening in Harderwijk. Als gemeente nemen we het voortouw om duurzame en betrouwbare energievoorziening voor onze inwoners en bedrijven te waarborgen. Doorstarten betekent gebruikmaken van de huidige MER (met een aanvullende notitie) en daarmee de bestaande locaties en de tiphoogte van de windturbines in stand houden op 146,3 meter boven NAP. De in stand gebleven ontheffing en vergunning Wet Natuurbescherming ondersteunt ook een doorstart op basis van voorgaande uitgangspunten. Voor het concreet starten met de planologische procedure betekent het dat er een oplossing moet zijn voor het kwetsbare object, omdat er anders geen deugdelijke onderbouwing mogelijk is. De doorstart in het voorjaar van 2025 is belangrijk om de planologische procedure te kunnen
starten en de randvoorwaardelijke zaken afgerond te hebben om de aanvraag voor de SDE++ subsidie medio 2026 in gang te kunnen zetten. Het verkrijgen van deze subsidie is randvoorwaardelijk om de volgende stap te kunnen zetten in het project. Gedurende het proces moeten de gesprekken over de samenwerking met Waterschap en mogelijk Endura vorm gaan krijgen en blijven we in contact met de fabrikant. Wij zijn ons bewust van een aantal grote risico’s, maar die geven ons in de verschillende fases de mogelijkheid om zonder grote financiële consequenties alsnog te stoppen met het project. Na elke fase zal er opnieuw een besluit worden voorgelegd aan het college en de raad waardoor zij ook aan het stuur blijven. Verderop zijn de fasering en planning met de financiële risico’s toegelicht. Fasering en planning De planning van het project bestaat uit een aantal fases, die na elke fase een nieuw go of no go moment hebben en voorgelegd worden aan het college en de raad. De financiële risico’s die hier na elke fase worden benoemd zijn cumulatief. Deze planning is gebaseerd op besluitvorming in de raad van april en moet bij latere besluitvorming worden aangepast.
Fase 1 van april tot en met september 2025; Besluit om het project door te starten Aanvraag omgevingsvergunning BOPA met alle bijbehorende stukken opstellen Duidelijkheid verkrijgen over een oplossing voor het kwetsbare object Nadere verkenning over samenwerking met Endura Nadere afspraken vastleggen met Waterschap Raad informeren over resultaat van fase 1 met een go of no go moment naar fase 2 met bijbehorende risico’s in Q4 2025. Geschat financieel risico van fase 1 is ca € 90.000,Fase 2 van oktober 2025 tot en met september 2026; Beoordeling aanvraag BOPA en voorbereiden ontwerpbesluit Ter inzage leggen van de BOPA voor zienswijzen Stukken voorbereiden voor aanvraag SDE++ subsidie Verdere uitwerking van een eventuele samenwerking met Waterschap en Endura De uitwerking van de rechtsvorm van het windpark Onderzoek naar energiehub Windstudies Raad informeren over resultaat van fase 2 met een go of no go moment naar fase 3 met bijbehorende risico’s in Q4 2026.
Geschat financieel risico van fase 1 en 2 is ca € 200.000,Fase 3 van oktober 2026 tot en met maart 2027 Definitief BOPA-besluit en mogelijkheid beroep Contract en aanbesteding fabrikant Februari 2027 besluit SDE++ subsidie April 2027 investeringsbesluit laten nemen Contracteren netaansluiting of alternatief Oprichting van de entiteit windpark Uitgewerkte business case Raad informeren over resultaat van fase 3 met een go of no go moment naar fase 4 met bijbehorende risico’s in Q2 2027. Geschat financieel risico van fase 1 t/m 3 ca € 350.000,Fase 4 van mei 2027 tot januari 2029 Bouw windturbines Mei 2028 aansluiting Liander of alternatief Juli 2028 oplevering windturbines Januari 2029 capaciteit beschikbaar Liander Kader Omgevingswet Omgevingsvisie Harderwijk 2040, 12 december 2024 Hierin zijn de duurzaamheidsambities en -doelen in overgenomen die eerder waren vastgesteld in de volgende documenten: ● ● ● ●
De duurzaamheidsvisie - De duurzame stad (juli 2020) Het energietransitie beleid - De energieke Stad (april 2013) Transitie Visie Warmte Harderwijk (november 2021) Beleid inpassing zonnepanelen (september 2022)
Regionale energiestrategie Noord-Veluwe, juni 2021 Nota verbonden partijen, vastgesteld 29 januari 2015 (update in 2025) Kaders Duurzaamheidsfonds, 9 november 2023 Alternatieven 1. Geen windturbines plaatsen en op een andere manier duurzaam energie opwekken. Echter is er geen volwaardig alternatief voor de windturbines beschikbaar dan alleen zonnepanelen.. Ter vergelijking: om de verwachte opbrengst van de drie windturbines met zonnepanelen te behalen, is daar ruim 26 hectare aan zonneparken nodig. Dit zou betekenen dat dan bijvoorbeeld het gehele Eendengebied vol gelegd moet worden met zonnepanelen. Alleen zonne-energie geeft een disbalans in het opwekken van energie. De ideale mix is een combinatie van zon en wind en zorgt daarmee voor een stabielere situatie. 2. Nieuwe locatie zoeken. Gezien het Plan WiRES, waarin de provincie alternatieve locaties voorstelt in Hierden, is het relevant om hierop in te zoomen. Hoewel dit een alternatief is, zouden de geplande locaties in een open natuurgebied vallen, wat geen politiek draagvlak kent Bovendien is de kans op realisatie klein vanwege natuurwetgeving. De meest recente versie van Plan WiRES ligt op het moment van het schrijven van dit advies ter inzage, maar is nog niet vastgesteld.
Een alternatief in de vorm van een samenwerking met Zeewolde of afwachten op een gunstiger ingedeeld luchtruim om daarmee hogere windturbines te realiseren, wordt gelet op tijd en kosten niet als een alternatief gezien en daarom ook niet zo benoemd. Op nationaal niveau wordt momenteel een visie ontwikkeld over de rol en mogelijkheden van kleine modulaire reactoren (SMR’s) binnen de Nederlandse energietransitie. Het proces om deze visie volledig uit te werken zal naar verwachting nog minstens een jaar duren. Daarbij komt de recente discussie in de provincie Gelderland over een mogelijke SMR-locatie in of nabij Harderwijk. Onze gemeente wordt nu expliciet genoemd als zoekgebied, maar de verwachting blijft dat de eerste SMR pas rond 2040 gerealiseerd zal worden in Nederland. Daarom vormt deze technologie voor de gemeente geen reëel alternatief binnen de huidige termijn, zeker gezien de urgente uitdagingen rondom netcongestie en de behoefte aan tijdige oplossingen voor energievoorziening. Beoogd effect Door het plaatsen van 3 windturbines werken we in Harderwijk aan een energiesysteem van de toekomst, waarbij we lokaal opwekken wat we afnemen. We zorgen voor een goed netwerk voor Harderwijk en het draagt bij aan het behalen van onze klimaatdoelstellingen.
We streven naar een gesloten energiesysteem om zo ruimtelijke projecten doorgang te laten vinden en te kunnen voldoen aan de vraag naar energie. Argumenten 1. De netcongestie dwingt lokale overheden tot het opwekken van energie om toekomstbestendig te zijn. Met de doorstart neemt de gemeente het voortouw in het opwekken van lokaal opwekken van energie om toe te werken naar een gesloten energiesysteem. 1.2 Een van de klimaatdoelstellingen is energieneutraal te zijn in 2050. De realisatie van de windturbines is daarin essentieel. 2. Om het project verder voort te zetten moeten er kosten gemaakt worden voor onderzoeken, externe inhuur, deskundigheid en expertise. De kosten worden geactiveerd op basis van de verwachting dat er voor deze ontwikkeling sprake is van een haalbare business case. Zie kopje financiën voor meer toelichting. 3. Om het risico op te vangen van het beschikbaar stellen van een nieuw krediet voor voorbereidingskosten met als dekking de businesscase wordt er een claim gelegd op de bestemmingsreserve duurzaamheidsfonds. Dit betekent dat als het project uiteindelijk geen doorgang vindt en de inkomst vanuit de toekomstige business case niet gerealiseerd wordt, dat dan de kosten vanuit het krediet (via nadere advisering) ten laste kunnen worden gebracht van de bestemmingsreserve duurzaamheidsfonds.
Het bedrag van de claim van € 350.000,- is gebaseerd op de huidige inschatting van kosten gedurende fase 1 t/m 3. De kredieten worden per fase aangevraagd via nadere advisering. Het leggen van een claim in het duurzaamheidsfonds voor het zelf als gemeente ontwikkelen van een duurzaam energieproject, valt niet binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders voor het duurzaamheidsfonds. Echter is het college van mening dat dit voorstel in lijn is met het doel van het duurzaamheidsfonds, namelijk het versnellen van de realisatie van de duurzaamheidsopgave, in dit geval het opwekken van duurzame energie. Met deze claim aan de voorkant, is er al dekking geregeld in het geval de drie windturbines niet gerealiseerd kunnen worden. Ondanks deze claim aan de voorkant te regelen is er voldoende vertrouwen dat het project gerealiseerd kan worden. Dit betekent dat de claim na 2027 vervalt en weer beschikbaar komt in het duurzaamheidsfonds om andere duurzaamheidsprojecten mee te financieren.
De claim is alleen een dekking voor de kosten van fase 1 t/m 3, welke naar verwachting doorlopen t/m 2027. Voor de realisatiekosten van fase 4 wordt geen claim gelegd op het duurzaamheidsfonds. 4.
Afboeken van de kosten die zijn gemaakt sinds 2017 vanuit het oorspronkelijke beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet en dit ten laste te brengen van de algemene reserve. Dit is naar verwachting een bedrag van afgerond € 575.000,-. Zie kopje financiën voor meer toelichting.
Omgevingswet De Omgevingsvisie 2040 is op 12 december 2024 vastgesteld en daarin is het volgende opgenomen. Vanuit de energietransitie zet Harderwijk in op het ontwikkelen van 3 windturbines op Lorentz voor het duurzaam opwekken van de benodigde energie. Financiën Op het moment dat de raad besluit het project voort te zetten dan vragen wij voor fase 1 een krediet aan voor de onderzoek- en ontwikkelingskosten in deze fase. Dit betekent o.a. nadere onderzoeken uitzetten en de gesprekken aangaan om voor het kwetsbare object tot een oplossing te komen. Deze kosten worden geraamd op € 90.000,-. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een groot deel van de werkzaamheden vanuit de eigen capaciteit (interne uren) komt. Mocht dat niet haalbaar zijn, dan zal er extra inhuur moeten plaatsvinden. Op het moment dat er zicht is op de situatie van het kwetsbare object, wordt u daarover separaat geïnformeerd. In de onderstaande tabel is een raming opgesteld van de kosten die gemaakt worden tot oktober 2025. In 2025 worden de kosten van projectmanagement en ondersteuning gedekt uit de specifieke uitkering CDOKE (Klimaatakkoord gelden vanuit het Rijk).
Kostensoort
Omschrijving
Kosten
Nadeelcompensatie analyse
Een extern bureau inschakelen om in de omgeving een analyse op te laten maken
€ 10.000,-
Externe (juridische) begeleiding en actualisatie studies
Externe expertise voor ondersteuning bij de voorbereiding en uitwerking van de planologische procedure en het updaten van studies en onderzoeken
€ 70.000,-
Onvoorzien
Extra kosten door externe advisering etc
€ 10.000,-
Totaal (bedragen exclusief BTW)
€ 90.000,-
Er wordt voor fase 1 een voorbereidingskrediet aangevraagd van € 90.000,-. Voorgesteld wordt om dezelfde opzet te hanteren als bij het oorspronkelijke krediet, waarbij de kosten worden geactiveerd op basis van de verwachting dat er voor deze ontwikkeling een haalbare business case is. Dit betekent dat een risico wordt aangegaan, omdat er gerekend wordt op dat de kosten terugverdiend zullen worden vanuit de businesscase. Om dit risico te beheersen wordt daarom voorgesteld een claim te leggen op de bestemmingsreserve duurzaamheidsfonds voor de ingeschatte kosten voor fase 1 t/m 3. Afwikkeling oorspronkelijke krediet Het oorspronkelijke krediet m.b.t. projectontwikkelkosten voor het windpark is door de raad beschikbaar gesteld in 2016. De intentie hierbij was om de kosten terug te verdienen met de exploitatie van de windturbines en de kosten op te voeren in de businesscase. Dit is gedaan op basis van de verwachting dat er voor deze ontwikkeling een haalbare businesscase is. In het oorspronkelijke raadsvoorstel is aangegeven dat als blijkt dat geen projectontwikkeling mogelijk is of dat sprake is van grote vertraging, dan de gemaakte kosten ten laste van het dan lopende jaarrekening resultaat worden gebracht.
Inmiddels is door de uitspraak van de Raad van State en het stoppen van de financiële samenwerking met het Waterschap er sprake van een dusdanige wijziging en vertraging in het project dat financieel wordt geadviseerd het oorspronkelijke krediet af te sluiten ten laste van het resultaat. Per saldo is de inschatting dat een bedrag van € 575.000,- aan gemaakte kosten ten laste van de algemene reserve moet worden gebracht. Omdat de MER rapportage en bijhorende onderzoeken nog houdbaar zijn, hoeven deze kosten niet meer te worden gemaakt bij een doorstart en komt dat ten gunste van de businesscase. Een eventuele afwijking hiervan zal bij de jaarrekening 2025 worden verantwoord. Het beschikbaar gestelde krediet is € 1.257.500,- aan uitgaven en een bedrag van € 632.500,- aan inkomsten vanuit het Waterschap en de Provincie. Per saldo geeft dit een bedrag van € 625.000,- aan geraamde lasten binnen de gemeente. Op peildatum 31-12-2024 is er sprake van het volgende beeld wat betreft werkelijke kosten en opbrengsten:
Jaar
Uitgaven
Ontvangsten
Omschrijving gemaakte kosten
2017
€ 77.271,-
MER, communicatie, advisering, projectbegeleiding
2018
€ 138.176,-
MER, draagvlakstudie, advisering, projectbegeleiding
2019
€ 182.616,-
€ 280.000,-
MER, onderzoeken, projectbegeleiding
2020
€ 193.808,-
€ 180.354,-
SDE-aanvraag, MER, onderzoek, projectbegeleiding
2021
€ 164.836,-
€ 78.907,-
Onderzoek, advisering, projectbegeleiding
2022
€ 267.758,-
€ 53.969,-
2023
€ 118.912,-
€ 38.354,-
Onderzoek, advisering, omgevingsvergunning, projectbegeleiding Onderzoek, advisering, projectbegeleiding
2024
€ 41.103,-
Totaal
€ 1.184.479,-
Onderzoek, advisering, projectbegeleiding € 631.584,-
Dit betekent per saldo een bedrag van afgerond € 553.000,- aan werkelijke kosten op peildatum 31-122024. De verwachting is dat deze kosten zullen uitkomen op een bedrag van € 575.000,- op het moment van het afsluiten van het krediet. Gezien de situatie wordt getracht om de werkelijke last bij het afsluiten van het krediet zo laag mogelijk te houden ten opzichte van het begrote bedrag van € 625.000,-. Binnen het huidige krediet is nog besteedbare ruimte van ca. € 70.000,- waarvan € 50.000,- terugvloeit. Vanuit eerdere advisering is in de risico-inventarisatie bij de jaarrekening 2023 dit risico reeds benoemd en opgenomen voor een bedrag van € 312.500,- (op basis van 50% kans op een nadeel van € 625.000,-). Na het afsluiten van het krediet vervalt dit risico en de claim en wordt de daadwerkelijke last door de gemeente genomen. Indien mogelijk zullen kosten uit dit oorspronkelijk krediet alsnog ingebracht worden in de uiteindelijke business case, echter wordt hier niet financieel op gerekend in het kader van voorzichtigheid. Dit kan op dat moment nog een incidenteel voordeel opleveren. Daarnaast zullen de kosten die gemaakt zijn m.b.t. de MER en milieu- en natuurvergunning ook worden afgeboekt met de afwikkeling van het oorspronkelijke krediet.
Dit levert een besparing op aan toekomstige kosten van geraamd € 200.000,-, aangezien dit kosten zijn die niet opnieuw gemaakt hoeven te worden. Duurzaamheid In omgevingsvisie Harderwijk 2040 is de ambitie opgenomen dat de gemeente Harderwijk in 2050 klimaatneutraal wil zijn. Waarbij het streven is om de landelijke tussendoelstellingen te volgen. Om deze doelstellingen te behalen zijn er een aantal mogelijkheden: energie te besparen duurzaam opwekken van energie compenseren van energie. Om de tussendoelstelling via duurzaam opwekken te kunnen behalen, betekent dat er 26 % van alle energie (warmte, brandstof en elektriciteit) moet worden opgewekt door wind en zon. Windenergie is het grootste aandeel en bereiken we door het plaatsen van 3 windturbines. Om de doelstelling op zonneenergie te bereiken is het zonnebeleid vastgesteld. Communicatie Op het moment dat u besluit om het project door te starten, worden direct betrokkenen/omwonenden/bedrijven via een brief op de hoogte gebracht van het besluit. In deze brief staat ook een informatienummer en mailadres van de projectleider waar mensen hun vragen kunnen stellen. In de brief bieden we tevens de mogelijkheid om via mail op de hoogte te blijven van ontwikkelingen, middels
aanmelding voor een nieuwsbrief (achterlaten mailadres). Daarnaast zal er over het besluit een persbericht worden verspreid en dit besluit zal door de wethouder worden toegelicht in het persuur.. Voor de voorbereiding van de aanvraag omgevingsvergunning BOPA is het voeren van participatie vereist. Hoe deze participatie wordt vormgegeven is vormvrij. Gelet op het gegeven dat er hier sprake is van een doorstart van een project, waarbij de locaties en bouwwerken al vastliggen, is gekozen voor informerend participeren. Duidelijk moet zijn dat de komst van de windturbines en de locaties waar deze voorzien zijn niet meer ter discussie staan. Het Informeren zal zich met name richten op het toelichten van de gemaakte keuzes, de wettelijke verplichtingen die daarbij horen, de consequenties van de turbines op de omgeving en het bewust maken van de belangrijkheid van deze turbines. Ook hier zal weer per fase besluitvorming met de bijbehorende communicatie plaatsvinden. Uitvoering Het project kan gezien worden als een sleutelproject, waardoor andere projecten zoals woningbouwlocaties en uitgifte van bedrijfskavels hun doorgang kunnen vinden. Evaluatie Via raadsinformatiebrieven wordt u op de hoogte gehouden. Bijlagen 1. Persbericht 2. Brief omwonenden en bedrijven 3. Planning met financieel risico 4. Memo (vertrouwelijk)