Bijlage 5. Stadsweiden - Randmeer Toelichting
Tekst van het document
6.1.4 Afwijken van de regels In een bestemmingsplan kunnen regels worden opgenomen inzake afwijking van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning. Deze afwijkingen van de regels zijn bedoeld om de nodige flexibiliteit in het plan te brengen, zodat kan worden gereageerd op onvoorziene omstandigheden. Het gaat daarbij om relatief kleinschalige ruimtelijke ingrepen. Bij grotere ingrepen ligt het voor de hand een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, of tot een planherziening te komen. Algemene regels voor afwijken in het plan betreffen: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken in het openbaar gebied. Deze mogen een hoogte hebben van maximaal 5 meter en een oppervlakte van ten hoogste 25 m2. Het betreft bouwwerken ten dienste van het openbaar nut; b. bouw van erkers, balkons, luifels, bordessen, pergola's en dergelijke bouwwerken aan de voorgevel met een diepte van maximaal 1,50 meter; c. bouwen van antennes met een bouwhoogte van maximaal 25 meter; d. de maatvoering. De maatvoering van bouwwerken mag afwijken met ten hoogste 10%.
6.2
Algem ene uitgangspunten
Voor het bestemmingsplan 'Stadsweiden - Randmeer' worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: het mogelijk maken en ruimtelijk inkaderen van de beoogde nieuwe situatie vormt het vertrekpunt in de planregels. De regeling beoogt enerzijds enige flexibiliteit in te bouwen wat betreft de planuitwerking, maar anderzijds de ruimtelijke mogelijkheden voldoende in te kaderen (bijvoorbeeld aantal woningen, bouwhoogtes, ligging hoofdgebouwen);
53
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003 In de bestemmingsomschrijving is aangegeven welk gebruik binnen de desbetreffende bestemming is toegestaan; om de globaliteit van de bestemmingen niet ten koste te laten gaan van de ruimtelijke kwaliteit en de rechtszekerheid, is gebruik gemaakt van bouwvlakken.
6.3
Verantwoording Handboek Harderwijk
De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld aan de hand van de Standaard Handboek Harderwijk, versie 2017-03. Aan de bestemming 'Wonen' zijn - ten opzichte van de standaardregels - de volgende regels toegevoegd: Het maximum aantal toegestane woningen is verbonden aan een maximum per bouwvlak; Binnen de bestemming 'Wonen' is geborgd dat er voor een minimaal aantal woningen sprake is van de afname van zorg; Binnen de bestemming 'Wonen' is door middel van functieaanduidingen vastgelegd dat gemeenschappelijke leefruimtes en zorgeenheden zijn toegestaan.
6.4
Bestem m ingsbepalingen
In deze paragraaf zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen beschreven. Per bestemming is kort toegelicht welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden.
6.4.1 Wonen Binnen deze bestemming vormt wonen de hoofdfunctie. Het openbare verblijfsgebied rondom de appartementengebouwen valt ook binnen deze bestemming. Het verblijfskarakter in deze gebieden staat voorop. De doeleinden binnen deze bestemming zijn onderling uitwisselbaar, zodat in de toekomst, op een flexibele wijze, tot de meest wenselijke inrichting van het openbare verblijfsgebied kan worden gekomen. Er is gestreefd naar een eenduidige bebouwingsregeling voor het gehele plangebied. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn woningen, aanleunwoningen en zorgwoningen toegestaan. De hoofdgebouwen moeten worden gerealiseerd binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding hoofdgebouw'. Per bouwvlak is het maximum aantal woningen aangeduid. Door toedoen van functieaanduidingen zijn gezamenlijke leefruimtes en de afname van zorg toegestaan. Ook is per bouwvlak de maximum bouwhoogte aangeduid op de verbeelding. Verder wordt er ruimte gegeven aan het uitoefenen van met wonen verenigbare functies in de woning, zoals bedrijvigheid aan huis.
6.5
Handhaving
Met het vaststellen van het bestemmingsplan zijn de werkzaamheden niet beëindigd. De instandhouding en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving vereist, dat er daarna - ook op het gebied van de handhaving - de nodige activiteiten worden verricht.
Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu Op 14 januari 2014 is het 'Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018' vastgesteld. De gemeente Harderwijk gunt iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, moet worden ingegrepen. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota's legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veiligheid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet!
54
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003
Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve 'ruimte' die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefomgeving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen.
Ruimtelijke ordening Een stad is een levend organisme en heeft behoefte aan evenwicht in de ordening van schaarse ruimte. De samenleving en ruimte moeten zo goed mogelijk met elkaar in harmonie zijn. Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nalaten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastructuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd.
Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan soms heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat. Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Een ander punt is welstand. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstraling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig. Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is.
Coalitieakkoord 2022-2026 Het coalitieakkoord 2022-2026 heeft de titel ‘‘Samen bouwen aan de toekomst”. Het college zit met dit akkoord in op samenwerking met tussen gemeentebesturen en inwoners. Het doel is om de goede basis die in de afgelopen jaren is neergelegd te continueren, waarbij ruimte is voor nieuwe ideeën en oplossingen. Aan de hand van dit akkoord wordt gewerkt aan de thema's wonen, duurzaamheid, afval, zorg & leven, verkeer, economie, theater, samenwerking in de regio, dienstverlening en bestuurscultuur.
Nota integrale toezicht en handhaving Op 8 september 2015 heeft het college de Nota integrale toezicht en handhaving vastgesteld. Deze nota is op 19 november 2015 in werking getreden. Deze nota geeft onder andere inzicht en antwoord op wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke toezicht- en handhavingsonderwerpen daarbij horen. Daarnaast wordt ingegaan op wat de bouwstenen zijn voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma integraal toezicht/handhaving en hoe dat in de praktijk plaatsvindt. Toezichthouders controleren of inwoners en ondernemers zich houden aan regels. Toezicht heeft een belangrijk preventief karakter. Door toezicht te houden kan een overtreding worden voorkomen. Als men weet dat ergens op gelet wordt, is men minder geneigd regels te overtreden. Handhaving gaat een stap verder dan toezicht. Bij handhaving schrijft het gemeentebestuur iemand aan om een overtreding te beëindigen. Het gemeentebestuur neemt een handhavingsbesluit. Deze is gericht op herstel. Bij integraal toezicht en handhaving vindt het toezicht plaats op basis van gestelde prioriteiten en doelen waarbij de prioriteit leidend is voor de frequentie van het toezicht. Toezichthouders hebben een signaalfunctie voor elkaar. En waar dit mogelijk/wenselijk is, wordt samen toezicht/controle uitgevoerd.
Door dit vooraf met de verschillende afdelingen af te stemmen wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Dat levert efficiency voordelen op maar ook een afname van de toezichtlast voor inwoners
55
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003 en ondernemers.
56
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien: a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is; b. het bepalen van een tijdvak waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen, en zo nodig koppelingen hiertussen niet noodzakelijk is, en c. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels over respectievelijk: 1. werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, 2. regels omtrent het uitvoeren van de onder a bedoelde werken en werkzaamheden, 3. een uitwerking van de regels omtrent de uitvoerbaarheid voor de woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is. Onderhavig plan wordt ontwikkeld op particulier initiatief. Er wordt een anterieure overeenkomst afgesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente waarmee de plankosten zijn verzekerd. De voorgenomen ontwikkeling brengt zodoende geen plankosten met zich mee voor de gemeente.
Hiermee is sprake van verzekering van het kostenverhaal (lid a in voornoemde opsomming). Het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet nodig. De economische uitvoerbaarheid van het plan is hiermee voldoende aangetoond.
57
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003
58
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003
Hoofdstuk 8 8.1
Procedure bestemmingsplan
Overleg en inspraak
Inspraak Initiatiefnemer Habion heeft in de zomer van 2020 een eerste plan voor nieuwbouw van de locatie Randmeer aan de buurt gepresenteerd. Als reactie op het plan maakten omwonenden hun bezwaren kenbaar om aan te geven het inhoudelijk niet eens te zijn met delen van het ontwerp voorstel. Volgens de buurt was het op dat moment uitgewerkte plan onder andere te massaal en te hoog. Over mogelijke aanpassingen van het plan zijn hierover verschillende gesprekken geweest in de periode oktober 2020 en december 2021 tussen omwonenden, de gemeente Harderwijk, Habion, Koopmans en de bij de locatie betrokken zorgpartij. Deze gesprekken hebben geresulteerd in het huidige planontwerp (werktitel Model 5) met daarbij een gezamenlijk Plan van Aanpak d.d. 17-11-2021 waarin staat omschreven welke onderwerpen er tijdens het verdere traject afgestemd zullen worden tussen de betrokkenen. Hierbij moet worden gedacht aan voortgang ruimtelijke procedures, aanpak sloop, doorlopen ontwerpfases en activiteiten rondom de nieuwbouw.
Vooroverleg Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet in het kader van het wettelijk vooroverleg als bedoeld in art. 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Tegelijkertijd wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan andere relevante instanties. Het voorontwerpbestemmingsplan 'Stadsweiden - Randmeer' is aan de relevante instanties toegezonden. Het plan is naar de volgende overlegpartners gestuurd: de Provincie Gelderland de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het Waterschap Vallei en Veluwe de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) de GGD Noord- en Oost Gelderland Rijkswaterstaat Midden Nederland de gemeente Zeewolde het Recreatieschap Veluw de gemeentelijke Monumentencommissie Gasvrije Randmeren. De termijn om te reageren liep tot en met 22 augustus 2022. De reactie van de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) heeft geresulteerd in tekstuele aanpassingen aan het akoestisch onderzoek, de quick scan natuur en de quick scan externe veiligheid. Tevens is een nieuw onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd.
De reactie van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland heeft geleid tot kleine aanpassingen aan de paragraaf externe veiligheid, waarbij de mogelijke maatregelen nadrukkelijker zijn beschreven. De reactie van GGD Noord- en Oost Gelderland zijn niet van toepassing op het bestemmingsplan, maar bij de verdere uitwerking. De reactie heeft daarmee niet tot aanpassing geleid. Van de overige vooroverlegpartners is geen inhoudelijke reactie ontvangen.
59
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003
8.2
Zienswijzen en am btshalve wijzigingen
Vanaf 26 september 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘Stadsweiden - Randmeer’ samen met het ontwerp besluit Hogere grenswaarden Randmeer (geluid) en alle bijbehorende stukken zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Een ieder kon in deze periode zienswijzen indienen. Er zijn 20 schriftelijke zienswijzen ontvangen over het ontwerpbestemmingsplan, waarbij het merendeel (17) zich ook richtte tot het ontwerpbesluit hogere grenswaarde voor geluid. Daarnaast zijn ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Een overzicht van de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen is te zien in de Commentaarnota Zienswijzen, welke als bijlage 12 is toegevoegd bij voorliggende de toelichting.
8.3
Herstelbesluit na tussenuitspraak Raad van State
Op 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Harderwijk het bestemmingsplan 'Stadweiden – Randmeer' vastgesteld. Tegen het vaststellingsbesluit is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2068) heeft de Afdeling een gebrek geconstateerd bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. De Afdeling stelt vast dat in de planregels geen onderscheid is gemaakt tussen reguliere woningen en aanleunwoningen, terwijl het onderzoek naar de ruimtelijke gevolgen van het plan wel van dat onderscheid is uitgegaan. Meer specifiek is bij de parkeerberekening uitgegaan van een lager parkeerkencijfer voor aanleunwoningen waardoor de parkeerbehoefte te laag is berekend. Als gevolg daarvan is niet komen vast te staan dat met het plan in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. In voorliggend bestemmingsplan is het hierboven geschetste gebrek hersteld door ter bevestiging van het parkeeronderzoek de planregels aan te passen zodat er meer onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende woningtypen. Daartoe is aan de planregels de definitie 'aanleunwoning' toegevoegd en is aan artikel 3 toegevoegd dat er minimaal 91 aanleunwoningen als zodanig in gebruik moeten zijn.
Motivering herstelbesluit De eigenaar van de gronden in het plangebied is Stichting Habion die een toegelaten instelling is met de huisvesting van ouderen als bijzondere doelgroep. Ten aanzien van de huisvesting van ouderen is de afgelopen jaren veel veranderd. Vanwege de wens van de Rijksoverheid om ouderen langer thuis te laten wonen heeft destijds het zogenaamde 'scheiden van wonen en zorg' haar intrede gedaan. Dat scheiden van wonen en zorg houdt kort gezegd in dat het onderdeel 'wonen' (in de zorg wordt gesproken over 'verblijf') voor mensen met een (op basis van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vastgestelde) zorgindicatie 1 tot en met 4 niet langer werd vergoed vanuit de zorgfinanciering. Mensen met een dergelijke indicatie werden vanaf toen geacht zelf hun woonlasten te dragen. Alleen de zorg werd nog vergoed. Deze scheiding van wonen en zorg heeft tot gevolg dat het voor mensen met een beperkt inkomen van belang is om in aanmerking te kunnen komen voor huurtoeslag. Dat kan echter alleen als er sprake is van een zelfstandige woning. De bovenstaande ontwikkelingen omtrent de huisvesting van ouderenzorg hebben ertoe geleid dat in sterke en toenemende mate de zorg geboden wordt in gewone woningen zodat bewoners niet meer hoeven te verhuizen als ze meer zorg nodig hebben.
Zogenaamde levensloopbestendige woningen, waar al in het ontwerp rekening is gehouden in de beschikbare ruimte en voorzieningen voor zorg. Woningen die in het bijzonder geschikt zijn voor senioren, maar ook voor andere doelgroepen die nu of in de toekomst zorg aan huis nodig hebben. Het onderhavige bestemmingsplan maakt de bouw van deze levensloopbestendige woningen mogelijk. Al deze woningen worden met eenzelfde (bouwkundig) voorzieningenniveau uitgevoerd. Tegelijkertijd zal niet in iedere woning – te allen tijde – dezelfde mate van zorg (moeten) worden geboden. Het gaat om de bouw van levensloopbestendige woningen waarin bewoners met een (latente) zorgvraag kunnen gaan wonen en niet hoeven te verhuizen als de zorgvraag toeneemt. Om die reden is het van belang dat de maximaal 196 woningen binnen het plangebied flexibel ingezet kunnen worden. Zo kan een woning op het ene moment in gebruik zijn als woning en op het andere moment als aanleunwoning of zorgwoning. Het is dan ook gewenst om binnen het plangebied verschillende woningtypen te onderscheiden, zonder
60
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003 vervolgens binnen het plangebied vast te leggen waar die woningtypen toegestaan zijn. De enige belangrijke randvoorwaarde is alleen dat er wel steeds tenminste 60 woningen in gebruik zijn als zorgwoning en tenminste 91 woningen in gebruik zijn als aanleunwoning. Op deze manier kan worden voorzien in 'gespikkeld wonen', waarbij verschillende woningtypes binnen het plangebied worden gemengd en er een dynamische woonomgeving ontstaat met de nodige flexibiliteit. Het herstelbesluit is erop gericht om de verschillende woningtypen die onderscheiden worden binnen het plangebied verder vast te leggen. Om te kunnen bepalen wat een aanleunwoning is, is een definitie van 'aanleunwoning' toegevoegd aan de planregels van voorliggend bestemmingsplan. Van een aanleunwoning is sprake als de levensloopbestendige woning in gebruik is door tenminste één persoon die dagelijks of bijna dagelijks een beroep moet doen op zorg en ondersteuning om in ieder geval te kunnen voorzien in de dagelijkse levensbehoeften. Een vastgestelde geïndiceerde zorgbehoefte maakt het daarbij behulpzaam en goed mogelijk om de aanwezigheid van deze zorg en ondersteuning vast te (kunnen) stellen.
De aanwezigheid van deze mate van zorg en ondersteuning heeft in de praktijk tot gevolg dat bewoners van een aanleunwoning minder gebruik maken van eigen gemotoriseerd vervoer en sprake is van minder autobezit per huishouden. Er wordt meer gebruik gemaakt van andere vormen van vervoer. Om die reden is het gerechtvaardigd om, zoals reeds verwoord in paragraaf 5.7.2 van voorliggende toelichting, een lagere parkeernorm te hanteren voor een aanleunwoning (namelijk een parkeernorm van 0,8 per aanleunwoning inclusief bezoekersaandeel). Concreet zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: artikel 1.5 is toegevoegd aan de regels, met hierin de begripsbepaling voor een 'aanleunwoning'; onder artikel 3.1 onder a is toegevoegd dat minimaal 91 appartementen als aanleunwoning in gebruik dienen te zijn; in hoofdstuk 3 en paragraaf 5.7.2 van de toelichting is benadrukt dat minimaal 91 appartementen als aanleunwoning in gebruik dienen te zijn; paragraaf 8.3 is toegevoegd aan de toelichting, waarin het proces vanaf de vaststelling door de gemeenteraad van Harderwijk is uiteengezet. Vervolg Het herstelbesluit van de gemeenteraad wordt samen met het gewijzigde bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze periode is het mogelijk om beroep in te stellen over de gewijzigde onderdelen van het bestemmingsplan.
Daarnaast wordt het herstelbesluit van de gemeenteraad toegezonden aan de Raad van State met het verzoek om op basis hiervan een einduitspraak in de beroepszaak te doen. Ook wordt appellant op de hoogte gebracht van het vaststellingsbesluit. ZIj hoeft niet opnieuw beroep in te stellen, maar kunnen een zienswijze geven over de wijze waarop het gebrek is besteld. Na afloop van de beroepstermijn doet de Raad van State een einduitspraak.
61
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003
62
bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (vastgesteld) NL.IMRO.0243.BP00263-0003
Eindnoten
1. SAB (2022). Toets Ladder voor duurzame verstedelijking Harderwijk, Westeinde / Plantage. Projectnummer 190223.02. 17 maart 2022. 2. Bureau voor Archeologie (2020). Plantage en Westeinden Harderwijk. Veldonderzoek archeologie. Projectnummer: 2019111901. 3 april 2020. 3. SAB (2022). Quick scan natuur. Harderwijk, Westeinde/Plantage. Projectnummer: 190223.02. 7 april 2022. 4. SAB (2022). Voortoets Natura 2000. Harderwijk, Westeinde/Plantage. projectnummer: 190223.01. 17 maart 2022. 5. SAB (2019). Nader onderzoek Wet natuurbescherming. Harderwijk, Westeinde/Plantage. Projectnummer: 190223.01. 5 november 2019. 6. SAB (2023). Onderzoek stikstofdepositie. Westeinde/Plantage, Harderwijk. projectnummer: 190223.02. 23 maart 2023. 7. Waterschap Vallei en Veluwe (2023). Watertoets. Harderwijk, Westeinde/Plantage. 20 juli 2023. 8. SAB (2023). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Westeinde/Plantage, Harderwijk. Projectnummer: 190223.02. 17 mei 2023. 9. Gemeente Harderwijk (204). Besluit Hogere grenswaarden Randmeer voor (zorg)appartementen aan het Westeinde / Plantage. Reg.nummer.: 02430000152565 / 02430000518721. 12 maart 2024. 10. De Klinker Milieu (2020). Verkennend bodemonderzoek. Westeinde 14 Harderwijk. Rapportnummer: K200921. 18 maart 2020. 11. SAB (2023). Vormvrije m.e.r.-beoordeling. Harderwijk, Westeinde/Plantage. Projectnummer: 190223.02. 17 mei 2023.
63