CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Memo Advies Participatie Warmtenetten

Commissie Stad & Omgeving 30 november 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Werkbezoek Aardgasvrij Harderwijk6.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo / informatie gemeenteraad onderwerp organisatie eenheid opgesteld door datum Corsa reg.nr.

: Participatie in Warmtenetten : Domein Stad & Omgeving : Machiel Karels (Gemeente Harderwijk), Brenda Schoumand (Firan), Sander Fijn van Draat (Endura) : 5 juni 2023 : 02430000143876 / 02430000484835

Aanleiding Op 23 december 2021 heeft de Raad besloten tot ontwikkeling van een Open Warmtenet voor Waterfront fase 3. Hierbij is tevens besloten tot oprichting van Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk BV waarin de gemeente 50/50 participeert met Firan/DENG. Onderdeel van de besluitvorming is het onderzoek naar mogelijke vormen van participatie in het warmtenet. Dit is bekrachtigd met de amendementen (20211007 13-1 en 20211007 13-2) die in de besluitvorming van de raad van 23 december 2021 zijn verwerkt met de toezegging van het college acht geformuleerde onderzoeksvragen uit het Meerjaren- Ontwikkelplan voor het Open Warmtenet hierover te beantwoorden - aangevuld met een advies hoe participatie vorm te geven. In bijlage I van deze memo is de vraagbeantwoording opgenomen. Aanpak Aangezien participatie een relatie heeft met de activiteiten van Endura is Endura gevraagd om vanuit haar visie een bijdrage te leveren aan het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Samen met Firan BV, Energie coöperatie Endura en gemeente zijn de onderzoeksvragen beantwoord. (zie bijlage II van deze memo). Op basis van de conclusies volgt een advies hoe participatie vorm kan krijgen in de verdere ontwikkeling en/of exploitatie van het Open Warmtenet en mogelijk andere warmtenetten die nog binnen de gemeente ontwikkeld worden.

Doelstelling Participatie kent vele vormen beginnend bij informeren en eindigend bij meebeslissen cq/ eigenaarschap. Op basis van het onderzoek worden de volgende twee doelstellingen rondom participatie in warmtenetten voor de Harderwijker situatie als volgt omschreven: ● Betrokkenheid, draagvlak en zo mogelijk invloed in de ontwikkeling danwel exploitatie van collectieve warmtevoorzieningen. Participatie dient daarbij inclusief te zijn: iedereen moet kunnen meedoen; ● Het ontwikkelen of exploiteren van een buurtgebonden collectieve warmtevoorziening waarbij de lusten en de lasten in de gemeenschap danwel onder aangesloten afnemers worden gedeeld. Kader ● Besluitvorming Open Warmtenet en oprichting WNH BV, raadsbesluit van 23 december 2021; ● Onderzoeksvragen zoals opgenomen in het Meerjaren- Ontwikkelplan voor het Open Warmtenet Waterfront fase 3; ● Wet Collectieve warmtevoorziening in wording; ● Transitievisie warmte Gemeente Harderwijk.

1016

1 / 14

Participatie in Warmtenetten

Conclusies naar aanleiding van de vraagbeantwoording In bijlage I is de beantwoording van de onderzoeksvragen opgenomen. Vanuit de beantwoording worden door Firan BV/DENG, Endura en de gemeente de volgende conclusies getrokken: 1. Participatie is voor het Open Warmtenet in Waterfront fase 3 op meerdere manieren vorm te geven. In de situatie in Harderwijk en kijkend naar de gestelde projectdoelen is het instellen van een Raad van Advies (RvA) het meest doelmatig. In de RvA kunnen een of meerdere profiburgers of deskundige inwoners van de gemeente zitting nemen en het Directieteam van advies voorzien bij de ontwikkeling van het Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk BV (kortweg WNH BV in deze memo). De mogelijkheid van een gebiedsfonds wordt in de Harderwijker context door zowel Endura, Firan en de gemeente als minder kansrijk ingeschat. 2. Financiële participatie kan vorm en inhoud krijgen wanneer (1) het Open Warmtenet opgeschaald wordt naar een eventueel te ontwikkelen warmtenet in de Zeebuurt of (2) andere warmtenetten in andere bestaande buurten worden ontwikkeld. Hiervoor gelden de volgend voorwaarden: a. Participatie dient vanaf het begin van een warmtenetontwikkeling meegenomen te worden waarbij gedurende het ontwikkelproces de mate van participatie (van alleen meedenken tot en met financieel participeren) vorm en inhoud moet krijgen b.

Participatie moet zo direct mogelijk vorm gegeven worden. Bij voorkeur prefereert hierbij dat bewoners van de buurt waarin een warmtenet wordt aangelegd als eerste de mogelijkheid of zelf het recht krijgen te participeren. c. Wanneer partijen risicodragend participeren dienen de risico’s in overeenstemming te zijn met ofwel de voordelen die zich voor kunnen doen ofwel de invloed die uitgeoefend kan worden om die risico’s te beheersen. Wegens de contractstructuur van WNH BV en de sterk indirecte betrokkenheid van Harderwijker inwoners op de warmte- en koudelevering aan woningen in het Waterfront is een verdergaande (lees financiële) vorm van participatie voor het Open Warmtenet niet mogelijk. 3. Op dit moment is de wet- en regelgeving rondom warmtenetten sterk in ontwikkeling en heeft minister Jetten via de een brief van de Ministerraad de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen afgekondigd. Deze wet zal als afgekondigd per 1 juli 2024 in werking treden en zal ordenend optreden rondom (publiek) eigenaarschap van netten. Voorgesteld wordt om in ieder geval de nadere invulling van deze Wet af te wachten alvorens financieel eigenaarschap op te ontwikkelen warmtenetten binnen Harderwijk vorm te geven. 4. Er zijn in Nederland weinig warmtenetten van een gelijksoortige omvang en opbouw waarin participatie is vormgegeven.

Gemeente Wageningen heeft reeds verdergaand onderzocht hoe bewoners van op warmtenet aangesloten woningen zouden kunnen participeren in warmtenetten. Hieruit is het model van het Warmteschap ontstaan. In bijlage II is dit model verder uitgewerkt. Het kan dienen als toekomstbeeld om in de nog te ontwikkelen warmtenetten vorm en inhoud te geven. 5. Participatie in warmtenetten staat niet op zichzelf maar moet binnen de context van reeds bestaande participatietrajecten of te ontwikkelen participatietrajecten worden geplaatst. Rondom zon vinden al verschillende vormen van participatie plaats. Rondom windenergie is die er ook. Voorgesteld wordt om participatie binnen projecten voor lokaal opgewekte duurzame energie beleidsmatig binnen de gemeente verder te structureren. Gefaseerde aanpak Op grond van de beantwoording van de onderzoeksvragen, de voltooide oprichting van WNH BV, de toekomstige ontwikkeling van warmtenetten in de bestaande bouw en de toekomstige wet- en regelgeving voor warmtenetten wordt een gefaseerde aanpak voorgesteld om participatie in warmtenetten in Harderwijk gefaseerd vorm en inhoud te geven: 1. Open Warmtenet doorontwikkelen vanuit WNH BV. Een keuze die op korte termijn gemaakt kan worden betreft het toevoegen van een Raad van Advies aan de organisatie van WNH BV waarin een of meerdere profi burgers danwel deskundige inwoners van Harderwijk zitting nemen.

Dit vraagt om een AVA besluit van WNH BV. 2. Voor de verschillende projecten die vanuit de warmtevisie tot warmtenetten leiden dient participatie vanaf het eerste moment in de buurtaanpak meegenomen te worden. Participatie maakt onderdeel uit van het uitvoeringsplan wat voor deze buurten moet worden opgesteld. Dit is tevens het instrument waarin participatie in het te ontwikkelen warmtenet in afstemming 2 / 14

1016

Participatie in Warmtenetten

met de buurt vorm en inhoud moet krijgen. Voor de volgende potentiebuurten is dit proces reeds opgestart: i. Zeebuurt (samen met inwonersinitiatief GAZ); ii. Stedenwaard (samen met inwonersinitiatief DKS); iii. Hanzewaard (via corporatie UWOON). 3. Voor gebiedsontwikkelingen waarin een warmtenet wordt ontwikkeld kan participatie vormgegeven worden zoals dat ook voor het Open Warmtenet gebeurt. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de reeds opgerichte entiteit WNH BV waarin de mogelijkheden als benoemd onder 1 tot vormen van participatie kunnen leiden. Dit geldt met name voor de gebiedsontwikkeling van Nieuw Weiburg. 4. In afwachting op nieuwe Wet collectieve Warmtevoorziening kan het concept van het Warmteschap (bijlage II) nader onderzocht worden als mogelijk model om in bestaande buurten participatie vorm en inhoud te geven. Voorgesteld wordt om dit in overleg te doen met (1) de lokaal actieve energiecoöperatie Endura en (2) de klankbordgroep Aardsgasvrije gemeente Harderwijk die in het kader van de warmtevisie de gemeente toetst op burgerbelangen in de warmtetransitie. 5. Voorgesteld wordt om de projectgroep aardgasvrij opdracht te te geven een routekaart op te stellen waarin de volgende elementen minimaal zijn opgenomen: a. het opstellen van een Raad van Advies voor WNH BV waarin inwoners / profi burgers zitting nemen.

Waarbij naast de bedrijfsmatige doelen van WNH BV ook gestuurd wordt op het maatschappelijk doel om de opgedane kennis en kunde vanuit WNH BV te benutten voor de verdere ontwikkeling van warmtenetten binnen de gemeente waarin participatie vorm en inhoud krijgt; b. de mogelijkheden voor participatie in de drie te ontwikkelen warmtenetten voor de Zeebuurt, Duurzaam Klein Stedewaard en Hanzewaard; c.

de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een warmteschap waarin aangesloten woningeigenaren actief participeren.

Maatschappelijke doelen Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk (WNH B.V.) ontwikkelt het Open Warmtenet vanuit drie maatschappelijke doelen. Deze maatschappelijke doelen vormen steeds het uitgangspunt bij te maken keuzes in ontwikkeling en exploitatie van het Open Warmtenet. 1. Betaalbaarheid Het Open Warmtenet zorgt voor een blijvend betaalbare energierekening van de eindgebruiker. Concreet houdt dat in de combinatie van aansluit- en leveringskosten niet meer mogen bedragen dan een gelijkwaardig alternatief van het Open Warmtenet voor de warmte- en koudeopwekking. 2. Opschaalbaarheid Het Open Warmtenet wordt zo ontworpen dat het schaalbaar is naar andere projectgebieden. Er wordt een maximale inspanning gepleegd om het Open Warmtenet ook aan te sluiten op twee mogelijke uitbreidingsopties: ● Aansluiting van het Stadhuis (aardgasvrij maken); ● Aansluiting van de Zeebuurt (na commitment in de wijk). Opschaalbaarheid is niet alleen technisch ingestoken maar betreft ook het kennis opdoen vanuit de gemeentelijke organisatie met het ontwikkelen en exploiteren van warmtenetten. Zodat in de toekomst hiermee mogelijk meerdere warmtenetten kunnen worden ontwikkeld en geëxploiteerd.

Hierbij wordt gedacht aan: ● Ontwikkeling van het Smart Thermisch Grid voor Nieuw Weiburg (nu in haalbaarheidsfase); ● Ontwikkeling van warmtenetten in de 10 geselecteerde potentiebuurten die in het kader van de door de Raad vastgestelde Transitievisie Warmte voor 2030 aardgasvrijready moeten worden gemaakt en waarbij warmtenetten een onderdeel uitmaken van de onderzochte oplossingsrichtingen.

1016

3 / 14

Participatie in Warmtenetten

3. Duurzaamheid Het Open Warmtenet levert een belangrijke bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen en de ambities rondom de Energieke Stad in Harderwijk. Concreet realiseert het Open Warmtenet een CO2 reductie van bijna 30% ten opzichte van gelijkwaardige technieken. Daarnaast draagt het net bij aan het behoud van bodemkwaliteit en het voorkomen van geluidbelasting in de te realiseren woonmilieus. Ook zorgt aansluiting op het Open Warmtenet voor klimaatadaptief en comfortabel wonen: Het Open Warmtenet zorgt naast duurzame verwarming voor nog duurzamere en comfortabelere koeling van de woning. Kaderstellende principes Om deze maatschappelijke doelen invulling te geven worden drie kaderstellende principes gehanteerd bij de ontwikkeling van het Open Warmtenet en de bedrijfsvoering van Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk BV. Principe 1: Publiek Eigenaarschap Om maximaal invulling te geven aan de vier maatschappelijke doelen heeft de raad besloten om het Open Warmtenet te ontwikkelen en te exploiteren vanuit publiek eigenaarschap om daarmee grip op het de inrichting en de benoemde maatschappelijke doelen te houden. De motivering van het publiek eigenaarschap is onderdeel van het raadsbesluit van februari 2021. De inrichting van het publiek eigenaarschap is vastgelegd in het raadsbesluit van 7 oktober 2021.

→ Op hoofdlijnen is het publiek eigenaarschap als volgt ingevuld: ● De oprichting van Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk BV; ● De samenwerking en 50/50 aandeelhouderschap tussen gemeente Harderwijk en DENG zoals gestructureerd in Aandeelhoudersovereenkomst en Statuten; ● De inbreng van de Gemeente zoals omschreven in de aandeelhoudersovereenkomst en de financiering van de investeringen voor de vervolgfasen. Principe 2: Open netten Open Warmtenetten borgen het beste dat zowel nieuwe bronnen als nieuwe afnemers kunnen worden toegevoegd. → De contractstructuur (zie hoofdstuk 7) is zo opgebouwd dat deze open netstructuur in de toekomst de opschaalbaarheid naar meer bronnen danwel meer afnemers borgt. Reeds nu zijn twee opschalingsopties geïdentificeerd waarbij in het ontwerp van het Open Warmtenet rekening is gehouden om deze later toe te voegen. Principe 3: Draagvlak op basis van participatie Het Open Warmtenet wordt vanuit het WNH ontwikkeld op basis van draagvlak in de samenleving en bij de eindgebruikers ontwikkeld en geëxploiteerd. Participatie is daarbij een belangrijke maatschappelijke doelstelling die ook in de door de raad aangenomen amendementen is omschreven. → Participatie kan op veel verschillende manieren worden vormgegeven.

Omdat participatie voor Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk BV essentieel is wordt actief onderzoek gedaan op welke manier participatie vormgegeven kan worden bij de verdere ontwikkeling en exploitatie van het Open Warmtenet. In de volgende paragraaf worden de belangrijkste kaders voor participatie weergegeven. Hiermee wordt tevens uitvoering gegeven aan de twee amendementen die bij het raadsbesluit van 7 oktober 2021 daarover zijn aangenomen. Kaders participatie Vanuit Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk BV zal onderzoek gedaan worden naar de meest effectieve en pragmatische vorm van participatie binnen de ontwikkeling en exploitatie van het Open Warmtenet. Onderstaand worden een aantal kaders geschetst die steeds tot een onderzoeksvraag leiden die in het onderzoek naar het vormgegeven van participatie beantwoord zullen worden. Vormen van participatie vanuit klimaatakkoord/grootschalige opwek Er zijn veel verschillende vormen van participatie in de energietransitie mogelijk. Als onderdeel van het klimaatakkoord is hiertoe te participatiewaaijer ontwikkeld. Er worden vier vormen van participatie omschreven en uitgewerkt:

4 / 14

1016

Participatie in Warmtenetten

● ● ● ●

Mede-eigenaarschap; Financiële deelneming; Omgevingsfonds; Omwonendenregeling.

Bij grootschalige opwek van energie is reeds bij veel projecten (waaronder ook in Harderwijk) ervaring opgedaan met de participatiewaaijer. Participatie in opwek van energie verschilt echter van participatie in warmtenetten. Zowel in het ruimtelijke proces, als in techniek, businesscase en als in het risicoprofiel. → Onderzoeksvraag: welke succesvolle vormen van participatie uit grootschalige opwek kunnen ook toegepast worden in het project Open Warmtenet? Successen en spanningen vanuit onderzoek platform 31, ‘burgerparticipatie in de warmtetransitie’ Door Platform 31 is op basis van vier casussen een onderzoek gedaan naar burgerparticipatie in de warmtetransitie in het onderzoek ‘burgerparticipatie in de warmtetransitie’. Diverse succes en faalfactoren worden helder beschreven. Tegelijk blijkt uit de voorbeelden dat het vormgeven van participatie bij de ontwikkeling van warmtenetten voor nieuwe woningen nog maar weinig ervaring kent. → Onderzoeksvraag: welke succesfactoren en valkuilen zijn relevant om participatie binnen de ontwikkeling en exploitatie van het Open Warmtenet vorm te geven? Participatie binnen de ketenonderdelen van het Open Warmtenet In tegenstelling tot grootschalige opwekprojecten bestaat een warmtenet uit meerdere ketenonderdelen.

In het raadsbesluit van 18 februari 2021 is gekozen voor een governance inrichting op basis van een publiek netbeheerder als eigenaar van het warmtenet (Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk BV) met een private warmteleverancier die de warmte levert aan de afnemers. Dit resulteert in drie ketenonderdelen waarbinnen gezocht kan worden naar participatie: ● Onttrekking warmte → eigenaarschap Waterschap Vallei en Veluwe; ● Productie en netwerk → eigenaarschap Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk BV; ● Levering → ‘eigenaarschap’ private, per deelgebied te selecteren warmteleverancier. → Onderzoeksvraag: op welk onderdeel van de warmteketen kan participatie het beste worden vormgegeven?

Timing: Participatie tijdens ontwikkeling of tijdens exploitatie? Het moment waarop participatie wordt vormgegeven is relevant voor het succes van participatie. Tijdens de ontwikkeling van het Open Warmtenet is het risicoprofiel hoog en dient vanuit professie de aanleg van het warmtenet binnen alle overeen te komen contracten worden vormgegeven. Hier spelen grote financiële belangen. Tegelijk moet juist dan voorkomen worden dat keuzes gemaakt worden die weerstand bij burgers c.q., toekomstige afnemers oplevert. Tijdens de exploitatie en doorontwikkeling van het Open Warmtenet is het risicoprofiel lager maar zal veel meer de nadruk liggen op leveringszekerheid, optimalisering van het duurzaamheidseffect en het mogelijk uitbreiden van het net. → Onderzoeksvraag: op welke momenten tijdens de levenscyclus van het Open Warmtenet is participatie het meest effectief? Juridisch kader: in ontwikkeling maar nog beperkt Op dit moment speelt participatie formeel-juridisch geen rol in de warmtetransitie. In de praktijk zien we gelukkig wel dat leveranciers bewoners steeds vaker meenemen en coöperaties de handschoen zelf oppakken. Maar een mogelijkheid voor gemeenten om hier (juridisch afdwingbaar) op te sturen is er nog niet.

Met de consultatieversie van de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) ) is in juni 2020 een goede eerste stap richting een overkoepelend wettelijk kader voor de warmtetransitie gezet. De ordening van de warmtemarkt gaat op de schop, lokale overheden (vooral gemeenten) krijgen er een behoorlijk takenpakket bij, de tariefregulering verandert ingrijpend en verduurzaming wordt verplicht. Echter, nu de Wcw door het huidige kabinet is aangehouden is het de vraag of en zo ja, wanneer, de wet met deze inhoud ook vastgesteld zal worden. → Onderzoeksvraag: op welke wijze kan participatie juridisch verankerd worden in een of meerdere ketenonderdelen van het Open Warmtenet? 1016

5 / 14

Participatie in Warmtenetten

Directe of indirecte participatie Participatie zal in de warmtetransitie een sleutelrol gaan vervullen. Dit betreft met name echter de bestaande woonwijken waarbij vanuit de vastgestelde transitie visie warmte, zogenaamde warmte kavels worden aangewezen waarbinnen warmtenetten kunnen worden ontwikkeld. In dat proces kan participatie ook mogelijk juridisch afdwingbaar vorm worden gegeven. Bij de ontwikkeling van een warmtenet voor nieuwe woningen is nog niet duidelijk wie de bewoners worden. Dat beperkt de mogelijkheden om de directe participatie door de toekomstige afnemers reeds tijdens de ontwikkeling van het Open Warmtenet te regelen. Wel kan participatie een relevant selectiecriterium zijn bij het selecteren van de private warmteleverancier. Ook kan participatie indirect worden georganiseerd door bijvoorbeeld het inzetten van profi burgers bij de ontwikkeling van het open warmtenet of door deelname van de plaatselijke energiecoöperatie binnen Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk BV → Onderzoeksvraag: hoe kan zowel directe (afnemers van warmte) als indirecte participatie (inwoners Harderwijk) in de ontwikkeling en/of exploitatie van het Open Warmtenet worden geïntegreerd? Leren van andere projecten Samen met Endura is reeds in het voorjaar van 2020 onderzoek gedaan naar andere voorbeeldprojecten bij de ontwikkeling en exploitatie van warmtenetten.

Die voorbeelden zijn reeds beperkt aanwezig: of ze zijn zeer kleinschalig of ze zijn nog in voorbereiding. Er heeft een gesprek plaatsgevonden met de initiatiefnemers van Thermobello, het warmtenet wat in de Culemborgse wijk Eva-Lanxmeer in eigendom van de bewoners wordt ge-exploiteerd. Endura is op dit moment nog niet in de gelegenheid om zich vast te leggen op een specifieke rol maar ís bereid om met de gemeente de langdurige verkenningsfase in te gaan. → Onderzoeksvraag: wat kunnen we in samenwerking met Endura leren van andere projecten om tot een juiste invulling van participatie in het Open Warmtenet komen?

6 / 14

1016

Participatie in Warmtenetten

BIJLAGE I:

Beantwoording onderzoeksvragen

1. Welke succesvolle vormen van participatie (mede-eigenaarschap, financiële deelneming, omgevingsfonds, omwonendenregeling) uit grootschalige opwek kunnen ook toegepast worden in het project Open Warmtenet? In het Klimaatakkoord is de streefdoelstelling opgenomen dat minimaal 50% van de productie van grootschalige opwek (m.n. elektriciteit o.b.v. zon en wind) in handen is van de lokale omgeving. Het achterliggende idee is om buitenlandse investeerders af te weren te investeren in grootschalige opwek in Nederland. Van potentiële buitenlandse investeerders in de warmte-business lijkt (vooralsnog) minder sprake van te zijn. De analogie met elektriciteits- en gasnetten gaat niet (volledig) op. ● Een warmtedistributienet is veel kleiner, dat geldt ook als meerdere distributienetten verbonden zijn middels een warmtetransportnet. ● Warmteproducenten concurreren met hooguit enkele andere warmtebronnen in dezelfde stad of regio. ● Warmtenetwerken voorzien direct in een primaire levensbehoefte van mensen: namelijk adequate huisvesting. Bij (uitval van) grootschalige opwek van zon en wind komt deze levensbehoefte niet direct in gevaar. Bij grootschalige opwek zien we vaak de wens voor financiële participatie. De gedachte is dat door middel van lokaal eigenaarschap de lusten en laten eerlijk verdeeld kunnen worden. Dat kan op verschillende manieren.

Bijvoorbeeld deelname van bewoners via aandelen in de exploitatie organisatie of bijvoorbeeld indirecte deelname via een coöperatie die mede investeert in de exploitatie van het net. Wanneer dit niet lukt of mogelijk is, wordt soms nog de optie gekozen dat de eigenaar een afdracht stort in een zogeheten duurzaamheidsfonds. Het budget uit dit fonds kan ingezet worden in de directe leefomgeving van de wijk/buurt waar het warmtenet gerealiseerd is / wordt. Deze principes zouden ook toegepast/uitgewerkt kunnen worden in het project Open Warmtenet maar dienen afgewogen te worden tegen de contractuele afspraken die nu binnen WNH BV zijn gemaakt. Het daadwerkelijke aandeel van financiële participatie is afhankelijk van een aantal aspecten: ● de behoefte tot participatie in de specifieke situatie van het Open Warmtenet; ● de (juridische en financiële) mogelijkheden van WNH BV en haar aandeelhouders; ● de mate waarin participatie ook daadwerkelijk van toegevoegde waarde is in de operatie van het Open Warmtenet. Niet alleen in financiële zin maar ook in de zin van inbreng van know-how; ● de mate waarin risico’s door de participant gedragen worden. Van de genoemde participatievormen is de directe toepassing op korte termijn binnen het Open Warmtenet danwel WNH BV beperkt: 1.

Mede-eigenaarschap of financiële deelneming: Het eigenaarschap van WNH BV is contractueel reeds vastgelegd op 50%/50% Gemeente Harderwijk versus DENG/Firan BV. Medeeigenaarschap binnen het huidige WNH BV als eigenaar van het Open Warmtenet zal geen direct toegevoegde waarde omdat de maatschappelijke doelen hiermee niet beter of eerder zullen worden ingevuld. Wel kan de mogelijkheid tot mede-eigenaarschap danwel financiële deelneming een mogelijkheid bieden wanneer het OpenWarmtenet opgeschaald wordt naar bestaande buurten als de Zeebuurt. Mits uiteraard in een rechtspersoon anders dan WNH BV. 2. Omgevingsfonds: Het inrichten van een omgevingsfonds vanuit de opbrengsten van het Open Warmtenet kan een goede invulling zijn om participatie invulling te geven. De lijn zou dan zijn dat (een deel van) de netto opbrengsten vanuit het Open Warmtenet in een omgevingsfonds worden ingebracht waaruit andere maatschappelijk duurzame initiatieven worden betaald. 3. Omwonendenregeling: een omwonenden regeling is in het geval van het Open Warmtenet niet passend omdat het Open Warmtenet geen schade of impact heeft op de woonomgeving van omwonenden. Dat is in het geval van zon en wind projecten wel het geval.

Concluderend wordt gesteld dat lerend van participatievormen vanuit grootschalige opwek eigenaarschap en financiële participatie in WNH BV nu geen toegevoegde waarde heeft en juridisch niet mogelijk is. In het geval van opschaling naar de Zeebuurt is dit wel een te onderzoeken mogelijkheid. Het inrichten van een omgevingsfonds waarin (een deel van) netto opbrengsten vanuit WNH BV landen is wel een te onderzoeken mogelijkheid. De omwonendenregeling is niet geschikt voor de toepassing van het Open Warmtenet.

1016

7 / 14

Participatie in Warmtenetten

2. Welke vorm van participatie leent zich het beste voor de fase waarin er nog geen warmtenet is en nog geen gebruikers. Het Open Warmtenet wordt in Waterfront fase 3 aangelegd. Er zijn dan nog geen omwonenden en gebruikers. Participatie is dan ook niet van toepassing. In geval van opschaling van het Open Warmtenet naar de Zeebuurt ofwel het aanleggen van een warmtenet in een andere bestaande buurt is participatie vanaf het eerste begin essentieel. Dit gebeurt reeds bij de drie potentiebuurten die vanuit de warmtevisie nu zijn aangewezen als eerste wijk voor aardgasvrij. Het onderzoek naar en de uitwerking daarvan rond de toepassing van een warmtenet in de bestaande wijk dient vanaf het eerste moment in nauwe samenwerking met de woningeigenaren te gebeuren. Momenteel wordt participatie vorm gegeven via buurtinitiatieven waarin actieve buurtbewoners deelnemen. Alternatieve vormen die onderzocht kunnen worden zijn de volgende: ● Klankbord; ● Burgerforum; ● Buurtvereniging; ● Coöperatie. De vorm die wordt gekozen moet passen bij de invloed die gebruikers willen uitoefenen. Het verschil tussen bijvoorbeeld een burgerforum en coöperatie is dat bij een burgerforum de deelnemers vaak aan afspiegeling vormen van de bredere groep die wordt geraakt of belang heeft bij het onderwerp.

Een coöperatie wordt vaak door bewoners zelf opgericht en heeft een eigen agenda/belangen, waarbij weer niet elke bewoner zich thuis voelt of gehoord wordt. Belangrijk is eerst vast te stellen naar wat er met participatie bereikt moet worden waarna daarbij de juiste participatievorm wordt gezocht. Concluderend wordt gesteld dat participatie alleen zin heeft in geval een warmtenet in een bestaande buurten wordt aangelegd. Voor de drie potentiebuurten richting aardgasvrij vormt participatie vanaf het eerste moment onderdeel van de buurtaanpak. 3. Welke succesfactoren en valkuilen zijn relevant om participatie binnen de ontwikkeling en exploitatie van het Open Warmtenet vorm te geven? Het Open Warmtenet betreft de energievoorziening voor klimatisering van de nieuwe woningen. Het kan vergeleken worden met de reguliere gas en elektra-aansluiting. Leveringszekerheid staat voorop. Succesfactoren en valkuilen voor participatie binnen de ontwikkeling en exploitatie van het Open Warmtenet in Waterfront fase 3 zijn er maar beperkt en gelden veel meer voor de situatie dat het Open Warmtenet opschaalbaar gemaakt wordt naar de bestaande bouw. In het geval van de Waterfront fase 3 is betreft participatie met name bewonersvoorlichting of de werking van het systeem in hun woning en het organiseren van een goede helpdesk vanuit de warmteleverancier.

Dit is reeds in de contracten van de afnemers geregeld. In geval de opschaling van het Open Warmtenet naar de bestaande bouw zijn de succesfactoren en valkuilen groter en hebben meer impact. Uit onderzoeken in andere gemeenten blijken de volgende succesfactoren en valkuilen relevant: ● Succesfactor: draagvlak creëren om daarmee vollooprisico in te beheersen: door een intensief participatietraject vanaf zelfs al de haalbaarheidsfase voor het warmtenet in de wijk (zie antwoord 2) is het creëren van draagvlak voor de geboden oplossing mogelijk. Dit vergroot de kans op (vrijwillige) aansluiting van bewoners op het warmtenet. Het participatietraject moet integraal onderdeel uitmaken van de wijkaanpak en een dominante plek in het wijkuitvoeringsplan hebben; ● Succesfactor: onafhankelijk onderzoek en procesbegeleiding. Het blijkt dat veel bewoners argwanend staan tegenover alles wat vanuit de gemeente wordt geïnitieerd. Participatie kan dan ook het beste worden vormgegeven door dit door onafhankelijke professionals te laten onderzoeken en te begeleiden. ● Succesfactor: keuzevrijheid. Bewoners zijn sneller genegen om mee te doen in de ontwikkeling danwel exploitatie van een warmtenet in hun wijk wanneer er keuzevrijheid is rondom de partijen cq. warmteleveranciers die hierbij worden betrokken.

8 / 14

1016

Participatie in Warmtenetten

Concluderend wordt gesteld dat participatie in geval van het Open Warmtenet in het Waterfront vorm krijgt door goede bewonersvoorlichting. Succesfactoren voor de situatie waarin het Open Warmtenet voor de bestaande bouw wordt opgeschaald liggen met name in (1) draagvlak creëren, (2) de onafhankelijkheid van onderzoek en procesbegeleiding en (3) keuzevrijheid die bewoners wensen.

4. Op welk onderdeel van de warmteketen kan participatie het beste worden vormgegeven? Er zijn drie ketenonderdelen waar een warmtenet uit bestaat: ● Bron; ● Productie; ● Netwerk; ● Levering. In het geval van het Open Warmtenet ziet de warmteketen er uit als opgenomen in tabel 1. Ten overvloede is ook de warmteketen weergegeven in geval het Open Warmtenet opschaalbaar gemaakt wordt naar de Zeebuurt. ONDERDEELD BRON PRODUCTIE NETWERK LEVERING

OPEN WARMTENET WF3 Waterschap Woningeigenaar met eigen warmtepomp per woning WNH BV Warmteleverancier per deelgebied

WARMTENET ZEEBUURT Niet van toepassing Aparte warmtecentrale Nog onbekend Nog onbekend

Voor participatie in het Open Warmtenet voor Waterfront fase 3 is met (1) de opzet en het eigenaarschap van de verschillende delen van het warmtenet en (2) de huidige inrichting van WNH BV geen doelmatige mogelijkheid te vinden. Ten aanzien van WNH BV - waar de gemeente voor 50% in participeert – kan de mogelijkheid van een gebiedsfonds (zie antwoord 1) onderzocht worden. Als het Open Warmtenet opgeschaald wordt naar de Zeebuurt of er wordt een nieuw warmtenet aangelegd in een andere wijk dan kan participatie in een zwaardere vorm zoals aandeelhouderschap cq. eigenaarschap (naast de lichtere vormen van participatie zoals in vraag 2 reeds zijn beantwoord) voor de verschillende ketenonderdelen mogelijk ingevuld worden mits hiervoor een aparte rechtspersoon wordt opgericht. In onderstaande tabel worden daar de verschillende mogelijkheden voor samengevat. ONDERDEEL

BRON/PRODUCTIE

PARTICIPATIEMOGELIJKHEDEN Mede-eigenaarschap/aandeelhouderschap; Opbrengsten in omgevingsfonds; Besturen van de bron; Borgen van duurzaamheid van de bron. -

NETWERK

-

Mee(be)sturen door borging en toetsing van maatschappelijke doelen bijv in een Raad van Advies; Mede-eigenaarschap; Opbrengsten in omgevingsfonds;

LEVERING

-

Borgen van draagvlak (zie antwoord 2); Zelf (deel)leverancier worden Adviesfunctie

Met de verschillende kleuren is een eerste waardering voor de haalbaarheid in praktijk weergegeven waarbij groen staat voor ‘haalbaar maar onder voorwaarden’, oranje voor ‘met specifieke voorwaarden’ en rood voor ‘complex en risicovol’

1016

9 / 14

Participatie in Warmtenetten

5. Op welke onderdeel kunnen bewoners invloed uitoefenen TNO en Hanzeschool Groningen hebben 29 elementen in de warmteketen vastgesteld waar bewoners/coöperatie in principe invloed op kunnen uitoefenen, onderverdeeld in 5 categorieën. 1 Afhankelijk van welke elementen lokale bewoners/coöperatie het belangrijkst vinden kan een organisatiemodel worden ingericht. Dit hangt natuurlijk ook wel samen met het aanbod van de initiatiefnemer. In verschillende scenario’s zullen de elementen positiever dan wel negatiever uitpakken vanuit het bewonersperspectief. ● Zeggenschap: In welke mate hebben de bewoners in dit scenario zeggenschap over…? ● Risico: In welke mate dragen de bewoners in dit scenario risico voor: … ● Business case: In welke mate komen kosten en opbrengsten in dit scenario bij de bewoners terecht? ● Capaciteit: In welke mate wordt beroep gedaan op de desbetreffende capaciteiten van de bewoners? ● Kosten eindgebruiker: Wat zijn de verwachte effecten op de kosten voor de eindgebruiker in dit scenario? CATEGORIE

ZEGGENSCHAP

RISICO

BUSINESSCASE

CAPACITEIT

KOSTEN EINDGEBRUIKER

ELEMENT - Warmteprijs - Vastrecht - Verdeling lusten/lasten - Duurzaamheid - Technisch ontwerp - Proces - Overlast - Benutten van koppelkansen - Aansluiting (volume, tijd) - Technische risico's (ontwerp/installatie) - Inkoopprijsrisico - Verkoopprijsrisico (warmtewet) - Debiteuren - Leveringsplicht - Imago - Temperatuurrisico - Opbrengsten - Operationele kosten (levering) - Operationele kosten (productie) - Operationele kosten (net) - Investeringskosten - Proceskosten - Business capaciteiten - Technische capaciteiten - Financiële capaciteiten - Juridische capaciteiten - Warmteprijs - Vastrecht - Aansluitkosten

Voor het Open Warmtenet in Waterfront fase 3 vallen bij voorbaat een aantal elementen af: ● Technisch ontwerp en technische risico’s; ● Business case: − operationele kosten; − operationele opbrengsten (warmteprijs / vastrecht). ● Investeringskosten; ● Proceskosten; ● Aansluittempo DG1 t/m 7. Wat blijft er over: ● Extra afnemers danwel bronnen toevoegen; − Zeebuurt − Extra bronnen aansluiten

1

Mulder, G., Bonte, C., Verstraten, P., Bouw, K. en D’Souza, A. (2020). Projectverslag Buurtwarmte: Organisatiemodellen voor lokale Buurtwarmte-initiatieven”.

10 / 14

1016

Participatie in Warmtenetten

● ● ● ●

Duurzaamheidprestaties borgen; Benutten van koppelkansen; Aantrekken nieuwe leveranciers; Bespreken optimalisatiemogelijkheden.

Conclusie: Bewoners kunnen op meerdere manieren invloed uitoefenen op de (ontwikkeling en/of realisatie) van een warmtenet. Voor het Open Warmtenet in Waterfront fase 3 liggen de mogelijkheden daartoe met name in (1) opschaalbaarheid van het net door toevoegen van bronnen of afnemers of (2) het inbrengen van elementaire kennis rondom de exploitatie van het warmtenet. In beide gevallen dienen de bewoners een positie te krijgen in de warmteketen. 6. Op welke momenten tijdens de levenscyclus van het Open Warmtenet is participatie het meest effectief? In veel onderzochte voorbeelden zien we wel nadrukkelijk een wens vanuit bewoners/coöperatie om een rol te vervullen in de exploitatie van het warmtenet. In de warmte business zien we vaak een tegenstelling tussen beperkte (met name financiële) capaciteiten van lokale initiatieven en een hoge mate van gewenste invloed op realisatie en operatie van een warmtenet. De intentie vanuit Harderwijker bewoners om zeggenschap cq. de wens voor participatie is in Harderwijk nog niet goed in beeld. Enerzijds voor Waterfront fase 3 waar de bewoners nog niet bekend zijn, anderzijds voor andere wijken waar mogelijk warmtenetten aangelegd worden waar net gestart is met de buurtaanpak (zie antwoord op vraag 2). Het belend zijn van bewoners is de basis om te beginnen en te kijken hoe ver hun rol (kan) gaan.

Het participatieschema dat HIER ontwikkelde maakt inzichtelijk welke mate van participatie past bij welke fase. Dit hoeft niet één op één voor Harderwijk te gelden, maar over het algemeen geldt wel dat hoe concreter richting realisatie wordt gegaan over het algemeen de bewoners op een hogere participatietrede worden betrokken.

Figuur X: participatieschema HIER

Conclusie: over het algemeen geldt wel dat hoe concreter richting realisatie wordt gegaan over het algemeen de bewoners op een hogere participatietrede worden betrokken. 7. Op welke wijze kan participatie juridisch verankerd worden in een of meerdere ketenonderdelen van het Open Warmtenet? Momenteel is de Wet collectieve warmtevoorzieningen in ontwikkeling. Vanuit verschillende kanten wordt gelobbied om lokaal eigenaarschap een plek te geven in de nieuwe wet. Hierbij wordt gedacht aan de juridische mogelijkheid van een warmteschap wanneer eigenaarschap en financiele participatie wordt overwogen. Met een warmteschap is de eigen positie van bewoners in de warmtemarkt geborgd, zowel het democratische zeggenschap als het financiële eigendom. Het is

1016

11 / 14

Participatie in Warmtenetten

gebaseerd op vrijwillige en open deelname waarover leden of aandeelhouders (natuurlijke personen, lokale autoriteiten, kleine ondernemingen) feitelijke zeggenschap hebben. Op meer dan 60 plekken in Nederland werken bewoners nu al in coöperatief verband aan plannen om de warmtevoorziening in hun wijken te verduurzamen. Naar Deens voorbeeld ontstaan warmtecoöperaties, waar bewoners zelf eigenaar kunnen zijn van (onderdelen van) de warmteketen. Deze bewoners bepalen zelf hoe zij de warmteketen inrichten en met wie zij samenwerken. Het is daarbij niet noodzakelijk dat zij eigenaar zijn van alle onderdelen in de keten (warmtebron, netwerk, huisaansluitingen en afleversets). Momenteel is deze vergaande vorm van participatie nog niet geregeld, maar wel wordt onder andere door Manifest Warmtecoalitie aangekaart om verschillende samenwerkingsvormen mogelijk te maken binnen de kaders van de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorzieningen 2

Conclusie: op dit moment biedt de Warmtewet geen juridische basis om vergaande vormen van participatie zoals zeggenschap/eigenaarschap of aandeelhouderschap te borgen. Er wordt gelobbied om deze mogelijkheid – naar Deens model – wel in de nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorzieningen geborgd te krijgen waarbij gedacht wordt aan een zogenaamd warmteschap. Voordat de Wet Collectieve Warmte is vastgesteld is hierover echter nog geen uitsluitsel te geven.

8. Hoe kan zowel directe (afnemers van warmte) als indirecte participatie (inwoners Harderwijk) in de ontwikkeling en/of exploitatie van het Open Warmtenet worden geïntegreerd Het Warmtenetwerk Harderwijk BV is een kapitaalintensieve onderneming. In het voortraject is met Endura gesproken over een mogelijke rol (raadplegen). De eigenaarsrol/medebeslissende rol werd door beide partijen als onhaalbaar beoordeeld wegens de beperkte financiële middelen van Endura. Inhoudelijke kennis is via de gemeentelijke projectleider en medeaandeelhouder DENG/Firan/Alliander voldoende in het project aanwezig, waardoor ook een adviserende rol van Endura niet nodig was. Bij de aanbesteding van een warmteleverancier per deelgebied zullen inschrijvers worden uitgedaagd aan te geven hoe zij invulling willen geven aan (directe) participatie. De wijze waarop hier gestalte aan wordt gegeven zal mede bepalend zijn voor de keuze voor een warmteleverancier. Bij onderzoek naar de mogelijkheden om bestaande buurten (Zeebuurt) aardgasvrij te maken zullen inwoners van die buurt worden betrokken. Zie voor deze situatie de mogelijkheden voor participatie zoals in antwoord 4 zijn omschreven. Conclusie: directe participatie is voor de Afnemers van Warmte van het Open Warmtenet in Waterfront fase 3 niet mogelijk.

In de exploitatie van het Open Warmtenet kan wel een adviesfunctie voor bijvoorbeeld een profi burger worden ingevoegd. De mogelijkheden voor directe participatie doen zich vooral voor bij warmtenetontwikkelingen in de bestaande buurten van Harderwijk.

2

https://energeia.nl/energeia-artikel/40098602/warmteschappen-moeten-thuishaven-krijgen-in-denieuwe-warmtewet 12 / 14

1016

Participatie in Warmtenetten

BIJLAGE II:

Toekomstbeeld: het Warmteschap

Toekomstbeeld: het Warmteschap Een warmteschap is een lokaal warmtebedrijf waar bewoners zelf zeggenschap over hebben. Bewoners organiseren zich daarvoor vaak in een coöperatie. Een coöperatie is een vereniging die mag ondernemen. Het is een rechtsvorm die bij uitstek geschikt is voor bewoners om op democratische wijze een gezamenlijk, stoffelijk (materieel), belang te organiseren. Daarnaast kan er in de uitvoering van het warmtebedrijf ook een besloten vennootschap (BV) worden opgericht waarin de coöperatie een meerderheid van de aandelen of een meerderheid van het stemrecht bezit. Een warmteschap kenmerkt zich onder andere door drie elementen 1. Het warmteschap kan zich bezighouden met alle elementen uit het warmtesysteem: bron, distributienet, levering, isolatie, koude of andere energiediensten. 2. Zeggenschap en eigendom liggen bij leden of aandeelhouders die in de nabijheid van het hernieuwbare energieproject gevestigd zijn, zoals woning- en gebouweigenaren, huurders, gemeente en lokale bedrijven. 3. Het warmteschap werkt met sociale spelregels voor beheer, zoals een democratische organisatie met zeggenschap en inclusiviteit, en waarde-gericht werken met profit for purpose; Mogelijk organisatievorm Warmteschap Voor warmteschappen zijn meerdere (combinaties van) organisatievormen mogelijk.

Het rapport “Warmteschappen: vier organisatievormen voor lokaal eigendom in de warmtetransitie” (Bron: Buurtwarmte, onderdeel van Energie Samen) beschrijft deze organisatievormen. Organisatievorm Bewoners + gemeente + marktpartij past het best bij de kaders voor participatie van het Warmtenet Harderwijk. Het model van Warmtenet Oost Wageningen lijkt het best aan te sluiten bij de situatie zoals in Harderwijk maar dan met de partijen Firan, Gemeente Harderwijk en Endura. Bij gelijke verdeling van aandelen (ieder 1/3e) zou het model niet voldoen aan de formele definitie van een warmteschap, omdat de lokale partijen geen feitelijke zeggenschap hebben. De bewonerscoöperatie zou bovendien weinig zeggenschap overhouden. Deze organisatievorm heeft daarom een tussenlaag in de organisatie: een lokale BV (BV 1) samen met de gemeente waar de bewonerscoöperatie de meerderheid heeft. BV 1 heeft de meerderheid in het warmtebedrijf (BV2). Zo is de feitelijke zeggenschap lokaal en heeft de bewonerscoöperatie indirect een meerderheid in de zeggenschap van het warmtebedrijf.

1016

13 / 14

Participatie in Warmtenetten

Wat zijn argumenten voor deze organisatievorm? ● Eigendom: de aandelen van het warmtebedrijf zijn in gedeeld bezit van de bewonerscoöperatie, de gemeente en het warmte-infrabedrijf. Door een tussenlaag te creëren kan de bewonerscoöperatie een meerderheid in de zeggenschap behouden. ● Zeggenschap: door deelname van meerdere partners wordt de zeggenschap complexer en meer verdeeld. Door middel van een tussenlaag wordt gewaarborgd dat de bewonerscoöperatie een meerderheid in zeggenschap behoudt. ● Draagkracht risico’s: het risico wordt gedeeld tussen de partners. De ingebrachte capaciteiten kunnen bepaalde risico’s verkleinen. Er kunnen ook nieuwe risico’s ontstaan: doordat de stem van bewoners kleiner wordt en de afstand tot het warmtebedrijf groter wordt, kunnen bewoners vervreemd raken. Dit kan het vertrouwen onder druk zetten en het vollooprisico vergroten. Tegelijkertijd kan de participatie van de partners een uitstraling van professionaliteit geven dat het vertrouwen juist ten goede komt. Dit is contextafhankelijk en kan van buurt tot buurt verschillen ● Financiering: De mate waarin de projectrealisatie gefinancierd kan worden is door de betrokkenheid van de partners groot. Financiering door de andere partner kan de zeggenschap van bewonerscoöperatie onder druk zetten. Belangrijk om daar goede afspraken over te maken. Dit zal per project bekeken moeten worden.

● Capaciteiten: Er is een kleinere afhankelijkheid van de kennis en kunde van de bewonerscoöperatie. Voor een goede samenwerking is het van belang dat de participatieve capaciteiten en de kennis van huis en buurt van de bewoners goed erkend worden. De complexe samenwerking zet de slagvaardigheid echter onder druk. Wat zijn kanttekeningen bij deze organisatievorm? ● Zeggenschap: Een potentieel risico is dat de zeggenschap van bewoners te veel verwatert, waardoor ze zich er niet meer in herkennen en minder de eigen waarden kunnen waarborgen. ● Voor slagvaardigheid dient er meer zeggenschap te liggen bij de partij met de realisatiekracht. ● Voor betrokkenheid van de bewoners dient er meer zeggen zeggenschap te liggen over waarden bij het bij bewonersinitiatief en de gemeente. ● Bij te weinig zeggenschap bij de partijen die moeten investeren en risico lopen is het de vraag of zij bereid zijn te investeren en/of risico’s te lopen. Er dient een zeker evenwicht tussen risico’s en rendement te zijn. Marktpartijen hanteren minimum rendementseisen bij investeringsprojecten. ● De gebruikers zijn op dit moment nog niet bekend. Omdat de woningen ontwikkeld worden, en het plan voor aansluitingen al gemaakt is, is er in de aansluitfase geen ruimte voor het kiezen

14 / 14

1016

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=d4e5f72b-d8f7-41db-b004-0a643d4fea7d