CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.2 Zienswijze HVWC op concept huisvestingsverordening 2026

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Huisvestingsverordening gemeente Harderwijk 20266.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ZIENSWIJZE HVWC OP DE

CONCEPT HUISVESTINGSVERORDENING 2026 GEMEENTE HARDERWIJK

AUGUSTUS 2025

1

2

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD .........................................................................................................................4 WAT VOORAF GING .................................................................................................................5 ONZE ZIENSWIJZE ...................................................................................................................7 TOELICHTING .......................................................................................................................14 ARTIKELSGEWIJS ...................................................................................................................15 GEBRUIKTE BRONNEN ..........................................................................................................19

3

VOORWOORD https://www.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-312442.html Burgemeester en Wethouders gemeente Harderwijk o.v.v. terinzagelegging concept Huisvestingsverordening gemeente Harderwijk 2026 Postbus 149 3840 AC Harderwijk

Geachte leden van het College van B&W en de gemeenteraad, Middels dit schrijven bieden wij u onze zienswijze aan op de concept huisvestingsverordening 2026 van de gemeente Harderwijk. Wij hopen dat wij nu wel serieus worden genomen en onze inbreng niet opnieuw wordt genegeerd. Wij zijn al sinds het uitkomen van het beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 12 juli 2018 met u ‘in gesprek’ om te komen tot eerlijke en vooral ook transparante regels voor inschrijving en toewijzing van standplaatsen in onze mooie gemeente. Hierbij maken wij onderscheid in toewijzingsregels voor het geval er een standplaats vrij komt op een bestaande woonwagenlocatie en toewijzingsregels voor het toewijzen van een standplaats op een nieuwe woonwagenlocatie. Zoals u wellicht bekend is niet alleen onze woonwagencultuur in 2014 erkend als immaterieel erfgoed, maar heeft vooral ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in 2016 vastgesteld dat onze mensenrechten voortdurend door landelijke en lokale overheden zijn geschonden. Zij heeft bepaald dat wij als gemeenschap recht hebben op veel zaken, waarbij de belangrijkste uitgangspunten zijn: 1. Het wonen in een woonwagen; 2. Het wonen in familieverband.

Dit zijn dan ook de uitgangspunten die wij hanteren in onze zienswijze en die ook leidend dienen te zijn bij de inschrijving en toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen in de definitieve huisvestingsverordening van onze gemeente. Namens al onze leden danken wij u voor uw aandacht en hopen wij op een eervol rechtsherstel door u als verantwoordelijk bestuur.

Hoogachtend,

Lammert de Ruiter Voorzitter HVWC

4

WAT VOORAF GING In maart 1999 werd de 2e woonwagenwet afgeschaft en kregen wij dezelfde rechten en plichten als de overige burgers van Nederland. Wat betreft die plichten is het goed gelukt. Wat betreft de rechten nog bij lange na niet. Zo kunnen wij vaak onze woonwagen niet verzekeren, krijgen wij geen hypotheek, mogen wij onze standplaatsen niet kopen, enz. De gemeenten werden in 1999 verantwoordelijk voor het huisvestingsbeleid ten aanzien van woonwagenbewoners. Dat vonden ze maar lastig, want alle andere vormen van huisvesting werden ondergebracht bij corporaties. Onze gemeente heeft er meer dan 10 jaar over gedaan om de verhuur van de standplaatsen overgedragen te krijgen naar Uwoon en Omnia Wonen. Let wel, de verhuur van bestaande standplaatsen, niet de aanleg van nieuwe standplaatsen. Daarbij volgde de gemeente de landelijke lijn van uitsterfbeleid. Geen nieuwe standplaatsen aanleggen voor de kinderen van de woonwagenbewoners. Die moesten maar normaal gaan doen en in reguliere stenen huurwoningen gaan wonen. Zo zou onze cultuur op den duur langzaam verdwijnen uit het straatbeeld. Er kwamen diverse landelijke verenigingen van woonwagenbewoners: Reizigers, Roma en Sinti, die de strijd aangingen met dit beleid. De eerste stap was het erkennen van onze cultuur als immaterieel erfgoed en de plaatsing ervan op de lijst van Unesco.

Vervolgens waren de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2016 een klap in het gezicht van de Nederlandse overheid die door hen beschuldigd werd van racisme en discriminatie. Binnen twee jaar daarna volgden uitspraken van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens, de Nationale ombudsman en kwam er een landelijk beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen en standplaatsenbeleid’ vanuit het Ministerie van BZK. Als eerste diende er een onderzoek plaats te vinden naar de woonbehoefte aan standplaatsen onder alle woonwagenbewoners, ongeacht of zij nu wel of niet in een woonwagen woonden. De gemeente heeft dit onderzoek laten uitvoeren dor Companen die echter geen ervaring en kennis hadden van onze cultuur en onze mensen. Zij hielden geen rekening met het enorme opgebouwde wantrouwen jegens de overheid en ook de laaggeletterdheid onder onze mensen. Hierdoor ontstond er een geheel verkeerd beeld van de behoefte. Hierop hebben wij onze woonwagenbewoners verenigd in de HVWC: Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Harderwijk. Wij zijn alle mensen persoonlijk thuis gaan bezoeken en hebben hen geïnterviewd. Dit koste vaak uren om hen overtuigd te krijgen om toch mee te werken ook al geloofde niemand dat het lokale bestuur nu wel naar ons zou luisteren en bereid zou zijn met onze cultuur rekening te houden, te gaan respecteren en te faciliteren.

Wij waren daarom dan ook erg verheugd dat de gemeenteraad onze uitkomsten van de inventarisatie woonbehoefte koos en niet die van Companen. Dat leek de weg te openen naar eerlijk, open en transparant beleid en toewijzingsregels voor bestaande en nieuwe woonwagenstandplaatsen. Vervolgens hebben er tussen april en oktober 2021 zo’n zeven intensieve overleggen plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van de gemeente, Uwoon, Omnia Wonen en de HVWC. Deze overleggen vonden vaak plaats op het kantoor van Uwoon en duurden meerdere uren. Uiteindelijk hadden we in oktober 2021 concept woonwagen- en standplaatsenbeleid Harderwijk 2022 en beleidsregels inschrijving- en toewijzing woonwagenstandplaatsen 2022 gereed waar een ieder zich in kon vinden. Ook de toenmalige wethouder Jeroen de Jong heeft 2x deelgenomen aan deze gesprekken en was groot voorstander van de uitkomsten. 5

Helaas voelden sommige afdelingshoofden / teamleiders (?) zich blijkbaar gepasseerd omdat zij niet door de beleidsmedewerker Wonen afdoende waren betrokken bij de totstandkoming van deze beide beleidsdocumenten. Zij schoten alles af en kwamen met een ‘richtinggevend’ koersdocument wat volgens zeggen was gebaseerd op onze gezamenlijke documenten die werden aangeduid als ‘brondocument’. Veel van ons werk werd hierin teniet gedaan. Gevolg was een slap aftreksel wat door de gemeenteraad in januari 2022 werd vastgesteld; de beleidsmedewerker Wonen vertrok en ook de contactpersonen bij de corporaties trokken zich terug. Al het werk was immers voor niets geweest. Tot overmaat van ramp kreeg de adviseur woonwagenzaken ernstig kanker en werd ontheven van zijn taak. Wij bleven gedesillusioneerd achter. Er volgden nog wel overleggen met nieuwe medewerkers. Deze eerste persoon (Reijer Verwer) gaf ons feitelijk bij alles gelijk en moest ook weer snel het veld ruimen. Daarna volgden nog vele anderen, maar wij als vereniging werden steeds verder naar achteren gedrukt en werden niet langer beschouwd als een gelijkwaardige partner. Men overlegde nog wel af en toe met ons, maar dat was meer voor de bühne. Het leek er sterk op dat wij af geserveerd moesten worden dan wel aan het inmiddels bekende lijntje moesten worden gehouden.

Nu, bijna vier jaar later, ligt er dan opnieuw een concept huisvestingsverordening voor u. Deze is deels kloppend, maar mist enkele voor ons zeer belangrijke elementen. Zo maken wij onderscheid in toewijzing van standplaatsen op bestaande locaties en bij de aanleg van nieuwe locaties. Wij hebben in deze zienswijze op de plaatsen waar wij revisie willen zien dit duidelijk in rood aangegeven.

6

ONZE ZIENSWIJZE NB: wij richten ons alleen op de teksten die handelen over woonwagenstandplaatsen. HOOFDSTUK 7. Standplaatsen voor woonwagens Artikel 43. Aanvullende definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. Afstammingsbeginsel: het beginsel dat inhoudt dat de standplaatszoekende, diens ouders dan wel grootouders in een woonwagen wonen of hebben gewoond, waarbij sprake moet zijn van een generatie op generatie doorlopende en intensieve beleving van de woonwagencultuur, wat kan worden vastgesteld doordat de inschrijver een uittreksel uit de Basisregistratie Personen aanlevert en de adresgegevens van hemzelf, diens ouders of grootouders op het inschrijfformulier vermeld staan. Bepalend is het woonadres zoals opgenomen in het BRP en de feitelijke bewoning; b. Eerstegraads familieverband: de partner (met wie de standplaatszoekende samenwoont en die staat ingeschreven op hetzelfde adres in Nederland), ouders (ook adoptie- en stiefouders), schoonouders, kinderen (ook adoptie- en stiefkinderen), en schoondochters en -zonen van de standplaatszoekende; c. Harderwijker verhuurders: de toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam zijn in de gemeente Harderwijk; d. Hoofdbewoner: de persoon die binnen het standplaatszoekende dan wel het standplaatsinnemende huishouden de (hoofd)huurder is; e.

Huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats (en eventuele huurwoonwagen), waarin de huurbepalingen zijn geregeld; f. Vereniging HVWC: Vereniging voor behoud van de woonwagencultuur Harderwijk. g. Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt; h. Pre-mantelzorg: Mantelzorg, anders dan mantelzorg als bedoeld onder f., uitsluitend geboden door de ouder of het (klein)kind van de in de toekomst hulpbehoevende bewoner, ten behoeve van de zelfredzaamheid, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten overstijgt. Hierbij is de verwachting dat de, in de toekomst hulpbehoevende, bewoner binnen 10 jaar voldoet aan de onder onderdeel f. bedoelde mantelzorg. Er is vanaf dat moment sprake van een normale mantelzorgsituatie. i. Regio: de voor volkshuisvesting samenwerkende gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten; j. Spijtoptant: een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagen is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw een woonwagen wenst te betrekken en voldoet aan het afstammingsbeginsel; k.

Standplaats: een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in artikel 1, eerste lid, onder de definitie van woongelegenheid onder c van de Woningwet; l. Standplaatszoekende: huishouden dat in het digitale huurportaal hurennoordveluwe.nl is ingeschreven als woningzoekende; m. Tweedegraads familieverband: de broers, zussen, kleinkinderen, opa's, oma's, schoonzussen, zwagers, stiefzussen, en stiefbroers van de standplaatszoekende; n. Woonadres: 7

1° het adres zoals opgenomen in het BRP waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig (bijvoorbeeld een woonwagen) of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft; 2° het adres zoals opgenomen in het BRP waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder 1, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten; o. Woonwagen: een wooneenheid die is geplaatst op een standplaats en in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, zoals omschreven in artikel 1, eerste lid, onder de definitie van woongelegenheid onder b van de Woningwet.

Artikel 44. Aanwijzing vergunningplichtige standplaatsen en woonwagens en criteria voor verlening huisvestingsvergunning 1.

Standplaatsen en woonwagens in eigendom van een Harderwijker verhuurder, mogen alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend;

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestigingsvergunning slechts standplaatszoekenden in aanmerking die voldoen aan alle hieronder genoemde voorwaarden: a. het huishouden bestaat tenminste uit één meerderjarig persoon; b. het huishouden is als standplaatszoekende ingeschreven in het digitale huurportaal hurennoordveluwe.nl; c. het huishoudinkomen is lager dan de in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet bedoelde inkomensgrens;

3.

In afwijking van het tweede lid onder c, kunnen ook standplaatszoekenden met een hoger huishoudinkomen in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, mits het in artikel 48 lid 1 van de Woningwet 2015 genoemde percentage niet wordt overschreden.

Wij missen hier de mogelijkheid voor standplaatszoekenden om zich in te schrijven die een gezamenlijk inkomen hebben boven de DAEB-grens. Dit is de reden waarom bijvoorbeeld o.a. de Nationale Ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens adviseren om de lijst geregistreerde standplaatszoekenden (’wachtlijst’) te laten bijhouden door de gemeente. Ook de toewijzing dient daarom door de gemeente te gebeuren. Het wonen in familieverband zoals dat door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in 2016 is vastgesteld, zorgt ervoor dat bij toewijzing niet alleen naar het inkomen dient te worden gekeken. Er dient zoals ook BZK aangeeft een gezonde mix van huur en koopstandplaatsen te ontstaan op de bestaande en nieuwe woonwagenlocaties. Artikel 45. Inschrijfsysteem van standplaatszoekenden 1. Huishoudens, die voor een standplaats in aanmerking wensen te komen, schrijven zich in via het digitale huurportaal hurennoordveluwe.nl; dit is dus slechts alleen mogelijk voor een deel van de standplaatszoekenden. 2. De inschrijving als standplaatszoekende in de gemeente Harderwijk is niet geldig als inschrijving als standplaatszoekende in de andere gemeenten in de regio; 3. De woningcorporaties gemeente stellen stelt regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van inschrijving. Deze regels zijn in

8

overeenstemming met het bepaalde in deze verordening. De corporaties informeren gemeente informeert standplaatszoekenden over de regels en wijze van inschrijving; 4. Voor de inschrijving en de jaarlijkse verlenging van de inschrijving kan een woningcorporatie de gemeente een geldelijke bijdrage vragen. Indien de woningcorporatie gemeente van deze mogelijkheid gebruik maakt, zijn deze kosten gelijk aan de reguliere kosten voor inschrijving en verlenging in het huurportaal hurennoordveluwe.nl; De standplaatszoekende ontvangt een bewijs van inschrijving en uitschrijving; 5. De inschrijving van de standplaatszoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar, behoudens in het geval dat de ingeschreven standplaatszoekende overlijdt en hij/zij een partner heeft waarmee een duurzaam gemeenschappelijk huishouden werd gevormd, die partner voldoet aan het afstammingsbeginsel en zelf niet op de wachtlijst ingeschreven staat; in dat geval kunnen de opgebouwde punten overgedragen worden aan de desbetreffende partner; 6. De standplaatszoekende is zelf verantwoordelijk voor aanpassing van de actuele adresgegevens bij de gemeente dan wel in huurportaal hurennoordveluwe.nl in geval van wijziging van het woonadres; 7. De inschrijving vervalt: a. wanneer de standplaatszoekende hierom verzoekt; b.

als de standplaatszoekende een aangeboden woonwagenstandplaats accepteert en een huurovereenkomst aangaat; c. in het geval de standplaatszoekende onjuiste gegevens voor plaatsing op de wachtlijst heeft verstrekt; d. als de standplaatszoekende de inschrijf- of verlengingskosten van de inschrijving niet tijdig voldoet; e. als de standplaatszoekende is overleden, met uitzondering van de in het vijfde lid beschreven situatie.

Artikel 46. Bekendmaking van het aanbod van standplaatsen en woonwagens 1. Standplaatsen en woonwagens worden te huur aangeboden door publicatie via het huurportaal www.hurennoordveluwe.nl; 2. Over de toewijzing van alle aangeboden standplaatsen en woonwagens wordt jaarlijks voor 1 april verantwoording afgelegd aan burgemeester en wethouders;

Artikel 47. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, geboortedatum, contactgegevens en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; c. het huishoudinkomen; d. het adres, naam van de verhuurder, en huurprijs van de te betrekken woonruimte; e. een uittreksel uit de Basisregistratie Personen met adreshistorie waarmee aangetoond kan worden dat aan het afstammingsbeginsel wordt voldaan.

9

Artikel 48. Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsvergunning 1. Burgemeester en Wethouders beslissen tot verlening, weigering, wijziging en intrekking van de huisvestingsvergunning; 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 15 van de wet weigeren Burgemeester en Wethouders een aangevraagde huisvestingsvergunning indien: a. de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; b. de aanvrager niet behoort tot de in artikel 41 aangewezen standplaatszoekenden; c. het niet aannemelijk is dat de aanvrager na verlening van de aangevraagde huisvestingsvergunning de woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik kan nemen; d. de woonruimte niet overeenkomstig het in of op grond van deze verordening bepaalde te huur is aangeboden; 3.

De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a. het adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. de naam van de persoon of namen van de personen die als houder van de vergunning worden aangemerkt.

Artikel 49. Toewijzing van een standplaats op bestaande woonwagenlocaties 1. De toewijzing van bestaande standplaatsen opgenomen in bijlage 1 geschiedt als volgt: a. b. c. d. e.

De toewijzing geschiedt steeds per opvolgende categorie en vervolgens binnen deze categorie op basis van leeftijd; De standplaatszoekende met de hoogste leeftijd binnen een categorie krijgt de beschikbare standplaats als eerste aangeboden; Indien sprake is van twee of meer standplaatszoekenden met dezelfde leeftijd, vindt toewijzing plaats door middel van loting; Bij weigering wordt de eerstvolgende in de categorie benaderd voor toewijzing van de vrijgekomen standplaats. Als er binnen een categorie geen toewijzing plaatsvindt, vindt toewijzing plaats aan de standplaatszoekende met de hoogste leeftijd in de eerstvolgende categorie;

2. Binnen categorie 1 vallen: a.

b.

kinderen of kleinkinderen die sinds hun geboorte onafgebroken op de desbetreffende woonwagenlocatie (waar de beschikbare standplaats ligt) bij hun (groot)ouders inwonen en dat ook volgens de Basisregistratie personen (BRP) nog steeds doen; kinderen die minimaal drie jaar bij hun ouders of grootouders wonen en daar ook minimaal drie jaar ingeschreven staan in de Basisregistratie personen (BRP);

3. Binnen categorie 2 valt de standplaatszoekende: a.

b.

die gedurende minimaal drie jaar bij een derde op dezelfde woonwagenlocatie woont en ook minimaal drie jaar in de Basisregistratie personen (BRP) ingeschreven staat op het adres van de derde; die opgroeide op een woonwagenlocatie in Harderwijk maar wegens het gebrek aan vrije standplaatsen noodgedwongen in een reguliere woning is gaan wonen; 10

c.

die opgroeide op een woonwagenlocatie in Harderwijk maar wegens studie tijdelijk elders is gaan wonen;

4. Binnen categorie 3 valt de standplaatszoekende: a. b. c.

die een eerstegraads familieverband heeft met een van de bewoners van de locatie waar de vrijkomende standplaats ligt; die een tweedegraads familieverband heeft met een van de bewoners van de locatie waar de vrijkomende standplaats ligt; die een familieverband heeft, niet zijnde eerste of tweedegraads, met een van de overige bewoners van de locatie waar de vrijkomende standplaats ligt;

5. Binnen categorie 4 valt de standplaatszoekende die van oorsprong woonwagenbewoner is en die aan het afstammingsbeginsel voldoet; 6. Binnen categorie 5 vallen alle overige standplaatszoekenden die niet voldoen aan het afstemmingsbeginsel. Wij zijn van mening dat mensen die niet voldoen aan het afstammingsbeginsel zich ook niet kunnen inschrijven als standplaatszoekende. Jurisprudentie heeft namelijk aangegeven dat alle ingeschreven standplaatszoekenden binnen een redelijke termijn een standplaats dienen te krijgen, waarbij de redelijke termijn gelijk is aan de wachttijd voor een reguliere grondgebonden woning. Zoals het er nu staat zou dat betekenen dat iedere willekeurige burger zich mag inschrijven voor een woonwagenstandplaats en deze dan ook binnen 10-12 jaar krijgt. 7. De standplaatszoekende heeft het recht te weigeren zonder verlies van zijn of haar inschrijving bij de gemeente of in het digitale huurportaal www.hurennoordveluwe.nl;

Artikel 50. Uitzondering bij overlijden ouders wonende in een huurwoonwagen op een huurstandplaats 1. Indien de huurder en zijn echtgenote, dan wel geregistreerde partner of medehuurder, beiden zijn overleden en er sprake is van een thuiswonend kind van 28 jaar of ouder, wordt door de Harderwijker verhuurder maatwerk geleverd ten aanzien van de mogelijkheid van het overschrijven van de huurovereenkomst op het oudste thuiswonende kind, conform de regeling zoals die ook geldt voor reguliere huurwoningen. Uitgangspunt hierbij is: a. b.

er is sprake van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden met de ouder(s); het kind heeft altijd de laatste drie jaar in ieder geval thuis gewoond.

2. Indien de huurder en zijn echtgenote, dan wel geregistreerde partner of medehuurder, beiden zijn overleden en er sprake is van een thuiswonend kind van jonger dan 28 jaar, dan is de Wet huurbescherming weeskinderen van toepassing. 3. De huur zal opnieuw worden berekend conform de geldende puntentelling op basis van het woningwaarderingsstelsel zoals opgenomen in het Besluit Huurprijzen Woonruimte (BHW).

11

Artikel 51. Pre-mantelzorg huurstandplaats met huurwoonwagen 1. Indien de huurder van de standplaats, aan wie door de (groot)ouder of (klein)kinderen premantelzorg werd verleend, komt te overlijden of verhuist naar een verzorgings-, of verpleeghuis, zal de standplaats met voorrang worden aangeboden aan de door de verhuurder geregistreerde pre-mantelzorger, ongeacht zijn rangorde op de wachtlijst. 2. De voorwaarden voor het bepaalde in lid 1 zijn als volgt: a. de pre-mantelzorger moet ingeschreven staan bij de gemeente als standplaatszoekende of op het huurportaal www.hurennoordveluwe.nl; b. de pre-mantelzorger moet met het formulier ‘Pre-mantelzorg’ zijn aangemeld en geregistreerd door de gemeente of Harderwijker verhuurder voor de desbetreffende standplaats; 3. De op het moment van overlijden bij de gemeente dan wel verhuurder bekendstaande premantelzorger heeft recht op de in het eerste lid beschreven voorrang.

Artikel 52. Urgentieregels Voor huurders van een standplaats/woonwagen staat de regionale urgentieregeling zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze verordening open en gelden de in dat hoofdstuk opgenomen regels.

Wij missen hier een heel belangrijk deel van de huisvestingsverordening, namelijk de toewijzing van standplaatsen op een nieuw aan te leggen woonwagenlocatie. Hieronder benoemen wij hetgeen wij reeds in oktober 2021 samen met de medewerker Wonen van de gemeente (en de toenmalige wethouder Jeroen de Jong) en de vertegenwoordigers van de verhuurders hadden vastgesteld: (zie de volgende bladzijde) Artikel 53. Toewijzing van een standplaats op nieuw aan te leggen woonwagenlocaties Bij de toewijzing van een standplaats op een nieuwe woonwagenlocatie geldt de wachtlijst op basis van inschrijving, puntentoekenning en puntenopbouw als bedoeld in de volgende artikelen. De standplaatszoekende met het hoogste aantal punten gaat voor, bij gelijke punten krijgt degene met de hoogste leeftijd voorrang op de andere(n). Artikel 54. Puntenopbouwsysteem 1. Het puntenopbouwsysteem voor gaat uit van een eenmalige puntentoekenning bij inschrijving én een periodiek op te bouwen puntenaantal (maandelijks dan wel jaarlijks). Het totaal opgebouwde puntenaantal (eenmalig toegekend en periodiek opgebouwd) is 12

beslissend voor de rang op de wachtlijst op het moment dat een standplaats op een nieuwe locatie vrijkomt. Bij het vrijkomen van een standplaats op een bestaande locatie gelden eerst de voorrangsregels als bedoeld in artikel 6, per categorie wordt gekeken naar het opgebouwde puntenaantal. 2. Eenmalige toekenning van punten bij inschrijving a. Een inwonend kind dat geboren en getogen is op een woonwagenlocatie in de gemeente Harderwijk en sindsdien onafgebroken bij zijn ouders of grootouders op een woonwagenlocatie in de gemeente Harderwijk inwoont, ontvangt eenmalig 100 punten bij inschrijving. b. De standplaatszoekende die bij een derde op een woonwagenlocatie in de gemeente Harderwijk woont en ingeschreven staat omdat hij noodgedwongen niet meer bij de ouders of grootouders inwoont, of een kind van de woonwagenlocatie dat wegens het gebrek aan vrije standplaatsen noodgedwongen in een reguliere woning is gaan wonen of een kind van de woonwagenlocatie dat wegens studie tijdelijk elders woont, ontvangt eenmalig 80 punten bij inschrijving. c. De standplaatszoekende die woont in een reguliere woning in Harderwijk, maar geboren en getogen is op een woonwagenlocatie in Harderwijk en door verhuizing van diens ouders noodgedwongen bij zijn ouders in een reguliere woning inwonend is, ontvangt eenmalig 70 punten bij inschrijving. d.

De standplaatszoekende die onafgebroken op een standplaats in Harderwijk woont en geen inwonend kind is maar als hoofdbewoner woont, ontvangt eenmalig 60 punten bij inschrijving. e. De standplaatszoekende die in een reguliere woning in Harderwijk woont en spijtoptant is, ontvangt eenmalig 30 punten bij inschrijving. f. De standplaatszoekende die onafgebroken op een standplaats buiten Harderwijk doch in de Regio Noord-Veluwe woont, ontvangt eenmalig 15 punten bij inschrijving. g. De standplaatszoekende die in een reguliere woning buiten Harderwijk doch in de Regio Noord-Veluwe woont, ontvangt eenmalig 10 punten bij inschrijving. h. De standplaatszoekende die buiten de Regio Noord-Veluwe woont, ontvangt eenmalig 1 punt bij inschrijving. i. De standplaatszoekende die niet voldoet aan het afstammingsbeginsel, ontvangt in alle gevallen eenmalig 1 punt bij inschrijving. 3. Periodieke opbouw punten a. De standplaatszoekende aan wie ingevolge lid 2 sub a tot en met h, een eenmalig puntenaantal toegekend is, ontvangt gedurende elke maand dat hij of zij ingeschreven staat, 1 punt bovenop de opgebouwde punten. b. De standplaatszoekende aan wie ingevolge lid 2 sub i, een eenmalig puntenaantal toegekend is, ontvangt elk jaar dat hij of zij ingeschreven staat, 1 punt bovenop de opgebouwde punten. 4.

Gelijke punten Met inachtneming van het in het eerste, tweede, en derde lid bepaalde wordt bij een gelijk puntentotaal voorrang verleend aan degene met de langste inschrijfduur en, indien beiden een gelijke inschrijfduur hebben, vervolgens aan degene met de hoogste leeftijd, en indien beiden een gelijke leeftijd hebben, tot slot door middel van loting. Artikel 55. Raadgevend advies vereniging HVWC Bij het vrijkomen van een standplaats wordt de Vereniging HVWC in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen een schriftelijk raadgevend advies te verstrekken. Het college van B&W is niet gehouden om het advies te volgen.

13

TOELICHTING Toewijzingsbeleid Woonwagenstandplaatsen Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat woonwagenbewoners een eigen culturele identiteit hebben die beschermd moet worden. En ook de Nationale Ombudsman adviseerde gemeenten om de culturele identiteit van woonwagenbewoners te erkennen en te faciliteren. Dit gebaseerd op vier grondbeginselen: het recht op huisvesting, het recht op gelijke behandeling, het recht op vrijheid van vestiging en het recht op de eerbiediging van privé-, familieen gezinsleven. Uitspraken Europees Hof voor de Rechten van de Mens Vanaf midden jaren ’90 van de vorige eeuw tot aan heden heeft het Europese Hof van de Rechten van de Mens diverse uitspraken gedaan om het woonwagenleven te beschermen. Het EVRM heeft onder andere uitgesproken dat bewoning van een woonwagen een onderdeel van de cultuur is, dat een woonwagen een woning is en dat woonwagenlevensstijl betrekking heeft op sociale en familiebanden: ‘het wonen in familieverband’. Door deze uitspraken heeft de overheid een positieve verplichting om het wonen in woonwagens mogelijk te maken. Een gemeente houdt in zijn woonbeleid rekening met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners en voorziet in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke 1 termijn een standplaats kunnen krijgen.

In de Woningwet 2015 en de Huisvestingswet 2014 is de woonwagenstandplaats opgenomen. Het is woningcorporaties toegestaan om woongelegenheden (dus ook woonwagens en standplaatsen) te bouwen, toe te wijzen en te verhuren. Uitbreiding aantal woonwagenstandplaatsen Het uitgangspunt in het gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid is dat voor woonwagenbewoners dezelfde plichten maar ook dezelfde rechten gelden als voor iedere andere burger binnen de gemeente Harderwijk. De gemeente Harderwijk onderkent de specifieke woonbehoefte van de woonwagengemeenschap en de wens om in familieverband samen te leven en voorziet in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen. De gemeente werkt toe naar een uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen om in de behoefte te kunnen voorzien. Uit onderzoek is gebleken dat er behoefte is aan uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen in Harderwijk. Op basis van de resultaten is de ambitie geformuleerd om 65 tot 85 standplaatsen te realiseren voor 2030, boven op de capaciteit van de bestaande zes woonwagenlocaties. Hiermee geeft de gemeente invulling aan de wens van de woonwagenbewoners om ruimte te geven aan de woonwagen- cultuur, het wonen in familieverband en te voorzien in voldoende woonwagenstandplaatsen voor de lokale behoefte.

Eenduidig toewijzingsbeleid in de huisvestingsverordening Deze huisvestingsverordening geeft invulling aan een eenduidig toewijzingsbeleid voor standplaatsen/ woonwagens dat ruimte geeft aan het leven in familieverband, op basis van het afstammingsbeginsel. Hiermee is het voor iedereen duidelijk hoe de toewijzing van woonwagens en standplaatsen in het bezit van de Harderwijker woningcorporaties tot stand komt. Bij koop standplaatsen en koop woonwagens kan de gemeente geen toewijzingsregels maken. Om te voldoen aan transparantie rond de objectieve, toetsbare en redelijke criteria en de wijze van verdeling van het aanbod zijn de verdeelregels opgenomen in deze huisvestingsverordening. In 1

De redelijke termijn is gelijk aan de wachttijd voor een grondgebonden sociale huurwoning in onze gemeente.

14

nauwe samenwerking met de Harderwijker Vereniging voor behoud van de Woonwagen Cultuur (HVWC) is dat zo?!? Volgens ons is hier sinds 2023 geen echte invulling meer aangegeven…. en de corporaties Uwoon en Omnia Wonen is een passende invulling gegeven aan de regeling. Het vinden van een balans tussen ‘gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke gevallen ongelijk behandelen’ staat voor de gemeente Harderwijk centraal in het woonwagen- en standplaatsenbeleid. Dit betekent concreet dat daar waar woonwagenbewoners gelijk zijn aan andere inwoners, zij gelijk behandeld worden. Daar waar zij ongelijk zijn – op basis van de erkende woonwagenidentiteit en cultuur of het niet verkrijgen van een hypotheek of verzekeringen – worden zij ongelijk behandeld. Het gaat dan concreet om hun specifieke woonwijze en het wonen in familieverband op een woonwagenlocatie.

ARTIKELSGEWIJS In deze artikelsgewijze toelichting worden alleen die bepalingen die nadere toelichting behoeven behandeld. HOOFDSTUK 7. Toewijzing Woonwagenstandplaatsen Artikel 43. Aanvullende begripsbepalingen In dit artikel zijn belangrijke definities opgenomen en toegelicht. Artikel 44. Aanwijzing vergunning plichtige standplaatsen en woonwagens en criteria voor verlening huisvestingsvergunning De bepaling in het eerste lid is een uitwerking van artikel 7 van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening categorieën goedkope woonruimte kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. Voor woonwagens in eigendom van een van de Harderwijker verhuurders (de woningcorporaties die feitelijk werkzaam zijn in Harderwijk) geldt deze vergunningplicht. In het tweede lid van artikel 44 wordt verwezen naar artikel 10 van de Huisvestingswet 2014. Hierin is bepaald dat voor een huisvestingsvergunning slechts in aanmerking komen standplaatszoekenden die de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, of vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.

Met het tweede en derde lid van artikel 44 wordt ook geregeld dat sommige standplaatszoekenden die niet aan de criteria voldoen ook in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning. Dit volgt uit de mogelijkheid die de Woningwet woningcorporaties biedt om woningen toe te wijzen aan hogere inkomens. De belangrijkste doelgroep van woningcorporaties zijn huishoudens met een inkomen beneden de DAEB-inkomensgrens. Voor eenpersoonshuishoudens is deze inkomensgrens € 47.699 (prijspeil 2024). Voor meerpersoonshuishoudens is de DAEBinkomensgrens vastgesteld op € 52.671 (prijspeil 2024). Daarnaast mogen corporaties 7,5% van de vrijkomende woningen vrij toewijzen, dus ook aan mensen met een inkomen boven de DAEBinkomensgrens.

15

Lokaal bestaat de mogelijkheid om de vrije toewijzingsruimte te verruimen naar 15% indien woningcorporaties, huurdersorganisaties en gemeenten daar prestatieafspraken over hebben gemaakt. Zoals eerder aangegeven wordt hier onvoldoende rekening gehouden met de standplaatszoekenden met een gezamenlijk inkomen boven de DAEB-grens. Ook ontbreekt voor ons nog steeds de mogelijkheid om de standplaats te kopen. In onze optiek dient de verdeling als volgt te zijn: 1. Huur-huur = huurstandplaatsen met huurwoonwagens = sociale kernvoorraad = in bezit van de woningcorporaties; 2. Koop-koop = koopstandplaats met een eigendomswoonwagen erop = in bezit van de individuele woonwagenbewoner met een gezamenlijk inkomen boven de DAEB-grens; 3. Woonwagenlocaties, zowel nieuw als bestaand = bevatten een gezonde mix van huur- en koopstandplaatsen. Artikel 45. Inschrijfsysteem van standplaatszoekenden Zoals beschreven in het eerste lid schrijft iedereen die voldoet aan het afstammingsbeginsel die voor een standplaats in aanmerking wenst te komen zich in bij de gemeente of via het digitale huurportaal hurennoordveluwe.nl in als standplaatszoekende. Deze inschrijving als standplaatszoekende in de gemeente Harderwijk is niet geldig als inschrijving als standplaatszoekende in de andere gemeenten in de regio. De inschrijving van de standplaatszoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar.

Een uitzondering hierop wordt gemaakt wanneer de ingeschreven standplaatszoekende overlijdt en hij/zij een partner heeft waarmee een duurzaam gemeenschappelijk huishouden werd gevormd. Die partner moet dan wel voldoen aan het afstammingsbeginsel en zelf niet op de wachtlijst staan. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan kunnen de opgebouwde punten overgedragen worden aan de desbetreffende partner. In het zesde lid is opgenomen dat de standplaatszoekende zelf verantwoordelijk is voor aanpassing van de actuele adresgegevens bij de gemeente of in huurportaal hurennoordveluwe.nl in geval van wijziging van het woonadres. Het actuele woonadres is noodzakelijk om de volgorde/ rangorde te kunnen bepalen bij toewijzing van een standplaats en recht te doen aan het afstammingsbeginsel. Het woonadres en niet een briefadres is hierin bepalend. Artikel 46. Bekendmaking van het aanbod van standplaatsen en woonwagens Dit artikel regelt hoe standplaatsen en woonwagens te huur worden aangeboden. Vrijkomende standplaatsen en woonwagens worden geadverteerd in het gemeenteblad of via het huurportaal www.hurennoordveluwe.nl. Ieder jaar voor 1 april legt de afdeling wonen leggen de corporaties verantwoording af aan burgemeester en wethouders over de toewijzing van alle aangeboden standplaatsen en woonwagens. Artikel 47.

Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de wet. Daarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze van aanvragen van vergunningen en de gegevens die door de aanvrager worden verstrekt bij de aanvraag van een vergunning. De genoemde gegevens met betrekking tot het afstammingsbeginsel, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, verblijfstitel zijn noodzakelijk in verband met de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid, van de wet. Het uittreksel uit de Basisregistratie Personen en de adresgegevens van de standplaatszoekende, diens ouders en/of grootouders zijn noodzakelijk om de volgorde/ rangorde te bepalen, of te wel 16

om te bepalen wie de woning woonwagenstandplaats al eerste krijgt aangeboden rekening houdend met het afstammingsbeginsel.

Artikel 48. Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsvergunning In het tweede lid worden de weigeringsgronden voor de huisvestingvergunning beschreven. In artikel 15 van de wet zijn verschillende weigeringsgronden opgenomen. Deze gelden uiteraard. Daarnaast geldt een aantal voor deze huisvestingsverordening specifieke weigeringsgronden. Deze zijn beschreven in het tweede lid. Deels hangen deze samen met andere voorschriften uit de huisvestingswet die op deze wijze geborgd worden.

Artikel 49. Toewijzing van een standplaats op bestaande woonwagenlocaties De toewijzing van standplaatsen op bestaande woonwagenlocaties is gerangschikt in vijf categorieën standplaatszoekenden. In dit artikel wordt elke categorie beschreven en daarmee afgebakend. De toewijzing geschiedt steeds per opvolgende categorie en vervolgens binnen deze categorie op basis van leeftijd. De standplaatszoekende met de hoogste leeftijd binnen een categorie krijgt de beschikbare standplaats als eerste aangeboden. Wanneer twee of meer standplaatszoekenden dezelfde leeftijd hebben, vindt toewijzing plaats door middel van loting. Wanneer de standplaatszoekende die als eerste de standplaats aangeboden krijgt de standplaats weigert, wordt de eerstvolgende van deze categorie benaderd voor toewijzing van de vrijgekomen standplaats. De standplaatszoekende heeft het recht te weigeren zonder verlies van zijn of haar inschrijving bij de gemeente of in het digitale huurportaal hurennoordveluwe.nl. Artikel 50.

Uitzondering bij overlijden ouders wonende in een huurwoonwagen op een huurstandplaats Wanneer de ouders wonende in een huurstandplaats en huurwoonwagen komen te overlijden en er sprake is van een thuiswonend kind van 28 jaar of ouder, wordt door de Harderwijker woningcorporaties maatwerk geleverd ten aanzien van de mogelijkheid van het overschrijven van de huurovereenkomst op het oudste thuiswonende kind. Hierop zijn de in het eerste lid beschreven voorwaarden van toepassing. Het tweede lid benadrukt dat ook bij de verhuur van standplaatsen/ woonwagens door een woningcorporatie de Wet huurbescherming Weeskinderen van toepassing is. Deze wet regelt dat jongvolwassenen wezen in de ouderlijke woning (woonwagen) mogen blijven tot ze achtentwintig worden. Woningcorporaties informeren de jongvolwassene kort na het overlijden van de ouder over de toekomstige woonsituatie, en verlengen het huurcontract tot en met het zevenentwintigste levensjaar. In alle uitzonderingsgevallen geldt dat bij het overzetten van het huurcontract de huurprijs opnieuw zal worden berekend conform de geldende puntentelling op basis van het woningwaarderingsstelsel zoals opgenomen in het Besluit Huurprijzen Woonruimte (BHW). Artikel 51.

Pre-mantelzorg huurstandplaats met huurwagen Indien de huurder van de standplaats, aan wie door de (groot)ouder of (klein)kinderen premantelzorg werd verleend, komt te overlijden of verhuist naar een verzorgings-, of verpleeghuis, zal de standplaats met voorrang worden aangeboden aan de door de verhuurder bekende en geregistreerde pre-mantelzorger, ongeacht zijn rangorde op de wachtlijst. De voorwaarde hierbij is dat de pre-mantelzorger ingeschreven moet staan op het huurportaal hurennoordveluwe.nl. 17

Daarnaast moet hij/ zij via het formulier 'Pre-mantelzorg' zijn aangemeld en geregistreerd door de Harderwijker verhuurder voor de desbetreffende standplaats en voorrang. Per huurstandplaats/ huurwoonwagen kan er maar een pre-mantelzorger geregistreerd staan. Alleen de op het moment van overlijden bij de verhuurder bekendstaande mantelzorger heeft recht op deze voorrang. Eventuele aanspraken van eerdere door de verhuurder erkende mantelzorgers zijn niet geldig. Het is aan de huurder en pre-mantelzorger om bij een wisseling van mantelzorger te zorgen voor een correcte registratie en zowel de eerdere als opvolgende pre-mantelzorger op de hoogte zijn en akkoord zijn met de wijziging, en zich realiseren dat alleen de geregistreerde pre-mantelzorger recht heeft op de voorrang. Artikel 52. Urgentieregels Voor huurders van een standplaats/ woonwagen staat de regionale urgentieregeling zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze verordening open en gelden de in dat hoofdstuk opgenomen regels. Zie voor verdere uitleg de artikelsgewijze toelichting bij hoofdstuk 3 van deze verordening. Artikel 53. Toewijzing van een standplaats op nieuw aan te leggen woonwagenlocaties Hierin wordt beschreven hoe de toewijzing plaats vindt bij nieuwe woonwagenlocaties. Dit gebeurt op het aantal behaalde punten sinds de inschrijving op de lijst geregistreerde standplaatszoekenden. Artikel 54.

Puntenopbouwsysteem Hierin wordt beschreven hoeveel startpunten een standplaatszoekende krijgt op basis van zijn specifieke situatie bij inschrijving. Vervolgens krijgt de standplaatszoekende 1 punt per maand voor de tijdsperiode sinds de inschrijvingsdatum. Artikel 55. Raadgevend advies vereniging HVWC Bij toewijzing van een vrijkomende standplaats op een bestaande woonwagenlocatie wordt de HVWC om advies gevraagd. Dit advies is niet bindend voor het college.

18

GEBRUIKTE BRONNEN 1. De gespreksverslagen en documenten van de overleggen met de gemeente, Uwoon en Omnia Wonen in 2021 2. Nationale Ombudsman: Woonwagenbewoner zoekt standplaats - april 2017 3. College voor de Rechten van de Mens : Advies inzake Woonwagen - en Standplaatsenbeleid – maart 2018 4. Binnenlandse Zaken: Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid – juli 2018 5. Binnenlandse Zaken: Rapportage herhaalmeting BZK woonwagenstandplaatsen – 2021 6. VNG: Wegwijzer-gemeentelijk-woonwagen-en-standplaatsenbeleid – april 2021 7. Platform31: Woonwagens-en-woningcorporaties – mei 2021 8. Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme: Van uitsterf- naar uitstelbeleid: woonwagenbewoner zoekt nog steeds standplaats – maart 2024 9. Concept Huisvestingsverordening Gemeente Harderwijk 2026 en toelichting – juli 2026

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=7e188e55-bb39-4af7-a4a3-7e2544817911