Drielanden - Harderweide deelplan 3_Regels incl bijlage regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Drielanden Harderweide deelplan 3 Vastgesteld bestemmingsplan
Drielanden - Harderweide deelplan 3
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk 1
3 Inleidende regels
5
Artikel 1
Begrippen
5
Artikel 2
Wijze van meten
10
Bestemmingsregels
11
Artikel 3
Groen
11
Artikel 4
Wonen
12
Hoofdstuk 3
Algemene regels
15
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
15
Artikel 6
Algemene gebruik sregels
16
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
17
Artikel 8
Verwijzing wettelijke regels
18
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
19
Artikel 9
Overgangsrecht
19
Artikel 10
Slotregel
20
Hoofdstuk 2
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Parkeernormennota
2
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Regels
3
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
4
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 met identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00292--0002 van de gemeente Harderwijk; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis verbonden beroep: een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerp-technisch, adviesgevend, of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede gastouderopvang, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6 aan- of uitbouw: een onderdeel van een hoofdgebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm; 1.7 achtererf: het deel van het bouwperceel dat is gelegen achter de gronden die zijn aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw', of het verlengde daarvan; 1.8 achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar
toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.9 ander werk: een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bebouwingspercentage: het in de regels aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.12 bed & breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed & breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie wonen;
5
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 1.13 berging: een gebouw, dienend als bergruimte bij woningen; 1.14 bestaand: a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag: een verdieping van zodanige afmetingen en vorm dat de daardoor ontstane ruimte zonder ingrijpende voorzieningen geschikt gemaakt kan worden voor woonfuncties en daarmee gelijke gebruiksmogelijkheden geeft als
de daaronder gelegen bouwlagen; 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
6
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 1.25 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26 dove gevel: een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, waarin: a. geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), dan wel; b.
waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte; 1.27 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.28 erfgrens: de grens van een erf; 1.29 gastenverblijf: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een kortdurend verblijf, aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben; 1.30 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31 gebruiksoppervlak: gebruiksoppervlakte van een gebouw zoals bedoeld en bepaald in de NEN 2580; 1.32 gezamenlijk gebruiksoppervlak: het totale gebruiksoppervlak die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep c.q.
een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.33 hoofdgebouw: een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.34 k antoor: een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied; 1.35 k unstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf;
7
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 1.36 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sportieve en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening; 1.37 maatvoeringsvlak: een als zodanig aangegeven vlak ten behoeve van het indelen van een bouwvlak of bouwperceel met het oog op een verschil in maatvoering; 1.38 mantelzorg: zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten enig organisatorisch verband; 1.39 mantelzorgunit: een verplaatsbare en herbruikbare unit die wat ligging en uitstraling betreft een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.40 ondergeschikte detailhandel: niet-zelfstandige detailhandel, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie; 1.41 oorspronkelijk hoofdgebouw: het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd; 1.42 openbaar
toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen voor langzaam verkeer; 1.43 peil: 1. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. bij het ontbreken van een hoofdgebouw: vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; 1.44 permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdverblijf; 1.45 rug-aan-rug woning een woning waarbij de achtergevel gedeeld wordt met een andere woning;
8
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 1.46 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt in elk geval verstaan een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.47 voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.48 voorgevelrooilijn: de denkbeeldig doorgetrokken lijn van het naar de weg gekeerde deel van het bouwvlak ter plaatse van de voorgevel van het hoofdgebouw, dan wel de ligging van de bouwvlakken op de verbeelding indien geen hoofdgebouw aanwezig is; 1.49 woning: een voor wonen bestemd gebouw, bestaande uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.50 woonwagen: een voor wonen bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst; 1.51 zelfstandig kantoor: een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij de dienstverlening niet ten
dienste staat van en verbonden is aan de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, maar een afzonderlijke eenheid vormt.
9
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Artikel 2 Wijze van m eten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftkokers en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen; 2.5 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: vanaf de bouwperceelgrens tot enig punt van een gebouw; 2.6 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8 wijze van meten: tenzij anders bepaald, worden de afstanden loodrecht gemeten; 2.9 ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, trapportalen en hellingbanen buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 0,25 m wordt overschreden, met dien verstande dat ten aanzien van trapportalen en hellingbanen de overschrijding niet meer mag bedragen dan 2,5 m.
10
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
groenvoorzieningen; voet- en fietspaden; bermen en beplantingen; speelvoorzieningen; recreatieve/sportieve voorzieningen; waterlopen, waterpartijen en waterbergingen; nutsvoorzieningen; kunstwerken.
3.2 Bouwregels Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan waarvan de bouwhoogte niet meer dan 4 m mag bedragen.
11
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
woningen; tuinen, erven en terreinen; nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; waterlopen, waterpartijen en waterbergingen; speelvoorzieningen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; woonstraten en wegen met een buurtontsluitende functie; verkeersvoorzieningen, waaronder afscheidingen, lichtmasten, verkeersborden, alsmede voorzieningen voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer; k. geluidwerende voorzieningen; l. kunstwerken. Onder wonen is mede begrepen: a. het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep; b. bed & breakfast. 4.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden per afzonderlijk bouwperceel de volgende regels: 1. gebouwd moet worden binnen het bouwvlak, met dien verstande dat: na realisatie van het oorspronkelijk hoofdgebouw de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens niet mag worden verkleind; voor alle woningen geldt dat de afstand tot de aan de wegzijde gelegen perceelsgrens niet kleiner mag zijn dan 1,50 meter. 2. bij grondgebonden woningen de diepte niet meer bedraagt dan: 10 meter bij een rijtjeswoning; 12 meter bij een twee-onder-één-kap-woning; 15 meter bij een vrijstaande woning. 3. bij rug-aan-rug woningen de totale diepte van het woonblok niet meer bedraagt dan 18 meter; 4. bij gestapelde woningen de diepte niet meer bedraagt dan 20 meter; 5.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 meter, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven, met dien verstande dat daar de gevels vanaf een bouwhoogte van 15 meter dienen te worden uitgevoerd als dove gevel. 6. de grondgebonden woningen mogen uit niet meer dan 3 bouwlagen bestaan. b. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij het hoofdgebouw gelden per afzonderlijk bouwperceel de volgende regels: 1. gebouwd moet worden binnen het achtererfgebied, dan wel op het voorerfgebied mits tenminste 5 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd, met dien verstande dat: bij vrijstaande woningen een minimale afstand van 1,50 meter tot de zijdelingse perceelgrens die is gesitueerd aan openbaar gebied moet worden aangehouden; bij twee-onder-één-kap-woningen, gestapelde woningen en rijwoningen de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens 0 meter mag bedragen; 2. de oppervlakte mag niet meer dan 50% bedragen van het achtererfgebied, uitgezonderd de oppervlakte die maximaal in aanmerking komt voor het bouwen van het hoofdgebouw, tot een maximum van: 25 m2 per gestapelde woning; 50 m2 bij een tussenwoning; 75 m2 bij vrijstaande en twee-onder-één-kap-woningen. 3. de goot- en bouwhoogten mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m, met dien
12
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
c.
d.
e.
f. g.
verstande dat voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 meter; In afwijking van het gestelde onder b is uitsluitend bij een rug-aan-rug woning op het voorerfgebied één bijbehorend bouwwerk toegestaan met een bouwhoogte van niet meer dan 3 m en een oppervlakte van niet meer dan 10 m2; In afwijking van het gestelde onder b is voor de voorgevelrooilijn een erker toegestaan, met dien verstande dat deze: 1. geen grotere bouwdiepte mag hebben dan 1,5 m; 2. geen grotere bouwhoogte mag hebben dan 3 m; 3. geen grotere breedte mag hebben dan 75% van de voorgevelbreedte van de woning waartoe zij behoort; 4. niet tot gevolg mag hebben dat de afstand van de woning tot de aan de weg gelegen perceelsgrens minder dan 2 m bedraagt. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: 1. de inhoud bedraagt per gebouw niet meer dan 50 m³; 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m. Voor het bouwen van geluidwerende voorzieningen in de vorm van een grondwal met geluidscherm geldt dan de totale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6,5 m ten opzichte van het wegvlak. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen, met dien verstande dat: 1.
bijbehorende bouwwerken worden gebouwd in het achtererfgebied, met dien verstande dat deze geen grotere oppervlakte mogen hebben dan 25 m2; 2. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen, niet meer mag bedragen dan 6 m; 3. erfafscheidingen voor de voorgevel geen grotere hoogte mogen hebben dan 1 m en voor het overige geen grotere hoogte mogen hebben dan 2 m; 4. masten geen grotere hoogte mogen hebben dan 6 m; 5. speeltoestellen in openbaar gebied geen grotere hoogte mogen hebben dan 4 m en voor het overige geen grotere hoogte mogen hebben dan 3 m.
4.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; nadere eisen stellen aan: a. de plaats van de gebouwen waarvan de maximaal toegestane bouwhoogte 3 m bedraagt; b. de plaats van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsdoeleinden; c. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m. 4.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld, de gebruiksmogelijkheden en/of het woongenot van aangrenzende percelen, bij omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 4.2 onder a1 voor het bouwen van een vrijstaande woning op een kleinere afstand tot de aan de wegzijde gelegen perceelsgrens; b. het bepaalde in 4.2 onder b1 voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken op een kleinere afstand tot de aan de wegzijde gelegen perceelsgrens; c. het bepaalde in 4.2 onder f3 voor het bouwen van erfafscheidingen voor de voorgevel tot een hoogte van 1,5 meter en tot een afstand van 2 meter uit de voorgevel; d.
het bepaalde in 4.2 onder a5 voor het bouwen zonder dove gevel, mits uit akoestisch onderzoek is gebleken dat de gevelbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.
13
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002 4.5 4.5.1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het bewonen van vrijstaande gebouwen, niet zijnde woningen. 4.5.2
Aan huis verbonden beroep
In afwijking van het gestelde onder 4.5.1 wordt onder strijdig gebruik niet begrepen het gebruik ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat niet meer dan 40% van het gezamenlijke gebruiksoppervlak van de tot een bouwperceel behorende gebouwen, niet zijnde vrijstaande bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 75 m² voor het aan huis verbonden beroep mag worden gebruikt. 4.5.3
Bed & breakfast en/of gastenverblijf
In afwijking van het gestelde onder 4.5.1 wordt onder strijdig gebruik niet begrepen het gebruik ten behoeve van bed & breakfast en/of gastenverblijf, met dien verstande dat: a. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; b. het een kleinschalige verblijfsaccommodatie betreft met niet meer dan 7 slaapkamers, die deel uitmaakt van een woning; c. het een ondergeschikte nevenactiviteit ten opzichte van de functie wonen betreft, waarbij het gebruik beperkt is tot 40% van het gebruiksoppervlak van de woning met een maximum van 100 m²; d. de activiteiten geen afbreuk mogen doen aan de woonfunctie; e. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, uitgaande van de parkeernormen zoals opgenomen in de laatst vastgestelde Parkeernormennota Harderwijk. 4.5.4 Cumulatie Het gezamenlijk oppervlak dat wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep, bed & breakfast en/of gastenverblijf, zoals bedoeld in artikel 4.5.2 en 4.5.3, mag niet meer bedragen dan 40% van het gezamenlijke gebruiksoppervlak van de woning en bijbehorende bouwwerken.
14
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
15
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Artikel 6 Algem ene gebruiksregels 6.1 6.1.1
Strijdig gebruik Algemeen
Het is verboden gronden en/of bouwwerken te (laten) gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemming(en). 6.1.2
Seksinrichting
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruik(en) van de gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. 6.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen a. Bij nieuwbouw of uitbreiding waarbij het gebruiksoppervlak toeneemt dient de inrichting van de gronden zodanig plaats te vinden, dat wordt voldaan aan de gemeentelijk parkeernormen zoals weergegeven in de op het tijdstip van de aanvraag van het gebruik, dan wel, in het geval van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, het tijdstip van de aanvraag van de omgevingsvergunning geldende parkeernormennota; b. Voor de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen is de laatst vastgestelde Parkeernormennota Harderwijk van toepassing. Daarbij dient overeenkomstig de aanbevelingen van het CROW tevens rekening te worden gehouden met parkeerplaatsen voor mindervaliden; c. De onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben zoals die zijn voorgeschreven in de ASVV (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom). Voor de onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's komen in ieder geval niet in aanmerking gronden die bedoeld en/of ingericht zijn als openbare groenvoorziening(en); d.
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; e. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde onder a. en c.: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld bij een inbreidingslocatie, op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
16
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Artikel 7 Algem ene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan afwijken van de regels in deze planregels ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een oppervlakte van niet meer dan 25 m², een inhoud van niet meer dan 70 m³ en een hoogte van niet meer dan 5 m, ten dienste van openbaar nut, zoals schakelhuisjes, transformatorhuisjes, wachthuisjes, straatmeubilair, telefooncellen en kabelverdeelkasten; b. de bouw van balkons, luifels, bordessen, pergola's en dergelijke bouwwerken, met dien verstande dat de diepte van balkons niet meer mag bedragen dan 1,50 m; c. het bouwen van antennes waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 25 m; d. het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 10%, met dien verstande dat deze regel niet wordt toegepast in samenloop met een bijzondere afwijkingsregel.
17
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Artikel 8 Verwijzing wettelijke regels Waar in dit plan wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, met uitzondering van de Parkeernormennota Harderwijk waarvoor de laatst vastgestelde nota geldt.
18
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 9 Overgangsrecht 9.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10 %. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
19
bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3 (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00292-0002
Artikel 10 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Drielanden - Harderweide deelplan 3. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van.................... voorzitter, griffier,
20
Appendix: parkeernormen kleine wooneenheden Behorende bij de parkeernormennota Harderwijk (2013) Gemeente Harderwijk Domein Ruimte Augustus 2016 De parkeernorm voor normale huur- en koopwoningen1 is 1,8 parkeerplaatsen per woning (Parkeernormennota Harderwijk 2013). Voor kleinere wooneenheden, zoals studio’s (1-kamerappartementen/wooneenheden) en/of kleinere appartementen/wooneenheden (2-, incidenteel nog 3-kamer) is de norm van 1,8 parkeerplaats per woning niet alleen vrij fors, maar heeft deze ook een beperkende invloed op de realisatiekans van initiatieven/plannen. Op basis van de meest recente ervarings- en parkeerkencijfers van de CROW kan de parkeernorm voor kleine wooneenheden worden verlaagd. Het is dan wel noodzakelijk om een koppeling te leggen tussen de indeling in woontypen van de CROW en het gebruiksoppervlakte (gbo) van de ‘kleinere wooneenheden’: 1,0 parkeerplaats per studio (30-40 m2 gbo) of kleinere woning (van circa 50 m2 gbo); 1,2 parkeerplaats per kleinere woning (van circa 50-70 m2 gbo). Deze waarden liggen respectievelijk 0,8 en 0,6 lager dan de standaard parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per te realiseren woning voor ‘normale koop- en huurwoningen’ (‘vrijstaande woningen’, ‘2 onder 1 kappers’, ‘rijwoningen’ en ‘appartementen’).
Parkeernormen kleine wooneenheden Functie Centrumgebied Woning/wooneenheid/appartement, 1,0 pp 30-40 m2 gbo [per woning]2 Woning/wooneenheid/appartement, 1,0 pp ca. 50 m2 gbo [per woning]3 Woning/wooneenheid/appartement, 1,2 pp 50-70 m2 gbo [per woning]4
Woongebied 1,0 pp
Industriegebied 1,0 pp
Buitengebied 1,0 pp
1,0 pp
1,0 pp
1,0 pp
1,2 pp
1,2 pp
1,2 pp
Bijlage: Ontwikkeling kleinere wooneenheden (Goudappel Coffeng, 20 juli 2016).
1
Vrijstaande woningen, 2-onder-1 kap, rijwoningen en appartementen. 1-kamerappartement/wooneenheid (studio). 3 2-kamerappartement/wooneenheid . 4 2-, incidenteel 3-kamerappartement/wooneenheid. 2
Parkeernormennota
Harderwijk
Gemeente Harderwijk Afdeling Inrichting Openbare Ruimte Maart 2013
Leeswijzer Voor u ligt de Parkeernormennota Harderwijk. Deze parkeernormennota is opgesteld door de gemeente Harderwijk met als doel om specifieke, toepasbare en uniforme parkeernormen vast te stellen voor het gehele grondgebied van de gemeente Harderwijk. Deze nota is opgebouwd uit een vijftal hoofdstukken. Hoofdstuk 1 gaat in op de aanleiding die ten grondslag ligt voor het opstellen van deze parkeernormennota. Hoofdstuk 2 gaat vervolgens in op de uitgangspunten, doel en status van de parkeernormennota. Het derde hoofdstuk gaat in op de verdeling van de wijken binnen de gemeente Harderwijk in de I Hoofdstuk 5 tenslotte geeft voor de belangrijkste fietsaantrekkende voorzieningen de fietsparkeerkencijfers weer. Bijlage 1 bevat informatie die ondersteuning biedt bij het rekenen met de parkeernormen. Tevens bevat deze bijlage een viertal rekenvoorbeelden.
Parkeernormennota Harderwijk
2
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Parkeerbeleid in Harderwijk
In het Verkeerstructuurplan van de gemeente Harderwijk (bestaande uit een deel Mobiliteitsvisie 2030 en een deel Gemeentelijk Verkeers- en Vervoers Plan (GVVP)) zijn een aantal streefbeelden opgenomen over de richting waarin Harderwijk zich op langere termijn wil ontwikkelen/positioneren voor wat betreft verkeer en vervoer. Belangrijk streven is dat bestemmingen voor autoverkeer goed bereikbaar zijn, en op de bestemming in principe ook voldoende parkeergelegenheid aanwezig. Er vindt dus geen sturing plaats door capaciteitsbeperkingen, maar parkeren heeft wel een prijs. Parkeren in woonwijken is goed, maar strak geregeld. Door het toenemende autobezit zal de parkeerdruk in woonwijken verder toenemen. De tijd van het onbeperkt parkeren voor de eigen deur, is in veel woonwijken voorbij. Oplossingen van parkeerproblemen zijn in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van belanghebbende bewoners zelf (die veelal ook het probleem zelf veroorzaken. I verkeer kan het invoeren van een systeem van vergunningparkeren een oplossing bieden). De gemeente acht zich verantwoordelijk voor de oplossing van parkeeroverlast als binnen aanvaardbare loopafstanden geen beschikbare parkeervoorzieningen beschikbaar zouden zijn. Pas dan zal gezocht worden naar gerichte reguleringsmaatregelen.
Voor wat betreft de fiets geeft de Mobiliteitsvisie aan dat gestimuleerd wordt naar een situatie waarin fietsen in Harderwijk is aantrekkelijk is en doorlopend wordt gestimuleerd. In Harderwijk wordt geïnvesteerd in alternatieven voor het gebruik van de auto. Er wordt ingezet op een verdere kwaliteitssprong van het fietsnetwerk en de fietsvoorzieningen (inclusief voldoende aanbod van stallingvoorzieningen, oplaadpunten voor elektrische fietsen etc.). Het aantal en de kwaliteit van de stallingvoorzieningen zijn van belang bij de afweging van de vervoerwijzekeuze. Het veilig kunnen stallen van de fiets speelt hierbij een belangrijke rol. Stallingen bij alle belangrijke activiteitencentra, bij het NS-station en het busstation moeten het fietsgebruik een positieve impuls geven. Uitgangspunt bij het stallingbeleid is dat het aanbod de vraag dekt en dat het type voorziening is afgestemd op de aard van de bestemming. Fietsenstallingen moeten dicht bij de herkomst of bestemming liggen, goed bereikbaar zijn, beveiliging bieden tegen diefstal en tegen een redelijke prijs (bij voorkeur gratis) beschikbaar zijn, zo mogelijk overdekt zijn, vlot te gebruiken zijn en goed onderhouden te worden. Voor wat betreft de toepassing van fietsparkeernormen wordt aangesloten bij landelijke kencijfers (van CROW dan wel Fietsberaad).
In het GVVP 2010-2015 is de Mobiliteitsvisie uitgewerkt in concrete acties.
Parkeernormennota Harderwijk
3
1.2 Aanleiding parkeernormennota In het GVVP heeft de gemeenteraad van Harderwijk besloten een parkeernormennota op te stellen. Hiervoor was concreet de volgende aanleiding: Eenduidigheid Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te leggen. Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren, bedrijven en sportaccommodaties. Het vastleggen van deze parkeernormen is onder meer voor burgers, projectontwikkelaars en de gemeente Harderwijk zelf van belang. Door het vastleggen / -stellen is het namelijk voor iedere belanghebbende vooraf duidelijk en inzichtelijk welke parkeernormen voor een bepaalde functie gehanteerd worden. Hierdoor ontstaat eenduidigheid in het parkeernormenbeleid. Specifiek Bij het opstellen van de parkeernormen zijn de kengetallen voor de parkeernormering vanuit CROWK Het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) is een Nederlandse organisatie die kennis over verkeer en vervoer bundelt. De CROW-richtlijnen zijn zo opgesteld dat deze cijfers bruikbaar en toepasbaar zijn in heel Nederland. Deze hebben echter geen wettelijke status.
Het CROW geeft alleen adviezen voor bijvoorbeeld de wegbeheerder. Over het algemeen geldt wel dat een wegbeheerder in Nederland goed moet kunnen motiveren waarom van de richtlijnen is afgeweken. De gemeente Harderwijk streeft echter naar een parkeernormennota met parkeernormen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk. Bij het opstellen van deze nota is onder andere rekening gehouden met de samenstelling van de wijken, zoals de bebouwing en de samenstelling van de bevolking. Daarbij spelen ook de toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen de gemeente Harderwijk een rol. 1.3 Juridisch kader parkeernormen nieuwe Wro In de gemeentelijke bouwverordening is een regeling opgenomen over de parkeergelegenheid voor bij of in gebouwen. Uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein moet worden opgelost. Bouwplannen worden aan deze regeling getoetst, op basis van artikel 2.10 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is geregeld in de bouwverordening. Voor de berekening hiervan zijn parkeernormen opgenomen. Hierbij kan het het kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte, het CROW. In oktober 2012 is er een nieuwe publicatie van het CROW verschenen. Het betreft publicatie 317: K D opstellen van deze parkeernormennota.
In de nieuwe bouwverordening wordt naar deze parkeernormennota verwezen. Per 1 juli 2008 is de (nieuwe) Wet op de ruimtelijke ordening (verder: Wro) in werking getreden. Deze wet heeft effect op het vastleggen van parkeernormen. Met de komst van deze nieuwe Wro is het op termijn niet meer toegestaan om via de gemeentelijke bouwverordening eisen over parkeren te regelen. Deze mogelijkheid verdwijnt waarschijnlijk per 1 juli 2013. Tot die tijd blijven we deze mogelijkheid gebruiken. Voorlopig worden de parkeernormen dus nog via de gemeentelijke bouwverordening geregeld. Deze parkeernormennota bevat de beleidsregels ter invulling van deze bevoegdheid uit de bouwverordening.
Parkeernormennota Harderwijk
4
Als de bouwverordening op termijn geen mogelijkheid meer biedt om parkeernormering te regelen, kunnen gemeenten de parkeernormen via het bestemmingsplan vaststellen. Vanwege mogelijk lang durende procedures voor het wijzigen van een bestemmingsplan is dat echter niet wenselijk. Het is daarom logischer dat er in een bestemmingsplan naar deze gemeentelijke parkeernormennota verwezen wordt. Dit voorkomt dat bestemmingsplannen onnodig veel informatie over parkeren bevatten. Wanneer de parkeernormen los staan van de bestemmingsplannen zijn ze flexibeler te wijzigen. Hierover meer in hoofdstuk 2, Uitgangspunten Nota.
1.4
Ontwikkelingen
Al geruime tijd is bekend dat het autobezit in Nederland toeneemt, daar waar het gebruik van de auto nagenoeg gelijk blijft. In afbeelding 1 is te zien dat het autobezit in Nederland de afgelopen jaren toegenomen is. De verwachting is dat deze trend ook nog de komende jaren door zal zetten. Door deze toename van het autobezit in Nederland wordt de vraag naar voldoende parkeerplekken steeds groter. Het is daarom van belang de parkeernormen op deze trend af te stemmen. Zodoende wordt overlast door een tekort aan parkeerplaatsen of parkeercapaciteit voorkomen.
Ontwikkeling autobezit 1990-2011 9
Hoeveelheid personenauto's (x 1.000.000)
8 7 6 5 Autobezit 4 3 2 1
19 90 19 91 19 92 19 93 19 94 19 95 19 96 19 97 19 98 19 99 20 00 20 01 20 02 20 03 20 04 20 05 20 06 20 07 20 08 20 09 20 10 20 11
0
Jaartal
Figuur 1 Grafiek ontwikkeling autobezit 1990-2011
Parkeernormennota Harderwijk
5
Hoofdstuk 2
Uitgangspunten nota
In hoofdstuk 1 is beschreven wat de aanleiding is voor het opstellen van deze parkeernormennota. In dit hoofdstuk zal verder ingegaan worden op de uitgangspunten van de parkeernormennota. Hierbij komen onder andere de status van de parkeernormennota, het kader waarbinnen deze nota geplaatst is en de wetgeving rondom parkeernormen aan bod. Verder wordt er ook ingegaan op het Harderwijker parkeerfonds.
2.1
Status en doelstelling van de parkeernormennota
Het gebruik van de parkeernormen heeft tot doel een zodanig aantal parkeerplekken voor een bepaalde functie te realiseren, dat dit aantal parkeerplekken voorziet in de parkeerbehoefte van die functie. Daarbij is het uitgangspunt dat het parkeren op eigen terrein gefaciliteerd moet worden. Door het toepassen van parkeernormen wordt onder meer voorkomen dat er een overschot of tekort aan parkeercapaciteit ontstaat. De parkeernormen in deze parkeernormennota sluiten aan op het GVVP en maakt samen met dit GVVP onderdeel uit van het Verkeerstructuurplan Harderwijk. De parkeernormen zijn van toepassing op nieuwe ontwikkelingen of verandering van bestaande situaties waarvoor een bouw-/omgevingsvergunning vereist is. Deze parkeernormennota kan ook gebruikt worden als kader voor externe partijen als bijvoorbeeld projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningbouwverenigingen, makelaars, enzovoort. Deze parkeernormennota zal eens in de vijf jaar herzien worden, of zo veel eerder als nodig, bijvoorbeeld vanwege een bepaalde ontwikkeling. Hierbij zal ook het gebruik van de vigerende parkeernormen worden geëvalueerd. Door deze regelmatige herziening blijven de parkeernormen aansluiten bij de ontwikkelingen die zich op dit gebied afspelen en zijn de parkeernormen altijd upto-date.
2.2
Parkeerfonds
In enkele gevallen kan het voorkomen dat het parkeren voor een bepaalde functie niet op eigen terrein gefaciliteerd kan worden. Het College van B en W heeft in dergelijke situaties de mogelijkheid om beargumenteerd af te wijken van de eis om het parkeren op eigen terrein te realiseren. Om de aanvrager van de bouwvergunning in een dergelijke situatie wel mee te laten betalen aan de realisatie van parkeergelegenheid, is bij raadsbesluit van 7 april 2011, het parkeerfonds ingesteld. De vrijstelling van de eis om het parkeren op eigen terrein te faciliteren wordt door het College van B en W gedaan op basis van een hardheidsclausule. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat de maatschappelijke of (sociaal)economische waarden van het bouwproject zwaarder wegen dan de realisatie van parkeergelegenheid op eigen terrein.
Parkeernormennota Harderwijk
6
Wanneer er door het College van B en W vrijstelling wordt verleend van de parkeernormen, zal een aanvrager van de bouwvergunning een storting in het parkeerfonds moeten doen. Het parkeerfonds is aan de orde bij:
Het realiseren van minder parkeerplaatsen op eigen terrein dan de parkeernorm voorschrijft, waarbij de extra parkeervraag kan worden opgevangen op de bestaande openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving (buiten het centrum maximaal 500 meter) van het plan. Deze storting dienst als compensatie voor de extra belasting van de openbare gelegenheden en als bekostiging voor de door de gemeente aan te leggen parkeerplaatsen. Het realiseren van minder parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij de extra parkeerplaatsen op termijn door de gemeente worden aangelegd binnen acceptabele afstand van het plan. Specifiek voor het centrum geldt dat de via het parkeerfonds door de gemeente aan te leggen parkeerplaatsen in het centrum of in de directe ring (Westeinde Vitringasingel Scheepssingel Boulevard) rond het centrum worden gerealiseerd, dit in verband met de zeer beperkte mogelijkheden tot uitbreiding.
De storting zou overeen moeten komen met de werkelijke investeringskosten van een parkeerplaats. Omdat echter van te voren niet bekend is waar en hoe een initiatief vorm krijgt, is het verstandiger om met een gemiddeld tarief te werken. Per geval kan, gelet op een mogelijkerwijs reeds bekende locatie voor de aanleg van parkeerplaatsen, worden bekeken of dit bedrag naar beneden of boven moet worden bijgesteld, hetgeen onderdeel uitmaakt van de hardheidsclausule. D BTW parkeerplek (prijspeil 1-1-2013). Dit bedrag is een gemiddeld bedrag van de realisatiekosten van een ng
Parkeerplekken die in het kader van het parkeerfonds aangelegd worden, zijn altijd openbaar toegankelijk. Voor meer informatie over het parkeerfonds wordt verwezen naar het document Parkeernormen en parkeerfonds, vastgesteld door de gemeente Harderwijk, d.d. 7 april 2011.
Parkeernormennota Harderwijk
7
Hoofdstuk 3 3.1
Parkeergebieden
Indeling gebieden
Om de parkeernormen zo specifiek mogelijk op te stellen is er onderscheid gemaakt in een drietal verschillende gebieden binnen de gemeente Harderwijk. Iedere wijk binnen de gemeente Harderwijk is onder gebracht in een dergelijk gebied. De wijken zijn ingedeeld op basis van de kenmerken die een specifieke wijk bevat. Bij deze kenmerken moet gedacht worden aan zaken als bebouwing, functie (wonen, werken, handel, enz.) en ligging. De indeling van de wijken binnen de gemeente Harderwijk in parkeergebieden is als volgt: Centrumgebied: Wijk Binnenstad; Woongebied: Wijk Stationsomgeving, Wijk Drielanden, Wijk Frankrijk, Wijk Friesegracht, Wijk Stadsdennen, Wijk Hierden-Dorp, Wijk Slingerbos, Wijk De Sypel, Wijk Stadsweiden, Wijk Tweelingstad, Wijk Waterstad en Wijk Zeebuurt; Industriegebied: Bedrijventerrein Lorentz en Bedrijventerrein Tonsel; Buitengebied: alle gebieden gelegen buiten de bebouwde kom van Harderwijk of Hierden. Op onderstaande kaart zijn de genoemde gebieden aangegeven. Deze kaart is in een groter formaat als bijlage bij deze nota opgenomen.
Figuur 2 Overzichtskaart wijkenindeling gemeente Harderwijk
De hierboven weergegeven indeling van de parkeergebieden is in hoofdstuk 4 verwerkt in de tabellen met parkeernormen.
Parkeernormennota Harderwijk
8
3.2
Belangrijke uitgangspunten indeling
Bij de indeling van de wijken in de parkeergebieden zijn de volgende uitgangspunten belangrijk geweest:
Vanwege de schaal en bereikbaarheid van de gemeente Harderwijk is er geen onderscheid gemaakt in wijken die dicht bij aansluitingen op de twee belangrijke regionale ontsluitingswegen A28 en N302 of het station gesitueerd zijn. Deze ligging heeft geen tot zeer minimale invloed op het autobezit in de wijken; Bij het vaststellen van de parkeernormen zijn de kengetallen voor de parkeernormering vanuit CROW-publicatie 317 (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) als uitgangspunt gebruikt. Daarbij is de factor matig stedelijk overgenomen als factor voor de stedelijkheid binnen de gemeente Harderwijk. H vanwege de omgevingsadressendichtheid (adressen per km²). Volgens gegevens van het CBS H D vervoerwijzekeuze in het verplaatsingsgedrag (modal split). Bij zeer sterk stedelijk gebied is het aandeel openbaar vervoer en fiets groter dan in een niet stedelijk gebied. Daar tegenover staat dat het autogebruik relatief groter is in niet stedelijk gebied ten opzichte van stedelijk gebied. De stedelijkheidsgraad is daarom van invloed op het benodigd aantal parkeerplaatsen.
Parkeernormennota Harderwijk
9
Hoofdstuk 4 4.1
Parkeernormen
Inleiding
In dit hoofdstuk komen de parkeernormen aan bod. De normen zijn uitgewerkt voor een aantal functies, te weten: -
woningen: winkels; bedrijven; onderwijsvoorzieningen; zorgvoorzieningen; horecagelegenheden; sociaal culturele voorzieningen; sportvoorzieningen; overige voorzieningen.
De parkeernormen, alsmede de indeling zoals deze hierboven weergegeven is, zijn grotendeels gebaseerd op de kengetallen uit het ASVV 2004 en CROW-publicatie 317. In de meeste tabellen zijn twee getallen opgenomen; de minimale norm en de maximale norm voor de berekening van de parkeerbehoefte. De normgrondslag (rekeneenheid) is in iedere tabel, voor iedere specifieke functie, opgenomen. In bijlage 1 zijn een aantal rekenvoorbeelden opgenomen. Indien er ruimtelijke ontwikkelingen zijn, waar een bijzondere situatie er om vraagt, heeft het college van B en W van de gemeente Harderwijk de bevoegdheid om beargumenteerd af te wijken van de vastgestelde parkeernormen. Er kunnen zich namelijk specifieke situaties voordoen waarbij het wenselijk / benodigd is om een hogere of juist een lagere parkeernorm toe te passen. In een dergelijk geval zal met duidelijke argumenten moeten worden aangegeven waarom van de normen wordt afgeweken.
4.2
Woningen
In het GVVP van 2003 zijn reeds parkeernormen opgenomen voor woningen. Dit zijn de volgende kengetallen: woningtype appartementen sociaal appartementen koop appartementen ouderen rijwoning sociaal rijwoning koop stadswoning sociaal stadswoning koop urban villa geschakelde woning 2-1 kap patio bungalows vrijstaand keuzewoning
Parkeernormennota Harderwijk
normering 1,5 1,5 1,1 1,2 1,7 1,2 1,3 1,8 1,8 1,8 1,8 1,8 1,8
10
V -busjes in woonwijken, zijn deze kengetallen voor woningen in deze nota geactualiseerd. Zo zijn bijvoorbeeld de normen van woningen en appartementen gelijkgesteld, aangezien de praktijk bewijst dat het autobezit onder bewoners van appartementen de laatste jaren aanzienlijk is toegenomen. Zoals al aangegeven heeft het college van B en W de bevoegdheid om beargumenteerd af te wijken van de vastgestelde parkeernormen. Er kunnen zich namelijk specifieke situaties voordoen waarbij het wenselijk / benodigd is om een hogere of juist een lagere parkeernorm toe te passen 1. Parkeernormen woningen 2013 Functie Centrumgebied Vrijstaande woning [per woning] 2 - onder - 1 kap [per woning] Rijwoning [per woning] Appartement [per woning] Serviceflat/aanleunwoning [per woning] Kamerverhuur [per kamer] Toelichting: -
Woongebied
Industriegebied
Buitengebied
1,8
1,8
1,8
1,8
1,8
1,8
Geheel op eigen terrein Geheel op eigen terrein -
Geheel op eigen terrein Geheel op eigen terrein -
1,8
1,8
0,9
0,9
Geheel op eigen terrein -
Geheel op eigen terrein -
0,6
0,6
-
-
kengetallen gelden zowel voor koop- als voor huurwoningen; een serviceflat is een zelfstandige woonvorm met zorgfaciliteiten die vooral bestemd zijn voor bejaarden of ouderen met een zorgproblematiek; Een aanleunwoning is te vergelijken met een serviceflat. Het verschil met een serviceflat is dat een aanleunwoning dichtbij een zorgcentrum of verzorgingshuis gelegen is en gebruik kan worden gemaakt van de diensten die zij aanbieden.
Verhoging parkeernorm woningen Indien er in een bepaald gebied parkeren op eigen erf wordt toegepast, kan de parkeernorm nog worden verhoogd. Reden hiervan is het feit dat parkeerplekken op eigen erf relatief minder intensief gebruik worden dan de plaatsen in het openbaar gebied. De normen en verhoging in de onderstaande tabel zijn gebaseerd op gegevens uit het GVVP. % parkeren op eigen terrein 0 tot 25 % 25 tot 50 % 50 tot 75 % 75 tot en met 100 %
Verhoging parkeernorm norm * 1.0 norm * 1.1 norm * 1.2 norm * 1.3
In bijlage 1 zijn rekenvoorbeelden opgenomen. In deze voorbeelden komt ook de verhoging van de parkeernorm aan orde. 1
Voor fase 2 en 3 van het Waterfront is, afwijkend van deze Parkeernormennota, voor appartementen een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per appartement vastgesteld (B&W-besluit van 12 maart 2013 GREX Waterfront, 1 januari 2013) Voor de Harder geldt 1,4 parkeerplaats/woning.
Parkeernormennota Harderwijk
11
4.3
Winkels
Functie
Centrumgebied
Woongebied
Industriegebied
Buitengebied
Supermarkt Winkels [per 100m2 bvo] Grootschalige detailhandel2 [per 100m2 bvo] Showroom [per 100m2 bvo] Kringloopwinkel [per 100m2 bvo] (Week)markt [per 1m2 marktkraam]
4,5 6,0 2,8 3,8
4,5 6,0 2,8 3,8
4,5 6,0 2,5 4,0
4,5 6,0 2,5 4,0
-
5,5 7,5
6,0 8,5
6,0 8,5
1,0 1,2
1,2 1,4
1,6 1,8
1,6 1,8
2,2 2,7
2,2 2,7
2,2 2,7
2,2 2,7
0,15 0,24
0,15 0,24
0,15 0,24
0,15 0,24
Toelichting: -
4.4
1 arbeidsplaats = 30 50 m2 bruto vloeroppervlakte De kencijfers zijn ontwikkeld om het aantal parkeerplaatsen bij voorzieningen te bepalen. Dit resulteert in de bandbreedte die wordt aangegeven. Er is sprake van een ondergrens en bovengrens binnen deze bandbreedte. Gemeente kan op basis van kencijfers, lokaal specifieke kenmerken en gemeentelijke (parkeer)beleid, parkeernormen vaststellen.
Bedrijven
Functie
Centrumgebied
Kantoor met baliefunctie [per 100m2 bvo] Kantoor zonder baliefunctie [per 100m2 bvo] Arbeidsextensieve & bezoekersextensieve bedrijven3[per 100m2 bvo] Arbeidsintensieve & bezoekersextensieve bedrijven4[per 100m2 bvo] Bedrijfsverzamelgebouw [per 100m2 bvo]
1,8 2,3
Toelichting: -
Woongebied
Industriegebied
Buitengebied
2,3 2,8
2,8 3,3
3,3 3,8
1,0 1,7
1,2 1,9
1,5 2,0
1,8 2,3
0,5 0,6
0,6 0,7
0,8 0,9
0,8 1,3
1,2 1,7
1,7 2,2
2,5 2,8
2,5 2,8
1,0 1,5
1,3 1,8
1,7 2,2
1,7 2,2
1 arbeidsplaats = 25 35 m2 bruto vloeroppervlak.
2
Onder grootschalige detailhandel worden winkelformules gerekend die vanwege de omvang en aard van het assortiment een groot oppervlak nodig hebben en welke gelegen zijn op locaties waar geen andere winkelcentra liggen. Hieronder vallen bijvoorbeeld: bouwmarkten, tuincentra en meubelboulevards. 3 Arbeids- & bezoekersextensieve bedrijven: loods, opslag, groothandel, transportbedrijf, et cetera. 4 Arbeidsintensieve & bezoekersextensieve bedrijven: industrie, garagebedrijf, laboratorium, werkplaats, etc.
Parkeernormennota Harderwijk
12
4.5
Onderwijsvoorzieningen
Functie
Centrumgebied
Beroepsonderwijs; dagonderwijs [per leslokaal]5 Beroepsonderwijs; dagonderwijs [per collegezaal] Voorbereidend dagonderwijs6 [per leslokaal] Avondonderwijs [per student] Basisonderwijs7 [per leslokaal] Crèche / peuterspeelzaal / kinderdagverblijf [per arbeidsplaats]8
6,0
Toelichting: -
4.6
Woongebied
Industriegebied
Buitengebied
6,0
6,0
6,0
20,0
20,0
20,0
20,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
1,0
Industriegebied
Buitengebied
collegezaal = 150 zitplaatsen; leslokaal = 30 zitplaatsen;
Zorgvoorzieningen
Functie
Centrumgebied
Ziekenhuis [per bed] Verpleeg- /verzorgingstehuis [per wooneenheid] Arts /therapeut/kruisgebouw [per stoel]
1,5 1,7
1,5 1,7
1,5 1,7
1,5 1,7
0,5 0,7
0,5 0,7
0,5 0,7
0,5 0,7
1,5 2,0
1,5 2,0
1,5 2,0
1,5 2,0
Toelichting: -
Woongebied
met minimum van 3 parkeerplekken per praktijk huisarts/huisartsenpost; ook in de avond parkeervraag.
5
Onder beroepsonderwijs;dagonderwijs wordt verstaan MBO, ROC, HBO EN WO Onder voorbereidend dagonderwijs wordt verstaan VMBO, HAVO EN VWO 7 Parkeernorm is exclusief parkeerplekken die uitsluitend bestemd zijn voor Kiss & Ride. Dit zijn parkeerplekken gereserveerd voor kort stilstaan ten behoeve van het direct laten in- en uitstappen van passagiers. Zie hoofdstuk 6 voor de berekening van het aantal K&R-plekken. 8 Zie voetnoot 6. 6
Parkeernormennota Harderwijk
13
4.7
Horecagelegenheden
Functie
Centrumgebied
Café/bar/discotheek/cafetaria [per 100m2 bvo] Restaurant [per 100m2 bvo] Hotel [per kamer] Feestzaal [per 100m2 bvo]
4,0 6,0
4.8
Woongebied
Industriegebied
Buitengebied
4,0 6,0
5,0 7,0
5,0 7,0
8,0 10,0
8,0 10,0
12,0 14,0
12,0 14,0
0,5 1,5
0,5 1,5
0,5 1,5
0,5 1,5
7,0
7,0
7,0
7,0
Industriegebied
Buitengebied
Sociaal culturele voorzieningen
Functie
Centrumgebied
Museum [per 100m2 bvo] Bibliotheek [per 100m2 bvo] Bioscoop/theater/schouwburg [per zitplaats] Sociaal cultureel centrum / wijk- / verenigingsgebouw [per 100m2 bvo]
0,5 0,7
0,7 0,9
1,0 1,2
1,0 1,2
0,5 0,7
0,7 0,9
1,0 1,2
1,0 1,2
0,2 0,3
0,2 0,3
0,3 0,4
0,3 0,4
1,0 3,0
1,0 3,0
1,0 3,0
1,0 3,0
Parkeernormennota Harderwijk
Woongebied
14
4.9
Sportvoorzieningen
Functie
Centrumgebied
Gymlokaal9 [per 100m2 bvo] Sporthal10 [per 100m2 bvo] + 0,2 pp. per bezoekersplaats. Sportveld [per netto hectare (ha) terrein] Sportschool / dansstudio [per 100m2 bvo] Squashhal [per baan] Tennisbanen [per baan] Golfbaan [per hole] Bowlingcentrum/biljartzaal [per baan/tafel] Stadion [per zitplaats] Zwembad [per 100m2 oppervlak bassin] Manege [per box] Jachthaven [per ligplaats]
1,7 2,2
9
Woongebied
Industriegebied
Buitengebied
2,0 2,5
2,5 3,0
2,5 3,0
1,5 2,0
2,0 2,5
2,5 3,0
3,0 3,7
13,0 27,0
13,0 27,0
13,0 27,0
13,0 27,0
2,0 3,0
3,0 4,0
3,0 4,0
3,0 4,0
1,0 2,0
1,0 2,0
1,0 2,0
1,0 2,0
2,0 3,0
2,0 3,0
2,0 3,0
2,0 3,0
-
-
6,0 8,0
6,0 8,0
1,5 2,5
1,5 2,5
1,5 2,5
1,5 2,5
0,04 0,2
0,04 0,2
0,04 0,2
0,04 0,2
8,0 10,0
9,0 11,0
10,0 12,0
10,0 12,0
-
-
0,3 0,5
0,3 0,5
0,5 0,7
0,5 0,7
0,5 0,7
0,5 0,7
Sporthal zonder publieksfaciliteiten. Sporthal met publieksfaciliteiten.
10
Parkeernormennota Harderwijk
15
4.10
Overige voorzieningen
Functie
Centrumgebied
Evenementenhal / beursgebouw / congresgebouw [per 100m2 bvo] Bouwmarkt [per 100m2 bvo]
4,0 7,0
Industriegebied
Buitengebied
5,0 8,0
6,0 11,0
6,0 11,0
1,6 2,1
1,6 2,1
2,1 2,6
2,2 2,7
Tuincentrum [per 100m2 bvo]
2,0 2,5
2,3 2,8
2,6 3,1
2,6 3,1
Themapark / pretpark [per netto hectare (ha) terrein] Overdekte speeltuin / -hal [per 100m2 bvo] Volkstuin [per perceel] Religiegebouw (kerk, moskee, et cetera) [per zitplaats] Begraafplaats / crematorium [per gelijktijdige begrafenis/crematie]
4,0 12,0
4,0 12,0
4,0 12,0
4,0 12,0
3,0 12,0
3,0 12,0
3,0 12,0
3,0 12,0
0,3
0,3
0,3
0,3
0,1 0,2
0,1 0,2
0,1 0,2
0,1 0,2
15,0 30,0
15,0 30,0
15,0 30,0
15,0 30,0
4.11
Woongebied
Dubbelgebruik parkeerplaatsen
Bij het bepalen van de gemeentelijke parkeereis bij multifunctionele projecten wordt vaak het uitgangspunt van maximaal dubbelgebruik gehanteerd. In de praktijk blijken de mogelijkheden van dubbelgebruik echter vaak minder gunstig uit te pakken, waardoor er vooral voor bezoekers onvoldoende parkeerplaatsen beschikbaar blijken te zijn. De mogelijkheden voor dubbelgebruik hangen in de praktijk namelijk af van de mate van openbaarheid, de locatie van de parkeervoorzieningen en van de loopafstanden naar de diverse bestemmingen. Het is belangrijk om in de verschillende stadia van het ontwikkeltraject de berekening van de gemeentelijke parkeereis en de bijbehorende parkeeroplossing goed op elkaar te laten aansluiten.
Parkeernormennota Harderwijk
16
Hoofdstuk 5 5.1
Fietsparkeerkencijfers
Fietsparkeren
Om het verhaal over parkeerkencijfers en parkeernormen compleet te maken, is dit hoofdstuk met fietsparkeerkencijfers toegevoegd. Ter verduidelijking: Een parkeernorm is een door het bevoegd gezag (veelal de gemeente) vastgestelde hoeveelheid parkeerplaatsen waaraan een nieuwbouwplan moet voldoen om in aanmerking te kunnen komen voor een bouwvergunning. In een parkeernorm kan rekening gehouden worden met mobiliteitsbeleid en bevordering gebruik andere vervoerwijzen. Een parkeerkencijfer is een indicatie van de parkeervraag bij nieuwe voorzieningen. Voor afstanden tot 7,5 kilometer (en met de elektrische fiets tegenwoordig langere afstanden) is de fiets een uitstekend alternatief voor de auto. Zeker in de compacte stad Harderwijk, waar de afstand van de ene kant van de stad, de woonwijk Drielanden, naar de andere kant van de stad, bedrijventerrein Lorentz, zeer goed met de fiets is te overbruggen. Voldoende en goede fietsparkeervoorzieningen kunnen leiden tot minder autogebruik en dus tot een T wat betreft het ruimtegebruik van geparkeerde auto of fiets: een fiets neemt circa 1,2 m² ruimte in beslag (afhankelijk van type stalling), daar waar een autoparkeerplaats circa 25 m² ruimte in beslag neemt, inclusief toegang. 5.2
Bepalen capaciteit
Het gewenste aantal fietsparkeervoorzieningen bij een kantoor, een winkel of een openbare voorziening wordt bij voorkeur bepaald op basis van tellingen. Dat biedt de beste garantie dat het aanbod past bij de vraag. De uiteindelijke capaciteit en gewenste combinatie van fietsparkeervoorzieningen is afhankelijk van een aantal factoren, zoals: de ligging van de functie; het type functie; de kwaliteit van de fietsroute en het openbaar vervoer; concurrerende vervoerswijzen; aantrekkingskracht van de functie (bij met name uitgaansgelegenheden) Globaal kunnen de volgende stappen worden onderscheiden bij bestaande voorzieningen: 1. behoeftebepaling: tellingen op de locatie 2. prognosebepaling: groei / uitbreiding 3. (eventueel) verdeling bewaakt / onbewaakt 4. capaciteitsbepaling: eventuele bewaakte stalling met 10% extra ... Voor nieuwbouw kan gebruik worden gemaakt van kencijfers, welke gemiddelden zijn per functie. In de praktijk is er vaak sprake van een grote spreiding in de behoefte aan fietsparkeerplaatsen. Het fietsparkeerkencijfer moet dan ook worden gezien als een richtlijn binnen bepaalde marges. In CROW, publicatie 317, zijn voor de fietsparkeerkencijfers de belangrijkste uitgangspunten en algemene opmerkingen aangegeven.
Parkeernormennota Harderwijk
17
5.3
Fietsparkeerkencijfers
Voor de belangrijkste fietsaantrekkende voorzieningen zijn in deze paragraaf de fietsparkeerkencijfers weergegeven. Functie
Centrumgebied
Woongebied
Industriegebied
Buitengebied
1,7
1,2
1,2
0,7
Kantoor met balie (bezoekers) [per balie]
5
5
5
5
Functie
>250 leerlingen
250 tot 500 leerlingen
>500 leerlingen
Basisschool (leerlingen)
4,3
5,0
6,2
0,4
0,4
0,4
Kantoor (personeel) 2
[per 100m bvo]
[per 10 leerlingen]
Basisschool (medewerkers) [per 10 leerlingen]
Functie
Centrumgebied