CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied - Beekhuizerweg 13A_vastgesteld_1 (toelichting en regels).pdf

Raadsvergadering 18 februari 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13 a21.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A Hierden Gemeente Harderwijk Vastgesteld

iwMm ĵígfc'

--ŵv'T' ŗrţinicć

J-V \\\

t-fàŕf

EDOK-RO

18 februari 2021

,eeV"ŵe'

EDOK-RO EDOK-RO

EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld 8 06 - 1395 0955 @ info@edok-ro.nl

Documenttitel

: Bestemmingsplan 'Buitengebied - Beekhuizerweg 13A'

Gemeente

: Harderwijk

Contact

: www.harderwiik.nl

Contactpersoon

: Mevr. W. van Santen

Opdrachtgever

: Dhr. J. Kevelam.

Datum

: 18-02-2021

Projectnummer

: 2019-JK-01

Opsteller

: EDOK-RO

Contactpersoon

: Dhr. E. Dokter

2

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

9 9 9 10 11 11

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Huidige Situatie Ontstaansgeschiedenis Huidige situatie

13 13 14

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Beleid Algemeen Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Waterbeleid

17 17 17 18 19 22

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Planbeschrijving Inleiding Uitgangspunten Molenweg 30 De woning Inrichtingsplan Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017

27 27 27 27 27 30 31

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13

Uitvoerbaarheidsaspecten Algemeen Archeologie en cultuurhistorie Ecologie Water Geluid wegverkeerlawaai Geur Milieu(hinder) Luchtkwaliteit Bodem en asbest Externe veiligheid Klimaat en energie Kabels en leidingen Vormvrije m.e.r.-beoordeling

33 33 33 34 36 37 39 40 41 42 44 47 47 47

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Juridische aspecten Inleiding Algemene uitgangspunten Verantwoording Handboek Harderwijk Bestemmingsbepalingen Handhaving

49 49 49 50 50 51

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

53

Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Vooroverleg Zienswijzen

55 55 55 55

(vastgesteld)

EDOK-RO

3

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A Bijlagen toelichting Bijlage 1 Archeologisch onderzoek Bijlage 2 Landschappelijk inrichtingsplan Bijlage 3 Beplantingsplan Bijlage 4 Natuurtoets Bijlage 5 Notitie stikstofdepositie Bijlage 6 Watertoets Bijlage 7 Samenvatting watertoets Bijlage 8 Akoestisch onderzoek Bijlage 9 Geur Bijlage 10 Bodem Bijlage 11 Verslag overleg buren

57 59 61 63 65 67 69 71 73 75 77 79

Regels

81

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

83 83 87

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Openheid landschap

89 89 93 95

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

97 97 99 101 103

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

105 105 107

Bijlagen regels

109

Bijlage 1

Inrichtingsplan

111

Bijlage 2

Landschapstypen

113

Bijlage 3

Beleidsregel beroepen en bedrijven aan huis

115

Verbeelding

4

117

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Vaststellingsbesluit

(vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

6

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Toelichting

(vastgesteld)

7

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

8

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer heeft bij de gemeente een verzoek ingediend om aan de Beekhuizerweg een vrijstaande woning te mogen realiseren. Op 5 februari 2019 heeft het college aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het planologisch-juridisch mogelijk maken van 1 vrijstaande woning op het perceel kadastraal genummerd HDW00 B6654 nabij Beekhuizerweg 25, onder de voorwaarden dat vóór 31-12-2019: » over de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van de kavel met de gemeente overeenstemming is; » ter verzekering van het kostenverhaal een overeenkomst programmafase is getekend waarin onder meer is opgenomen dat de ambtelijke kosten voor die fase (voorschot) zijn verzekerd en waarin de uit te werken onderwerpen voor de anterieure overeenkomst worden benoemd. Voor de ontwikkeling dienen voorts ter compensatie voormalige agrarische opstallen (elders) gesloopt te worden. Indien deze sloopmeters niet uit het eendengebied komen, waarvoor de verplichte vereveningsbijdrage niet van toepassing is, zal initiatiefnemer een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen ex artikel 6.24 lid 1 Wro ten behoeve van landschapsversterking dienen te voldoen. De benodigde sloopmeters komen van het perceel Molenweg 30 in Hierden Op basis van het geldende bestemmingsplan is de voorgenomen ontwikkeling van een vrijstaande woning niet mogelijk.

Het geldende bestemmingsplan moet hiervoor herzien worden. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van Harderwijk, ten zuiden van Hierden en ten noorden van de A28 en de spoorlijn Amersfoort - Zwolle.

Harderwijk

Globale ligging plangebied (bron: oDenstreetmaD.org)

(vastgesteld)

9

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Luchtfoto directe omgeving (bron: google earth)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' .Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 30 april 2015. Voor het plangebied geldt de enkel bestemming 'Agrarisch' en 'Wonen' zonder bouwvlak, de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Openheid landschap'. — — —

4 4 4- 7126 4 4 4

4 4

4\4 4 5457 \

4 4 4 4

4 4

4624

4 4

V +A 4 4

Uitsnede vigerend bestemmingsplan (globale plangrens = rode lijn)

10

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A De realisatie van een vrijstaande woning is volgens het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Om dit wel mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Buitengebied - Beekhuizerweg 13A" bestaat uit de volgende stukken: * verbeelding (tek. nr.NL.IMRO.0243.BP00240-0002); » regels; » en deze toelichting bij de verbeelding en regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten samen worden "gelezen". Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het bestemmingsplan zeker te stellen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan "Buitengebied - Beekhuizerweg 13A" bestaat uit de volgende hoofdstukken: In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 bevat het relevante beleid voor de voorliggende ontwikkeling. Hoofdstuk 4 gaat in op de toekomstige ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu. In hoofdstuk 6 wordt kort ingegaan op de bestemmingen en de juridische planopzet. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan en tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

(vastgesteld)

11

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

12

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige Situatie

Ontstaansgeschiedenis

Rond het jaar 1900 is de Beekhuizerweg al te zien als weg. Het plangebied is nog niet bebouwd. Aan de zuidzijde is de huidige A28 al te zien. «ì 3 z

lonneŔtoi

ď^ĩĩ.

Oïv4

-«rtmĩĩĮggCi nmBsnsBsnm

ancnuim-Ji^

Uitsnede topokaart 1900 (bron: www.toDotiidreis.nl) Rond 1950 is het plangebied nog steeds onbebouwd. In de 2e helft van de vorige eeuw ontstaat bebouwing op de aangrenzende percelen.

//e/y

:r -v: .v/i

..r

ft •'V.č

Uitsnede topokaart 1950 (bron: www.topotijdreis.nl)

(vastgesteld)

13

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

2.2

Huidige situatie

Zoals op navolgende afbeelding is te zien is de locatie gelegen in het buitengebied van Hierden. Rondom het plangebied zijn al woningen aanwezig. D e Weg e n e ń k'

IK

Ve Biestt

uinen

Ebber WW W liVDennenHoel v-iřv1' O'j w ,53J^

.«■Uìi

ÒnzeiWoudstèé er 54

Uitsnede topokaart 2018 (bron: www.toDotiidreis.nl)

Het plangebied is gelegen naast Beekhuizerweg 13 en achter Beekhuizerweg 25 te Hierden. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.613 m2 en bestaat uit een gedeelte van de schuur met het omliggende erf in het buitengebied bij Hierden. Het erf is grotendeels verhard met klinkers. In de nabije omgeving is veel groen aanwezig, bestaande uit tuinen, verschillende boomsoorten en bosschage. Hierna volgen enkele foto's van het plangebied.

____ Zicht vanaf westelijke zijde

14

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Zuidelijk zijaanzicht richting het oosten

Noordelijk zijaanzicht richting het oosten, met smalle strook braakliggend terrein

Onderzoekslocatie gezien vanaf oostelijke zijde Hierna volgt een luchtfoto van het plangebied waarop goed te zien is dat er bebouwing in het plangebied aanwezig is. Een deel van de schuur valt binnen het plangebied en telt voor het nieuwe perceel mee als bijbehorend bouwwerk.

(vastgesteld)

15

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

r-

Het plangebied is gelijk aan het exploitatiegebied en heeft een oppervlakte van 2.613 m2.

16

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Algemeen

Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante ruimtelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is van kracht sinds 13 maart 2012. Deze structuurvisie vormt sindsdien het integrale kader voor het rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR vervangt de Nota Ruimte uit 2005. De SVIR geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt het kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland heeft ruimte nodig om te leven en te bewegen, om economisch te kunnen blijven groeien en voor burgers en bedrijven om initiatief te nemen. Het Rijk kan en wil niet alles zelf doen, en geeft daarom meer ruimte aan provincies en gemeenten om in te spelen op de eigen situatie, zelf beslissingen te nemen en geven ruimte aan burgers en bedrijven voor initiatief en ontwikkeling. Infrastructuur en ruimte worden door alle overheden in samenhang opgepakt. Om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden zijn in de SVIR drie hoofddoelen voor de voor de middellange termijn (2028) benoemd: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat. 3.

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. De drie rijksdoelen zijn in het SVIR uitgewerkt tot dertien (thematische) 'onderwerpen van nationaal belang'. In het SVIR worden geen beleidsuitspraken gedaan die specifiek van toepassing zijn voor de omgeving van Harderwijk of voor het plangebied. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het bestemmingsplan voor het buitengebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden).

(vastgesteld)

17

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op 1 oktober 2012 is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is opgezet met als primair doel het tot stand brengen van een goede ruimtelijke ordening, door middel van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Concreet houdt dit in dat de ladder als ondersteuning dient voor decentrale overheden (provincies en gemeenten) bij de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. Hierdoor kan er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaatsvinden bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Daarbij mogen dus enkel criteria een rol spelen die ruimtelijk relevant zijn. De juridische grondslag van de ladder voor duurzame verstedelijking ligt in het Bro (artikel 3.1.6 lid 2), beleidsmatig is de ladder geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De ladder is daarmee kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, zoals de gemeentelijke bestemmingsplannen en de provinciale inpassingsplannen. Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen van kracht geworden. Eén van de belangrijkste is dat de drie treden worden losgelaten.

Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden. Bij de motivering moet een goede ruimtelijke ordening het oogpunt zijn. Dit betekent concreet het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte moet worden onderbouwd op het niveau van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zelf. Bij de ene ontwikkeling is het ruimtelijk verzorgingsgebied groter dan bij de andere ontwikkeling. Bij elk plan hoort met andere woorden een bij die ontwikkeling passende onderbouwing. Daarbij moet opgemerkt worden dat als de stedelijke ontwikkeling ziet op de vestiging van een dienstenactiviteit, het onderzoek naar de actuele regionale behoefte geen betrekking mag hebben op de economische behoefte, de marktvraag, de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen of een beoordeling in relatie tot de door de gemeenteraad vastgestelde doelen van economische planning. Het onderzoek heeft slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd.

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn, dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van één extra woning mogelijk. In dit plan is daarom geen sprake van een woningbouwlocatie en een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het voorliggende bestemmingsplan is de ladder dan ook niet verder doorlopen.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' & omgevingsverordening

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is door Provinciale Staten vastgesteld op 19 december 2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 1 maart 2019 in werking getreden.

18

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A Deze Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat - historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in onze Gelderse Omgevingsvisie. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven. Dat is waar de provincie Gelderland aan wil werken. Dit doet de provincie door bij de uitoefening van haar taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities - op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat - geeft de provincie hier richting aan. En door vier ‘spelregels’ of ‘Doe-principes’ - DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN - geeft de provincie hier werking aan. Aanvullend wordt in de bijlage van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving beschreven.

Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Deze thema’s waren sinds 2014 integraal onderdeel van de Omgevingsvisie, maar zijn met de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland naar de bijlage verplaatst. Deze beleidswaarden worden door de provincie gecontinueerd. Dit gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura-2000 gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Andere kaarten en functiebeschrijvingen uit de visie 2014 hebben een uitvoerend of informerend karakter en worden daarom overgeheveld naar programma’s of andere beleidsdocumenten. Voor het onderhavige bestemmingsplan wordt vastgesteld dat het plangebied is gelegen binnen de themakaarten ‘grote zonnepanelen mogeljik’ en ‘windenergie aandachtsgebied’. Dit is echter geen beperking voor de planontwikkeling. Het voorliggende bestemmingsplan Buitengebied Beekhuizerweg 13A’ past binnen beleidskaders van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.3.2

Koers wonen: 'ruimte voor goed wonen'

Op 17 april 2018 hebben Gedeputeerde Staten de koers "ruimte voor goed wonen" vastgesteld. In de koers leggen GS uit hoe zij ervoor willen zorgen dat er voor iedereen een goede geschikte en betaalbare woning op de juiste plek voorhanden is. Met alle regio's worden regionale woonagenda's gemaakt. Er zijn drie thema's benoemd die bijdragen aan een goed woonklimaat. Dat zijn duurzaamheid, bestaande woningen en flexibiliteit in bouwen. Hierover worden afspraken gemaakt met gemeenten die worden vastgelegd in de regionale woonagenda's.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Harderwijk 2031

In de structuurvisie staat beschreven hoe de gemeente zich tot 2031 voor het wonen, werken en leven wil ontwikkelen. De Structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie is integraal gemaakt. Dit betekent dat sociale, fysieke en economische aspecten aan de orde komen. De structuurvisie bevat geen concrete uitspraken over het initiatief aan de Beekhuizerweg, maar geeft wel aan dat bij ontwikkelingen duurzaamheid moet worden meegenomen als medesturend principe. Dat betekent dat ontwikkelingen die aansluiten op de behoeften van het heden, niet het vermogen van toekomstige generaties in gevaar mogen brengen om in hun eigen behoeften te voorzien. Voor het buitengebied geldt specifiek beleid, vastgelegd in de Visie op hoofdlijnen. Met de visie beoogt de gemeente Harderwijk een robuust en duurzaam ruimtelijke structuur voor het buitengebied te realiseren, resulterend in onder andere een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor rust, ruimte en landelijkheid en de instandhouding van de leefbaarheid door middel van het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers (beleid voor functieverandering).

(vastgesteld)

19

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A Voor de ontwikkeling dienen voorts ter compensatie voormalige agrarische opstallen (elders) gesloopt te worden. Indien deze sloopmeters niet uit het eendengebied komen, waarvoor de verplichte vereveningsbijdrage niet van toepassing is, zal initiatiefnemer een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen ex artikel 6.24 lid 1 Wro ten behoeve van landschapsversterking dienen te voldoen. Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling Artikel 6.24, lid 1, sub a van de Wro is in deze wet terechtgekomen op basis van de motie Geluk. Geluk wilde gemeenten en marktpartijen laten meewerken aan integrale gebiedsplannen waarin de productie van woningen en bedrijventerreinen wordt gecombineerd met de aanleg van maatschappelijke functies. Artikel 6.24 Wro maakt het mogelijk in een overeenkomst over een planologische wijziging voor rode functies te bepalen dat door de ontwikkelaar ook andere ruimtelijke en maatschappelijk belangrijke functies zoals natuur, recreatie, waterberging, infrastructuur en culturele voorzieningen worden gedekt/ gefinancierd. Voorwaarde voor afspraken over een bijdrage aan een ruimtelijke ontwikkeling is dat er een structuurvisie als basis moet zijn. Verdere vormvoorschriften zijn er niet en de gemeenten moeten zelf invulling geven aan de onderbouwing.

De gemeente Harderwijk mag in een anterieure grondexploitatieovereenkomst ex artikel 6.24, lid 1 van de Wro afspraken maken over bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen. Bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen zijn niet mogelijk via het verplichte kostenverhaal of via een posterieure overeenkomst. De gemeente Harderwijk gaat in een aantal gevallen een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling vragen. Er kan een mêlee aan overwegingen gelden bij de oordeelsvorming in welke mate in een specifiek geval de bijdrage in redelijkheid en billijkheid kan worden verlangd. Mogelijke overwegingen kunnen zijn: de marktconformiteit en de economische uitvoerbaarheid. De gemeente zal in een individueel geval de bijdrage toetsen aan het principe van marktconformiteit. In bepaalde gevallen zal een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling worden vereist, omdat anders de economische uitvoerbaarheid van het plan vanuit de gemeente bezien in het geding komt. Bijdrage landschappelijke versterking Elke toevoeging van een nieuwe rode ontwikkeling buiten het bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk - voor het bestaand bebouwd gebied wordt verwezen naar de Beleidskaart Aantrekkelijke stad - dient gepaard te gaan met landschappelijke versterking. Bij elke nieuwe toevoeging - het gaat hierbij niet om reeds bestaande bouwrechten, c.q.

bouwrechten waarover reeds schriftelijke afspraken zijn gemaakt - wordt landschappelijke versterking verlangd in de vorm van een financiële bijdrage. De landschappelijke versterking zal plaatsvinden buiten het hiervoor genoemde bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk, welk gebied grofweg gezegd uit vijf deelgebieden bestaat, te weten Groene Zoom, Zuidelijke Stadsrand, Hierden Bosch, Hierden en Buitengebied. Deze landschappelijke versterking dient, mede gebaseerd op provinciaal beleid en de provinciale ruimtelijke verordening, plaats te vinden vanuit de gedachte dat door toevoeging van rode ontwikkelingen het landelijk gebied afneemt en daarmee de omgevingskwaliteit (denk aan verdichting van het landschap), terwijl de druk op het resterende gebied toeneemt; hiervoor zullen compenserende maatregelen moeten worden getroffen, omdat toevoeging van rode ontwikkelingen anders niet ruimtelijk aanvaardbaar is. Compenserende maatregelen vinden in hetzelfde deelgebied plaats waarin de rode ontwikkeling zich bevindt. 3.4.2

Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden

De visie voor de dorpsomgeving van Hierden stelt het landschap centraal. Insteek is de karakteristieken van de verschillende landschapstypen verder te versterken en de recreatieve toegankelijkheid van het gebied te vergroten. Dit betekent dat per deelgebied wordt voortgebouwd op de karakteristieke beplantingsstructuren, ontsluiting en occupatiepatronen zoals die uit de analyse naar voren zijn gekomen. Daarbij kan ruimte worden gevonden voor nieuwe rode functies, of uitbreiding van bestaande functies, al naar gelang de draagkracht van het landschapstype. De eventuele nieuwe rode functies worden ingezet om de ruimtelijke kwaliteit van het landschap te versterken. Toetsing Er is rekening gehouden met de uitspraken uit de structuurvisie op welke wijze kan worden voorzien in een landschappelijke versterking.

20

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A 3.4.3

Archeologie en monumentenbeleid

3.4.3.1 Nota Cultuurhistorie In 2008 heeft de gemeente de Nota Cultuurhistorie vastgesteld. Uitgangspunt in de nota is om de fysieke cultuurhistorie te behouden en te beschermen. Cultuurhistorische waardevolle panden zijn aangewezen als rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Deze worden sectoraal beschermd door de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening Harderwijk 2017. Bijzonder Cultuurlandschap wordt beschermd bij het bestemmingsplan. 3.4.3.2 Archeologienota De gemeente Harderwijk heeft in 2011 het Archeologiebeleid Harderwijk vastgesteld. In de beleidskaart Archeologie is aangeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek dient plaats te vinden. Op de beleidskaart Archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellinggrenzen aangeven. Het beleid is doorvertaald in bestemmingplannen waarin een dubbelbestemming Waarde - Archeologie is opgenomen met bijhorende bouwregels en vergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. Zie voor een nadere beschrijving hiervan paragraaf 5.2 Archeologie en cultuurhistorie. 3.4.4

Groenbeleid

In het Handboek Harderwijks Groen staat het Harderwijkse groenbeleid voor stad, landschap en bos in samenhang met elkaar beschreven. Dit beleidsplan is in december 2007 door de raad van de gemeente Harderwijk vastgesteld. Hoofddoelstelling van beleid is de hoofdstructuur van stedelijk groen (de Groene Mal) in stand te houden en te versterken. Hier zal niet worden gebouwd en worden ontbrekende schakels hersteld. Het is van belang een groenstructuur te ontwikkelen die "typisch Harderwijks" is; dat juist die kwaliteiten worden ontwikkeld die specifiek voor Harderwijk zijn. Daarmee draagt de groenstructuur bij aan het versterken van de eigen identiteit van Harderwijk. De groenstructuur zal robuust moeten zijn. Stad en landschap zijn volop in ontwikkeling en in een dergelijke dynamische omgeving is het van belang dat een groenstructuur voldoende weerstand kan bieden. Vanuit ruimtelijk en ook ecologisch oogpunt is het gewenst een samenhangende, stevige structuur te ontwikkelen. Het voornemen vindt niet plaats op gronden die zijn aangewezen als groene mal. Er is voor het perceel een inrichtingsplan opgesteld. In het inrichtingsplan is rekening gehouden met voorgenoemde belangen. 3.4.5

Verkeers- en vervoersbeleid

3.4.5.1 Verkeersstructuurplan (VSP) Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (met een doorkijk tot 2015). Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk. 3.4.5.2 Parkeernormennota Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld. Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling. Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk.

(vastgesteld)

21

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven. Voor woningen zijn gelet op de functie verschillende parkeernormen opgenomen. 3.4.6

Beleidsvisie Externe veiligheid

De Noord-Veluwse gemeenten (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten) leggen in de beleidsvisie externe veiligheid haar ambities vast. In deze beleidsvisie is aan de hand van drie thema's beschreven hoe de gemeenten in de regio Noord-Veluwe omgaan met externe veiligheid. Externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken van risico's die ontstaan door vervoer, opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen. 1000Zo veiligheid bestaat niet, maar veiligheid is wel te optimaliseren tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. De beleidsvisie biedt de gemeenten de mogelijkheid om op gestructureerde wijze keuzes te maken over externe veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Een belangrijk nevendoel van de beleidsvisie is om de beschikbare gemeentelijke middelen efficiënt in te zetten. Vanuit de externe veiligheidswetgeving gelden verplichtingen waarvan de invulling een inspanning vraagt van het gemeentelijk apparaat. En waar deze inspanning nabij risicobronnen tot duidelijke veiligheidswinst kan leiden, neemt deze 'winst' op grotere afstand van de bron zeer nadrukkelijk af. De systematiek in deze beleidsvisie externe veiligheid voorziet in het concentreren van de aandacht op gebieden waar deze 'winst' is te realiseren en in het volstaan met algemene beleidsregels voor gebieden op grotere afstand.

Geld en kennis worden daarmee ingezet op plaatsen waar deze nodig zijn. Bij het invullen en uitvoeren van externe veiligheidsbeleid zijn drie thema's te onderscheiden: 1. inzicht verkrijgen in de externe veiligheidssituatie; 2. keuzes maken; 3. samenwerken. Het thema "inzicht verkrijgen in de externe veiligheidssituatie" heeft tot doel een helder overzicht te geven van het huidige landelijk externe veiligheidsbeleid en de te verwachten toekomstige ontwikkelingen hierin. Het beleidsplan geeft ook inzicht in de regionale externe veiligheidssituatie met een beschrijving van de aanwezige risicobronnen en hun uitwerking op de omgeving. Het thema "keuzes maken" heeft als doel het opstellen van uniforme ruimtelijke zones die aangeven wat de gemeenten wel en niet wensen in bepaalde zones. Hierdoor kunnen beleidskwesties in samenhang en op de juiste schaal beoordeeld worden en wordt ad hoc-besluitvorming voorkomen. Ook heeft de beleidsvisie tot doel de elementen van groepsrisicoverantwoording te uniformeren waardoor niet per locatie (besluit) de wijze van uitvoering bedacht hoeft te worden. Het thema "samenwerken" heeft als doel hoofdlijnen vast te leggen hoe de beleidsvisie geïmplementeerd wordt in de gemeentelijke organisatie, en hoe interne en externe samenwerking dient te verlopen.

In het kader van deze beleidsvisie zijn voor de risicobronnen drie zones vastgesteld waarbinnen bepaalde verantwoordingsniveaus gelden. De zones zijn globaal gebaseerd op de reikwijdte van incidenten met gevaarlijke stoffen. Omdat verschillende risicobronnen verschillende rampscenario's hebben, verschilt ook de zone-indeling per risicobron. In beleidsvisie zijn, afhankelijk van de afstand tot de risicobron en de kwetsbaarheid van de objecten, drie ruimtelijke verantwoordingsniveaus vastgesteld. Deze verantwoordingsniveaus zijn een invulling van de verplichte elementen van groepsrisicoverantwoording.

3.5

Waterbeleid

3.5.1

Europese Kaderrichtlijn Water (2003)

De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat:

22

landoppervlaktewater,

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A » » »

aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater.

3.5.2

Nationaal Waterplan

De hoofddoelstelling voor waterbeheer in Nederland is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP): Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. Het Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening en is opgesteld voor de planperiode 2016-2021. 3.5.3

Waterbeleid in de 21e eeuw (2000)

De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water. Nederland is met zijn lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwetsbaar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de drogere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Daarbij zijn De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' en' schoonhouden, scheiden en zuiveren' belangrijke uitgangspunten. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms in een stroomgebied wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd.

Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. 3.5.4

Nationaal Bestuursakkoord Water 2011

Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Het rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven hebben besloten maatregelen voor een doelmatiger waterbeheer overeen te komen in dit Bestuursakkoord Water. Het waterschap gaat zich inzetten voor een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen. Het doel is om de kwaliteit van het beheer te vergroten tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. De burger laten zien wat wordt bereikt en transparant zijn over de kosten. Dat doen de partijen vanuit eigen verantwoordelijkheden waarbij we de expertise en deskundigheid met elkaar delen. 3.5.5

Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe

Waterschap Vallei en Veluwe is beheerder en bevoegd gezag voor zowel waterkwantiteit als -kwaliteit van de primaire watergangen (voor gemeente Harderwijk ook de watergangen in het stedelijk gebied). Voor werkzaamheden op, aan of in nabijheid van watergangen en waterkeringen geldt de Keur en heeft het waterschap algemene regels opgesteld. In het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 heeft waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan wordt concreet invulling gegeven aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen.

(vastgesteld)

23

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

3.5.6

Keur Waterschap Vallei en Veluwe

Op 1 januari 2014 is de nieuwe Keur met de Algemene - en Beleidsregels van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt deze regels vast ter behartiging van de waterschapstaak en het bereiken van de doelstelling zoals genoemd in artikel 2.1 van de Waterwet. Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst. Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van de Keur en de Legger. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhouds- en beschermingszones. In de Legger wijst het waterschap tevens aan wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren. Ook wordt bepaald of er controle (schouw) wordt gedaan. De legger bepaalt samen met de keur welke regels er voor inwoners en gebruikers gelden en wordt daarom door het bestuur van het waterschap gesteld. Het waterschap levert de gemeente deze gegevens aan, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhouds- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen en de bouwmogelijkheden, voor zover noodzakelijk, te kunnen regelen.

Algemene regels Veel handelingen op en nabij de waterstaatswerken zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht. Deze handelingen heeft het waterschap in algemene regels opgenomen. Verantwoordelijkheden Hemelwater: Een belangrijk principe is dat zoveel mogelijk van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwater: Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.

Oppervlaktewater: Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer in regionaal oppervlaktewater. Daarbij heeft het waterschap de taak om het oppervlaktewatersysteem zo in te richten dat er geen inundatie plaatsvindt tot 1 maal per 100 jaar in stedelijk en 1 maal per 10 jaar in landelijk gebied. 3.5.7

Waterplan Harderwijk 2013-2018

Het Waterplan Harderwijk 2013-2018 is op 8 oktober 2013 vastgesteld en is een gezamenlijk plan van de gemeente Harderwijk en Waterschap Vallei en Veluwe. Met dit plan willen beide partijen, samen met burgers, verenigingen en andere betrokkenen, verder werken aan het verbeteren van het water in Harderwijk. De hoofddoelstelling van het Waterplan Harderwijk is: "In beeld te brengen en uitvoeren van de benodigde maatregelen voor het realiseren en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond functionerend watersysteem met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving".

24

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A In dit Waterplan is onder meer een Kansen- en knelpuntenkaart opgenomen. Op deze kaart is te zien dat de locatie Beekhuizerweg 13A binnen de grondwaterfluctuatiezone vallen. Dit betekent dat de huidige ontwateringsdiepte reeds kritisch kan zijn voor de functie "wonen" en rekening gehouden moet worden met een trendmatige stijging van de gemiddelde grondwaterstand in de toekomst (o.a. door klimaatontwikkeling). Bij nieuwbouw kan dat door een voldoende hoog bouwpeil aan te houden of kruipruimteloos te bouwen. Voor alle wijken met een gemengd rioolstelsel geldt dat herstructureringsprojecten, daar waar mogelijk gecombineerd worden met het afkoppelen van hemelwater. Bij nieuwbouw dient de ontwateringsdiepte ten opzichte van het bouwpeil minimaal 0,9 m te zijn. 3.5.8

Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2016-2020 (ZAP)

Het ZAP is een gezamenlijk plan van gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten alsmede Waterschap Vallei en Veluwe en heeft de status van het (wettelijk verplicht) verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). In het plan zijn de volgende beleidsmatige uitgangspunten gedefinieerd voor de wettelijke gemeentelijk zorgplichten stedelijke afvalwater, hemelwater en grondwater: Stedelijk Afvalwater Uitgangspunt voor stedelijk afvalwater zijn de wettelijke verplichtingen Wet milieubeheer art. 10.33. Stedelijk afvalwater bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater kent in vergelijking met de andere zorgplichten weinig vrijheid: inzamelen, transporteren en zuiveren (door het waterschap) is verplicht. In de huidige situatie wordt het huishoudelijk afvalwater onder vrij verval afgevoerd naar een gemeentelijk vuilwateriool dat uiteindelijk, via het gemengde stelsel van bedrijventerrein Lorentz I, loost op de RWZI Harderwijk. Op dit vuilwaterriool mag geen overtollig hemelwater/grondwater worden geloosd. Naar verwachting zal door het plan de hoeveelheid te lozen huishoudelijk afvalwater beperkt toenemen. De capaciteit van het bestaande stamriool is voldoende om de deze toename te kunnen verwerken.

Hemelwater Op het gebied van hemelwater is de belangrijkste opgave de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. We doen dit door aanpassingen van onze systemen en door meer gebruik te gaan maken van de openbare ruimte voor opvang en afvoer van hemelwater. Vanuit de Waterwet artikel 3.5 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Deze verantwoordelijkheid geldt alleen zolang degenen die zich wil ontdoen van hemelwater niet redelijkerwijs de mogelijkheid heeft om het hemelwater zelf in de bodem of op een oppervlaktewater te lozen. Uitgangspunten hierbij zijn: » Perceeleigenaar is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor inzameling en verwerking van hemelwater (infiltratie op eigen terrein). Indien dit redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden verwacht, zal de gemeente de zorgplicht over moeten nemen. » Perceeleigenaren van bestaande bebouwing worden gestimuleerd om hemelwater van de vuilwater riolering af te koppelen. » Bij eventuele reconstructie: hemelwater van openbaar gebied afkoppelen van riolering, tenzij dit niet doelmatig blijkt te zijn.

» Bij eventuele nieuwe grootschalige ontwikkelingen (inbreiding en/of herinrichting): hemelwater in principe bij voorkeur lokaal inzamelen en verwerken (infiltratie of lozing op oppervlaktewater), tenzij dit ondoelmatig blijkt te zijn (bijvoorbeeld bij hoge grondwaterstand of bestaand dicht stedelijk gebied). Om het afstromend hemelwater schoon te houden worden geen uitlogende materialen gebruikt bij de woningbouw en in de openbare ruimte (straatmeubilair en dergelijke). Op nieuwe bouwlocaties zal alleen het huishoudelijk afvalwater worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor het hemelwater moet een andere wijze van afvoeren worden gevonden. Hiervoor bestaan in principe twee mogelijkheden, namelijk infiltratie in de bodem en lozing op het oppervlaktewater.

(vastgesteld)

25

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A Verwerken van hemelwater op eigen terrein Er zijn geen afvoerend oppervlaktewaterstructuren in de nabijheid waarop overtollig hemelwater geloosd kan worden. Het hemelwater dat valt op verhard oppervlak (dak- en terreinverharding) dient primair op eigen terrein verwerkt te worden. Door de periodiek geringe ontwateringsdiepte dient rekening gehouden te worden met beperkte mogelijkheden voor berging/infiltratie middels infiltratiekratten. Andere mogelijkheden voor berging/verwerking op eigen terrein zijn grindkoffers, zaksloten, infiltratiebermen, waterpasserende bestrating met drainerende fundatie, infiltratiegroen, groene daken, vijvers met variërend peil etc.. Grondwater De bewoner heeft de verplichting om grondwater op eigen terrein te verwerken (waterwet art. 3.6). De gemeente heeft een regierol wat inhoudt dat in overleg met degene die overlast ervaart er wordt gekeken naar een mogelijke oplossing. Uitgangspunten hierbij zijn: » de perceeleigenaar: verwerkt grondwater op eigen terrein en zorgt voor een waterdicht pand; » de gemeente: neemt meldingen in ontvangst en zoekt naar een oplossing; » alleen als geen enkele andere partij een oplossing kan of hoeft te bieden, dan neemt de gemeente maatregelen.

Er worden alleen maatregelen genomen als sprake is van structurele grondwateroverlast die de gemeente op een doelmatige manier kan oplossen; » het waterschap: neemt peilbesluiten en beïnvloedt hiermee de grondwaterstand. Vooral buiten de bebouwde kom speelt het waterschap hiermee een belangrijke rol. Ook verleent het waterschap vergunning voor kleinere grondwateronttrekkingen; » de provincie: verleent vergunningen voor grotere industriële grondwateronttrekkingen, onttrekkingen voor de drinkwatervoorziening en onttrekkingen voor een bodemenergiesysteem. Ook werkt de provincie aan natuurontwikkeling. Vooral als ergens sprake is van verdroging zal grondwater voor de provincie een belangrijk onderwerp zijn. Grondwaterneutraal bouwen Voor de bouw van eventuele ondergrondse ruimten (kelders) moet de grondwaterstand gedurende de uitvoeringsperiode mogelijk worden verlaagd. De constructie van de kelder(s) moet zodanig waterdicht worden uitgevoerd dat na de bouw in de gebruiksfase geen (permanente) grondwaterstandverlaging nodig is. Tevens betekent dit ook, dat bij nieuwbouw het vloerpeil (bijvoorbeeld ophogen) of de bouwwijze (bijvoorbeeld kruipruimte loos) moet worden afgestemd op de grondwaterstand, zodat er geen permanente drainage nodig is. Om grondwateroverlast te voorkomen moet er een watertoets worden uitgevoerd.

26

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de planopzet beschreven. De beschrijving van de bestaande situatie heeft al plaatsgevonden in hoofdstuk 2.

4.2

Uitgangspunten

Uitgangspunt van dit bestemmingsplan is het mogelijk maken van een woning op het perceel Beekhuizerweg 13A te Hierden. Uitgangspunt van dit bestemmingsplan is dat er een vrijstaande woning wordt mogelijk gemaakt. Verder wordt rekening gehouden met de maatschappelijke ontwikkelingen in de loop der jaren. Dit uit zich in het plan door bijvoorbeeld flexibelere gebruiksmogelijkheden van de woning, zoals bijvoorbeeld het toestaan van bed & breakfast in de woning en/of mantelzorg en de regeling voor beroep aan huis.

4.3

Molenweg 30

De benodigde sloopmeters komen van het perceel Molenweg 30 in Hierden (zie navolgende afbeelding). Te slopen bebouwing Molenweg 30

gemeente harderwijk

Op perceel Molenwee 30 Is maximaal 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan

blijven staan

Voor dit perceel is op 4 juli 2019 het bestemmingsplan 'Hierden Bosch - Molenweg 30' met identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00215-0002 vastgesteld. Hierdoor is de bestemming in het kader van 'Rood-voor-Roodregeling' van 'Bedrijf gewijzigd naar 'Wonen -2'. De wijziging van bestemming was mogelijk op basis van een wijzigingsbevoegdheid in het moederplan. De gesloopte bebouwing van het perceel Molenweg 30 wordt ingezet om een vrijstaande woning op het perceel Beekhuizerweg 13A te kunnen realiseren. Er mag maximaal 150 m2 aan bijgebouwen blijven staan.

4.4

De woning

De woning heeft een oppervlakte van 150 m2 (10 x 15) en een maximum goothoogte van 3,5 meter en een bouwhoogte van 9 meter. Het bijbehorend bouwwerk mag een oppervlakte hebben van maximaal 50 m2.

(vastgesteld)

27

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

06653

Situering van de woning op de kavel

Hierna volgt een indicatieve impressie van de nieuw te bouwen vrijstaande woning. LULL

LLLŴ

LLLLLL

I LL

-L ìJľ V

.LLLLLL

.LI_L LL taajo -LLLL

--- J'.-.W.k-

Plattegrond van kelder, begane grond en verdieping (afmeting 10 x 15 meter)

í»Uİ!8Hmitl!8t

Noordgevel - Westgevel

28

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A Hierna een afbeelding van de doorsnede, waaruit blijkt dat de goot lager is dan 3,5 meter en de nokhoogte 9 meter is. 9000 4

6500 4

6275 4

3820 4 2700 4

peil ^

2870

4670

Doorsnede van de woning

Kleur en materiaal gebruik

Omschrijving

Materiaal

Kleur

plint

baksteen

antraciet

gevels

baksteen

donker bruin

kozijnen

aluminium

antraciet

draaiende delen

aluminium

antraciet

voordeur

hout

naturel

luiken

hout

antraciet

waterslagen

hardsteen

antraciet

topgevels

hout

zwart

dakbedekking

kunstriet

naturel

kolommen Z liggers

hout

naturel

boeidelen

hout

donker bruin

kader voordeur en vorsten

koper of aluminium

gepatineerd groen

De initiatiefnemers bekijken bij de verdere uitwerking van hun plannen hoe om te gaan met de toekomstbestendigheid van hun woning. Tevens laten zij zich informeren over energiebesparende/ opwekkende maatregelen.

(vastgesteld)

29

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

4.5

Inrichtingsplan

Het plangebied maakt onderdeel uit van de door het Rijk aangewezen twintig karakteristieke gebieden die in Nederland zijn aangewezen als Nationaal Landschap. Zeven hiervan bevinden zich in de provincie Gelderland. Het plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap Veluwe. Nationaal landschap

M Arkemheen Gelderse Poort __ Graafschap Nieuwe Hollandse Wäterlinie | Rivierenland Veluwe | Winterswijk Gelderland

Het ruimtelijk beleid is er op gericht om de kernkwaliteiten van deze gebieden te behouden en verder te ontwikkelen. Behoud wordt bereikt middels een regel in de verordening die bepaalt dat alleen activiteiten zijn toegestaan die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap behouden of versterken. Daarom is voor het plangebied ten behoeve van de ontwikkelingen door Stichting Landschapsbeheer Gelderland ter versterking van het landschap een inrichtingsplan opgesteld. Dit inrichtingsplan is een samensmelting van een drietal ontwerpprincipes en uitgangspunten. Zo heeft de erfadviseur in dit plan de analyse van het landschap waarin de ontwikkeling plaats vind (het Kampenlandschap op de overgang met het Heidelandschap)) en de bijbehorende cultuurhistorische principes gekoppeld aan de wensen en ideeën van de initiatiefnemer. Uiteraard is er gekozen voor de aanplant van inheemse, lokaal passende boom- en struiksoorten (zie Bijlage 2 Landschappelijk inrichtingsplan en Bijlage 3 Beplantingsplan). Volgens afspraak blijft de bestaande schuur behorende bij Beekhuizerweg 25 gehandhaafd.

30

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

aan te planten boom

bestaand groen

8. Solitaire boom aan te leggen groen weidegrond''tuin

İ2. Knip- of si

verhard «g 4 Knip- of scheertveg.

SoBÉg

,7. Solitaire

.5. Struweelhaaţ

|3 Kno- of acht ^9 F rurtbomen/boomgaardte

Inrichtingsplan (Stichting Landschapsbeheer Gelderland) ^000=0/00816 plangrens) Dit inrichtingsplan wordt als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan.

4.6

Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017

In september 2017 is de Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017 vastgesteld. Deze welstandsnota beschrijft hoe de welstandtoetsing en het welstandstoezicht in de gemeente Harderwijk plaatsvindt. In de welstandsnota staat beschreven welke criteria er worden gehanteerd bij de welstandstoets voor bouwwerken en handelsreclame. Doel van welstandsnota Hoe de gebouwen en omgeving eruit zien is niet alleen een zaak van de eigenaar zelf. Het uiterlijk van gebouwen en de omliggende ruimte vormt ook de dagelijkse leefomgeving van overige inwoners en de bezoekers van Harderwijk. De criteria in de welstandsnota zijn opgesteld om een aantrekkelijke gebouwde omgeving te realiseren en te behouden. Om onnodige regeldruk te voorkomen is er differentie in de criteria aangebracht afhankelijk van de omgeving en de situering. Toetsniveaus De gemeenteraad van Harderwijk heeft er voor gekozen om niet overal in de gemeente hetzelfde niveau van welstandstoetsing te hanteren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende gebieden waarvoor verschillende niveau van toetsing geldt. Onderscheiden worden: » gebieden met een zware welstandstoets (o.a. binnenstad, invalswegen en wijkwinkelcentra); » gebieden met een gemiddelde welstandstoets (o.a. woonwijken en het buitengebied); » gebieden met een lichte welstandstoets (o.a. bedrijventerreinen en recreatieparken).

Voor de bebouwing voor het perceel, gelegen in het buitengebied geldt de gemiddelde welstandstoets. Voor gebieden met een gemiddelde welstandstoets is het beleid gericht op het behoud van de aanwezige kwaliteiten. Toetscriteria voor gebieden met een gemiddelde en zware welstandstoets Relatie met de omgeving Aansluiten bij de kenmerken van het gebied en de omliggende bebouwing, daarbij wordt gelet op: » oriëntatie en ontsluiting; » plaatsing op de kavel; » hoofdmassa (hoogte, breedte, kapvorm, ...);

(vastgesteld)

31

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A » positionering aan- en opbouwen (dakkapellen, serres, erkers, ...); » hoofdmateriaal- en kleurgebruik. Het bouwplan op zichzelf » compositie van de hoofdmassa (verhoudingen hoofdvorm, dakvorm, ...); » gevelcompositie (vlakken, openingen, onderlinge verhoudingen); » vormgeving van ‘ondergeschikte elementen’ (dakkapellen, erkers, ...); » materiaal- en kleurgebruik. Detaillering » kozijnindeling en -detaillering; » detaillering van karakteristieke bouw-elementen (zoals dakkapellen, erkers, goten, ...); » genuanceerd materiaal- en kleurgebruik. Welstandscriteria voor het buitengebied Bij beoordeling van bouwplannen voor het buitengebied worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: » bij het maken en beoordelen van plannen voor bebouwing in het buitengebied moet rekening worden gehouden met landschappelijke kenmerken en ruimtelijke/landschappelijke/cultuurhistorische elementen; » daarbij zijn onder meer van belang: het verkavelingspatroon, wezensstructuur, zichtlijnen, de richting van de lijnen in het landschap, hoogteverschillen, groenstructuren, houtwallen en de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit de omgeving; » plannen voor bebouwing in het buitengebied dienen in samenhang met de (bestaande en toekomstige) erfinrichting te worden gemaakt en beoordeeld; » het behoud van de kenmerken van karakteristieke (voormalige)

boerderijen en andere karakteristieke bebouwing, ook als deze bebouwing niet is aangemerkt als monument. De plannen zijn besproken met de welstandscommissie, zij hebben een positief advies gegeven.

32

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg 13A

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheidsaspecten

Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichtte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht).

5.2

Archeologie en cultuurhistorie

5.2.1

Inleiding

Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast archeologie, ook een beschrijving moet worden gegeven van de historische (steden)bouwkunde en historische geografie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. 5.2.2

Archeologisch onderzoek

In verband met de beoogde nieuwbouw van een tweede woning op het perceel Beekhuizerweg nabij nummer 13 en 25 te Hierden is een wijziging van het bestemmingsplan benodigd. In het kader van de wijziging van het bestemmingsplan dienen archeologische waarden in voldoende mate te worden vastgesteld. Archeologie kan zodoende als belang door de gemeente afgewogen worden. Het grootste volume van de nieuwbouw komt te liggen in de huidige paardenbak. Op vrijdag 25 mei 2019 is door de regioarcheoloog een tweetal boringen gezet. Hieruit bleek dat de bodem slechts 80 cm diep was ontgraven en dat er nog een restant van de oorspronkelijke enkeerdgrond aanwezig was, voordat het natuurlijke gele zand bereikt werd. De resultaten ondersteunen de hoge archeologische verwachting die op het gebied ligt en sluiten de aanwezigheid van archeologische waarden niet uit. De bouw van een nieuw huis zal de eventueel aanwezige archeologische waarden verstoren. Om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van archeologische waarden is een sleuvenonderzoek de beste onderzoeksmethode. Voor de wijziging van het bestemmingsplan wordt een sleuvenonderzoek verlangd op basis van een door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Het sleuvenonderzoek bestaat uit het aanleggen van 1 sleuf (20 x 4 meter) die op de beoogde nieuwbouw geprojecteerd is.

Het onderzoek dient uitgevoerd te worden door een daarvoor gecertificeerd bureau. In september 2020 is door Salisbury Archeologie b.v. een karterend proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en het archeologiebeleid van de gemeente Harderwijk en aanvullende eisen en richtlijnen zoals geformuleerd in het PvE dat voor dit onderzoek is opgesteld. Het proefsleuvenonderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor een (behoudenswaardige) vindplaats uit de periode Laat Paleolithicum - Romeinse tijd. De archeologische verwachting voor deze periode kan bijgesteld worden naar laag; de archeologische verwachting voor de periode Middeleeuwen-Nieuwe tijd is eveneens laag. De kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats in de rest van het plangebied wordt dan ook laag geacht. Een vervolgonderzoek is niet noodzakelijk, en het plangebied kan daarom uit archeologisch oogpunt vrij worden gegeven. Het rapport is beoordeeld door de regio-archeoloog en voor akkoord gegeven. Ook voor het vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen.

Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=53ae9d53-2f8f-471b-8b1b-d59220a40e14