CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

d 23 aug Uitvoeringsprogramma Inburgering EHZ MIZ.pdf

Commissie Samenleving 8 februari 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Uitvoeringsagenda inburgering7.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Snel en volwaardig meedoen Uitvoeringsprogramma 2022-2024 Kader ‘Snel en Volwaardig meedoen’ Wet inburgering Gemeente Ermelo, Harderwijk, Zeewolde

Snel en volwaardig meedoen Wet inburgering

Ter attentie

De colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Ermelo, Harderwijk en Zeewolde

Projectnaam

Wet inburgering, Kader EHZ nieuwe wet Inburgering

Onderwerp

Uitvoeringsprogramma 2022-2024

Versie

1.0

Datum

Juni 2021

Auteur(s)

Pauline Verheule (EHZ) & Jelmer Joustra (MIZ)

2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Leeswijzer

7

2

Kader ‘snel en volwaardig meedoen’

9

2.1

Ambities en richtlijnen Kader ‘Snel en volwaardig meedoen’

9

2.2

Doelgroepen

9

2.3

Onderdelen Wet inburgering

10

2.4

Tijdelijk twee wetten van toepassing

10

3

Diensten

12

3.1

Tijdig beginnen

13

3.2

Een goede start

14

3.3

Volwaardig meedoen

15

3.4

Ondersteuning bij het inburgeren

18

3.5

Resultaten

21

4

Bedrijfsvoering

22

4.1

Klantmanagement

22

4.2

Handhaving

22

4.3

Contractmanagement

23

4.4

Verbinding Sociaal Domein

23

4.5

Communicatie

24

4.6

Privacy

25

4.7

Relatiebeheer netwerk

25

4.8

Monitoring

26

5

Financiën

27

5.1

Hoogte van de beschikbare middelen uitvoering wet Inburgering

27

5.2

Uitvoeringsmiddelen

27

5.3

Trajectmiddelen

28

5.4

Kosten uitvoering wet Inburgering

5.5

Verantwoording

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 29

3

Begrippenlijst Brede Intake Gemeenten moeten bij alle asielstatushouders, gezinsmigranten en overige migranten een brede intake afnemen. Bij een brede intake leert de regievoerder de inburgeraar op zo veel mogelijk levensgebieden kennen om op basis daarvan te kunnen bepalen welke ondersteuning dat de inburgeraar nodig heeft om volwaardig mee te kunnen doen. Hoe deze brede intake precies vorm krijgt, mag de gemeente zelf bepalen. Doel is zicht te krijgen op de startpositie en de ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtige en het vaststellen van de meeste passende inburgeringsroute. COA Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Het is de organisatie die, in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid, de opvang verzorgt van iedereen die in Nederland asiel aanvraagt. DUO DUO is de Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Voor inburgering voert DUO regelingen uit en speelt een rol in de monitoring van de voortgang en in het behalen van het inburgeringsexamen. IND Immigratie en Naturalisatiedienst. De IND is een onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid en beoordeelt alle verzoeken van mensen die in Nederland verblijf willen aanvragen of die Nederlander willen worden.

Inburgeringsplicht en inburgeringstermijn De start van de inburgeringsplicht en de start van de inburgeringstermijn zijn twee verschillende zaken. De inburgeringsplicht start op de datum waarop het verblijfsrecht door de IND bekend is gemaakt. Vanaf dan is de inburgeraar verplicht in te burgeren. De inburgeraar heeft hier een termijn van drie jaar voor. Deze drie jaar start op de dag na dagtekening van de PIP. Inburgeringsplichtige Alle ‘nieuwkomers’ in Nederland die op grond van de wet Inburgering de plicht hebben om in te burgeren. KNM Kennis van de Nederlandse Maatschappij. KNM is een verplicht onderdeel/vak van het inburgeringstraject en is onderdeel van alle drie de leerroutes. Het onderdeel KNM is erop gericht dat inburgeraars naast de Nederlandse taal ook leren hoe de Nederlandse

4

maatschappij werkt. Het onderdeel KNM wordt afgesloten met een examen. Dit examen is samen met de examens voor taal onderdeel van het inburgeringsexamen. Leerbaarheidstoets Aan de hand van de leerbaarheidstoets geeft de gemeente inzicht in welke leerroute een inburgeringsplichtige kan volgen. De leerbaarheidstoets wordt door een onafhankelijke partij afgenomen en vindt plaats ten tijde van de Brede Intake en het opstellen van het PIP. Leerroute Een leerroute is het geheel van activiteiten en lessen die een statushouder onderneemt om te voldoen aan de inburgeringsplicht en klaar te zijn voor het meedoen op de arbeidsmarkt of op het onderwijs. Elke gemeente moet zorgdragen voor het aanbieden van drie leerroutes: de Onderwijsroute, de B-1 route en de Z-route: MAP Module Arbeidsmarkt en Participatie. De module Arbeidsmarkt en Participatie zorgt ervoor dat inburgeringsplichtigen vroegtijdig bekend raken met de Nederlandse arbeidsmarkt. De MAP wordt aangeboden aan inburgeraars van de B1-route en de Zelfredzaamheidsroute NT2 Nederlands als tweede taal. NT2 is de aanduiding voor het type onderwijs. Inburgeraars krijgen geen ‘Nederlands’ als vak zoals dat op de Nederlandse middelbare school wordt aangeleerd, maar krijgen NT2. PIP Plan Inburgering en Participatie. De gemeente stelt, in afstemming met de inburgeraar, een PIP op.

In het Plan staan de doelen omschreven waaraan de statushouder gaat werken om volwaardig mee te doen in de maatschappij. Hoe het PIP eruitziet, wordt bepaald door de gemeente. Het PIP is tevens een beschikking op grond van de Wet inburgering. PVT Participatieverklaringstraject. Tijdens het Participatieverklaringstraject maken inburgeraars kennis met de Nederlandse kernwaarden, zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Door ondertekening van de Participatieverklaring tonen inburgeringsplichtigen hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving en hun bereidheid om daar actief aan bij te dragen.

5

Voorinburgering De integratie van een asielzoeker vangt zo vroeg als mogelijk aan. Tijdens het verblijf op een asielzoekerscentrum wordt gestart met inburgering met taal en participatie; de zogenoemde ‘voorinburgering’. WEB Wet Educatie Beroepsonderwijs. Het wettelijk kader voor het secundair beroepsonderwijs (SBO) en de volwasseneducatie.

6

1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van dit uitvoeringsprogramma besproken. Het uitvoeringsprogramma is het vervolg op het Kader ‘Snel en volwaardig Meedoen’ dat door de gemeenteraden is vastgesteld. De ambities en uitgangspunten uit dit kader worden daarom in het tweede deel van dit hoofdstuk kort samengevat. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de doelgroepen van het nieuwe inburgeringsstelsel en hoe aandacht besteed hoe omgegaan wordt met de statushouders die nog onder het huidige stelsel vallen. 1.1

Aanleiding

Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet inburgering in werking. De nieuwe wet geeft gemeenten een belangrijke rol in het vormgeven van het inburgeringsstelsel. Gemeenten krijgen de regie over het inburgeringsproces van de statushouder en kunnen dichter bij de statushouder ondersteuning bieden om volwaardig mee te doen in de maatschappij. In het eerste kwartaal van 2021 hebben de gemeenteraden van de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde ingestemd met het Kader 2022-2025 nieuwe Wet inburgering ‘Snel en volwaardig meedoen’. Het kader schetst de ambities en richtlijnen waarbinnen het inburgeringsstelsel in de EHZ-gemeenten vormgegeven wordt. Het inburgeringsstelsel in de gemeente Ermelo, Harderwijk en Zeewolde wordt, door middel van dit uitvoeringsprogramma, vastgesteld door de drie colleges. Het uitvoeringsprogramma omschrijft hoe de uitvoering van de verschillende onderdelen van de nieuwe wet vormgegeven wordt, hoe deze aansluit bij de gestelde ambities uit het kader en wie daarvoor verantwoordelijk is voor de verschillende onderdelen van de wet. 1.2

Leeswijzer

Het volgende hoofdstuk vat kort onderdelen uit het Kader 2022-2025 nieuwe Wet inburgering ‘Snel en volwaardig meedoen’ samen die van belang bij het lezen van het uitvoeringsprogramma. In het derde hoofdstuk worden de verschillende diensten in het nieuwe inburgeringsstelsel omschreven. In het hoofdstuk wordt ingegaan op hoe deze diensten bijdragen aan de ambities die vastgesteld zijn in het Kader ‘Snel en Volwaardig meedoen’. In het vierde hoofdstuk wordt ingegaan op de bedrijfsvoering van het inburgeringsstelsel. Dit betreft alle bedrijfsmatige onderdelen van de drie gemeenten, Meerinzicht en de betrokken uitvoeringspartijen die ingeregeld zijn ten behoeve van het ondersteunen van de inburgeraar het aanbieden van de genoemde diensten.

7

In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de financiën van het inburgeringsstelsel. De gemeenten krijgen op twee verschillende manieren financiële middelen beschikbaar en hebben de doelstelling om het inburgeringsstelsel budgetneutraal uit te voeren. In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op hoe de kosten zich verhouden tot de beschikbaar gestelde middelen.

8

2 Kader ‘snel en volwaardig meedoen’ In onderstaand hoofdstuk worden kort de punten uit het Kader 2022-2025 nieuwe Wet inburgering ‘Snel en volwaardig meedoen’ omschreven. 2.1

Ambities en richtlijnen Kader ‘Snel en volwaardig meedoen’

De doelstellingen van het nieuwe inburgeringsstelsel staan in het Kader 2022-2025 nieuwe Wet inburgering ‘Snel en volwaardig meedoen’ omschreven. In het kader staat omschreven dat inburgeraars snel en volwaardig mee moeten kunnen doen in de maatschappij, het liefst via betaald werk. Dit resultaat wordt bereikt door: ●

Het taalniveau van de inburgeraar indien mogelijk naar B1 te brengen;

●

Vanaf het eerste moment in te zetten op participeren;

●

Kennis van de Nederlandse Maatschappij aan te leren.

Voor een succesvolle inburgering is in het kader omschreven dat het van belang is tijdig te beginnen met de inburgering, waar het kan al in het AZC. De statushouder dient de inburgering zo snel mogelijk te doorlopen om zelfredzaam te zijn in de samenleving. Om dit te realiseren is maatwerk nodig. Geen inburgeraar is hetzelfde. Het is belangrijk om een breed beeld te krijgen van de inburgeraar om goed te bepalen waar ondersteuning bij nodig is. De route die een inburgeraar doorloopt moet hoge kwaliteit hebben en een duaal karakter hebben. Dit houdt in dat inburgering en participatie integraal wordt ingebed in het aanbod. Dit leidt ertoe dat de inburgering niet alleen het leren van de Nederlandse taal omvat, maar ook het kunnen meedoen in de samenleving. 2.2

Doelgroepen

Het nieuwe inburgeringsstelsel is bedoeld voor twee type inburgeraars: Asielstatushouders en hun na-reizigers Statushouders zijn vluchtelingen die door de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) worden erkend en een vluchtelingenstatus krijgen. Zij komen eerst in asielzoekerscentra (AZC’s) terecht. Het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) vangt hen op en koppelt statushouders aan een gemeente waar ze zich huisvesten. Na-reizigers zijn nareizende familieleden van de statushouder die na inwilliging van de gezinshereniging door de IND in Nederland mogen verblijven. Zij komen dus terecht bij hun familielid dat al woonachtig is in een gemeente. Gezinsmigranten en overige inburgeraars Gezinsmigranten zijn personen die hier voor gezinshereniging of gezinsvorming komen. Het gaat om personen die een Nederlandse partner hebben. Inburgering start voor gezinsmigranten met een basisexamen inburgering dat al in het land van herkomst wordt afgelegd. Ook geestelijk bedienaren (dominees, priesters en imams) en

9

vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor een onbepaald verblijfdoel zijn onderdeel van deze groep. Alle onderdelen van de kader inburgering worden aangeboden aan de statushouder en de na-reizigers. De wet inburgering stelt dat niet alle onderdelen gelden voor de gezinsen overige migranten. Van het gelden de brede intake, het PIP, de PVT en de MAP. 2.3 Onderdelen Wet inburgering De gemeenten zijn verplicht de volgende onderdelen uit de Wet inburgering aan te bieden. Alle onderdelen worden aangeboden voor asielstatushouders en een deel ook voor gezins-en overige migranten. In onderstaand tabel staan de verschillende onderdelen en voor welke doelgroepen worden aangeboden: Aanbod

Asielstatushouders

Gezins- en overige migranten

Maatschappelijke begeleiding

X

Financieel ontzorgen

X

Begeleiding bij de inburgering (brede intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken)

X

Alfabetisering (voor zover opgenomen in het PIP)

X

Een van de 3 leerroutes, inclusief KNM

X

Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)

X

X

Participatieverklaringstraject (PVT)

X

X

In het PIP opgenomen afspraken over aanbod voor (andere) participatiecomponenten

X

*

X

*Verplicht indien een uitkering verstrekt wordt

2.4

Tijdelijk twee wetten van toepassing

Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet inburgering in werking. Vanaf dat moment vallen statushouders onder de werking van de nieuwe wet. Maar met het starten van een inburgeringtraject is er in principe een route gestart die drie jaar duurt. Dat betekent dat statushouders die in 2021 of daarvoor hun inburgeringstraject gestart zijn, deze doorlopen onder de oude wet Inburgering (2013). Er is geen overgangsregeling en daarmee is het niet mogelijk om, bij de invoering van de nieuwe wet Inburgering, over te stappen. Asielzoekers krijgen een inburgeringsplicht op het moment dat ze statushouder zijn. Het komt regelmatig voor dat iemand dan nog een aantal weken in een asielzoekerscentrum woont, in afwachting van de toewijzing van een woning. Het kan dus voorkomen dat

1 0

iemand in de laatste weken van 2021 statushouder wordt en ook al aan een gemeente is toegewezen maar pas werkelijk in 2022 in Ermelo, Harderwijk of Zeewolde komt wonen. Dan valt deze statushouder toch nog onder het inburgeringsstelsel 2013. De drie gemeenten voeren samen met Meerinzicht het project ‘Statushouders’ uit. Vanuit dat project wordt gestreefd om een nieuwe inburgeraar die nog net onder het oude stelsel valt zo veel mogelijk in de geest van de nieuwe wet te begeleiden; we zetten in op het behalen van een zo hoog mogelijk taalniveau en op participeren, bij voorkeur met betaald werk.

1 1

3 Diensten Om de gestelde doelstellingen uit het kader ‘2022-2025 nieuwe Wet inburgering ‘Snel en volwaardig meedoen’ te behalen, bieden de gemeenten en Meerinzicht meerdere diensten aan voor de statushouder. In dit hoofdstuk worden voor de verschillende doelstellingen uit het kader uiteengezet welke diensten daarvoor worden aangeboden en hoe deze zijn ingericht. De statushouder doorloopt (een deel van) deze diensten om succesvol te kunnen inburgeren. Een statushouder heeft drie jaar de tijd om zijn inburgeringsdiploma te behalen. Het uitvoeringsprogramma is erop gericht om een statushouder zo snel mogelijk mee te laten doen in de samenleving. De diensten zijn afgebeeld op de routekaart voor de statushouder. Dit hoofdstuk beschrijft de route die de statushouder doorloopt vanaf het moment dat bekend is in welke gemeente de statushouder gaat wonen.

§

1 2

3.1

Tijdig beginnen Warme overdracht Vroeg beginnen met de eerste stappen van het inburgeringstraject helpt de statushouder om zo snel mogelijk mee te kunnen doen in de Nederlandse samenleving. Deze goede start wordt gerealiseerd door met het COA een warme

overdracht te realiseren. Dit gebeurt al voordat de statushouder een eigen woning toegekend heeft gekregen en nog op het AZC woont. Tijdens een driegesprek met de statushouder, de casemanager van het AZC en de klantmanager van Meerinzicht wordt kennisgemaakt met de statushouder. Tijdens dit ‘warme overdracht gesprek’ wordt enerzijds gezorgd dat de informatie goed overgedragen wordt aan Meerinzicht zodat de statushouder niet zijn/haar verhaal opnieuw hoeft te vertellen. Anderzijds biedt dit gesprek ook de gelegenheid voor de statushouder om kennis te maken met de gemeente en geïnformeerd te worden over het inburgeringstraject. Tijdens het warme overdrachtsgesprek ontvangt dat statushouder een welkomstpakket van de klantmanager. In dit welkomstpakket zit bovenstaande routekaart waar op omschreven staat welke route de statushouder gaat doorlopen de komende jaren. Op deze routekaart staan ook de contactgegevens van de klantmanager, de vrijwilliger van Vluchtelingenwerk en mogelijk ook andere betrokkenen. Ook omvat het welkomstpakket informatie over de uitkering & de inburgeringsplicht. Deze informatie is vertaald in het Engels, Arabisch, Tigrinya en het Farsi. Per gemeente wordt daarnaast nog andere relevante informatie in het welkomstpakket gestopt. Maatschappelijke begeleiding Vluchtelingenwerk Nederland biedt Maatschappelijke begeleiding voor de statushouders aan.

Zij ondersteunen de statushouders in de eerste weken met de verhuizing naar een eigen woning, het inrichten van de woning en met alle administratieve taken die komen kijken bij het komen wonen in een Nederlandse gemeenten. Vier weken na de start van de maatschappelijke begeleiding, hebben de vrijwilliger, de klantmanager en de statushouder een driegesprek om de begeleiding af te stemmen. Verdere informatie over de maatschappelijke begeleiding komt in paragraaf 2.4 aan bod.

1 3

Huisvesting Zodra een statushouder aan de gemeente gekoppeld is, zoekt de woningbouwcorporatie een geschikte woning voor de statushouder. Dit valt niet onder de nieuwe Wet Inburgering, maar onder de Huisvestingswet. Het huisvesten van de statushouder is een belangrijke stap in het inburgeringstraject. Gemeenten, provincies en Rijk hebben de Uitvoeringsagenda ‘Flexibilisering Asielketen’ opgesteld. Hierin wordt, onder andere, gestreefd naar het inrichten van regionale opvangcentra waar vanuit ook regionale uitplaatsing in de gemeenten in de regio plaats gaat vinden. De regio Noordwest Veluwe is, met het AZC in Harderwijk een van de pilotgemeenten waarbij het COA, vooruitlopend op de regionale uitplaatsing in heel Nederland, statushouders zo veel als mogelijk aan de gemeenten in de regio toegewezen worden. Hiermee zijn statushouders al enigszins bekend met de netwerken in de regio en kan een soepele overgang plaatvinden. Dit is ondersteunend aan een goede inburgering. Maar ook voor de statushouders die uit andere AZC’s komen of rechtstreeks vanuit het land van herkomst in een van de EHZ gemeenten arriveren door bijvoorbeeld gezinshereniging krijgen die ondersteuning die zal bijdragen aan een vlotte inburgering.

3.2

Een goede start

Brede intake & leerbaarheidstoets Om ervoor te zorgen dat de inburgeraar geen valse start maakt, wordt een brede intake en een leerbaarheidstoets uitgevoerd. De brede intake wordt uitgevoerd door de klantmanager van Meerinzicht. Tijdens de brede intake wordt de inburgeraar op veel leefgebieden (denk aan arbeidsverleden en relevante opleidingen) breed uitgevraagd om zo een goed beeld te krijgen welke ondersteuning de

Gezinsmigranten De brede intake, de leerbaarheidstoets en het PIP worden ook aangeboden aan gezins- en overige migranten. In deze alinea’s wordt daarom gesproken over ‘inburgeraars’ in plaats van ‘statushouders’.

inburgeraar nodig heeft om snel en volwaardig mee te kunnen doen. Naast de brede intake wordt ook een onafhankelijke leerbaarheidstoets afgenomen. Deze toets onderzoekt welk taalniveau de inburgeraar in drie jaar tijd kan ontwikkelen. In de wet is belegd dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een leerbaarheidstoets belegd en ook een afnemer van de leerbaarheidstoets aanwijst. De totstandkoming van deze toets en het aanwijzen van de instantie die de toets afneemt, loopt nog. Het proces zal voor de uitvoering van de wet rond zijn. De leerbaarheidstoets geeft een indicatie voor de meest passende leerroutes van de inburgeraar. Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) De uitkomsten van de warme overdracht, de brede intake en de leerbaarheidstoets worden verwerkt in het Participatie en

1 4

Inburgeringsplan (PIP). In het PIP1 staan alle doelstellingen vermeld waar een statushouder aan gaat werken om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. In het PIP staat ook omschreven welke leerroute de statushouder gaat volgen. Uit het project statushouders is naar voren gekomen dat het belangrijk is voor de motivatie en het perspectief van de inburgeraar als hij/zij eigenaarschap voelt over het PIP. Momenteel wordt onderzocht wat ervoor nodig is om deze eigenaarschap te creëren. 3.3

Volwaardig meedoen Leerroutes Het volgen van inburgeringscursussen, het leren van de Nederlandse taal en het doen van participatieactiviteiten komen samen in leerroutes. Een leerroute is het

geheel van activiteiten en lessen die een statushouder onderneemt om te voldoen aan de inburgeringsplicht en klaar te zijn voor het meedoen op de arbeidsmarkt of op het onderwijs. Klaar zijn voor de arbeidsmarkt of het onderwijs houdt ook in dat de inburgeraars gedurende de leerroute zich hier al mee bezig houden. Voor de B1-

Gezinsmigranten Meerinzicht bekostigt de leerroutes en het participatieverklaringstraject voor de statushouder met de daarvoor beschikbaar gestelde middelen. Gezinsmigranten kunnen ook gebruik maken van deze diensten, maar moeten zelf zorgdragen voor het volgen en bekostigen van deze diensten.

en de Zelfredzaamheidsroute geldt dat gewerkt wordt aan zo snel mogelijk (betaald) participeren in de samenleving. Om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving is het voor een statushouder niet alleen belangrijk om de Nederlandse taal te kunnen spreken, maar ook te werken aan een toekomst hier. Daarom is de ondersteuning op het gebied van participatie een integraal onderdeel van De leerroute. De ondersteuning bij het werken aan een toekomst gebeurt op verschillende manieren: •

Begeleiding naar arbeid

•

Ondersteuning bij het vinden van een passende vervolgopleiding

•

Begeleiding naar vrijwilligerswerk

•

Werken aan sociale participatie

Volwaardig meedoen geldt voor iedere inburgeraar. In de leerroutes wordt daarom ook extra aandacht besteed aan inclusie. Elke gemeente moet zorgdragen voor het aanbieden van drie leerroutes: de Onderwijsroute, de B-1 route en de Z-route: i)

B1-route

De B1 route is bedoeld voor inburgeraars die na hun inburgering uit kunnen stromen naar betaald werk. De route richt zich op het behalen van het hoogst haalbare taalniveau. Dit houdt in dat voor alle inburgeraars wordt ingezet op het behalen van een 1

https://www.divosa.nl/sites/default/files/template-pip-leeg.pdf

1 5

B1-taalniveau. Voor de statushouders die meer kunnen, worden lessen aangeboden om het B2-taalniveau te behalen en voor de inburgeraars voor wie B1 niet haalbaar is, is het mogelijk om af te schalen naar A2-taalniveau. Naast taalonderwijs biedt de B1 route ook de module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) aan. De B1-route heeft een duaal karakter. Dit houdt in dat inburgeraars gedurende hun leerroutes werknemersvaardigheden opdoen en al gaan participeren in de samenleving door middel van vrijwilligerswerk en leerwerkplekken. De toeleiding naar deze participatieplekken wordt gedaan door Intervens. ii)

Onderwijsroute

De onderwijsroute is bedoeld voor inburgeraars die na hun inburgering door willen studeren en een vervolgopleiding willen doen. De onderwijsroute richt zich, net zoals de B1-route, op het behalen van een zo hoog mogelijk taalniveau. De Onderwijsroute is daarbij een taalschakeltraject. Dit houdt in dat inburgeraars gedurende hun leerroute voorbereid worden op het vervolgonderwijs en hier ook de juiste voorbereidende vakken in krijgen. Naast een samenwerking met de taalaanbieder, wordt voor de onderwijsroute ook gekeken naar een samenwerking met partijen die hoogopgeleide statushouders begeleiden naar hoger onderwijs (bijv. UAF). Op landelijk niveau is veel discussie over de beschikbare financiën voor de Onderwijsroute. Daarnaast bestaat onduidelijkheid over wat er moet gebeuren binnen deze Onderwijsroute in voorbereiding op de entree in een reguliere opleiding. De Onderwijsroute lijkt smaller ingestoken te moeten worden dan de MBO-raad (het overleg van ROC’s) het tot nu toe zag. De MBO-raad is met het Rijk in gesprek om heldere afspraken te maken over deze route. Voor de inwerkingtreding van de nieuwe Wet zal hier duidelijkheid over moeten komen. Kwaliteitsbewaking Voor de leerroutes zijn in de wet inburgering de randvoorwaarden voor het beleggen Van de kwaliteit belegd. De Onderwijsroute moet voldoen aan de eisen die gesteld Worden in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs.

De kwaliteitscontrole op de taalaanbieder van de Onderwijsroute valt onder de Inspectie van het Onderwijs. De B-1 route en de Z-route moeten in het bezit zijn van een keurmerk Inburgering van Blik op werk of een gelijkwaardig keurmerk. In de aanbesteding van de leerroutes is belegd dat de aanbieders van de B-1 route en de Z-route in het bezit moeten zijn van het keurmerk Inburgering. Blik op Werk is de stichting die het Keurmerk Inburgeren kan verstrekken aan een taalschool. Zij houden jaarlijks toezicht op de taalscholen waarbij zij zich focussen op: (1) Bedrijfsvoering, (2) Kwaliteit van het Onderwijs & (3) Rechtmatigheid. iii) Zelfredzaamheidsroute (Z-route) De Zelfredzaamheidsroute is bestemd voor de inburgeraars waarvan op basis van de leerbaarheidstoets niet wordt verwacht dat zij op A2-niveau de Nederlandse taal kunnen verwerven of volledig uit kunnen stromen naar werk. De Zelfredzaamheidsroute is een

1 6

combinatie tussen taal- en participatieactiviteiten om ervoor te zorgen dat de inburgeraar zich zelfstandig weet te redden in de Nederlandse samenleving. Bij deze route is het belangrijk om maatwerk te bieden. Het vermogen om de taal te leren en te kunnen participeren in de samenleving verschilt per statushouder. Maatwerk bieden houdt in dat de statushouder zo wordt begeleid zodat hij/zij het maximale uit zichzelf haalt. Bij de Zelfredzaamheidsroute wordt gebruik gemaakt van instrumentarium waarbij combinaties gemaakt worden tussen zowel individueel gerichte activiteiten gekoppeld aan het eigen ondersteuningsplan als groepsactiviteiten. Er worden individuele vaardigheden op maat aangeleerd. Terwijl door middel van groepsactiviteiten er aan gemeenschappelijke vaardigheden wordt gewerkt en deelnemers van elkaar leren en elkaar onderling stimuleren en motiveren. Sport en kunst en cultuur zijn middelen die benut worden binnen de activiteiten. Er wordt samenwerking gezocht met partners in de gemeenten zoals GA!Harderwijk, InterActie Ermelo, de Basisz en Cultuurkust. Inburgeringsexamen In het oude inburgeringsstelsel waren statushouders in de volle breedte zelf verantwoordelijk voor het volgen van de onderdelen van het inburgeringstraject.

Zoals in het EHZ kader ‘Volwaardig Meedoen’ is beschreven was dit voor de meeste statushouders een te complexe opgave en het aantal inburgeraars dat hun inburgeringsexamen haalde daalde vanaf 2013 aanzienlijk. Dat is de belangrijkste reden geweest de stelselwijziging door te voeren en gemeenten een centrale rol te geven bij de start van de inburgering en het voeren van voortgangsgesprekken met de statushouders. Ondanks deze steviger rol met sturing in één hand, blijft de statushouder wel zelf verantwoordelijk voor het doorlopen van zijn inburgeringsonderdelen en ook voor het halen van zijn inburgeringsexamen. Gedurende de voortgangsgesprekken monitort de klantmanager samen met de taalaanbieder de voortgang van de statushouder. Op deze manier kan zo nodig bijgestuurd worden indien blijkt dat de statushouder het inburgeringsexamen niet gaat halen.

Participatieverklaringstraject Gedurende de inburgering moeten alle inburgeraars het Participatieverklaringstraject (PVT) volgen. Gedurende dit traject maken de inburgeraars kennis met de normen en waarden van de Nederlandse samenleving. Hoewel de PVT niet een nieuw onderdeel is, is er een aantal aanpassingen gedaan in het nieuwe stelsel. Waaronder de duur van de PVT en het feit dat een excursie georganiseerd moet worden bij een organisatie of plek die zich inzet voor één van de kernwaarden van Nederland. Intervens voert de PVT in EHZ uit en verwerkt deze in de participatieactiviteiten van de leerroutes.

Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) De Module Arbeidsmarkt en Participatie is een verplichte module voor alle inburgeraars die de B1- en de Zelfredzaamheidsroute volgen. Deze Module is erop gericht om

1 7

statushouders op een praktische wijze kennis te laten maken met de Nederlandse Arbeidsmarkt. Intervens voert de MAP uit voor de EHZgemeenten en verwerkt deze module in de twee leerroutes. Met name de B1-route en de Zelfredzaamheidsroute zijn een co-creatie

Gezinsmigranten De MAP is een verplicht onderdeel voor zowel statushouders als gezinsmigranten die de B1- of de zelfredzaamheidsroute volgen. Meerinzicht bekostigt ook de MAP voor gezinsmigranten uit de daarvoor beschikbaar gestelde middelen vanuit het Rijk.

tussen Intervens, de taalaanbieder en Meerinzicht. Het is daarom belangrijk dat er een goede samenwerkingsrelatie bestaat tussen de drie om de statushouder zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen. 3.4

Ondersteuning bij het inburgeren Regie Gedurende het inburgeringstraject, ligt de regie bij de klantmanager van Meerinzicht. De klantmanager voert minimaal ieder kwartaal voortgangsgesprekken met de statushouder, de taalaanbieder, vluchtelingenwerk en/of Intervens om de voortgang van de statushouder te monitoren. Op basis van deze

voortgangsgesprekken kunnen de doelstellingen uit het PIP bijgesteld of aangevuld worden. Ook kan er doormiddel van het voeren van regie op tijd geschakeld worden indien dreigt dat de statushouder de inburgering niet succesvol gaat behalen. Naast het voeren van regie, voert Meerinzicht ook de handhaving op het stelsel uit. Daarvoor stellen we beleidsregels op. De handhaving betreft het handhaven op de verplichtingen voor de inburgeraar die in het PIP staan opgenomen. Op de uitvoering van de handhaving wordt verder ingegaan in hoofdstuk 3.2.

Maatschappelijke begeleiding De statushouder ontvangt naast de begeleiding en regievoering vanuit Meerinzicht, ook maatschappelijke begeleiding van Vluchtelingenwerk Nederland. Vanaf het moment dat een statushouder in de gemeente komt wonen, wordt een vrijwilliger toegewezen die de statushouder gaat helpen maatschappelijke en sociaal zelfredzaam te worden in de maatschappij. Het doel van de maatschappelijke begeleiding is dat een statushouder zo snel mogelijk zelfstandig kan participeren in de maatschappij en een sociaal netwerk heeft opgebouwd. De maatschappelijke begeleiding sluit aan bij de andere diensten binnen het inburgeringsstelsel. De begeleiding is ingericht op het faciliteren van de statushouder om de verschillende onderdelen, zoals de MAP, de PVT en de inburgeringslessen, goed te doorlopen.

1 8

In het PIP worden ook doelen omtrent de maatschappelijke begeleiding vastgesteld. De klantmanager en de vrijwilliger van Vluchtelingenwerk hebben samen met de statushouder vaste voortgangsmomenten om de doelen te evalueren en vast te stellen wat de duur van de begeleiding moet zijn. Financiële ondersteuning Naast de activiteiten die de statushouder doorloopt in het kader van de inburgering, is ondersteuning op financieel gebied een belangrijke voorwaarde om snel en volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Deze ondersteuning is opgedeeld in het financieel ontzorgen en financiële zelfredzaamheid.

i.

Financieel ontzorgen

Voor iedere statushouder worden de eerste zes maanden vanaf het moment dat een statushouder in de gemeente komt wonen, de

Financieel ontzorgen Het financieel ontzorgen is een dienst uit de Wet inburgering, maar belegd in de Participatiewet (art. 56a).

vaste lasten vanuit de uitkering betaald. Dit houdt in dat de vaste lasten (huur, gas, water, elektra en de zorgverzekering) worden

Het financieel ontzorgen is bestemd voor iedere asielmigrant met een bijstandsuitkering.

ingehouden op de uitkering en deze rechtstreeks aan de vaste lasten partners over maakt. Een eventueel restantbedrag wordt op de rekening van de statushouder overgemaakt. Het financieel ontzorgen is een preventieve maatregel om schulden bij statushouder te voorkomen. Op deze manier hebben zij tijd om aan het Nederlandse financiële stelsel te

Het verplicht financieel ontzorgen wordt, met het vaststellen van de PIP, verzorgt via een beschikking en een inburgeraar zal Meerinzicht moeten machtigen om betalingen te verrichten. De statushouder, met een bijstandsuitkering, is verplicht om aan het financieel ontzorgen mee te werken.

wennen voordat ze verantwoordelijk zijn voor de vaste lasten. Daarnaast maakt een statushouder vaak gebruik van toeslagen zoals huurtoeslag en kinderopvangtoeslag. Het kan soms drie maanden duren voordat de statushouder de eerste toeslagen ontvangt. De kosten zijn dan vaak al gemaakt en de statushouder heeft geen financiële ruimte om dit voor te schieten. Middels het beheren van de vaste lasten kan rekening worden gehouden met de verlate toeslagen en wordt ervoor gezorgd dat de statushouder genoeg middelen heeft om rond te komen. Op dit moment wordt uitgezocht hoe het financieel ontzorgen het best kan worden ingeregeld. Hierbij dragen we er zorg voor dat de vaste lasten niet na zes maanden in één keer de verantwoordelijkheid worden van de statushouder zelf, maar organiseren we in samenwerking met de partners rondom financiële zelfredzaamheid dat dit in fases gebeurt.

1 9

Financiële zelfredzaamheid Om ervoor te zorgen dat statushouders na zes maanden in staat zijn om gezonde financiële keuzes op langer termijn te maken en hun vaste lasten te dragen, krijgen de statushouders een cursus financiële zelfredzaamheid. Deze cursus is gericht op het versterken van financiële zelfredzaamheid van statushouders. Daarnaast worden zij in verbinding gebracht met lokale ondersteuningsmogelijkheden van financieel beheer. Inburgeraars die financieel ontzorgd worden krijgen zo snel mogelijk een cursus financiële zelfredzaamheid aangeboden. Daarna worden zij in contact gebracht met de lokale ondersteuningsmogelijkheden voor financiële zelfredzaamheid. In de gemeente Ermelo biedt het Financieel café de ondersteuning naar financiële zelfredzaamheid. In Harderwijk biedt het Financieel Trefpunt deze ondersteuning en in Zeewolde het MDF. Informele ondersteuning Om statushouders laagdrempelig te begeleiden in het op weg helpen in de Nederlandse samenleving ontwikkelen we een aanvulling op het professionele aanbod door middel van vrijwilligers. In de gemeenten bestaan al taalmaatjes en schuldhulpmaatjes die ook voor deze groep ingezet worden. Maar we zien meer winst en potentieel om informele ondersteuning te benutten en in te zetten. Dit gebeurt ook al laagdrempelig in de vorm van burenhulp of hulp via bijvoorbeeld religieuze instelling.

Voor een groep die een dergelijk netwerk nog niet weet te vinden willen we het informele netwerk mee helpen te vergroten. Denk hierbij aan maatjes of sleutelfiguren die op maat en meer specifiek ingezet kunnen worden. Bijvoorbeeld om richting hobby’s of vrije tijdsactiviteiten een helpende hand te bieden. Of om laagdrempelig als vraagbaak te kunnen dienen, of om samen op pad te gaan. Deze informele inzet kan zowel kortdurend als wat langer durend ingestoken worden. Hiervoor wordt aangesloten op de lokale ondersteuningsstructuur binnen de gemeenten, waaronder bestaande mogelijkheden van het welzijnswerk en het Taalhuis. Maatwerk ondersteuning Dé statushouder bestaat niet. In achtergrond, culturele diversiteit, ontwikkelingspotentieel en normen en waarden zit er een grote verscheidenheid in de groep. Een en ander is ook afhankelijk van de in- en uitstroom vanuit AZC’s, duur van verblijf elders of door gezinshereniging rechtstreeks vanuit land van herkomst. Hier zijn we ons zeer bewust van en willen we waar mogelijk en nodig rekening mee houden. Op moment een statushouders in mogelijkheden meer of iets anders aan kan, willen we het mogelijk maken dat een afzonderlijke maatwerkafspraak met een onderwijsinstelling elders afgesloten wordt. Denk hierbij aan een MBO- of HBO opleiding buiten onze regio.

Binnen de nieuwe wetgeving is het niet meer mogelijk een ontheffing af te geven, waardoor iemand geen deel hoeft uit te maken van een inburgeringstraject. Er moet nu een inspanningsverplichting geleverd worden alvorens iemand van een

2 0

inburgeringsexamen wordt vrijgesteld. Dit kan bijvoorbeeld als iemand minimaal 10 jaar in Nederland verblijft of minimaal 5 jaar werk of vrijwilligerswerk heeft gedaan. 3.5 Resultaten In het Kader ‘Snel en Volwaardig meedoen’ staat omschreven dat de gemeenten met de nieuwe Wet inburgering als doel hebben om statushouders zo snel mogelijk mee te laten doen in de samenleving, het liefst via betaald werk. Om dit doel te realiseren worden bovengenoemde diensten ingezet. De EHZ gemeenten en Meerinzicht hebben de volgende doelen gesteld die bijdragen aan het doel om statushouders snel en volwaardig mee te laten doen in de gemeenten:

●

80% van de deelnemers van de B1 route is binnen de wettelijke inburgeringtermijn doorgestroomd naar (duurzame) arbeid;

●

70% van de deelnemers van de Onderwijsroute stroomt door naar een passende vervolgopleiding;

●

75% van de deelnemers van de Zelfredzaamheidsroute neemt na drie jaar deel aan de maatschappij, via vrijwilligers werk, betaald werk of dagbesteding;

●

75% van de asielstatushouders is na de eerste 6 maanden financieel zelfredzaam genoeg om de eigen vaste lasten te dragen.

2 1

4 Bedrijfsvoering Dit hoofdstuk beschrijft de bedrijfsvoering van het inburgeringsstelsel. In dit hoofdstuk staat vermeld welke organisaties verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de verschillende onderdelen in het inburgeringsstelsel. Daarnaast beschrijft dit hoofdstuk alle bedrijfsmatige onderdelen van de drie gemeenten, Meerinzicht en de betrokken uitvoeringspartijen die ingeregeld zijn ten behoeve van het ondersteunen van de inburgeraar het aanbieden van de genoemde diensten. 4.1

Klantmanagement

De warme overdracht, de brede intake, het opstellen van het PIP en het voeren van regie worden uitgevoerd door de klantmanagers van Meerinzicht. Meerinzicht heeft in haar afdeling klantondersteuning speciale klantmanagers die zich voornamelijk focussen op statushouders. Deze klantmanager zijn getraind in het cultureel sensitief werken om statushouders zo goed mogelijk te ondersteunen. Statushouders vallen niet alleen onder de Wet inburgering, maar ook onder de Participatiewet en indien nodig de Wmo. De statushouders vallen daardoor onder de gehele diensteverlening die Meerinzicht vanuit het Sociaal Domein biedt. Deze dienstverlening betreft allereerst het verstrekken van een uitkering en het begeleiden naar arbeid. De klantmanager van de statushouder werkt zowel vanuit de Wet inburgering als vanuit de Participatiewet. Dit draagt bij aan een goede koppeling tussen taal en participatie voor de statushouder. Hoe de koppeling tussen de Wet inburgering en de rest van het sociaal domein is geregeld, wordt omschreven in hoofdstuk 3.4. 4.2

Handhaving

De handhavers van Meerinzicht voeren de handhaving vanuit de Wet inburgering uit. Met de uitbreiding van de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject, wordt ook hun verantwoordelijkheid voor de handhaving uitgebreid. Uitgangspunt is dat gemeenten vooral nagaan of de inburgeraar zich houdt aan zijn inspanningsverplichting. De handhaving door de gemeente is gericht op het deelnemen aan de brede intake en het houden aan de afspraken die gemaakt zijn in het PIP. In het PIP staan ook de doelen omschreven omtrent arbeidsparticipatie. De handhaving op inburgering heeft raakvlakken met de handhaving op de Participatiewet die belegd is bij Meerinzicht. De handhaving op de Wet inburgering is daarom belegd bij Meerinzicht. Naast handhaving door de gemeente op de inspanningsverplichting handhaaft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de resultaatverplichting. Dit geldt ten aanzien van PVT, MAP en de leerroutes. De handhaving op de resultaatverplichting

2 2

wordt – net als in de huidige situatie – belegd bij DUO. De gemeenten hebben hier geen handhavingsverplichting in. 4.3

Contractmanagement

De afdeling contractmanagement van Meerinzicht voert, i.v.m. schaalvoordelen, het contractmanagement voor de leerroutes uit voor de zes gemeenten op de Noordwest Veluwe. Een van de verbeteringen die de nieuwe wet met zich meebrengt is het verbeteren van het toezicht. Hiermee wordt fraude voorkomen. Het contractmanagement speelt hier een belangrijke rol in. Doormiddel van duidelijke contractafspraken op kwaliteit en verantwoording kan beter toegezien worden op de prestatielevering van de taalaanbieder. De afspraken met de taalaanbieder worden in oktober 2021 opgesteld. In deze afspraken wordt stilgestaan bij de manier waarop de taalaanbieder aan de klantmanager op cursist-niveau rapporteert. Daarnaast worden afspraken gemaakt over het rapporteren en verantwoordingen op groepsniveau. Het contractmanagement voor de MAP en de PVT worden ondergebracht onder de reguliere raamovereenkomst van Meerinzicht en Intervens. Bij deze raamovereenkomst zullen aparte verantwoordingafspraken gemaakt worden omtrent statushouder. Dit draagt bij aan het kunnen uitvoeren van een gedegen evaluatie. De resultaatafspraken omtrent de Maatschappelijke begeleiding met Vluchtelingenwerk worden vastgelegd in de subsidiebeschikking.

Ook de relatie tussen Meerinzicht, de drie gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde staat beschreven in de beschikking of de onderliggende uitvoeringsovereenkomst met Vluchtelingenwerk. In de huidige situatie is het zo dat alle drie de gemeenten een aparte subsidierelatie met Vluchtelingenwerk Nederland hebben. In samenwerking met de vier organisaties en Vluchtelingenwerk wordt onderzocht wat de beste samenwerkingsvorm is in het nieuwe stelsel. 4.4

Verbinding Sociaal Domein

Een statushouder valt niet alleen onder de Wet inburgering, maar ontvangt ondersteuning vanuit meer wetten uit het sociaal domein. De nieuwe Wet inburgering heeft als doel beter aan te sluiten op die verschillende wetten in het sociaal domein.

●

Vanuit de Participatiewet ontvangt de statushouder een uitkering en wordt de statushouder begeleid naar (betaald) werk.

●

Daarnaast blijken veel statushouders snel schulden te maken, waardoor zij vanuit schuldhulpverlening ondersteuning nodig hebben. Door middel van het financieel ontzorgen worden statushouder preventief ondersteund in hun geldzaken, maar wordt ook een koppeling gemaakt met de Wet

Gezins- en overige migranten Ook voor gezins- en overige migranten biedt Meerinzicht dienstverlening vanuit het gehele sociaal domein. Van deze doelgroep wordt echter verwacht dat zij zelfredzamer zijn dan de statushouders en minder vaak een uitkering nodig hebben vanwege de Nederlandse partner van de gezinsmigrant.

2 3

gemeentelijke schuldhulpverlening om extra ondersteuning te kunnen bieden. ●

Net zoals iedere inwoner van een EHZ-gemeente krijgen inburgeraars ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet wanneer dit gewenst is.

●

De gemeenten zetten in op een goede combinatie tussen het formele taalonderwijs en het non-formele taalonderwijs. Non-formeel taalonderwijs is een vorm van leren die zich buiten de schoolmuren afspeelt. Het is georganiseerd en gestructureerd leren, maar vindt plaats buiten het formele onderwijssysteem. Dit gebeurt nu al met de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Hierdoor is de koppeling met de Wet inburgering makkelijker te maken.

De Wet inburgering heeft veel raakvlakken met andere beleidsterreinen. Zoals hierboven is omschreven valt de statushouder onder het gehele sociaal domein. Daarnaast is het voor de statushouder ook belangrijk om een laagdrempelige toegang te hebben tot de huisarts en andere gezondheidsterreinen. Om ervoor te zorgen dat de Wet inburgering goed aansluit op al deze beleidsterreinen, dient het beleid rondom inburgering goed gepositioneerd te worden in de beleidsmatige samenwerking tussen EHZ en Meerinzicht. Volwaardig meedoen vanuit de Wmo en de Jeugdwet De Wet inburgering richt zich voornamelijk op het behalen van de onderdelen uit het inburgeringsexamen en de toeleiding naar werk/onderwijs. De extra ondersteuning die statushouders nodig hebben, wordt aangeboden vanuit de reguliere diensten in het sociaal domein. Voor een succesvolle inburgering is het niet alleen van belang dat de Wet inburgering is aangesloten op de rest van het sociaal domein, maar ook dat de diensten in het sociaal domein in staat zijn om statushouders te kunnen ondersteunen.

4.5

Communicatie

Informatie voor de statushouder Een goede informatievoorziening draagt bij aan het inburgeringsproces van de statushouders. Het is van belang dat de statushouder weet wat hem/haar te wachten staat en welke verplichtingen daaraan verbonden zijn. Om de statushouder van de juiste informatie te voorzien wordt een routekaart gemaakt. Deze routekaart is onderdeel van een welkomspakket voor de statushouder. Dit welkomspakket ontvangt de statushouder van de klantmanager bij de warme overdracht. Op deze routekaart staat de route uitgetekend die de statushouder op weg naar meedoen gaat bewandelen. Daarnaast staan de contactgegevens van de betrokken personen (klantmanager, vrijwilliger vluchtelingenwerk, taalschool & Intervens) vermeld. Als bijlage krijgt de statushouders de rechten en plichten die bij de inburgering komen in zijn eigen taal mee. Dit kan hij/zij dan op zijn/haar gemak doorlezen. Online-informatie

2 4

Naast de informatie die direct aan de statushouder wordt gegeven, wordt op de website van Meerinzicht informatie toegevoegd over inburgering. Deze informatie is niet alleen voor de statushouder om door te nemen, maar ook voor betrokken organisaties die op zoek zijn naar de juiste contactpersoon of willen weten hoe het inburgeringsstelsel in de EHZ-gemeenten in ingeregeld. 4.6

Privacy

Om de statushouder zo goed mogelijk te ondersteunen gedurende de inburgering en om ervoor te zorgen dat de statushouder niet steeds opnieuw zijn/haar verhaal hoeft te doen, is informatiedeling nodig. Hoe deze informatiestromen lopen, is globaal in het onderstaande model weergegeven. De inburgeraar is zelf geen onderdeel van het model. Een individu is vrij om eigen informatie te delen met elke partij. Het is de verantwoordelijkheid van de partijen om binnen de kaders van de privacywetgeving verantwoordelijk om te gaan met het delen van de informatie over de inburgeraar.

Taalschool CBS Intervens

Meerinzicht Vluchtelingen Werk

DUO

Financieel zelfredzaam

COA

Tussen elke organisatie moet het mogelijk zijn om de gegevens te delen die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van de ondersteuning. Om dit te realiseren is met de betrokken partijen een verwerkingsovereenkomst opgesteld zodat noodzakelijke informatie gedeeld kan worden.

4.7

Relatiebeheer netwerk

Samenwerking in het netwerk en met betrokken partijen – zowel lokaal als regionaal helpt om een kloppend en volledig ondersteuningsaanbod weg te zetten. Hiervoor werken Meerinzicht en de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde, en waar nodig en mogelijk de regiogemeenten Noord-Veluwe blijvend op samen.

2 5

Ook bij signalering van bepaalde problematiek, het organiseren van ondersteuning en zorg of het warm overdragen van de regio op een inburgeringstraject naar een andere trajectbegeleiding is het kennen en benutten van de brede keten in het sociaal domein belangrijk. Hiervoor zijn de benodigde lijnen binnen Meerinzicht aanwezig. 4.8

Monitoring

Om het nieuwe inburgeringsstelsel goed te kunnen evalueren en op tijd bij te kunnen sturen is goede monitoringsinformatie nodig. Deze informatie komt enerzijds uit de eigen systemen van Meerinzicht en anderzijds vanuit de betrokken organisaties. Voor de systemen van Meerinzicht wordt samen met de systeembeheerder ingeregeld welke informatie verwerkt kan worden en hoe deze uit het systeem gehaald kan worden. Dit betreft monitoringsinformatie over in- en uitstroom, gebruik van trajecten en de snelheid waarmee een inburgeraar vanaf plaatsing kan starten met de inburgering. Met de betrokken uitvoeringspartijen (Taalaanbieder, Intervens & Vluchtelingenwerk) worden in de contracten en samenwerkingsovereenkomsten gemaakt over welke informatie opgeleverd moet worden en wanneer deze oplevert moet worden. Dit gaat om informatie als aantal trajecten, slagingspercentages, verlengingen en taalniveau. Alle monitoringsinformatie voldoet in ieder geval aan de informatie die de gemeenten aan het CBS moeten verantwoorden ter evaluatie van het landelijke inburgeringsstelsel.

2 6

5 Financiën Het Rijk stelt voor de uitvoering van de wet inburgering twee budgetten beschikbaar: de uitvoeringsmiddelen in de vorm van een decentralisatie-uitkering en programmagelden in de vorm van een specifieke uitkering (SPUK). Dit hoofdstuk staat stil bij de financiële middelen om de taken behorende bij de wet inburgering uit te kunnen voeren. 5.1

Hoogte van de beschikbare middelen uitvoering wet Inburgering

De Rijksoverheid en gemeenten hebben in aanloop naar de totstandkoming van de wet discussie gehad over de hoogte van de beschikbare middelen. Het budget is twee keer opgehoogd. In het voorjaar van 2020 zijn de VNG en het ministerie van SZW het met elkaar eens geworden en is een bestuursakkoord gesloten over de bijdrage die de gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de wet Inburgering. Het budget wat de gemeenten krijgen voor de uitvoering van de Wet als voor de financiering van de verschillende onderdelen is krap. Het uitvoeringsbudget biedt weinig ruimte om extra beleidskeuzes te maken. De middelen uit de integratie-uitkering Inburgering en de SPUK zijn bestemd voor de uitvoering van het Kader ‘Snel en Volwaardig meedoen’. Dit is door de gemeenteraden door middel van het vaststellen van het kader toegewezen. 5.2

Uitvoeringsmiddelen

De uitvoeringsmiddelen zijn een integratie-uitkering voor de uitvoering van de Wet inburgering. Deze middelen lopen via het gemeentefonds. De middelen dekken de kosten voor de Brede intake, PIP, Regie, beleid, financieel ontzorgen en contractmanagement. De middelen uit het gemeentefonds worden jaarlijks geactualiseerd via de circulaires. Onderstaande bedragen zijn afkomstig uit de meicirculaire van 2021.

Beschikbare middelen

Bedrag 2022

Totaal

€307.612

2023

2024

€ 338.407

€ 338.407

De dekking voor deze uitvoeringskosten is als volgt verdeeld over de drie gemeenten: Gemeente

Middelen 2022

2023

2024

2025

2026

Ermelo

€ 79.016

€ 86.928

€ 86.928

€ 86.928

86.928

Harderwijk

€ 162.093

€ 178.322

€ 178.322

€ 178.322

178.322

Zeewolde

€ 66.767

€ 73.452

€ 73.452

€ 73.452

73.452

Totaal

€ 307.876

€ 338.702

€ 338.702

€ 338.702

€ 338.702

2 7

Deze middelen worden ingezet voor de bekostiging van: 

Klantmanagement

Handhaving

Administratie

Beleid

Ontzorgen

Contractmanagement

Privacybeleid

Systeembeheer

Communicatie

Overhead

5.3

Trajectmiddelen

De Trajectmiddelen zijn een Specifieke Uitkering (SPUK) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De trajectmiddelen zijn geoormerkt en bestemd voor de financiering van de leerroutes, de PVT, de MAP, Maatschappelijke begeleiding en de Tolkenvoorziening. De hoogte van de SPUK-middelen is afhankelijk van het aantal inburgeringsplichtigen dat dat jaar in de gemeente komen wonen. De gemeente ontvangt €12.712 per inburgeringsplichtige statushouder en €589 per gezinsmigrant of overige migrant. De besteding van de middelen is als volgt verdeeld:

Kosten

Asielmigranten Gezins- en overige migranten

Leerroutes

€ 10.000

MAP

€ 136*

Maatschappelijke begeleiding

€ 1.500

Financiële zelfredzaamheid

€ 444

PVT

€ 216

€ 216

Tolkenvoorziening

€ 417

€ 179

Totaal

€12.712

€ 589

€ 195*

*Er wordt gerekend met een bedrag van € 226 voor een MAP-traject. Voor MAP is er alleen een aparte vergoeding voor asielmigranten in de B1-route en gezinsmigranten in de B1-route of de Zroute. Om die reden is het gemiddelde bedrag lager dan de € 226.

Het ministerie heeft als doel om gemeenten met hogere slagingspercentages voor het inburgeringsexamen daarvoor te belonen met een prestatiebekostiging. Deze prestatiebekostiging zal vanaf 2025 in werking treden. De prestatiefinanciering betreft 10% van het budget van de leerroutes. Hoe deze financieringsconstructie er precies uitziet, moet nog door het ministerie worden vormgegeven.

2 8

5.4

Verantwoording

Voor de uitvoering van inburgeringsvoorzieningen die belegd zijn binnen Meerinzicht ontvangt de gemeente bij de jaarrekening een afzonderlijke controleverklaring van de accountant van Meerinzicht. Meerinzicht levert bij de jaarrekening ook de cijfers aan voor de SISA-verantwoording die de gemeente vervolgens bij het Rijk in dient. De verantwoording van de uitvoeringkosten loopt via de controleverklaring van de GR Meerinzicht en wordt bij de jaarrekening van de GR Meerinzicht opgeleverd. In de controleverklaring geeft de accountant zijn/haar oordeel weer over de getrouwheid van de jaarrekening. Ook geeft de accountant in zijn verklaring een oordeel over de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties die in de jaarrekening zijn vermeld.

2 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=7d22c282-37d5-4a62-8b1f-4280ac72ddb6