CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was wordt lijst integrale verordening sociaal domein gemeente Harderwijk met toelichting.docx

Commissie Samenleving 23 maart 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: 20.15 uur Bijstelling Integrale verordening sociaal domein hoofdstuk 3 Wmo1.298 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijstelling hoofdstuk 3 Integrale verordening - Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Artikel integrale verordening Artikel 3.13 lid 4e

Was

Wordt

deze meewerkt aan een cliëntervaringsonderzoek en/of de daarvoor benodigde informatie verstrekken;

deze meewerkt aan een cliëntervaringsonderzoek en/of de daarvoor benodigde kennis verstrekt;

Het pgb mag niet worden besteed aan: a. tussenpersonen of belangenbehartigers voor hun pgbbeheerstaken b. administratie- en/of bemiddelingskosten; c. kosten van coördinatie; d. crisishulp/crisisopvang; e. een vrij besteedbaar bedrag/ vrijwilligersvergoeding; f. reiskosten van de ondersteuner; g. een feestdagenuitkeringen aan de ondersteuner; h. voorzieningen waarvoor een collectieve voorziening aanwezig is; i. andere kosten dan het leveren van de ondersteuning.

Het pgb mag in ieder geval niet worden besteed aan: a. tussenpersonen of belangenbehartigers voor hun pgb-beheerstaken; b. administratie- bemiddelings- en coördinatiekosten; c. crisishulp/crisisopvang; d. een vrij besteedbaar bedrag/vrijwilligersvergoeding; e. voorzieningen waarvoor een collectieve voorziening aanwezig is; f. andere kosten dan het leveren van de ondersteuning.

Toelichting: Artikel 3.13 lid 7

Toelichting: De lijst met opsommingen is niet limitatief. Om te voorkomen dat er in de loop der tijd een lange lijst met subleden toegevoegd worden is nog eens kritisch gekeken naar de formulering. Bepaalde subleden zijn samengevoegd (b en c) en andere subleden zijn onder een ander sublid te scharen (f en g), met als resultaat een kernachtige samenvatting. Artikel 3.14 lid 11

Het pgb voor de verhuis- en herinrichtingkostenvergoeding bedraagt € 2.500,-, welk bedrag niet vaker dan eens per zeven jaar kan worden verstrekt.

Het pgb voor de verhuis- en herinrichtingkostenvergoeding bedraagt € 3.100,-, welk bedrag niet vaker dan eens per zeven jaar kan worden verstrekt.

Toelichting: De verhuiskostenvergoeding is een pgb welke bedoeld is voor verhuis- en herinrichtingskosten. Omdat het bedrag sinds 2015 niet meer verhoogd is, het bedrag aan inflatie onderhevig is en het belangrijk is dat het pgb bedrag aansluit bij de werkelijke kosten die inwoners maken, is er opnieuw gekeken naar de hoogte van het pgb. Het bedrag is te splitsen in enerzijds de verhuizing en anderzijds de inrichting van de nieuwe woning. Dat laatste betreft vooral de stoffering van de nieuwe woning, omdat je ervan uit mag gaan dat meubels worden meegenomen. Wanneer je rekent met een gemiddelde woonsituatie binnen de gemeentegrens dan hanteert het Nibud een bedrag van €1.600 voor de stoffering (prijzengids nibud 2022). Een verhuizing kost gemiddeld €1500. Dat maakt opgeteld een bedrag van €3.100 (€1.600 + €1.500). Dat is een bedrag wat vergelijkbaar is met andere gemeenten.

Aantallen: - In de gemeente Harderwijk is in het jaar 2021 vier keer een verhuiskostenvergoeding afgegeven. Dat betekent bij een afgifte van vergelijkbare aantallen in 2023 een minimale stijging aan uitvoeringskosten. Financieel: Jaarlijks worden de geschatte kosten meegenomen in de begroting van de programmakosten van Meerinzicht. De werkelijke uitgaven worden goed gemonitord in de prognose berekeningen. Een verandering van p x q (prijs en hoeveelheid) in de komende jaren zal worden meegenomen in de bijstelling op de begroting, die tweemaal per jaar plaatsvindt. Artikel 3.14 lid 15

De hoogte van het pgb voor tijdelijke huisvesting wordt voor maximaal zes maanden verstrekt en bedraagt de werkelijke kosten van de kale huur tot een maximum van: a. € 650,- per maand voor zover het gaat om een zelfstandige woonruimte; b. € 350,- per maand voor zover het gaat om een niet zelfstandige woonruimte

De hoogte van het pgb voor tijdelijke huisvesting wordt voor maximaal zes maanden verstrekt en bedraagt de werkelijke kosten van de kale huur tot een maximum van: a. het bedrag van de maximale rekenhuur als bedoeld in artikel 13, lid 1, onder a Wet op de huurtoeslag voor zover het gaat om een zelfstandige woonruimte; b. 50% van het onder a bedoelde bedrag voor zover het gaat om een niet zelfstandige woonruimte.

Toelichting: Het maximum bedrag van €650 was jaren geleden gesteld als norm voor de rekenhuur van de huurtoeslag. De grens om in aanmerking te komen voor huurtoeslag verandert echter ieder jaar vanwege de stijging van de huurprijzen. Om die reden is voor een andere formulering gekozen, waarbij we standaard aansluiten bij de rekenhuur voor huurtoeslag. Artikel 3.14 lid 16

Het college kan een pgb voor het vrijhouden van een woning/huurderving toekennen aan een woningbouwcorporatie of andere verhuurder voor de werkelijke kosten tot een maximum van € 650,- per maand.

Het college kan een pgb voor het vrijhouden van een woning/huurderving toekennen aan een woningbouwcorporatie of andere verhuurder voor de werkelijke kosten tot een maximum per maand van het bedrag van de maximale rekenhuur als bedoeld in artikel 13, lid 1, onder a Wet op de huurtoeslag.

Toelichting: Idem zoals bij artikel 3.14 lid 15 wordt aangesloten bij een reële huurprijs door te refereren aan de rekenhuur voor huurtoeslag. Artikel 3.14 lid 17

Het pgb voor gebruik van vervoer bedraagt: a. voor een auto € 0,19 per kilometer tot een maximum van 2.000 kilometer per jaar; b. voor een rolstoelbus € 0,32 per kilometer tot een maximum van 2.000 kilometer per jaar; c. voor een taxi € 0,50 per kilometer tot een maximum van 2.000 kilometer per jaar;

Het pgb voor gebruik van vervoer bedraagt: a. voor een auto een bedrag per kilometer dat gelijk is aan het in artikel 13a, lid 4, onder b Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedrag met een maximum van 2.000 kilometer per jaar; b. voor een rolstoelbus per kilometer 170% van het onder a bedoelde bedrag;

d.

voor een rolstoeltaxi € 0,84 per kilometer tot een maximum van 2.000 kilometer per jaar.

c. d.

voor een taxi per kilometer 265% van het onder a bedoelde bedrag; voor een rolstoeltaxi per kilometer 442% van het onder a bedoelde bedrag.

Toelichting: Om te voorkomen dat de verordening aangepast moet worden bij een wijziging van de onbelaste reiskostenvergoeding is voor een andere formulering gekozen waarmee we standaard in de verordening het bedrag vermelden wat van toepassing is. De bedragen onder b, c en d zijn een afgeleide daarvan en om die reden in een percentage van a uitgedrukt. Artikel 3.14 lid 18

Het pgb voor een autoaanpassing wordt vastgesteld op basis van een offerte waarbij de goedkoopst passende voorziening in acht wordt genomen of tot een maximum van € 2.500,-. Dit pgb wordt niet vaker dan eens per zeven jaar verstrekt.

Het pgb voor een autoaanpassing wordt vastgesteld op basis van een offerte waarbij de goedkoopst passende voorziening in acht wordt genomen. Dit pgb wordt niet vaker dan eens per zeven jaar verstrekt.

Toelichting: De oude tekst is niet geheel juist geformuleerd en daarom aangepast. Indien een autoaanpassing namelijk de compenserende oplossing is, dan kun je geen maximum hanteren omdat een pgb toereikend dient te zijn (art. 2.3.6 lid 1 Wmo 2015). Indien de inwoner een pgb wil besteden aan een autoaanpassing welke niet het goedkoopst adequaat is dan geldt in dat geval de hoofdregel dat het pgb wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de in de desbetreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura (art. 2.3.6 lid 5 Wmo 2015). Artikel 3.16 lid 3 onderdeel d

voor de pgb’s, zoals genoemd in artikel 3.14 leden 11 tot en met 18;

voor de pgb’s, zoals genoemd in artikel 3.14 leden 11 tot en met 19;

Toelichting: In artikel 3.16 wordt benoemd in welke situaties er geen bijdrage in de kosten verschuldigd is. In de oude tekst was lid 19 (pgb voor een sportvoorziening) wel eigen bijdrage plichtig. De betreffende pgb’s die uitgesloten worden voor de eigen bijdrage (lid 11 tot en met 18) zijn tegemoetkomingen in de kosten (niet geheel compenserend) en om die reden uitgesloten van de eigen bijdrage. Omdat dit ook het geval is bij lid 19, is deze eraan toegevoegd. Op die manier is ons beleid consistent en juist.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=8e3234a2-d69f-4b96-b0ee-c2b7125b27d6