Bijlage 15 Bundel DS 5. Inburgering
Tekst van het document
Advies ombuigingen Meerinzicht Aan:
Burgemeester en Wethouders
Gemeente
Steller:
Accounthouder Meerinzicht
Portefeuilehouder
Medewerker Meerinzicht: Max de Kloe Wmo & Inburgering 8 september 2025 Ja
Openbaar Stuk(ken) bijgevoegd: Te volgen route:
Ermelo Harderwijk Zeewolde Erik van der Weide Marcel Companjen / Maarten Reckman Erik van de Beld Ja Ja 3
Datum vergadering:
9 december 2025
Afdeling: Datum voorstel: Raadsvoorstel bijgevoegd: Bundel Bevat voorstellen:
DS. 5 Inburgering 14. Inburgeren vanuit het AZC 20. Bijzondere bijstand statushouders
Onderwerp Voorstel ombuigingen inburgering Het college van B&W besluit:
1.
2.
in te stemmen met ombuigingsvoorstellen: 1.1. 14. Inburgeren vanuit het AZC ; 1.2. 20. Bijzondere bijstand statushouders de raad voor te stellen de budgettaire gevolgen te verwerken in de begroting conform bijgevoegd raadsvoorstel.
Definitief besluit Wordt nadien ingevuld.
Inleiding Deze bundel bevat twee ombuigingsvoorstellen van Meerinzicht. De voorstellen sluiten aan bij de Nota Sociaal Domein. Het eerste voorstel moet leiden tot snellere deelname van inburgeringsplichtigen in de maatschappij. Door de vroege start op het AZC zijn statushouders eerder klaar met hun inburgering. Dit is voor inburgeraars prettiger, zorgt voor een minder lange bijstandsperiode en bespaart op de maatschappelijke kosten. Het tweede voorstel stelt aanvragen van statushouders gelijk aan de reguliere aanvragen voor bijzondere bijstand. Hiermee zullen statushouders met een inkomen en/of voldoende vermogen de kosten voor de woning en inrichting zelf, naar draagkracht, gaan bekostigen.
Argumenten 1.1.De ombuigingsvoorstellen spelen in op de actualiteit Statushouders moeten steeds langer in het AZC wonen. Tegelijkertijd krijgen zij sinds 2025 ook de ruimte om meer dan 20 weken per jaar te werken. De voorstellen spelen in op deze actualiteit. De tijd in het AZC wordt hiermee minder gezien als een wachtperiode, en meer als ontwikkelingstijd met ruimte voor leren en werken. 1.2.Met deze voorstellen willen we rechten en plichten gelijk trekken. Een statushouder heeft recht op goede begeleiding bij het inburgeringstraject en naar werk. Wanneer de statushouder gemotiveerd is nog tijdens het verblijf op het AZC te starten met de inburgering is het niet redelijk deze begeleiding uit te stellen. Tegelijkertijd mogen we van inburgeraars ook verwachten dat ze naar vermogen bijdragen aan hun verblijf, en daarin dezelfde plichten vervullen als andere Nederlanders.
Kanttekeningen 2.1.De frictiekosten leiden op korte termijn tot extra uitgaven Hoewel de frictiekosten noodzakelijk zijn om de taakstelling zorgvuldig te realiseren, betekent dit dat op korte termijn extra middelen nodig zijn.
Financiële toelichting De budgettaire gevolgen van de twee ombuigingsvoorstellen zijn in onderstaande tabellen samenvattend weergegeven. Deze bundel met voorstellen leidt tot een hogere bijdrage aan de GR Meerinzicht, de besparing op de zorgkosten landt in de gemeentelijke begroting.
Budgettaire gevolgen1 Bedragen x 1.000 euro
2026
2027
2028
2029
Besparingspotentieel (Begroting gemeente)
102
216
240
216
Investering formatie terugvordering (Begroting GR Meerinzicht)
-16
-31
-31
-31
Totaal
86
185
209
185
2026 22 49 15 86
2027 48 106 31 185
2028 54 120 35 209
2029 48 106 31 185
Totale budgettaire gevolgen per gemeente Ermelo Harderwijk Zeewolde Totaal Bedragen x 1.000 euro
Overzicht van de voorstellen 1. Voorstel: inburgeren vanuit het AZC (14)2 Besparing: 12.000 in 2027, 36.000 in 2028, 12.000 structureel vanaf 2029 (heeft een effect op de zorgkosten binnen de gemeente begroting) 2. Bijzondere bijstand statushouders (20)3 Besparing: 204.000 per jaar (heeft een effect op de zorgkosten binnen de gemeente begroting) Frictiekosten: 31.000 per jaar (leidt tot extra uitvoeringskosten Meerinzicht)
Planning/process Zie hiervoor de uitgewerkte ombuigingsvoorstellen.
1
Bij de voorstellen waarbij het een besparing of investering op formatie betreft is in de berekening rekening gehouden met de nu geldende loonsom conform vastgestelde CAO 2025-2027. 2 De verwachte besparingen zijn naar beneden bijgesteld ten opzichte van het initiële voorstel, vanwege de lagere aantallen (zie kanttekeningen 1 t/m 3 in voorstel 14) en de duur van een inburgeringstraject. 3 We gaan hierbij uit van structurele jaarlijkse nieuwe instroom van statushouders, en daarmee structurele jaarlijkse baten en lasten.
Overige ondersteunende diensten en OR N.v.t. Integraal afgestemd met J. Floor, afdelingsmanager WMO&Inburgering K. Morlog, afdelingsmanager Participatie S. van der Marck, directeur Meerinzicht Domein Sociaal P. van Meer, financieel adviseur Beleidsadviseurs inburgering EHZM (..)
Bijlage(n) 1.Inburgeren vanuit het AZC (14) 2.Bijzondere bijstand statushouders (20)
Uitwerking ombuigingsvoorstel Meerinzicht
Naam voorstel: Onderdeel van bundel: Voorstel raakt:
14. Inburgeren vanuit het AZC DS 5. Inburgering
Adviseur Meerinzicht Afdeling: Stuk(ken) bijgevoegd:
Henrieke van Ommen
Meerinzicht, COA, AZC Te volgen route
3
Sociaal Domein
Omschrijving voorstel Het doel van de Wet inburgering 2021 is om inburgeringsplichtigen snel mee te laten doen in Nederland. De ambitie is om zo snel mogelijk te starten met inburgeringsactiviteiten, de vroege start in het AZC. In 2022 vond daarom de warme overdracht en de vroege start al plaats op het AZC Harderwijk en AZC Zeewolde. Mede vanwege de hoge werkdruk werd de prioriteit bij inburgeraars gelegd die al een woning toegewezen hadden gekregen in de gemeenten. Het voorstel is om deze vroege start weer op het AZC te laten plaatsvinden, voor inburgeraars die zijn gekoppeld aan de EHZ-gemeenten. Hierdoor is er een doorlopende leerlijn na de voorinburgering, zijn mensen eerder klaar met hun inburgering en hebben zij hierdoor hopelijk een kortere bijstandsperiode. Inburgeraars draaien eerder mee in de maatschappij waardoor dit zowel op bijstandskosten als maatschappelijke kosten zal schelen. Daarnaast kunnen de reiskosten nog vanuit het COA vergoed worden. Dit ombuigingsvoorstel valt niet samen met andere ombuigingsvoorstellen, behalve dan het eerdere voorstel over de reiskosten. Deze is echter niet verder uitgewerkt, maar is bewaard als idee. Argumenten 1. Een doorlopende leerlijn zorgt ervoor dat inburgeraars niet terugvallen in taalniveau. Inburgeraars moeten steeds langer in het AZC wachten tot zij een woning toegewezen krijgen.
In het AZC kan al gestart worden met de voorinburgering, dit is maar voor een bepaalde tijd. Hierdoor kan het voorkomen dat inburgeraars met de voorinburgering al op A2 niveau komen, maar daarna weer terugvallen omdat er geen taallessen meer zijn.
2. Werk en vrijwilligerswerk mogen alleen meetellen met de participatie-uren in de Z-route wanneer er een PIP is. Wanneer inburgeraars op het AZC al werken of vrijwilligerswerk doen, mag dit nog niet meetellen met de participatie-uren van de Z-route, zolang er nog geen PIP(Persoonlijk plan Inburgering en Participatie) is. Wanneer inburgeraars al een aantal participatie-uren op het AZC kunnen maken, zal dit uiteindelijk een besparing opleveren in de trajecten en begeleiding die nu voor de Z-route worden ingezet. 3. Inburgeraars kunnen eerder meedoen in de maatschappij. Door in het AZC te starten met de inburgering kunnen inburgeraars al eerder meedoen in de gemeente, nog voordat zij in de gemeente komen wonen. Zij hebben al een sociaal netwerk op kunnen bouwen door naar de taallessen te gaan of participatieplek, spreken zij de taal al beter en zijn er al meer zaken geregeld. Dit zorgt ervoor dat er minder begeleiding nodig is wanneer een inburgeraar in een woning komt te wonen en er minder zaken fout lopen. 4. Door eerder in te burgeren, stromen inburgeraars eerder uit de uitkering. De inburgeringstermijn is drie jaar, wanneer er verlenging wordt aangevraagd kan dit tot 5 jaar oplopen. Dit betekent dat er vijf jaar lang ruimte, in het leven van de inburgeraar, nodig is voor taallessen of participatie uren.
Wanneer een inburgeraar al kan starten voordat er een uitkering wordt aangevraagd, is er sneller meer ruimte voor werk. De verwachting is dat inburgeraars vijf maanden eerder kunnen starten met hun inburgering. 5. De reiskosten voor inburgering worden op het AZC nog vergoed door het COA. De reiskosten voor inburgering worden door de gemeenten betaald. Wanneer een inburgeraar vanuit het AZC naar zijn inburgering reist, is hiervoor een vergoeding mogelijk vanuit het COA. Deze regeling geldt tot en met 31 december 2026. 6. Onderzoek Amsterdam over de vroege start geeft financiële voordelen aan. De gemeente Amsterdam is een van de gemeenten die inburgeraars onder de Wet inburgering 2021 al wel een kans bieden om vroeg te starten met inburgeren en participeren. Significant Public heeft een Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse gemaakt. Hier komt uit dat de vroege start tussen de €2.700 en €7.700 per deelnemende statushouder oplevert, in een periode van 10 jaar.
Kanttekeningen 1. Het AZC in Harderwijk sluit tijdelijk Vanaf juni 2026 tot 2028 sluit het AZC in Harderwijk. Dit zal de vroege start voor inburgeraars die na de vroege start in het AZC Harderwijk, nog niet zijn gehuisvest in een van de drie gemeenten bemoeilijken. Daarnaast zal dit ook zorgen voor een minder harde groei van inburgeraars die beschikbaar zijn voor de vroege start. Echter zal deze groep ook de reiskosten, vanuit andere AZC’s, kunnen ontvangen vanuit het COA zoals in argument 5 is aangegeven. Daarbij heeft COA een mondelinge toezegging gegeven om deze inburgeraars zo dichtbij mogelijk in een opvang te plaatsen. Deze toezegging wordt ook schriftelijk opgenomen in de werkafspraken met het COA.
2. Inburgeraars gaan mogelijk in een andere gemeente wonen. De gelden uit het rijk worden pas ontvangen wanneer iemand in de gemeente wordt gehuisvest. Met de vroege start wordt dit geld al uitgegeven, voordat deze zijn ontvangen. Het kan zijn dat inburgeraars op het AZC die gekoppeld zijn aan onze gemeenten in theorie gehuisvest kunnen worden in een andere gemeente buiten de EHZ. Wanneer dit gebeurt, gaan we de kosten proberen te verhalen op de gemeente waar de inburgeraar wordt gehuisvest. 3. Inburgeraars worden niet meer gekoppeld aan gemeenten vanwege het wegvallen van de taakstelling. In een brief aan de Tweede Kamer van 11 juli 2025, wordt aangegeven dat er een wijziging in de wet inburgering 2021 wordt voorbereid, waardoor de BRP inschrijving van een statushouder na huisvesting bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor de inburgering. Deze wijziging zal gelijk gebeuren met het afschaffen van de taakstelling. Statushouders worden dus niet meer aan een gemeente gekoppeld, waardoor het tijdens het verblijf in het AZC niet duidelijk is in welke gemeente iemand terecht gaat komen. Deze wetswijziging is echter nu nog niet doorgevoerd en het is ook niet bekend wanneer dit zal gebeuren. 4. De vroege start vraagt om gemotiveerde inburgeraars en extra ruimte bij de klantmanagers.
Wanneer inburgeraars op het AZC met hun inburgering gaan starten maar de omstandigheden en/of de motivatie hiervoor er nog niet is, zal dit averechts werken. De inburgeringstermijn zal dan namelijk al wel van start gaan. Daarnaast zal de casemanager van het AZC en de klantmanager van Meerinzicht meer tijd en aandacht moeten investeren in de motivatie of het op orde brengen van randvoorwaarden. Om die reden is Meerinzicht, in samenwerking met de gemeenten Putten, Elburg en Nunspeet, met het COA in gesprek om hierover afspraken te maken. Het COA zal criteria opstellen om te beoordelen of iemand gemotiveerd is en baat heeft bij de vroege start. Momenteel staan er 133 asielmigranten op de wachtlijst die wonen op verschillende AZC locaties. Echter is het COA Harderwijk al eerder dit jaar gevraagd naar het aantal gemotiveerde statushouders. Zij gaven aan dat er tenminste 6 kandidaten zijn die voldoen aan de criteria, hier kunnen dus nog een aantal kandidaten bij komen, ook vanuit het AZC Zeewolde. Omdat dit kleine groep is, hoeft er geen extra capaciteit vrijgemaakt te worden bij de klantmanagers. 5. Inzetten van vluchtelingenwerk voor coaching naar (vrijwilligers)werk moet wel vergoed worden.
Wanneer inburgeraars in de Z-route al kunnen starten met hun inburgering en het maken van participatie-uren, kan vluchtelingenwerk hier alvast een rol in spelen vanuit het contract “coaching naar vrijwilligerswerk”. Vluchtelingenwerk kan hierin samenwerken met de meedoen-balie op het AZC. Maatschappelijke begeleiding van vluchtelingenwerk is nog niet noodzakelijk omdat er nog geen woning is en statushouders door de casemanager op het AZC worden begeleid. Echter is het traject “coaching naar vrijwilligerswerk” een betaald traject vanuit de SPUK-middelen. De SPUK-middelen ontvangen gemeenten pas wanneer de inburgeraars worden gehuisvest. Financiële toelichting Zoals in de kanttekeningen aangegeven heeft het COA Harderwijk begin dit jaar al 6 gemotiveerde inburgeraars geselecteerd die met de vroege start zouden kunnen beginnen. Omdat dit het begin van het
jaar was en hierbij ook het COA Zeewolde nog komt, is de besparing berekend met 8 kandidaten. Het aantal kandidaten kan oplopen. Wanneer deze groep in 2025 nog start met de vroege start op het AZC, zal de inburgering in 2028 aflopen. Er is hierbij vanuit gegaan dat een enkeling al eerder tijdens het inburgeren start met werken en bijstand onafhankelijk wordt en een enkeling een jaar later zal starten met de vroege start. De bedragen zijn berekend met vijf maanden bijstandsuitkering, omdat de verwachting is dat inburgeraars vijf maanden eerder kunnen starten met de inburgering. De verdeling van besparingen per gemeenten is op basis van de Voorlopige beschikking SPUK A38 - 2025 per gemeente. Omdat de besparing op reiskosten en uiteindelijke maatschappelijke kosten lastig te berekenen en voorspellen zijn, zijn deze niet meegenomen in de besparing, maar worden deze gezien als positieve bijkomstigheid. Te realiseren besparing1 2026 Ermelo Harderwijk Zeewolde Totaal
0
2027 4 6 2 12
2028 11 18 7 36
2029 4 6 2 12
Bedragen x 1.000 euro
Planning/uitvoering Het is van belang dat er opnieuw afspraken worden gemaakt rondom de vroege start op het AZC met het COA. Hier is al een start mee gemaakt. Er zijn al een concept werkafspraken en een conceptlijst met criteria gemaakt. Hierbij is het belangrijk dat er een goede samenwerking is tussen de klantmanager van Meerinzicht en casemanagers van het COA, om de vroege start op het AZC in goede banen te leiden. De klantmanagers en casemanagers dienen dus tijdig meegenomen te worden in de werkafspraken met het COA. Voor de uitvoering van de vroege start op het AZC, betekent dit dat de klantmanagers voor een beperkte groep een andere werkwijze krijgen. De warme overdracht zal op het AZC plaatsvinden in samenwerking met de casemanager van het COA. Optioneel: OR/LO n.v.t. Integraal afgestemd met Max de Kloe (beleidsadviseur Participatiewet), Johannes Floor (afdelingsmanager Wmo & Inburgering), Patrick van Meer (financieel adviseur domein Sociaal), Elske Maas (financieel adviseur), Beleidsadviseurs inburgering Ermelo, Harderwijk en Zeewolde
Bijlage(n) n.v.t. 1
De verwachte besparingen zijn naar beneden bijgesteld ten opzichte van het initiële voorstel, vanwege de lagere aantallen (zie kanttekeningen 1t/m 3) en de duur van een inburgeringstraject.
Uitwerking ombuigingsvoorstel Meerinzicht
Naam voorstel: Onderdeel van bundel: Voorstel raakt:
20. Bijzondere bijstand statushouders DS 5. Inburgering
Adviseur Meerinzicht Afdeling: Stuk(ken) bijgevoegd:
Max de Kloe
Meerinzicht, Vluchtelingenwerk Te volgen route
3
Sociaal Domein
Omschrijving voorstel Het ombuigingsvoorstel is om de aanvragen van statushouders als reguliere aanvragen te behandelen. Statushouders hebben na vestiging in onze gemeenten nu recht op: 1. Uitkering voor levensonderhoud 2. Leenbijstand voor kosten inrichting, ongeacht hun inkomen of vermogen 3. Van deze leenbijstand betalen ze 36 termijnen een normbedrag terug, de rest wordt kwijtgescholden 4. Een overbruggingsuitkering ter overbrugging tot de eerste uitbetaling, ongeacht hun inkomen of vermogen 5. Woonkostentoeslag voor de huurkosten ter overbrugging tot de toekenning van de huursubsidie, ongeacht hun inkomen of vermogen. Voor de onderdelen 2 tot en met 5 hebben zij op grond van de huidige beleidsregels soepelere voorwaarden dan reguliere bijstandsaanvragers. Het voorstel is om dit te harmoniseren. In het kader van deze ombuiging zal het restant op de lening voor woninginrichting niet langer na 36 maanden worden kwijtgescholden. Met betrekking tot de overbruggingsuitkering en woonkostentoeslag zal de noodzaak beoordeeld moeten worden. Indien belanghebbende inkomsten/vermogen heeft, kan belanghebbende dit zelf bekostigen. Hiermee zullen aanvragen vaker worden afgewezen. Daarnaast dient de volledige lening te worden terugbetaald, waardoor het restant niet meer wordt kwijtgescholden. Dit leidt tot een besparing in de uitkeringslasten en kosten bijzondere bijstand.
Argumenten 1. Omdat statushouders nu mogen werken tijdens hun verblijf in het AZC, is een uitzonderingspositie voor statushouders niet langer gerechtvaardigd. Door recente rechtspraak kunnen statushouders vanuit het AZC zonder beperking werken. Zij bouwen hierdoor vaker, en een hoger, vermogen op gedurende het verblijf in het AZC. Daarmee is de uitzonderingspositie die zij eerder hadden nu niet meer nodig. Dit betekent dat er bij de beoordeling van leenbijstand, woonkostentoeslag en overbruggingsuitkering wordt gekeken naar de noodzaak, het inkomen en het vermogen van de betreffende persoon.
Kanttekeningen 1. Statushouders moeten bewuster omgaan met de besteding aan woninginrichting. Inburgeraars worden met deze maatregel gelijkgesteld aan reguliere klanten van de participatiewet. Voor inburgeraars betekent dit dat ze bewuster om zullen moeten gaan met de kosten van woninginrichting. Zij zullen naar verwachting minder uitgeven aan de woninginrichting omdat het gehele bedrag moet worden terugbetaald. Ook zullen zij waarschijnlijk langer gaan terugbetalen. Momenteel is dat altijd 3 jaar. 2. Deze ombuiging leidt mogelijk tot onbegrip bij statushouders Dit beleid is ten nadele van de groep statushouders die na de wijziging van het beleid in de gemeente komen wonen. Zij zullen zich mogelijk benadeeld voelen ten opzichte van de groep inburgeraars voor hen. We zullen de wijziging van het beleid toelichten aan de maatschappelijke organisaties in het voorveld (Welzijn, Zorgdat, Vluchtelingenwerk) zodat zij, naast onze eigen klantmanagers inburgering, toegerust zijn om de vragen van inburgeraars te beantwoorden. 3. Jonge statushouders vormen een aandachtsgroep. Jonge statushouders die een opleiding volgen kunnen gebruik maken van studiefinanciering. De studiefinanciering is voorliggend op de algemene bijstand.
Wanneer zij in een woning zijn gehuisvest met woonlasten die zij met behulp van de studiefinanciering niet kunnen bekostigen, kunnen zij een aanvraag doen voor woonkostentoeslag. Ook kunnen zij wel gebruik maken van leenbijstand voor de woninginrichting. Dit zal dan, net als bij de andere statushouders en bij reguliere aanvragen, een lening zijn. Zij beginnen met terugbetaling zodra zij beginnen met werken.
Financiële toelichting Dit voorstel voor het gelijkstellen van inburgeraars aan reguliere klanten voor leenbijstand voor kosten inrichting en woonkostentoeslag leidt tot een besparing op de zorgkosten. De aanpassing leidt tot extra werkzaamheden binnen Meerinzicht waarvoor extra formatie (0,33 fte) nodig is. We gaan hierbij uit van structurele jaarlijkse nieuwe instroom van statushouders, en daarmee structurele jaarlijkse baten en lasten.
Budgettaire gevolgen1
Bedragen x 1.000 euro
2026
2027
2028
2029
Besparingspotentieel (Begroting gemeente)
204
204
204
204
Investering formatie terugvordering (Begroting GR Meerinzicht)
-31
-31
-31
-31
Totaal
173
173
173
173
Bovenstaande leidt tot een structurele extra bijdrage van Ermelo, Harderwijk en Zeewolde aan Meerinzicht voor de uitvoering. In dit voorstel is daarnaast rekening gehouden met een structurele besparing op de zorgkosten Participatie die onderdeel zijn van de gemeentelijke begroting. In onderstaande tabel is het budgettaire effect per gemeente opgenomen. De verdeelsleutel sociaal domein van de GR Meerinzicht is gebruikt voor de verdeling per gemeente. Totale budgettaire gevolgen per gemeente Ermelo Harderwijk Zeewolde Totaal
2026 45 99 29 173
2027 45 99 29 173
2028 45 99 29 173
2029 45 99 29 173
Bedragen x 1.000 euro
Planning/uitvoering
1
Bij de voorstellen waarbij het een besparing of investering op formatie betreft is in de berekening rekening gehouden met de nu geldende loonsom conform vastgestelde CAO 2025-2027.
De beleidsregels participatiewet moeten worden aangepast na akkoord op dit voorstel. De afdeling uitkeringsadministratie en terugvordering & verhaal worden geïnformeerd in verband met de invordering van de leenbijstand. Voor de afdeling terugvordering & verhaal wordt extra uren vrijgemaakt in verband met de volledige terugvorderingen van de leningen. De inkomensconsulenten en consulenten bijzondere bijstand worden geïnformeerd over het gewijzigde beleid in verband met de beoordelingen.
OR/LO n.v.t.
Integraal afgestemd met Karla Morlog (afdelingsmanager Participatiewet), Johannes Floor (afdelingsmanager Wmo & Inburgering), Joeri Ploeg (juridisch kwaliteitsmedewerker), Patrick van Meer (financieel adviseur domein Sociaal), Beleidsadviseurs inburgering Ermelo, Harderwijk en Zeewolde,
Bijlage(n) n.v.t.