CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied - Het Verscholen Dorp (T+R).pdf

Commissie Ruimte 15 december 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Het Verscholen Dorp13.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Commentaar Zie onze reactie op opmerking 6.1. Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan biedt juist een publiekrechtelijke borging van het recreatieve gebruik in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Opmerking 6.11 Indiener geeft aan dat er in de toelichting subjectieve aannames staan die zij graag onderbouwd en geverifieerd wil zien voordat die als waarheden aan te nemen zijn. Indiener plaatst vraagtekens bij de aanname dat de structuurvisie mogelijkheden biedt voor de verdere recreatieve ontwikkeling van kansrijke vakantieparken, zoals Bungalowpark Het Verscholen Dorp aan de Boslaan 2 te Harderwijk. Er is volgens indiener geen objectief bewijs waaruit blijkt dat Het Verscholen Dorp kansrijk is. Uit een WOB verzoek blijkt dat de gemeente geen eigen onderzoek heeft gedaan. De onderbouwing dat het park kansrijk is, is volgens indiener enkel gebaseerd op de toekomstvisie van exploitant Hidden Village. Indiener merkt op dat het vastgestelde beleid voor Winterwonen bevestigt dat Het Verscholen Dorp niet kansrijk is om een jaar rond recreatief rendabel te zijn. Winterwonen zou volgens indiener immers niet nodig zijn op een park dat recreatief kansrijk is. Commentaar Voor ons is het van belang dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

De publiekrechtelijke borging van de centrale bedrijfsmatige exploitatie, het recreatieve gebruik alsmede het verbod op permanente bewoning is van belang. Verwezen wordt onder meer naar ons antwoord bij

- 14 -

opmerking 6.1. Opmerking 6.12 Indiener is het niet eens met de zin In samenwerking met de exploitant van Het Verscholen Dorp wil de gemeente aan deze ongewenste situatie een halt toeroepen. Het uitgepond zijn van percelen op het park is volgens indiener niet ongewenst, maar juist gewenst. Indiener geeft aan dat de gemeente bij het ontstaan van het park in 1990 bewust heeft gekozen voor uitponden. Indiener vraagt zich dan ook af, hoe kan dat dan nu opeens na 30 jaar ongewenst kan zijn? Commentaar Ter bevordering van de vitaliteit is het wenselijk het verblijfsrecreatieve karakter zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk te borgen en de verantwoordelijkheden hiervoor bij één partij onder te brengen. Het beheer, het onderhoud en de exploitatie van algemene voorzieningen, de infrastructuur en de recreatiewoningen liggen dan bij één partij: de gecentraliseerde exploitant/beheerder van het vakantiepark. Hiermee wordt de eenheid van het park en het recreatief-toeristisch gebruik bevorderd en voorkomen dat onderhoud uitblijft en dat het vakantiepark onderhoudsmatig en qua veiligheid achteruitgaat. Hierdoor wordt het toeristische en verblijfsrecreatieve karakter bevorderd, behouden en versterkt. Tegelijkertijd wordt afwijkend gebruik (waaronder onrechtmatige permanente bewoning) door afzonderlijke eigenaren niet toegestaan en kan daar beter tegen worden opgetreden.

Een versnipperde beheer situatie belemmert de ontwikkeling, innovatie en duidelijke vermarkting van het recreatiepark, omdat niet alle kavels en/of recreatiewoningeenheden in één hand zijn. Er is dan minder tot geen invloed en grip op hoe de individuele eigenaar zijn recreatiewoning gebruikt, verhuurt en/of vermarkt. Deze situatie zorgt voor verwarring en vaak onwenselijke situaties door geen uniform prijsbeleid en geen uniforme uitstraling van het vakantiepark en de te verhuren recreatieobjecten. Dit staat een duurzame, verblijfsrecreatieve exploitatie van het vakantiepark in de weg. Opmerking 6.13 Indiener is van mening dat centrale bedrijfsmatige exploitatie niet tot een aantrekkelijker terrein leidt. Iedereen moet zich nu al aan de regels houden die op het recreatieterrein gelden en dat staat los van centrale bedrijfsmatige verhuur. Mocht de achterliggende gedachte bij deze stelling zijn dat een toename van inkomsten bij Hidden Village zal leiden tot meer investeringen in de gemeenschappelijke voorzieningen op het terrein, dan is dat volgens indiener onjuist. Investeringen worden volgens indiener namelijk wel gedaan door Hidden Village maar via de parklasten doorbelast aan de eigenaren volgens afgesproken regels, waarbij zelfs de rente over investeringen door de eigenaren wordt betaald.

Volgens indiener blijkt uit cijfers van de kamer van koophandel dat Hidden Village aanzienlijke winsten heeft gemaakt de afgelopen járen, waardoor er geen sprake is van een gebrek aan vermogen om te kunnen investeren, mochten zij dat willen. Commentaar In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het vooral van belang dat er naast de huidige privaatrechtelijke borging (waarbij de gemeente dus geen partij is) sprake is van een publiekrechtelijke borging van het (verblijfs)recreatieve karakter van het recreatiepark en dat de centrale bedrijfsmatige exploitatie hiervan duurzaam publiekrechtelijk geborgd blijft. Opmerking 6.14 Het is indiener onduidelijk hoe de gemeente om zal gaan met een exploitant die een recreatiecomplex aantoonbaar niet rendabel kan exploiteren. Als er nu maatregelen genomen zouden moeten worden om het recreatieve product te versterken, dan zou volgens indiener het beëindigen van het Winterwonen een logische eerste stap zijn en niet het verplicht stellen van centrale bedrijfsmatige exploitatie. Commentaar Het beleid Winterwonen staat los van dit ontwerpbestemmingsplan. Indien er aanleiding bestaat om het beleid Winterwonen aan te passen, dan is dat een andere procedure. Dit staat los van de ruimtelijke relevantie van dit ontwerpbestemmingsplan.

- 15 -

Deelconclusie: De zienswijze wordt niet gedeeld. Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd te laten vaststellen.

Zienswijze 7. Er zijn 36 gelijkluidende zienswijzen ingediend op basis van een uniforme brief. Opmerking 7.1 Indieners geven aan dat ingebruikgeving van recreatieve voorzieningen aan derden, anders dan via gecentraliseerde bedrijfsmatige exploitatie en beheer nu als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Hierdoor mogen indieners niet langer familie, vrienden en bekenden de gelegenheid bieden – al dan niet tegen een vergoeding - om enkele dagen of weken in hun recreatieverbliif door te brengen. Ook verhuur van hun verblijf op commerciële basis, al dan niet door indieners zelf, eventueel met behulp van platforms als AirBnB of Booking.com, of door verhuur uit handen te geven aan bijvoorbeeld een organisatie als Belvilla is volgens indieners niet meer mogelijk. Indieners geven aan dat zodra zij recreatief gebruik door anderen willen toestaan, zelfs als het familie en vrienden betreft, zij hen moet verwijzen naar de centrale exploitant. Zij zullen dan met deze exploitant een huurcontract moeten sluiten. De huur komt volgens indieners vervolgens deels ten goede aan de exploitant en dus maar voor een beperkt deel aan de indieners als eigenaren. Elke concurrentie op het park zelf wordt hiermee volgens indieners uitgeschakeld. Daarnaast zijn indieners van mening dat de verplichte inschakeling van de centrale exploitant ongetwijfeld een prijsopdrijvend effect zal hebben.

Tot slot geven indieners aan dat als zij kiezen voor gebruik van hun verblijf door derden en daarover contracteren met de exploitant, dat dan de exploitant de condities bepaalt waaronder dat gebeurt. Indieners zijn juist van mening dat verplichte centrale bedrijfsmatig exploitatie op geen enkele wijze garant staat voor recreatief gebruik. Het “Winterverhuur” is volgens indieners een tegenstrijdigheid met de doelen die hun statuten bepalen. Bovendien merken indieners op dat de centrale bedrijfsmatige exploitant twee petten op heeft. Ze exploiteren namelijk eigen vakantiewoningen. Indieners vragen zich dan ook af of ze niet eerst zelf de eigen verblijven vol plannen en dan de rest? Wie bepaalt dit? Commentaar Wij verwijzen naar onze antwoorden bij de opmerkingen 6.1 en 6.3. Het is voor een eigenaar altijd mogelijk om zelf gasten aan te brengen voor de eigen accommodatie, als dan niet via eigen advertentiecampagnes of anderszins. In dat geval hanteert de exploitant een gereduceerde provisie van 15%. Dit betekent dat een eigenaar ook zijn accommodatie via een portal als AirBnB, Micazu of Booking.com kan aanmelden en vermarkten. De daadwerkelijke afspraken daarover worden vastgelegd in een private beheer- en exploitatieovereenkomst tussen eigenaar en exploitant. Wat betreft het reserveringssysteem geeft exploitant aan dat het reserveringssysteem een doelstelling instelling heeft.

Dit houdt in dat alle accommodaties van eenzelfde/ bepaald type ongeveer dezelfde omzet hebben aan het eind van het jaar. Er is een aantal factoren die de jaarlijkse omzet positief, als ook negatief kunnen beïnvloeden. Dit zijn bijvoorbeeld voorkeur boekingen; een bepaalde ligging in het park en/of accommodaties die er uitzonderlijk goed uit zien worden vaker geboekt. Andersom, accommodaties die niet gerenoveerd zijn of achterstallig onderhoud vertonen, hebben een lagere omzet. Exploitant geeft aan dat al haar verblijven presteren in dezelfde lijn als de rest van de accommodaties. Dat wil zeggen dat zij geen voorkeursbehandeling genieten ten opzichte van de rest. De verdeling van reserveringen bepaalt in eerste instantie het systeem. Vervolgens kunnen de receptie medewerkers de toewijzing van accommodaties wijzigen, mocht dit nodig zijn nadat de aard van de reservering is bekeken, denk aan specifieke wensen qua ligging, bepaalde accommodaties, groepsreserveringen etc.. Opmerking 7.2 Indieners vragen zich af welk algemeen gemeentelijk belang door de gecentraliseerde bedrijfsmatige exploitatie gediend kan zijn. Het tegen gaan van permanente bewoning kan niet door de voorgestelde regeling worden gerechtvaardigd.

Indieners zijn van mening dat uit jurisprudentie blijkt dat als een gemeenteraad een bestemmingsplan vaststelt met daarin een wintersluiting en dit uitsluitend is ingegeven door het motief om permanente bewoning tegen te gaan, dit niet is toegestaan. Een dergelijke beperking van het gebruik voor

- 16 -

eigenaren van recreatieverblijven is volgens indieners een inbreuk op het eigendomsrecht en in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht en met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens (het recht op het ongestoorde genot van de eigendom). De voorgestelde beperking van de gebruiksmogelijkheden van hun recreatieverblijf zijn volgens indieners vergaand in vergelijking met de huidige gebruiksmogelijkheden. Commentaar Wij verwijzen naar onze antwoord bij opmerking 6.1. Bovendien kan de aangehaalde jurisprudentie van indieners over wintersluiting niet worden vergeleken met voorliggende situatie. Indieners worden namelijk niet beperkt in tijd dat zij hun eigen recreatieverblijf kunnen gebruiken. Het park blijft namelijk 365 dagen per jaar geopend. Bovendien blijft verhuur mogelijk, alleen via de centrale exploitant. Opmerking 7.3 Indieners geven aan dat een gemeenteraad wel in een bestemmingsplan de eis kan stellen dat een recreatiepark bedrijfsmatig moet worden geëxploiteerd, maar dat dit wel vooraf moet gebeuren, dus voordat het park wordt gebouwd en in gebruik wordt genomen. Achteraf, als het park eenmaal in gebruik is, mag dit volgens indieners niet meer.

Dit blijkt volgens indieners uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 november 2005 (LJN AU5840) over het toenmalige bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Harderwijk. Dit wordt volgens indieners nog eens bevestigd door een uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2738). Als een park alleen nog maar gedeeltelijk bedrijfsmatig word geëxploiteerd dan zou het volgens de afdeling te ver gaan om deze eis van verplichte bedrijfsmatige exploitatie ook te stellen aan de eigenaren van tweede woningen die de woning voor eigen gebruik of eigen verhuur hadden. Commentaar Wij volgen indiener niet in haar standpunt en verwijzen voor de beantwoording van deze opmerking naar ons commentaar bij opmerking 6.1. Wij benadrukken daarnaast dat naast de bedrijfsmatige exploitatie ook eigen recreatief gebruik is en blijft toegestaan. Opmerking 7.4 Indieners zijn van mening dat de voorgestelde gebruiksbeperking in strijd is met de rechtszekerheid. Een eigenaar moet volgens indieners kunnen vertrouwen op de gebruiksmogelijkheden van zijn recreatieverblijf zoals die in het bestemmingsplan zijn vastgelegd en hij hoeft er niet op bedacht te zijn dat daarin onverhoeds ingrijpende beperkingen worden aangebracht.

Mocht het bestemmingsplan onherroepelijk worden, dan zullen indieners een verzoek om planschade indienen door de waardevermindering van hun recreatieverblijf. Commentaar Het wijzigen van een bestemmingsplan is een mogelijkheid dat bij een wet in formele zin is gegeven en dit is niet in strijd met de rechtszekerheid. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van bestemmingsplannen beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Om deze reden is dan ook centrale bedrijfsmatige exploitatie voor de wisselende verhuur verplicht gesteld. In het bestemmingsplan is bovendien met een verandering rekening gehouden door het opnemen van overgangsrecht. Gelet op de huidige situatie zal echter het huidige gebruik van de recreatiewoningen niet (of nauwelijks) afwijken van het toekomstige toegestane gebruik. Een feitelijk gebruik van het overgangsrecht zal dan ook niet of nauwelijks aan de orde zijn. Indien een eigenaar meent toch schade te ondervinden van dit bestemmingsplan, dan bestaat de mogelijkheid tot het verzoek om planschade. Opmerking 7.5 Indieners zijn van mening dat het voorgestelde bestemmingsplan een vergaande en ongerechtvaardigde inbreuk maakt op het fundamentele rechtsbeginsel van de contractsvrijheid.

Dit beginsel houdt in dat het partijen vrij staat een overeenkomst te sluiten met wie zij wensen, met de inhoud die zij wensen en op het moment dat zij wensen. Als eigenaren van een recreatieverblijf staat het volgens indieners straks niet meer vrij om over het gebruik ervan te contracteren met wie zij willen en op hun eigen voorwaarden. Indieners geven aan dat zij straks verplicht zijn om de exploitatie uit handen te geven aan een bedrijf dat op dit moment maar een beperkt deel van het park in eigendom heeft en bedrijfsmatig exploiteert, maar dat straks als gevolg van dit bestemmingsplan een monopolie

- 17 -

krijgt op de verhuur van de recreatieverblijven op Het Verscholen Dorp. In het licht van het beginsel van de contractsvrijheid is dit volgens indieners onbestaanbaar. Commentaar Wij verwijzen hiervoor naar ons antwoord op opmerking 6.1 en benadrukken bovendien het volgende ten aanzien van de contractsvrijheid en het door indieners gestelde fundamentele eigendomsrecht. Dat het bestemmingsplan beperkingen oplegt vormt op zichzelf geen belemmering. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (ECLI:NL:RVS:2014:1565), laat artikel 8 van het EVRM en 1 van het Eerste protocol bij het EVRM onverlet de toepassing van wetten die noodzakelijk kunnen worden geacht om het gebruik van de eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang (vergelijk de uitspraak van 14 april 2010, zaaknummer 200907391/1/H2) en is een bestemmingsplanregeling een zodanige regulering (vergelijk de uitspraak van 12 november 2003, zaaknummer 200301877/1). In het licht van de beleidsvrijheid bij het vaststellen van nieuwe bestemmingen en regels en evenwichtige wijze van de afweging van belangen is er geen aanleiding dat de oplegging van de centrale bedrijfsmatige exploitatie in strijd is met fundamenteel recht. Dit betreft een rechtmatige regulering van het eigendom. Zie ook Gst. 2004, 78. Deelconclusie: De zienswijze wordt niet gedeeld.

Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd te laten vaststellen.

Zienswijze 8 Deze zienswijze is identiek aan zienswijze 7 met uitzondering van de gedetailleerde berekening van planschade en een extra verwijzing naar relevante jurisprudentie. Daarom zijn uitsluitend die bezwaren hieronder samengevat en beantwoord. Opmerking 8.1 Mocht het bestemmingsplan onherroepelijk worden, dan zal indiener een verzoek om planschade indienen door de waardevermindering van zijn recreatieverblijf. Indiener stelt de planschade voor zijn bungalow op totaal € 51.250 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip dat “bestemmingsplan Buitengebied – Het Verscholen Dorp” definitief wordt vastgesteld. De huidige waarde van de bungalow is volgens indiener thans € 205.000. Indiener heeft het planschadebedrag berekend op 1/4 deel van de huidige (getaxeerde) waarde omdat er sprake is van een substantiële wijziging. Commentaar Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Opmerking 8.2 Indiener geeft aan dat er de nodige jurisprudentie is op grond waarvan kan worden gesteld dat de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan op gespannen voet staat met het bedrijven van deugdelijke ruimtelijke ordening. Indiener verwijst naar ECLI:NL:RVS:2006:AW1263, de uitspraak van 9 november 2005, zaaknummer200405773/1 en ECLI:NL:RVS:2014:1147.

Het opleggen van de eis van (centrale) bedrijfsmatige exploitatie kan volgens indiener enkel nieuwvestiging treffen, zonder aan bestaande rechten te tornen. Commentaar Wij verwijzen hiervoor naar ons antwoord op opmerking 6.1. Deelconclusie: De zienswijze wordt niet gedeeld. Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd te laten vaststellen.

- 18 -

Zienswijze 9 Opmerking 9.1 Indiener vindt het aanscherpen van de planregels in strijd met het algemeen belang en de structuurvisie. Indiener is van mening dat de gemeente een beheerder vrij baan geeft door in het ontwerp bestemmingsplan op te nemen dat hij de enige exploitant is. Dit betekent ongeoorloofd bestuur, dictatuur en extreme bepaling van prijzen voor nutsvoorzieningen en park beheer. Er ontstaat volgens indiener een monopolie positie, die nu al uitgebaat wordt door de “beheerder” op het gebied van de nuts voorzieningen en prijzen voor gas, elektra en water alsmede het uitbaten van extra zuiveringslasten, terwijl op de kavel door de gemeente al rioolheffing via de gemeentelijke belastingen geheven wordt. Commentaar Verwezen wordt onder meer naar ons antwoord bij opmerking 6.1. Voor ons is het van belang dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De publiekrechtelijke borging van de centrale bedrijfsmatige exploitatie, het recreatieve gebruik alsmede het verbod op permanente bewoning is van belang. Opmerking 9.2 Indiener ziet graag in het bestemmingsplan ook duurzaamheid als vitaliteit opgenomen worden. Duurzaamheid wordt volgens indiener nu de grond in geboord en overboord gezet door terug geleverde energie niet te vergoeden. Indiener stelt dat de beheerder dit zowel als in strijd met zijn eigen principes ziet als in strijd met de parkregels.

Indiener vindt dit een slecht principe voor een “vitaal” park. Commentaar Wij stimuleren het treffen van duurzaamheidsmaatregelen. Het ontwerpbestemmingsplan staat dit ook niet in de weg. Echter de fysieke mogelijkheden daartoe en de onderlinge verrekening tussen eigenaar en exploitant/beheerder is een privaatrechtelijke aangelegenheid. Opmerking 9.3 Indiener is van mening dat het opleggen van dwangsommen van € 2.500,- p/mnd ook niet bevorderlijk is voor het voeren van een recreatieonderneming. Het beleid dat per 1 april alles “schoongeveegd moet zijn” is volgens indiener niet realistisch. Woningen van huurders kunnen door bouw vertragingen 1 of 2 maanden uitlopen, waardoor de huurder langer in de woning moet blijven zitten. Commentaar Gezien de genoemde datum van 1 april verwijst indiener waarschijnlijk naar het Winterwonenbeleid. Het Winterwonenbeleid staat los van dit ontwerpbestemmingsplan. Indien er aanleiding bestaat om het beleid Winterwonen aan te passen, dan is dat een andere procedure. Dit staat los van de ruimtelijke relevantie van dit ontwerpbestemmingsplan. Deelconclusie: De zienswijze wordt niet gedeeld. Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd te laten vaststellen.

Zienswijze 10 Opmerking 10.1 Indieners maken bezwaar tegen het feit dat zij niet zelf hun chalet mogen verhuren (uitlenen) aan hun kinderen, familie en vrienden maar dat zij dit zouden moeten gaan doen via de exploitant. Indieners zijn ook van mening dat de waarde van hun eigendom hierdoor sterk wordt verminderd bij eventuele verkoop. Indieners vinden dat bij eventuele verkoop de nieuwe eigenaar dit zelf moet mogen bepalen. Commentaar In het bestemmingsplan zal ter verduidelijking een begripsomschrijving van de begrippen ‘eigen recreatief gebruik’, ‘centrale bedrijfsmatige exploitatie’ alsmede ‘wisselend recreatief gebruik’ worden

- 19 -

opgenomen. Voor het beschikbaar stellen aan familie/vrienden die niet vallen onder de definitie ‘eigen recreatief gebruik’ zal met de exploitant een overeenkomst moeten worden gesloten. De inhoud van deze overeenkomst en de onderlinge afspraken (te leveren diensten en verhuurpercentages) die hierover gemaakt kunnen worden is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen exploitant en kaveleigenaar en wordt niet in een publiekrechtelijk instrument zoals een bestemmingsplan vastgelegd. Indien indiener meent dat er economische schade ontstaat als gevolg van dit ontwerpbestemmingsplan, dan wordt gewezen op de mogelijkheden om te verzoeken om planschade. Dit staat los van het gegeven of dit ontwerpbestemmingsplan conform een goede ruimtelijke ordening is. Opmerking 10.2 Indieners nemen het de gemeente kwalijk dat zij niet persoonlijk zijn geïnformeerd over dit bestemmingsplan omdat zij als eigenaar niet woonachtig zijn in Harderwijk maar in Montfoort. Commentaar Wij hebben de publicatie van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan op de gebruikelijke en wettelijk verplichte wijze gepubliceerd in het Gemeenteblad. Ook is een verkorte publicatie in de Harderwijker Courant vermeld. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de belangenbehartiging van hun eigendom.

Om toekomstige berichtgevingen te ontvangen zou indiener op www.overheid.nl een berichtenservice kunnen inschakelen waarbij hij zelf kan aangeven waarover indiener automatische meldingen zou willen ontvangen. Deelconclusie: De zienswijze wordt niet gedeeld. Deze zienswijze geeft geen aanleiding het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd te laten vaststellen.

5. Samenvatting In totaal zijn tien verschillende zienswijzen behandeld. Van deze zienswijzen wordt voorgesteld de zienswijzen die zijn genummerd met 1 tot en met 5 te delen en de zienswijzen genummerd als 6 tot en met 10 niet te delen. Doordat er bij twee zienswijzen standaardbrieven zijn gebruikt die door respectievelijk 17 en 36 mensen zijn ingediend, kan worden gesteld dat er uiteindelijk 21 zienswijzen worden gedeeld. Dit zijn positief geformuleerde zienswijzen. Van de 61 zienswijzen zijn er 40 zienswijzen niet gedeeld. Dit zijn de negatief geformuleerde zienswijzen. Het delen van de zienswijzen 1 tot en met 5 leidt tot een voorstel voor gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Het gaat om de volgende wijzigingen van de planregels: Om misverstanden te voorkomen worden de begrippen ‘recreatief gebruik’, ‘eigen recreatief gebruik’ en ‘’wisselend recreatief gebruik’ gedefinieerd en het vetgedrukte woord centrale extra toegevoegd aan het bestaande begrip ‘centrale bedrijfsmatige exploitatie’. -

1.5 gecentraliseerde bedrijfsmatige exploitatie en beheer: het in het kader van de uitoefening van een recreatiebedrijf centraal exploiteren en beheren van centrale voorzieningen en recreatiewoningen en –verblijven, uitsluitend ten behoeve van wisselende recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden, zodanig dat de ingebruikgeving aan derden van alle tot het recreatieterrein behorende recreatiewoningen en -verblijven is ondergebracht bij één centrale exploiterende organisatie;

-

1.6 recreatief gebruik Gebruik primair gericht op ontspanning of vrijetijdsbesteding;

-

1.7 eigen recreatief gebruik recreatief gebruik van een recreatiewoning door uitsluitend de eigenaar dan wel groep personen waarmee de eigenaar een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert en die zijn/haar/hun sociaal maatschappelijk leven en hoofdwoonverblijf elders hebben. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.

- 20 -

-

1.8 wisselend recreatief gebruik recreatief gebruik niet zijnde eigen recreatief gebruik.

Om misverstanden te voorkomen worden de leden a en b van artikel 11.1 samengevoegd en verduidelijkt. De tekst komt als volgt te luiden: -

Het bepaalde in artikel 11.1 onder a wordt dan vervangen door: a. verblijfsrecreatieve voorzieningen met bestaande bijbehorende ondersteunende horeca, met dien verstande dat: 1. het aantal recreatiewoningen niet meer mag bedragen dan 133; en 2. de recreatiewoningen uitsluitend mogen worden opgericht en gebruikt voor eigen recreatief gebruik; en 3. uitsluitend via één en dezelfde gecentraliseerde bedrijfsmatige exploitatie en beheer in gebruik gegeven mogen worden aan derden ten behoeve van wisselend recreatief gebruik.

-

lid 11.1 onder b komt te vervallen en is niet meer van toepassing voor dit bestemmingsplan Buitengebied – Het Verscholen Dorp.

Harderwijk, oktober 2022

bestemmingsplan Buitengebied - Het Verscholen Dorp (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00268-0002

34

bestemmingsplan Buitengebied - Het Verscholen Dorp (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00268-0002

Regels

35

bestemmingsplan Buitengebied - Het Verscholen Dorp (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00268-0002

36

bestemmingsplan Buitengebied - Het Verscholen Dorp (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00268-0002

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan het bestemmingsplan 'Buitengebied - Het Verscholen Dorp' met identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00268-0002 van de gemeente Harderwijk; 1.2 bestemmingsplan de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 bestemmingsplan Buitengebied 2014 het bestemmingsplan Buitengebied 2014 van de gemeente Harderwijk, zoals vastgesteld door de gemeenteraad bij besluit van 30 april 2015, met identificatienummer NL.IMRO. 0243.BP00054.0003; 1.4 bestemmingsplan Veegplan Buitengebied het bestemmingsplan Veegplan Buitengebied van de gemeente Harderwijk, zoals vastgesteld door de gemeenteraad bij besluit van 9 januari 2020, met identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00192-0002; 1.5 gecentraliseerde bedrijfsmatige exploitatie en beheer het in het kader van de uitoefening van een recreatiebedrijf centraal exploiteren en beheren van centrale voorzieningen en recreatiewoningen en –verblijven, uitsluitend ten behoeve van wisselende recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden, zodanig dat de ingebruikgeving aan derden van alle tot het recreatieterrein behorende recreatiewoningen en -verblijven is ondergebracht bij één centrale exploiterende organisatie; 1.6 recreatief gebruik Gebruik primair gericht op ontspanning of vrijetijdsbesteding; 1.7 eigen recreatief gebruik recreatief gebruik van een recreatiewoning door uitsluitend de eigenaar dan wel groep personen waarmee de eigenaar

een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert en die zijn/haar/hun sociaal maatschappelijk leven en hoofdwoonverblijf elders hebben. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. 1.8 wisselend recreatief gebruik recreatief gebruik niet zijnde eigen recreatief gebruik.

37

bestemmingsplan Buitengebied - Het Verscholen Dorp (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00268-0002

38

bestemmingsplan Buitengebied - Het Verscholen Dorp (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00268-0002

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 2 Aanpassingen regels bestem m ingsplan Buitengebied 2014 Voor dit plan geldt dat het bepaalde in de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2014 met identificatienummer NL.IMRO. 0243.BP00054-0004 en het bestemmingsplan Veegplan Buitengebied met identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00192-0002 van toepassing is, met dien verstande dat in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels van het bestemmingsplan Buitengebied 2014 de volgende aanvullingen en wijzigingen zijn aangebracht: - Het bepaalde in artikel 11.1 onder a wordt vervangen door: a. verblijfsrecreatieve voorzieningen met bestaande bijbehorende ondersteunende horeca, met dien verstande dat: 1. het aantal recreatiewoningen niet meer mag bedragen dan 133; en 2. de recreatiewoningen uitsluitend mogen worden opgericht en gebruikt voor eigen recreatief gebruik; en 3. uitsluitend via één en dezelfde gecentraliseerde bedrijfsmatige exploitatie en beheer in gebruik gegeven mogen worden aan derden ten behoeve van wisselend recreatief gebruik.

- Van het bepaalde in artikel 11.1 vervalt het volgende tekstdeel : "Ten aanzien van het doel 'bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatie' gelden de volgende regels: het doel is beperkt tot een bedrijfsmatige exploitatie van recreatieverblijven, indien en voor zover de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - bedrijfsmatige exploitatie'; recreatiewoningen mogen uitsluitend worden opgericht en gebruikt voor de verhuur ten behoeve van wisselend gebruik." - Artikel 11.4.1 komt te luiden als volgt: Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van verblijfsrecreatieve voorzieningen ten behoeve van permanente bewoning, alsmede ingebruikgeving van recreatieve voorzieningen aan derden, anders dan via gecentraliseerde bedrijfsmatige exploitatie en beheer.

39

bestemmingsplan Buitengebied - Het Verscholen Dorp (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00268-0002

40

bestemmingsplan Buitengebied - Het Verscholen Dorp (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00268-0002

Hoofdstuk 3

Overgangs- en slotregels

Artikel 3 Overgangsrecht 3.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

3.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het wijzigingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

41

bestemmingsplan Buitengebied - Het Verscholen Dorp (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00268-0002

Artikel 4 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied - Het Verscholen Dorp'.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=6b4a21f2-4398-4130-ae4e-178050c521e8