Bijlage 7 bij CV Warmteplan - versie def.pdf
Tekst van het document
Reg.nr. *
gemeente harderwijk
Warmteplan Open Warmtenet Waterfront fase 3 Harderwijk
Dit ‘Warmteplan Open Warmtenet Waterfront fase 3 Harderwijk' is vastgesteld door de gemeenteraad op *
Inhoudsopgave
1
Inleiding
........................................................................................................................
3
2 2.1 2.2
Systeemconcept Waterfront fase 3 ............................................................................. Technische scope ........................................................................................................ Bedrijfssituaties ............................................................................................................
4 4 5
3 3.1 3.2 3.3
Aansluiten op het Open Warmtenet ............................................................................ Gebiedsafbakening warmteplan .................................................................................. Aantal aansluitingen ..................................................................................................... De geldingsduur van het warmteplan, de Aansluitplicht en de uitzonderingen op de Aansluitplicht .......................................................................................................
7 7 7
Mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu ........................................ Uitgangspunt: Aansluitplicht .......................................................................................... Een gelijkwaardige oplossing als uitzondering op de Aansluitplicht ............................. De energieprestatie van het Open Warmtenet .............................................................. De milieuprestatie van het Open Warmtenet .................................................................
9 9 9 9 12
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Bijlage 1:
Pagina
2 van 15
Procedure uitzondering Aansluitplicht op het Open Warmtenet
.......................
8
14
1
Inleiding
Een distributienet voor warmte als alternatief voor aardgas Sinds 1 juli 2018 (Wet VET) bestaat geen recht meer op een aardgasaansluiting voor kleinverbruikersaansluitingen, zoals woningen. Nieuwbouwwoningen mogen zelfs - in beginsel - helemaal niet meer op de aardgasinfrastructuur aangesloten worden. Gelet daarop is het nodig om voor de verwarming van nieuwbouwprojecten naar alternatieve energiebronnen voor aardgas te kijken. In de Nota van uitgangspunten ‘Waterfront Fase 3' uit 2016 is de ambitie neergelegd om alle benodigde energie in de wijk Waterfront 3 (het gebied zoals aangeduid in figuur 3.1, Waterfront Fase 3’) op te wekken uit hernieuwbare energiebronnen en geen gasinfrastructuur meer aan te leggen. De gemeenteraad van Harderwijk heeft op 18 februari 2021 besloten tot het realiseren van een Open Warmtenet voor de wijk Waterfront fase 3 (‘Open Warmtenet) en ten behoeve van het instellen van een aansluitplicht op het Open Warmtenet een Warmteplan op te stellen. Met de realisatie van het Open Warmtenet wordt invulling gegeven aan de ambitie van de gemeente Harderwijk om een aardgasvrije en energieneutrale gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Met het Open Warmtenet wordt een totale CO2-reductie van 25-350Zo gerealiseerd ten opzichte van een situatie zonder Open Warmtenet.
Nut en noodzaak van dit warmteplan Op grond van het Bouwbesluit 2012 (‘Bouwbesluit') zijn wij bevoegd een warmteplan vast te stellen. Een warmteplan is volgens artikel 1.1 Bouwbesluit een: “besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen. ” Met de vaststelling van een warmteplan kunnen wij de aansluiting op een distributienet voor warmte (in beginsel) verplichten voor nieuw te bouwen bouwwerken met één of meer verblijfsgebieden (‘ Nieuwbouw), zoals woningen (zie artikel 6.10 lid 3 Bouwbesluit). Met dit warmteplan doen wij dat voor Waterfront Fase 3, waar de komende tien (10) jaar ca 1100 aansluitingen op het Open Warmtenet zijn voorzien. Daarnaast leggen wij in dit warmteplan de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van het Open Warmtenet en het opwekkingsrendement van de over het Open Warmtenet getransporteerde warmte, bij aansluiting op het Open Warmtenet vast.
Dit is relevant voor de vraag of er sprake is van een aansluitplicht: op grond van artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit geldt de aansluitplicht namelijk niet als een ‘gelijkwaardige oplossing' voor een aansluiting op het Open Warmtenet wordt aangedragen. Van een dergelijke gelijkwaardige oplossing is sprake als met de (alternatieve) oplossing tenminste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt bereikt als met de in dit warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.
Pagina
3 van 15
2
Systeemconcept Waterfront fase 3
1.1
Technische scope
Het systeemconcept van het Open Warmtenet bestaat uit een distributienet voor warmte met warmtepompen, bodemenergie en warmtewinning uit de nabijgelegen rioolwaterzuivering (afvalwater) waarmee Waterfront Fase 3, en mogelijk later meer wijken/gebieden, van warmte wordt voorzien. Verdere ontwikkeling van dit warmteconcept heeft geresulteerd in het Open Warmtenet. In onderstaand figuur 2.1 is het energieconcept op hoofdlijnen weergegeven.
Individuele warmtepomp
Collectieve warmtepomp
Warmteafgifte
Warmteafgifte
Individuele installatie
Warmtepomp
Open Warmtenet Aans uitset
Aansluitset
Figuur 2.1 Het Open Warmtenet (kader) inclusief de installaties in de woningen en gebouwen
Door gebruik te maken van seizoensmatige opslag van warmte en koude in de bodem, kan op efficiënte, duurzame wijze worden voorzien in de warmte- en koudelevering. Het wko-systeem bestaat uit warme en koude bronnen die beurtelings worden geladen en ontladen. De energie wordt opgeslagen in een watervoerende zandlaag. Door hier grondwater in en uit te pompen, kan deze energie opgeslagen en weer benut worden. Op het parkeerterrein ten noordoosten van de N302 wordt een technische ruimte gebouwd van waaruit de in de wko opgeslagen warmte en koude naar de woningen en gebouwen kan worden getransporteerd. Daarvoor wordt een distributienet voor warmte/warmtenet aangelegd, wat bestaat uit een tweepijps kunststof leidingnet. Het uitgangspunt is dat elke woning en elk gebouw van een warmtepomp wordt voorzien. Deze warmtepompen onttrekken warmte (circa 10-16X) uit het Open Warmtenet en verhogen dit in temperatuur naar 30X-35X, om vervolgens via de afgiftesystemen in de woningen en gebouwen voor
Pagina
4 van 15
ruimteverwarming (bijvoorbeeld vloerverwarming) of 55-60oC voor warm tapwater gebruikt te worden. In de zomer kan het water uit het Open Warmtenet gebruikt worden voor het koelen van de woningen en gebouwen.
2.1
Bedrijfssituaties
De aanvoertemperatuur in het Open Warmtenet is zowel in de zomer als winter tussen de 10 en 16oc. Winterseizoen In de winter wordt het Open Warmtenet gebruikt als warmtebron voor de warmtepompen. De warmtepompen onttrekken daarbij warmte uit het Open Warmtenet en koelen het water af. De koude die hierbij vrijkomt wordt opgeslagen in de wko, zodat dit weer bruikbaar is voor de zomer. Zomerseizoen In de zomer wordt het Open Warmtenet gebruikt voor comfortkoeling in de woningen en gebouwen waardoor het water van het Open Warmtenet opwarmt. De warmte die hierbij vrijkomt wordt opgeslagen in de wko, zodat dit bruikbaar is voor de winter. In de zomer zal mogelijk extra warmte uit afvalwater in de wko geladen moeten worden om zo 's winters voldoende warmte voor alle woningen en gebouwen beschikbaar te hebben. T ussenseizoenen In de lente en herfst zal in sommige woningen en gebouwen een warmtevraag (bijvoorbeeld voor warm tapwater) en andere woningen juist een koudevraag zijn. Via het Open Warmtenet kan dan optimaal warmte en koude tussen de gebouwen uitgewisseld worden. Afhankelijk van de temperatuur van het afvalwater (effluent) is het een groot deel van het jaar mogelijk om rechtstreeks warmte te leveren vanuit de warmte-uitkoppeling met de RWZI.
Pagina
5 van 15
Figuur 2.2 geeft het beoogde verloop van de aanvoer- en retourtemperaturen in het Open Warmtenet weer.
Temperatuurtraject wijknet Aanvoertemperatuur
winterseizoen
Retourtem peratuur
tussenseizoen
Figuur 2.2
DWA
zomerseizoen
Beoogd temperatuurverloop in het Open Warmtenet
Met hetzelfde leidingnet wordt zowel lage temperatuurwarmte geleverd (winter) als koude (zomer). De aanvoer- en retourtemperaturen variëren daardoor per seizoen. In het tussenseizoen houdt het Open Warmtenet zichzelf in balans als er dan evenveel warmte als koude aan het leidingnet wordt toegevoegd. De woningen en gebouwen waarin gekoeld wordt, leveren de warmte voor woningen en gebouwen waar nog vloerverwarming nodig is of waar de warmtepomp tapwater staat op te warmen.
Pagina
6 van 15
3
Aansluiten op het Open Warmtenet
3.1
Gebiedsafbakening warmteplan
Het plangebied voor het Open Warmtenet waar dit warmteplan betrekking op heeft, is Waterfront Fase 3. Deze wijk/dit gebied bevindt zich aan de noordwestzijde van Harderwijk en is onderstaand op figuur 3.3 aangeduid.
Figuur 3.4 Gebiedsafbakening reikwijdte warmteplan Waterfront fase 3 3.2
Aantal aansluitingen
Dit warmteplan is opgesteld voor maximaal 1.100 aansluitingen. De aansluitingen zijn als volgt onderverdeeld: ^ Woonfunctie 1.100 woningen. ^ Voorzieningen 15 voorzieningen van circa 600 m2 bruto vloeroppervlak. De woningen en gebouwen in het aangeduide gebied worden gefaseerd gebouwd.
3.3
De geldingsduur van het warmteplan, de Aansluitplicht en de uitzonderingen op de Aansluitplicht
Geldingsduur van het warmteplan en de Aansluitplicht
Pagina
7 van 15
Dit warmteplan geldt voor een periode van tien (10) jaar, te rekenen vanaf de dag nadat het warmteplan is vastgesteld in de gemeenteraad en - de kennisgeving van - dat besluit is gepubliceerd in de Staatscourant. In die periode zijn maximaal 1100 aansluitingen op het Open Warmtenet voorzien en is in principe - op grond van artikel 6.10 lid 3 Bouwbesluit - sprake van een plicht om Nieuwbouw op het Open Warmtenet aan te sluiten (‘Aansluitplicht).
De reikwijdte van en uitzonderingen op de Aansluitplicht Er wordt hier gesproken van ‘in principe' omdat de Aansluitplicht niet altijd geldt. Zo volgt uit artikel 6.10 lid 3 Bouwbesluit dat de Aansluitplicht niet geldt als: a. het geplande aantal aansluitingen op het Open Warmtenet, namelijk: max 1100, is bereikt op het moment dat een initiatiefnemer een aanvraag indient om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen', en b. de aansluitafstand groter is dan 40 meter en de aansluitkosten hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter. Daarnaast geldt de Aansluitplicht niet in de gevallen zoals omschreven in artikel 1.12a (‘Uitzonderingen woonfunctie voor particulier eigendom) en artikel 1.12b (‘Uitzonderingen voor een drijvend bouwwerk) van het Bouwbesluit 2012. Ten slotte geldt de Aansluitplicht niet als een initiatiefnemer een ‘gelijkwaardige oplossing' voor een aansluiting op het Open Warmtenet aandraagt (artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit). Daarvan is sprake als met de (alternatieve) oplossing tenminste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt bereikt als met de in dit warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.
Nieuwbouw hoeft dus niet op het Open Warmtenet te worden aangesloten als een initiatiefnemer op het gebied van energiezuinigheid en bescherming van het milieu ‘een gelijkwaardige oplossing voor een aansluiting op het Open Warmtenet' aandraagt.
Pagina
8 van 15
4
4.1
Mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu
Uitgangspunt: Aansluitplicht
Nieuwbouw in Waterfront Fase 3 waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, dient in beginsel aangesloten te worden op het Open Warmtenet.
4.2
Een gelijkwaardige oplossing als uitzondering op de Aansluitplicht
De Aansluitplicht geldt (onder meer) niet als sprake is van een gelijkwaardige oplossing (zoals hierboven is uitgelegd in paragraaf 3.3). De beoordeling van de gelijkwaardigheid van een - door een initiatiefnemer - aangedragen oplossing moet plaatsvinden op basis van de energiezuinigheids- en milieuprestaties van het Open Warmtenet. Een initiatiefnemer die een aanvraag indient voor een omgevingsvergunning voor Nieuwbouw, en niet op het Open Warmtenet wil aansluiten (op grond van artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit), moet aantonen dat deze Nieuwbouw is voorzien van een alternatieve oplossing die ten minste gelijkwaardig is aan de energie- en milieuprestaties van het Open Warmtenet. Referentiekader daarbij is de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu zoals deze in dit warmteplan is opgenomen. De energiezuinigheids- en milieuprestaties van het Open Warmtenet - zoals weergegeven in dit warmteplan - zijn gebaseerd op de uiteindelijke energiezuinigheids- en milieuprestaties van het Open Warmtenet die optreedt vanaf het moment dat het geplande aantal aansluitingen zoals opgenomen in dit warmteplan is bereikt. De mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van het Open Warmtenet worden in het kader van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen omgerekend naar een prestatie op gebouwniveau.
Hieronder zijn de prestaties van het Open Warmtenet weergegeven. De mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van het Open Warmtenet zijn daarbij concreet uitgewerkt. Eerst wordt ingegaan op de energieprestatie van het Open Warmtenet, daarna op de milieuprestatie van het Open Warmtenet.
4.3
De energieprestatie van het Open Warmtenet
De vergelijkingsmethode voor energiezuinigheid volgt (momenteel) uit hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit Sinds 1 januari 2021 moeten alle nieuwe bouwwerken voldoen aan de energieprestatienormen die zijn vastgelegd in hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit. Het gaat om de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG).
Pagina
9 van 15
Op dit moment betekent dit dat er voor grondgebonden woningen en woongebouwen een energieprestatie geldt conform onderstaande Tabel 4.1 Eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen.
BENG indicator
Eenheid
Eis grondgebonden woning
Eis woongebouwen
1 Warmtebehoefte
kWh/m2
55
65
2 Fossiel energiegebruik
kWh/m2
30
50
3 Aandeel duurzame energie
/o
50
40
Tabel 4.1 Eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen
Aanvullend wordt een eis gesteld aan het risico op hoge temperaturen volgens de TOjuli-indicator. Voor iedere grondgebonden woning en woongebouw dient te worden aangetoond dat dit risico voldoende beperkt is. Bij actieve koeling wordt verondersteld dat dit risico voldoende beperkt is en hoeft de TOjuli niet te worden bepaald. De BENG-systematiek is momenteel leidend voor de vergelijking tussen een aansluiting op het Open Warmtenet en een alternatieve oplossing. Bij het bepalen of een alternatieve oplossing gelijkwaardig is aan de mate van energiezuinigheid van het Open Warmtenet moet altijd worden uitgegaan van de meest actuele wet- en regelgeving over de energieprestatie van bouwwerken. Dit warmteplan regelt nadrukkelijk niet hoe de vergelijking moet worden gemaakt.
De energieprestatie van het Open Warmtenet De energieprestaties (volgens de BENG-systematiek) van grondgebonden woningen en woongebouwen die zijn aangesloten op het Open Warmtenet zijn hieronder weergegeven in tabel 4.2.
BENG indicator
Eenheid
Energieprestatie grondgebonden woning
Energieprestatie appartementengebouw
1 Warmtebehoefte
kWWm2
55,0
65,0
2 Fossiel energiegebruik
kWWm2
17,1
42,6
3 Aandeel duurzame energie
/o
81/
59/
Tabel 4.2 Energieprestatie bij een aansluiting op het Open Warmtenet
De berekeningen zijn uitgevoerd aan de hand van de volgende uitgangspunten. ^ Voor een voorbeeld tussenwoning en een voorbeeld appartementencomplex is een dusdanig pakket energiemaatregelen gekozen dat rekenend met een forfaitaire lucht/waterwarmtepomp voldaan wordt aan de BENG-eisen die per 1 januari 2021 gelden conform het Bouwbesluit 2012 (zie tabel 4.1).
Pagina
10 van 15
^
Vervolgens is de lucht/waterwarmtepomp uitgeruild door het concept met warmtepompen en het Open Warmtenet. Dit resulteert voor de referentiegebouwen in een BENG-score zoals weergegeven in tabel 4.2.
Daarbij is uitgegaan van de ambitie van de gemeente om Waterfront Fase 3 van een duurzame energievoorziening te voorzien. Bodemverontreiniging laat energieconcepten met bodemwarmtewisselaars in een deel van Waterfront Fase 3 niet toe. Daarom heeft de gemeente ervoor gekozen om het Open Warmtenet aan te leggen. Een dergelijke energievoorziening vereist een minimale omvang. De gemeente wil dat alternatieve energieconcepten minimaal dezelfde prestatie leveren als met het Open Warmtenet te bereiken is en dat de milieuwinst van het Open Warmtenet niet ten koste gaat van andere duurzaamheidsmaatregelen in de woningen.
De parameters van het Open Warmtenet in een Energieprestatieberekening Het Open Warmtenet is een distributienet voor warmte. In een Energieprestatieberekening moet worden uitgegaan van de volgende gegevens van het Open Warmtenet. ^ Verwarming- en warmtapwatersysteem. - Toe te passen type warmtepomp: uitgangspunt is een combi warmtepomp van het fabricaat Itho Daalderop of gelijkwaardig. - Bron warmtepomp: grondwater. - Ontwerpaanvoertemperatuur cv-systeem: 35 - 40X. - Type bijverwarming: elektrisch element. - Regeneratie, type collectieve bron: doublettype. ^ Koeling. - Type opwekker: koudeopslag/bodemkoeling (zonder inzet koelmachine). - Koeltransport: water. - HT-koeling. De overige invoergegevens met betrekking tot de energieprestatieberekening dienen door de initiatiefnemer zelf op basis van het ontwerp van het bouwwerk bepaald en ingevoerd te worden.
Vergelijking van energiezuinigheid op basis van hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit: een Energieprestatieberekening ^
^ ^
Volgens de huidige wet- en regelgeving - zoals vastgelegd in hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit - moet een vergelijking worden gemaakt op basis van de NTA 8800. Daarbij mag worden uitgegaan van de software voor een Energieprestatieberekening volgens de NTA 8800. Bij de toetsing van de Energieprestatieberekening worden de wettelijk verankerde definities en rekenmethodieken gehanteerd zoals die zijn vastgelegd in de NTA 8800. De energiezuinigheidsprestatie van het gebouw met de alternatieve oplossing wordt berekend volgens de NTA 8800. Voor de onderbouwing van de gehanteerde energieprestatie van bouwkundige en installatietechnische maatregelen van duurzame alternatieven dient de aanvrager te beschikken over actuele kwaliteitsverklaringen opgenomen in de Databank Gecontroleerde Kwaliteitsverklaringen en Gelijkwaardigheidsverklaringen. Indien geen door BCRG goedgekeurde kwaliteitsverklaringen of gelijkwaardigheidsverklaringen beschikbaar zijn voor een techniek die de aanvrager wenst toe te passen, dient de aanvrager te rekenen met de forfaitaire waarden uit de NTA 8800.
Pagina
11 van 15
^
Vervolgens wordt de alternatieve oplossing uitgewisseld met de toepassing van het Open Warmtenet. Als sprake is van een gelijkwaardigheid op alle BENG-indicatoren (‘Warmtebehoefte', ‘Fossiel energiegebruik' en ‘Aandeel duurzame energie'), dan wordt met de alternatieve oplossing dezelfde mate van energiezuinigheid bereikt als met een aansluiting op het Open Warmtenet.
4.4
De milieuprestatie van het Open Warmtenet
De factoren voor de milieuprestatie Hieronder zijn de gegevens over het bouwmateriaal, de geluidshinder en de NOx- en fijnstofuitstoot van het Open Warmtenet opgenomen. Aan de hand van deze factoren moet worden bepaald of de mate van bescherming van het milieu van een alternatieve oplossing ten minste gelijkwaardig is aan een aansluiting op het Open Warmtenet. 1. Het bouwmateriaal Sinds 1 januari 2018 geldt dat een maximale milieubelasting van de materialen die in een bouwwerk met gebruiks- of kantoorfunctie mogen worden moeten toegepast. Volgens artikel 5.9 van het Bouwbesluit moet dit worden berekend aan de hand van de methodiek ‘MilieuPrestatieGebouwen' (‘MPG'). De MPG van het Open Warmtenet is hieronder weergegeven in de tabel 4.3.
Minimale milieuprestatie
Eenheid
Milieuprestatie grondgebonden woning
Milieuprestatie appartementengebouw
MPG-score
f per m2 bvo per jaar
0,50
0,60
Tabel 4.3 Milieuprestatie van het Open Warmtenet De MPG van het Open Warmtenet is berekend aan de hand van het volgende uitgangspunt. ^ Voor een voorbeeld tussenwoning en een voorbeeld appartementencomplex is een dusdanig pakket energiemaatregelen gekozen dat, rekenend het concept met warmtepompen en het Open Warmtenet, zoals omschreven in hoofdstuk 2, voldaan wordt aan de bovenstaande energieprestatie (tabel 4.2). Dit resulteert voor de referentiegebouwen in een MPG-score zoals weergegeven in tabel 4.3. De Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken is momenteel leidend voor de vergelijking tussen een aansluiting op het Open Warmtenet en een alternatieve oplossing (artikel 5.9 Bouwbesluit). 2. Geluid Door het toepassen van het Open Warmtenet is er geen geluidsproductie van installaties ten behoeve van warmte- en koudeopwekking op het perceel, dan alleen de warmtepompen in de woningen. Bij toepassing van alternatieve installaties zal de aanvrager door middel van een akoestisch onderzoek moeten aantonen dat de alternatieve installatie ten behoeve van warmte- en koudeopwekking gemeten op de perceelsgrens niet hoger is dan de in tabel 4.4 genoemde waarde.
Pagina
12 van 15
Geluidsdruk
Eenheid
Woningen
Geluidsdruk
dB(A)
35 Tabel 4.4 Geluidsdruk op basis van bovenstaande uitgangspunten.
3. NOx en fijnstofuitstoot Er is geen sprake van NOx en/of fijnstofuitstoot van Open Warmtenet binnen de gebiedsafbakening van dit warmteplan. Bij toepassing van alternatieve installaties zal de aanvrager moeten aantonen dat de NOx- en fijnstofuitstoot van de alternatieve oplossing (binnen het gebied Waterfront Fase 3), evenals bij een aansluiting op het Open Warmtenet gelijk is aan 0. Vergelijking van de mate van bescherming van het milieu (uitgaande van de huidige berekeningswijzen die zijn opgenomen in het Bouwbesluit) De gelijkwaardigheid van de mate van bescherming van het milieu is aangetoond, indien de alternatieve oplossing voldoet aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden. ^ Er is sprake van een MPG-score die gelijk of lager is dan de waarde uit tabel 4.3. ^ Middels een akoestisch onderzoek is aangetoond dat de geluidsproductie op de perceelsgrens minimaal gelijk is of lager is dan de in tabel 4.4 genoemde richtwaarde. Daarbij dient rekening gehouden te worden met het achtergrondgeluid van alle omliggende geluidsbronnen. De aanvrager moet daarvoor op de bouwtekeningen laten zien waar de lucht/waterwarmtepompen worden geplaatst. ^ Er is aangetoond dat de NOx- en fijnstofuitstoot van de alternatieve oplossing (binnen het warmteplangebied) gelijk is aan 0.
Bij het bepalen of een alternatieve oplossing gelijkwaardig is aan de mate van bescherming van het milieu van het Open Warmtenet moet altijd worden uitgegaan van de meest actuele wet- en regelgeving over het berekenen van milieuprestaties. Dit warmteplan regelt nadrukkelijk niet hoe de vergelijking moet worden gemaakt.
Pagina
13 van 15
Bijlage 1: Procedure uitzondering Aansluitplicht op het Open Warmtenet
Een initiatiefnemer die een aanvraag indient voor een omgevingsvergunning voor - de bouw van Nieuwbouw, en niet op het Open Warmtenet wil aansluiten, moet aantonen dat deze Nieuwbouw is voorzien van een alternatieve oplossing die ten minste gelijkwaardig is aan de energie- en milieuprestaties die in dit warmteplan zijn opgenomen. De procedure om te beoordelen of sprake is van een uitzondering op de Aansluitplicht, als bedoeld in artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit, verloopt volgens onderstaand stappenplan. Aan dit stappenplan kunnen geen rechten worden ontleend. Het stappenplan kan bovendien wijzigen wanneer de berekeningswijze voor energiezuinigheidsprestaties en/of milieuprestaties - ten aanzien van factoren waarvan de prestaties van het Open Warmtenet zijn opgenomen in dit warmteplan - wijzigen.
STAP 1: de initiatiefnemer dient een aanvraag in De initiatiefnemer dient een aanvraag om een omgevingsvergunning in bij het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk (“het College”). De initiatiefnemer levert daarbij - in ieder geval - de volgende informatie aan. ^ Een energieprestatieberekening (conform de gestelde eisen in dit warmteplan). ^ Aanvullende documentatie zoals kwaliteitsverklaringen. ^ Een milieuprestatieberekening (conform de gestelde eisen in dit warmteplan). ^ Bij gebruik van een luchtwarmtepomp: - een tekening met de plaatsing van de warmtepomp, en; - een akoestisch onderzoek aantonen dat het geluidsniveau onder de richtwaarde blijft. ^ Gegevens waaruit aantoonbaar blijkt dat de NOx- en fijnstofuitstoot van het voorgestelde alternatief binnen het plangebied gelijk aan 0 is.
STAP 2: het college toetst de aanvraag Het College controleert of aanvraag volledig en correct is (ontvankelijkheidstoets). ^ Zijn alle documenten aangeleverd? ^ Zijn juiste getallen uit de energieprestatieberekening overgenomen? ^ Zijn juiste waarden uit de kwaliteitsverklaring overgenomen? Nee Het College stuurt de initiatiefnemer een brief, waarin het College aan de initiatiefnemer bericht dat de aanvraag nog niet in behandeling genomen kan worden. De aanvrager wordt op grond van het bepaalde in artikel 4:5 Awb in de gelegenheid gesteld om de benodigde aanvullende gegevens te verstrekken. Indien deze niet binnen de gestelde termijn worden geleverd, wordt de aanvraag omgevingsvergunning, wegens onvolledigheid van stukken, buiten behandeling gelaten. Ja Het College beoordeelt of sprake is van een uitzondering van de Aansluitplicht. In dat kader controleert het College: ^ De energieprestatieberekening. ^ De milieuprestatieberekening. ^ Of plaatsing van de warmtepomp niet tot overschrijding van richtwaarden voor geluid leidt conform paragraaf 4.4 van het Warmteplan. ^ Dat de NOx- en fijnstofuitstoot van het voorgestelde alternatief gelijk aan 0 is.
Pagina
14 van 15
STAP 3: het college neemt een beslissing op de aanvraag Nee Indien het alternatief niet (minimaal) gelijkwaardig, dan ontvangt de initiatiefnemer een weigeringsbesluit van het college, wegens strijdigheid met het Bouwbesluit. De aanvraag om een omgevingsvergunning wordt dan geweigerd. De initiatiefnemer kan vervolgens een nieuwe aanvraag indienen om een omgevingsvergunning op basis van: ^ een aansluiting op het collectieve Open Warmtenet (volgens reguliere procedure voor omgevingsvergunning), of; ^ een alternatieve oplossing die ten minste gelijkwaardig is aan de energie- en milieuprestaties die in dit warmteplan zijn opgenomen. Ja Indien sprake is van een alternatieve oplossing die (minimaal) gelijkwaardig is aan de energie- en milieuprestaties die in dit warmteplan zijn opgenomen, dan is de Aansluitplicht niet van toepassing op grond van artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit. Dit betekent echter nog niet dat een omgevingsvergunning voor de aangevraagde Nieuwbouw kan worden vergund. Het College beoordeelt de aanvraa
Pagina
15 van 15