CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage IVa - Ecologisch advies ODNV dd 2 maart 2021.pdf

Raadsvergadering 25 augustus 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Beleid inpassing zonnepanelen1.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan

Gemeente Harderwijk, Celine Kram Van

ODNV, Michael Edelijn

Locatiegegevens Adres / omschrijving:

gehele grondgebied gemeente Harderwijk

Aanleiding In het kader van de transitie naar meer duurzame energie is het beleid zon op land ontwikkeld. Er wordt gekozen voor een sterke balans tussen initiatieven en de bescherming van het landschap. Verzocht is het beleid te beoordelen in het kader van Natuur en Ecologie en de Wet natuurbescherming. Beoordeling beleid 3.1.2 Regionale energiestrategie en energieke stad Wij onderschrijven de urgentie om eerst zonnepanelen op daken te realiseren voordat zonne-energie op land als energievorm geaccepteerd wordt. Zonnepanelen op daken zijn rekening houdend met de natuur de meest slimme combinatie met andere functies. Nu wordt ingezet op het gebruiken van grootschalige daken welke enkel 30% van de potentiële daken betreft. Vanuit de filosofie dat zonnepanelen niet ten koste moet gaan van natuur en landschap adviseren wij te kijken of dat percentage van het gebruik van daken niet hoger kan. Het gebruik van particuliere daken telt nu niet mee maar kan cumulatief een enorme bijdrage leveren. Waarom telt dit in de nationale doelstelling niet mee? Ten aanzien van de Wet natuurbescherming zullen bij het realiseren van zonnepanelen op daken minder belemmeringen gelden dan het realiseren van zonne-energie op land.

3.2.2 Ruimtelijke vertaling van gekozen scenario In de tabel wordt bij de categorie daken een maximale potentie gegeven van 63,3 ha terwijl in hoofdstuk 3.1.2 staat dat in 2030 100 van de 180 ha potentieel geschikte daken in gebruik moet zijn voor zonne-energie. Waar komt dit grote verschil vandaan? Wanneer er 180 ha daken geschikt is en 44 ha gebruikt moet worden om het aandeel van Harderwijk aan de RES-regio te leveren, kan theoretisch gezien die 44 ha enkel met zonne-energie op daken gerealiseerd worden. Dit heeft wel de voorkeur vanuit het aspect ecologie. Geadviseerd wordt vanuit het aspect ecologie om de in te vullen hectares zoveel mogelijk met zonnepanelen op daken en andere bebouwde of ‘bezette’ oppervlakten, zoals parkeerplaatsen, te realiseren. Daarna kan gekeken worden naar de “loze” stukken grond zoals geluidswallen, bermen langs infrastructuur en lege stukjes groen rond afslagen en verkeersknooppunten. De invulling met drijvende zonnepanelen op natuurlijk oppervlakte water wordt vanuit ecologie afgeraden omdat in en rond het water veel natuur aanwezig is en daarmee negatieve gevolgen voor de natuur niet uit te sluiten zijn. Eventueel kunnen diepe waterpartijen die ontstaan zijn door zandwinning wel onderzocht worden omdat hier de ecologische waarde vaak laag is.

De invulling grondgebonden zonnepanelen op bedrijvenpark lijkt gezien vanuit de ecologie weinig belemmeringen te geven. Echter moet ook rekening worden De Gelderse omgevingsdiensten hebben als taak vergunningverlening, toezicht en handhaving van wetgeving op het gebied van milieu.

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

gehouden met toekomstige plannen. Wanneer een bedrijvenpark vol is en een deel daarvan beslaat grondgebonden zonnepanelen als enige functie op die vierkante meters moeten nieuwe initiatieven voor bedrijvigheid ruimte elders zoeken. Daarbij bestaat de kans dat nieuwe bedrijvenparken gerealiseerd moeten worden ten koste van bijvoorbeeld buitengebied wat voor ecologie wel een belangrijke functie heeft. Wanneer die open plek op het bedrijventerrein niet is ingevuld met grondgebonden zonnepanelen maar met daadwerkelijk een bedrijf en het dak van dit bedrijf gebruikt wordt om zonnepanelen te plaatsen worden functies gecombineerd en meer rendement gehaald uit het oppervlak grondgebied en daarmee behoudt de gemeente ruimte voor natuur en ecologie. Ook deze keuze zal makkelijker te realiseren zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Op dit moment is een wijzigingsvoorstel van het Besluit bouwwerken en leefomgeving (BBL) ingediend. Dit maakt het mogelijk voor gemeenten om vanaf 1 januari 2022 gebouweigenaren van industrie te verplichten zonnepanelen te plaatsen op hun dak. Gelijk hierbij zal bij een verplichting van het plaatsen van zonnepanelen ook gekeken moeten worden naar de eventuele gevolgen voor de dakconstructie.

Bij nieuwbouw van bedrijfsgebouwen moet dus de dakconstructie voldoen aan bepaalde eisen om zonnepanelen te kunnen dragen en zal de dakconstructie geen belemmering meer zijn bij nieuwbouw. 4.1 Werking van de zonneladder Wij onderschrijven de kwalitatieve pijlers: multifunctioneel ruimtegebruik, zorgvuldige landschappelijke inpassing en lokale participatie. Met name multifunctioneel gebruik is een pijler die veel betekent voor de ecologie. Daarom adviseren wij voorzichtigheid met grondgebonden zonnepanelen op ongebruikt bedrijfsterrein en agrarische gronden. Uiteindelijk zal per locatie afhangen of negatieve gevolgen vanuit de Wet natuurbescherming uitgesloten kunnen worden en zal waar nodig een quickscan flora en fauna uitgevoerd moeten worden om hier duidelijkheid over te krijgen. Aanhakend op de pijler multifunctioneel gebruik missen er nog twee onderdelen, namelijk het verbeteren van de biodiversiteit en het behoud van de bodemkwaliteit. Er wordt op dit moment gewerkt aan het EcoCertified SolarLabel. Uit recent onderzoek van Wageningen Environmental Research blijkt dat op voormalig agrarische landbouwgrond veel meer mogelijk is om zonneparken te combineren met natuurwaarden en bodemkwaliteit (https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksinstituten/Environmenta l-Research/show-wenr/Zonneparken-en-biodiversiteit-ruimte-voor-verbetering.ht m).

Deze twee onderdelen zijn juist op agrarische landbouwgrond sterk gereduceerd en kunnen met de juiste inrichting en beheer meerwaarde creëren door het verbeteren van de biodiversiteit en het behouden en verbeteren van de bodemkwaliteit waarbij ook de koolstofopslag in de bodem een rol speelt. Helaas komt het kwaliteitslabel pas in 2025 en wordt geadviseerd om als gemeente dit label te eisen voor nieuwe initiatieven als het beschikbaar is. Maar tot die tijd kan dit wel input leveren voor de eisen die gemeenten nu al stellen aan zonneparken. Het gaat dus verder dan enkel een goede landschappelijke inpassing maar zonneparken zouden dus ook daadwerkelijk met de inrichting moeten aantonen dat biodiversiteit herstelt kan worden en er zal een goed beheerplan moeten zijn om er voor te zorgen dat die waarden gedurende de tijd behouden en versterkt worden. 4.2 Treden van de ladder (aanname is dat de pdf Tredes zonneladder 2.0 de meest recente versie is) Trede 3: Bij de invulling van PV-systemen binnen de Groene Ontwikkelingszone dient overeenkomstig met de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland aangetoond te worden dat er per saldo een substantiële versterking van de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone wordt gerealiseerd. Geadviseerd wordt dit op te nemen in de beleidsregels.

Trede 2: In trede twee is de mogelijkheid om PV-systemen te realiseren in het Eendengebied. Dit eendengebied zou omgevormd worden tot natuurgebied. Binnen die ontwikkeling is het realiseren van PV-systemen binnen dit gebied wat bestemd is in de toekomst voor natuur en bos niet aan te bevelen. Geadviseerd

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

wordt om deze gebieden aan te laten sluiten bij trede 3 op gelijke voet met de invulling van PV-systemen in de Groene Ontwikkelingszone. Trede 1: Zoals hierboven al genoemd adviseren wij vanuit ecologisch perspectief en multifunctioneel gebruik afhoudend te zijn braakliggende gronden van bedrijventerrein te gebruiken voor PV-systemen. Dit omdat het braakliggend terrein beschikbaar blijft om bedrijven te vestigen die PV-systemen op het dak kunnen realiseren (multifunctioneel gebruik) en dus voor toekomstige initiatieven niet snel gezocht moet worden naar nieuwe gronden die omgevormd moeten worden naar bedrijven terrein (ecologisch perspectief). Daarnaast adviseren wij om ook bij deze trede te kijken naar de landschappelijke inpassing van het initiatief. Met betrekking tot natuur en ecologie kan ook bij deze trede veel bereikt worden door de connectie met de hoofdgroenstructuur te versterken binnen de bebouwde kom en het landschap buiten de bebouwde kom. 5.1 Implementatie Onder externe implementatie wordt aangegeven dat initiatiefnemers zelf aangeven in welke trede hun initiatief valt en of het haalbaar wordt geacht. Hierin dient ook meegenomen te worden dat projecten en initiatieven dus aan de Wet natuurbescherming en andere relevante wetgeving getoetst moeten worden.

Geadviseerd wordt hier aandacht voor te vragen en te zorgen dat initiatiefnemers vroegtijdig weet hebben van de verplichtingen uit de Wet natuurbescherming om te onderzoeken of hun initiatief consequenties mee brengt voor de Wet natuurbescherming. Die verplichtingen zullen er ook zijn in de Omgevingswet. Met betrekking tot stikstof zal wanneer de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is aangenomen en in werking is getreden doorgaans geen stikstofberekening gemaakt hoeven worden omdat er dan een vrijstelling geldt voor de aanlegfase voor bouwwerkzaamheden. Voor zover nu bekend vallen de werkzaamheden voor het realiseren van zonnepanelen ook onder. Dit in afwachting van de aanvullingen van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 11.17 en Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 8.74c onder de Omgevingswet. 5.2 Organisatorische consequenties Het beleid zal nu voorzien in een partiële herziening van het bestemmingsplan buitengebied om ter plaatse van het eendengebied de dubbelbestemming zonnepark toe te voegen. Vanuit het aspect ecologie is dit ten eerste niet gewenst en ten tweede dient ook in deze gebieden onderzocht te worden of er significante effecten te verwachten zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zullen die negatieve effecten niet uit te sluiten zijn en is dan een passende beoordeling en ADC-toets nodig.

Dan zal de realisatie van een zonnepark op het aspect Alternatieven van de ADC-toets geen doorgang kunnen vinden zolang niet eerst is onderzocht of de opgave van de energietransitie niet gerealiseerd kan worden middels trede 1 en de andere gebieden genoemd in trede 2 (bouwblok agrarische erven en binnen de bebouwde kom, mits geen hoofdgroenstructuur). Het toevoegen van de dubbelbestemming zonnepark is geen onderdeel van bijvoorbeeld bestemmingsplannen binnen de bebouwde kom of op andere locaties in het buitengebied. Waarom dan specifiek bij eendengebied wel? 7.1 Monitoring Eén van de manieren van monitoring is om te kijken of de RES-regio de doelstellingen haalt, en als blijkt dat de RES-regio die doelstellingen niet haalt kan de gemeente Harderwijk het beleid bij stellen. Volgens het beleid kan gekozen worden voor extra stimulering van trede 1 toe te passen. Vanuit ecologie ligt de wens om de opgave zoveel mogelijk vanuit trede 1 te realiseren. Geadviseerd wordt om te onderzoeken voor vaststelling van het beleid en tijdens de monitoring of de doelstellingen gehaald kunnen worden met zo veel mogelijk gebruik van trede 1. Mocht de volledige potentie van trede 1 (en eventueel trede 2) niet voldoende zijn om de doelstellingen te halen, dat dan overgegaan wordt tot het benutten van in ieder geval trede 2 en eventueel trede 3.

Kortweg zou alle inspanning gedaan moeten worden om er voor te zorgen dat met name trede 1 en zo min mogelijk trede 3 gebruikt wordt. 7.2 Evaluatie Vanuit het aspect ecologie wordt sterk onderschreven dat de gedachte van het beleid moet zijn dat bestaande verhardingen, daken en bedrijven als eerste benut moeten worden.

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Advies Geadviseerd wordt om de maximale potentie van trede 1 te gebruiken bij het bereiken van de doelstellingen uit de RES. Geadviseerd wordt drijvende zonnepanelen niet in trede 1 te plaatsen vanwege een hoge complexiteit met betrekking tot ecologie. Geadviseerd wordt om minder hoog in te zetten op grondgebonden PV-systemen op braakliggend bedrijventerrein. Geadviseerd wordt om bij elk initiatief met grondgebonden PV-systemen een (landschappelijke) inpassing te vragen en wanneer negatieve gevolgen in het kader van de Wet natuurbescherming niet uitgesloten kunnen worden een quickscan flora en fauna uit te laten voeren. Geadviseerd wordt om aan te haken bij bevindingen rond het kwaliteitslabel rond zonneparken om biodiversiteit en bodemkwaliteit te versterken. Geadviseerd wordt om initiatieven in Eendengebied te verplaatsen naar trede 4. Geadviseerd wordt om af te zien van herziening van het bestemmingsplan Buitengebied met betrekking tot het toevoegen van de dubbelbestemming zonneparken in Eendengebied. Geadviseerd wordt om voor initiatieven in de Groene Ontwikkelingszone op te nemen in de beleidsregels dat per saldo de kernkwaliteiten als genoemd in de Omgevingsverordening Gelderland versterkt moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=73b943df-be43-47cb-97d8-65249076b62b