Bijlage 6. Reactienota Huisvestingsverordening
Tekst van het document
Reg.nummer.: 02430000219196 / 02430000796321
Reactienota m.b.t. ingediende zienswijzen op de concept Huisvestingverordening Harderwijk 2026 Datum reg. nr. Onderwerp
: 23 september 2025 : 02430000219196 / 02430000796321 : Reactienota m.b.t. ingediende zienswijzen op de concept Huisvestingsverordening Harderwijk 2026
Inspraakperiode 17 juli tot en met 28 augustus 2025
Publicatie De uitnodiging tot inspraak is gepubliceerd in de gemeentelijke bekendmakingen en op overheid.nl. Daarnaast heeft de concept Huisvestingsverordening (hierna ook te noemen: de verordening) vanaf 17 juli 2025 fysiek ter inzage gelegen in de publiekshal van het Huis van de Stad gemeente Harderwijk. Ook zijn de in Harderwijk actieve woningcorporaties Uwoon, Omnia Wonen, Habion en Woonzorg Nederland, de huurdersorganisaties SHOW en Woonwijs, de Vereniging voor behoud van de Woonwagencultuur Harderwijk (H.V.W.C.) per email op de hoogte gebracht van de terinzagelegging en de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Tenslotte is ook een adviesaanvraag verzonden aan de Provincie Gelderland.
Resultaat inspraakperiode Wij hebben van de volgende partijen een zienswijze ontvangen • een gezamenlijke zienswijze van Uwoon, Omnia Wonen, SHOW en Woonwijs (en de overige in de regio actieve corporaties en huurderorganisaties) • Advies van Provincie Gelderland • Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Harderwijk (H.V.W.C.) • Een reactie van Omnia Wonen enkel m.b.t. hoofdstuk 7
Reactie op ingediende zienswijzen Inspraakreactie namens woningcorporaties Uwoon, Omnia Wonen (en de overige in de regio actieve corporaties en huurderorganisaties) De corporaties en huurdersorganisaties spreken hun waardering uit voor het proces en het feit dat zij nauw betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de verordening. Zij kunnen daarom instemmen met het voorliggende concept. Wel vestigen zij nog de aandacht op de volgende punten: Het belang van monitoring: men vraagt aandacht voor het belang van gelijke en transparante spelregels. Ze zij blij met de samenwerking bij het opstellen van uitvoeringsregels en hechten belang aan het in gezamenlijkheid uitvoeren, monitoren en waar nodig bijstellen. Continue dialoog en evaluatie: men spreekt uit dat het belangrijk is om het ‘bestuurlijk overleg wonen’ te continueren om zo een gedeeld beeld van de volkshuisvestelijke opgaven te borgen en waar nodig in overleg te treden over bijsturing of aanpassing.
ons kenmerk: pagina:
02430000219196 / 02430000796321 2 van 8
Reactie gemeente Harderwijk De gemeente kan bevestigen dat de totstandkoming van de Huisvestingsverordening in goede harmonie en samenspraak met de corporaties en huurdersorganisaties is verlopen. De reactie van de woningcorporaties en huurdersorganisaties noopt niet tot een inhoudelijke aanpassing van de verordening. Gemeente Harderwijk onderkent het belang van goede monitoring en het voortdurend in gesprek blijven op regionaal niveau. Er is immers sprake van één regionaal woonruimteverdeelsysteem. Uniforme regels in de regio zijn daarom essentieel. Ook wordt de implementatie op dezelfde voet samen vormgegeven. Inspraakreactie/advies van Provincie Gelderland Aan de provincie is op grond van de Huisvestingswet advies gevraagd. De provincie heeft een positief advies afgegeven op de Huisvestingsverordening. De provincie heeft de volgende concrete adviezen gegeven: Zet mogelijkheden om voorrang te verlenen aan woningzoekenden met lokale binding beperkt in. De provincie roept, vanuit het oogpunt van een regionale woningmarkt, op om iedereen zoveel mogelijk dezelfde kansen te geven bij de verdeling van woningen. De provincie streeft naar zo min mogelijk blokkades in Huisvestingsverordeningen zoals voorrang voor vitale beroepsgroepen of lokale binding. Belang van regionale afstemming.
De provincie benadrukt dat het belangrijk is, gezien een regionaal functionerende woningmarkt, dat regionaal wordt afgestemd over regels en instrumenten die worden toegepast. De provincie is blij dat dit gesprek constant wordt gevoerd. De provincie adviseert wel om nog het gesprek te voeren over de verschillende koopprijsgrenzen en gehanteerde huishoudinkomens die als criterium gelden voor de verlening van een huisvestingsvergunning (bij koop). Het advies is verschillen zoveel mogelijk te beperken. De provincie vindt het belangrijk dat, vooruitlopend op vaststelling van de Wet Regie op de Volkshuisvesting, rekening wordt gehouden met de wettelijk urgenten. De provincie constateert dat dit in de concept Huisvestingsverordening is gedaan. Haalbaarheid en capaciteit. De provincie vraagt aandacht voor de effecten van de in de huisvestingsverordening opgenomen regels (zoals voorrang, urgentie, vergunningplicht etc). De provincie adviseert de gemeente om dit mee te nemen bij het opnemen van nieuwe regels in de huisvestingsverordening en het gebruiken hiervan in de praktijk. Reactie gemeente Harderwijk In de Huisvestingsverordening kiezen we, juist vanwege de regionale werking van de woningmarkt, voor een regionale binding. Uiteraard voor zover deze bindingseisen bij wet zijn toegestaan.
Het is goed om te vernemen dat de provincie dit ook voorstaat en dat de provincie wil voorkomen dat de gemeenten in de regio eigen (lees: lokale) bindingseisen stellen. Wij onderschrijven het belang van de continue regionale afstemming. Het verschil in koopprijsgrenzen die gelden voor de vergunningplichtige nieuwbouwwoningen in het sociale koopsegment, is gelegen in het feit dat de meeste gemeenten dit in een doelgroepenverordening hebben gedefinieerd. Met de komst van de omgevingswet is aanpassing van deze categorieën alleen mogelijk door het op te nemen in een Omgevingsplan. Vooralsnog zijn wij daar nog niet aan toe. De bedoeling is wel dat we hier regionaal over in gesprek blijven en dat, indien mogelijk, ook voor sociale koop dezelfde koopprijsgrenzen gehanteerd gaan worden. We zijn blij dat ook de opgenomen urgentieregeling op de instemming van de provincie kan rekenen. Zodra de Wet Regie op de Volkshuisvesting in werking treedt, zullen wij bezien of dit noopt tot (extra) aanpassingen in de verordening om helemaal ‘Regiewet-proof’ te zijn.
ons kenmerk: pagina:
02430000219196 / 02430000796321 3 van 8
Tenslotte hebben we oog voor het benoemde mogelijke knelpunt. Vanzelfsprekend betekent het opnemen van een vergunningplicht voor sociale koop in de huisvestingsverordening dat van ontwikkelaars nu meer wordt gevraagd dan voorheen. Echter, in het kader van een evenwichtige verdeling van (met name de goedkopere) woningen, achten wij die inzet verdedigbaar. We proberen processen zodanig in te richten dat het voor personen of partijen die te maken hebben met de regels in de Huisvestingsverordening, werkbaar is. Hierbij hebben we ook aandacht voor de impact op de gemeentelijke organisatie. Inspraakreactie door H.V.W.C. De Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Harderwijk (H.V.W.C.) heeft ook een reactie ingediend. De H.V.W.C. geeft aan zich hard te maken voor eerlijke en vooral transparante regels voor inschrijving en toewijzing van woonwagenstandplaatsen in gemeente Harderwijk. Belangrijk voor de woonwagengemeenschap is het wonen in een woonwagen en het wonen in familieverband. Dit zijn voor de H.V.W.C. de uitgangspunten die leidend zijn bij de zienswijze. De reactie van de H.V.W.C. omvat de volgende punten: - De H.V.W.C. geeft aan op welke wijze zij betrokken is geweest bij de totstandkoming van de toewijzingsregels. De strekking is dat daar waar eerst regels waren opgesteld naar tevredenheid van de H.V.W.C., deze regels zijn aangepast door de gemeente en de H.V.W.C.
een steeds kleinere rol kreeg. - De regels zijn deels kloppend, maar missen enkele voor de H.V.W.C. zeer belangrijke elementen. De vereniging heeft de voorgestelde wijzigingen in de tekst van de concept verordening verwerkt. Hieronder geven wij de opmerkingen/voorgestelde wijzigingen van de H.V.W.C. artikelsgewijs weer: - Artikel 1: hier mist een definitie van de H.V.W.C. - Artikel 44: men mist hier de mogelijkheid voor standplaatszoekenden met een inkomen dat hoger is dan de DAEB-grens om zich in te schrijven. Men pleit voor het bijhouden van een ‘wachtlijst’ van standplaatszoekenden door de gemeente, zoals ook de Nationale Ombudsman zou adviseren. Ook de toewijzing zou door de gemeente moeten worden gedaan. Voor het wonen in familieverband moet niet alleen naar het inkomen worden gekeken. Er moet een gezonde mix van koop- en huurstandplaatsen ontstaan op bestaande en nieuwe woonwagenlocaties. De H.V.W.C. wenst een aanpassing op dit vlak ook verwerkt te zien in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 44. - Artikel 45 (over inschrijving bij hurennoordveluwe.nl): dit zou dus alleen gelden voor een deel van de standplaatszoekenden - Artikel 45: op meerdere plekken in dit artikel zou ‘de woningcorporatie’ moeten worden vervangen door ‘de gemeente’ - Artikel 47 aanhef en onder e: de H.V.W.C. stelt voor om aan het uittreksel BRP toe te voegen “met adreshistorie”.
- Artikel 49 lid 3 onder b: het woord ‘noodgedwongen’ toevoegen - Artikel 49 lid 6: de H.V.W.C. stelt voor om dit lid weg te laten omdat zij van mening is dat mensen die niet voldoen aan het afstammingsbeginsel zich ook niet kunnen laten inschrijven als standplaatszoekende. Jurisprudentie heeft aangegeven dat alle ingeschreven standplaatszoekenden binnen een redelijke termijn een standplaats dienen te krijgen, waarbij de redelijke termijn gelijk is aan de wachttijd voor een reguliere grondgebonden woning. Zoals het er nu staat zou dat betekenen dat iedere willekeurige burger zich mag inschrijven voor een woonwagenstandplaats en deze dan ook binnen 10-12 jaar krijgt. - Artikel 49 lid 7: toevoegen ‘bij de gemeente’ - Artikel 51: op meerdere plekken in dit artikel moet worden toegevoegd “de gemeente” waar het gaat over inschrijving als standplaatszoekende of pre-mantelzorgverlener.
ons kenmerk: pagina:
02430000219196 / 02430000796321 4 van 8
- De H.V.W.C. geeft daarnaast aan regels over toewijzing van standplaatsen op een nieuw te ontwikkelen locatie te missen. Zij geven aan hiervoor samen met de gemeente in 2021 regels te hebben opgesteld. De bepalingen die zij missen betreffen de wijze waarop de rangorde van toewijzing van nieuw te realiseren plaatsen wordt bepaald. - De H.V.W.C. mist de bepaling waarin aan de H.V.W.C. ‘raadgevend advies’ wordt gevraagd bij het vrijkomen van een standplaats. - De H.V.W.C. wenst een artikel opgenomen te zien waarin wordt geregeld onder welke voorwaarden de huurovereenkomst bij overlijden van beide ouders, op naam van een kind kan worden gezet. Voorgestelde wijzigingen in de artikelsgewijze toelichting - In de toelichting verzoekt men onder het kopje “Uitspraken Europees Hof voor de rechten van de mens” toe te voegen “het wonen in familieverband”. - Eveneens in de toelichting wenst de H.V.W.C. een voetnoot te plaatsen “de redelijke termijn is gelijk aan de wachttijd voor een grondgebonden sociale huurwoning in onze gemeente”. - De H.V.W.C. zet haar vraagteken bij het standpunt dat de huisvestingsverordening in nauwe samenwerking met de H.V.W.C. en de woningcorporaties tot stand is gekomen. De H.V.W.C. stelt dat hier sinds 2023 geen echte invulling meer aan gegeven is. - In de laatste alinea van de algemene toelichting wenst de H.V.W.C.
opgenomen te zien “of het niet verkrijgen van een hypotheek of verzekeringen”. - In de toelichting bij artikel 45 wenst de H.V.W.C. toe te voegen in de eerste zin “dit voldoet aan het afstammingsbeginsel” - In de toelichting bij artikel 45 en 46 wenst de H.V.W.C. “bij de gemeente” of “in het gemeenteblad” op te nemen. - In de toelichting bij artikel 47 wil men toevoegen “het afstammingsbeginsel” en stelt men voor “woning” te vervangen voor “woonwagenstandplaats” - In de toelichting bij artikel 49 zou wederom moeten worden opgenomen “bij de gemeente of” - Tenslotte stelt men voor om een toelichting op te nemen over bepalingen ten aanzien van de nieuw te ontwikkelen locatie. Reactie gemeente Harderwijk - rol H.V.W.C. bij totstandkoming van de regels Bij de totstandkoming van de regels rond toewijzing van woonwagenstandplaatsen is door gemeente Harderwijk uitvoerig overleg gevoerd met zowel de woningcorporaties als de H.V.W.C. Uit de inspraakreactie van de H.V.W.C. komt naar voren dat zij weliswaar zijn betrokken, maar dat zij zich steeds minder een gelijkwaardig partner zijn gaan voelen. De toewijzingsregels die in 2022 door het college zijn vastgesteld (en die zouden gelden tot inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingsverordening) zouden een ‘slap aftreksel’ zijn van de eerder opgestelde regels. Toch stelt de H.V.W.C.
in de inspraakreactie dat de concept verordening deels kloppend is, zij het dat er wel een aantal zeer belangrijke elementen mist (zoals hierboven weergegeven). Om tegemoet te komen aan het wonen in familieverband door woonwagenbewoners, heeft gemeente Harderwijk op enig moment besloten om bij wijze van pilot een aantal vrijkomende standplaatsen toe te wijzen op basis van nieuw opgestelde regels. Dit in afwijking van de gebruikelijke toewijzingsregels zoals die opgenomen waren in de Huisvestingsverordening. De pilot is vervolgens eenmaal verlengd en uiteindelijk rond april 2022 geëvalueerd, o.a. met de H.V.W.C. Deze evaluatie bracht een paar wijzigingen in de opgestelde toewijzingsregels met zich mee. Zo werd onder andere opgenomen dat vrijkomende standplaatsen zouden worden geadverteerd. Medio 2022 heeft het college van B&W ingestemd met deze regels en het hanteren hiervan tot vaststelling van de nieuwe Huisvestingsverordening. De gemeente heeft zowel de H.V.W.C. als de corporaties daarbij als een gelijkwaardig partner gezien. Dit betekent weliswaar niet dat altijd aan iedere wens tegemoetgekomen kan worden. De inspraakperiode is
ons kenmerk: pagina:
02430000219196 / 02430000796321 5 van 8
bovendien bedoeld om een ieder, dus ook de H.V.W.C. (nogmaals) de gelegenheid te geven haar zienswijze op de voorliggende verordening te geven. In de huidige concept verordening zijn de toewijzingsregels zoals die in 2022 zijn vastgesteld, nagenoeg helemaal overgenomen. Daar waar daarvan is afgeweken (en die punten benoemt de H.V.W.C. in de inspraakreactie) zal in deze nota uitleg daarbij worden gegeven. - Definitie H.V.W.C. in de begrippenlijst ontbreekt. Nu de H.V.W.C. nergens wordt genoemd in de verordening is het niet nodig deze definitie op te nemen. - Artikel 44: Deze reactie bevat twee elementen: namelijk het toewijzen van standplaatsen aan mensen die een inkomen boven de DAEB norm hebben en het toewijzen van standplaatsen door de gemeente omdat sprake moet zijn van een mix van huur en koop standplaatsen. Wat betreft de DAEB norm: woningcorporaties mogen een deel van hun vrijkomende aanbod (waaronder dus ook woonwagenstandplaatsen) vrij toewijzen. Bijvoorbeeld aan mensen die qua inkomen niet voldoen aan de DAEB norm. Uiteraard gaan de corporaties hier wel terughoudend mee om. De voornaamste doelgroep voor sociale huur is natuurlijk de woningzoekende/standplaatszoekende met een inkomen dat onder de DAEB grens ligt.
In de voorliggende concept verordening heeft het college van Harderwijk ervoor gekozen om vooralsnog alleen de toewijzingsregels voor sociale huurstandplaatsen op reeds bestaande woonwagenlocaties op te nemen. Aangezien de toewijzing van sociale huurstandplaatsen (en woonwagens) net als bij burgerwoningen, door de woningcorporaties gebeurt, gebeurt de inschrijving voor een woonwagenstandplaats in eigendom van de corporaties, ook bij de corporaties. Laatstgenoemden zijn bevoegd om, namens het college, uitvoering te geven aan de toewijzingsregels zoals opgenomen in de huisvestingsverordening en huisvestingsvergunningen af te geven voor het betrekken van een woonwagenstandplaats. De H.V.W.C. merkt terecht op dat de regels over toewijzing van woonwagenstandplaatsen op een nieuw te realiseren woonwagenlocatie missen. Dit klopt. Het is ook juist dat hiervoor in samenspraak met de H.V.W.C. en de corporaties concept regels zijn opgesteld. De reden dat de regels m.b.t. toewijzing van woonwagenstandplaatsen op een nieuw te realiseren locatie nog niet zijn opgenomen in de concept Huisvestingsverordening, is de volgende. Op dit moment is het locatieonderzoek voor een nieuwe woonwagenlocatie nog volop gaande. Het is nog niet duidelijk welke locatie dit zal worden, evenmin hoe de verhouding tussen koopstandplaatsen en huurstandplaatsen zal zijn.
Het is wat het college betreft nodig om, zodra een locatie is aangewezen door de gemeenteraad, opnieuw in gesprek te gaan over de toewijzing van standplaatsen op die nieuwe locatie. Zoals hoe de toewijzing gaat, uitgaande van het bevorderen van het wonen in familieverband, wie houdt de inschrijvingen bij, etc. Het is dus niet zo dat de conceptregels die samen met de H.V.W.C. zijn opgesteld over de eerste toewijzing op de nieuwe locatie, niet meer relevant zijn. Te zijner tijd gaan we graag weer met de H.V.W.C. in gesprek over hoe die regels kunnen worden toegepast en waar nog nadere afspraken over moeten worden gemaakt. - Artikel 45: het toevoegen van ‘de gemeente’ als inschrijfmogelijkheid voor standplaatszoekenden is wat het college betreft nog niet nodig. Immers, zoals uit de toelichting hierboven blijkt, is vooralsnog alleen sprake van verhuur van sociale huur standplaatsen. Zodra een nieuwe woonwagenlocatie is vastgesteld, zal onder andere over de inschrijving voor bijv. koopstandplaatsen het gesprek worden gevoerd. - Artikel 47: Het toevoegen van “met adreshistorie” is wat het college betreft een terechte aanvulling. Het is aan de standplaatszoekende om aan de hand van een BRP uittreksel het afstammingsbeginsel te onderbouwen/bewijzen. Om te voorkomen dat niet duidelijk is, dat ook de historie moet worden
ons kenmerk: pagina:
02430000219196 / 02430000796321 6 van 8
aangeleverd, is het wat het college betreft inderdaad beter om de voorgestelde toevoeging op te nemen. - Artikel 49: de H.V.W.C. wenst het woord “noodgedwongen” op te nemen in lid 3. Dit voegt wat het college betreft niets toe. Hoe toets je immers of iemand vanwege het tekort aan standplaatsen noodgedwongen is verhuisd naar een reguliere woning? Zou je het woord “noodgedwongen” toevoegen in deze bepaling, dan impliceert dit, dat men moet aantonen dat men uit nood is verhuisd naar een reguliere woning. Dat is naar het oordeel van het college niet te toetsen. - Artikel 49 lid 6: het college kan zich niet verenigen met het voorstel van de H.V.W.C. om lid 6 te schrappen. Het college begrijpt de overwegingen van de H.V.W.C. hierin ook niet. Met de volgorde in toewijzing zoals die nu is opgenomen in de verordening, krijgen standplaatszoekenden die voldoen aan het afstammingsbeginsel immers voorrang op personen die daar niet aan voldoen. Het college vindt het belangrijk dat zowel woningen als standplaatsen niet onnodig leeg of vrij staan. In het geval zich voor een vrijkomende standplaats dus geen enkele standplaatszoekende heeft gemeld, die voldoet aan het afstammingsbeginsel, is het college van mening dat de standplaats kan worden toegewezen aan iemand die niet aan het afstammingsbeginsel voldoet.
De verwachting is overigens dat deze situatie zich weinig zal voordoen, gezien de behoefte die leeft onder de Harderwijker woonwagenbewoners. Daarnaast kan het college het, gezien de druk op de woningmarkt en het recht van vrije vestiging, niet uitleggen dat zij standplaatsen ongebruikt leeg laat staan. - Artikel 49 lid 7: de toevoeging ‘bij de gemeente’ is nog niet aan de orde. Zoals hiervoor al is aangegeven, is momenteel alleen sprake van sociale huurstandplaatsen. Inschrijving daarvoor gebeurt bij de woningcorporaties (op www.hurennoordveluwe.nl) - Artikel 50 lid 1 onder b: hier wenst de H.V.W.C. dat niet vereist wordt dat het inwonende kind altijd heeft thuis gewoond, maar de laatste drie jaar Voor wat betreft thuiswonende kinderen tot 28 jaar, is de Wet huurbescherming weeskinderen van kracht. Inwonende kinderen vanaf 28 jaar hebben in principe geen wettelijke mogelijkheden om een huurcontract over te nemen na overlijden van beide ouders. Doordat het college (voor wat betreft woonwagenbewoners) deze mogelijkheid toch biedt aan inwonende kinderen van 28 jaar of ouder, worden de wettelijke mogelijkheden al in belangrijke mate verruimd. Het college vindt het niet wenselijk om inwonende kinderen van 28 jaar of ouder die ‘slechts’ drie jaar (weer) inwonend zijn bij de ouders, een dergelijke voorrang op andere standplaatszoekenden te geven. - Artikel 51: de H.V.W.C.
pleit ervoor dat de gemeente het loket wordt voor inschrijving als standplaatszoekende, maar ook het loket voor het afgeven van een pre-mantelzorg verklaring. In de conceptregels die destijds samen met de H.V.W.C. zijn opgesteld, werd gesproken over ‘gereserveerde mantelzorg’. In die regels was opgenomen dat de standplaatszoekende met het formulier ‘gereserveerde mantelzorg’ moest zijn aangemeld en geregistreerd bij de verhuurder voor de betreffende standplaats. Het college ziet geen reden dit aan te passen. Bovendien geeft de gemeente dergelijke verklaringen niet af. Wel zal het college ambtshalve een wijziging doorvoeren voor wat betreft de term ‘pre-mantelzorg’. Dit past zij aan in ‘gereserveerde mantelzorg’, de term die ook in de toewijzingsregels die in 2022 zijn vastgesteld werd gehanteerd. In het document ‘ambtshalve wijzigingen’ wordt hierbij meer uitleg gegeven. - De H.V.W.C. pleit ervoor artikel 55 (het adviesrecht) op te nemen. Deze bepaling was onderdeel van de concept regels. Juist vanwege het zo transparant mogelijk aanbieden en toewijzen van vrijkomende standplaatsen, kiest het college er echter voor om hierin niet langer het adviesrecht van de
ons kenmerk: pagina:
02430000219196 / 02430000796321 7 van 8
H.V.W.C. op te nemen. De regels over toewijzing zijn helder en samen met het transparant aanbieden van vrijkomende standplaatsen door middel van een advertentie, is het proces van eerlijke toewijzing wat het college betreft geborgd. Iedere standplaatszoekende heeft immers de mogelijkheid om te reageren op een vrijkomende standplaats. Aan de hand van de reacties (en BRP met adreshistorie) kan de woningcorporatie bepalen wie op grond van de toewijzingsregels als eerste aan de beurt komt. - De H.V.W.C. pleit voor opnemen van artikel 56 waarin wordt omschreven onder welke voorwaarden kinderen van overleden ouders het huurcontract al dan niet kunnen voortzetten/overnemen. Het college heeft dit echter in artikel 50 opgenomen. Reactie op artikelsgewijze toelichting - Het college kan zich vinden in het toevoegen van “het wonen in familieverband” omdat daarmee benadrukt wordt dat dit een belangrijk aspect is voor de cultuur. - Het vermelden van een voetnoot waarbij de ‘redelijke termijn’ nader wordt geduid, is wat het college betreft niet nodig, maar zij wil wel gehoor geven aan het verzoek van de H.V.W.C. om een voetnoot te plaatsen.
Het college vindt de volgende omschrijving passender en zal dat opnemen in de verordening: “de ‘redelijke termijn’ wordt in de regel gekoppeld aan de gemiddelde inschrijfduur voor het verkrijgen van een sociale huurwoning.” - Het college neemt de opmerking van de H.V.W.C., dat sinds 2023 geen echte invulling meer gegeven zou zijn aan de samenwerking tussen hen en de gemeente en woningcorporaties, ter informatie aan. Deze opmerking behoeft geen plek in de toelichting op de huisvestingsverordening. In 2022 zijn de (tijdelijke) toewijzingsregels, welke zouden worden gehanteerd tot vaststelling van de nieuwe verordening, vastgesteld door het college. Aan de H.V.W.C. is ook te kennen gegeven dat zij bij het voor inspraak vrijgeven van de verordening opnieuw de mogelijkheid had haar stem te laten horen. - De toevoeging “of het niet verkrijgen van een hypotheek of verzekeringen” zal het college niet overnemen. De zin luidt “daar waar zij ongelijk zijn op basis van woonwagenidentiteit en cultuur worden zij ongelijk behandeld”. Met de opmerking van lijkt de H.V.W.C. juist een voorbeeld te willen noemen waarin zij ongelijk zouden worden behandeld ten opzichte van niet woonwagenbewoners in gelijke situaties. Dat is niet de essentie van de tekst. - De toevoeging ´die voldoet aan het afstammingsbeginsel’ in artikel 45 eerste zin, is overbodig.
Immers, ook personen die niet afstammen van de woonwagengemeenschap mogen reageren op een vrijkomende standplaats. Dat is hiervoor reeds aan de orde geweest. - De toevoeging van ‘bij de gemeente’ of ‘in het gemeenteblad’ bij de toelichting op artikel 45 en 46 hoeft ook hier niet te worden opgenomen aangezien we momenteel alleen beschikken over sociale huurstandplaatsen, waarvan de inschrijving bij en toewijzing door de woningcorporaties gebeurt. - Het college vindt de toevoeging van ‘het afstammingsbeginsel’ in de toelichting op artikel 47 niet nodig. Allereerst omdat de opsomming die gegeven wordt, een wettelijke opsomming betreft. En daarnaast wordt aan de hand van de opgesomde gegevens juist beoordeeld in iemand aan het afstammingsbeginsel voldoet. - Het vervangen van ´woning” door “woonwagenstandplaats” in de toelichting op artikel 47 is een terechte opmerking. Abusievelijk is hier ‘woning’ genoemd. Het college zal dit aanpassen in de tekst van de verordening. - Het college zal de toevoeging “bij de gemeente” zoals voorgesteld bij de toelichting op artikel 49 niet overnemen aangezien geen sprake is van een lijst van standplaatszoekenden bij de gemeente. - Nu bepalingen over een nieuwe locatie voor woonwagenstandplaatsen (nog) niet in de verordening worden opgenomen, is een toelichting overbodig.
ons kenmerk: pagina:
02430000219196 / 02430000796321 8 van 8
Inspraakreactie door Omnia Wonen (specifiek hoofdstuk 7, woonwagenstandplaatsen) Omnia Wonen spreekt uit erg blij te zijn dat regels met betrekking tot toewijzing van woonwagenstandplaatsen nu ook in de Huisvestingsverordening zijn opgenomen. Standplaatsen voor standplaatszoekenden zijn een schaars goed waarbij zorgvuldige verdeling nodig is. Omnia Wonen vraagt in haar reactie aandacht voor twee (uitvoerings)aspecten, te weten: - Omnia Wonen acht het wenselijk dat het begrip “hoogste leeftijd” en “dezelfde leeftijd” zoals opgenomen in artikel 49 in de toelichting bij dit artikel explicieter wordt omschreven. - Voor wat betreft de toewijzing van de standplaatsen verzoekt Omnia Wonen de gemeente tot samenwerkingsafspraken te komen. Reactie gemeente Harderwijk Artikel 49 lid 1 aanhef en onder b houdt in dat, wanneer twee standplaatszoekenden in dezelfde categorie vallen, degene met de hoogste leeftijd voorgaat. Onder c staat vervolgens dat bij personen met dezelfde leeftijd zal worden geloot. Het college begrijpt dat deze woordkeuze mogelijk ruimte laat voor discussie of onduidelijkheid. Met ‘dezelfde leeftijd’ wordt exact dezelfde leeftijd bedoeld. Daarvan is sprake wanneer twee personen op dezelfde dag in hetzelfde jaar geboren zijn. En dit ook blijkt uit het legitimatiebewijs.
Om die reden zal het college in de toelichting bij artikel 49 de geel gearceerde tekst toevoegen: “De toewijzing geschiedt steeds per opvolgende categorie en vervolgens binnen deze categorie op basis van leeftijd. De standplaatszoekende met de hoogste leeftijd binnen een categorie krijgt de beschikbare standplaats als eerste aangeboden. Wanneer twee of meer standplaatszoekenden dezelfde leeftijd hebben (dat wil zeggen: op dezelfde dag in hetzelfde jaar geboren zijn), vindt toewijzing plaats door middel van loting. De leeftijd wordt bepaald aan de hand van een geldig legitimatiebewijs/ identiteitsbewijs. Wanneer de standplaatszoekende die als eerste de standplaats aangeboden krijgt de standplaats weigert, wordt de eerstvolgende van deze categorie benaderd voor toewijzing van de vrijgekomen standplaats.” Omnia Wonen verzoekt daarnaast om het maken van uitvoeringsafspraken ten aanzien van de volgordebepaling. Het college onderkent dat het wenselijk is heldere werkafspraken te maken tussen gemeente, Uwoon en Omnia Wonen. Het college zal daarom tegemoetkomen aan dit verzoek en zal samen met Omnia Wonen en Uwoon (beiden belast met verhuur van woonwagenstandplaatsen en het onder mandaat verlenen van een huisvestingsvergunning voor die standplaatsen) in gesprek gaan over de wijze van uitvoering. Dit vergt geen aanpassing van de Huisvestingsverordening.