CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied - Lage Enkweg naast 35 (toelichting en regels).pdf

Raadsvergadering 18 februari 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg, naast 3519.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

■'í-

BESTEMMINGSPLAN

Buitengebied - Lage Enkweg naast 35 Gemeente Harderwijk

Y-Jl'

'Jhk

WITPAARD ŬTËIIEHBIHIW I LANūitMAŕ I RUI H T t .I JK E DHDËNMB

IP

ŕ

COLOFON Plannaam

Buitengebied - Lage Enkweg naast 35

Plannummer

NLIMRO.0234.BP00259-0003

Datum

18 februari 2021

Planstatus

vastgesteld

Opdrachtgever

Jan Kevelam

Projectteam Witpaard

Johan Drenth Ruben Beens

Projectnummer

0148.631SW19

Buitengebied - Lage Enkweg naast 35

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

5 Inleiding

7

Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

Historie, huidige en toekomstige situatie

Historie Huidige situatie Toekomstige situatie en planbeschrijving

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader

11 11 11 12

17

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4

7 7 8 9

17 19 21

Onderzoek

29

4.1 4.2

Inleiding Archeologie en cultuurhistorie

29 29

4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Bedrijven en milieuzonering Besluit milieueffectrapportage Bodem Ecologie Externe veiligheid

30 32 34 35 36

4.8 4.9 4.10

Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit

40 41 41

4.11 4.12

Verkeer en parkeren Water

42 43

Hoofdstuk 5

Juridische aspecten

49

5.1

Inleiding

49

5.2 5.3

Algemene uitgangspunten Verantwoording Handboek Harderwijk

50 50

5.4 5.5

Bestemmingsbepalingen Handhaving

50 52

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

55

Hoofdstuk 7

Inspraak en overleg

57

7.1

Inspraak

57

7.2 7.3

Vooroverleg Zienswijzen

57 58

Regels

59

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

61

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

61 65

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

67

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 2

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Wonen Waarde - Archeologie 4 Waarde - Openheid landschap

67 70 72

Hoofdstuk 3

Algemene regels

73

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afWijkingsregels

73 74 75 76

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

77

Artikel 10 Artikel 11

Overgangsrecht Slotregel

77 78

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Aanmeldnotitie m.e.r.

Bijlage 2

Bodemonderzoek

Bijlage 3

Ecologisch onderzoek

Bijlage 4

Inrichtingstekening

Bijlage 5

Landschappelijk inpassingsplan

Bijlage 6

Watertoets

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Beleidsregel beroepen en bedrijven aan huis

Bijlage 2

Landschappelijk inpassingsplan

Bijlage 3

Landschapstypen

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 4

Toelichting

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 5

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens op het perceel naast Lage Enkweg 35, kadastraal bekend als B3028, een woning te realiseren. Het perceel kent deels een woon- en deels een agrarische bestemming. De woonbestemming ligt ook op een deel van het naastgelegen kadastrale perceel B4341. Over deze woonbestemming ligt één groot bouwvlak waarbinnen de bouw van één woning mogelijk is. Momenteel is er één woning gesitueerd op het kadastrale perceel B4341 en (nog) een woning op het perceel B3028 is dus planologisch niet mogelijk. Omdat de initiatiefnemer op de percelen Beekhuizerweg 3-5 de ouder schuren heeft gesloopt kan er gebruik gemaakt worden van de rood-voor-rood regeling. De gemeente heeft daarmee ingestemd,en de initiatiefnemer heeft nu recht op de bouw van één woning. De gemeente Harderwijk heeft aangegeven positief te zijn over het voorstel en is bereid medewerking te verlenen met een bestemmingsplanherziening, onder voorwaarde dat; »

de woning maximaal 100 m2 groot wordt met maximaal 50 m2 aan bijhorende bouwwerken;

»

er maximaal één woning wordt gerealiseerd;

»

de woning op het woonbestemmingsdeel van het perceel B3028 wordt gerealiseerd;

»

er wordt voldaan aan de voorwaarden van de Werkgroep Grote Bouwinitiatieven, waaronder de rood-voor-rood regeling.

Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich in de buurtschap Duinen ten zuiden van de kern Hierden in de gemeente Harderwijk. Het plangebied grenst in het zuiden aan de Lage Enkweg. Aan de overkant van deze weg ligt camping de Peperkamp. Op de volgende afbeelding is een luchtfoto met daarop het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 7

Sí*HÇ *

v/z y į#» V

■Zuiderze«3traat‘v'ep,

jr'-'y

ļiėrde

Tuwíä*

•^rwJ

k Ċ?-)

rutll.

E232

Afbeelding: Luchtfoto waarop het plangebied is aangegeven met een rode pijl

1.3

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' van kracht. Het plangebied kent de bestemming 'Wonen', de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4' en de dubbelbestemming 'Waarde - Openheid landschap'. In de bestemming wonen is niet meer dan één woning per bestemmingvlak toegestaan. Aan de Lage Enkweg 35 is momenteel een woning gesitueerd, een tweede woning is op dit zelfde bestemmingsvlak is daarom in strijd met het bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 8

4 4 + 4-4-4‘ I+

4^4 + 4

+ +

+ +

4 + 4 4 4

+ + + +Į + + 4 4 + 4

4 + 4 4 4

4 4 4 + 4

4 4

4 4 4 4 4

4 4 4 + 4

+ + + + +

4 4 4 + 4

4 4 4 4 4

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

4 4 4 4 4

4 4 4 4 4

4 4 4į4 4

4 4 4 4 4

‘4 4 +I

+ +V+ + -F

4 4 4 4 4

4 + 4 4 4 4 + 4 4 4

4 4/4 4 4

4 4 4 4 4

4 4 4 4 4

4 + 4

4 4 4 4 4j

4 4 4 4 4

4 4

4 + 4

4 4 4 4 4

4 4

4 + 4

4 4

4 + 44

.4, 4 4 4 4

4 4

4 4 4/4 44444444444

4 4

4 4

4 4

4 4

4 4

4 4 ļţ 4 4444444444

4 4

4 4/4 + 4

4 4

4 +İ

47 44444444444 444444444444

4 + 44

4 4

4 4 4 + 4

4 4 4 4 4 4 4 4 4

444444444

ļt 4 4

4į 4 4+1 4 4

4 4 4 + 4

1+ 4

4 4 4 + 4 4\4 4 4 4

4 4

4 4 4 4 4

4 + 44 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 4 4 + 4 4 4 4

4 + 4 + 4

4 4 4 4 4

4 4\4 4. 4 4

4 4 4 4 4 4

*4 4 4 4

4 + 4 + 44

4 4

4 4 4 4 4 -M

4 +K

4 4 -T^ļ4

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 44444444 4 4

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

4 + 4

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

K4 + 4 + + + + +

4 4 4

4+4 + 44

K4 + + + + + + + 4 4

4 4 4 4 4 4 + 444

444 4\444444

K + + + + + + 4 +

4 + 4 + 4

44 + 4,4 44 + 44

► 44444444

4 + 44 4 4 4

4

4 4 + 4 4 + 4

444444444 4 + 4 4 4 4^4--

4 4

4 4 4 4 4

4 4 4 4'

44444444

4 4 4 4

, 4 4-44

jt

4 4 4 4 4 4

4 4 4 4 4 4 4 4— A 4 4 4

4 4 4 4

■İ i 4 4 4 4

4 4

4 4 + 4

Afbeelding: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied 2014

1.4

De bij het plan behorende stukken Het herzieningsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" bestaat uit de volgende stukken: *

verbeelding (tek. nr. NL.IMRO.0243.BP00259-0002);

»

regels.

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten samen "gelezen" worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt toch een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 9

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 10

Hoofdstuk 2 2.1

Historie, huidige en toekomstige situatie

Historie Het plangebied is nooit bebouwd geweest en in de laatste jaren als agrarisch grasland in gebruik geweest. Dat is goed te zien op verschillend historische kaarten. Op de volgende afbeelding is een kaart uit 1900 opgenomen waarop te zien is dat het plangebied niet bebouwd is en wellicht agrarisch in gebruik is.

V cT'J

) ĨŲXEM '

TEXT-vk

Afbeelding: Historische kaart uit 1900

2.2

Huidige situatie In de huidige situatie betreft het plangebied grasland dat agrarisch in gebruik is. Op de volgende afbeelding is het perceel B3028, het plangebied, weergegeven.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 11

'i įļlįŵ

7695

\ '*īï

4369

ïs

5 734

4512

I V 5GĨ9 .

'r;** ii.

4419

*ãm 6290

,

m

•* ţ;

» ÍM ŗSji,-

J - 'j

Afbeelding: Luchtfoto met daarop het perceel gemarkeerd

2.3

Toekomstige situatie en planbeschrijving Het voornemen om in het plangebied een woning te bouwen komt voort uit de rood-voor-rood regeling. De initiatiefnemer heeft op de percelen Beekhuizerweg 3-5 de oude schuren gesloopt waarmee de initiatiefnemer volgens die regeling nu recht heeft op de bouw van één woning. Deze bebouwing is inmiddels gesloopt dat is goed te zien op de volgende luchtfoto's.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 12

Afbeelding: Luchtfoto voormalige situatie Beekhuizenweg 3-5

f •JTf*

Afbeelding: Luchtfoto huidige situatie Beekhuizerweg 3-5

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 13

De agrarische bestemming ter plaatse van de Beekhuizenweg 3-5 is wegbestemd en de bouw van grote schuren is hier planologisch niet meer mogelijk. In de toekomstige situatie zal er een woning staan op het gedeelte van het perceel B3028 dat is bestemd als wonen. De exacte locatie waar de woning gerealiseerd zal worden is weergegeven op de inrichtingstekening dat is opgenomen in Bijlage 4. Een uitsnede van de inrichtingstekening geef de positionering van de woning weer en is opgenomen op de volgende afbeelding.

kad.ąemeente Harderwijk ‘ ' B

nt. 3029 achaa

: 000

LEGENDA bouwen wonlrw met bttebouw 3 parkeerplaatsen □nCsIuihngsweg ■enter, en íiieH

.... i

Afbeelding: Positionering woning Parkeren vindt op eigen terrein plaatst, daarvoor is voldoende ruimte gereserveerd op het perceel. De ontsluitingsweg sluit aan op de Lage Enkweg. Op de volgende afbeelding is een impressie weergegeven van de te bouwen woning.

irr-ţjv.H

Afbeelding: Impressie te bouwen woning

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 14

Verder is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat als Bijlage 5 aan dit bestemmingsplan is toegevoegd. Als voorwaardelijke verplichting is in de regels opgenomen dat dit inrichingsplan uitgevoerd dient te worden.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 15

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 16

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de bestuurlijke drukte te beperken brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het Rijk kiest voor een meer selectieve inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen.

3.1.2

Rijksdoelen en regionale opgaven Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt: »

vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;

»

verbeteren van de bereikbaarheid;

«

zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.

Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in het SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. De MIRT-regio Oost-Nederland bestaat uit de provincies Overijssel en Gelderland. Opgaven van nationaal belang in dit gebied zijn: «

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (wegen, spoorwegen en vaarwegen) die door Oost-Nederland lopen. Dit onder andere voor de Mainports Rotterdam en Schiphol. Hiervoor wordt onder meer een MIRT-onderzoek naar het goederenvervoer over spoor op de lange termijn uitgevoerd, evenals het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer;

»

Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma) en het samen met decentrale overheden uitvoeren van het gebiedsgerichte deelprogramma Rivieren van het Deltaprogramma voor het formuleren van een integrale strategie voor het rivierengebied. In Oost-Nederland gaat het deelprogramma Rivieren over de Waal, Neder-Rijn, Lek, IJssel en IJssel-Vechtdelta;

»

Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma's Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma;

»

Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 17

2000-gebieden; »

Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet en het buisleidingennetwerk.

Oost-Nederland omvat veel natuurgebieden en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan het (inter)nationale natuurnetwerk voor biodiversiteit. Daarnaast kent de regio belangrijke cultuurhistorische waarden. Tegelijkertijd zijn er in Oost-Nederland een aantal gebieden waar de effecten van bevolkingsdaling nu al voelbaar zijn en gebieden waar deze effecten nu nog niet voelbaar zijn, maar naar verwachting op termijn wel (zogenaamde anticipeergebieden).

3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van onderwerpen van nationaal belang, zoals Rijksvaarwegen, kustfundament, de Waddenzee, buisleidingen van nationaal belang en het Natuur netwer Nederland. Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft invloed op het voorliggende bestemmingsplan. De betreffende onderwerpen zijn namelijk niet aan de orde in of nabij het plangebied.

3.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, is in 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Dat betekent: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe stedelijke ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en multimodale bereikbaarheid. De Ladder is derhalve een instrument voor de borging van een efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden, waarbij een nieuwe Laddersystematiek gaat gelden.

Beoordeling van het voorliggende project aan de hand van de Ladder De Ladder is derhalve een instrument voor de borging van een efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1 Bro) is niet nader gedefinieerd. Gelet op de kleinschalige woningbouw die bovenstaande plannen mogelijk maken, is de Afdeling van oordeel " dat de plannen niet voorzien in een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. Binnen het plan worden geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De plannen kunnen dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling". Op de Ladder hoeft hierop daarom niet verder ingegaan te worden.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 18

3.1.5

Conclusie Rijksbeleid Voorliggend bestemmingsplan doet geen afbreuk aan de Rijksdoelen en voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan voldoet daarmee aan het landelijk beleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevngsvisie ' Gaaf Gelderland' vastgesteld, welke op 1 maart 2019 is gepubliceerd en in werking getreden. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bestaat uit een visie en een verdiepingsdeel en bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie heeft de provncie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: «

een duurzame economische structuurversterking;

»

het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.

Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. Doorwerking planvoornemen De regio Noord-Veluwe staat voor de volgende opgaven: »

Economische ontwikkeling is motor van de regio: versterking van de recreatieve en toeristische sector, innovatie in het bedrijfsleven, vasthouden en versterken van zorgondernemers, een toekomstbestendige agrarische sector;

«

Behouden, versterken en benutten van bestaande kwaliteiten: natuur, landschappen, water, gemeenschappen, steden en dorpen;

«

Verbinden van leefbaarheid in kernen met natuurgebieden en het waterlandschap;

»

Ruimte bieden aan ondernemers om een passend aanbod te ontwikkelen op deze opgaven.

Bovenstaande doelen en opgaven zijn nader uitgewerkt middels een bepaalde aanwijzing op de visiekaart. Per gebied is aangegeven welke onderwerpen van belang zijn. Specifiek voor het plangebied zijn de volgende onderwerpen van belang: »

Nationaal landschap buiten GNN, GO en NHW;

»

Wonen.

Voor deze onderwerpen zijn voor het plangebied regels uit de Omgevingsverordening van toepassing. In de volgende paragraaf zullen deze aan de orde komen.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 19

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland Op 12 december 2018 is de geactualiseerde Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld, welke op 1 maart 2019 is gepubliceerd en in werking getreden. Met de Omgevingsverordening stelt de provincie juridisch bindende regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De provncie richt zich hierbij op onderwerpen die van provnciaal belang zijn, zoals verstedelijking, landbouw/veehouderij, natuur en landschap, grond- en drinkwater, milieu, verkeer en energie. Hierna wordt nader ingegaan op de regels die van toepassing zijn op voorliggend plan. Nationaal landschap buiten GNN, GO en NHW De locatie is gelegen in Nationaal landschap buiten gelders natuurnetwerk , Groene ontwikkelingszone en nieuwe Hollandse waterlinie. Voor deze gebieden geldt: artikel 2.7.4.2 Nationaal landschap Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap en buiten de GO, het GNN en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken.

Deze kernkwaliteiten zijn vastgelegd in bijlage 6 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen van deze verordening. In bijlage 6 van de Omgevingsverordening vallen beide deellocaties onder het deelgebied 'Randmeerkust Harderwijk-Elburg'. Hieronder volgt de kernkwaliteiten die voor dit deelgebied van toepassing zijn: i.

Randmeerkust Harderwijk-Elburg

Het groene woonlint Kenmerken -

Deel van gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos - essen - strokenverkavelíng blokverkaveling op strandwallen; van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk

-

Zuld-noord stromende sloten, dekzandruggen oost-west, microreliëf

-

Drie landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles

-

Kleine kernen en lintbebouwing langs de N308 (Zuiderzeestraatweg), stedelijke gebieden van Harderwijk - Nunspeet - Elburg

-

Vroegmiddeleeuws ontginningslandschap bij Aperloo

-

Relicten van bos en mozaïekverkaveling in het cultuurland

Afbeeldling: Uitsnede bijlage 6 Omgevingsverordening Doorwerking planvoornemen Het plangebied maakt deel uit van de geleidelijke overgang (gradiënt) van de stuwwal naar randmeer. Het gaat hierbij om de overgang van de Veluwe als besloten boslandschap via kleinschaligheid (de randzone waarin beide deellocaties zijn gelegen) naar grootschalig openlandschap (De Heidense Enk). Door het plangebied te herontwikkelen, vindt er een verbetering van het landschap bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 20

plaats. De herontwikkeling van de ontwikkellocatie vindt plaats zoals beschreven in de gemeentelijke visie voor het landschap (de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden). De sloop van de schuren is in lijn met het gemeentelijk beleid, waarin wordt gestreefd het voormalige eendengebied een nieuwe invulling te geven. Het planvoornemen heeft derhalve geen negatieve invloed op de kernkwaliteiten van het nationaal landschap. Wonen Voor de ontwikkellocatie is artikel 2.2.1.1 relevant. artikel 2.2.1.1 Nieuwe woonlocaties In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.

Doorwerking planvoornemen Binnen de Regio Noord-Veluwe is de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente Harderwijk het Meerjarenprogramma Woningbouw 2016-2024 opgesteld. De te realiseren twee woningen past binnen dit meerjarenprogramma.

3.2.3

Conclusie provinciaal beleid Voorliggend bestemmingsplan doet geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het nationaal landschap en past binnen de woonopgave van de regio. Het plan voldoet daarmee aan het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Harderwijk 2031 In de structuurvisie Harderwijk 2031 staat beschreven hoe de gemeente zich tot 2031 voor het wonen, werken en leven wil ontwikkelen. De Structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie is integraal gemaakt. Dit betekent dat sociale, fysieke en economische aspecten aan de orde komen. In de structuurvisie wordt aangegeven dat de gemeente Harderwijk een duurzaam ruimtegebruik wil bevorderen door het toepassen van de SER ladder. Dat wil zeggen: 1.

eerst het huidige gebruik optimaliseren door herstructurering;

2.

zoveel mogelijk de ruimte meervoudig/multifunctioneel gebruiken;

3.

pas daarna nieuwe ruimte creëren in het buitengebied.

Elke toevoeging van een nieuwe rode ontwikkeling buiten het bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk dient gepaard te gaan met landschappelijke versterking. Bij elke nieuwe toevoeging wordt landschappelijke versterking verlangd in de vorm van een financiële bijdrage. De landschappelijke versterking zal plaatsvinden buiten het hiervoor bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 21

genoemde bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk, welk gebied grofweg gezegd uit vijf deelgebieden bestaat, te weten Groene Zoom, Zuidelijke Stadsrand, Hierden Bosch, Hierden en Buitengebied. Compenserende maatregelen vnden in hetzelfde deelgebied plaats waarin de rode ontwikkeling zich bevindt. De regeling inclusief de hoogte van de bijdrage zal per gebied nog inzichtelijk worden gemaakt. Het Eendengebied is in de Structuurvisie Harderwijk 2031 benoemd als studiegebied. De reden hiervoor is de verwachting dat de huidige bedrijven in het Eendengebied zullen verdwijnen en de behoefte aan ontwikkelingsvisie vanwege de prominente ligging van het gebied. Voor het studiegebied is een pilot regeling Eendengebied van kracht is gegaan, zie paragraaf 3.3.5.

Doorwerking plangebied Het plan wordt mogelijk gemaakt met de rood voor rood regeling uit de 'Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk' en de 'Pilot sloopregeling Eendengebied'. Om die reden is er geen financiële bijdrage van toepassing. De sloop van bedrijfsgebouwen in het Eendengebied levert immers een bijdrage aan de verbetering van het buitengebied. Aan de SER ladder wordt voldaan. Op de ontwikkellocatie is reeds een woonbestemming aanwezig en de ruimte wordt optimaal gebruikt zonder nieuwe ruimte te creëren in het buitengebied.De beëindiging en sloop van schuren in het Eendengebied is uitgevoerd, zoals is vastgelegd in de pilot regeling Eendengebied. Om deze redenen past het plan binnen de Structuurvisie Harderwijk 2031.

3.3.2

Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk Het beleid voor het toevoegen van rode ontwikkelingen in het buitengebied is vastgelegd in de Visie op hoofdlijnen (vastgesteld op 20-01-2011). Met de vsie beoogt de gemeente Harderwijk een robuust en duurzame ruimtelijke structuur voor het buitengebied te realiseren, resulterend in onder andere een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor rust, ruimte en landelijkheid en de instandhouding van de leefbaarheid door middel van het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers (beleid voor functieverandering). Voor de functieverandering naar wonen is in de visie op hoofdlijnen het volgende opgenomen: »

De gemeente is bereid medewerking te verlenen aan functieverandering naar wonen, indien rekening wordt gehouden met de volgende voorwaarden:

»

Het aantal wooneenheden dat kan worden gerealiseerd is maatwerk; de invulling is afhankelijk van de omgevingskwaliteit, het bestaande ensemble en het (gemeentelijk) woningbouwprogramma;

»

bij een functieverandering naar wonen kan zowel hergebruik van bestaande bedrijfsgebouwen plaatsvinden als sloop en vervangende nieuwbouw; binnen het Groen Blauw Raamwerk dient minimaal 350 m2 aan voormalige bedrijfsgebouwen te worden gesloopt. In het multifunctioneel gebied is dit minimaal 500 m2; gebouwen die niet bijdragen aan de beeldkwaliteit verdwijnen en de hoeveelheid verhard oppervlak vermindert. Alleen legale gebouwen worden meegeteld in het te slopen oppervlak. Sloop van gebouwen die buiten het bouwvlak liggen, kunnen via de salderingsregeling ook worden meegeteld bij de totale hoeveelheid te slopen bebouwing. Hierbij dienen wel alle (voormalige) bedrijfsgebouwen op alle locaties te worden gesloopt en de bestemming van alle locaties waar gesloopt wordt, dient te worden gewijzigd. Ook dient de milieuvergunning/melding te worden ingetrokken;

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 22

»

bij de minimaal te slopen oppervlakte aan bedrijfsgebouwen kan saldering plaatsvinden. Overige bedrijfsbebouwing die niet wordt gebruikt voor wonen of bijgebouw, dient eveneens te worden gesloopt;

»

geen nadelige gevolgen voor de in de omgeving aanwezige waarden (ecologie, Natura 2000-gebied, landschap, cultuurhistorie, archeologie en hydrologie) en functies (agrarische bedrijven en woningen en andere functies);

«

het bestemmingsvlak wordt verkleind door er voor de functie een op maat gesneden vlak aan toe te kennen; nieuwe bebouwing moet aansluiten bij de karakteristieken van al aanwezige bebouwing;

»

een initiatiefnemer dient aan te tonen op welke wijze gebouwen zorgvuldig in het landschap worden ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristieken. De landschappelijke inpassing bestaat enerzijds uit onderhoud van de bestaande landschappelijke elementen en anderzijds uit de aanleg van nieuwe landschapselementen, die de landschappelijke kwaliteit van het gebied verbeteren. Daarvoor gelden specifieke ontwerpinstructies met als doel te steven naar verbetering van de landschappelijke kwaliteiten. Deze zijn in een afzonderlijk hoofdstuk bij deze visie opgenomen. Nieuwe elementen worden zoveel mogelijk aangelegd op of direct grenzend aan het bouwperceel, waar hergebruik plaatsvindt.

Verder zijn in de structuurvisie per landschapstype ontwerprichtlijnen opgesteld. Deze ontwerprichtlijnen zijn in de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden verwerkt en worden verder in paragraaf 3.3.3 behandeld.

Doorwerking planvoornemen Door de werkgroep grote bouwinitiatieven van de gemeente Harderwijk is het plan getoetst aan de visie op hoofdlijnen. In deze toets zijn de volgende punten naar voren gebracht: »

Initiatiefnemer een optie heeft op een bestaande bouwclaim voor één woning op grond van de rood-voor-rood regeling buitengebied (Beekhuizerweg);

»

Het betreffende perceel in het bestemmingsplan Buitengebied bestemd is voor wonen (zonder bouwperceel). In het in voorbereiding zijnde Veegplan buitengebied wordt voorgesteld de woonbestemming te beperken, dit bestemmingsplan is echter nog niet vastgesteld;

»

De woning gerealiseerd wordt binnen de bestemming wonen en de resterende gronden de agrarische bestemming behouden;

»

De situering van de woning en bijgebouwen in overleg met de gemeente kan worden bepaald om te komen te een passende indeling van een boerenerf;

»

Onderzocht moet worden of er belemmeringen bestaan van nabij gelegen functies (o.a. manege, camping) die realisatie van een woning in de weg staan;

»

Vanuit de woonvisie de voorkeur uitgaat naar een ontwikkeling van kleine goedkope sociale huurwoningen in één bouwmassa (bijv. rug-aan-rug woningen) op deze locatie;

»

Initiatiefnemer voornemens is één woning te realiseren voor één van zijn kinderen. Mocht dit financieel niet haalbaar zijn is de bereidbaarheid daar om in overleg andere alternatieven (bijv. huurwoningen) te bespreken;

»

Nieuwe woningen gasloos gebouwd dienen te worden met een epc waarde < 0,2.

Met inachtneming van het vorenstaande adviseert de WBG medewerking te verlenen aan de realisatie van het initiatief met gebruikmaking van de bouwclaim (Beekhuizerweg) uit de rood-voor-rood regeling buitengebied mits uit onderzoek blijkt dat er geen (milieu)belemmeringen zijn tegen de realisatie van een woning op de bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 23

betreffende locatie. Het plan past binnen het beleid uit de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk.

3.3.3

Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden De Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden is op 22 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Het document bevat een vsie hoe de landschappelijke kwaliteiten van Hierden en omgeving versterkt kunnen worden. Ook is bekeken op welke wijze nieuwe bebouwing ingepast kan worden in het landschap en op welke wijze de hierbij gewenste landschappelijke bijdrage vorm kan krijgen. De Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden is geen blauwdruk waarin alles tot in detail is vastgelegd. Op onderdelen kan de gemeente zelf wellicht haar verantwoordelijkheid nemen, maar duidelijk is ook dat er in relatie tot de rode ontwikkelingen een belangrijke rol is weggelegd voor particulier initiatief. De Structuurvisie Dorpsomgevingsplan zal dus vooral een koers uitzetten voor het gebied en een aantal duidelijke randvoorwaarden of spelregels meegeven aan toekomstige ontwikkelingen. Bij het maken van het plan is zuiver gekeken vanuit het landschap, er is geen rekening gehouden met het bestaande beleid, milieuwetgeving en dergelijke. Een belangrijk onderdeel van het plan is de visiekaart. Hierop staat aangegeven waar en op welke wijze vanuit het landschap bezien nieuwe "rode" ontwikkelingen in Hierden kunnen worden toegevoegd. Eveneens is op de kaart aangegeven welke gebieden onbebouwd dienen te blijven.

Als voorbeeld voor de inpassing van nieuwe rode ontwikkelingen zijn in de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden vier bouwstenen uitwerkt. Het betreffen bouwstenen voor het ombouwen van een oude boerderij, het realiseren van een nieuw wooncluster, het realiseren van een paardenstal en het realiseren van een kleine schuur. In de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden zijn de bouwstenen gegeven voor de uitwerking van initiatieven die in aanmerking komen voor rode ontwikkelingen. In de integrale visiekaart van de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden valt het plangebied binnen 'de randzone Hierdense Enk'. Als vsie is voor dit gebied is opgenomen dat de randen langs de enken versterkt moeten worden door robuuste erfbeplanting. Ter vervanging van overtollige bedrijfsgebouwen kunnen hoogwaardige woningen worden gebouwd. Voor de nieuwe inrichting aan de Duinweg is gebruik gemaakt van de bouwsteen klein cluster rand enk. In deze bouwsteen zijn richtlijnen gegeven voor rode ontwikkelingen in nog onbebouwde gebieden. In de bouwsteen komen de volgende richtlijnen naar voren: »

Ter vervanging van overtollige bedrijfsgebouwen is de bouw van geclusterde hoogwaardige woningen mogelijk.

»

Een cluster bestaat uit maximaal twee tot drie bouwwerken. Ze zijn willekeurig georiënteerd, passend bij de onregelmatige verkaveling van de enk. De woningen zijn verschillend maar passen goed bij elkaar, ze vormen samen een ensemble. Er is een bepaalde hiërarchie in de verschillende bouwwerken aanwezig, bijvoorbeeld door een grotere bijzonder vormgegeven hoofdgebouw te oriënteren op de weg, en bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 24

de overige, sober vormgegeven eenheden, daarachter te plaatsen. »

Het volume van één gebouw is afhankelijk van de functie maximaal 1000 - 1500 m3. Voor de vorm van het bouwwerk is een schilddak of zadeldak het uitgangspunt. Het materiaal gebruik moet terughoudend zijn, de bouwwerken mogen niet teveel opvallen in de groene omgeving. Voorbeelden van materialen passend in het landschap zijn te vinden in de directe omgeving, bij de monumentale boerderijen. Rode of bruine baksteen, zwart gebeitst gepotdekseld hout, een rieten dak of pannendak zijn bijvoorbeeld geschikte materialen.

«

Erfbeplating van initiatieven dient het erf een besloten uitstraling te geven

»

Onderlinge afstand tussen erven van minder dan 100 meter

Met de richtlijnen uit de structuurvisie wordt rekening gehouden bij de verdere invulling van het plan. Met de inrichitngstekening (Bijlage 4) en in het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 5), is hier ook rekening mee gehouden. Voorliggend plan voldoet hiermee aan het Dorpsomgevingsplan Hierden.

3.3.4

1e herziening Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden Op 8 februari 2018 is de 1e herziening Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden vastgesteld. De aanleiding voor deze herziening is dat in de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden is uitgegaan van vrijstaande woningen en de hierbij horende landschapsbijdrage uit de Structuurvisie Harderwijk 2031. Met de 1e herziening is het ook mogelijk om tweekappers of rijtjes woningen mogelijk te maken waarbij een andere verrekking van de landschapsbijdrage dan voor vrijstaande woningen van toepassing is.

Doorwerking plangebied In het plangebied worden enkel vrijstaande woningen toegestaan, waardoor de 1e herziening geen betekenis heeft voor het plan.

3.3.5

Pilot sloopregeling Eendengebied 30 maart 2017 is besloten een pilot te houden voor een sloopregeling in het Eendengebied. Vastgestelde uitgangspunten van deze sloopregeling zijn: a.

Aansluiten bij de principes van de bestaande rood-voor-rood regeling in het buitengebied, waarbij: 1.

de sloop is gekoppeld aan de initiatiefnemer van een woningbouwontwikkeling;

2.

de initiatiefnemer contractpartner is voor de gemeente;

3.

de initiatiefnemer de afspraken maakt met de eigenaren van de slopen opstallen en de bodemsanering. Het streven is om zoveel mogelijk volledige bouwblokken te slopen en te saneren. De initiatiefnemer is aanspreekbaar op de daadwerkelijke sloop van voormalige bedrijfsgebouwen en stelt zich hiervoor garant. De afspraken omvatten ook afspraken over het moment van slopen en saneren;

4.

de bestemming van de locaties waar gesloopt wordt, dient te worden gewijzigd en een eventuele milieuvergunning/melding dient te worden ingetrokken;

5.

de afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst.

b.

Voor wat betreft de wenselijkheid van de woningbouwontwikkeling is de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk leidend.

c.

Voor wat betreft het zoekgebied voor de te slopen opstallen deze uitbreiden met het Eendengebied, waarbij geldt dat: bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 25

1.

voor het bouwen van een woning er tenminste 750 m2 aan voormalige bedrijfsgebouwen in het Eendengebied gesloopt worden;

2.

de gronden waarop de opstallen hebben gestaan worden gesaneerd inclusief een zone van ten minste 5 meter rondom de opstallen (schone grond verklaring);

3.

alle voormalige bedrijfsgebouwen (mits legaal gebouwd) in het Eendengebied komen in aanmerking, met uitzondering van monumenten e.d.;

4.

de initiatiefnemer dient aan te tonen op welke wijze (de nieuwe) gebouwen zorgvuldig in het landschap worden ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristieken;

5.

de bijdrage door initiatiefnemer voor de landschappelijke versterking is beperkt tot de noodzakelijke maatregelen op het perceel waarop de nieuwe woning wordt gerealiseerd en eventueel de aangrenzende percelen. Er vindt in principe geen verevening plaats en geen verrekening van de sloopkosten.

Op basis van een evaluatie van deze regels is besloten (29 november 2019) dat de volgende aanvullende regels worden toegevoegd aan de regeling pilot Sloopregeling Eendengebied. Het gaat hierbij om: Toevoeging differentiatie van woningen: a.

Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 150m2 (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 9m), plus max 100 m2 bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 750m2 schuren gesloopt en gesaneerd worden. Er wordt geen medewerking verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 100Zo; Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 90m2 (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 7m) plus maximaal 60m2 bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 450m2 schuren gesloopt en gesaneerd worden. Er wordt geen medewerking verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 1007o;

b.

Daarnaast wordt de mogelijkheid opgenomen om sociale huurwoningen (met een huur tot maximaal de liberalisatiegrens) te bouwen waarbij minimaal 250m2 gesloopt en gesaneerd moet worden. Na 10 jaar mag de eigenaar de woningen verkopen, danwel in de vrije sector verhuren.

De pilot eindigt per 31 december 2020.

Doorwerking planvoornemen Met het plan wordt gebruik gemaakt van de pilot 'Sloopregeling Eendengebied'. Er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden uit de pilot regeling. Hieronder worden deze voorwaarden doorlopen: Voorwaarde a Zoals aangegeven in paragraaf 3.3.2 sluit het plan aan op de principes van de bestaande rood-voor-rood regeling in het buitengebied. Er is sprake van een volledige sanering op het perceel Bleekhuizerweg 3-5, waarmee meerdere rode ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Voor de te slopen schuren is bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 26

de bestemming gewijzigd. Voorwaarde b Uit paragraaf 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3 is gebleken dat de bouw van de woning a past binnen de ruimtelijke visie van dit gebied. Hiermee is de wenselijkheid van de woningbouwontwikkeling aangetoond. Voorwaarde b (met toevoeging a) Met de sloop van in totaal 2.470 m2 aan schuren wordt voldaan aan de minimale sloopopgave van 900 m2 voor twee woningen. Het nieuwe plan voorziet in de bouw van één woning met bijbehorende bouwwerken waarbij het maximale oppervlak en bouw en goothoogtes in acht zijn genomen. Tegelijk wordt de landschappelijke kwaliteit van het ontwikkelgebied verbetert, door een nieuw landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 5) voor dit gebied.

3.3.6

Conclusie gemeentelijk beleid Voorliggend bestemmingsplan doet geen afbreuk aan de gemeentelijke doelen. Het plan voldoet daarmee aan het landelijk beleid.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 27

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 28

Hoofdstuk 4

Onderzoek

4.1

Inleiding

4.2

Archeologie en cultuurhistorie De versnippering van de erfgoedwetgeving, met eigen definities, procedures en beschermingsmaatregelen, en de behoefte aan duidelijkheid waren de aanleiding om één integrale Erfgoedwet op te stellen voor het beheer en behoud van ons cultureel erfgoed. Met de Erfgoedwet, op 1 juli 2016 in werking getreden, worden zes wetten en regelingen gebundeld tot één wet die de bescherming van het cultureel erfgoed in Nederland regelt. Deze wet is niet gericht op de bescherming van vermoedelijk archeologische waarden, maar wel op de bescherming van monumenten, vndplaatsen en de vondsten. Uiteindelijk worden onderdelen die de fysieke leefomgeving betreffen (zoals onder andere archeologische waarden), ondergebracht in de Omgevingswet die in 2019 van kracht moet worden. Vanaf het moment van invoering van de Erfgoedwet tot het moment van invoering van de Omgevingswet zijn deze onderdelen ondergebracht in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. De omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. De raad van de gemeente Harderwijk heeft in april 2011 het Archeologiebeleid Harderwijk vastgesteld. Deze beleidsnota is op basis van de overgangsregeling van de erfgoedwet het beoordelingskader voor het plan. Op de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe ontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vnden.

Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. Erfgoedverordening Harderwijk 2017 In de gemeentelijke erfgoedverordening is de aanwijzing en instandhouding van gemeentelijke monumenten en archeologische terreinen geregeld. In deze verordening is geregeld dat het verboden is om gemeentelijke monumenten te beschadigen of te vernielen. Tevens is geregeld dat het verboden is om de bodem in gebieden met een archeologische verwachtingswaarde te verstoren. Hierin is onderscheid gemaakt voor gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde.

Archeologie Op de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe ontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 29

De locatie voor de nieuw te bouwen woning is net gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting. Hiervoor geldt dat er archeologisch vooronderzoek bij plangebieden groter dan 5.000 m2 noodzakelijk is. De woning die wordt gebouwd en het bijhorende erf is kleiner dan deze 5000 m2 en archeologisch onderzoek kan daarom achterwege blijven.

Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen bijzondere verkavelingspatronen, groen, karakteristieke gebouwen of beschermde monumenten aanwezig.

Conclusie Vanuit het aspect archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Bedrijven en milieuzonering Uit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening moet bij nieuwe ontwikkelingen worden nagegaan welke bronnen in of nabij het plangebied een belemmering kunnen vormen voor gevoelige functies als wonen. Daarnaast dient te worden bezien of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (de 'omgekeerde werking'). Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid aansluiting te zoeken bij de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG-uitgeverij, 2009). Andersom kan deze publicatie worden gebruikt voor het op verantwoorde wijze inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving. De VNG-handreiking geeft op systematische wijze informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op gemeentelijk niveau op elkaar af te stemmen. In de publicatie zijn richtafstanden gegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De afstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

Van plangebied naar omgeving Binnen het plangebied worden geen nieuwe milieubelastende activiteiten mogelijk gemaakt. Vanuit het plangebied naar de omgeving zijn daarom geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Van omgeving naar plangebied Een woning is een milieugevoelige functie. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende functies te vinden en de omgeving kan dan ook worden aangemerkt als een 'rustig buitengebied'. Lage Enkweg 25 De dichtstbijzijnde milieugevoelige functie is een intensiever veehouderij op het adres Lage Enkweg 25. volgens de Wet geurhinder veehouderijen geldt buiten de bebouwde kom een minimale afstand van 50 meter tot aan een milieugevoelige functie als een woning. Aan deze afstand zal worden voldaan.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 30

Molenweg 24 Daarnaast bevindt zich een Bouw-Zaannemersbedrijf van 840 m2 op het perceel Molenweg 24. Voor een aannemersbedrijf kleiner dan 1000 m2 geldt volgens de VNG-brochure een afstand van 30 meter. Het bedrijf ligt op een afstand van ongeveer 200 meter van het plangebied, aan de voorgeschreven afstand wordt dan ook ruimschoots voldaan. Duinweg 6 Volgens de VNG uitgave heeft de functie 'Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)' een milieuzone van 50 meter voor geluid en 30 meter voor geur en gevaar. De camping en het plangebied grenzen aan elkaar, waarbij op de inrichtingstekening de achtergevel van de nieuwe woningen op circa 30 meter van de campinggrens zullen staan. De nieuw te bouwen woning is gelegen in de milieuzone van de camping. Echter, omdat beide bestemmingen gelijk blijven en de afstand tussen de camping en de bestemming 'wonen' niet afneemt, is de te bouwen woning niet extra belemmerend op de camping. Immers de camping dient nu ook al rekening te houden dat binnen het plangebied de bouw van één woning op de grens met de camping mogelijk is. Daarnaast wordt in de VNG uitgave uitgegaan van een gemiddeld verblijfsrecreatiepark of kampeerterrein.

Uit de website van het bedrijf en de plattegrond van de camping blijkt dat het een rustige gezingscamping betreft, waar geen geluidsvoorzieningen zoals muziek- of omroep apparatuur of voorzieningen met een geur en gevaarcontour aanwezig zijn. Aan de kant van het plangebied bevindt zich het toiletgebouw en de tourplaatsen (voor de korte overnachtingen). De kampeer activiteiten vinden verspreid plaats over een groot terrein en niet geconcentreerd langs de dichtbegroeide randen bij het plangebied.

oifet gfebouw

rľ

r

Afbeelding: Plattegrond camping

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 31

Samenvattend kan gesteld worden dat voor de nieuwe woningen sprake is van een goed woon en leefklimaat. Hiervoor kan het volgende worden aangehaald: «

er is sprake van een rustige camping, waar geen bronnen met een hoge geluidsbelasting aanwezig zijn;

«

gezien de ruime afstand tot de gevel, de groene afscheiding en de aard van de geluidsbronnen is het niet aannemelijk dat het geluid afkomstig van de camping (zoals het nabij gelegen toiletgebouw of tourplaatsen) tot een overschrijding leidt van de voorkeurswaarde op de gevel van de woning;

»

Het plangebied is reeds bestemd voor woondoeleinden, waarmee er geen grote veranderingen zijn ten opzichte van de bestaande situatie (enkel de bebouwingsen gebruiksintensiteit verandert).

Bovenstaande motivering wordt ondersteund door middel van een memo die is opgesteld in het kader van het bestemmingsplan 'Buitengebied - Omgevng Duinweg 8' en als bijlage aan dat bestemmingsplan is toegevoegd. Uit die memo blijkt dat ondanks de geluidbronnen afkomstig van de camping toch sprake is van een acceptabel woonen leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen welke het bestemmingsplan 'Buitengebied - Omgeving Duinweg 8' mogelijk maakt. De woningen die in het bestemmingsplan 'Buitengebied - Omgeving Duinweg 8' mogelijk worden gemaakt liggen op een afstand van 15 meter van de campinggrens. De woning welke middels dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt ligt op een afstand van 30 meter tot aan de campinggrens en daarmee is het aannemelijk dat ook in dit geval spreke is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Duinweg 4a Op het perceel Duinweg 4a bevindt zich een installatiebedrijf. Voor een 'Elektrotechnische industrie n.e.g.' geldt volgens de VNG-brochure een afstand van 30 meter. Het bedrijf ligt op een afstand van ongeveer 70 meter van het plangebied, aan de voorgeschreven afstand wordt dan ook ruimschoots voldaan.

Conclusie Omliggende bedrijven en milieuzonering leveren geen belemmeringen op voor het plan.

4.4

Besluit milieueffectrapportage Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij projecten die kleiner zijn dan de drempelwaarden uit lijst C en D beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook deze projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 32

project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Voor deze toets wordt ook wel de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: »

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;

»

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden.

Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. weer gewijzigd. Bij deze wijziging is een nieuwe procedure opgenomen voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.- beoordeling aan de orde is, moet het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden.

Beoordeling ontwikkellocatie lage Enkweg Om te bepalen of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtig plan, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C of D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn.

Drempelwaarden Besluit m.e.r. Dit bestemmingsplan voorziet in een directe eindbestemming en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r., er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Indien de volgende drempelwaarden worden overschreden is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtig plan: »

een oppervlakte van 100 hectare of meer,

«

een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of

»

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Conclusie Met de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt worden de hiervoor genoemde drempelwaarden niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht, maar van een 'vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Ten behoeve van de ontwikkellocatie is een aanmeldingsnotitie opgesteld. Deze aanmeldingsnotitie is als Bijlage 1 opgenomen. Op basis van deze notitie neemt de gemeenteraad van Harderwijk een besluit dat het uitvoeren van een Milieueffectrapport niet noodzakelijk is.

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 33

4.5

Bodem De bodemkwaliteit is in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van belang indien er sprake is van functieveranderingen en/of een ander gebruik van de gronden. De bodem moet geschikt zijn voor de functie. Mocht er een verontreiniging te verwachten zijn dan wel mocht deze feitelijk aanwezig zijn, dan dient voor vaststelling van een plan en/of het nemen van het besluit inzichtelijk gemaakt te worden of de bodemverontreiniging de voorgenomen functie- en/of bestemmingswijziging in het kader van gezondheid en/of financieel gezien in de weg staat. Hierbij dient inzichtelijk gemaakt te worden of sprake is van een te verwachten of feitelijke verontreiniging. Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Lage Enkweg 35 te Hierden. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 2. De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een woning ter plaatse van het onderzoeksterrein. Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin).

Vooronderzoek De onderzoekslocatie is gelegen aan de Lage Enkweg, naast nummer 35, te Hierden en is kadastraal bekend als Gemeente Harderwijk, sectie B, perceel 3028. De locatie is thans in gebruik als landbouwgrond en heeft een oppervlakte van ca. 500 m2.

Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit matig fijn, matig humeus zand. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,7 m-mv Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de bovengrond is een licht verhoogde waarde aan lood gemeten. Verder zijn er geen verhogingen aan de onderzochte parameters gemeten. Grondwater: In het grondwater zijn licht verhoogde waarden aan koper, molybdeen, nikkel en zink gemeten.

Aanbevelingen Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat zowel in de bovengrond als in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve formeel verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 34

risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein.

Conclusie Het aspect bodem levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Ecologie Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. De Wet natuurbescherming vormt het juridische kader voor natuurbescherming in Nederland. De verplichtingen voor de bescherming van natuurgebieden en de bescherming van plant- en diersoorten is vastgelegd in deze wet. Uitgangspunt van de wetgeving is een integrale bescherming van de aangewezen natuurwaarden en -gebieden. Het is verboden om, zonder vergunning, projecten of andere handelingen te realiseren / verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren of een verstorend effect kunnen hebben op aangewezen waarden. Er kan een tweedeling worden gemaakt in gebieds- en soortbescherming. Door Eco Reest BV is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van de Lage Enkweg 35 te Hierden. Dit rapport is opgenomen in Bijlage 3. Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een vrijstaande woning binnen de onderzoekslocatie. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is een beeld te krijgen van de aanwezige habitats en de voorkomende beschermde dier- en plantensoorten ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 500 m2 bestaat uit weiland.

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. De afstand tussen de onderzoekslocatie en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied (Veluwe) bedraagt circa een kilometer. Gezien de afstand en de lokale aard en omvang van het plan zijn negatieve effecten - met uitzondering van stikstofdepositie - op voorhand uitgesloten. Uit de stikstofberekening blijkt dat het plan zowel in de aanleg- als de gebruiksfase geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Het beoogde plan voor nieuwbouw aan de Lage Enkweg 35 te Hierden heeft daarmee géén negatief effect als gevolg van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de ruime afstand (ca. 1 km), het tussenliggende afschermende gebied en de lokale aard en beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

Soortenbescherming Binnen de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels als beschreven in de Wet natuurbescherming aangetroffen. Daarnaast zijn er geen beschermde soorten of potentiële nest- of verblijfplaatsen voor beschermde, ontheffingsplichtige soorten aangetroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=f560f38d-bba3-4411-b9d5-667546f790de