Buitengebied - Onderstation Leuvenumseweg_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting
Buitengebied - Onderstation Leuvenumseweg Vastgesteld
DNS Planvorming BV Amsterdam, 5 juli 2022 NL.IMRO.0243.BP00286-0003
Buitengebied - Onderstation Leuvenumseweg
"Buitengebied - Onderstation Leuvenumseweg" (vastgesteld)
2
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Archeologisch bureauonderzoek
4
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
34
Bijlage 3
Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten
203
Bijlage 4
Watertoets
274
Bijlage 5
Quickscan Flora en fauna
280
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
297
Bijlage 7
Magneetveldonderzoek
357
Bijlage 8
Beïnvloedingsberekening gasleiding
388
Bijlage 9
Verslag vooroverleg
408
Bijlage 10
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling
410
"Buitengebied - Onderstation Leuvenumseweg" (vastgesteld)
3
Bijlagen bij de toelichting
"Buitengebied - Onderstation Leuvenumseweg" (vastgesteld)
4
Bijlage 1 Archeologisch bureauonderzoek
"Buitengebied - Onderstation Leuvenumseweg" (vastgesteld)
Archeologisch Bureauonderzoek
Rapportage Projectnummer:
GPR9236
Versie:
Definitief
Onderzoeksgebied: Transformatorstation
T&A Survey B.V.
Harderwijk, gemeente Harderwijk
Dynamostraat 48 1014 BK Amsterdam 020-6651368 info@ta-survey.nl www.ta-survey.nl
Rapportage Projectnummer: Versie: Datum:
9236 Definitief 17-06-2021
Betreft: Archeologisch bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van het transformatorstation aan de Leuvenumseweg 34 te Harderwijk, gemeente Harderwijk.
Opdrachtgever: Reddyn (Qirion) T.a.v. dhr. M. Faassen Postbus 50 6920 AB Duiven Tel: +3188 542 6390 E-mail: maurice.faassen@qirion.nl Website: www.reddyn.com
T&A Survey – projectleider: Dhr. M. de Cock Tel: 020-6651368 E-mail: decock@ta-survey.nl
Voor akkoord: Dhr. M. de Cock Projectleider
Dhr. D. Sam Auteur - Senior Archeoloog
KNA
Samenvatting Reddyn (“opdrachtgever”) heeft T&A Survey (“T&A”) op 7 mei 20121 schriftelijk opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied Transformatorstation aan de Leuvenumseweg 34 te Harderwijk, gemeente Harderwijk. Ter plaatse zullen grondverzetwerkzaamheden worden uitgevoerd in verband met de nieuwbouw van een 150/20kV- gebouw met middenspanningsruimten en bijbehorende transformatorruimten. Doel van dit bureauonderzoek is het in kaart brengen van de bekende en verwachte archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied om op basis daarvan te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Op basis daarvan zal een onderbouwd advies worden gegeven ten aanzien van eventueel noodzakelijk vervolgonderzoek. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek kan gesteld worden dat binnen het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor de aanwezigheid van archeologische waarden uit de periode vanaf het Paleolithicum tot en met Bronstijd en een lage verwachting voor archeologische waarden uit de IJzertijd tot en met VroegeMiddeleeuwen. Archeologische waarden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden niet verwacht.
Indien aanwezig zullen de archeologische resten bestaan uit (restanten van) oude loopoppervlakken met daarin mogelijk nederzettingssporen of andere aanwijzingen voor menselijke activiteit, bewerkt vuursteen, houtskool, aardewerk, paalsporen, (haard)kuilen, begravingen met (verbrand) menselijk botmateriaal. Archeologisch waarden worden met name verwacht binnen de intacte podzolgronden. De aanwezigheid alsook de diepte van de lagen zijn op basis van een bureauonderzoek niet vast te stellen, maar gesteld kan worden dat deze zich vermoedelijk vrij dicht onder het maaiveld kunnen bevinden. De conservering van organisch materiaal is binnen deze hoge zandgronden doorgaans slecht. T&A adviseert op basis van het achterhaalde bronmateriaal archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Hoewel een verkennend booronderzoek hiervoor niet in de eerste plaats bedoeld is, wordt toch ook geadviseerd het opgeboorde materiaal ter plaatse te zeven voor het verzamelen van eventuele archeologische indicatoren (zoals vuursteen, houtskool, aardewerk). De gemeente Harderwijk is van mening dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is, omdat verwacht wordt dat ter plaatse de bovengrond al te geroerd is en de eventuele archeologie vrij dicht onder het huidige maaiveld wordt verwacht.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
2 van 26
INHOUDSOPGAVE
1. Inleiding ............................................................................................................................................... 4 1.1
Administratieve gegevens ....................................................................................................... 4
1.2 Achtergrond bureauonderzoek ..................................................................................................... 4 1.3
Ligging en huidig gebruik van het plangebied ......................................................................... 6
1.4
Toekomstig gebruik van het plangebied ................................................................................. 6
2. Methodiek en onderzoeksvragen........................................................................................................ 8 2.1
Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen ....................................................................... 8
2.2
Methodiek en geraadpleegde bronnen .................................................................................. 8
3 Analyse bronnenmateriaal ................................................................................................................... 9 3.1
Geologie en landschap ............................................................................................................ 9
3.2
Historisch gebruik en bekende archeologische waarden...................................................... 12
3.3
Cultuur- en bouwhistorie ...................................................................................................... 18
4. Conclusie en advies bureauonderzoek .............................................................................................. 20 4.1
Beantwoording van de onderzoeksvragen ............................................................................ 20
4.2
Advies .................................................................................................................................... 22
4.3.
Selectiebesluit ....................................................................................................................... 22
5 T&A en kwaliteit ................................................................................................................................. 23 Literatuur ............................................................................................................................................ 24 Websites ............................................................................................................................................. 24 Bijlagen ………………………………………………………………………………………………………………………………………… 25 Lijst van figuren en tabellen................................................................................................................ 25 Verklarende woordenlijst ................................................................................................................... 25
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
3 van 26
1. INLEIDING 1.1
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
Opdrachtgever:
Fasen AMZ-cyclus: Aanleiding: Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie: Kadastrale gegevens: Kaartblad: Oppervlakte plangebied (ha) Coördinaten: Bevoegde overheid met contactgegevens: Deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer (CIS-code): Projectnummer T&A: Auteur: Periode van uitvoering: Beheer en plaats documentatie: Beheer en plaats digitale documentatie (e-depot):
Reddyn (Qirion) T.a.v. dhr. M. Faassen Postbus 50 6920 AB Duiven Tel: +3188 542 6390 E-mail: maurice.faassen@qirion.nl Website: www.reddyn.com Bureauonderzoek Nieuwbouw van een 150/20kV- gebouw met middenspanningsruimten en bijbehorende transformatorruimten Transformatorstation aan de Leuvenumseweg 34 Harderwijk Harderwijk Gelderland Perceelnummer: HDW00-C-1779 26O Circa 3,45 ha Centraal coördinaat: 172517/482137 Gemeente Harderwijk Drs. M.H. (Maarten) Wispelwey Regioarcheoloog T (0341) 359 640 M 06 122 33 533 E mwispelwey@putten.nl 5065905100 GPR9236 Drs. D. Sam 12-05-2021 - 17-06-2021 T&A Survey BV, Amsterdam https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ https://easy.dans.knaw.nl/ui/home
1.2 ACHTERGROND BUREAUONDERZOEK Reddyn (“opdrachtgever”) heeft T&A Survey (“T&A”) op 7 mei 20121 schriftelijk opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek. Geplande werkzaamheden Ter plaatse zullen grondverzetwerkzaamheden worden uitgevoerd in verband met de nieuwbouw van een 150/20kV- gebouw met middenspanningsruimten en bijbehorende transformatorruimten. De geplande werkzaamheden vormen een bedreiging voor mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond. De invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) eist van initiatiefnemers en ontwikkelaars dat zij bij hun ruimtelijke plannen, rekening houden met deze archeologische waarden en het historisch erfgoed. De eerste, meest gangbare, stap hiertoe is het laten uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
4 van 26
Een gedetailleerd uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek zal leiden tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel dat niet alleen de mate van archeologische verwachting voor een gebied zal bepalen, maar tevens een uitspraak zal doen over de te verwachte aard, datering, locatie, omvang en diepte van de archeologische waarden. Dit bureauonderzoek is uitgevoerd volgens het SIKB BRL4000 protocol 4.1 (KNA 4.1) 4002. Provincie Gelderland De provincie Gelderland voert al vanaf 1997 een archeologisch beleid. Met het uitbrengen van de nota Belvoir is dat beleid aangescherpt en geïntegreerd in het algemene cultuurhistorische beleid. In de nota Belvoir 3 onderscheidt Gelderland twee soorten archeologische gebieden: de “parels” en de “ruwe diamanten”. De parels zijn gebieden die bepalend en representatief zijn voor de provinciale cultuurhistorische identiteit. Daarom zijn zij van provinciaal belang en wil Gelderland hier ambities formuleren en realiseren. De ruwe diamanten zijn gebieden die ondersteunend zijn voor de provinciale identiteit en daarmee in potentie van provinciaal belang. De verantwoordelijkheid voor archeologisch onderzoek wordt binnen de ruwe diamanten bij de gemeenten gelegd. Gelderland wil zich met beleid en inzet van financiële middelen op de parelgebieden concentreren.
Via onderhandeling of samenwerking met gemeenten en andere partijen wordt door de provincie ingezet op bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek. Van belang is dat de provincie voor deze gebieden in principe een vrijstellingsgrens van 0 m2 nastreeft wat wil zeggen dat voor iedere bodemverstoring een archeologische afweging gemaakt moet worden. Indien het plangebied al geroerd is, of aannemelijk gemaakt kan worden dat er sprake is van een verstoring, is archeologisch onderzoek zinloos. Gemeenten die beschikken over een goed onderbouwde beleidsadvieskaart leveren dit maatwerk in de visie van de provincie. Indien het beeld van de gemeentelijke kaart niet strookt met het provinciale kaartbeeld, heeft het gemeentelijke toetsingsinstrument voorrang, mits dat uiteraard goed is onderbouwd. Gemeente Harderwijk De gemeente Harderwijk heeft in april 2011 het Archeologiebeleid Harderwijk vastgesteld. In de beleidskaart Archeologie is aangeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. De beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAP rapport 2050, 'Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting en beleidskaart'). Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangeven.
Er worden vier categorieën met archeologische verwachtingswaarden onderscheiden (Fig. 1). •
waarde-archeologie 1
•
waarde-archeologie 2
•
waarde-archeologie 3
AMK-terreinen. Bij bodemingrepen vanaf 50 m2 en dieper dan 30 cm is een archeologisch onderzoek nodig; Gebieden met een hoge archeologische verwachting. Bij bodemingrepen vanaf 100 m2 en dieper dan 30 cm is een archeologisch onderzoek nodig; Gebieden met een middelmatige archeologische verwachting. Bij bodemingrepen vanaf 1000 m2 en dieper dan 30 cm is een archeologisch onderzoek nodig;
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
5 van 26
•
waarde-archeologie 4
Gebieden met een lage archeologische verwachting. Bij bodemingrepen vanaf 5000 m2 en dieper dan 30 cm is een archeologisch onderzoek nodig.
Fig. 1 Uitsnede uit de archeologische beleidskaart gemeente Harderwijk. Blauwe contour geeft de ligging van het plangebied aan. Geel: waarde-archeologie 1, Oranje: waarde-archeologie 2, Zwart gerasterd: reeds vergraven gebied.
1.3 LIGGING EN HUIDIG GEBRUIK VAN HET PLANGEBIED Het plangebied bevindt zich ten zuidoosten van Harderwijk in een bosrijk langs de Leuvenumseweg. Het plangebied wordt aan drie zijden omgeven door bos. In de noordoosthoek grenst een benzinestation aan het plangebied. Aan de westzijde grenzen landerijen en een atletiekbaan aan het plangebied. Binnen het plangebied ligt een transformatorstation (Leuvenumseweg 34) met slechts een paar kleine gebouwen. Het plangebied is deels verhard. Het onderzoeksgebied is met betrekking tot de archeologie groter dan het plangebied. Dit is nodig omdat voor het plangebied onvoldoende archeologische gegevens voorhanden zijn om tot een goede inschatting van de te verwachten archeologische waarden te komen. Daarom zijn alle van belang geachte gegevens binnen een straal van 1000 meter rond het plangebied bij dit onderzoek betrokken. Deze begrenzing berust op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende gegevens om over de archeologische verwachting binnen het plangebied een uitspraak te kunnen doen. 1.4 TOEKOMSTIG GEBRUIK VAN HET PLANGEBIED Op transformatorstation Harderwijk zullen diverse werkzaamheden worden verricht. Deze werkzaamheden bestaan uit de nieuwbouw van een 150/20kV- gebouw met middenspanningsruimten en bijbehorende transformatorruimten. Daarnaast wordt er een
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
6 van 26
GIS-gebouw gerealiseerd en een of meerdere 150kV-velden. Er worden hierbij grondwerkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van fundering tot circa 2,0 meter -MV en het verleggen van kabels tot circa 1,0 meter -MV. Op meerdere locaties binnen het terrein van transformatorstation Harderwijk zullen graafwerkzaamheden plaatsvinden. De locaties van de graafwerkzaamheden ten behoeve van het realiseren van voorgenoemde gebouwen en bouwwerken staan vast. De tracering van de kabels en leidingen op het station liggen nog niet vast, maar zullen rondom de schakeltuin komen te liggen. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Harderwijk is een deel van het plangebied reeds vergraven, echter zullen de meeste van de geplande graafwerkzaamheden buiten dit reeds vergraven gebied plaatsvinden (Fig. 2). De totale oppervlakte van het te ontgraven gebied tot 2 m -mv is circa 3500 m2. Deze graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden in het deel van het plangebied waarvoor een vrijstellingsgrens gegeven is tot 100 m 2 en 30 cm -mv. De geplande graafwerkzaamheden gaan hier in omvang dus ruim overheen.
Fig. 2 Plangebied met de geplande werkzaamheden tot 2 m -mv.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
7 van 26
2. METHODIEK EN ONDERZOEKSVRAGEN 2.1 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen Doel van dit bureauonderzoek is het in kaart brengen van de bekende en verwachte archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied om op basis daarvan te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Op basis daarvan zal een onderbouwd advies worden gegeven ten aanzien van eventueel noodzakelijk vervolgonderzoek. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Welke bodemkundige en (geo)morfologische gegevens zijn er over het plangebied bekend?; • In hoeverre is deze bodemopbouw nog intact?; • Welke gegevens met betrekking tot archeologische en cultuurhistorische resten zijn reeds over het plangebied en de nabije omgeving bekend?; • Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting?; • Zijn in het plangebied archeologische resten aanwezig die (mogelijk) bedreigd worden door de geplande inrichting? 2.2 METHODIEK EN GERAADPLEEGDE BRONNEN Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, september 2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB.1 Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05: • LS01 afbakening van het plangebied en
vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik; • LS02 beschrijving van de huidige en toekomstige situatie; • LS03 beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen; • LS04 beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens; • LS05 opstellen van een gespecificeerde verwachting. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Voor dit onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Het archeologisch informatie systeem (ARCHISII/III); • Google Earth (www.earth.google.com); • De recente topografische kaart 1:25.000 (Kadaster Geo-informatie,2009); • Het Actueel Hoogtebestand Nederland (ahn.nl); • Bodem (bodemloket.nl, maps.bodemdata.nl); • Beeldbank van het RCE (https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/) • Historische kaarten (topotijdreis.nl, beeldbank.cultureelerfgoed.nl); • Data Archiving and Networked Services (easy.dans.knaw.nl); • Literatuur en overig historisch en aardkundig kaartmateriaal (zie literatuurlijst);
1
SIKB 2016.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
8 van 26
3 ANALYSE BRONNENMATERIAAL 3.1
GEOLOGIE EN LANDSCHAP2
De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied 3: Bron Geologische kaart
Informatie Gestuwde Pleistocene formaties, veelal rivierzand en -grind
Geomorfologische kaart van Nederland (Fig.3)
2M54: stuifzandvlakte
Bodemkaart van Nederland (Fig. 4) 1:50.000
Y30: holtpodzolgronden; grof zand
Actueel (Fig. 5)
Hoogtebestand
Nederland
(AHN)
De hoogte van het plangebied loopt vanuit het noordoosten naar het zuidwesten licht op van ca 9,30 m +NAP tot ca 9,70 m +NAP.
Het plangebied maakt onderdeel uit van het Veluws stuwwallenlandschap en ligt op de noordelijke uitlopers van de stuwwal van Garderen. De stuwwallen van de Veluwe zijn ongeveer 150.000 jaar geleden ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd; het Saale-glaciaal. Daarbij werden oude rivierafzettingen door het landijs opgestuwd tot ruggen en dalen. Binnen deze gronden komen keileemafzettingen voor; een veelal slecht gesorteerd pakket van (matig) grof zand, grind en keien. Tijdens het Pleniglaciaal (circa 75.000 - 15.700 jaar geleden) was de ondergrond permanent bevroren waardoor het regen- en sneeuwsmeltwater oppervlakkig langs de flank van de stuwwal afstroomde. Dit had erosie tot gevolg waardoor fluvioperiglaciale afzettingen zijn gevormd en reeds bestaande dalen verder zijn uitgesleten. Aan het einde van het Weichseliën, met name in het Laat-Pleniglaciaal (circa 29.000 15.700 jaar geleden) en het Jonge Dryas (circa 12.745 - 11.755 jaar geleden) heerste er een poolklimaat in Nederland. Door het ontbreken van vegetatie trad op grote schaal verstuiving op. Vanuit het Noordzeebekken werd zand meegevoerd dat als dekzand over de fluvioperiglaciale afzettingen is afgezet in de vorm van vlaktes, welvingen en ruggen. Dit dekzand is kalkloos, fijnkorrelig en goed afgerond.
Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel.4 Deze zanden raakten in het nakomende relatief warme Holoceen veelal bedekt met begroeiing. Zodoende kon gedurende het Holoceen ook bodemvorming optreden in het oorspronkelijk minerale zanddek. Binnen de wat hoger gelegen zandgronden ontstaan vaak podzolprofielen, dit is een profiel waarbij de toplaag een organische component bevat met daaronder vanuit deze toplaag de uit- en inspoelingslagen (respectievelijk de E en B / BC-horizonten). Binnen de relatief hoog gelegen zandgronden kon zich in tijden waarin de aanwezige meer open terreinen werden gebruikt voor de beweiding van vee of, van grotere invloed, het afplaggen van bos- of heidebodem, hernieuwde verstuiving van de daardoor ontstane kale zandondergrond plaatsvinden. Hierdoor kunnen lokaal stuifduinen zijn ontstaan, die al dan niet later weer bodemvorming kennen. Geomorfologie Het plangebied ligt binnen de zandgronden op de westelijke flank van de noordelijke uitloper van de stuwwal van Garderen. Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd wegens de bestaande bebouwing, maar wordt het omgeven door een groot gebied dat als stuifzandvlakte (2M54) is gekarteerd (Fig. 3). Direct en noordwesten 2
Deels naar Bex, 2017 en Arkema, 2016. Bronnen Archis III (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/#/kaart), AHN.nl en TNO ‘geologische overzichtskaart van Nederland’. 4 Berendsen, 2004. 3
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
9 van 26
van het plangebied is een zone gekarteerd smeltwaterheuvel met een hoogte van 1,5 tot maximaal 5 meter (11B15), plaatselijk de Galgenberg genoemd. Op de AHN is het verloop van de hoger gelegen stuwwal ten zuidoosten van het plangebied naar de lager gelegen flank en vlakten ten westen daarvan, goed zichtbaar (Fig. 5). Ook de duidelijke verhoging in het landschap ter plaatse van de smeltwaterheuvel is op de AHN duidelijk zichtbaar (Fig. 5). Het plangebied ligt duidelijk nog net op de flank van de stuwwal, iets hoger dan de vlakte waar Harderwijk op ligt.
11B15
2M54
Fig. 3 Uitsnede uit de geomorfologische kaart in Archis III.
Bodemopbouw Op de bodemkaart in Archis III maakt het plangebied deel uit van een zone van zogenaamde holtpodzolgronden (Fig. 4; Y30). Deze bodems hebben zich doorgaans kunnen vormen in relatief grofzandig moedermateriaal. De humushoudende bovenlaag is hier dunner dan 0,3 m. Veelal hebben deze gronden een inspoelingslaag (B-horizont) die geleidelijk overgaat in het moedermateriaal dat niet door bodemvorming is beïnvloed (Chorizont). De term “holt”, een oude benaming voor “bos” geeft aan dat een holtpodzolgrond vaak in (oude) bossen wordt aangetroffen. De holtpodzolgronden zijn hier ter plaatse ontstaan door de hier gelegen, reeds genoemde, smeltwaterheuvel, ook wel kame genoemd. Op de bodemkaart loopt deze kame op basis van het bodemtype dus verder door naar het zuidoosten, waaronder ook het plangebied valt. Rondom de smeltwaterheuvel zijn in het lagergelegen terrein duinvaaggronden (Zd21) gevormd.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
10 van 26
Y30
Zd21
Fig. 4 Uitsnede uit de bodemkaart in Archis III.
Fig. 5 Uitsnede uit de AHN3 met de locatie van het plangebied (blauwe contour). Bron: http://www.ahn.nl
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
11 van 26
Periode
Afkorting
Tijd in jaren
Nieuwe Tijd
NT
1500-heden
Middeleeuwen:
ME
450-1500 na Chr.
Late Middeleeuwen
LME
1050-1500 na Chr.
Vroege Middeleeuwen
VME
450-1050 na Chr.
Romeinse tijd:
ROM
Laat-Romeinse tijd
ROML
270-450 na Chr.
Midden- Romeinse tijd
ROMM
70-270 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd
ROMV
12 voor Chr.-70 na Chr.
IJzertijd:
IJZ
Late IJzertijd
IJZL
250-12 voor Chr.
Midden-IJzertijd
IJZM
500-250 voor Chr.
Vroege-IJzertijd
IJZV
800-500 voor Chr.
Bronstijd:
BRONS
Late Bronstijd
BRONSL
1100-800 voor Chr.
Midden-Bronstijd
BRONSM
1800-1100 voor Chr.
Vroege-Bronstijd
BRONSV
Neolithicum (Jonge Steentijd):
NEO
Laat-Neolithicum
NEOL
2850-2000 voor Chr.
Midden-Neolithicum
NEOM
4200-2850 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum
NEOV
5300-4200 voor Chr.
Mesolithicum (Midden-Steentijd):
MESO
Laat-Mesolithicum
MESOL
6450-4900 voor Chr.
Midden-Mesolithicum
MESOM
7100-6450 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum
MESOV
Paleolithicum (Oude Steentijd):
PALEO
Laat-Paleolithicum
PALEOL
35.000-8800 voor Chr.
Midden-Paleolithicum
PALEOM
300.000-35.000 voor Chr.
Vroeg-Paleolithicum
PALEOV
Tot 300.000 voor Chr.
12 voor Chr.- 450 na Chr.
800-12 voor Chr.
2000-800 voor Chr.
2000-1800 voor Chr. 5300-2000 voor Chr.
8800-4900 voor Chr.
8800-7100 voor Chr. Tot 8800 voor Chr.
Tabel 1 Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. (Bron: Archeologisch Basisregister 1992)
3.2 HISTORISCH GEBRUIK EN BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN5 De bewoningsgeschiedenis van het de omgeving van het plangebied hangt nauw samen met de geologische geschiedenis van het gebied zoals beschreven in voorgaand hoofdstuk. Het landschap van de Veluwe, stuwwallen en dekzandruggen doorsneden met beekdalen, vormde vanaf het Laat-Paleolithicum (33.000-8.800 v. Chr.) een redelijk populaire streek voor jager-verzamelaars. Tot en met het Mesolithicum (8800-4900 v. Chr.) leefde de mensen van de jacht en het verzamelen van voedsel uit de natuur. Men bewoonde tijdelijke (jacht)kampen die men bij voorkeur plaatste op hoger gelegen gronden in de buurt van water. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere vindplaatsen bekend uit deze periode. Pal naast het huidige plangebied ligt een groot archeologisch monumentaal terrein met het toponiem Beekhuizerzand/Sonnevanck (Tabel 4; AMKnr 3219). Aan het terrein is een archeologische waarde toegekend omdat hier op verschillende locaties sporen van bewoning bekend zijn, daterend in het Mesolithicum-Neolithicum en de Middeleeuwen. Op circa 750 meter ten noorden van het plangebied zijn tijdens een karterend en waarderend boor-en zeefvakkenonderzoek aan 5
Deels naar Tolsma & van der Haar, 2009.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
12 van 26
de Boekhorstlaan te Harderwijk, twee vuursteenvindplaatsen aangetroffen (Tabel3; ZaakId 4017238100).6 Eén van de twee vindplaatsen is nader onderzocht en kan waarschijnlijk in het Mesolithicum gedateerd worden. Helaas was de vindplaats in grote mate verstoord door het voormalig gebruik van het terrein en door de aanwezigheid en doorworteling van de bomen en struiken en andere sporen van bioturbatie. Iets verder ten noordoosten van het plangebied, aan de rand van het hierboven beschreven AMK terrein zijn op verschillende locaties aanwijzingen voor vuursteenvindplaatsen gevonden daterend vanaf het Paleolithicum tot en met de IJzertijd (Tabel 3; ZaakId’s 2730334100, 2766526100, 2934447100, 2934496100, 2934536100, 3078132100, 3088039100, 3140891100, 3176020100, 3187694100). Gedurende het Neolithicum (4900-2000 v. Chr.) schakelde de mobiele mens geleidelijk over naar landbouw. De eerste vaste bewoning vond plaats aan de flanken van de stuwwallen. De eerste akkerbouw vond plaats op de hoger gelegen gebiedsdelen, bijvoorbeeld op de goed ontwaterde dekzandruggen. Een gevolg van de aanleg van deze akkers gedurende het Neolithicum, was de toenemende ontbossing van de zandgronden. Door uitputting van deze akkergronden trad geen herstel van de oorspronkelijke bosvegetatie op. Er ontstonden vooral heidevelden. In extremere gevallen trad soms winderosie op.
Deze eerste heidevelden en verstuivingen ontstonden al in de Bronstijd (2000-800 v. Chr.); een ontwikkeling die zich voortzette in de IJzertijd (800 - 12 v. Chr.) en de Romeinse tijd (12 v. Chr. - 450 na Chr.). Vanaf het eerste begin van de landbouw in het Midden-Neolithicum moesten voortdurend nieuwe akkergronden worden ontgonnen, wat leidde tot een bewoningspatroon van de zogenaamde 'zwervende erven' rond een gemeenschappelijk grafveld en met verspreid in het landschap liggende boerderijen. Vanaf het Laat-Neolithicum worden de doden met grafgiften begraven in een vlakgraf. In de Vroege-Bronstijd wordt over de vlakgraven een grafheuvel opgeworpen, waar in latere perioden meerdere individuen worden bijgezet. Binnen het stuwwallen landschap van de Veluwe zijn talloze van dergelijke grafheuvels gevonden en nog te vinden. Op circa 1,5 km ten zuiden van het plangebied, een stuk hoger op de flank van de stuwwal, is een grafheuvel bekend die gedateerd wordt in het Neolithicum – Late-Bronstijd (Tabel 4; AMKnr 3206). Daar vlakbij, op circa 500 meter ten westen, ligt een terrein waar sporen van bewoning uit het Neolithicum zijn aangetroffen (Tabel 4; AMKnr 3216). Ook op circa 1,5 km ten zuidoosten van het plangebied, eveneens een stuk hoger op de flank van de stuwwal, is een grafheuvel gevonden die gedateerd is in de MiddenBronstijd (Tabel 3; ZaakId 2725223100).
Op de AHN zijn in ieder geval in een groot gebied op circa 1 km ten zuidwesten van het plangebied vermoedelijk nog veel meer grafheuvels te zien.7 In de IJzertijd stapt men langzamerhand over op het cremeren van de doden, waarbij de urnen met de verbrande resten in een urnenveld worden bijgezet. Over elke urn werd een klein, individueel heuveltje opgeworpen. In de loop van de tijd herstelden de uitgeputte landbouwgronden waardoor ze opnieuw in gebruik konden worden genomen. Op de dekzandplateaus ontstaan dan grote aaneengesloten akkerbouwcomplexen (de zogenaamde 'Celtic Fields'). In de Romeinse Tijd ontstaan de eerste echte dorpen en gehuchten aan de rand van deze akkerbouwcomplexen. Na de val van het Romeinse Rijk nam het bevolkingsaantal af, zelfs zodanig dat het bos op de stuwwallen zich enigszins kon herstellen. Nederzettingen uit deze eerste periode van de Vroege-Middeleeuwen (vanaf circa 450 na Chr.) zijn in dit gebied over het algemeen zeldzaam en minder goed zichtbaar. Vanaf de 8e eeuw neemt de bevolking in 6 7
Bekkers en Müller 2019. Goossens en Holl 2014, 15-17.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
13 van 26
hier weer toe en wordt het landbouwareaal voortdurend uitgebreid. Op het nabij het plangebied gelegen Beekhuizerzand zijn tijdens opgravingen in de jaren ’60 van de vorige eeuw, aanwijzingen gevonden voor middeleeuwse bewoning van de 8e tot de 12e eeuw. De nederzettingen concentreren zich in deze periode vooral aan de randen van de stuwwallen. Rondom de dorpskernen lagen de akkerbouw/weidegrondcomplexen, de engen, essen of enken. Vanaf de 10e eeuw na Chr. waren deze gronden continu in gebruik als akkergrond. Om dit mogelijk te maken werden de akkers opgehoogd met plaggen. Op enkele kilometers rondom het plangebied zijn op de bodemkaart verschillende zones met een esdek gekarteerd. De dichtstbijzijnde zone ligt op circa 1 km ten westen van het plangebied. Hier zijn tijdens een proefsleuvenonderzoek sporen en vondsten gevonden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd (Tabel 2, ZaakId 2467871100).8 In de Late-Middeleeuwen worden geleidelijk de minder gunstige, tot dan toe woeste gronden in gebruik genomen. Ook de laaggelegen gronden nabij de Zuiderzee en de beekdalen krijgen steeds meer een agrarische bestemming. De ontginningsactiviteiten waren bijzonder groot tussen de 11e en de 14e eeuw na Chr. Verschillende nederzettingen in de omgeving, waaronder Harderwijk zijn in deze periode ontstaan. Omstreeks 1300 na Chr.
ontstonden de zogenaamde marken en bosmaalschappen; organisaties waarbinnen onder meer regels werden opgesteld voor het gebruik van woeste grond (bos en heide). Dit systeem zette zich voort tot ver in de 19 e eeuw. Daarna hebben grote veranderingen in grondeigendom en bodemgebruik plaatsgevonden. Gemeenten en particulieren werden de eigenaren van de gronden. Door de vestiging van nieuwe boeren leidde dit tot een sterk versnipperd grondbezit, dat tot uiting komt in een onregelmatige percelering. ZaakId
Type onderzoek
Resultaat
Advies
2041923100
Booronderzoek
Niet opgenomen in Archis
Niet opgenomen in Archis
2133250100
Booronderzoek
Niet opgenomen in Archis
Niet opgenomen in Archis
2181381100
Booronderzoek
Niet opgenomen in Archis
Niet opgenomen in Archis
2193029100
Booronderzoek
Niet opgenomen in Archis
Niet opgenomen in Archis
2193637100
Booronderzoek
Niet opgenomen in Archis
Niet opgenomen in Archis
2227738100
Booronderzoek
Geen aanwijzingen voor archeologie
Geen vervolgonderzoek
2245922100
Booronderzoek
Geen aanwijzingen voor archeologie
Geen vervolgonderzoek
2249851100
Booronderzoek
Geen aanwijzingen voor archeologie
Geen vervolgonderzoek
2285231100
Bureauonderzoek
Hoge kans op archeologie
Verkennend booronderzoek
2292051100
Booronderzoek
Kans op archeologie
Karterend booronderzoek en
2355645100
Booronderzoek
Geen aanwijzingen voor archeologie
Geen vervolgonderzoek
2411194100
Proefsleuven
Tot 80 cm – mv verstoord
Alleen vervolgonderzoek
proefsleuven
indien vergravingen dieper dan 80 cm - mv
8
2428991100
Booronderzoek
Niet opgenomen in Archis
Niet opgenomen in Archis
2434311100
Booronderzoek
Bodem deels verstoord
Deels vervolgonderzoek
2444348100
Booronderzoek
Geen aanwijzingen voor archeologie
Geen vervolgonderzoek
2444356100
Booronderzoek
Geen aanwijzingen voor archeologie
Geen vervolgonderzoek
2467871100
Proefsleuven
Vondsten LME en NT, esdek
Geen vervolgonderzoek
3981656100
Booronderzoek
Grotendeels verstoorde bodem
Geen vervolgonderzoek
Diependaal 2015
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
14 van 26
ZaakId
Type onderzoek
Resultaat
Advies
3981801100
Booronderzoek
Tot 40 cm – mv verstoord
Alleen vervolgonderzoek indien vergravingen dieper dan 40 cm - mv
4017238100
Booronderzoek
Vuursteen vindplaatsen gevonden,
Geen vervolgonderzoek
4564572100
Booronderzoek
Geen aanwijzingen voor archeologie
Geen vervolgonderzoek
4660298100
Bureauonderzoek
Mogelijk archeologie
Verkennend booronderzoek
4660305100
Booronderzoek
Geen aanwijzingen voor archeologie
Geen vervolgonderzoek
4853929100
Bureauonderzoek
Geen archeologie (meer) verwacht
Geen vervolgonderzoek
4856431100
Bureauonderzoek
Geen archeologie (meer) verwacht
Geen vervolgonderzoek
4856456100
Bureauonderzoek
Geen archeologie (meer) verwacht
Geen vervolgonderzoek
4856464100
Bureauonderzoek
Geen archeologie (meer) verwacht
Geen vervolgonderzoek
4860976100
Bureauonderzoek
Werkzaamheden geen bedreiging
Geen vervolgonderzoek
4931778100
Booronderzoek
(Nog) niet opgenomen in Archis
(Nog) niet opgenomen in
maar verstoord
Archis 5003104100
Booronderzoek
(Nog) niet opgenomen in Archis
5003137100
Booronderzoek
(Nog) niet opgenomen in Archis
(Nog) niet opgenomen in Archis (Nog) niet opgenomen in Archis
Tabel 2 Overzicht alle in Archis bekende archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied (zie ook bijlage 2)
Waarnemingsnr. 2467871100
Omschrijving Aardewerk en grondsporen
Datering Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd
2725223100
Grafheuvel en aardewerk
Midden Bronstijd
2730334100
Vuursteen afslag
Mesolithicum - Neolithicum
2766526100
Vuursteen spits
Neolithicum
2934447100
Bewerkt vuursteen cluster
Mesolithicum - Neolithicum
2934496100
Bewerkt vuursteen
Paleolithicum - IJzertijd
2934536100
Bewerkt vuursteen cluster
Mesolithicum
2938221100
Aardewerk
IJzertijd
3040612100
Akkerlaag en aardewerk
Nieuwe Tijd
3078132100
Vuursteen afslag
Mesolithicum
3088039100
Sporen en bewerkt vuursteen
Mesolithicum - Neolithicum
3140891100
Vuursteen werktuig
Mesolithicum - Neolithicum
3176020100
Bewerkt vuursteen
Mesolithicum
3187694100
Vuursteen afslag
Mesolithicum
3192764100
Sporen (greppel, kanaal, weg)
Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd
4017238100
Bewerkt vuursteen cluster
Prehistorie
4609479100
Munt
Nieuwe Tijd
Tabel 3. Archeologische waarnemingen binnen het onderzoeksgebied (zie ook bijlage 3)
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
15 van 26
AMK-nr. 3206
Omschrijving Grafheuvel
3216
Terrein
met
sporen
van
Waarde Zeer hoog
Datering Neolithicum – Late Bronstijd
Hoog
Neolithicum
Middel
Mesolithicum-Neolithicum en
bewoning 3219
Terrein met sporen van bewoning
3231
Terrein met sporen van
Middeleeuwen Hoog
bewoning en mogelijk grafveld
Mesolithicum-Neolithicum,
IJzertijd-
Romeinse Tijd, Middeleeuwen
Tabel 4 AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied (zie ook bijlage 3)
Historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s Op kadastrale minuutplan van 1832 is duidelijk te zien dat het plangebied dan in een zone met heidegronden gelegen is en mogelijk wordt doorkruist door twee paden, de Gaauwdieve en de Weg van Tonsel naar Leuvenum (Fig. 6). Er is geen bebouwing binnen of in de directe omgeving zichtbaar. Op de Bonnebladen van 1850-1900 is er op de locatie van het plangebied een, op basis van de vorm, duidelijk aangelegd bos verschenen (Fig. 7). Een tweetal bospaden doorkruizen nu het plangebied. De Leuvenumseweg waaraan het plangebied gelegen is, is op deze kaart al te zien. Nog steeds is er op dat moment geen bebouwing binnen het plangebied. Rondom het aangelegde bosperceel bevinden zich heidevelden die ten zuiden en oosten van het plangebied volgens de kaart dienstdoen als schietbaan. Ten noordwesten van het plangebied liggen percelen met wisselend bos, heide en landbouw, als ook de Joodse begraafplaats ‘de Veldkamp’. In de jaren ’80 van de vorige eeuw verschijnt binnen het plangebied het huidige Transformatorstation en in de jaren daarna worden naast het plangebied enkele sportvelden aangelegd. Verder blijft de omgeving vrijwel onveranderd, voornamelijk bos. Op luchtfoto’s uit 1944 en 1945 zijn binnen of in de nabijheid van het plangebied geen eenduidige sporen zichtbaar die aan de Tweede Wereldoorlog zijn te relateren (Fig. 8).
Maar aangezien het plangebied zich op dat moment nog in een dicht bos bevindt, is het mogelijk dat kleinere sporen uit de Tweede Wereldoorlog, zoals schuttersputten, niet zichtbaar zijn op de foto. Er zijn geen echter geen aanwijzingen dat ter plaatse grote strijd is geleverd dus overblijfselen van de Tweede Wereldoorlog zijn op deze locatie niet aannemelijk.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
16 van 26
Fig. 6 Uitsnede uit de Kadastrale kaart 1811-1832. (Bron: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)
Fig. 7 Uitsnede uit de Bonnebladen 1850-1900 (Bron: ArcGis via geo.rug.nl/image/services)
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
17 van 26
Fig. 8 Uitsnede uit luchtfoto 3002, sortie 16/1430 d.d. 29 -11-1944 (Bron: Luftbild Datenbank)
3.3 CULTUUR- EN BOUWHISTORIE Het gaat bij cultuur- en bouwhistorie om alle bouwhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarden binnen het studiegebied, zoals daar zijn gebouwde monumenten, bouwhistorische elementen zonder monumentale status (MIP-objecten) en beschermde dorps-en stadsgezichten. De gemeente Harderwijk heeft in 2015 een cultuurhistorische waardenkaart laten maken (Fig. 9).9 Het onderzoek hiervoor behelsde een inventarisatie en waardering van het cultuurhistorisch erfgoed van de gemeente Harderwijk. De kaart dient als kader voor de gemeente bij het beoordelen van aanvragen van omgevingsvergunningen, maar kan ook dienen als onderlegger voor toekomstige ruimtelijke plannen. Het plangebied bevindt zich op circa 3 km ten zuidwesten van de oudste kern van Harderwijk dat in 1970 door het rijk is aangewezen als beschermd stadsgezicht. De meeste Gemeentelijke – en Rijksmonumenten bevinden zich hier. Rondom het plangebied, op meer dan 500 meter afstand daarvan zijn enkele vooroorlogse villa’s en het kazernecomplex van de Willem George Frederikkazerne als gemeentelijk monument aangemerkt. Op meer dan 3 km ten zuidoosten van het plangebied zijn langs de Leuvenumseweg twee grafheuvels als Rijksmonument aangemerkt.
Op de Cultuurhistorische waardenkaart is direct naast het plangebied, aan de overkant van de huidige plaggenweg, in het zogenaamde Strokelbos, een kavel aangemerkt als interessant wegens ‘infra, water of verkaveling’. Ook elders in het Strokelbos zijn kavels 9
Haartsen e.a. 2015
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
18 van 26
als zodanig aangemerkt. Het betreft hier de reeds genoemde schietbanen en bijbehorende structuren. De vier schietbanen in het Strokelbos zijn nog aan de langgerekte open plekken in het bos te herkennen. Op het kavel in de noordoosthoek van het bos bevond zich de loods waar schietschijven en munitie werd bewaard. Een smalspoortrein liep naar de schietbanen. Op dit kavel zijn nog diverse oefenloopgraven te zien in het bos. Het spoorlijntje is afgebroken. Ook de huidige Leuvenumseweg waarlangs het plangebied ligt, wordt op de cultuurhistorische waardenkaart aangemerkt als cultuurhistorisch element ‘infrastructuur’. Het betreft één van de oudere verbindingswegen naar en van Harderwijk, tussen Harderwijk en Leuvenum.
Willem George Frederikkazerne
Loods, loopgraven
Schietbanen
Fig. 9 Uitsnede uit de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Harderwijk. Blauwe kader geeft de ligging van het plangebied aan (Bron: gemeente Harderwijk)
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
19 van 26
4. CONCLUSIE EN ADVIES BUREAUONDERZOEK De resultaten van het bureauonderzoek kunnen leiden tot de volgende uitkomsten: 1. Er wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek (IVO) (landbodems) of 4103 Inventariserend Veldonderzoek IVO (waterbodems); 2. Er wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. 1: Als archeologisch vervolgonderzoek wordt geadviseerd, dient een advies te worden afgegeven over welk type onderzoek dit moet zijn, met de toe te passen methode(n), techniek(en) en strategie(ën). Dit advies moet gericht zijn op het toetsen van de gespecificeerde verwachting en moet inhoudelijk worden onderbouwd. 2: Indien uit de geanalyseerde brongegevens blijkt er geen behoudenswaardige archeologische waarden te verwachten zijn, leidt dit tot een advies te stoppen met het archeologisch proces (geen archeologieverplichting meer/vrijgave van het terrein). 4.1 BEANTWOORDING VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN De in paragraaf 2.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: Welke bodemkundige en (geo)morfologische gegevens zijn er over het plangebied bekend? Het plangebied bevindt zich op de westelijke flank van de noordelijke uitloper van de stuwwal van Garderen. Geomorfologisch is deze zone aangemerkt als stuifzandvlakte (2M54).
Volgens de bodemkaart bevindt het plangebied zich op een restant van een zogenaamde kame of smeltwaterheuvel. Juist hierdoor zou er binnen het plangebied sprake moeten zijn van een holtpodzolbodem (Y30) terwijl rondom deze zone de bodems zijn gekarteerd als duinvaaggronden (Zd21). In hoeverre is deze bodemopbouw nog intact? In hoeverre de bodemopbouw binnen het plangebied nog intact is, zal afhangen van de mate van verstoring die heeft plaatsgevonden door wortelwerking van de bomen die hier ooit stonden, bioturbatie, maar ook de latere ontbossing en de aanleg van het Transformatorstation. Naar alle waarschijnlijkheid is in ieder geval de top van de oorspronkelijke bodemopbouw over het gehele terrein verstoord. Welke gegevens met betrekking tot archeologische en cultuurhistorische resten zijn reeds over het plangebied en de nabije omgeving bekend? In de omgeving van het plangebied zijn redelijk veel archeologische resten bekend uit de prehistorie (Paleolithicum tot en met de IJzertijd), voornamelijk bestaande uit vuursteenvindplaatsen en grafheuvels. Op het Beekhuizerzand, nabij het plangebied zijn ook aanwijzingen gevonden voor middeleeuwse bewoning. Binnen het plangebied is nog niets bekend over archeologische resten.
Cultuurhistorische resten bevinden zich direct naast het plangebied in het Strokelbos in de vorm van de 19 e/20e eeuwse schietbanen en bijbehorende structuren, waaronder een terrein met oefenloopgraven. Ook de Leuvenumseweg waarlangs het plangebied is gelegen, is een cultuurhistorisch element in het landschap, als één van de oudere verbindingswegen, tussen Harderwijk en Leuvenum. Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting? Paleolithicum – Mesolithicum Gebaseerd op de ligging van het plangebied op de flank van een stuwwal en bekende vindplaatsen uit deze periode in de omgeving, is er een middelhoge verwachting voor
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
20 van 26
resten uit deze periode. Het zal dan eerder gaan om resten uit het Mesolithicum, maar (Laat)-Paleolithicum kan niet worden uitgesloten. Archeologische resten zullen dan bestaan uit restanten van tijdelijke kampementen die vooral te herkennen zijn aan het voorkomen van bewerkt vuursteen (clusters) en houtskool. Eventuele archeologische resten kunnen met name worden verwacht binnen intacte podzolgronden en kunnen zich vrij dicht onder het maaiveld bevinden. De conservering van organisch materiaal is binnen deze hoge zandgronden doorgaans slecht. Neolithicum – Bronstijd Gebaseerd op de ligging van het plangebied op de flank van een stuwwal en bekende vindplaatsen uit deze periode in de omgeving, is er een middelhoge verwachting voor resten uit deze periode met een duidelijke nadruk op het Neolithicum. Archeologische resten kunnen nederzettingsgerelateerd zijn (paalsporen, (haard)kuilen, aardewerk, bewerkt (vuur)steen, bot), te maken hebben met landgebruik, agrarische activiteiten, maar ook met begraving (urnen, vlakgraven, crematieresten, inhumatieresten). Eventuele archeologische resten kunnen met name worden verwacht binnen intacte podzolgronden en kunnen zich vrij dicht onder het maaiveld bevinden. De conservering van organisch materiaal is binnen deze hoge zandgronden doorgaans slecht.
IJzertijd – Vroege-Middeleeuwen Gebaseerd op de weinige bekende vindplaatsen uit deze periode in de omgeving van het plangebied, is er een lage verwachting voor resten uit de IJzertijd, Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen. Mochten deze toch voorkomen dan kunnen deze bestaan uit nederzettingsgerelateerde resten, begravingen en sporen van landgebruik, waaronder agrarische activiteiten. Eventuele archeologische resten kunnen met name worden verwacht binnen intacte podzolgronden en kunnen zich vrij dicht onder het maaiveld bevinden. De conservering van organisch materiaal is binnen deze hoge zandgronden doorgaans slecht. Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd Gebaseerd op de ligging van het plangebied, op ruime afstand van de historische kern van Harderwijk, het ontbreken van een esdek ter plaatse en de weinige bekende vindplaatsen uit deze periode in de omgeving, is er een lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Het plangebied was gedurende deze periode lange tijd vermoedelijk onbebouwd heide- en bosgebied tot ter plaatse het huidige Transformator station werd aangelegd in de jaren ’80 van de 20 e eeuw. Zijn in het plangebied archeologische resten aanwezig die (mogelijk) bedreigd worden door de geplande inrichting? Voor de geplande inrichting van het transformatorstation staat op verschillende locaties grondroering op de planning.
Op drie reeds bekende locaties zal de bodem worden vergraven tot maximaal 2 meter -mv. Op een groot deel van het overige terrein, maar nog niet geheel duidelijk waar exact, zal de bodem geroerd worden tot maximaal 1 meter -mv voor de aanleg van kabels. Deze graafwerkzaamheden vormen een bedreiging voor de eventueel aanwezige archeologische resten, daar waar volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Harderwijk de bodem nog niet reeds ontgraven is.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
21 van 26
4.2 ADVIES Op basis van de analyse van het bronnenmateriaal wordt, voor het deel van het plangebied dat volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Harderwijk nog niet reeds ontgraven, archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. De boringen dienen te worden gezet in dat deel van het plangebied dat ontgraven gaat worden, met uitzondering van dat deel dat al vergraven is. De verkennende boringen hebben tot doel inzicht te geven in de bodemopbouw ter plaatse en de mate waarin deze intact is, ten aanzien de gespecificeerde verwachting te bevestigen of juist ontkrachten. Hoewel een verkennend booronderzoek hiervoor niet in de eerste plaats bedoeld is, wordt toch ook geadviseerd het opgeboorde materiaal ter plaatse te zeven voor het verzamelen van eventuele archeologische indicatoren (zoals vuursteen, houtskool, aardewerk).
4.3. SELECTIEBESLUIT De gemeente Harderwijk is van mening dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is, omdat verwacht wordt dat ter plaatse de bovengrond al te geroerd is en de eventuele archeologie vrij dicht onder het huidige maaiveld wordt verwacht.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
22 van 26
5
T&A EN KWALITEIT
Het bureauonderzoek behandeld in deze rapportage is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Door een ISO-9001, VCA** en CS-OOO gecertificeerd kwaliteitssysteem waarborgt T&A de kwaliteit en veiligheid van haar diensten. T&A vindt het belangrijk om de CO2-emissie van haar activiteiten te monitoren en te reduceren. T&A streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Een inventarisatie is echter gebaseerd op een (relatief) beperkt archiefonderzoek. Zodoende blijft het mogelijk dat relevante informatie niet wordt achterhaald. T&A is niet aansprakelijk voor de schade die mogelijk voortvloeit uit het gebruik van haar onderzoeksresultaten.
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
23 van 26
Literatuur Arkema, M., 2016: ‘Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. Bouw- en Infrapark aan de Ceintuurbaan 2 te Harderwijk’, Antea Group Archeologie 2015/163, Heerenveen. Bekkers, I.S.J & A. Müller, 2019: ‘Boekhorstlaan, Harderwijk. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een karterend, waarderend booren zeefvakkenonderzoek’, ADC rapport 4201, Amersfoort. Berendsen, H.J.A., 1997: ‘De vorming van het land’, Assen. Berendsen, H.J.A., 2000: ‘Landschappelijk Nederland’, Assen. Berendsen, H.J.A., 2004: ‘De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie’, Assen. Bex, J., 2017: ‘Archeologisch onderzoek uitbreidingslocatie Leuvenumseweg 7 te Harderwijk. Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)’, GRArapport 2017.35, Huissen. Diependaal, S., 2015: ‘Archeologisch proefsleuvenonderzoek Harderwijkerweg 182 (Tonselse Veld) te Ermelo in de gemeente Ermelo’, Econsultancy rapport 15015003, Doetinchem. Goossens, E., 2016: ‘Plangebied Boekhorstlaan, gemeente Harderwijk; archeologisch vooronderzoek: een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek’, RAAP notitie 5410, Weesp. Goossens, E. & J.Holl, 2014: ‘Plangebied Tonselse Veld, gemeente Ermelo; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)’, RAAP rapport 2901, Weesp. Haartsen, A., B. Olde Meierink & R.
de Groot, 2015: waardenkaart van Harderwijk’, Lantschapsstudies 138, Haaften.
‘Cultuurhistorische
Tolsma, J. & L.J. van der Haar, 2010: ‘Bureauonderzoek voor de aanleg van een drinkwaterleiding tussen Harderwijk en Speuld’ Archeologische Rapporten Oranjewoud 2009/151, Heerenveen.
Websites https://zoeken.cultureelerfgoed.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://easy.dans.knaw.nl www.ahn.nl www.topotijdreis.nl https://www.arcgis.com https://cultuurhistorieharderwijk.files.wordpress.com/2015/07/cultuurhistorischewaardenkaart.pdf
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
24 van 26
Bijlagen 1. Ligging plangebied 2. Plangebied en reeds uitgevoerde onderzoeken in de omgeving 3. Plangebied met AMK en waarnemingen in de omgeving Lijst van figuren en tabellen Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 Figuur 4 Figuur 5 Figuur 6 Figuur 7 Figuur 8 Figuur 9
Uitsnede uit de archeologische beleidskaart gemeente Harderwijk. Plangebied met de geplande werkzaamheden tot 2 m -mv. Uitsnede uit de geomorfologische kaart in Archis III. Uitsnede uit de bodemkaart in Archis III. Uitsnede uit de AHN3 met de locatie van het plangebied (blauwe contour). Uitsnede uit de Kadastrale kaart 1811-1832. Uitsnede uit de Bonnebladen 1850-1900 Uitsnede uit luchtfoto 3002, sortie 16/1430 d.d. 29 -11-1944 Uitsnede uit de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Harderwijk. Blauwe kader geeft de ligging van het plangebied aan
Tabel 1
Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. (Bron: Archeologisch Basisregister 1992) Overzicht alle in Archis III bekende archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Archeologische waarnemingen binnen het onderzoeksgebied. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied.
Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4
Verklarende woordenlijst Afkorting AHN
Verklaring Actueel Hoogtebestand Nederland. Een landsdekkend digitaal gegevensbestand met zeer nauwkeurige hoogtegegevens
AMK
Archeologische Monumentenkaart. Geeft een overzicht van gewaardeerde archeologische terreinen in vier categorieën: 1. Archeologische waarde, 2. Hoge archeologische waarde, 3. Zeer hoge archeologische waarde en 4. Zeer hoge archeologische waarde beschermd.
Archis
Archeologisch Informatie Systeem. Dit door de RCE beheerde systeem bevat informatie over o.a. onderzoeksmeldingen, vondstmeldingen, waarnemingen, complexen en monumenten.GIS
GIS
Geografische InformatieSystemen.
IKAW
Indicatieve kaart van archeologische waarden, een door de RCE geproduceerde kaart op landelijk niveau met de verwachte relatieve of absolute dichtheid van (bepaalde) archeologische verschijnselen in de bodem.
KNA
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
-Mv
Minus (onder) maaiveld.
NAP
Normaal Amsterdams Peil (=officieel peilmerk).
PvE
Programma van Eisen. Het PvE is een door een bevoegde overheid opgesteld of bekrachtigd document dat de probleem- en doelstelling van de te verrichten werkzaamheden van de vindplaats geeft en de daaruit af te leiden eisen formuleert met betrekking tot het uit te voeren werk.
RCE
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, voorheen ROB (Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek) en later RACM (Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurhistorie en Monumentenzorg).
Archeologisch Bureauonderzoek – Transformatorstation, Harderwijk
25 van 26
171906
172206
172506
172806
173106
173406
Legenda Plangebied
0
100
200
300
400
³
Meter
Esri Nederland, Community Map Contributors T&A Survey BV Dynamostraat 48 Postbus 20670 1001 NR Amsterdam
Telefoon: 020-6651368 Fax: 020-6685486 E-mail: info@ta-survey.nl Internet: www.ta-survey.nl
Archeologisch Bureauonderzoek te Harderwijk Bijlage:
1. Ligging van het plangebied
Projectnummer:
9236
Opdrachtgever:
Reddyn (Qirion)
Formaat:
A3
Tekenaar:
Akkoord:
Schaal:
1:5.000
D. Sam
M. van Oers
Opmaakdatum:
28-05-2021
481660
481960
482260
482560
171606
170495
170795
171095
171395
171695
171995
172295
172595
172895
173195
173495
173795
174095
174395
174695
174995
175295
175595
175895
5003137100 4660305100
4856456100
483282
4856464100
4017238100
482982
4660298100 3981801100 5003104100 2181381100
3981656100
2245922100 2041923100
4564572100
2193637100
482682
4856431100 2227738100
4860976100
482382
4853929100
482082
2444348100
2193029100
481782
2428991100
2467871100
481482
4931778100
2434311100
481182
2444356100
2249851100
480882
2133250100
2292051100
480582
2411194100
2355645100
Legenda Plangebied
Onderzoeken
0
500
1000
1500
2000
³
Meter
480282
2285231100
Esri Nederland, Community Map Contributors T&A Survey BV Dynamostraat 48 Postbus 20670 1001 NR Amsterdam
Telefoon: 020-6651368 Fax: 020-6685486 E-mail: info@ta-survey.nl Internet: www.ta-survey.nl
Archeologisch Bureauonderzoek te Harderwijk Bijlage:
2. Plangebied en uitgevoerde onderzoeken in de omgeving
Projectnummer:
9236
Opdrachtgever:
Reddyn (Qirion)
Formaat:
A3
Tekenaar:
Akkoord:
Schaal:
1:15.000
D. Sam
M. van Oers
Opmaakdatum:
28-05-2021
479982
170195
170908
171208
171508
171808
172108
172408
172708
173008
3187694100
3078132100 2934447100
173308
173608
174508
174808
175108
175408
3176020100
3140891100
175708
176008
176308
176608
176908
177208
3219
2766526100 3231 2938221100
2934536100
2730334100
482783
4017238100
174208
3088039100 2934496100
3192764100
3040612100
173908
483983
170608
483683
170308
483383
170008
483083
169708
481883
482183
482483
4609479100
2467871100
480683
480983
481283
481583
2725223100
480383
3216
Legenda Plangebied
Waarnemingen AMK
0
500
1000
1500
2000
³
Meter
479783
480083
3206
Esri Nederland, Community Map Contributors T&A Survey BV Dynamostraat 48 Postbus 20670 1001 NR Amsterdam
Telefoon: 020-6651368 Fax: 020-6685486 E-mail: info@ta-survey.nl Internet: www.ta-survey.nl
Archeologisch Bureauonderzoek te Harderwijk Bijlage:
3. Plangebied met AMK en waarnemingen in de omgeving
Projectnummer:
9236
Opdrachtgever:
Reddyn (Qirion)
Formaat:
A3
Tekenaar:
Akkoord:
Schaal:
1:20.000
D. Sam
M. van Oers
Opmaakdatum:
28-05-2021
479483
169408
34
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
"Buitengebied - Onderstation Leuvenumseweg" (vastgesteld)
Verkennend bodemonderzoek Leuvenumseweg 34 te Harderwijk
Verkennend bodemonderzoek Leuvenumseweg 34 te Harderwijk
In opdracht van: Qirion B.V. Opgesteld door: Evelien Brand Projectnummer: M21B0255 Documentnaam: m21b0255.r03 Datum: 26 november 2021
2001
Versie
Vrijgegeven door
m21b0255.r03
Erik van der Lippe
Postadres Postbus 270 2600 AG DELFT T 015 7511600
Bezoekadres Poortweg 4D 2612 PA DELFT www.stantec.com/nl
Paraaf
Datum 26 november 2021
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 22 76 53 920 IBAN NL75BNPA0227653920 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA* gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen
Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 1.1 Doel van het onderzoek 1.2 Referentiekader 1.3 Betrouwbaarheid
1 1 1 2
2.0 Vooronderzoek 2.1 Beschrijving van de locatie 2.2 Locatie inspectie 2.3 Samenvatting vooronderzoek 2.4 Hypothese en onderzoeksstrategie
3 3 4 4 4
3.0 Veldwerk en chemische analyses 3.1 Kwaliteit 3.2 Algemene onderzoeksstrategie en werkwijze 3.3 Resultaten veldwerk 3.4 Afwijkingen uitvoeringsplan 3.5 Analysestrategie 3.6 Chemische analyses
6 6 7 8 9 10 11
4.0 Bespreking onderzoeksresultaten 4.1 Toetsing analyseresultaten 4.2 Bespreking analyseresultaten Wet bodembescherming 4.3 Bespreken Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit 4.4 Veiligheidsklasse conform de CROW 400
13 13 14 15 15
5.0 Conclusies en aanbevelingen
16
Bronvermeldingen
17
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3.1: Bijlage 3.2: Bijlage 3.3: Bijlage 4.1: Bijlage 4.2: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:
Overzichtskaart (1:25.000) Situatietekening (1:750) Verklarende woordenlijst Toetsing analyseresultaten grond conform Wbb (inclusief normtabel) Indicatieve toetsing analyseresultaten grond aan het Bbk (inclusief normtabel) Boorbeschrijvingen inclusief legenda Kwaliteitsborging veldwerk Analysecertificaten en gaschromatogrammen Foto’s onderzoekslocatie Historisch onderzoek
Stantec | m21b0255.r03
1.0
INLEIDING
Op 22 september 2021 is door Qirion B.V. aan Stantec B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Leuvenumseweg 34 te Harderwijk (bijlagen 1 en 2). De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de geplande nieuwbouw en sloopwerkzaamheden op het terrein.
1.1
DOEL VAN HET ONDERZOEK
Het doel van dit onderzoek is: • Inzicht verkrijgen in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de onderhavige locatie en haar omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem en bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen ingreep. • Bepalen van de kwaliteit en hergebruikmogelijkheden van de te ontgraven grond. • Bepalen van de veiligheidsklassen conform de CROW 400. • Het vaststellen/actualiseren van de nul- en eindsituatie (bodem en grondwater) ter plaatse van de toekomstige of te beëindigen bodembelastende activiteiten.
1.2
REFERENTIEKADER
De onderzoeksstrategie is afgeleid van de NEN 5740 (bron 1). In overeenstemming met deze norm is voorafgaand aan het veldonderzoek een vooronderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5725 (bron 2). Het verkennend onderzoek bestond uit vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, toetsing en interpretatie. De analyseresultaten voor grond en grondwater zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (bron 5) en de Regeling bodemkwaliteit (bron 6). Tevens zijn de resultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit en zijn de verwachten veiligheidsklassen voor het grondwerk vastgesteld. De in het laboratorium gemeten gehalten zijn omgerekend naar standaard bodem op basis van de gemeten lutum- en organische stofpercentages. In dit rapport wordt de volgende terminologie voor grond gehanteerd: • Kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogd gehalte; niet verontreinigd. • Groter dan AW kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogd gehalte; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (achtergrondwaarde + interventiewaarde)/2. • Groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogd gehalte; matig verontreinigd. • Groter dan I: sterk verhoogd gehalte; sterk verontreinigd.