CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied - Lage Enkweg naast 35_Bijlagen.pdf

Raadsvergadering 18 februari 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - Lage Enkweg, naast 3522.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Aanmeldnotitie m.e.r.

Bijlage 2

Bodemonderzoek

Bijlage 3

Ecologisch onderzoek

Bijlage 4

Inrichtingstekening

Bijlage 5

Landschappelijk inpassingsplan

Bijlage 6 Watertoets Bijlagen bij regels Bijlage 1

Beleidsregel beroepen en bedrijven aan huis

Bijlage 2

Landschappelijk inpassingsplan

Bijlage 3

Landschapstypen

bestemmingsplan "Buitengebied - Lage Enkweg naast 35" (vastgesteld) 1

WITPAARD GEBIEDSONTWIKKELING

Behandeld Telefoon Project Onderwerp

Ruben Beens +31 88 600 67 20 Buitengebied - Lage Enkweg 35

Datum Dossiernummer

28 april 2020 0243.906SW19

Aanmeldnotitie m.e.r. Lage Enkweg 35

WITPAARD B.V. Dorpsweg 103,8271 BL IJsselmuiden T +31 88 600 67 20 E info@witpaard.nl

IBAN NL32 RABO 0166 3946 37 BIC RABONL2U KvK 54147492

Witpaard B.V. maakt deel uit van Van den Berg Groep - Lid BNSP

BTW NL851190753B01 ISO 9001:2015-14001 WITPAARD.NL

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

Inhoud

1. Inleiding

3

2. m.e.r.-plicht 4 3. De (vormvrije) M.E.R.-Beoordeling 4. Conclusie

2/15

10

15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

1. Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Lage Enkweg 35 is een plan opgesteld voor het realiseren van een woningen. Voor dit plan is momenteel een bestemmingsplan in voorbereiding. In deze rapportage is de toetsing aan het Besluit m.e.r. opgenomen. Uit de eerste toetsing is gebleken dat sprake is van een (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht (zie hoofdstuk 2). Het bevoegd gezag dient te besluiten of de realisatie van twee woningen al dan niet leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Onderhavige rapportage betreft de Aanmeldnotitie (vormvrije) m.e.r.beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag kan besluiten.

1.2 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt in de eerste plaats ingegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt beoogde plan, de activiteit, getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 3 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling.

3/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

2. m.e.r.-plicht 2.1 Wet en regelgeving

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. De milieueffectrapportageprocedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. Figuur 1.1 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van een directe m.e.r.-plicht, een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of van een (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht. Onderstaand zijn deze drie vormen nader toegelicht.

•.r -teoordiling (bi| baakwten uit kotom 4) plMHn i.r (bij plannen ixt kolom 3) vormvrifr mar -b*oo*d#t«r»g

2.1.1 De directe m.e.r.-plicht: (project of plan) milieueffectrapportage De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de C-lijst wordt overschreden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen.

4/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapport worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten. Plan- of project-m.e.r. Voor milieueffectrapportages wordt onderscheid gemaakt in een 'plan'-m.e.r. en in een 'project'm.e.r.. Kolom 3 van de bijlage (Besluit MER) bevat plannen die de gewenste activiteit mogelijk kunnen maken. Er is sprake van een plan als er na besluitvorming over het betreffende plan nóg een procedure (besluit) gevolgd moet worden om de activiteit mogelijk te maken. Het 'plan' is in dat geval kaderstellend voor nadien te nemen besluiten. Daarnaast is de plan-m.e.r. ook direct van toepassing op 'plannen' die worden opgesteld voor activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor deze activiteiten is dus geen m.e.r.-beoordeling mogelijk. Er is sprake van een besluit als er na besluitvorming geen andere procedures noodzakelijk zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit. Een besluit is project/activiteit specifiek en is niet kaderstellend voor nadien te nemen besluiten. De project-m.e.r. kan hierdoor heel specifiek de te ontwikkelen activiteit onderzoeken. Besluiten waarvoor een project-m.e.r.

noodzakelijk is komen voor in kolom 4 van de C-lijst. Beperkte of uitgebreide m.e.r.-procedure Er wordt onderscheid gemaakt in de uitgebreide m.e.r.-procedure en de beperkte m.e.r.-procedure. Voor alle plannen en voor bepaalde complexe besluiten is de uitgebreide m.e.r.-procedure direct van toepassing. De beperkte procedure is van toepassing voor een groot deel van de besluiten inzake (omgevings)vergunningen. Echter indien naast het besluit inzake de (omgevings)vergunning ook sprake is van één van de onderstaande situaties, is de uitgebreide m.e.r.-procedure van toepassing. Er dient in het kader van de activiteit ook een passende beoordeling worden opgesteld; Er voor de uitvoering van de activiteit tevens een omgevingsvergunning tot het afwijken van het bestemmingsplan (art. 2.12 lid 1 onder a onder 3 Wabo) noodzakelijk is; Er voor de besluit inzake de (omgevingsvergunning) ook tegelijkertijd een onlosmakelijk plan wordt opgesteld. Bij de beperkte procedure is het voortraject beknopter en zijn enkele stappen niet verplicht (zoals 'kennisgeving van het initiatief', advies over reikwijdte en detailniveau en geen verplichting in het voortraject de gelegenheid te bieden om zienswijzen in te dienen. Bovendien is het bij de beperkte procedure niet verplicht om de commissie-m.e.r. in te schakelen waardoor de daarmee gepaard gaande hoge kosten voorkomen kunnen worden.

5/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

2.1.2 De m.e.r.-beoordelinaplicht: de (formele) m.e.r.-beoordelina De wetgever heeft activiteiten aangewezen waarvan de gevolgen van de activiteit op het milieu niet bij voorbaat bekend is. Deze activiteiten zijn opgenomen op de D-lijst in de bijlage van het Besluit MER. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de D-lijst wordt overschreden, geldt de (formele) m.e.r.beoordelingsplicht. In de (formele) m.e.r.-beoordeling wordt middels het opstellen van een aanmeldingsnotitie beoordeeld of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden; er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op; er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r. procedure wordt doorlopen. Bij een m.e.r.-beoordeling is het vaak niet noodzakelijk om een diepgaand (en kostbaar) onderzoek uit te voeren om goede uitspraken te kunnen doen of de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Een m.e.r.-beoordeling geldt uitsluitend voor besluiten. Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de Dlijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan, dan geldt altijd en direct de m.e.r. plicht. De m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd aan de hand van een aantal vaste criteria.

Deze criteria zijn vastgelegd in Bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast dient een formele procedure te worden gevolgd. 2.1.3 De m.e.r.-beoordelinaplicht: de ívormvrije) m.e.r.-beoordelina De Nederlandse wetgever had (kleine) projecten die de drempelwaarden van de D-lijst van het Besluit MER niet overschrijden, als gevolg van de beperkte invloed op de omgeving, oorspronkelijk vrijgesteld van de MER-plicht. Het Besluit MER is echter door - hoofdzakelijk - 2 Europese uitspraken gewijzigd. Als gevolg van de eerste uitspraak is in 2011 ook voor 'kleine' activiteiten de 'vormvrije m.e.r.- beoordeling' geïntroduceerd. De inhoud en procedure van deze 'vormvrije m.e.r.beoordeling' waren daadwerkelijk vormvrij. Als gevolg van de tweede uitspraak is het Besluit MER in 2017 nogmaals aangepast en is de procedure en inhoud van de 'vormvrije' versie nagenoeg gelijk getrokken aan de m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het uitvoeren van een plan/project MER al dan niet noodzakelijk is. Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving.

De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in 'bijlage III van de Europese MER richtlijn'. In feite bestaat er nu slechts één m.e.r.-beoordeling en is het verschil tussen de 'vormvrije' en de 'formele' variant nagenoeg verdwenen.

6/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

2.2 Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

2.2.1 Is er sprake van een plan of een besluit Onderhavig plan betreft een bestemmingsplan dat de realisatie van één woning mogelijk maakt. Het bestemmingsplan is in dit geval een besluit omdat na besluitvorming geen andere procedures (die voorkomen in kolom 4) noodzakelijk zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit. 2.2.2 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het project activiteiten plaats vinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Dit zijn projecten met een dusdanige impact op de omgeving waarvan duidelijk is dat nadelige gevolgen voor het milieu niet bij voorbaat uitgesloten kunnen worden. Als er sprake is van m.e.r.plicht dient een Milieueffectrapport (MER) te worden opgesteld en gelden de bijbehorende procedurele vereisten (kennisgeving doen met zienswijzetermijn, MER ter visie leggen en toetsing door de Commissie voor de m.e.r.). Er kunnen drie oorzaken zijn, van waaruit direct een m.e.r.-plicht ontstaat. Voorwaarde 1: C-lijst Besluit Milieueffectrapportage De bijlage van het Besluit Milieueffectrapportage bevat twee lijsten (bijlagen C en D) waarin categorieën van activiteiten zijn opgenomen (kolom 1). Daarnaast wordt in de lijst de omvang beschreven in de vorm van de zgn. drempelwaarden (kolom 2).

Kom je boven de drempelwaarde van de C-lijst, dan dient gelijk een project/plan MER doorlopen te worden. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis van de bijlage is derhalve geen plan/projectm.e.r. noodzakelijk.

Voorwaarde 2: Passende Beoordeling Natuurbeschermingswet Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de We natuurbescherming nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Voor het onderhavige plan is het opstellen van een Passende Beoordeling niet nodig (zie paragraaf 3.3.1. ter onderbouwing hiervan). Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.plicht. Voorwaarde 3: Provinciale milieuverordening Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Gelderland heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt niet tot m.e.r.-plicht.

7/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

2.2.3 Er is sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van (formele) m.e.r.beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit MER het toetsingskader. Het onderhavige plan behoort in ieder geval tot de categorie "D11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen". De drempelwaarde (^. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) wordt echter niet overschreden. Het uitvoeren van een (formele) m.e.r.-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk. 2.2.4 Er is sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Omdat het onderhavige plan als activiteit voorkomt op de D-lijst, als plan en als besluit voorkomt in respectievelijk kolom 3 en 4 van de D-lijst, maar de drempelwaarden zoals opgenomen in de tweede kolom niet worden overschreden is het noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

2.2.5 Activiteiten waar mogelijk sprake van is Van de onderstaande activiteiten is mogelijkerwijs sprake: - Ontgrondingen: D16.1: De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D 16.2; Grondwateronttrekking: D15.2: De infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem alsmede de wijziging of uitbreiding van bestaande infiltraties en onttrekkingen. De drempelwaarden van beide activiteiten worden niet overschreden. Bovendien is in dit stadium nog niet duidelijk of sprake zal zijn van de activiteiten waarbij tevens sprake is van een besluit zoals opgenomen in kolom 4. Indien een vergunning voor deze activiteiten aangevraagd moet worden, zal in het kader van deze vergunningen met de provincie (ontgrondingen) en het waterschap (grondwateronttrekking) worden besloten of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is.

2.3 Procedure en betrokken partijen Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. Jan Kevelam is initiatiefnemer van het project voor deze (vormvrije) m.e.r.beoordelingsprocedure. In het project treedt de gemeente Harderwijk op als bevoegd gezag. De gemeente moet een bestemmingsplan vaststellen om dit plan mogelijk te maken.

8/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

Procedure De initiatiefnemer deelt aan het bevoegd gezag mede dat zij voornemens is een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit te realiseren. Dit doet de initiatiefnemer in deze aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid van een m.e.r.(-beoordeling). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie of er al of niet een m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Het besluit hoeft niet te worden gepubliceerd in de Staatscourant. Het (vormvrije) m.e.r.- beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: het ontwerp en vaststelling van het bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het te nemen besluit (in dit geval het bestemmingsplan).

9/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

3. De (vormvrije) M.E.R.-Beoordeling

3.1 De kenmerken van de activiteit

Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang van het project; b) de cumulatie met andere projecten; c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; d) de productie van afvalstoffen; e) verontreiniging en hinder; f) het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. Ad a. de omvang van het project Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Harderwijk en heeft een omvang van circa 1418 m2. Binnen het plangebied wordt één woning gerealiseerd Er wordt naast de realisatie van enkele parkeerplaatsen en een op/afrit op het eigen terrein geen nieuwe infrastructuur gerealiseerd. Het plan blijft binnen de bestaande structuren en binnen het eigen kadastrale perceel. De structuur van de omgeving blijft derhalve intact. De omvang van het gebied is niet zodanig groot dat dit een m.e.r. (beoordeling) rechtvaardigt. Ad b. cumulatie met andere projecten De realisatie van de woning betreft een op zichzelf staand project en maakt geen onderdeel uit van een grotere ontwikkelingslocatie. Van cumulatie met projecten buiten onderhavig plan is derhalve geen sprake. Ad c. gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook vernieuwbare bronnen, zoals hout, rubber, drinkwater en zuurstof.

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. De woning wordt immers gerealiseerd met steenachtige materialen, staal en hout; grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn.

10/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

Ad d. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van de woning en toekomstige huishoudelijke afvalstoffen tijdens het gebruik. De categorieën vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het doorlopen van een milieueffectrapportage. Ad e. verontreiniging en hinder Er is geen sprake van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er vanuit luchtkwaliteit, bodem, geluid, bedrijven en milieuzonering en geur geen belemmeringen bestaan voor het planvoornemen. Relevante verontreiniging en hinder als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied is niet aan de orde. Ad f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De realisatie van de woning betreft geen risicovolle inrichting. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen. Ad g. risico's voor menselijke gezondheid Er is geen sprake van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is.

In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er vanuit luchtkwaliteit, bodem, geluid, bedrijven en milieuzonering en geur geen belemmeringen bestaan voor het planvoornemen. Relevante risico's voor menselijke gezondheid als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied, door maximaal 1 huishouden, is niet aan de orde.

3.2 Plaats van het project

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) het bestaande grondgebruik, b) relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden:

11/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

1) 2) 3) 4) 5)

wetlands kustgebieden berg- en bosgebieden reservaten en natuurparken gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG ^ Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG ^ Habitatrichtlijn) 6) gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen 7) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid 8) landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Ad a. het bestaande grondgebruik Het plangebied is in de huidige situatie bestemd voor wonen, zonder bouwmogelijkheden. Het plangebied bestaat uit grasland en is als agrarisch in gebruik. Ad b. relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied In de huidige situatie bestaat het terrein uit grasland. In de huidige situatie is er derhalve geen sprake van een rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. Ad c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen van de in de opsomming genoemde (potentieel) waardevolle gebieden.

3.3 Kenmerken van het potentiele effect

Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) b) de aard van het effect c) het grensoverschrijdend karakter van het effect d) de intensiteit en de complexiteit van het effect e) de waarschijnlijkheid van het effect f) de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

g) de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Het potentiële effect van de activiteit is vanwege de aard en omvang zeer beperkt, voor wat betreft het fysieke bereik en de grootte van de getroffen bevolking. Om een beeld te schetsen van de specifieke effecten wordt in de navolgende paragrafen per deelaspect het effect weergegeven en wordt vanwege de verwaarloosbare effecten niet specifiek stilgestaan bij de bovenstaande punten.

3.3.1 Natuur Het plangebied bestaat momenteel uit grasland. Een grasland betreft geen bijzondere omgeving die geschikt is op het voorkomen van (beschermde) flora en fauna. Om dit aan te tonen is voor het bestemmingsplan een natuuronderzoek uitgevoerd inclusief veldbezoek. Uit de quickscan natuur blijkt dat het planvoornemen niet is gelegen in of nabij een natura 2000 gebied en ook buiten de door de provincie Gelderland aangewezen GNN en GO gebieden. Ter plaatse van het plangebied en in de directe omgeving zijn geen beschermde soorten of verblijfsplaatsen aangetroffen. Gezien dit natuuronderzoek wordt geconcludeerd dat het aspect natuur geen belemmering vormt. 3.3.2 Verkeer Verkeersgeneratie Binnen het plangebied wordt één woning gerealiseerd. Het aantal verkeersbewegingen die deze woning genereerd is nihil. De Lage Enkweg is erop gericht om het verkeer van de woningen en campings in de omgeving van het plangebied te verwerken. De geringe toename van het aantal verkeersbewegingen naar aanleiding van de ontwikkeling in het plangebied zal dan ook geen invloed uitoefenen op het verkeersafwikkelende vermogen van de Lage Enkweg. Voorliggend plan zorgt dan ook niet voor een verslechtering van de verkeerssituatie ter plaatse. Parkeren Voor het planvoornemen is een parkeernorm van 1,8 maal 1,3 = 2,34 parkeerplaatsen van toepassing.

In het plangebied is voldoende ruimte om de benodigde parkeervoorzieningen op eigen erf te realiseren. Onderhavige ontwikkeling kan hierdoor ruimschoots voldoen aan de norm. Ook het aspect parkeren zorgt niet voor belemmeringen voor de uitvoering van voorliggend plan.

13/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

3.3.3 Akoestiek In het onderhavige plan worden geen functies gerealiseerd die geluid produceren. Dit aspect is derhalve niet van toepassing. 3.3.4 Luchtkwaliteit In het onderhavige plangebied wordt maximaal één woning gerealiseerd. De realisatie van de woning an sich en de daaraan gepaard gaande verkeersgeneratie heeft een zeer beperkte invloed op de luchtkwaliteit in de directe omgeving. Een onderzoek is echter niet noodzakelijk omdat het plan valt onder één van de categorieën (1.500 woningen) die automatisch niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het effect van het onderhavige plan op de luchtkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. 3.3.5 Externe veiligheid In het onderhavige plan worden geen risicovolle bronnen gerealiseerd. Dit aspect is derhalve niet van toepassing.

3.3.6 Bodem In het onderhavige plan wordt één woning gerealiseerd. Woningen zijn geen potentiele verontreinigingsbronnen voor de bodem. Het effect van het onderhavige plan op de bodemkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. 3.3.7 Archeologie Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. Hiervoor geldt dat er archeologisch vooronderzoek bij plangebieden groter dan 5.000 m2 noodzakelijk is. De woning die wordt gebouwd en het bijhorende erf is kleiner dan deze 5000 m2 en archeologisch onderzoek kan daarom achterwege blijven en nadelige effecten zijn niet te verwachten. 3.3.8 Overige effecten Gezien de aard van de ontwikkeling, zijn er geen andere effecten te verwachten.

14/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

WITPAARD GEBIEDSONT WIKKELING

4. Conclusie De activiteiten die mogelijk worden gemaakt in het (ontwerp) bestemmingsplan voor de Omgeving Lage Enkweg 35 zijn, gelet op de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het voorstel is om de gemeenteraad van de gemeente Harderwijk op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

15/15

ONTWERPT DE RUIMTE VOOR MORGEN

MILIEU

ADVIESBUREAU

Ec

Reest

Advies vanuit een groen

Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Lage Enkweg 35 te Hierden

projectnummer

192136

Ş'#’; įf 0r~

'•tŤmįļr*' * - ív;

W0

l

İ&&*' urn

py‘f'ĩ-1

. f' ĴA

-y t \ V

!ÊİĴ0**-

'•/-'•V

A

iįir

v 'í&r

mm

- ŕ'i '

'Uī* i

Pagina 2 van 16

Reest

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden 192136 2.0 H.E. Starre J.R.W. Staal

rvÿM^"' ijįM 28 april 2020 Witpaard B.V. Dhr. J. Drenth Dorpsweg 103, 8271 BL IJSSELMUIDEN

UITGEVOERD DOOR

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl

Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Lage Enkweg te Hierden, in opdracht van Witpaard B.V. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 3 van 16

Reest

INHOUD 1. 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

INLEIDING........................................................................................................................ 4 Aanleiding en doelstelling.............................................................................................................4 Kwaliteitsborging algemeen..........................................................................................................4 Kwaliteitsborging onderzoek ........................................................................................................ 4 Normen onderzoeksstrategie...................................................................................................... 5 Veldwerkzaamheden.................................................................................................................. 5 Laboratoriumwerkzaamheden.................................................................................................... 5 Leeswijzer .................................................................................................................................... 6

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)................................................................................ 7 Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek...............................................................................7 Stap 1; aanleiding vooronderzoek.................................................................................................7 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................ 7 Samenvatting vooronderzoek.......................................................................................................8 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek........................................................................8 Afwijkingen vooronderzoek ......................................................................................................... 8 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)...........................................................9

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

VELDWERKZAAMHEDEN .............................................................................................. 10 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) .................................... 10 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)............................................................ 10 Bodemopbouw........................................................................................................................... 11 Zintuiglijke waarnemingen ......................................................................................................... 11 Afwijkingen protocollen ............................................................................................................. 11 Afwijkingen strategie(ën) ........................................................................................................... 11

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING.......................................................................... 12 Analysemonsters.........................................................................................................................12 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................ 12 Toetsing analyseresultaten......................................................................................................... 12 Milieuhygiënische kwaliteit grond.............................................................................................. 13 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater .................................................................................... 14

5. 5.1 5.2

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ................................................................................. 15 Samenvatting..............................................................................................................................15 Conclusies en aanbevelingen.......................................................................................................16

BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden

jįÁtSIVĵ.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 4 van 16

Reest

1. INLEIDING In opdracht van Witpaard B.V. is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Lage Enkweg (naast nr. 35) te Hierden. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.

1.1 Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een woning ter plaatse van het onderzoeksterrein. Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin).

Kwaliteitsborging algemeen 1.2 Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren:

ISO 9001:2015

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens "NEN-EN-ISO 9001:2015", voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.

1.3 Kwaliteitsborging onderzoek De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 5 van 16

1.3.1

Reest

Normen onderzoeksstrategie

In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen

Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek

Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1:2016

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk Ş 2.6 "Afwijkingen vooronderzoek" en Ş 3.6 "Afwijkingen strategie(ën)". 1.3.2

Veldwerkzaamheden

Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek", waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" en SIKB protocol 2002 "Het nemen van grondwatermonsters". De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in tabel 1.2. Tabel 1.2 Betrokken veldwerkers

Aspect onderzoek Uitvoering monsterneming grond Uitvoering monsterneming grondwater

Toegepaste protocol SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002

Erkend veldmedewerker Dhr. W.B. Aasman Dhr. W.B. Aasman

Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in Ş 3.5 "Afwijkingen protocollen". De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/ 1.3.3

Laboratoriumwerkzaamheden

De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 "Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek", waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 "Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters".

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 6 van 16

Reest

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in Ş 4.2 "Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden".

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 7 van 16

Reest

2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.

2.1 Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.2 Stap 1; aanleiding vooronderzoek De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1

2.3 Stap 2; onderzoeksvragen Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie__________________________________________________

Onderzoeksaspecten

Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw

Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0 V V V V V

F

G

V

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 8 van 16

Reest

Onderzoeksaspecten

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Antopogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

Aanleidingen tot vooronderzoek V V V V V

V

V V

V

V V V V V

V

V

V

V

0 V

V V

V V

V V

V

0 V V

V

V V

V V 0 V

V

V

V

V V

Terreinverkenning V Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In Ş 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.

2.4 Samenvatting vooronderzoek Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt de Lage Enkweg, naast nummer 35, te Hierden. De locatie is kadastraal bekend als Gemeente Harderwijk, Sectie B, nr. 3028. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 500 m2, bestaat uit een deel van een weiland en is geheel onverhard. De onderzoekslocatie is voor zover bekend altijd ingebruik geweest als landbouwgrond. Ten tijde van de locatie inspectie was het in gebruik voor aardappelteelt en het weiden van rundvee.

2.5 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar. 2.6 Afwijkingen vooronderzoek Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.

we«s|Vŵ,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 9 van 16

Reest

2.7 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740) Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, Ş 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie. De locatie is voorts aangemerkt als onverdacht voor het voorkomen van asbestverontreiniging.

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 10 van 16

Reest

3. VELDWERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.

3.1 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 16 september en het grondwater is bemonsterd op 23 september 2019. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 4 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 3 t/m 6) en 2 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 1 en 2). Boring 1 is vervolgens doorgezet tot 3,2 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,2-3,2 m-mv, grondwaterstand 1,7 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.

3.2 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: ^ Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; ^ Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; ^ De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744

Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 0.45 (pS/cm) -

Laatste meting Zuurgraad 5.8 (pH) Geleidingsvermogen 0.44 (pS/cm) Troebelheid 10.4 (ntu)

Beoordeling NVT Voldoet Troebel

Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat.

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 11 van 16

Reest

3.3 Bodemopbouw De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie

Diepte (m-mv)

Omschrjving

0,0 0,5 1,0 2,0

Matig fijn plaatselijk humeus zand Matig fijn zand Matig fijn zand Matig grof zand Diepst verkende bodemlaag

- 0,5 - 1,0 - 2,0 - 3,2 3,2

Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 1,68 m-mv.

3.4 Zintuiglijke waarnemingen Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie

Meetpunt 1 1 2 2

Diepte (m-mv) 1,0 - 2,0 2,0 - 3,2 0,5 - 1,5 1,5 - 2,0

Einddiepte boring (m-mv) 3,2 3,2 2,0 2,0

Zintuigljke waarneming Matig grind Laagjes grind Resten grind Sporen roest

Sporen/resten/brokjes/laagjes (bijmenging 6/7/8^): < Wo Matig (bijmenging 2): 5-15 % Op basis van tabel 3.3 blijkt, dat in de monsterpunten 1 en 2 in de ondergrond sprake is van matige bijmenging aan grind. Verder zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.

3.5 Afwijkingen protocollen Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen. 3.6 Afwijkingen strategie(ën) Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:20097A1: 2016 naar voren gekomen.

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 12 van 16

Reest

4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).

4.1 Analysemonsters In tabel 4.1 zijn de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater

Grondmonster Mp. 1 t/m 6 Mp. 1 en 2

Diepte (m-mv) 0,0 - 0,5 0,5 - 2,0

Motivatie bovengrond ondergrond

Analyse Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem

Grondwatermonster Pb. 1

Filterstelling (m-mv) 2.2 -3.2

Motivatie grondwater

Analyse Standaardpakket grondwater

Het analysepakket "standaardpakket bodem" genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket "standaardpakket water" bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.

4.2 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters. 4.3 Toetsing analyseresultaten De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25%. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 13 van 16

Reest

afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden

Concentratieniveau

Weergave tabellen

Betekenis

ś AW-waarde of S-waarde Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde (of < detectiegrens) of streefwaarde gemeten > AW-waarde of S-waarde Lichte verhoging gemeten > I-waarde Sterke verhoging gemeten Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)

Weergave bijlage 5 * *** (v)

Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.

4.4 Milieuhygiënische kwaliteit grond In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing

Mp. 1 t/m 6

Diepte (m-mv) 0,0 - 0,5

Mp. 1 en 2

0,5 - 2,0

Grondmonster

Motivatie

Analyseresu ltaten

Bovengrond

Lood > AW

ondergrond

-

Uit tabel 4.3 blijkt dat in de bovengrond van de onderzoekslocatie sprake is van een licht verhoogde waarde aan lood. Verhoogde waarden van zware metalen worden vaker aangetroffen in de omgeving van bewoond gebied en zijn veelal veroorzaakt door lokale depositie van deze stoffen. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde.

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 14 van 16

Reest

4.5 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing

Grondwater­ monster Pb. 1

Filterstelling (m-mv) 2,2 - 3,2

Motivatie

Analyseresu ltaten

Grondwater

Koper, Molybdeen, Nikkel en Zink > S

Uit tabel 4.4 blijkt dat in het grondwater van peilbuis 1 licht verhoogde concentraties aan koper, molybdeen, nikkel en zink zijn gemeten. Deze gehalten zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Daarnaast is mogelijk het agrarische gebruik ter plaatse van invloed geweest op de verhoogd aangetroffen waarden. Verder zijn er in het grondwatermonster geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Daar er geen organische parameters in het verhoogde mate zijn aangetroffen wordt geconcludeerd dat de troebelheid van het grondwater (NTU > 10) niet van invloed is geweest op de kwaliteit van de analyse van het grondwater.

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 15 van 16

Reest

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.

5.1 Samenvatting In opdracht van Witpaard B.V. is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Lage Enkweg 35 te Hierden. De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een woning ter plaatse van het onderzoeksterrein. Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin).

Vooronderzoek De onderzoekslocatie is gelegen aan de Lage Enkweg, naast nummer 35, te Hierden en is kadastraal bekend als Gemeente Harderwijk, sectie B, perceel 3028. De locatie is thans in gebruik als landbouwgrond en heeft een oppervlakte van ca. 500 m2. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit matig fijn, matig humeus zand. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,7 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de bovengrond is een licht verhoogde waarde aan lood gemeten. Verder zijn er geen verhogingen aan de onderzochte parameters gemeten. Grondwater: In het grondwater zijn licht verhoogde waarden aan koper, molybdeen, nikkel en zink gemeten.

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

Pagina 16 van 16

Reest

5.2 Conclusies en aanbevelingen Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat zowel in de bovengrond als in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve formeel verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV H.E. Starre

we'\s,va,

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Lage Enkweg 35 te Hierden (kenmerk: 192136)

BIJLAGE 1

Behoort bij rapport: Lage Enkweg (nabij 35) Hierden 192136

Bijlage 1.1

Regionale ligging

.

, |... .

,

Hulshorst

Broodje Lorentz

VMBMB

Hierden Lage Enkweg 35

Frankrijk

Harderw ik

L«ü4*nLllTlftctl

foto 1

foto 2

foto 3

3028

f2

f3

Legenda O Boring © Diepe boring ® Peilbuis — Onderzoeksterrein ^ Gras/onverhard

OP D RAC HTG EV E R

Witpaard B.V.

MILIEU

ON D E RZO E KS LOCATI E

TEKENAAR

AM/pkd AUTHORISATOR

JRS WERKNUMMER

192136

SCHAAL

1: 500

vestigingen in: Zuidwolde Appingedam Almere

FORMAAT

A3 BIJLAGE

IVIESBUREAU

Reest

Lage Enkweg (nabij 35) Hierden

DATUM

30-09-2019

WIJZ.NR

C0

R:\1- Projecten\2019\Hierden.192136.V0\5. Tekeningen\Hierden.192136.dwg

BIJLAGE 2

Behoort bij rapport: Lage Enkweg (nabij 35) Hierden 192136

VOORONDERZOEK NEN 5725:2017 Stap 1 Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek

Bijlage 2

Aanleiding voor het vooronderzoek A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1

Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beinvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

A 0 V V V V V V V V

Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 V V V V V V V V V V V V V V V V V V V 0 V V V V V V V 0 V V V V V 0 V V V V

V Terreinverkenning V Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

G

V V V V V

V

Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.

Pagina 2 van 5

Onderzoeksvraag (aanleiding A) Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?

Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie (Kadaster BAG) Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis) Gemeente

Bodemloket

Terreininspectie Verwachting archeologie (archeologische waarde) Niet Gesprongen Explosieven Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? (aangeven op locatieoverzicht)

Antwoord en motivatie Adres (x/y-coördinaten): Kadastrale aanduiding: Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever): Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Afbakening onderzoekslocatie voldoende? Dhr Marco Wernsen

Reest Lage Enkweg 35 te Hierden (x.175234-y.484797) Gemeente Harderwijk, sectie B, perceel 4341 (deels) Nieuw te bouwen woning en omliggend terrein Bijlage 1.2 Ja

-

Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. Geen bebouwing Op de historische kaarten van 1900 tot aan het heden is ter plaatse van de onderzoekslocatie altijd landbouwgrond zichtbaar. Bij de Gemeente Harderwijk is één vooronderzoek dossier beschikbaar (Bkv. Nr 1182) Het betreft het vooronderzoek naar naastliggend perceel met aanbeveling tot verkennend bodemonderzoek in verband met voornemen tot vernieuwen van de woning. Rapport bodemloket GEO24301123 op naastgelegen perceel verontreinigde (onderzochte) activiteiten: een faecaliënstortplaats. Start van het onderzoek 1974. Rapport bodemloket GEO24301951 op naastgelegen perceel historisch onderzoek uitgevoerd door GrondVitaal b.v. Datum rapport 18-06-2003. Rapport bodemloket GEO24300385 op naastgelegen perceel verontreinigde (onderzochte) activiteiten: Wegfundering/wegverharding met asbest (901001) door Arcadis uitgevoerde sanerings evaluatie onder nummer 110301/OF0/067/001770 Datum rapport 31-05-2010. Het onderzoeksterrein heeft een oppervlakte van circa 500mr en bestaat uit gras en braakliggend terrein Hoge trefkans JA Informatiebron Locatie en verdacht aspect Verdachte parameter Rapport bodemloket Faecaliënstortplaats (900035) Rapport bodemloket Wegfundering/verharding met asbest Asbest (901001)De bodemfunctieklassen en de bodemklal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=ee0ad4f7-32ba-4735-8111-4a547ffd41d7