CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. 240624 Wijzigingen Omgevingsvisie voor vaststelling

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie Harderwijk 20403.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie overzicht ambtshalve wijzigingen op de ontwerpomgevingsvisie en wijzigingen als gevolg van de commentaarnota. Inleiding Dit document bevat het overzicht van alle wijzigingen van de definitieve versie van de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 na vaststelling door de gemeenteraad. Een aantal teksten is aangepast vanwege actuele informatie of nieuwe inzichten. Dit wordt toegelicht na vermelding van de paragraaf met de oude tekst en de nieuwe tekst. Daarna volgt een overzicht van de aanpassingen vanwege de commentaarnota

Ambtshalve wijzigingen Paragraaf 4.2.1, De tekst ‘Dat betekent dat de gemeente in 2030: 50% minder grondstoffen gebruikt; 45% CO2-uitstoot reduceert in 2031 (ten opzichte van 2010), waarbij het streven is naar de landelijke doelstelling 49% in 2030 (ten opzichte van 1990) en uiterlijk 2050: 100% circulair, klimaatrobuust, klimaatneutraal is.’ wordt vervangen door: Dat betekent dat de gemeente in 2030 minimaal de landelijke doelstellingen volgt en dat gemeente Harderwijk uiterlijk in 2050 100% circulair, klimaatrobuust en klimaatneutraal is. Paragraaf 4.2.1, opsomming principes op pagina 31 staat: De gemeente Harderwijk in 2050: • 100% circulair is; • klimaatrobuust is; • energieneutraal is; en daarvoor al in 2030: • 50% minder grondstoffen gebruikt; • 45% CO2 reductie (t.o.v. 2010) realiseert; waarbij de gemeente zich inzet om: • de natuur te behouden en waar mogelijk versterken; • de biodiversiteit te verbeteren; • over te schakelen op duurzame landbouw.

wordt vervangen door: De gemeente Harderwijk in 2050: • 100% circulair is; • klimaatrobuust is; • klimaatneutraal is; waarbij de gemeente zich inzet om: • minimaal landelijke doelstellingen te volgen • de natuur te behouden en waar mogelijk versterken; • de biodiversiteit te verbeteren; • over te schakelen op duurzame landbouw. 4.3.2.2 onderaan 3e alinea: Speelruimte beperkt zich niet tot een omheinde speelplaats met rubber ondergrond, maar bevindt zich overal in de openbare ruimte, bij voorkeur in de basisstructuur. BOSS staat voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten en dekt de lading veel beter, de vier onderdelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. BOSS is overal en voor iedereen. Voor jong en oud, maar ook voor elke doelgroep, dus inclusieve speelruimte waar het kan. Een aantal centrale plekken in Harderwijk kan specifiek ingericht worden met extra voorzieningen voor mensen met een beperking. Dit kan niet overal, maar BOSS-ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn, net als openbare ruimte (blz. 56 OV). 4.4.5.2. S.T.O.M.P: Tekst wordt vervangen door: Bullit 4. Binnen de bebouwde kom wordt een limiet van 30 km/u de basis. We passen alleen een hogere maximumsnelheid toe op gebiedsontsluitingswegen waar dat echt nodig en verantwoord is. Op strategische locaties wordt doorgaand verkeer door de stad afgeremd.

Wijken zelf worden autoluw en daar wordt de snelheid stapvoets. Hiervoor is het nodig om de weginrichting aan te passen. Bullit 11. Kortdurend parkeren nabij de binnenstad kan hoofdzakelijk op parkeervoorzieningen Westeinde, Houtwal, Scheepssingel en Waterfront. 4.4.5.4., 3e alinea: Overige gebiedsontsluitingswegen 30 km/uur zijn Deventerweg, Hoofdweg, Verkeersweg, Westermeenweg, Oranjelaan en Westeinde en zijn de zogenaamde stadsontsluitingen wordt vervangen door: Overige gebiedsontsluitingswegen waar voorlopig een hogere maximumsnelheid van 50 km/u echt nodig en verantwoord is, zijn: Deventerweg, Hoofdweg, Verkeersweg, Westermeenweg, Oranjelaan en Westeinde en zijn de zogenaamde stadsontsluitingen 4.4.5.4, Er zijn drie wegcategorieën: Bij bullit 1: Stroomwegen in de gemeente Harderwijk zijn de A28 en de N302. Bij bullit 2:

‘Bij gebiedsontsluitingswegen onderscheiden we een 30 km/u en 50 km/u categorie. De visie is dat in de gemeente de gebiedsontsluitingswegen 50 km/u beperkt zijn tot de Ceintuurbaan en Groene Zoomweg (samen met N302 ook wel de rondweg genoemd) en delen van de Zuiderzeestraatweg. Uit het oogpunt van verkeersveiligheid, een gezond woonklimaat en het terugdringen van emissies in het stedelijk gebied zijn alle overige gebiedsontsluitngswegen 30 km/u’ Wordt vervangen door: Gebiedsontsluitingswegen in de gemeente Harderwijk zijn bijvoorbeeld de N302 (Leuvenumseweg), N303, Ceintuurbaan, Westermeenweg, Hoofdweg, Deventerweg, Oranjelaan, Westeinde en Verkeersweg. Aan het einde van paragraaf 4.4.5.5 wordt toegevoegd: ‘De hoofdprincipes STOMP en Duurzaam Veilig hangen nauw met elkaar samen. Dat betekent dat de privéauto de laagste prioriteit krijgt in het stedelijke verkeer. We vinden het bijvoorbeeld niet erg als automobilisten wat langer moeten wachten bij een kruispunt, omdat we zo de wachttijd voor fietsers en voetgangers verkorten. Het betekent ook dat we terughoudend zijn met het toepassen van gebiedsontsluitingswegen in stedelijk gebied. We waarderen waar mogelijk gebiedsontsluitingswegen af tot erftoegangsweg. Daarvoor is het noodzakelijk om de komende jaren wegprofielen aan te passen. Wegenstructuur Binnen de bebouwde kom wordt een limiet van 30 km/u de basis.

We passen alleen een hogere maximumsnelheid toe op gebiedsontsluitingswegen waar dat echt nodig en verantwoord is. Dit zijn de Deventerweg, Hoofdweg, Verkeersweg, Westermeenweg, Newtonweg, Lorentzstraat, (delen van de) Zuiderzeestraatweg, Oranjelaan en Westeinde. Langzamer rijden bevordert de verkeersveiligheid en verbetert de omgevingskwaliteit. Doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd met de rondweg (Knardijk (N302) / Ceintuurbaan / Groene Zoomweg), waar wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk toepassen van de maximumsnelheid van 80 km/uur. De gebiedsontsluitingswegen in het stedelijk gebied sluiten aan op de zogenaamde stadsontsluitingen. Deze zijn bedoeld om het intern stedelijke verkeer goed af te kunnen wikkelen. We maken strategische keuzes om het STOMP-principe hierin te waarborgen en de auto niet te veel te laten domineren. Tegelijkertijd voorkomen we zo dat er sluiproutes ontstaan dwars door woonwijken, via woonstraten die helemaal niet geschikt zijn voor veel verkeer. De overige wegen binnen stedelijk gebied worden namelijk erftoegangswegen (waar ook woonerven onder vallen), waar langzaam rijden het regime wordt en de auto te gast is. Binnen de bebouwde kom werken we aan de hand van het STOMP-principe. Dus stappen en trappen heeft prioriteit. Het is onoverkomelijk dat stromen van voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer elkaar kruisen.

Die plekken richten we zorgvuldig in, waarbij we aan de verkeersbelangen van alle partijen recht doen. Een manier om dit te doen, is door voorrangspleinen toe te passen. Voorrangspleinen zijn een speciaal type kruispunt. Ze worden gekenmerkt door een brede middenberm in combinatie met een slinger in de hoofdrichting. De snelheid voor doorgaand autoverkeer wordt op die manier door de weginrichting teruggebracht naar circa 30 km/h. Bovendien is het plein zo ontworpen dat verkeersstromen zo veel mogelijk van elkaar gescheiden worden en conflicten gefaseerd optreden. Daardoor is de verkeersveiligheid hoog.

Paragraaf 4.4.2.4: wordt halverwege de paragraaf de definiëring van woonmilieus toegevoegd In Harderwijk worden zes verschillende woonmilieus onderscheiden: Woonmilieu landelijk wonen Het landelijk wonen wordt getypeerd door kleine woonclusters (boerenerven, e.d.) in het groen. Het agrarische open landschap is leidend met wonen in een lage dichtheid. Het voorzieningenniveau is zeer laag. Woonmilieu bosrijk wonen Het bosrijk wonen is een uniek woonmilieu voor Harderwijk waarbij gezocht wordt naar een manier om wonen in symbiose met de natuur en het landschap te ontwikkelen. Het lommerrijke Veluwse landschap is leidend met daaraan ondergeschikt wonen in een lagere dichtheid. Het voorzieningenniveau is zeer laag. Woonmilieu dorps wonen Het dorps wonen sluit aan op het unieke karakter van Hierden. Er is hier sprake van woningbouw met een grotere samenhang met een dorpse woningdichtheid. Het voorzieningenniveau is laag, maar sluit voldoende aan op de basisbehoefte in het dorp. Woonmilieu groenstedelijk Het groenstedelijke woonmilieu wordt gekenmerkt door grondgebonden en deels gestapelde of geschakelde woningen. Het zijn doorgaans de traditionele Harderwijker woonwijken die ruim en groen van opzet zijn. Het woonmilieu wordt gekenmerkt door een gemiddeld voorzieningenniveau en sluit voldoende aan op de basisbehoefte.

Woonmilieu buitencentrum Het buitencentrum betreft het rond het centrum gelegen compact en monofunctioneel woonmilieu. Het betreft wijken en buurten rondom het centrum met een grote variatie in woningtypen zowel grondgebonden als gestapeld, in dichtheid variërend van herenhuis tot tuindorp in diverse bouwperioden. Qua voorzieningen is men gericht op het nabij gelegen centrum met een hoog voorzieningenniveau. Woonmilieu centrumstedelijk In het centrumstedelijke woonmilieu ligt de nadruk op menging van functies, intensief gebruik, hogere dichtheden en goede bereikbaarheid per OV. De historische binnenstad en de centrale zone vormen een belangrijk onderdeel van dit milieu. Er is sprake van menging op gebouwenniveau, accent op commerciële of publieke functies, voornamelijk gestapelde woonvormen met als uitzondering de historische binnenstad, korrelgrootte klein tot middelgroot en een hoog voorzieningenniveau. Paragraaf 4.4.5.8. Energietransitie: Er staat het e.e.a. geschreven over het zonnebeleid. We gaan deze en de energieke stad herijken, dus wordt het volgende in de tekst aangepast: - in de afbeelding van de zonneladder graag aantal ha verwijderen - Daarnaast zal er een grote opgave aan realisering van zonnepanelen bestaan. Van belang is dat dit aansluit bij de ambities en behoefte voor Harderwijk. De Harderwijkse zonneladder ....

- bij de 1e bullit vervangen door: De eerste trede, 'trede stimuleren', gaat over alle daken en multifunctioneel ruimtegebruik binnen de bebouwde kom. Hier zet de gemeente de komende jaren vol op in. - bij de 4e bullit: De vierde trede, 'trede uitsluiten', betreft...... - bij 4e bullit: Lage Enk vervangen door 'enken'.

Paragraaf 4.4.6.3: ‘Grootschalige’ detailhandel overal vervangen voor ‘volumineuze’ detailhandel

Paragraaf 6.3 wordt in zijn geheel vervangen door: 6.3. Programma’s 6.3.1. Wat is een programma Om van de omgevingsvisie tot een realisering van ambities en doelen te komen, gaat de gemeente Harderwijk werken met programma’s (zoals omschreven in de omgevingswet artikel 3.5). Dit is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. De wet geeft aan dat de omgevingsvisie alleen over hoofdlijnen en hoofdzaken gaat van de fysieke leefomgeving gaat. Als je bepaalde onderwerpen verder wil uitdiepen, is daar geen plek voor in de omgevingsvisie, maar wel in programma’s. Deze zitten qua detailniveau tussen de omgevingsvisie (hoofdlijnen) en het omgevingsplan (gedetailleerde juridische consequenties). Programma’s zijn volgens de wet een bevoegdheid van het college.

Programma’s sturen op het behalen van doelen en ambities uit de omgevingsvisie. Het abstractieniveau is gericht op beleidsontwikkeling (voorheen sectorale visies) of meer op de beleidsdoorwerking (voorheen sectorale beleidsnota’s). Een programma bevat altijd maatregelen (voorheen uitvoeringsagenda’s) om doelstellingen op het gebied van de fysieke leefomgeving te bereiken. (artikel 3.5, onderdeel b Ow). Een verkenning of een (locatie)onderzoek worden beschouwd als maatregel binnen een programma.

Bij het gebruik van programma’s maken we onderscheid in twee typen: 1. programma’s per thema (sectoraal of per maatschappelijke opgave) of 2. in integrale samenhang voor een gebied (project, deel van de stad, gehele stad of regionaal). 6.3.2. Proces werken met programma’s Na vaststelling van de omgevingsvisie wordt direct overgegaan naar werken met programma’s. Daarvoor wordt een aantal stappen gezet: Stap 1: het startpunt De gemeente werkt voortaan vanuit 2 belangrijke visies: 1. Omgevingsvisie Harderwijk 2040.

2. Nota sociaal domein. Stap 2: thematische programma’s Voor de fysieke leefomgeving wordt de Omgevingsvisie verder uitgewerkt in thematische programma’s, die zo integraal mogelijk worden opgesteld. Voorvloeiend uit de opzet van de Omgevingsvisie zullen er drie thematische programma’s worden opgesteld, aansluitend op de drie allianties (met de dertien thema’s uit de omgevingsvisie). De werktitels voor de voorlopig drie thematische programma’s zijn: Programma Natuurlijk systeem; Programma Mens&Maatschappij en Programma Bouw&Infrastructuur. Deelonderwerpen zijn onderdelen binnen deze programma’s. Onderdelen worden altijd in samenhang en als afgeleide van de omgevingsvisie opgenomen in de thematische programma’s. Stap 3: gebiedsprogramma’s De (drie) thematische programma’s hebben allemaal invloed op de (door)ontwikkeling van gebieden (of wijken). In een gebiedsgerichte aanpak wordt wijkgericht mét inwoners en belanghebbenden uitgedacht welke ontwikkelingen in de wijk noodzakelijk zijn om te komen tot de doelen/ambities van de raad (kader omgevingsvisie). Door per gebied te kijken hoe de optelsom van alle maatregelen van de drie thematische programma’s met elkaar af te stemmen, ontstaan gebiedsprogramma’s. In de gebiedsprogramma’s worden de gebiedsspecifieke en thematische opgaven uitgewerkt per gebied en de keuze van maatregelen gemaakt.

In dit proces komen thematische programma’s en onderdelen bij elkaar en ontstaat spanning tussen de verschillende beleidsvelden in gebieden/wijken en locaties. Dat vraagt om een geïntegreerde aanpak. Met de ‘schuifknoppen’ kan dan de meest geïntegreerde oplossing worden gevonden. In sommige gevallen zijn die schuifknoppen begrensd door wettelijk vastgestelde

wet- en regelgeving. Alles komt hierbij aan de orde, belangen en opgaven worden gecombineerd en tegen elkaar afgewogen. Om het aantal gebiedsprogramma’s te beperken wordt gewerkt met 5 gebieden: Binnenstad, het Harderwijks stedelijk gebied, het buitengebied inclusief Hierden, werkgebieden w.o. Lorentz en de Natura2000 gebieden. Om de organisatie daar naar toe te laten bewegen wordt de wijkindeling uit de omgevingsvisie aangehouden als onderdelen binnen deze drie gebiedsprogramma’s. Voorgaande stappen hebben invloed op het beleidshuis van de gemeente. Om een en ander te verduidelijken is onderstaand schema opgesteld.

Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de Bijlage: Notitie Werken met programma’s in de gemeente Harderwijk. Themakaarten, Visiekaarten, etc. Alle kaarten, behalve de basisstructuur zijn nog bewerkt. Het gaat hier om kleine detailleringen ten behoeve van de duidelijkheid, legenda’s zijn nog beter kloppend gemaakt met de teksten. Bij de kaart mobiliteit is de legenda ‘Voorrangsplein’ toegevoegd. Dit zijn plekken waar de basisstructuur met langzaam verkeer kruist met gebiedsontsluitingswegen 50 km/uur. Zie daar voor de tekstuele wijziging bij 4.4.5.5

Wijzigingen als gevolg van de commentaarnota De volgende wijzigingen zijn het gevolg van zienswijzen. Deze zijn hieronder op chronologische wijze opgesomd.

Paragraaf 1.3.1 , op pagina 12: “toeristische attracties en aansprekende evenementen” Wordt aangepast naar: “toeristische attracties , waaronder het rijke Harderwijkse culturele erfgoed en aansprekende evenementen”

Paragraaf 3.5 , op pagina 25: Conclusie: Tekst wordt aangepast: Behoud van het erfgoed, in het historisch centrum, op andere plekken in Harderwijk met een historische achtergrond of militair verleden én in Hierden en buitengebied, wordt steeds meer gewaardeerd, zowel door eigen inwoners als toeristen. Wordt aangepast naar: Behoud van het erfgoed, in het historisch centrum, op andere plekken in Harderwijk met een historische achtergrond én in Hierden en buitengebied, wordt steeds meer gewaardeerd, zowel door eigen inwoners als toeristen.

Paragraaf 4.2.2.7, op pagina 35: “Een vaak vergeten bodem is de bodem van de Randmeren. Voor Harderwijk is dat met name het Wolderwijd. De kwaliteit van het water van het Wolderwijd is goed, zeker in vergelijking met de zuidelijke Randmeren of het Markermeer. Het Wolderwijd heeft een sterk recreatieve functie en wordt ook door de beroepsvaart gebruikt. Instandhoudingsdoelen voor verschillende soorten (o.a. Roerdomp, Karekiet) worden gerespecteerd en onderzocht moet worden welke maatregelen worden genomen om de aantallen voor deze soorten te laten toenemen. Het natuurlijke systeem is daarbij leidend. Het Wolderwijd, voormalige Zuiderzee, is eeuwenlang aangezand en verworden tot een ondiepe waterplas. Harderwijk staat er voor open om samen met partners (o.a. Gastvrije Randmeren, Rijkswaterstaat, Provincie Flevoland, natuurbeheerders, etc.) te verkennen welke maatregelen wenselijk zijn waarbij de Natura 2000-doelen prioritair zijn. Te denken valt aan het verbeteren van de oeverzone met riet en moerasvegetatie en het ontwikkelen van gradiënten. In onderzoek kan worden bekeken hoe

bovenstaande doelen zich verhouden tot wensen vanuit de recreatievaart. Dit zou een vergelijkbare invulling kunnen krijgen als het recreatiezoneringsplan op de Veluwe.”

Wordt aangepast naar: “Een vaak vergeten bodem is de bodem van de Randmeren. Voor Harderwijk is dat met name het Wolderwijd. De kwaliteit van het water van het Wolderwijd is goed, zeker in vergelijking met de zuidelijke Randmeren of het Markermeer. Het Wolderwijd en het Veluwemeer hebben een sterk recreatieve functie en worden ook door de beroepsvaart gebruikt. Instandhoudingsdoelen voor verschillende soorten (o.a. Roerdomp, Grote Karekiet, Kleine Zwaan, diverse soorten duikeenden) worden gerespecteerd en onderzocht moet worden welke maatregelen worden genomen om de aantallen voor deze soorten te laten toenemen. Het principe “Het natuurlijk systeem is de drager voor de ontwikkeling” zoals beschreven in paragraaf 1.3.1 wordt hierbij aangehouden. In de tijd van de Zuiderzee is de bodem voor de Veluwekust aangezand. “ Na de aanleg van de Flevopolders zijn de Randmeren ontstaan, gekenmerkt door ondiepe waterplassen. Deze ondiepe waterplassen hebben aan de Veluwse zijde een vloeiende overgang van water naar land. Harderwijk staat er voor open om samen met betrokken partners (o.a. Gastvrije Randmeren, Rijkswaterstaat, Provincie Flevoland, natuurbeheerders, etc.) te verkennen of, en zo ja, welke maatregelen wenselijk zijn waarbij de Natura 2000-doelen prioritair zijn.

In onderzoek kan worden bekeken hoe instandhoudingsdoelstellingen en herstelopgaven zich verhouden tot wensen vanuit de oever- en waterrecreatie. “

Paragraaf 4.2.5.3, op pagina 50: … want bomen helpen tegen wateroverlast (zie paragraaf 4.2.3), zorgen voor waterberging, geven schaduw tegen hittestress, herbergen beestjes voor biodiversiteit …

Wordt aangepast naar: … want bomen helpen bij het vasthouden van water, bevorderen het infiltreren van water in de bodem, geven schaduw tegen hittestress, herbergen beestjes voor biodiversiteit …

Paragraaf 4.3.2.2 In paragraaf 4.3.2.2 wordt na de tekst: “Daarnaast wordt onderzocht of Drielanden Noord zich leent voor een mogelijk nieuw sportcluster.” onderstaande tekst opgenomen: Speelruimte Speelruimte beperkt zich niet tot een omheinde speelplaats met rubber ondergrond, maar bevindt zich overal in de openbare ruimte, bij voorkeur in de basisstructuur.

BOSS staat voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten en dekt de lading veel beter, de vier onderdelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. BOSS is overal en voor iedereen. Voor jong en oud, maar ook voor elke doelgroep, dus inclusieve speelruimte waar het kan. Een aantal centrale plekken in Harderwijk kan specifiek ingericht worden met extra voorzieningen voor mensen met een beperking. Dit kan niet overal, maar BOSS-ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn, net als openbare ruimte (blz. 56 OV). Paragraaf 4.4.2.2: Wordt de definiëring voor woonmilieus worden gegeven. Zie ambtshalve wijzigingen. Paragraaf 4.4.2.4 In de omgevingsvisie wordt de definiëring van woonmilieus toegevoegd. Voor het woonmilieu bosrijk wonen is dat: “Het bosrijk wonen is een uniek woonmilieu voor Harderwijk waarbij gezocht wordt naar een manier om wonen in symbiose met de natuur en het landschap te ontwikkelen. Het lommerrijke Veluwse landschap is leidend met daaraan ondergeschikt wonen in een lagere dichtheid. Het voorzieningenniveau is zeer laag.”

Paragraaf 4.4.3.3, op pagina 91 In paragraaf 4.4.3.3, op pagina 91, wordt onderstaande tekst opgenomen: ….voor middeldure huur € 800 - € 1.100). Recent is de Wet betaalbare huur vastgesteld door de Tweede Kamer. Die regelt dat het WWS (waarderingsstelsel woningbouw) van toepassing is op woningen met maximaal 186 punten, oftewel ongeveer €1.100. Dat betekent dat voor deze woningen de huur in verhouding moet staan tot de kwaliteit van de woning. Er kunnen, m.a.w., geen exorbitante huren meer gevraagd worden. In het volkshuisvestelijk programma hanteren we daarom voor vrije sector huur het segment >liberalisatiegrens <WWS-grens (€880 - €1.100).

Paragraaf 4.4.6.3 , op pagina 117: “Voorzieningen als het Stadsmuseum, het Marius van Dokkummuseum, visafslag met botterloods en de historische binnenstad maakt een bezoek aan de stad meer dan de moeite waard.” Wordt aangepast naar: “De historische binnenstad met voorzieningen als het Stadsmuseum, het Marius van Dokkummuseum en de visafslag met botterloods maakt een bezoek aan de stad meer dan de moeite waard.”

Paragraaf 4.5 op pagina 125: In visiekaart in paragraaf 4.5 op pagina 125, wordt het studiegebied A28 uitgebreid. Het aangepaste studiegebied A28 zal het Bouw&Infrapark omvatten alsook de N302 van A28 tot Watertorenweg.

Paragraaf 5.3 Waterfront: “Het ontwikkelen van plannen voor het Dolfinariumeiland” en “Herstructurering Dolfinariumeiland is gewenst” worden verplaatst naar paragraaf 5.2 Binnenstad.

Paragraaf 6.1 In paragraaf 6.1 van de omgevingsvisie wordt de volgende tekst toegevoegd: ” Een milieueffectrapportage (MER) wordt uitgevoerd om de milieueffecten van ontwikkelingen te onderzoeken. Zo kunnen kansen en risico’s op het gebied van milieu, maar ook daaraan gekoppelde aspecten meegenomen worden in een besluit of uitvoering van een plan of project. Het uitvoeren van een MER is een Europese verplichting en verankerd in de Omgevingswet. Niet elk project of plan is MER-plichtig. De omgevingsvisie Harderwijk 2040 geeft de ambities en visie voor de gemeente Harderwijk op de lange termijn. De verdere uitwerking van deze visie gaat plaatsvinden in andere instrumenten zoals programma’s en het omgevingsplan. Daarmee stelt niet de visie, maar de nog op te stellen programma’s en het omgevingsplan de kaders voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 16.36 Omgevingswet. Om overlapping van meerdere rapportages te voorkomen en de MER een voldoende mate van detail te geven (zie artikel 16.37 lid a Omgevingswet), wordt, afhankelijk van de inhoud en de MER plicht, een MER uitgevoerd voor de nog op te stellen programma’s en/of het omgevingsplan.”

Paragraaf 6.4 op pagina 150: “De gemeente kiest principieel voor het hoogste niveau van participatie.” Wordt gewijzigd naar: “De gemeente kiest principieel voor het hoogst mogelijke niveau van participatie”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=f201b211-2c94-45f4-ab20-f0491fa9d87f