CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Handhavingsbeleid bouwen ro milieu 2014 2018 met aangepaste bijlage

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling VTH-beleid, het Wkb-beleid en de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht 2025 gemeente Harderwijk8.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Handhavingsbeleid Bouwen, Ruimtelijke Ordening en Milieu 2014-2018

“Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet”

Collegebesluit Genomen in de vergadering van burgemeester en wethouders van Harderwijk op 14-01-2014. Aanwezig: De heer H.J. van Schaik, burgemeester De heer R.T.J. Daamen, wethouder De heer P. Teeninga, wethouder De heer P. den Besten, wethouder De heer L.A. de Kleine, wethouder De heer R.H. Tink, secretaris

Afdeling Onderwerp

Portefeuille Nummer Openbaarheid

RMT Handhavingsbeleid bouwen, ro en milieu 2014 - 2018

Wethouder Teeninga 14.002 openbaar

Besluit: Vast te stellen het handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018

INHOUDSOPGAVE

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 8. 8.1 8.1.1 8.1.2 8.1.3 8.1.4 8.1.5 8.1.6 8.1.7 8.1.8 8.1.9 8.2 8.2.1 8.2.2 8.2.3 8.3 9. 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 10. 11.

Inleiding: waarom handhaven? Aanleiding Wettelijk kader Uitgangspunten Organisatie Risicoanalyse en prioritering Programmatisch handhaven Bestuursrechtelijk handhaven De last onder dwangsom De preventieve dwangsom De last onder bestuursdwang Bestuurlijke strafbeschikking Milieu Het intrekken van de vergunning Dwangsombedragen en begunstigingstermijnen Keuze handhavingsmiddel Strategie Toezichtstrategie Gebiedsgerichte/projectmatig toezicht Milieugericht toezicht Bouw- en bestemmingsplangericht toezicht Brandveiligheid Klachten/meldingen/handhavingsverzoeken Handhaving bij eigen organisatie of andere overheid Ketentoezicht Afstemming bestuurs- en strafrecht Bereikbaarheidsdienst Sanctiestrategie Verzoek tot medewerking Richtlijnen brief voornemen handhaving Brief handhavingsbesluit (last onder dwangsom of bestuursdwang) Gedoogstrategie Richtlijnen voor controles en klachten Voorbereiding van een controle Verslaglegging na een controle Registreren van controles Informatiefolder Klachten Legitimatiebewijs en persoonlijke beschermingsmiddelen Communicatie Kwaliteitscriteria en verbeterplan

4 5 6 8 9 10 12 13 14 14 15 15 16 16 17 17 17 18 19 19 19 20 20 21 21 21 21 21 22 22 23 23 23 23 23 24 24 24 24 25 2

12.

Uitvoeringsprogramma

26

BIJLAGE 1.Schema standaardovertredingen/dwangsombedragen/begunstigingstermijnen

3

Inleiding: Waarom handhaven ? We gunnen iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, daar moet worden ingegrepen. Chaos en ruzie zouden anders ons deel zijn. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota’s legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veiligheid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet ! Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve ‘ruimte’ die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefomgeving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen. Ruimtelijke Ordening Een stad is een levend organisme. Net als in een menselijk lichaam organen niet zonder elkaar kunnen en met elkaar in balans moeten zijn, heeft ook de stad behoefte aan evenwicht in de ordening van schaarse ruimte. Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening is kijken naar de stad met het bestemmingsplan in de hand. Zaak is om samenleving en ruimte zo goed mogelijk met elkaar in harmonie te laten zijn.

Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nalaten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastructuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd. Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan som heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat. Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Inrichting van eigen terrein hoeft niet voor iedereen in de smaak te vallen of past soms niet bij de stad. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstraling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig. Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is.

4

1. Aanleiding In de afgelopen jaren zijn verschillende beleidstukken op het gebied van bouwen, milieu en ruimtelijke ordening vastgesteld. De Nota kwaliteitseisen handhaving milieubeheer van 27 maart 2007 en het beleid Handhaving bouwregelgeving van 15 juli 2007 vormen de basis van hoe bestuursrechtelijke bouw-, milieu en ruimtelijke ordening toezicht en handhaving wordt uitgevoerd. Er zijn sinds 2007 een aantal nieuwe ontwikkelingen ingezet, die vragen om een herijking van deze beleidsnotities. Deze nieuwe ontwikkelingen worden hieronder kort geschetst. Organisatorische veranderingen Vooruitlopend op de vorming van de ODNV zijn per 1 januari 2012 de gemeentelijke afdelingen Bouwzaken, Milieu en Ruimte & Economie samengevoegd tot de afdeling Ruimte. Al het bestuursrechtelijke toezicht, controle, en handhaving van de bouw-, milieu en ruimtelijke ordening wet- en regelgeving valt hiermee onder deze ene afdeling Ruimte. Omdat de gemeentelijke organisatie ook de komende jaren nog in beweging is en veranderingen ondergaat, is de werktitel van dit beleidsstuk ook niet gekoppeld aan een afdeling maar aan een taakstelling: het toezicht en de handhaving op regelgeving bouwen, ruimtelijke ordening en milieu. Bovendien hebben sinds 2007 ook in de manier van werken veranderingen voorgedaan.

Zo is bijvoorbeeld op het gebied van bouwen & ro sinds 2007 een scheiding doorgevoerd in vergunningverlening en handhaving. Het beleid is op dat punt verouderd en nodig toe aan herziening. Kwaliteitscriteria Milieu en Omgevingsdienst Noord Veluwe Om te voldoen aan de Kwaliteitscriteria op het gebied van Milieu is samen met de regiogemeenten en provincie Gelderland de Omgevingsdienst Noord Veluwe opgericht. Deze Dienst heeft als opdracht om voor milieu de vergunningverlening, toezicht, controle en handhaving uit te voeren. Vanaf 1 april 2013 is de Omgevingsdienst Noord Veluwe operationeel. Er is nu een natuurlijk moment gekomen om het bestuursrechtelijk handhavingsbeleid voor bouwen, ruimtelijke ordening en milieu te actualiseren naar één document. Vth kwaliteitscriteria bouwen en ro Niet alleen voor het onderdeel ‘milieu’ maar ook voor ‘bouwen en ro’ gaan kwaliteitscriteria gelden. De verwachting is dat per 1 januari 2015 een Wabo brede set kwaliteitscriteria geldt waar gemeenten aan moeten voldoen. In dit beleid wordt ook op die nieuwe ontwikkeling geanticipeerd en aangegeven welke consequenties dat heeft voor het handhavingsbeleid van de afdeling Ruimte.

5

Met dit document wordt aan deze nieuwe ontwikkelingen invulling gegeven door voor de periode 2014-2018 dit beleid vast te stellen. Om te borgen dat dit beleid actueel blijft wordt tenminste voor 2018 dit opnieuw (geactualiseerd) vastgesteld. In de tussenliggende tijd stelt het college ter evaluatie jaarlijks een handhavingsprogramma en – rapportage vast en brengt deze ter kennisname aan de raad. Zo nodig wordt dit beleid naar aanleiding van deze rapportages (evaluaties) bijgesteld. Met het vaststellen van dit beleid komen de Nota kwaliteitseisen handhaving milieubeheer van 27 maart 2007 en het beleid Handhaving bouwregelgeving van 15 juli 2007 te vervallen. Het BWT beleid ‘toetsing en inspectie omgevingsvergunning ‘bouwen’ blijft evenwel behouden want dit is heel ‘specialistisch’ beleid dat heel specifiek is opgesteld voor de technische Bouwbesluittoets en controle.

2. Wettelijk kader Het college van burgemeester en wethouders stelt het handhavingsbeleid vast waarmee voldaan wordt aan artikel 7.2 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht. In dit beleid wordt aangegeven welke doelen zij wil bereiken en past deze zo nodig aan als hiertoe aanleiding bestaat. Door jaarlijks te evalueren en inzicht te geven in de samenwerking met andere handhavingspartners wordt uitvoering gegeven aan artikel 7.2 lid 5 en 7.7 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht. Het handhavingsbeleid wordt jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma (artikel 7.3 lid 1 Besluit omgevingsrecht). Voor dit programma wordt jaarlijks verantwoording afgelegd door een verslag vast te stellen waarin staat hoe dit programma is uitgevoerd. Dit programma en verslag wordt jaarlijks aan de gemeenteraad bekendgemaakt (artikel 7.3 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht). De beleidscyclus voor de handhaving is daarmee rond. In het Besluit omgevingsrecht staan vereiste minimumcriteria waaraan wij moeten voldoen met een aantal stappen die in het schema ‘Big 8’ is opgenomen.

6

In deze ‘Big 8’ staat schematisch aangegeven welke kwaliteitseisen sinds 2005 voor de milieuhandhaving gelden en nu ook de juridische basis vormen voor het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Een korte toelichting op de processtappen: Prioriteiten en doelen In het handhavingsbeleid wordt gemotiveerd welke handhavingsdelen er zijn en aangegeven welke activiteiten nodig zijn om die doelen te halen. Daarbij is de probleemanalyse/ risicomatrix een middel om te bepalen wat de kansen op het overtreden van voorschriften zijn en wat het effect is van de overtreding voor de fysieke leefomgeving. De uitkomst wordt gebruikt om prioriteiten te geven waarna keuzes gemaakt kunnen worden op welke wijze de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk kan worden ingezet. Strategie In de (nalevings) strategie wordt aangegeven hoe de gewenste doelen bereikt gaan worden. Programma en organisatie Het middelpunt van de ‘Big 8’ is de verbinding tussen beide kringen als strategie, de probleemanalyse en de prioriteiten samenkomen en dit de basis vormt voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Dit programma wordt vooraf afgestemd met de overige taakvelden en relevante partners waarin een concrete planning van de activiteiten voor dat jaar binnen het uitvoeringsprogramma is uitgewerkt. 7

Werkwijze De werkwijze van het programma moet voor iedereen duidelijk zijn. Uitvoering De uitvoering van dit beleid ligt bij de afdeling Ruimte en Omgevingsdienst Noord Veluwe. Monitoring In verschillende digitale systemen wordt de resultaten en de voortgang van het uitvoeringsprogramma bijgehouden. Evaluatie Ieder jaar wordt het uitvoeringsprogramma door het college verantwoord door een verslag vast te stellen dat aan de gemeenteraad wordt toegestuurd. In dit verslag komt ook te staan wat in dat jaar de leermomenten zijn geweest. Deze informatie kan input zijn voor aanpassing van het beleid (bijvoorbeeld voor doelen/prioriteiten) van het uitvoeringsprogramma.

3. Uitgangspunten In onze samenleving wil je als overheid niet alles handhaven en tegelijkertijd heb je wel een wettelijke taak als het gaat om toezicht, controle en handhaving van verschillende wet- en regelgevingen. Je moet keuzes maken en kunnen uitleggen waarom je met de beschikbare capaciteit juist die keuzes hebt gemaakt. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

•

• •

• •

De gemeentelijke organisatie wil een professionele handhavingsorganisatie zijn met goed opgeleide medewerkers die een eenduidige werkwijze hebben. De nadruk ligt op preventie, gedragsbeïnvloeding en het neerleggen van verantwoordelijkheden waar deze horen te liggen. Toezicht, controle en handhaving vindt risico gestuurd plaats waarvoor een prioritering wordt gebruikt. De prioritering is de basis voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De medewerkers stellen zich actief op door te vertellen welke regels er zijn en welk doel deze regels hebben. Wij helpen elkaar met relevante informatie. Wij gaan ervan uit dat inwoners eerst elkaar op hun gedrag aanspreken en dat ondernemers open communiceren over hun bedrijfsvoering. Ieder kent en neemt zijn verantwoordelijkheid. Er is vertrouwen in elkaar en goed naleefgedrag leidt tot verminderd toezicht. Bij het schaden van dit vertrouwen treedt de gemeente daadkrachtig op. Een ieder mag vanuit gaan dat wij ons samenwerkingsgericht, oplossingsgericht, communicatief en betrouwbaar opstellen. Zo mogelijk worden mediation 8

•

vaardigheden ingezet. Het communicatieplan bij handhaving vormt een belangrijke leidraad bij onze werkwijze. Toezicht, controle en handhaving is geen doel maar een middel om onze bestuursrechtelijke verantwoordelijkheid te nemen: “Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet.”

4. Organisatie Alle taken die de gemeentelijke organisatie heeft op het gebied van vergunningverlening, handhaving en klachten incidenten op het gebied van bouwen, wonen, ruimtelijke ordening en milieu zijn bij de afdeling Ruimte ondergebracht. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gaat uit van een strikte scheiding tussen de taakvelden vergunningverlening en handhaving. Door vergunningverlening en handhaving op proces/dossierniveau te scheiden wordt een strikte scheiding tussen de functie van vergunningverlener of toezichthouder/handhaver gerealiseerd. Het voordeel om ons werk zo te organiseren is dat in een vroegtijdig stadium elkaar wordt opgezocht. Hierdoor kan vroegtijdig op voorkomende situaties worden geanticipeerd. Daarmee kunnen communicatieproblemen worden voorkomen. Voor het onderdeel ‘monumenten’ is de scheiding tussen vergunningverlening en handhaving zo geregeld dat het toezicht formeel bij de toezichthouder ligt, maar deze laat zich voor de monumentenaspecten adviseren door de monumentendeskundige (vergunningverlener). Deze werkwijze past binnen de VTH kwaliteitscriteria. Per 1 april 2013 is de milieu vergunningverlening, handhaving, afhandeling van klachten en incidenten (24 uurs) bij de Omgevingsdienst Noord Veluwe ondergebracht. Ook bij deze Dienst is er een strikte scheiding tussen vergunningverlener en toezichthouder/handhaver.

Wekelijks is er onder het voorzitterschap van de afdeling Ruimte een intern overleg met medewerkers van afdelingen die binnen de leefomgeving toezicht, controle en handhaving uitoefenen. Ook de brandweer is hierin vertegenwoordigd. Dit overleg is gericht om elkaar te informeren wat er speelt en af te stemmen of integraal opgetreden kan worden. Vanuit dit overleg wordt contact gezocht met de overige handhavingspartners (politie, Rijkswaterstaat, Waterschap etc.) om informatie uit te wisselen dan wel samen op te treden. Ook vindt via dit overleg terugkoppeling plaats over uitgevoerde acties. Met de Omgevingsdienst Noord Veluwe en regiogemeenten vindt met deze handhavingspartners per kwartaal een afstemmingsoverleg plaats. Dit om regionale ontwikkelingen te bespreken maar ook om binnen de regio de samenwerking op te zoeken.

9

Aangezien bedrijven vaker door milieutoezichthouders worden gecontroleerd is het van belang te borgen dat er geen ‘band’ met het bedrijf kan ontstaan. Jaarlijks wordt via een Dienstverleningsovereenkomst met deze Omgevingsdienst de ‘milieuopdracht’ voor dat jaar gegeven.

5. Risicoanalyse en prioritering Milieu Om te borgen dat alle bedrijven op gelijke wijze worden beoordeeld en om te komen tot een controlefrequentie voor het toetsen op de naleving van de milieu wet- en regelgeving is op 24 januari 2006 een probleemanalyse vastgesteld. In deze analyse zijn milieurisico’s opgenomen om te bepalen of een bedrijf een hoger milieurisico heeft. Voor de periode 2008 tot en met 2018 zijn deze bedrijven ingepland om te worden gecontroleerd. Hoe hoger het milieurisico is hoe hoger de prioriteit wordt gesteld het bedrijf te controleren. Ieder jaar wordt getoetst of de gegevens waarop de matrix is gebaseerd actueel zijn. Indien nodig wordt de matrix op de actualiteit aangepast en wordt dit in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma verantwoord. De risicomatrix en probleemanalyse voor ‘milieu’ vormen onderdeel van dit handhavingsbeleid. De afgelopen jaren is het computersysteem waarin milieu gegevens worden bijgehouden niet bijgehouden. Nu de ODNV een eigen computersysteem gebruikt is het dringend gewenst om vanuit dit systeem alle informatie van actuele bedrijfsgegevens op te slaan. Dan kan ook de controleplanning worden geactualiseerd. De verwachting is dat de Omgevingsdienst Noord Veluwe de probleemanalyse voor de deelnemende regiogemeenten voor 2015 gaat over nemen.

Dan kan de Omgevingsdienst branchegericht alle bedrijven binnen de regio met dezelfde frequentie controleren. Bouwen / ruimtelijke ordening (bestemmingsplan) Op maandag 18 september 2006 is in gezamenlijk overleg met collega’s van het onderdeel ‘bouwen’ en de brandweer een risicoanalyse gemaakt. Er is gebruik gemaakt van de model risicoanalyse van het (toenmalige) ministerie van VROM, aangepast naar onze plaatselijke situatie. Op basis van die risicoanalyse is een prioritering vastgesteld. De uitkomsten van deze risicoanalyse zijn nog steeds actueel en vormen onderdeel van dit beleid. De hoofdlijn hiervan is dat de onderwerpen (brand)veiligheid en gezondheid hoog uit de score komen. Dit zijn belangrijke thema’s. In 2007 is het BWT beleid vastgesteld, het beleid voor toetsing en toezicht van omgevingsvergunningen ‘bouwen’ op het aspect Bouwbesluit. Dit beleid gaat over nieuwbouw en wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd. Volgens dit beleid hebben de onderwerpen ‘brandveiligheid’ en ‘constructieve veiligheid’ bij nieuwbouw de meeste aandacht en dan vooral bij publiektoegankelijke bouwwerken.

10

Prioritering toezicht Nieuwbouw Het toezicht op de nieuwbouw vindt plaats conform het op 28 augustus 2007 vastgestelde BWT beleid (variant 2, afgeslankte variant). Op 27 maart 2012 is besloten dit beleid aan te passen aan het per 1 april 2012 in werking getreden Bouwbesluit 2012. In dit BWT beleid is per type bouwwerk vastgelegd hoe vaak controles plaatsvinden en welke onderdelen uit het Bouwbesluit op welk niveau wordt getoetst. Het is van belang het toezicht conform dit BWT beleid vast te houden. Is een gebouw namelijk conform dit beleid getoetst en gecontroleerd, dan is er na de oplevering van de nieuwbouw een goede uitgangssituatie die de eerste jaren daarna geen actief toezicht behoeft. Vandaar dat op het gebied van toezicht vastgehouden wordt aan dit vastgestelde BWT beleid. Bestaande bouw Behalve toezicht op de nieuwbouw is er ook sprake van toezicht op de bestaande bouw en toezicht of gebouwen en percelen conform het bestemmingsplan worden gebruikt. Als een bouwwerk niet (meer) voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit en daardoor een onveilige en/of ongezonde situatie ontstaat, kan de gemeente gebruik maken van het aanschrijvingsinstrumentarium uit de Woningwet. Deze vorm van toezicht plaats aan de hand van klachten. Daarnaast is een ontwikkeling gaande van het verder verruimen van de categorie vergunningvrije bouwwerken. Vergunningvrij is niet regelvrij.

Een bouwwerk hoort bijvoorbeeld evengoed te voldoen aan de (bouwtechnische) eisen uit het Bouwbesluit. De verantwoordelijkheid dat het bouwwerk daaraan voldoet is door de rijkswetgever primair neergelegd bij de private partijen. Achteraf kan de gemeente handhavend optreden.

Prioritering geconstateerde overtredingen Als op basis van het uitgevoerde toezicht een overtreding is geconstateerd, zal de fase van handhaving plaatsvinden. Hierbij is van belang het communicatieplan bij handhaving, zoals dat door de raad is vastgesteld. In voorkomende situaties kan ook een juridisch handhavingstraject volgen. Na signalering van een overtreding, is de prioritering in de handhaving als volgt: Prioriteit 1 (Brand-, constructieve) veiligheid en gezondheid. Stilleggen van werkzaamheden die zonder omgevingsvergunning of sloopmelding worden uitgevoerd. Deze zaken worden altijd bij voorrang en direct opgepakt. Denk bijvoorbeeld aan het sluiten van een (brand)onveilig pand (zowel nieuw- als bestaande bouw).

11

Prioriteit 2 Overtredingen bij monumenten en overtredingen van bouw- en bestemmingsplanregelgeving in gebieden die vanuit ruimtelijk en welstandsbeleid hoog staan aangeschreven. Denk hierbij aan de binnenstad, die is aangewezen als beschermd stadsgezicht en waarvoor het project kwaliteitsslag binnenstad is geweest. Of denk aan gebieden die in de welstandsnota zijn aangeduid als gebieden met het zwaarste welstandsniveau. Ook gebieden die vanuit het bestemmingsplan een hoog beschermingsniveau zijn toegekend, zoals bos- en natuurgebieden, vallen onder prioriteit 2. Als restcategorie in prioriteit 2 valt ook het gebruiken van percelen of gebouwen in strijd met het bestemmingsplan. Dus het gebruik binnen gebieden die niet in een beleidsspeerpunt vallen. Prioriteit 3 Overtredingen van bouwregelgeving op percelen langs de voor- en zijkanten van percelen die grenzen aan openbaar gebied. Prioriteit 4 Overtredingen van bouwplanregelgeving op percelen, met name aan de achterzijde en niet zichtbaar vanaf openbaar gebied. Ook erfafscheidingen en relatief kleine bouwwerken en overtredingen vallen in prioriteit 4. Handhavingsverzoeken Als een handhavingsverzoek binnenkomt wordt ook gekeken naar bovengenoemde prioritering.

Volgens jurisprudentie (uitspraak rechtbank Noord Holland de dato 13 juli 2013, zaaknummer AWB 12/5627) is het maken van een prioritering gerechtvaardigd, zolang voor betrokken maar uitzicht blijft bestaan op handhaving binnen de looptijd van het beleidsplan. Iemand die bijvoorbeeld een verzoek tot handhaving doet ten aanzien van een overtreding in prioriteit 4 en er zijn op dat moment nog handhavingsprocedures in hogere prioriteiten waardoor er tijdelijk geen capaciteit beschikbaar, dan mag richting betrokkene worden aangegeven dat voorlopig niet tot handhaving wordt overgegaan. Daarbij zal in het licht van de jurisprudentie en het zorgvuldigheidsbeginsel wel een termijn genoemd moeten worden waarbinnen de gemeente met het handhavingsverzoek aan de slag gaat.

6. Programmatisch handhaven Voor het jaarlijks uitvoeringsprogramma is het van belang inzicht te hebben in de taken en te leveren producten zodat vanuit een risicoanalyse, prioritering beschikbare capaciteit kan worden ingezet.

12

Er is een verschil tussen het toezicht houden, controleren en handhaven van de bouwweten regelgeving en het toezicht houden, controleren en handhaven van de milieu wet- en regelgeving: Vergunning gericht werken Binnen de beleidsvelden bouw en ruimtelijke ordening worden vergunningen verleend waarop in de uitvoeringsfase actief toezicht, controle en handhaving wordt toegepast. Het gaat dan vaak om situaties waarbij na het realiseren van het vergunde de vergunning zelf zijn werking verliest zoals de omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en slopen. Tijdens de bouw wordt dan ook actief ingezet op toezicht, controle en handhaving. Voor het toezicht houden op verleende bouwvergunningen is specifiek het BWT beleid opgesteld, voorzien van uitgebreide inspectieprotocollen. Kortheidshalve wordt naar dit in 2007 vastgestelde beleid verwezen. Object gericht werken Binnen het beleidsveld milieu vindt toezicht, controle en handhaving bij bedrijven plaats volgens de risicomatrix. Bedrijven die vallen onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer worden gecontroleerd waarbij de frequentie van deze controles zijn vastgesteld. Gebieds- object gericht werken In sommige gevallen is het wenselijk om naast de bovengenoemde beleidsvelden ook met andere beleidsvelden (bijv.

Algemene Plaatselijk Verordening, Drank en Horeca, Evenementen) een bepaald gebied of locatie breder en integraal te benaderen. Wekelijks wordt dit met elkaar afgestemd binnen het Wabo overleg. Aan dit overleg nemen medewerkers van de verschillende vakdisciplines deel.

7. Bestuursrechtelijk handhaven De overheid heeft de wettelijke taak om te controleren en toezicht te houden of aan wet- en regelgeving wordt voldaan. Voor bouwen, milieu en ruimtelijke ordening hebben wij een taak om toezicht en controles uit te voeren op de naleving van de relevante wet- en regelgeving. Bij de bestuursrechtelijke handhaving werken we volgens het ‘communicatieplan bij handhaving’ waarover in hoofdstuk 10 meer details zijn te lezen. Om als toezichthouder te kunnen optreden wordt op grond van hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht door het college burgemeester en wethouders toezichthouders aangewezen. In dit hoofdstuk staan de rechten en plichten waaraan de toezichthouder moet voldoen. Onderzoek legalisatie Als een overtreding is geconstateerd wordt eerst onderzocht of legalisatie mogelijk is. Is legalisatie mogelijk dan wordt er niet opgetreden maar ingezet op het legaliseren.

13

Is legalisatie niet mogelijk en is er geen sprake van een spoedeisend karakter dan krijgt de overtreder een hersteltermijn om de overtreding op te heffen. Wordt de overtreding zonder gegronde reden niet binnen een hersteltermijn beëindigd reden dan wordt bestuursrechtelijk opgetreden. Het proportionaliteitsbeginsel wordt daarbij toegepast. Is legalisatie niet mogelijk en is er sprake van een spoedeisend karakter dan wordt onmiddellijk bestuursrechtelijk opgetreden. Ook dan wordt het proportionaliteitsbeginsel toegepast. Bestuursrechtelijke middelen die kunnen worden ingezet om af te dwingen dat aan de weten regelgeving wordt voldaan, zijn: 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

De last onder dwangsom De preventieve dwangsom De last onder bestuursdwang Bestuursrechtelijke strafbeschikking Milieu Het intrekken van een vergunning

7.1 De last onder dwangsom Het doel van deze beschikking is om voortzetting van het overtreden van een voorschrift te laten beëindigen, voortzetting en herhaling te voorkomen en zo nodig de gevolgen ervan weg te nemen. Meestal wordt daarbij een begunstigingstermijn gegeven tenzij de overtreder onmiddellijk tot naleving van de voor hem geldende verplichtingen in staat is. Een geluidsovertreding kan eenvoudig opgelost worden door direct het geluidsvolume lager te zetten is een voorbeeld van een situatie waarbij geen begunstigingstermijn wordt gegeven. Is een dwangsom opgelegd dan wordt deze verbeurd en geïnd als geconstateerd wordt dat de overtreding niet is beëindigd. Tenzij gegronde redenen zijn dat het verbeuren en innen van de dwangsom niet reëel is. 7.2 De preventieve dwangsom Wanneer omstandigheden zich voordoen waardoor te verwachten is dat een overtreding van een voorschrift zal gaan plaatsvinden wordt een preventieve dwangsom toegepast. Ook al heeft de overtreding nog niet plaatsgevonden. De verwachte overtreding van het voorschrift moet dan wel zo specifiek bekend zijn dat de preventieve dwangsom scherp omschreven kan worden. Is een preventieve dwangsom opgelegd dan wordt deze verbeurd en geïnd als geconstateerd wordt dat de overtreding niet is beëindigd. Tenzij gegronde redenen zijn dat het verbeuren en innen van de dwangsom niet reëel is.

14

7.3 De last onder bestuursdwang Wanneer een overtreder gelegenheid heeft gehad maar geen of onvoldoende maatregelen neemt om de overtreding van een voorschrift te beëindigen of er sprake is van een dreigende/acute situatie waarbij de betrokkene niet aanwezig is kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Indien de overtreder geen gevolg geeft aan de last of de overtreder/betrokkene niet aanwezig is, dan voert de gemeente de last zelf uit en verhalen de kosten daarvan op de overtreder/betrokkene. Het opleggen van een last onder bestuursdwang is het zwaarste middel om toe te passen als een overtreder onvoldoende medewerking verleent om voldoende maatregelen te nemen in vaak acute en bedreigende situaties zoals: • acuut dreigende situaties of calamiteiten die zich hebben voorgedaan (een balkon naar beneden dreigt te vallen, XTC-afval dat in het milieu dreigt terecht te komen, kadavers die in of lang het water liggen, een bodemverontreiniging na een autobrand, afgewerkte olie dat in een riolering is gedumpt etc.) • De overtreder kan, wil of is niet in staat om de overtreding ongedaan te maken. • Een dwangsom is opgelegd en het maximum bedrag dat in deze last staat is verbeurd. De dwangsom wordt dan zonodig ingetrokken waarna de last onder bestuursdwang wordt opgelegd. (toelichting op toevoeging: zonodig: de dwangsom hoeft niet altijd te worden ingetrokken.

Het kan ook zijn dat de verbeurde dwangsommen worden ingevorderd en daarna nog een last onder bestuursdwang wordt opgelegd, als de last onder dwangsom is uitgewerkt en niet het beoogde effect heeft gehad). • Een dwangsom is opgelegd maar heeft niet het gewenste effect (bij een dreigend faillissement van de overtreder). De dwangsom wordt dan ingetrokken waarna de last onder bestuursdwang wordt opgelegd. 7.4 Bestuurlijke strafbeschikking Milieu Sinds 1 mei 2012 kan voor milieuovertredingen een bestuurlijk strafbeschikking Milieu (bestuurlijke boete) worden opgelegd. Dit is een nieuw (lik op stuk) instrument waarmee een buitengewoon opsporingsambtenaar voor bepaalde milieufeiten een bestuurlijke boete kan opleggen. Een opgelegde boete kan zonder tussenkomst van de rechter door het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) worden geïnd, tenzij de verdachte verzet heeft gedaan tegen de strafbeschikking. Is de verdachte het niet eens met de strafbeschikking dan kan verzet bij het Openbaar Ministerie worden aangetekend waarna alsnog de rechter zich over de casus buigt en een besluit neemt. De directeur van de Omgevingsdienst Noord Veluwe (ODNV) is bevoegd tot het uitvaardigen van een bestuurlijke strafbeschikking bij milieufeiten.

15

Binnen de dienstverlening overeenkomst die jaarlijks met de ODNV wordt afgesloten wordt bepaald of binnen Harderwijk hiervoor een BOA (buitengewoon opsporingsambtenaar) wordt ingezet. 7.5 Het intrekken van een vergunning Wanneer een vergunninghouder de vergunningvoorschriften na een hersteltermijn onvoldoende naleeft kan de vergunning geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken. Dit zijn uitzonderlijke gevallen en is een zwaar middel omdat een eerder bij vergunning verleend recht wordt ontnomen. 7.6 Dwangsombedragen en begunstigingstermijnen Er zijn geen duidelijke regels om de hoogte van dwangsommen en duur van begunstigingstermijnen vast te stellen. Het vastgestelde bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom (uitspraak Raad van State). De hoogte van de dwangsom mag in geen geval zo laag zijn dat het in stand houden van de overtreding lonend is voor de overtreder. Tegelijkertijd mag de hoogte van de dwangsom ook niet zo hoog zijn dat deze niet meer in een redelijke verhouding staat tot even bedoelde winst, kosten en milieu/bouw schade. Een onderzoek naar de financiële draagkracht van de overtreder kan niet bepalend zijn voor de hoogte van de dwangsom maar wel een overweging zijn om bestuursdwang toe te passen.

Voor identieke overtredingen die onder gelijke omstandigheden plaatsvinden worden gelijke dwangsommen en begunstigingstermijnen opgelegd. In de bijlage die deel uitmaakt van dit beleid staat omschreven voor welke overtredingen standaard dwangsommen en begunstigingstermijnen worden toegepast. Voor overtredingen die niet identiek zijn wordt het dwangsombedrag bepaald door een factor maal de ingeschatte investering die gedaan moet worden om voldoende maatregelen te nemen. In de last wordt ook gemotiveerd welke begunstigingstermijn is gehanteerd. Ook kunnen dwangsommen in de last op drie manieren worden vastgelegd. Dit is afhankelijk van welk voorschrift van welke wet wordt overtreden. Voor overtredingen van de bouw weten regelgeving is een eenmalig bedrag meer gebruikelijk dan wanneer sprake is van het voertreden van milieuvoorschriften. Een begunstigingstermijn wordt vaak opgelegd om de overtreder gelegenheid te geven binnen een hersteltermijn alsnog voldoende maatregelen te nemen. In de last die wordt opgelegd wordt de duur van de begunstigingstermijn gemotiveerd.

16

7.7 Keuze handhavingsmiddel In elke individuele situatie wordt gekeken welk handhavingsmiddel wordt ingezet en welk doel daarmee wordt beoogd. Een besluit om over te gaan tot handhaving en de keuze voor het handhavingsmiddel is immers altijd maatwerk waarbij het bevoegd gezag niet altijd een keuze heeft. In het geval dat direct optreden nodig is om verdere milieuschade te beperken wordt direct bestuursdwang toegepast. Een dwangsom opleggen heeft dan geen zin omdat de overtreding kan voortduren en de milieuschade groter wordt. Een dwangsom wordt opgelegd als bijvoorbeeld na een hersteltermijn de overtreding voortduurt en geen sprake is van een acute situatie. Een bestuurlijke strafbeschikking wordt opgelegd voor overtredingen die onder deze wetgeving vallen. In alle gevallen is daarbij van belang dat verantwoord kan worden waarom welk handhavingsmiddel is ingezet. Behalve bestuursrechtelijke maatregelen die vanuit de gemeente worden opgelegd, kan er ook sprake zijn van een strafrechtelijke handhaving via de politie en het Openbaar Ministerie (OM). Denk bijvoorbeeld aan bestuursrechtelijk overtredingen die tegelijkertijd ook een (economisch) delict vormen. Met het OM is de afspraak gemaakt dat de gemeente een afschrift van het bestuursrechtelijke handhavingsbesluit naar het OM stuurt.

Het OM heeft dan een eigen zelfstandige verantwoordelijkheid of zij ten aanzien van deze overtreding ook een strafrechtelijk traject willen inzetten.

8. Strategie In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hoofdstuk 5) en Besluit omgevingsrecht (hoofdstuk 7) staat dat het bestuursorgaan inzicht geeft hoe de verschillende strategieën worden gehanteerd. 8.1 Toezichtstrategie Het toezicht vindt plaats op basis van de gestelde prioriteiten en doelen waarbij de prioriteit leidend is voor de frequentie van het toezicht. In hoofdstuk 5 is aangegeven hoe de prioriteiten zijn vastgesteld. Toezichthouders hebben een signaalfunctie voor elkaar. En waar dit mogelijk/wenselijk is wordt samen toezicht/controle uitgevoerd. Door dit vooraf met de verschillende afdelingen af te stemmen wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Dat levert efficiencyvoordelen op maar ook een afname van de toezichtlast voor inwoners en ondernemers.

17

Controleren met elkaar Gezamenlijk wordt met de toezichthouders vanuit de diverse taakvelden tijden het Wabo overleg voorbereidingen getroffen voor een integrale controle. Dit soort controles wordt met name uitgevoerd als er sprake is van een complexe situatie of aanleiding is om na een constatering of een klacht gezamenlijk een controle uit te voeren. Controleren/signaleren voor elkaar Een toezichthouder neemt tijdens een controle meerdere aandachtsvelden mee. Bijvoorbeeld tijdens een milieucontrole wordt ook gekeken of vluchtwegen bereikbaar zijn en brandblussers gekeurd zijn. Ook (ver)bouwactiviteiten worden vastgelegd en na de controle met de bouwinspecteur afgestemd waarna een gezamenlijke brief aan de vergunninghouder wordt verstuurd. Controleren na elkaar Verschillende toezichthouders voeren zelfstandig na elkaar controles uit en houden alleen oog voor ‘eigen’ beleidsveld’. Deze vorm van controleren is de klassieke vorm van toezicht dat meer tijd kost, minder efficiënt is en waarbij de toezicht last toeneemt. Deze wijze van controleren heeft niet onze voorkeur en wordt alleen in zeer uitzonderlijke situaties toegepast. 8.1.1 Gebiedsgerichte/projectmatig toezicht Het kan zijn dat het nodig is om binnen een gebied te inventariseren welke vergunde en niet vergunde activiteiten plaatsvinden. Dit om bijvoorbeeld een actualisatie van een bestemmingsplan voor te bereiden.

Ook kan het voorkomen dat projectmatig toezicht nodig is naar aanleiding van een situatie die in of buiten Harderwijk heeft plaatsgevonden. Na de Vuurwerkramp in Enschede zijn bijvoorbeeld alle vuurwerkbedrijven extra gecontroleerd.

18

8.1.2 Milieugericht toezicht Het reguliere toezicht bij bedrijven wordt door de Omgevingsdienst Noord Veluwe uitgevoerd. Het gaat om inrichting gebonden toezicht (omgevingsvergunningen, meldingen, niet meldingsplichtige inrichtingen) en niet inrichting gebonden toezicht (opslag in tanks bij particulieren, toezicht grondstromen etc.). Ook milieuklachten en incidenten ( 24 uur bereikbaarheidsdienst) worden door deze Dienst in behandeling genomen. Met de deelnemende regiogemeenten wordt jaarlijks afgestemd welke werkzaamheden deze Dienst uitvoert. Dit wordt vervolgens in een dienstverleningsopdracht vastgelegd. 8.1.3 Bouw- en bestemmingsplangericht toezicht Toezichthouders bouwen & ro bij de afdeling Ruimte houden in de gaten of de regelgeving van het bestemmingsplan wordt nageleefd en of er sprake is van illegale bouw. Ook houden zij toezicht op de verleende omgevingsvergunningen voor de activiteit ‘bouwen’. De toezichthouders zijn ook verantwoordelijk voor het toezicht op de verleende (bouw) vergunningen. In de binnenstad wordt regelmatig een ronde gedaan om te controleren of het reclamebeleid binnenstad wordt nageleefd. Ook de recreatieparken worden structureel en met enige regelmaat bezocht om te controleren of er sprake is van onrechtmatige bewoning. 8.1.4 Brandveiligheid De verantwoordelijkheid voor (de advisering over) brandveiligheid ligt bij de brandweer.

Deze taak is belegd bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG). De uitvoering daarvan is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van brandweer en gemeente. Daarbij heeft de gemeente in de praktijk de rol van opdrachtgever (vraagt advies aan de brandweer over brandveiligheid) en heeft de brandweer de rol van adviseur (deels gevraagd, deels ook ongevraagd vanwege hun verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid). De brandweer adviseert gemotiveerd en duidelijk onderbouwd over brandveiligheidsaspecten, bijvoorbeeld in het kader van toetsing van een bouwaanvraag, waarom een bepaalde situatie brandonveilig is en niet voldoet aan de wettelijke eisen. Soms adviseert de brandweer om verder te gaan dan wettelijke is vereist, om een (brand)veilige situatie te bereiken. Dat onderscheid (wat is wettelijke verplicht en wat is veilig) wordt in de advisering ook inzichtelijk gemaakt. De gemeente kan dan een eigen afweging maken en het advies van de brandweer, samen met eventuele andere belangen en adviezen, meewegen in de besluitvorming. Omgekeerd draagt de gemeente zorg voor terugkoppeling naar de brandweer of en in hoeverre het advies van de brandweer is opgevolgd en meegewogen in de besluitvorming. De gemeente kan afwijken van de adviezen van de brandweer, mits dat goed wordt gemotiveerd.

19

Als de brandweer, vanuit hun verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid, bij de gemeente een brandonveilige situatie aankaart waar zij in de praktijk op zijn gestuit, dan wordt van de gemeente verwacht dat deze hierover een besluit neemt. In feite verwacht de brandweer van de gemeente dat er op dat moment direct alle benodigde inzet wordt getoond en actie wordt ondernomen om de brandonveilige situatie tot een einde te brengen (besluitvorming, feitelijke handelen, contacten leggen met hulpinstanties om eventueel opvang achter de hand te hebben voor betrokkenen etc.). Er zijn een aantal punten die in de onderlinge samenwerking verbeterd kunnen worden. In de periode 2014 – 2018 gaan we met de volgende punten aan de slag: - Verbetering monitoring. Het verder ontwikkelen van kengetallen, om beter te kunnen sturen op inzet van capaciteit. - Evaluatie van BWT beleid en daarin opgenomen keuzes over ambitieniveau’s. - Goede monitoring aansluiting werkpraktijk op het beleid. - Verbeterde aansturing door middel van handhavingsregisseur (speelt overigens breder dan alleen onderdeel brandveiligheid). 8.1.5 Klachten/meldingen/handhavingsverzoeken Op alle klachten/meldingen en handhavingsverzoeken wordt gereageerd door een controle uit te voeren waarbij integraal optreden de voorkeur heeft.

De klachten die gaan over bouw en ruimtelijke ordening activiteiten worden geregistreerd en vindt de afhandeling van deze klachten plaats zoals in de sanctiestrategie is opgenomen. De klachten die gaan over milieu activiteiten worden door de Omgevingsdienst Noord Veluwe in behandeling genomen die daarvoor een eigen registratiesysteem hanteert waarbij ook deze sanctiestrategie wordt toegepast. Wanneer na een klacht niet bestuursrechtelijk wordt opgetreden wordt dit aan de klager schriftelijk medegedeeld. Op deze wijze blijft voor klager dan mogelijk om hiertegen bezwaar en beroep in te dienen. 8.1.6 Handhaving bij eigen organisatie of andere overheid De gemeente heeft voor eigen activiteiten ook vergunningen nodig waaraan voorschriften zijn verbonden. Vanuit een voorbeeldfunctie die de gemeente heeft wordt intern de nadruk gelegd op het naleven van deze voorschriften. Toezicht, controle en handhaving vindt op dezelfde wijze plaats zoals die bij inwoners en ondernemers worden toegepast. In die gevallen dat na een hersteltermijn de overtreding niet is beëindigd wordt hiervan melding gedaan aan de politie. In veel gevallen is er dan sprake van een economisch delict en kan de politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar strafrechtelijk optreden.

20

8.1.7 Ketentoezicht Het toezicht op de milieu wet- en regelgeving wordt door de ODNV uitgevoerd. De milieutoezichthouders hebben binnen hun werkgebied ook te maken met activiteiten (vervoer gevaarlijke stoffen, grondstromen etc. ) die buiten de regio plaatsvinden. Om bij milieu problemen dan goed te kunnen optreden is het van groot belang dat samenwerking wordt gezocht met de overige handhavingspartners. Vanuit het opdrachtgeverschap wordt bij de ODNV hiervoor aandacht gevraagd. 8.1.8 Afstemming bestuurs- en strafrecht Om te voldoen aan de voorschriften van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht zijn er afspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie. Voor milieu overtredingen is hiervoor een handhavingsarrangement ondertekend die stilzwijgend jaarlijks wordt verlengd. In die gevallen dat sprake is van economische delicten wordt dit bij de politie gemeld. In artikel 184 Wetboek van Strafrecht staat dat het niet voldoen aan een vordering van een toezichthouder een strafbaar feit is. In het geval dat een toezichthouder een opdracht geeft aan een overtreder om direct maatregelen ten nemen en hieraan niet wordt voldaan wordt bij de politie aangifte gedaan. Dit geldt zowel voor milieu overtredingen als overtredingen in het kader van de bouw- en bestemmingsplanregelgeving.

8.1.9 Bereikbaarheidsdienst In het Milieu incidentenplan staan incidenten beschreven waarvoor een 24 uurs bereikbaarheidsdienst is vastgesteld. Daarmee wordt geborgd dat voor deze genoemde incidenten altijd een milieu toezichthouder bereikbaar is. Met ingang van 1 juli 2013 wordt deze bereikbaarheidsdienst door de ODNV ingevuld. Voor een 24 uurs bereikbaarheidsdienst voor incidenten op het gebied van bouwen wordt in 2014 een besluit genomen. 8.2 Sanctiestrategie Na het constateren van een overtreding van een voorschrift wordt het schema onder deze tekst gevolgd als legalisatie niet mogelijk is. 8.2.1 Verzoek tot medewerking We beschikken over communicatieplan bij handhaving. Meer informatie over details zijn in hoofdstuk 10 beschreven. Volgens dit communicatieplan is de eerste stap in een handhavingsplan het overleg zoeken met de overtreder. Als legalisatie niet mogelijk is wordt met de overtreder overleg gepleegd over de beëindiging van de overtreding. Ook wordt samen gekeken naar eventuele alternatieven. We proberen altijd eerst in goed onderling overleg tot een beëindiging van de overtreding te komen. Soms lukt dat niet en krijgt de handhavingsprocedure een vervolg met een brief waarin het voornemen tot handhaven wordt aangekondigd. 21

8.2.2 Richtlijnen brief voornemen handhaving Na het constateren van overtredingen van wet- en regelgeving(en) wordt dit altijd schriftelijk vastgelegd. In een waarschuwingsbrief aan vergunninghouder of betrokkene worden die gegevens vermeld die relevant zijn en een basis vormen voor een goed handhavingstraject: • Omschrijving van de overtreding. • Omschrijving welk vergunningvoorschrift of wetsartikel is overtreden. • De afspraken die zijn gemaakt en binnen welke termijn de overtreding moet zijn beëindigd. • Dat bestuursrechtelijk wordt opgetreden als de overtreding niet binnen de hersteltermijn of direct wordt beëindigd. • Dat de politie in kennis wordt gesteld als er sprake is van een economisch delict. Degene die het voornemen tot handhaving heeft gekregen, heeft nog de mogelijkheid om daarop te reageren (zienswijze indienen). 8.2.3 Brief handhavingsbesluit (last onder dwangsom of bestuursdwang) De gemeente neemt een definitief besluit om een last onder dwangsom of bestuursdwang op te leggen. De overtreder wordt hier per brief over geïnformeerd. In de brief staat een termijn benoemd waarbinnen de overtreding moet zijn beëindigd. Schematisch ziet deze procedure er als volgt uit:

22

8.3 Gedoogstrategie Gedogen is het bewust afzien van handhavend optreden als overtredingen zijn geconstateerd. Voor gedogen wordt gekozen als handhaving tot ongewenste gevolgen leidt bijvoorbeeld bij overmacht of overgangssituaties. Ook kan een situatie worden gedoogd als nieuwe regelgeving in voorbereiding is en het redelijkerwijs mag worden verwacht dat de overtreding daarmee spoedig wordt gelegaliseerd. Ook zou voor gedogen gekozen kunnen worden wanneer een overtreding voortvloeit uit een uitspraak van de bestuursrechter waarbij een verleende vergunning door de bestuursrechter is vernietigd op formele gronden, terwijl de activiteit alsnog vergunbaar kan worden geacht. In alle gevallen moet gedogen in uitzonderingsgevallen mogelijk zijn waarbij in een zorgvuldige belangenafweging moet worden aangegeven waarom er wordt gedoogd. Als er wordt besloten om wel of niet te gedogen wordt dit schriftelijk kenbaar gemaakt zodat er mogelijkheden zijn om hiertegen bezwaar of beroep in te stellen.

9. Richtlijnen voor controles en klachten Om effectief maar ook op dezelfde wijze controles uit te voeren waardoor in soortgelijke situaties op dezelfde wijze wordt opgetreden stellen wij richtlijnen vast: 9.1 Voorbereiding van een controle Voordat een controle wordt uitgevoerd stemt de toezichthouder met de collega’s van de overige beleidsvelden af wat de actualiteit van de te bezoeken locatie is. Daarbij wordt afgewogen of een gezamenlijke controle de voorkeur geniet danwel aspecten meegenomen kunnen worden om die tijdens deze controle te controleren. Met de betrokkene wordt vooraf een afspraak gemaakt voor deze controle. Is er een reden om de controle niet aan te kondigen dan wordt dit direct nadat deze controle is begonnen aan de betrokkene medegedeeld. 9.2 Verslaglegging na een controle Na controle krijgt de belanghebbende mondeling te horen wat de bevindingen zijn hetgeen nadien schriftelijk wordt bevestigd. Hersteltermijnen worden afgesproken. Ook wordt gewezen op de gevolgen als binnen de hersteltermijn niet voldoende maatregelen zijn genomen. Ook dit wordt schriftelijk bevestigd. Een afschrift van hetgeen schriftelijk is vastgelegd (en relevant is) wordt aan collega ’s van de overige beleidsvelden toegestuurd. 9.3 Registeren van controles De registraties van de controles, hercontroles en bestuursrechtelijke maatregelen worden in digitale systemen vastgelegd.

23

9.4 Informatiefolder Om betrokkenen te informeren over de werkwijze van een toezichthouder en welke bevoegdheden een toezichthouder heeft wordt een informatiefolder overhandigd of toegezonden. In deze folder staat ook welke maatregelen genomen kunnen worden als de overtreding niet binnen een hersteltermijn is beëindigd. 9.5 Klachten Voor klachten wordt dezelfde richtlijnen gevolgd zoals die voor controles is opgenomen. Klagers die anoniem willen blijven worden er op geattendeerd dat via een rechter afgedwongen kan worden dat de persoonsgegevens van de klager in openbaarheid worden gebracht. 9.6 Legitimatiebewijs en persoonlijke beschermingsmiddelen De toezichthouder is door het college van burgemeester en wethouders aangewezen om toezicht, controle op en handhaving van wet- en regelgevingen uit te oefenen. Daarvoor is een legitimatiebewijs verstrekt die voor aanvang van zijn werkzaamheden aan betrokkene(n) ongevraagd wordt getoond. Een ieder is dan bekend met het feit te maken te hebben met een toezichthouder die in opdracht van burgemeester en wethouders handelt. De toezichthouder heeft de beschikking over persoonlijke beschermingsmiddelen. Deze middelen worden gebruikt om de kans op letsel zo veel als mogelijk te voorkomen. De toezichthouder heeft een eigen verantwoordelijkheid om deze middelen in goede staat te houden.

Hij meldt direct als deze vervangen moeten worden om de goede staat van deze middelen te borgen. Uiteraard heeft de toezichthouder een eigen verantwoordelijkheid om deze middelen tijdens zijn werkzaamheden te gebruiken.

10. Communicatie Begin 2012 is de notitie ‘Communicatie Helder Handhaven’ door het college vastgesteld. Het beoogde effect hiervan is dat een bijdrage wordt geleverd aan een kwalitatief goede uitvoering van handhaving. De notitie vormt een handreiking waardoor alle betrokken partijen in het proces handhaving als helder, open en transparant kunnen ervaren. Als het proces van handhaving namelijk op deze wijze wordt ervaren dan ontstaat begrip en draagvlak voor deze publieke functie en verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Duidelijke communicatieafspraken zijn van essentieel belang. Met de vaststelling van deze notitie wordt voor elke afzonderlijke partij duidelijk op welke momenten en op welke wijze communicatie plaatsvindt. Aanleiding voor deze notitie is de motie die de gemeenteraad op 30 juni 2011 heeft aangenomen, op initiatief van de fracties van Stadspartij Harderwijk Anders, CDA Harderwijk-Hierden en VVD Harderwijk-Hierden. In deze motie vraagt de gemeenteraad het college om een communicatienotitie te ontwikkelen.

24

De notitie beschrijft per processtap hoe communicatie kan bijdragen aan duidelijk, helder en transparant handhaven. De notitie ‘Communicatie Helder Handhaven’ is als bijlage bij dit handhavingsbeleid gevoegd.

11.

Kwaliteitscriteria en verbeterplan

Op landelijk niveau wordt gewerkt aan het vaststellen van kwaliteitscriteria. Deze zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving door gemeenten en provincies in het omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over proces, inhoud, en kritieke massa. Het is de bedoeling deze criteria als wettelijk verplichte eisen op te leggen aan gemeenten en provincie. Waarschijnlijk wordt het per 1 januari 2015 wettelijk verplicht om aan deze kwaliteitscriteria te voldoen. Wij hebben alvast onderzocht in hoeverre de gemeente Harderwijk al voldoet aan deze criteria. Dit heeft een overzicht opgeleverd op welke punten de gemeente Harderwijk al dan niet aan deze kwaliteitscriteria voldoet. Het is de bedoeling om in de periode van dit beleidsplan (2014-2018) een verbeterplan te maken om alsnog geheel aan deze kwaliteitscriteria te voldoen. Dit heeft raakvlakken met het proces naar het onderzoek van overdracht van overige Wabo taken naar de ODNV en zal hierin ook betrokken worden. Daarbij richten wij ons met name op de procescriteria en wordt nadrukkelijk gekeken naar nut en noodzaak. De eisen voor deskundigheden hebben minder hoge prioriteit.

Deze zijn ook veel lastiger om te implementeren, enerzijds vanwege de forse bezuinigingsopgaaf van onze gemeente en anderzijds vanwege ontwikkelingen in het kader van mogelijk verdergaande regionale samenwerking op het gebied van de Wabotaken. Er is een onderzoek gaande naar mogelijke overdracht van Wabotaken naar de Omgevingsdienst Noord Veluwe. Die twee ontwikkelingen (bezuinigingen en onderzoek Wabotaken) zijn van directe invloed op het proces om te voldoen aan de kwaliteitscriteria deskundigheid. De bezuinigingen kunnen ook invloed hebben op het BWT-beleid en de toezichtstrategie. Als dat zo is, zal het BWT-beleid bijstelling behoeven.

25

12.

Uitvoeringsprogramma

Ieder jaar stelt het college van burgemeester en wethouders een uitvoeringsprogramma vast. Dit beleidsstuk is daarvoor de basis. Verdere input voor dit programma is de borging van de actualiteiten die van invloed zijn op de beleidsvelden waarvoor dit beleid is vastgesteld. Op het moment van het vaststellen van dit beleid is nog niet bekend of nieuwe bezuinigings-maatregelen gevolgen heeft voor de uitvoering van dit beleid en of voor een andere organisatievorm wordt gekozen om dit beleid uit te voeren. Het is dan ook van belang om jaarlijks in het uitvoeringsprogramma de actualiteit hierin aan te geven om te borgen dat aan de bestuursrechtelijke taken voldoende uitvoering wordt gegeven. Bijlage 1.Schema standaardovertredingen/dwangsombedragen/begunstigingstermijnen

26

BIJLAGE 1 Afdoening van standaard bouw of milieu overtredingen COMPARTIMENT OVERTREDING ALGEMEEN Activiteiten uitvoeren waarvoor geen vergunning is verleend Activiteiten uitvoeren waarvoor geen melding Barim is gedaan LUCHT Overtreden van emissie eisen/voorschriften Metingen niet volledig uitgevoerd Afvoer van schoorsteen niet op de juiste hoogte Onvoldoende maatregelen nemen om stankoverlast te voorkomen Veroorzaken van stofoverlast Filterinstallatie die niet volledig werkt Dampretour stage II ontbreekt/werkt niet/niet op tijd goedgekeurd Geen logboek aanwezig/volledig bijgehouden van koelinstallatie WATER Monstervoorziening niet aanwezig Niet melden van incidenten/calamiteiten/ongewone voorvallen Het lozen van stoffen die het water kunnen verontreinigen GELUID EN Overschrijden van een geluidsniveau die in het Barim staat TRILLINGEN De resultaten van een geluidsonderzoek niet overleggen (Barim) Maatwerkvoorschrift niet naleven AFVAL Opslag niet volgens de voorschriften is uitgevoerd Bedrijfsafval aanbiedt als huishoudelijk afval Bedrijfsafval niet regelmatig afvoert Niet registreren van gevaarlijk bedrijfsafval Verbranden van afval Bedrijfsafval niet aan een erkende inzamelaar wordt afgegeven Zwerfaval onvoldoende wordt opgeruimd VEILIGHEID Richtlijnen PGS 15 onvoldoende nagleefd Opslag gevaarlijke stoffen niet volgens de voorschriften Voorschriften voor de opslag, gebruik en

verkoop vuurwerk overtreedt Verkopen/aanbieden van vuurwerk aan personen jonger dan 16 jaar BODEM Keuring van tank niet (op tijd) goedgekeurd Geen bewijs van goedgekeurde vloeistofdichte/kerende vloer Geen/onvoldoende incidentenmanagement aanwezig Verontreiniging van de bodem, spoed vereist Opvangbak voor gevaarlijke stoffen die niet voldoet Leidingen die lekken/bodem verontreinigd Afleverzuil tankinstallatie niet in orde Geen lekbakken gebruiken voor vaatwerk/accu's met gevaarlijke stoffen Geen certificaat van vloer aanwezig Bovengrondse tank niet tegen aanrijden beschermd Verwijderde tank niet aan erkende inzamelaar afgegeven Tank niet in lekbak geplaatst Opslag vaste mest niet op mestdichte plaat Water/sludge controle niet uitgevoerd Richtlijnen PGS 30 onvoldoende nageleefd Geen grondwatermonitoring uitgevoerd Rapportages na verplichte bodemonderzoeken niet kunnen tonen

SANCTIE Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Bestuursdwang Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Bestuursdwang Dwangsom Dwangsom Bestuursdwang Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom

HOOGTE DWANGSOM € 500,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X €1.500,-- per dag/max 10X € 500,-- per week/max.15X €1.500,-- per week/max 10X € 500,-- per week/max.15X € 500,-- per week/max.15X € 500,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 500,-- per week/max.15X €1.500,-- per week/max 10X €3.000,-- per week/max 10X €1.000,-- p.constatering/max 10X €1.500,-- per week/max 10X € 1.000,-- per week/max.15X €1.500,-- per week/max 10X €1.500,-- per week/max 10X € 500,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X €1.500,-- per week/max 10X €1.500,-- per week/max 10X €1.500,-- per week/max 10X € 1.000,-- per week/max.15X € 500,-- per week/max.15X € 1.000,-- p.constatering/max.5X € 1.000,-- p.constatering/max.5X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- p.constatering/max.5X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 500,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X € 500,-- per week/max.15X

BEGUNSTIGINGSTERMIJN 4 weken 4 weken 2 weken 4 weken 2 weken 4 weken 4 weken 4 weken 4 weken 4 weken 4 weken 1 dag na incident/calam. geen geen 4 weken 4 weken geen geen geen 4 weken geen geen geen 1 week 4 weken 1 week geen 4 weken 4 weken 1 week geen 1 week 1 week 1 week 1 week 1 week 1 week 1 week 1 week 1 week 1 week 4 weken 4 weken 4 weken

GEVELRECLAME

BOUW

GEBRUIK

Verkennend bodemonderzoek niet uitgevoerd Nul- en/of eindsituatieonderzoek niet uitgevoerd Bodemverontreiniging/incident niet gemeld Bodemsanering is uitgevoerd door een niet erkende saneerder Begraven van stoffen die de bodem (kunnen) verontreinigen Olie/water/vetafscheider niet tijdig geledigd/geen goede werking Barim= Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer Gevelreclame zonder/in afwijking omgevingsvergunning reclame Vlaggen / semi permanente reclame in binnenstad Uitstallingen van waren / stoepborden Bouwwerken particulieren zonder of in afwijking vergunning Bouwwerken bedrijven zonder of in afwijking vergunning Dakkapel/nokverhoging particulier zonder vergunning Dakkapel/nokverhoging particulier in afwijking vergunning Aan- uit- en bijgebouwen met woonfunctie zonder vergunning Aan- uit- en bijgebouwen met woonfunctie in afwijking vergunning Nieuwbouw woning zonder vergunning Nieuwbouw woonwagen zonder vergunning Nieuwbouw woning afwijken vergunning Nieuwbouw woon- en logiesgebouwen Woon- en logiesgebouwen afwijken vergunning Industriegebouw of kantoor bouwen zonder vergunning Industriegebouw of kantoor bouwen in afwijking vergunning Publiektoegankelijk bouwwerk bouwen zonder vergunning Publiektoegankelijke bouwwerken bouwen in afwijking vergunning Onrechtmatige bewoning recreatiewoningen

Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Bestuursdwang Dwangsom

€ 1.000,-- per week/max.15X € 1.000,-- per week/max.15X €3.000,-- per week/max 10X €1.500,-- per week/max 10X € 1.000,-- per week/max.15X

4 weken 4 weken 1 dag na incident/calam. 2 weken geen 1 week

Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom Dwangsom

€ 2.500,-- éénmalig € 5.00,-- per week/max 10x € 100,-- per week / max 10 x € 1.000,-- éénmalig € 5.000,-- éénmalig € 2.500,-- éénmalig € 1.000,-- éénmalig € 10.000,-- éénmalig € 2.500,-- éénmalig € 25.000,-- éénmalig € 10.000,-- éénmalig € 5.000,-- éénmalig € 50.000,-- éénmalig € 7.500,-- éénmalig € 25.000,-- éénmalig € 5.000,-- éénmalig € 50.000,--éénmalig € 7.500,-- éénmalig € 2.500 per maand / max. 40

4 weken 1 week 1 week 6 weken 6 weken 6 weken 6 weken 6 weken 6 weken 12 weken 12 weken 12 weken 12 weken 12 weken 12 weken 12 weken 12 weken 12 weken 6 maanden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=8780d85c-5476-4e8e-b027-dbc58a064e6b