CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Drielanden - Harderweide deelplan 3_Toelichting

Commissie Stad & Omgeving 29 februari 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling BP Drielanden - Harderweide deelplan 322.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Drielanden Harderweide deelplan 3 Vastgesteld bestemmingsplan

Drielanden - Harderweide deelplan 3

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1

5

Inleiding

1.1

Waarom dit bestemmingsplan?

5

1.2

Uitgangspunten voor de woningbouwontwikkeling

5

1.3

Plangebied

5

1.4

Wat hoort er bij het plan

6

1.5

Leeswijzer

7

Hoofdstuk2 2.1

Bestaande situatie

9

Harderweide

Hoofdstuk3

9

Beleidskader

11

3.1

Algemeen

11

3.2

Ruimtelijk beleid

11

3.3

Woonbeleid

13

3.4

Archeologie en monumentenbeleid

14

3.5

Welstandsbeleid

15

3.6

Milieubeleid

15

3.7

Bodembeleid

17

3.8

Waterbeleid

17

3.9

Groenbeleid

18

3.10 Verkeers- en vervoersbeleid Hoofdstuk4

19

Planbeschrijving

21

4.1

Inleiding

21

4.2

Woongebied Harderweide

21

4.3

Verkeer

24

4.4

Groen en water

25

Hoofdstuk5

Onderzoek

27

5.1

Algemeen

27

5.2

Ladder voor Duurzame Verstedelijking

27

5.3

Milieueffectrapportage

28

5.4

Cultuurhistorie en archeologie

28

5.5

Ecologie

29

5.6

Water

35

5.7

Milieu

37

2

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 Hoofdstuk6

Juridische aspecten

45

6.1

Inleiding

45

6.2

Algemene uitgangspunten

47

6.3

Verantwoording Handboek Harderwijk

48

6.4

Bestemmingsbepalingen

48

6.5

Handhaving

50

Hoofdstuk7

Economische uitvoerbaarheid

53

7.1

Kostenverhaal

53

7.2

Haalbaarheid plan

53

Hoofdstuk8

Inspraak, vooroverleg en terinzagelegging

55

8.1

Inspraak en vooroverleg

55

8.2

Zienswijzen

55

Bijlagen bij de Toelichting Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan Harderweide deelplan 3

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

Bijlage 3

Natuurtoets

Bijlage 4

Voortoets Natura 2000 Harderweide fase 2 en 3

Bijlage 5

Aeriusberekening Stikstof

Bijlage 6

Nader onderzoek kleine marterachtigen

Bijlage 7

Watertoets en geohydrologisch onderzoek 2015

Bijlage 8

Beoordeling en advies watersysteem Crescent

Bijlage 9

Stresstesthoogwater Veluwerandmeren

Bijlage 10

Bodem en asbestonderzoek

Bijlage 11

Akoestischonderzoek

Bijlage 12

Beoordeling Externe veiligheid

3

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

4

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Waarom dit bestemmingsplan?

Het woongebied Drielanden is een uitbreidingswijk aan de zuidzijde van Harderwijk, ten zuiden van de rijksweg A28. De wijk Drielanden bestaat uit drie verschillende delen: Muziekland, Harderhout en Harderweide. Muziekland en Harderhout zijn helemaal afgerond. Harderweide vormt het laatste deel en wordt in verschillende fases gerealiseerd. Deelgebied 1 is inmiddels gerealiseerd, net als groengebied ‘de Blauwe Long’ en het Crescent Park. Met de bouw van de woningen in deelgebied 2 is begin september 2023 gestart en de geluidwerende voorzieningen langs de A28 worden medio 2025 gerealiseerd. De derde en laatste fase met woningbouw is nu in voorbereiding waarvoor dit bestemmingsplan het planologisch en juridisch kader is. Als dit bestemmingsplan onherroepelijk is dan kunnen de laatste woningen in de wijk worden gebouwd.

1.2

Uitgangspunten voor de woningbouwontwikkeling

In 2011 is er een structuurvisie Drielanden West (inmiddels omgedoopt tot Harderweide) vastgesteld die in 2015 is herschreven. Het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan is toen aangepast naar een plan dat uitging van extensievere bebouwing. Inmiddels is er door de grote woningbouwbehoefte echter weer sprake van verdere verdichting. Behoud van de sterke ruimtelijke en landschappelijke structuren en het handhaven van het stedenbouwkundig concept (Brinken, groensingels en dorps karakter) blijven het uitgangspunt. Leidend motief is de realisatie van de uitstraling van een Veluws dorp. De hoofdlijnen voor Harderweide zijn beschreven in de nieuwe structuurvisie Drielanden-West (2015) en het bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 2.

1.3

Plangebied

Het plangebied ligt in deelgebied Harderweide en vormt de laatste woningbouwlocatie in de wijk Drielanden. Het plangebied wordt omsloten door de reeds gebouwde woningen van deelgebied 1 en de nog te bouwen woningen van deelgebied 2. Aan de zuidzijde ligt de Groene Zoomweg. In het plangebied geldt tot dusver het bestemmingsplan 'Drielanden 1989' (raad 17-5-1990, GS 04-12-1990, KB 01-12-1993) en de onherroepelijke omgevingsvergunning Drielanden Landschapsinrichting Drielanden-West (B&W 12-08-2015).

5

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

Ligging plangebied

1.4

Wat hoort er bij het plan

Het bestemmingsplan "Drielanden - Harderweide deelplan 3" heeft als IMRO-idn NL.IMRO.0243.BP00292--0002 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan is een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is online te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl).

Wat is een toelichting, planregels of verbeelding? De verbeelding en de regels vormen samen het juridische deel van het bestemmingsplan dat voor iedereen geldt. Op de verbeelding is de bestemming van de grond aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld. De regels en de verbeelding moeten dan ook samen worden gelezen. Als er een verschil bestaat tussen de papieren kaart en de online verbeelding, dan geldt de online verbeelding. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn van de ontwikkeling van deelgebied 3 en laat zien welke onderzoeken zijn gedaan. Als er onduidelijkheden over

6

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 regels en/of de verbeelding zijn, dan kan de toelichting uitleggen wat er precies is bedoeld en waarom het zo is geregeld.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan "Drielanden - Harderweide deelplan 3" bestaat uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt kort uitgelegd waarom dit bestemmingsplan is gemaakt en over welk gebied het precies gaat. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. In de hoofdstukken 3 wordt verteld waarom er niet uitvoerig op beleid is ingegaan. In hoofdstuk 4 zijn de onderzoeken samengevat die zijn gedaan voor dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regels die geden voor het bouwen en gebruiken van de grond. Tot slot wordt in de hoofdstukken 6 en 7 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en het proces van inspraak en overleg over dit bestemmingsplan.

De toelichting van het bestemmingsplan "Drielanden - Harderweide deelplan 3" bestaat uit de volgende hoofdstukken: in hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven. in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 wordt een beschrijving gegeven van de beoogde plannen. Hierin wordt beschreven welke ruimtelijke visie de gemeente voorstaat met de derde en laatste fase van Harderweide en wat de belangrijkste uitgangspunten zijn voor verkeer, water en groen. in hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 6 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk; in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan; de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 8 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

7

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

8

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Harderweide

Het gebied Harderweide ligt in het zuidwesten van Harderwijk. Het gebied wordt aan de noordwestelijke zijde begrensd door de snelweg A28 met daarachter het Wolderwijd. Ten oosten van het plangebied bevindt zich de bestaande woningen van de wijk Muziekland en meer naar het zuiden toe de bestaande woningen van Harderhout. Aan de zuidwestzijde bevindt zich de Groene Zoomweg. De wijk Drielanden ligt op de overgang van verschillende landschapstypen. Aan de zuid- en oostzijde liggen de uitlopers van de Veluwe met bosrelicten en houtwallen op de droge zandgronden. Aan de noordwestelijke zijde ligt het Wolderwijd, het wijdse randmeer van de Flevopolder. Harderweide is een laaggelegen polderlandschap met een rechthoekige verkavelingsstructuur. De verkavelingsstructuur is afgeleid van de Waterplassteeg, een oude ontginningsas die nog steeds als doorgaande fietsverbinding herkenbaar is in de wijk. Een andere belangrijke drager van Harderweide is de 'Blauwe Long', een parkachtige groene strook langs de Beek van de Hoge Geest. Het vormt de grens tussen het laaggelegen Harderweide en het hoger gelegen plandeel Harderhout. Ook vormt het gebied de verbinding tussen de groengebieden van Ermelo en het waterbergingsgebied Crescent. Het aan de oostkant gelegen deelgebied 1 is inmiddels vol gebouwd. Deelgebied 2 is bouwrijp gemaakt en de hoofdwegenstructuur is duidelijk zichtbaar.

In het noordelijk deel is gestart met de eerste woningbouw. Deegebied 3 ligt braak en is nog in gebruik als grasland. Op een aantal kavelgrenzen staan nog houtwallen. Verder zijn er weinig opgaande groenelementen in het gebied.

Beeld Harderweide

9

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

10

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Algemeen

Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.

3.2

Ruimtelijk beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en geactualiseerde Omgevingsverordening vastgesteld. In deze omgevingsvisie wordt benoemd wat historisch en landschappelijk gezien van waarde is en wat beschermd moet worden. Daarnaast wordt beschreven wat 'cool’, nieuw en vernieuwend is en daarmee juist aantrekkelijk is voor nieuwe generaties. De omgevingsvisie schetst het beeld op de toekomst en geeft hiermee richting aan wat gewenst is en wat veranderd en ontwikkeld moet worden. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven en waar aan gewerkt moet worden. Dit wordt gedaan door bij de uitoefening van de provinciale taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – wordt hier richting aan gegeven. Door vier ‘spelregels’ of ‘Doe-principes’ – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – wordt hier vervolgens werking aan gegeven. Tezamen vormen zij het kader waar binnen de provincie Gelderland werkt en afwegingen maakt.

De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening wordt vooruit gelopen op de aankomende Omgevingswet, die in 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is worden onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening geactualiseerd om verder in lijn te brengen met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en het coalitieakkoord. Ook zal de Omgevingsverordening anticiperen op de eisen van de Omgevingswet.

Met betrekking tot nieuwe woonlocaties is bijvoorbeeld in de Omgevingsverordening de volgende bepaling opgenomen: “In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen.” Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente het Meerjarenprogramma Woningbouw 2014-2024 opgesteld. De te realiseren woningaantallen voor Drielanden-West en voor dit plangebied in het bijzonder passen binnen dit meerjarenprogramma. Daarnaast werken de gemeenten in de regio Noord-Veluwe samen op het terrein van wonen. De afspraken omtrent de woningbouwopgave zijn vastgelegd in de regionale woondeal

11

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 Noord-Veluwe (2023). Daarbij wordt aangesloten op de kaders uit de Nationale woon- en bouwagenda. Harderweide is als sleutelgebied opgenomen in de regionale woondeal. Het plan maakt onderdeel uit van de regionale woondeal Noord-Veluwe en past binnen de woningbehoefte. 3.2.2 Stadsvisie 2031 Op 10 juni 2010 is de Stadsvisie Harderwijk 2031 vastgesteld. De Stadsvisie Harderwijk 2031 is gemaakt om een ontwikkelingsrichting voor de stad te bepalen op het gebied van voorzieningen, werkgelegenheid, woonklimaat en bereikbaarheid. Hierbij moeten strategische keuzes worden gemaakt. De visie is integraal. Dit betekent dat er nadrukkelijk wordt gekeken naar de onderlinge samenhang tussen de ruimtelijke, sociale en economische beleidsvelden. De visie is een uitgangspunt voor de intensieve samenwerking tussen bestuur, bevolking, bedrijfsleven, instellingen, organisaties en andere overheidsinstanties. Gekozen is voor scenario 2 "Verdiepen". Ontwikkeling is namelijk noodzakelijk om van Harderwijk een aantrekkelijke woon- en werkgemeente te maken.

De Stadsvisie beschrijft de visie op de toekomst aan de hand van vier thema’s: woonklimaat: "Prettig wonen in bijzondere woonwijken voor alle doelgroepen"; maatschappelijke voorzieningen: "Harderwijk loopt voorop op het gebied van sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn"; werken: "Een sterke economische structuur door een duidelijk economisch imago"; bereikbaarheid: "Goede bereikbaarheid voor alle vervoerssoorten met aandacht voor milieu en veiligheid". Het doel is van scenario 2 is om in Harderwijk en Hierden een buitengewoon aantrekkelijk woonklimaat te scheppen, door het in stand houden en realiseren van een zeer gedifferentieerd aanbod in woonmilieus voor alle doelgroepen. Het credo is: meer woonkwaliteit door groei,reconstructie en transformatie. Het accent bij het realiseren van nieuw woningaanbod ligt op de kwaliteit. Nieuwe woningen, voorzieningen en bedrijven moeten toegevoegde waarde bieden aan het palet van voorzieningen in de gemeente. De gemeente wil dit onder meer bereiken door het realiseren van bijzondere woonmilieus, die in de regio en omliggende steden niet of nauwelijks voorkomen, en door het inspelen op themagerichte of doelgroepgerichte woonmilieus; 3.2.3 Structuurvisie Harderwijk 2031 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld.

Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie zal fungeren als beoordeling- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen.

De structuurvisie vervangt hiermee het structuurplan Harderwijk 2020 en is daarmee: een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk;

12

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren. In de structuurvisie wordt ervan uitgegaan dat Harderweide gedurende de planperiode wordt gerealiseerd. Op de visiekaart 'Aantrekkelijke stad' is Harderweide aangegeven als 'bestaand stedelijk gebied'. 3.2.4 Omgevingsvisie Harderwijk 2040 De Omgevingsvisie Harderwijk 2040, Een stap verder: van groei naar bloei” is in voorbereiding. De omgevingsvisie zet de koers uit voor de ontwikkeling van de gemeente Harderwijk in de komende jaren. Het heeft invloed op alles: van groene ruimtes en verkeer tot woningbouw en cultuur. De Omgevingsvisie is gebaseerd op: Een regierapport Een stadsatlas (het Harderwijk en Hierden van nu) Een stadsgenese (hoe zijn Harderwijk en Hierden ontstaan). De Omgevingsvisie is opgebouwd uit drie invalshoeken: 1. Allereerst is rekening gehouden met natuurlijke systemen, zoals bodem, water, natuur en klimaat. Dat heeft geleid tot het eerste principe, namelijk dat natuurlijke systemen leidend zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling. 2. Daarnaast zijn de wensen uit de samenleving belangrijk. Gezondheid en leefstijl, ontmoeting en verbinding, kwetsbare inwoners en bestaanszekerheid bepalen daarmee het tweede leidende principe: het welbevinden van onze inwoners staat voorop. 3.

Tenslotte beschrijft de visie wat Harderwijk voor al deze wensen en behoeften in onze leefomgeving moet doen. Moeten wegen worden uitgebreid of juist afgewaardeerd, krijgen fietsers en voetgangers meer ruimte, moeten er scholen bij, zijn de voorzieningen voldoende, moet er nog ruimte komen voor nieuwe bedrijven of kantoren of hotels, waar worden woningen gebouwd en waar beslist niet, hoe wordt rekening gehouden met nieuwe energiesystemen? Dat betekent keuzes maken: de ruimtepuzzel. Allemaal vragen waarover is nagedacht – niet alleen per principe maar ook in onderlinge samenhang. Dat wil zeggen: in de Omgevingsvisie wordt een beeld geschetst waar we Harderwijk met elkaar naar toe ontwikkelen, rekening houdend met al die ruimtevragers en zorgdragend voor een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving.

3.3

Woonbeleid

3.3.1 Regionaal woonbeleid De gemeenten in de regio Noord-Veluwe werken samen op het terrein van wonen. De afspraken omtrent de woningbouwopgave zijn vastgelegd in de regionale woondeal Noord-Veluwe (2023). Daarbij wordt aangesloten op de kaders uit de Nationale woon- en bouwagenda. Harderweide is als sleutelgebied opgenomen in de regionale woondeal. Het plan maakt onderdeel uit van de regionale woondeal Noord-Veluwe en past binnen de woningbehoefte. Deelplan 3 van Harderweide voorziet -zoals het er nu naar uitziet- in de ontwikkeling van 76 sociale huurwoningen, 180 betaalbare koopwoningen (<NHG), 35 vrije sector huurwoningen en 66 dure koopwoningen (>NHG). Het totaal aantal woningen in deelplan 3 betreft daarmee 357 woningen. 71% van de woningen vallen daarmee binnen de categorie betaalbaar. Het woningbouwprogramma in deelplan 3 Harderweide sluit daarmee aan op de regionale afspraken en past binnen de woningbehoefte. 3.3.2 Woonbeleid De Woonvisie Harderwijk 2017 laat zien dat het nieuwbouwprogramma uitgaat van 840 woningen in Harderweide in de periode 2018 t/m 2024. De woonvisie is enigszins verouderd en wordt in 2023/2024 herzien. Onderstaande tekst vat het huidige beleid samen en gaat ook in op de aspecten die in 2023/2024 in het beleid zullen worden opgenomen.

13

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 Woonvisie Harderwijk De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 24 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk de komende decennia blijven groeien. Het aantal inwoners nu is 49.000 en zal naar verwachting toenemen tot meer dan 55.000 in 2040. Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog 5.500 woningen bijbouwen (conform de regionale woondeal uit 2023). Qua woningbouwtypes wordt ingezet op diversiteit en variatie. Passend bij onze veranderende bevolkingssamenstelling en van belang voor een vitale mix van bewoners in onze wijken. Op deze manier blijft Harderwijk ook naar de toekomst betaalbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek.

Samenvattend zijn de belangrijkste opgaven in het woondomein: Nieuwbouw Uitbreiding van het aanbod goedkope en betaalbare koopwoningen tot de NHG-grens Uitbreiding van het aantal sociale huurwoningen Meer variatie in het woningaanbod passend bij de veranderende bevolking Terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector Tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen Inbreiding en transformatie Bestaande woningvoorraad Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad Bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken Wijken en buurten Ontwikkelen van woonzorgzones Gemixte en inclusieve wijken en buurten

3.4

Archeologie en monumentenbeleid

3.4.1 Nota Cultuurhistorie In 2008 heeft de gemeente de nota Cultuurhistorie vastgesteld. Uitgangspunt in de nota is om de fysieke cultuurhistorie te behouden en te beschermen. Cultuurhistorische waardevolle panden zijn aangewezen als rijks- of gemeentelijke monumenten. Deze worden sectoraal beschermd door de Monumentenwet 1988 en de monumentenverordening. Bijzonder Cultuurlandschap wordt beschermd door het bestemmingsplan. 3.4.2 Archeologienota De gemeente moet bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Het gemeentelijk archeologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011-2015 en is nog steeds van kracht. Hieraan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De Beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP- rapport 2050 "Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting"). In de beleidskaart Archeologie is aangeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden.

14

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 Op grond van artikel 40 van de Monumentenwet 1988 kan bij bestemmingsplan worden bepaald, dat een aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (bouwvergunning), of een aanlegactiviteit van werken geen bouwwerken zijnde (aanlegvergunning), een rapport over de archeologische waarden dient te overleggen. Aan de omgevingsvergunning kunnen indien nodig archeologische voorschriften worden verbonden. Op grond van artikel 41a van de Monumentenwet 1988 geldt deze verplichting niet bij projecten met een oppervlakte kleiner dan 100 m². De gemeenteraad kan hiervan een afwijkende oppervlakte (zowel naar boven als naar beneden) vaststellen. Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangeven. Het beleid is om in bestemmingsplannen een dubbelbestemming "Waarde - archeologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. In paragraaf 5.4 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.

3.5

Welstandsbeleid

Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn; kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden; grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslokaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat. De gebiedscriteria in de welstandsnota zijn overwegend toegespitst op het consolideren en waar mogelijk verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het bestaand stedelijk gebied.

Voor sommige nieuwe ontwikkelingen wordt niet volstaan met de (vrij algemene) welstandscriteria uit de welstandsnota, maar is het wenselijk om specifieke welstandscriteria te hanteren, zoals voor Harderweide. Voor het plangebied is een specifiek beeldkwaliteitsplan opgesteld. Als dit beeldkwaliteitplan als welstandsbeleid door de gemeenteraad is vastgesteld gaat ze deel uitmaken van de welstandsnota. Het beeldkwaliteitsplan zal gelijktijdig met het bestemmingsplan worden vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage toegevoegd in de bijlage 1 van dit bestemmingsplan.

3.6

Milieubeleid

3.6.1 Milieubeleidsplan Harderwijk De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieubeleid. Het milieubeleidsplan maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft richting aan het beleid voor de komende periode en vervult een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speerpunten benoemd waarbij rekening is gehouden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaatbeleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorg dragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving verstaan we het voorzien in onze behoeften, zonder de toekomstige generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeften te ontnemen. Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen onze gemeentegrenzen bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen kenmerken

15

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling streven we naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past. Deze gebiedsgerichte benadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen. 3.6.2 Milieugebiedsvisie In het milieubeleidsplan zijn voor verschillende delen van Harderwijk milieugebiedsvisies opgesteld. In een milieugebiedsvisie komen de specifieke kwaliteiten, knelpunten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld. Welk milieubeleid voor het voorliggende plangebied geldt, is weergegeven op een interactieve kaart op de gemeentelijke milieuwebsite. 3.6.3 Duurzaamheid Harderwijk 2020 De Duurzaamheidsvisie De Duurzame Stad -Duurzaam Harderwijk is vastgesteld op 25 juni 2020 door de gemeenteraad van Harderwijk. De basis van de visie bestaat uit de mondiale Sustainable Development Goals (deze duurzame ontwikkelingsdoelen zijn in 2015 door de Verenigde Naties opgesteld) die vertaald zijn naar vier lokale pijlers; circulariteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie en energietransitie.

Iedere pijler heeft een eigen doelstelling: Circulariteit: Afvalstoffen worden grondstoffen en we sluiten kringlopen. Biodiversiteit: We behouden en verbeteren de natuur. Klimaatadaptatie: We beperken hittestress en droogte en voorkomen wateroverlast (de effecten van klimaatsverandering). Energietransitie: In 2031 is de CO2 uitstoot met 45% verminderd. Samen vormen de pijlers de integrale visie op duurzaamheid voor de gemeente Harderwijk. De duurzaamheidvisie omvat verschillende beleidsvelden. Aan het ene beleidsveld zoals de energietransitie wordt al jarenlang gewerkt, terwijl het andere beleidsveld, zoals circulariteit nog geheel aan het begin van ontwikkeling staat en er eerst een nulmeting moet worden uitgevoerd. De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen zijn uitgewerkt in 17 doelen en hebben betrekking op zowel het sociale domein, het fysieke domein als het bestuurlijke domein. Ze hebben aandacht voor vrede en veiligheid, economische ontwikkeling en milieuthema’s. In 2022 zijn de geformuleerde klimaatambities herijkt. Hierin zijn enkele nieuwe doelen opgenomen met betrekking tot de verwachte klimaatproblematiek: Wateroverlast 1. Wateroverlast accepteren we volgens de wateroverlast-acceptatiecriteria 2. De kans op falen van vitale functies door extreme buien is kleiner dan 1 keer per 100 jaar 3.

Al het bebouwde areaal (binnen de bebouwde kom) heeft een ontwateringsdiepte van tenminste 0,7 m. Droogte 1. Minimaal 40% van het oppervlak is onverhard (privaat en openbaar); en/of 2. Minimaal 50% van de wijk heeft een duurzaam gescheiden rioolstelsel Hittestress 1. In het openbare gebied is minimaal 20% schaduw, op een onbewolkte midzomerdag tussen 12:00 en 18:00u. 2. Iedere inwoner woont binnen 300m afstand tot een koelteeiland. Bij de inrichting van het plangebied wordt zorgvuldig rekening gehouden met bovenstaande ambities. Er wordt ingezet op een Energieneutraal Gebied. Naast de woningbouw zet de gemeente binnen de openbare ruimte in op een verantwoorde en duurzame inrichting bij het bouw- en woonrijp maken van deelplan 3.

16

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

3.7

Bodembeleid

De gemeente heeft samen met de omliggende gemeenten Elburg, Ermelo, Nunspeet, Elburg, Oldebroek en Putten een bodemkwaliteitskaart en bodembeheernota opgesteld. De Nota bodembeheer regio Noord Veluwe is vastgelegd in het document met kenmerk R002-1206995LNH-baw-V02-Nl d.d 21 januari 2014 (Tauw). In deze nota is omschreven welke keuzes de gemeenten hebben gemaakt ten aanzien van generiek en gebiedsspecifiek beleid, en onder welke voorwaarden grond en bagger mag worden toegepast binnen de regio. In paragraaf 5.7.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.

3.8

Waterbeleid

3.8.1 Algemeen Het waterbeleid wordt vanuit Europa in de vorm van kaderrichtlijnen aangestuurd en vertaald in Nederlands en regionaal waterbeleid. De uitvoering van het waterbeheer is in handen van Rijkswaterstaat en de Waterschappen. De gemeenten spelen naast de waterschappen een belangrijke rol in het beheer van de afvalwaterketen terwijl zij ook een belangrijke zorgplicht hebben bij grondwateroverlast en de verwerking van regenwater. Het waterbeleid, de zorgplichten en concrete richtlijnen komen in deze paragraaf aan de orde. De concrete invulling van watermaatregelen voor deze ontwikkeling wordt besproken in paragraaf 5.6. 3.8.2 Europees en Nationaal beleid Water is geen gewoon handelswaar, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd (Europese Kaderrichtlijn Water, 2003). Vanuit de Kaderrichtlijn Water wordt dan ook het kader gegeven voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Met als doel om de aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, te behoeden voor verdere achteruitgang. Tevens om de emissies te verbeteren, duurzaam gebruik van water te bevorderen en te zorgen voor aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. Het Nationaal Waterprogramma (NWP 2022-2027) stelt als doel een veilige en klimaatbestendige delta, nu en in de toekomst.

Het NWP is dan ook te lezen als een structuurvisie. Met water als ordenend principe. Water als ordenend principe loopt als een rode draad door al het Nederlandse waterbeleid. Met als doel een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam (beheer van het) watersysteem. 3.8.3 Provinciaal en Regionaal beleid De doelen voor het waterbeheer zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. Net als de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie deze gaat uitvoeren. Als waterbeheerder en bevoegd gezag voor zowel waterkwantiteit als waterkwaliteit, heeft waterschap Vallei en Veluwe dit verder uitgewerkt. Dat is gedaan in het Blauw Omgevingsprogramma (2022-2027). Om de taak als waterbeheerder uit te kunnen voeren heeft het waterschap twee instrumenten: de keur en de legger. De keur is een verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Hieruit volgt dan ook of voor bepaalde werkzaamheden een watervergunning aangevraagd dient te worden. Dat kan via het omgevingsloket. De legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken, waterlichamen en onderhouds- en beschermingszones. In deze legger wordt daarnaast aangegeven wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren.

Eventueel andere bestaande infrastructuur zoals transport- en persleidingen voor stedelijk afvalwater met beschermingszones zijn opgenomen onder het hoofdstuk "kabels en leidingen".

17

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 3.8.4 Lokaal waterbeleid In de gemeente Harderwijk is het beleid rondom (afval)water vertaald in het Waterplan Harderwijk (2013-2018) en het Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan Waterschap-Harderwijk-Ermelo-Putten (ZAP WHEP 2016-2023). In het Waterplan zijn de benodigde maatregelen uitgewerkt voor het realiseren en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond functionerend watersysteem, met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Het ZAP WHEP heeft de status van een verbreed gemeentelijke rioleringsplan (vGRP). Hier staat dan ook in uitgewerkt hoe de gemeente invulling geeft aan de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

3.9

Groenbeleid

De natuur en groenvisie 'Harderwijk Natuurlijk groen' is op 22 december 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze visie is een uitwerking van de pijler biodiversiteit uit de Duurzaamheidsvisie. Hierin wordt de omdenkslag gemaakt van 'de natuur heeft ons nodig' naar 'wij hebben de natuur hard nodig'. Want natuur en groen zijn de basis van onze leefomgeving: ze zorgen voor schone lucht, schoon water, verkoeling en biodiversiteit. En natuur en groen zijn belangrijk voor onze gezondheid en welzijn (bewegen, ontmoeten, stressvermindering). Vanuit deze duurzame gedachte willen we onze openbare ruimte groener en natuurlijker te maken. Dit doen we aan de hand van de volgende drie speerpunten: 1. Het unieke natuurlijke systeem van Harderwijk is de basis; 2. We investeren in meer en natuurlijker groen; 3. We zetten in op natuurlijker samenwerken en beleven. Omdat deze visie nog niet is vertaald in beleid, geldt het Handboek Harderwijks Groen uit 2007 nog. Hierin is de doelstelling onder andere om de hoofdstructuur van stedelijk groen in stand te houden en te versterken. Ook toen was de specifieke ligging tussen Veluwe en Zuiderzee al een leidend principe (het natuurlijk systeem: hoog-laag, droog-nat). Dat wil zeggen dat bij de ontwikkeling van een nieuwe wijk de sfeer moet aansluiten bij de specifieke ligging ten opzichte van Veluwe of Randmeer.

Door te kiezen voor soorten en beplantingsbeelden die horen bij een bepaalde landschappelijke zone wordt het landschap als het ware de stad ingetrokken. Hierdoor ontstaat een specifiek Harderwijks groenbeeld; waarbij verschillende wijken een duidelijk eigen karakteristiek krijgen en waarbij de relatie tussen stad en landschap wordt versterkt en beleefbaar wordt, ook in de stad. De hoofdgroenstructuur van Harderweide is samen met de bestaande groenstructuur in Drielanden heel markant. Er zijn mogelijkheden voor recreatieve routes richting het buitengebied. Dit buitengebied dat Drielanden aan een aantal zijden omgeeft, bestaat uit aantrekkelijke landschappen, zoals de oevers langs het Wolderwijd, het parklandschap van de Groene Zoom en op enige afstand de Veluwe. Het openbaar groen is natuurlijk en (bio)divers, sluit aan op het natuurlijk systeem en moet naast belevingswaarde en gebruikswaarde ook goed beheerbaar te zijn. Specifiek voor dit deel van Harderweide is van belang dat er (restanten van) oude elzensingels staan. Deze elzensingels blijven behouden en zijn op een goede toekomstbestendige manier (dus met voldoende maat er omheen) opgenomen in het verkavelingsplan.

Voor de aanleg van speelplekken in Harderweide is het Speelruimte-plan leidend met het oog op: diversiteit voor verschillende leeftijden (inclusief oudere jeugd); gewenste spreiding, zodat de speelplekken voor elke leeftijdscategorie goed bereikbaar zijn. Een landelijke trend die goed in de duurzaamheidsgedachte past, is het natuurlijk spelen. Dit wil zeggen dat naast speeltoestellen ook meer naar de omgeving gekeken wordt. Met behulp van hoogteverschillen, water, begroeiing, hergebruik van boomstammen, keien en natuur kan veel speelwaarde worden gecreëerd voor avontuurlijk spel. Deze 'speelprikkels' hebben ook een educatieve functie en laten kinderen meer binding met de natuur krijgen.

18

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

3.10 Verkeers- en vervoersbeleid 3.10.1 Inleiding Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan (met een doorkijk tot 2015). Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk. 3.10.2 Verkeersveilige infrastructuur De infrastructuur wordt conform het landelijk beleid ”Duurzaam Veilig” ingericht. Dit houdt onder andere in dat de ontsluiting van de woonwijken, het centrum en de industrie van Harderwijk zoveel mogelijk plaatsvindt op wegen met een verkeersfunctie. De wegen met een verkeersfunctie kenmerken zich door een inrichting die gericht is met name op de doorstroming van het verkeer en kennen veelal een snelheidsregime van 50 km/u. De verkeersveiligheid op deze wegen wordt geborgd door een scheiding tussen het gemotoriseerde verkeer en het fietsverkeer. Het fietsverkeer wordt over vrijliggende of aanliggende fietspaden/fietsstroken afgewikkeld.

De woonstraten van Harderwijk zijn opgenomen in zogenaamde verblijfsgebieden en zijn ingericht op het verblijven in en rond de directe woonomgeving. Deze wegen kenmerken zich door een laag percentage doorgaand gemotoriseerd verkeer, een menging van gemotoriseerd verkeer met het fietsverkeer, een snelheidsregime 30 km/u (30 km/u-zone). 3.10.3 Stimuleren gebruik fiets Door het creëren van veilige, directe en comfortabele fietsroutes wordt de groei van het autogebruik in de stad Harderwijk voor korte afstanden beperkt. Op deze wijze wordt de verkeersveiligheid en de leefbaarheid versterkt binnen Harderwijk. 3.10.4 Het plan De afwikkeling van het autoverkeer vindt plaats via twee inprikkers vanaf de Groene Zoomweg, die op twee plekken de nieuwe wijk inkomen. Voor langzaam verkeer wordt de wijk onder andere ontsloten via het Waterplaspad en het Hoge Geestpad, deze verbindt de nieuwe wijk met de bestaande delen van Drielanden. 3.10.5 Parkeren Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld. Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling.

Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk. Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven. Het vaststellen van deze parkeernormen is onder meer voor burgers, projectontwikkelaars en de gemeente Harderwijk zelf van belang. Door het vaststellen is het namelijk voor iedere belanghebbende duidelijk en inzichtelijk welke parkeernormen voor een bepaalde functie gehanteerd worden. Hierdoor ontstaat eenduidigheid in het parkeernormenbeleid. In paragraaf 4.3.3 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.

19

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

20

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Inleiding

In deze paragraaf wordt indicatief aangegeven hoe deelplan 3 (het gele gebied) ingepast wordt in de woonwijk Harderweide. Zoals al eerder is aangegeven is deelplan 1 (oranjegebied aan de oostkant) al volledig bebouwd. Deelplan 2 wordt doorsneden door het Waterplaspad in een noordelijk deel en een zuidelijk deel. Deelplan 3 kan worden gezien als het laatste afrondende deel van Harderweide dat samensmelt met het zuidelijk deel van deelplan 2.

In de Structuurvisie Drielanden-West 2015 is de ruimtelijke hoofdstructuur van heel Harderweide geschetst. De volgende paragrafen zijn ontleend aan de structuurvisie en daar waar nodig specifiek toegesneden op het plangebied.

4.2

Woongebied Harderweide

Harderweide wordt een woongebied dat ruimtelijk gescheiden wordt van overig Drielanden door een groenzone (de 'Blauwe Long'). Het is de bedoeling dat Harderweide een eigen karakter krijgt. De wijk Harderweide wordt opgebouwd uit een aantal landschappelijke en stedenbouwkundige karakteristieken, met herkenbare eigen verschijningsvormen. De vormgeving kan dan reageren op de situering binnen het gebied Drielanden. De ligging van het gebied leent zich voor een stedenbouwkundig plan waarin de ligging op de rand van de hoger gelegen uitlopers van de Veluwe en het lager gelegen gedeelte langs het randmeer zichtbaar wordt gemaakt.

21

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 4.2.1 Veluwse karakteristieken Voor de ontwikkeling van Harderweide is gekozen om met het stedenbouwkundig plan aan te takken op zowel de landschappelijke karakteristieken als de stedenbouwkundige karakteristieken die op de Veluwe te vinden zijn. Door 'Atelier voor stedenbouw, landschap en architectuur Loos van Vliet' is hiertoe een analyse opgesteld. Onderstaand zijn de belangrijkste karakteristieken toegelicht. Op basis van deze karakteristieken is de stedenbouwkundige hoofdstructuur voor het gebied opgesteld. Bij het opstellen van de hoofdstructuur is allereerst gekeken naar welke waardevolle landschappelijke kwaliteiten nu in het plangebied aanwezig zijn. Het plangebied kent een aantal restanten van houtwallen. Deze zullen worden behouden, waar nodig worden versterkt en er zal, hierop aansluitend, een nieuwe houtwallenstructuur worden aangebracht waarbij de huidige verkavelingsopzet in het plan zichtbaar blijft. Deze orthogonale houtwallenstructuur zal worden doorsneden door een organisch gevormde hoofdwegenstructuur, begeleid door een prominente, doorlopende bomenrij. Op de kruisingen van deze hoofdwegenstructuur ontstaan een aantal brinken, met daarop ruimte voor grote bomen.

De bestaande singel, die momenteel stopt ten oosten van het wijkpark 'de Blauwe Long', zal een vervolg krijgen door het plangebied. Deze singel krijgt een natuurlijke en landschappelijke uitstraling, geïnspireerd op 'Veluwse' beken en vennetjes. Een structurerend element voor de gehele wijk Drielanden is het Waterplaspad. Het Waterplaspad vormt een restant van de oude verkaveling van het gebied en heeft momenteel een functie als oost-west langzaam verkeersverbinding. Deze structuur wordt in Harderweide doorgezet en krijgt een breed profiel begeleid door groen. In het stedenbouwkundig plan ontstaat een centrale groene plek (buurtpark) waar een deel van de houtwallenstructuur, de singel, hoofdverkeersstructuur en het Waterplaspad samenkomen. De noordzijde van de wijk grenst aan het waterbergingsgebied Crescent. Het is de bedoeling de halfronde vorm van de singel richting het waterbergingsgebied Crescent af te maken en deze bebouwing zo vorm te geven dat er vanuit de wijk een duidelijke relatie met het water wordt gelegd en er zichtlijnen ontstaan tussen de wijk en het water en het achtergelegen Wolderwijd. Een aandachtspunt voor alle gebieden is de verdeling van verschillende woningtypes over de verschillende woonbuurten. Mede in verband met de fasering van de wijk is tot op heden gekozen voor een vrij egale verdeling van woningtypes over de deelgebieden.

Door juist te kiezen voor het inzetten van het juiste woningtype in het juiste deelgebied kunnen de verschillende karakters van de buurtjes versterkt worden.

22

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

Ruimtelijke hoofdstructuur Harderweide 4.2.2 Vlekkenplan Stedenbouwkundige hoofdstructuur Op basis van de beschreven stedenbouwkundige hoofdstructuur is het ruimtegebruik binnen het exploitatiegebied Harderweide globaal bepaald. Dit is verdeeld in de oppervlakte van de hoofdstructuur van water, groen en verkeer en de zogenaamde 'woonvlekken. De hoofdstructuur is voorafgaand aan de planvorming vastgelegd. Binnen de woonvlekken vallen woningen, kavels, ontsluitingswegen, buurtgroen, infiltratievoorzieningen, parkeervoorzieningen etc. Er heeft nog een verdichtingsstudie plaatsgevonden voor de deelgebieden 2 en 3 om te onderzoeken in hoeverre het woningaantal verhoogd kan worden zodat tegemoet kan worden gekomen aan de grote woningbehoefte. In deelgebied 3 worden extra sociale huurwoningen in de vorm van tussenwoningen, rug-aan-rugwoningen en appartementen gerealiseerd. In heel Harderweide worden in totaal circa 1240 woningen gerealiseerd. In het voorliggende plangebied van deelplan 3 worden in totaal circa 360 woningen gerealiseerd, te weten 320 grondgebonden woningen en circa 40 appartementen. Onderstaande afbeelding geeft een beeld van de verkaveling in deelplan 3.

23

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

Verkavelingsstudie deelplan 3 (indicatief)

4.3

Verkeer

4.3.1 Hoofdroutestructuur Harderweide wordt vanaf de Groene Zoomweg ontsloten door twee toegangswegen, de 'inprikkers'. Deze inprikkers ontsluiten elk een afzonderlijk gedeelte van Harderweide; In de nabijheid van de Groene Zoomweg worden geen verbindingen (voor auto's) tussen de beide wegen gemaakt, om doorgaand verkeer binnen de woongebieden te voorkomen. Vanwege het feit dat aan de inprikkers ook woningen zijn gelegen, is gekozen voor een 30 km/u-regime. Om het verblijfskarakter te benadrukken hebben de inprikkers een smallere rijbaan profiel (5,0m in plaats van 5,50m) ten gunste van een breder trottoir (2,0m). Er worden door Harderweide enkele hoofdroutes voor het langzaam verkeer gerealiseerd. In oost-westrichting is dat het Waterplaspad. Deze loopt vanaf het onderwijscluster in noordwestelijke richting door richting de geluidswal langs de A28 en sluit daar aan op de hoofdontsluitingsweg van Harderweide. In noord-zuidrichting is er al een fietspad in het groen (de blauwe long) gerealiseerd. Daarnaast wordt er nog centraal in de wijk langs de oostgrens van deelplan 2 en 3 een fietspad aangelegd. Deze noord-zuid langzaam verkeersroute wordt pas in gebruik genomen op het moment dat het zuidelijke deel van Harderweide (deelplan 3) gerealiseerd is.

24

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 4.3.2 Woonstraten De profielen van de woonstraten worden gekenmerkt door de uitstraling van een 30 km/u-zone door onder andere het toepassen van klinkers en smalle rijbaanbreedte. De profielbreedte van de rijbaan kan variëren van een 5,0 m breed tot een 4,50m. De woonstraten met bijna alleen ontsluiting voor de direct aangelegen woningen kennen een profielbreedte van 4,50m. In Harderweide is er ruimte voor een zogenaamd woonhofje/-pleintje. In een woonhofje/-pleintje kan vermenging optreden tussen voetgangers/fietsers en gemotoriseerd verkeer zonder dat er direct sprake moet zijn van een officieel “woonerf ”. Bij het toepassen van haaksparkeren, is er sprake van een minimale rijbaanbreedte van 5,50m. 4.3.3 Parkeren Het autobezit is vanaf de jaren zeventig verder toegenomen. Met het toenemende autobezit en -gebruik is er dus door de decennia heen, maar vooral de laatste jaren, een steeds groter wordende parkeerbehoefte ontstaan. De aanvragen (omgevingsvergunning) worden getoetst op het benodigde parkeeraanbod zoals opgenomen in de laatst vastgestelde Parkeernormennota van Harderwijk. De hoofdontsluiting van de wijk, te weten de inprikker die aansluit op de Groene Zoomweg, is bestemd als 'Verkeer'.

De overige infrastructuur, waaronder fietspaden en buurtontsluitingswegen valt onder de bestemming 'Wonen'.

4.4

Groen en water

De wijk Drielanden ligt op de overgang van hoger liggende ‘droge’ gronden naar de nattere gebieden langs de voormalige Zuiderzee. Nu liggen daar de Randmeren. Deze overgang van droog naar nat, van de Veluwe naar het Wolderwijd, is ook zichtbaar in het aanwezige groen. Juist in Harderweide is die overgang tussen verschillende milieus nadrukkelijk te ervaren. Het gebied Harderweide zal een eigen karakter krijgen, dat zich onderscheidt van de andere delen van Drielanden. Uitgangspunt is daarbij dat de ligging vlakbij de Veluwe duidelijk wordt in het ruimtelijk beeld (o.a. brinkjes met grote bomen) en daarnaast ook nattere milieus van de Veluwe en de overgang naar het lager gelegen deel bij het Wolderwijd aangegrepen worden om een apart woongebied te realiseren. Harderweide wordt ruimtelijk gescheiden van overig Drielanden door het park de Blauwe Long, dat een aan water gerelateerde inrichting heeft en zal aansluiten op het waterbergingsgebied Crescent. Het gebied zal een belangrijke ruimte vormen in de nieuwe woonwijk en een bijzondere meerwaarde hebben voor de kwaliteit van de leefomgeving. Voor een uitgebreidere beschrijving van het watersysteem wordt verwezen naar paragraaf 5.6.4. Oorspronkelijk waren in het agrarisch gebied dat nu Drielanden heet, nogal wat houtwallen aanwezig. Op de hoger gelegen drogere gronden bestonden deze hoofdzakelijk uit inlandse eik.

In de nattere gebiedsdelen waren dit elzensingels. In Harderweide wordt de oorspronkelijke beplantingsstructuur versterkt. Dit groen met volgroeide bomen zorgt voor een belangrijk sfeer- en structuurbepalend element in de nieuwe woonomgeving. Naast een bestaande houtwal van eiken en elzen (in het verlengde van een wal die ook aan de zuidzijde van de Groene Zoomweg aanwezig is) worden nieuwe groenstructuren met een dergelijk karakter aangelegd. Deze worden gecombineerd met wadi's die in het gebied moeten zorgen voor de afwatering en een goede waterhuishouding. Er wordt in deelplan 3 geen oppervlaktewater gerealiseerd. Om de belevingswaarde van het te ontwikkelen gebied op voorhand al te vergroten, is deze bestaande beplantingsstructuur vooruitlopend op de woningbouw aangevuld en versterkt. Dit is gebeurd door bestaande houtopstanden te handhaven en nieuwe beplantingssingels en houtwallen toe te voegen in de oorspronkelijke rechtlijnige structuur. Ook zijn om die reden op een aantal plekken alvast boomgroepen aangeplant. Met name bomen vormen immers de dragers van de groenstructuur. Volwassen bomen geven structuur aan de ruimte, zorgen voor beschutting, markeren bijzondere plekken en begeleiden belangrijke routes. Bomen zijn daarmee van groot belang voor de beleving van de buurt. Het zijn de beeldbepalende elementen, die mede het karakter en de identiteit van de wijk bepalen.

Het ontwikkelen en onderhouden van een duurzame groenstructuur van bomen vergt een lange adem. De dynamiek van het groen is namelijk van een wezenlijk ander tempo dan dat van bijvoorbeeld

25

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal bewust omgegaan moeten worden met dit verschil in dynamiek; een weg is zomaar aangelegd, een gebouw staat er binnen een jaar, maar een boom heeft decennia nodig om tot wasdom te komen. Het is dan ook cruciaal om zorgvuldig met dit groenkapitaal om te gaan. Voor een duurzame instandhouding van het bomenbestand is het van belang dat bomen zowel de tijd als de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Een goede standplaats geeft een boom voldoende ruimte om te wortelen en zich te verankeren. Ook bovengronds dient er voldoende ruimte te zijn - de maat van de (uitgegroeide) boom moet passen binnen het profiel van bijvoorbeeld een laan. Soortkeuze, standplaats en inrichting van het wegprofiel dienen goed op elkaar afgestemd te zijn. Een van de belangrijke functies van openbaar groen is het bieden van mogelijkheden voor recreatie. Het zorgt voor een prettige leefomgeving en biedt mensen ruimte en plekken om elkaar te ontmoeten. Voor kinderen ook in de vorm van aangelegde speelplekken en ruimte om in te spelen. Daarbij moet er ook aandacht zijn voor ontmoetingsmogelijkheden voor oudere jeugd (jongeren boven 10-12 jaar).

Een samenhangende groenstructuur biedt ook mogelijkheden een aantrekkelijk ommetje te maken om bijvoorbeeld de hond uit te laten.

26

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

Hoofdstuk 5 5.1

Onderzoek

Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichtte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse.

5.2

Ladder voor Duurzame Verstedelijking

5.2.1 Algemeen De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgezet met als primair doel het tot stand brengen van een goede ruimtelijke ordening, door middel van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Concreet houdt dit in dat de ladder als ondersteuning dient voor decentrale overheden (provincies en gemeenten) bij de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. Hierdoor kan er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaatsvinden bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Daarbij mogen dus enkel criteria een rol spelen die ruimtelijk relevant zijn. Bij de motivering moet een goede ruimtelijke ordening het oogpunt zijn. Dit betekent concreet het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte moet worden onderbouwd op het niveau van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zelf. 5.2.2 Stedelijk gebied Het plangebied is te beschouwen als stedelijk gebied. In visies en nota's van zowel gemeente als provincie wordt het gebied al geruime tijd aangeduid als stedelijk gebied. Het gebied ligt fysiek gescheiden van het buitengebied door de A28 en de Groene Zoomweg (rondweg) en ligt tussen de bestaande bebouwing van Drielanden en de bebouwing van het appartementencomplex Kasteel Groot Horloo in Ermelo.

5.2.3 Actuele regionale en lokale woningbehoefte De Woonvisie Harderwijk 2017 laat zien dat het nieuwbouwprogramma uitgaat van 840 woningen in Harderweide in de periode 2018 t/m 2024. De woonvisie is enigszins verouderd en wordt in 2023/2024 herzien. Daarnaast werken de gemeenten in de regio Noord-Veluwe samen op het terrein van wonen. De afspraken omtrent de woningbouwopgave zijn vastgelegd in de regionale woondeal Noord-Veluwe (2023). Daarbij wordt aangesloten op de kaders uit de Nationale woon- en bouwagenda. Harderweide is als sleutelgebied opgenomen in de regionale woondeal Noord-Veluwe. Het te realiseren aantal woningen van in totaal circa 1240 in Harderweide past binnen de woningbehoefte. In dit aantal zijn de circa 100 extra woningen (amendement gemeenteraad) inbegrepen waarvoor rijkssubsidie wordt verkregen. De oorspronkelijke stedenbouwkundige structuur is de basis geweest en er heeft waar mogelijke verdichting plaatsgevonden. 5.2.4 Conclusie Concluderend maakt de locatie onderdeel uit van het stedelijk gebied van Harderwijk en is in provinciale en gemeentelijke beleidsdocumenten aangemerkt als stedelijk gebied. Met de uitvoering van voorliggend plan worden beschikbare gronden binnen het bestaand stedelijk gebied benut.

De locatie is bij uitstek geschikt om een aantrekkelijk woonklimaat te realiseren, waarin met een gedifferentieerd aanbod, alle doelgroepen bediend kunnen worden. In het nieuwbouwprogramma zoals dat is opgenomen in de Woonvisie Harderwijk 2017 - 2027, is voor de uitbreidingslocatie Harderweide dan ook een prominente plaats ingeruimd.

27

bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002

5.3

Milieueffectrapportage

Sinds 1987 geldt er in Nederland mer-plicht voor projecten die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Zo kunnen de milieuaspecten volwaardig meewegen bij besluiten. De mer-plicht is gekoppeld aan een minimale omvang van de activiteit. 5.3.1 Actualisatie MER Drielanden-West (Harderweide) In 2004 en 2010 heeft de gemeente Harderwijk de MER van 1999 laten actualiseren. In een notitie (Milieu Drielanden-West, 14 oktober 2010, N001-4748116EMG-V01) is afgewogen of er milieu-informatie ontbreekt en aangevuld moet worden. Tevens is bekeken of het meest milieuvriendelijk alternatief (MMA) voldoende is meegenomen in de plannen voor Harderweide. Uit de notitie blijkt dat de milieuthema's conform het MER zijn verwerkt in de structuurvisie Drielanden-West. Het meest milieuvriendelijke alternatief is aangevuld en geactualiseerd. Volgens de Wet milieubeheer dient ruimtelijk te worden aangegeven op welke wijze alternatieven uit de MER overwogen zijn. Hiervoor is het MMA beschreven en afgezet tegenover het ruimtelijk plan voor Harderweide. Hieruit blijkt dat de meeste maatregelen zijn overgenomen in de uitgangspunten voor Harderweide. Geen van de uitgangspunten is tegenstrijdig aan het MMA.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=5647308d-e354-4990-93f0-5dff52f3b0b6