CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Algemene plaatselijke verordening 2023

Raadsvergadering 14 september 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Verordening Fysieke Leefomgeving en Algemene Verordening Harderwijk13.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de laatste vijf jaar voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: • bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Harderwijk; • de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; • de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; • de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen; • de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; • de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; b.

een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning; b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

c.

5.

berekend exclusief de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, tenzij in die periode strafbare feiten zijn gepleegd. De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksbedrijf, seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

ARTIKEL 3:6 SLUITINGSTIJDEN 1. Het is verboden een seksbedrijf of seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: a. op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 07.00 uur; b. op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 07.00 uur. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksbedrijf of seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is bezoekers van een seksbedrijf of seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat deze krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn. 4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. ARTIKEL 3:7 TIJDELIJKE AFWIJKING SLUITINGSTIJDEN; (TIJDELIJKE) SLUITING 1. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen; b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen. 2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42, tweede lid van deze wet. ARTIKEL 3:8 AANWEZIGHEID VAN EN TOEZICHT DOOR EXPLOITANT EN BEHEERDER 1. Het is verboden een seksbedrijf of seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is. 2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. ARTIKEL 3:9 STRAATPROSTITUTIE 1.

Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de weg ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie. 2. Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren en/of de toezichthouders die in artikel 6:2 met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. ARTIKEL 3:10 SEKSWINKELS (niet overgenomen) ARTIKEL 3:11 TENTOONSTELLEN, AANBIEDEN EN AANBRENGEN VAN EROTISCH-PORNOGRAFISCHE GOEDEREN, AFBEELDINGEN EN DERGELIJKE 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen in strijd met de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2. Het is verboden om in advertenties voor een seksbedrijf: a.

geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:4, tweede lid, onder g, en van de bedrijfsnaam (overeenkomstig het bewijs van inschrijving van de kamer van koophandel als bedoeld in art. 3:4 tweede lid sub e); b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a, en

c.

3.

als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

AFDELING 3. BESLISTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN ARTIKEL 3:12 BESLISTERMIJN 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is of zoveel langer als het bibob-onderzoek vergt. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen. 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 4. De vergunning heeft een looptijd van maximaal drie jaar en wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is persoonlijk, niet overdraagbaar en pandgebonden. ARTIKEL 3:13 WEIGERINGSGRONDEN 1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf, de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf strijd op zal leveren met artikel 21 lid 1 aanhef en onder a van de Huisvestingswet een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; c.

er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen bepaalde. 2. Voor seksbedrijven, seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; c. de veiligheid van personen of goederen; d. de verkeersvrijheid of -veiligheid; e. de gezondheid of zedelijkheid; f. of de arbeidsomstandigheden van de prostituee. ARTIKEL 3:13A INTREKKING EN SCHORSING 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:5 3:9, 3:14, tweede lid; d.

zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:13; f. de vergunninghouder dat verzoekt; 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met de vergunning of de door het bevoegd bestuursorgaan gestelde nadere regels; e. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;

f. g. h.

de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; gedurende ten minste drie maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

AFDELING 4. BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER ARTIKEL 3:14 BEËINDIGING EXPLOITATIE 1. De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van het seksbedrijf, de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. ARTIKEL 3:15 WIJZIGING BEHEER 1. Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. 2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing. AFDELING 5. OVERGANGSBEPALING ARTIKEL 3:16 OVERGANGSBEPALING [gereserveerd] Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1.

Geluidhinder ARTIKEL 4:1 BEGRIPSBEPALINGEN (vervallen; opgenomen in artikel 1.1 VFLo) ARTIKEL 4:2 AANWIJZING COLLECTIEVE FESTIVITEITEN (vervallen; opgenomen in artikel 3.1 VFLo) ARTIKEL 4:3 KENNISGEVING INCIDENTELE FESTIVITEITEN (vervallen; opgenomen in artikel 3.2 VFLo) ARTIKEL 4:4 VERBODEN INCIDENTELE FESTIVITEITEN (gereserveerd) ARTIKEL 4:5 ONVERSTERKTE MUZIEK (vervallen; opgenomen in artikel 3.3 VFLo) ARTIKEL 4:6 OVERIGE GELUIDHINDER (vervallen; opgenomen in artikel 3.4 VFLo)

Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:6b Verbod oplaten ballonnen 1. Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen; 2. Onder een ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon etc. 3. Onder een ballon wordt in dit verband niet bedoeld een luchtballon, bedoeld voor personenvervoer. ARTIKEL 4:7 STRAATVEGEN (Niet overgenomen) ARTIKEL 4:8 NATUURLIJKE BEHOEFTE DOEN

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn of haar natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. ARTIKEL 4:9 TOESTAND VAN SLOTEN EN ANDERE WATEREN EN NIET OPENBARE RIOLEN EN PUTTEN BUITEN GEBOUWEN (vervallen; opgenomen in artikel 2.9 VFLo) Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden ARTIKEL 4:10 BEGRIPSBEPALINGEN (vervallen; opgenomen in artikel 1.1 VFLo) ARTIKEL 4:11 OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET VELLEN VAN HOUTOPSTANDEN (vervallen; opgenomen in artikel 4.2 VFLo) ARTIKEL 4:12 BOMENLIJST vervallen; opgenomen in artikel 4.1 VFLo) ARTIKEL 4:12A KAPPEN ZONDER VERGUNNING EN INSTANDHOUDINGSPLICHT (vervallen; opgenomen in artikel 4.3 VFLo) ARTIKEL 4:12B NADERE REGELS (vervallen; opgenomen in artikel 4.2-9 en 4.3-5 VFLo) Afdeling 3a Bescherming van flora en fauna ARTIKEL 4:12C BESCHERMING GROENVOORZIENINGEN (vervallen; opgenomen in artikel 4.3 VFLo) ARTIKEL 4:12D BESCHERMDE PLANTEN Vervallen. Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast ARTIKEL 4:13 OPSLAG VOERTUIGEN, VAARTUIGEN, MEST, AFVALSTOFFEN ENZ. (vervallen; opgenomen in artikel 2.10 VFLo) ARTIKEL 4:14 STANKOVERLAST DOOR GEBRUIK VAN MESTSTOFFEN (gereserveerd) ARTIKEL 4:15 VERBOD HINDERLIJKE OF GEVAARLIJKE RECLAME (gereserveerd) ARTIKEL 4:16 VERGUNNINGSPLICHT LICHTRECLAME (gereserveerd) Afdeling 5.

Kamperen buiten kampeerterreinen ARTIKEL 4:17 BEGRIPSBEPALING (vervallen; opgenomen in artikel 1.1 VFLo) ARTIKEL 4:18 RECREATIEF NACHTVERBLIJF BUITEN KAMPEERTERREINEN (vervallen; opgenomen in artikel 2.11 VFLo) ARTIKEL 4:19 AANWIJZING KAMPEERPLAATSEN (vervallen; opgenomen in artikel 2.12 VFLo) Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen ARTIKEL 5:1 BEGRIPSBEPALINGEN (vervallen; opgenomen in artikel 7.11 VFLo) ARTIKEL 5:2 PARKEREN VAN VOERTUIGEN VAN AUTOBEDRIJF E.D. vervallen; opgenomen in artikel 7.12 VFLo)

ARTIKEL 5:3 TE KOOP AANBIEDEN VAN VOERTUIGEN (vervallen; opgenomen in artikel 7.13 VFLo) ARTIKEL 5:4 DEFECTE VOERTUIGEN (vervallen; opgenomen in artikel 7.14 VFLo) ARTIKEL 5:5 VOERTUIGWRAKKEN (vervallen; opgenomen in artikel 7.15 VFLo) ARTIKEL 5:6 KAMPEERMIDDELEN E.A. (vervallen; opgenomen in artikel 7.16 VFLo) ARTIKEL 5:7 PARKEREN VAN RECLAMEVOERTUIGEN (vervallen; opgenomen in artikel 7.17 VFLo) ARTIKEL 5:8 PARKEREN VAN GROTE VOERTUIGEN (vervallen; opgenomen in artikel 7.18 VFLo) ARTIKEL 5:9 PARKEREN UITZICHTBELEMMERENDE VOERTUIGEN (vervallen; opgenomen in artikel 7.19 VFLo) ARTIKEL 5:10 PARKEREN VAN VOERTUIGEN MET STANKVERSPREIDENDE STOFFEN (gereserveerd) ARTIKEL 5:11 AANTASTING GROENVOORZIENINGEN DOOR VOERTUIGEN (vervallen; opgenomen in artikel 7.20 VFLo) ARTIKEL 5:12 OVERLAST VAN FIETS OF BROMFIETS (vervallen; opgenomen in artikel 7.21 VFLo) Afdeling 2. Collecteren ARTIKEL 5:13 INZAMELING VAN GELD OF GOEDEREN 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2.

Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt. Afdeling 3. Venten ARTIKEL 5:14 BEGRIPSBEPALING 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17. ARTIKEL 5:15 VENTVERBOD 1.

Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 21.00 uur en 8.00 uur. 3. In afwijking van lid 1 kan het college openbare plaatsen aanwijzen waarbinnen het venten verboden is. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het derde lid. 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

6.

Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste en derde lid, is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

ARTIKEL 5:16 VRIJHEID VAN MENINGSUITING (Gereserveerd). Afdeling 4. Standplaatsen ARTIKEL 5:17 BEGRIPSBEPALING 1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24. ARTIKEL 5:18 STANDPLAATSVERGUNNING EN WEIGERINGSGRONDEN (vervallen; opgenomen in artikel 5.1 VFLo) ARTIKEL 5:19 TOESTEMMING RECHTHEBBENDE (vervallen; opgenomen in artikel 5.2 VFLo) ARTIKEL 5:20 AFBAKENINGSBEPALINGEN (vervallen; opgenomen in artikel 5.3 VFLo) ARTIKEL 5:21 AANHOUDINGSPLICHT (gereserveerd) Afdeling 5. Snuffelmarkten ARTIKEL 5:22 BEGRIPSBEPALING 1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. 2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b.

een evenement als bedoeld in artikel 2:24. ARTIKEL 5:23 ORGANISEREN VAN EEN SNUFFELMARKT 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken ARTIKEL 5:24 VOORWERPEN OP, IN OF BOVEN OPENBAAR WATER (niet overgenomen) ARTIKEL 5:25 LIGPLAATS WOONSCHEPEN EN OVERIGE VAARTUIGEN (niet overgenomen) ARTIKEL 5:26 AANWIJZINGEN LIGPLAATS (niet overgenomen) ARTIKEL 5:27 VERBOD INNEMEN LIGPLAATS (niet overgenomen) ARTIKEL 5:28 BESCHADIGEN VAN WATERSTAATSWERKEN 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of een provinciale verordening.

ARTIKEL 5:29 REDDINGSMIDDELEN Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. ARTIKEL 5:30 VEILIGHEID OP HET WATER (niet overgenomen). ARTIKEL 5:31 OVERLAST AAN VAARTUIGEN 1. Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden ARTIKEL 5:31A BEGRIPSBEPALINGEN In deze afdeling wordt verstaan onder: a. motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994. ARTIKEL 5:32 CROSSTERREINEN (vervallen; opgenomen in artikel 4.5 VFLo) ARTIKEL 5:33 BEPERKING VERKEER IN NATUURGEBIEDEN (vervallen; opgenomen in artikel 4.6 VFLo) Afdeling 8. Verbod vuur te stoken ARTIKEL 5:34 VERBOD AFVALSTOFFEN TE VERBRANDEN BUITEN INRICHTINGEN OF ANDERSZINS VUUR TE STOKEN (vervallen; opgenomen in artikel 4.7 VFLo) Afdeling 9.

Verstrooiing van as ARTIKEL 5:35 BEGRIPSBEPALING (niet overgenomen) ARTIKEL 5:36 VERBODEN PLAATSEN (niet overgenomen) ARTIKEL 5:37 HINDER OF OVERLAST (niet overgenomen) Afdeling 10. Straatnaamborden, huisnummer e.d. ARTIKEL 5:38 GEDOOGPLICHT AANDUIDINGEN (vervallen; opgenomen in artikel 2.4 VFLo) ARTIKEL 5:39 GEDOOGPLICHT AANDUIDINGEN (vervallen; opgenomen in artikel 2.4 VFLo) Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen ARTIKEL 6:1 STRAFBEPALING 1. Overtreding van het bij of krachtens de in deze verordening genoemde artikelen en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, (2:12, eerste lid,) en 4:11, tweede lid.

3.

In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

ARTIKEL 6:2 TOEZICHTHOUDERS 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: a. personen in dienst bij de eenheid Stadstoezicht; b. personen belast met het toezicht op artikel 41, lid 1 onder b van de Alcoholwet; c. personen in dienst bij Leisurelands B.V. en Leisurelands Exploitatie B.V. voor zover het gaat om gronden die liggen binnen de grenzen van Recreatiegebied Horst, zijnde de kadastrale eigendommen van deze B.V.’s. d. buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) in dienst van de Omgevingsdienst Noord Veluwe (of een rechtsopvolger van de Omgevingsdienst). 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. 4. Met de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens deze verordening zijn belast de ambtenaren als bedoeld in de artikelen 141 en 142 Wetboek van Strafvordering.

ARTIKEL 6:3 BINNENTREDEN WONINGEN Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. ARTIKEL 6:4 INTREKKING OUDE VERORDENING De Algemene plaatselijke verordening Harderwijk, vastgesteld bij raadsbesluit van 10 oktober 2019 wordt ingetrokken op de dag van inwerkingtreding van deze Algemene plaatselijke verordening Harderwijk 2023. ARTIKEL 6:5 OVERGANGSBEPALING 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Vervallen. 3. Vervallen. 4. Op aanvragen om een besluit op grond van de Apv, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen (toetsing ex nunc).

ARTIKEL 6:6 INWERKINGTREDING Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt ARTIKEL 6:7 CITEERTITEL Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Algemene plaatselijke verordening Harderwijk 2023’.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare vergadering van 14 september 2023 De heer H.J. van Schaik

De heer H.R.Lanning

Voorzitter

Raadsgriffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=975d00ba-f57a-4bb3-83f0-b2300a2a9a56